<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Woordhoek</title>
	<atom:link href="http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Thu, 18 Mar 2010 19:46:32 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8.4</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Gember in de togus</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/18/gember-in-de-togus/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/18/gember-in-de-togus/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Mar 2010 19:46:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[WoordHoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1658</guid>
		<description><![CDATA[Zoals andere mensen een kont hebben, zo hadden wij volgens mijn vader een togus. Bips heb ik hem zelden of nooit horen zeggen – ik vermoed dat hij het, net als ik, een truttig woord vond. Reet zal hij wellicht aan de grove kant hebben gevonden, hoewel hij, in voorkomende gevallen, zonder aarzelen de kwalificatie [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Zoals andere mensen een kont hebben, zo hadden wij volgens mijn vader een <em>togus</em>. <span id="more-1658"></span><em>Bips</em> heb ik hem zelden of nooit horen zeggen – ik vermoed dat hij het, net als ik, een truttig woord vond. <em>Reet</em> zal hij wellicht aan de grove kant hebben gevonden, hoewel hij, in voorkomende gevallen, zonder aarzelen de kwalificatie <em>dikke reet</em> zal hebben gebruikt. Plus <em>reetje</em>, wat juist weer liefelijk klinkt.</p>
<p>Maar <em>togus</em> was voor hem het gangbaarst. Je moest op je togus blijven zitten, je kon – alleen spreekwoordelijk – een schop onder je togus krijgen, sommige mensen hadden volgens mijn vader dringend behoefte aan gember in hun togus, en een paar keer heb ik hem horen zeggen, kwaad of gekscherend: ‘Je kunt mijn togus kussen.’</p>
<p>Kortom, <em>togus</em> is mij met de paplepel ingegoten en lang heb ik niet geweten dat het een Joods woord is.</p>
<p>Waar komt het vandaan? Via het Jiddische <em>tooches</em> is het ontleend aan het Hebreeuwse <em>tachat</em>, dat ‘onder, beneden’ betekent.</p>
<p>Net als veel Joodse woorden komt <em>togus</em> in allerlei spellingvarianten voor. Ik heb tot nu toe <em>togus</em> geschreven, maar volgens de Grote Van Dale moet het <em>toges</em> zijn. Als vormvariant kent Van Dale <em>tokes</em>. Elders zijn onder meer nog aangetroffen <em>dokes</em>, <em>toches</em>, <em>tochus</em>, <em>togas</em>, <em>tooges</em>, <em>tokus</em> en <em>tooches</em>.</p>
<p>Het woord is<em> </em>in 1887 voor het eerst opgetekend, door H. Molema, in diens <em>Woordenboek der Groningsche volkstaal</em>, in de vorm <em>tokes</em>. Molema gaf de betekenis, <em>podex</em>, alleen in het Latijn, wat indertijd de gewoonte was bij grove woorden. <em>Podex</em> betekent namelijk ‘aars’. ‘Schertsend zegt men tegen een kind’, voegde Molema hieraan toe: ‘krigst wat veur dien tokes’. Hij kende het woord ook uit het Westfaals, als <em>tûkus</em>, en als laatste toevoeging schreef Molema: ‘Wellicht Bargoensch.’</p>
<p>En inderdaad, <em>togus</em> is later in allerlei Bargoense bronnen opgetekend. Niet alleen voor ‘achterste’ trouwens, maar ook voor ‘vagina’, hoewel die betekenis minder vaak voorkomt.</p>
<p>In de literatuur werd <em>togus</em> aanvankelijk alleen door Joodse schrijvers gebruikt. Zo schreef Israël Querido in 1901 in <em>Levensgang</em>: ‘Ze kijk je nog niet an mit ’r toches!’ In 1904 schreef Herman Heijermans in <em>Diamantstad</em>: ‘Loop ’m nou achter z’n togus’, en in 1906 schreef Jules de Vries in <em>Ghetto-schetsen</em>: ‘Vannach kan je an je man, de blauwe plekke op je togus late’. Vanaf het eind van de jaren twintig komen we <em>togus</em> ook bij niet-Joodse schrijvers tegen.</p>
<p> <em>Togus</em> is in allerlei samenstellingen en uitdrukkingen terechtgekomen. Als samenstellingen zijn onder meer gevonden <em>togesgevatter</em> voor ‘plakker, iemand die je niet kwijt kunt raken’, <em>togeslikker</em> voor ‘gatlikker, kontkruiper’, <em>togesmisjpoge</em> voor ‘verre familie’, en <em>togesponem</em> voor ‘blotebillengezicht’.</p>
<p>Enkele fraaie Jiddische uitdrukkingen met <em>togus</em> zijn: <em>mit aan tooches ken man nit ouf zwaa chassenes sitzen</em> (‘met één achterwerk kun je niet op twee bruiloften zitten’), vrij te vertalen als ‘je kunt niet op twee plaatsen tegelijk zijn’; <em>e grousse tooches hot e grousse boks neiteg</em> (‘een grote derrière heeft een grote broek nodig’), wat betekent ‘wie op grote voet leeft, heeft veel geld nodig’; <em>toges nevieges</em> voor ‘veel drukte om niets’; <em>dat plak ik an m’n toges</em> voor ‘daar trek ik me niks van aan’; en <em>in en uit m’n toges</em> voor ‘twee handen op één buik’.</p>
<p>Tot slot een anekdote die Tamarah Benima in 1982 optekende over Hartog Beem, een van de grootste kenners van het Jiddisch. ‘Sprekend over Harderwijk komt Beem ook te praten over de kwajongensstreken die hij samen met zijn jongere broer Emanuel uithaalde. “Er was een christelijke kruidenier die graag Hebreeuws wilde leren. Wij hebben gezegd dat het niet zo eenvoudig was. Nee, dat wist hij, maar ik moet eens tegen jullie geloofsgenoten die op Sjabbat op de markt komen kunnen zeggen: mijnheer het is vandaag Sjabbat. Toen hebben we hem geleerd: <em>Togus Nefiche Sefanes Mehannes Sefots</em> (schrijfster dezes hoopt dat ze het juist weergeeft). Hij heeft het geleerd en ook tegen een jood gezegd. Die kreeg gewoon een lachstuip.’</p>
<p>Het is aan de lezers van deze colum die kennis van het Jiddisch hebben om dit zo goed mogelijk te vertalen, want hoewel de strekking duidelijk is (iemand iets onbehoorlijks laten zeggen), kwamen de deskundigen er niet precies uit.</p>
<p><strong>Ewoud Sanders</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/18/gember-in-de-togus/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zwaarste baan: aangeliefde in fusiegezin</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/15/zwaarste-baan-aangeliefde-in-fusiegezin/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/15/zwaarste-baan-aangeliefde-in-fusiegezin/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Mar 2010 12:16:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[WoordHoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1655</guid>
		<description><![CDATA[Stiefmoeder en stiefvader zijn beladen woorden. In veel gezinnen zijn alternatieven in gebruik.

Je zou denken dat de emancipatie vooral vrouwen ten goede is gekomen, maar dat blijkt toch niet helemaal te kloppen. Als een vrouw een drukke en belangrijke baan zou opgeven om meer tijd aan haar gezin te besteden, zouden veel mensen zeggen: zie [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Stiefmoeder en stiefvader zijn beladen woorden. In veel gezinnen zijn alternatieven in gebruik.</p>
<p><span id="more-1655"></span></p>
<p>Je zou denken dat de emancipatie vooral vrouwen ten goede is gekomen, maar dat blijkt toch niet helemaal te kloppen. Als een vrouw een drukke en belangrijke baan zou opgeven om meer tijd aan haar gezin te besteden, zouden veel mensen zeggen: zie je wel, ze kan het niet aan. Ze zou een vooroordeel bevestigen dat ondanks de emancipatie hardnekkig voortleeft: moederschap en een drukke baan zijn niet te combineren.</p>
<p>Voor mannen heeft de emancipatie wat dit betreft gunstiger uitgepakt. Lang was het algemeen geaccepteerd dat een man zijn werk boven zijn gezin of relatie stelde. Om een man die veel tijd aan huishouden en gezin besteedde werd zelfs gelachen. Het woord <em>huisman</em> bestaat allang, maar eind jaren zeventig kreeg het er een betekenis bij: naar het voorbeeld van <em>huisvrouw</em> ging het ‘man die voor het gezin en de huishouding zorgt’ betekenen. De huisman werd een geliefd type om te bespotten: een watje dat bij zijn kostwinnende vrouw onder de plak zat.</p>
<p>Ziehier de winst van de emancipatie voor mannen: een man die nu aankondigt met zijn drukke en belangrijke baan te stoppen om meer tijd te kunnen besteden aan zijn relatie of gezin, wordt als een held bejubeld. Bijna niemand die vraagt: was drie banen tegelijk niet een beetje veel, kon het dagelijkse werk niet beter georganiseerd, en moeten we sowieso niet eens naar de invulling van deze zware functies kijken?</p>
<p>En gaan die ambitieuze mannen straks, na een pauze, echt het grootste deel van hun tijd besteden aan hun relatie of gezin? Nee, natuurlijk niet. Ze worden bijvoorbeeld topman bij AkzoNobel. Van honderd uur in de week gaan ze wellicht zestig uur per week werken, maar voor de beeldvorming maakt dat niet uit: het respect om deze stap zal blijven.</p>
<p>Ondertussen is het met de beeldvorming rond de woorden <em>stiefvader</em> en <em>stiefmoeder</em> onverminderd treurig gesteld, zo bleek uit de ruim 130 reacties op het stukje van vorige week. De zoektocht naar goede alternatieven voor deze beladen woorden leeft in talloze <em>fusiegezinnen</em>, zoals iemand ze noemde.</p>
<p>Welke oplossingen heeft men gevonden? Mooie vondst: <em>aangeliefde</em> vader, moeder, zoon of dochter. Verwant hieraan: <em>aangetrouwd</em> (maar dan moet je wel met je nieuwe partner trouwen). Vaak genoemd: combinaties met <em>aangewaaid</em> en samenstellingen met <em>aanloop</em>- en <em>aanleun</em>- (inclusief <em>aanleunopa</em> en <em>aanleunoma</em>). Eveneens vaak genoemd: samenstellingen met <em>bij-</em> (<em>bijmoeder</em>, <em>bijdochter</em> etc.) en <em>zorg</em>- (<em>zorgmoeder</em>, <em>zorgvader</em>). In klank het dichtst bij <em>stief</em>: <em>liefmoeder</em>, <em>liefdochter</em>. In Vlaanderen reeds in gebruik: <em>plusouder</em> (zie www.plusouder.be). In Zweden reeds volop in gebruik: <em>bonusmamma</em>. Als samentrekking bij diverse families in gebruik: <em>stoma</em> voor ‘stiefoma’. Verder nog genoemd: samenstellingen met <em>half</em>-, <em>heem</em>-, <em>krijg</em>-, <em>kunst</em>- en <em>schijn-</em>.</p>
<p>Interessantste historische aanvulling: ,,Volgens mijn moeder, meer dan een eeuw geleden geboren in de Zaanstreek, waren er naast stiefbroers en -zusters die één ouder  gemeen hadden, ook <em>tafelbroers</em> en -<em>zusters</em>, beiden uit een vorig huwelijk. Je zou <em>stief-</em>  dus kunnen vervangen door <em>tafel-</em>?’’</p>
<p>Waarom hebben stiefouders eigenlijk zo’n slechte reputatie? Historisch gezien zal het bevoordelen van de eigen kinderen in verband met de erfenis een rol hebben gespeeld. Maar los daarvan: kinderen goed opvoeden is de zwaarste baan van allemaal. Voor je eigen kinderen is het soms al bijna niet te doen, bij andermans kinderen ligt de weg naar misstanden wijd open. Liefdevolle en onbaatzuchtige stiefouders, díe verdienen pas respect.</p>
<p> </p>
<p><strong>Ewoud Sanders</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/15/zwaarste-baan-aangeliefde-in-fusiegezin/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gezocht: een alternatief voor stiefmoeder</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/09/gezocht-een-alternatief-voor-stiefmoeder/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/09/gezocht-een-alternatief-voor-stiefmoeder/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Mar 2010 08:42:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[WoordHoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1651</guid>
		<description><![CDATA[Tijd voor enkele vragen van lezers, want dat is al even geleden.
Eerst een lange vraag. ,,Mijn ouders zijn gescheiden’’, schreef iemand, ,,en mijn vader heeft al heel lang een nieuwe partner. Samen met de vriendin van mijn vader ben ik op zoek naar geschikte nieuwe woorden die omschrijven wat wij van elkaar zijn. Vaak, als [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Tijd voor enkele vragen van lezers, want dat is al even geleden.</p>
<p><span id="more-1651"></span>Eerst een lange vraag. ,,Mijn ouders zijn gescheiden’’, schreef iemand, ,,en mijn vader heeft al heel lang een nieuwe partner. Samen met de vriendin van mijn vader ben ik op zoek naar geschikte nieuwe woorden die omschrijven wat wij van elkaar zijn. Vaak, als wij ons ergens introduceren, vragen mensen dit. Het is dan altijd lastig om het in één woord te zeggen. Vaak zegt zij zoiets als: ze is de dochter van mijn partner. En ik zeg: ze is de vriendin van mijn vader. Wij wilden graag woorden die onze relatie tot elkaar omschrijven, zonder dat via mijn vader te doen. Het begon voor ons allebei natuurlijk via mijn vader, maar inmiddels hebben wij ook met zijn tweeën een relatie opgebouwd. <em>Stiefmoeder</em> en <em>stiefdochter</em> vinden we allebei te negatief klinken, dus kwamen we uit op <em>derde ouder</em> en <em>bonusdochter</em>. Ik ben heel erg benieuwd wat andere mensen hiervoor bedacht hebben.’’</p>
<p><em>Stief-</em> betekent oorspronkelijk ‘zonder bloedverwantschap’. Het is een woord dat we al vanaf de dertiende eeuw kennen. Je zou denken dat stiefmoeders vooral sinds de sprookjes van Grimm, gevolgd door allerlei Disneyfilms, een slechte reputatie hebben, maar we vinden de combinatie <em>boze stiefmoeder</em> al in 1656 bij Vondel (,,de booze stiefmoêr mengt vergift in eekelbroot’’). Stiefmoeders hebben dus al heel lang een imagoprobleem, ondanks alle lieve en goede stiefmoeders die er ook altijd geweest moeten zijn.</p>
<p>Een mooi aspect van de vraag vind ik: we willen onze relatie tot elkaar omschrijven, <em>zonder dat via mijn vader te doen</em> – een toevoeging die ook de emancipatie recht doet. Zelf heb ik overigens geen oplossing. Zolang mensen woorden als <em>stiefmoeder</em> vermijden omdat dit een negatieve bijklank heeft, blijft die bijklank natuurlijk bestaan. Je zou ervoor kunnen kiezen om <em>stiefmoeder</em> en <em>stiefdochter </em>(etc.)  juist als geuzennaam te gebruiken, maar lastig is dat wel, want <em>stiefmoederlijk</em> heeft sowieso een negatieve betekenis, namelijk ‘liefdeloos, hardvochtig’. De Grote Van Dale geeft als voorbeeldzinnen: ,,ze werden maar stiefmoederlijk behandeld’’ en ,,de natuur heeft deze landstreek stiefmoederlijk bedeeld’’.</p>
<p><em>Derde ouder</em> zou bij mij meteen vragen oproepen: genetisch bestaan wij doorgaans uit het erfelijk materiaal van een man en een vrouw, en het is een beetje moeilijk voor te stellen wat hierbij de rol kan zijn geweest van een ‘derde ouder’.</p>
<p>Nou ja, gezien het kolossale aantal scheidingen en de talloze gemengde gezinnen moet de vraag zich bij allerlei mensen voordoen. De woordcombinatie <em>gemengd gezin</em> is overigens al in 1935 aangetroffen, maar het betrof hier een religieus mengsel: een gezin met een katholieke en een gereformeerde ouder – zoals bekend een duivelse combinatie. Alle alternatieven voor <em>stiefmoeder</em>, <em>stiefvader</em>, <em>stiefzoon</em> en <em>stiefdochter</em> zijn welkom via www.nrc.nl/woordhoek.</p>
<p>De tweede vraag is van een heel andere orde: ,,<em>Ik kan er geen chocola van maken</em> heb ik altijd een hele merkwaardige uitdrukking gevonden, en ik vraag me af waar die vandaan komt.’’</p>
<p>Het curieuze van deze uitdrukking is dat zij nog maar erg jong is. De vroegste vindplaats is voorlopig een bundel van Simon Carmiggelt uit 1971, getiteld <em>Gewoon maar doorgaan</em>. Daarin lezen we: ,,Ook de portefeuille met aantekeningen. Daar kan hij vast geen chocola van maken.’’ Woensdag meer op de website.</p>
<p> </p>
<p><strong>Ewoud Sanders</strong></p>
<p><strong> </strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/09/gezocht-een-alternatief-voor-stiefmoeder/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>36</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een fijne gozer</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/04/een-fijne-gozer/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/04/een-fijne-gozer/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 04 Mar 2010 13:55:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[WoordHoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1648</guid>
		<description><![CDATA[Omstreeks 1905 kon je in Amsterdam op straat een lied horen zingen getiteld ‘Bij blonde Nel op de Ceintuurbaan’.
In dat lied kwam het volgende couplet voor:
 
In de buurt IJ IJ, geloof me maar vrij,
Daar is ’t een lollige boel.
Bij blonde Nel, je kent haar wel,
Haar goozertje heet Zwarte Roel.
Zij woont daar heel sjiek, toch ’t [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Omstreeks 1905 kon je in Amsterdam op straat een lied horen zingen getiteld ‘Bij blonde Nel op de Ceintuurbaan’.</p>
<p><span id="more-1648"></span>In dat lied kwam het volgende couplet voor:</p>
<p> </p>
<p>In de buurt IJ IJ, geloof me maar vrij,</p>
<p>Daar is ’t een lollige boel.</p>
<p>Bij blonde Nel, je kent haar wel,</p>
<p>Haar goozertje heet Zwarte Roel.</p>
<p>Zij woont daar heel sjiek, toch ’t is een kliek:</p>
<p>In de nacht rijden taxi’s daarheen.</p>
<p>Die brengen daar heeren, die hun geld daar verteeren,</p>
<p>Met Catootje, Sophietje en Leen.</p>
<p> </p>
<p>De buurt IJ IJ is een oude benaming voor wat nu De Pijp heet. Tot aan het begin van de 20ste eeuw stond deze buurt bekend om z’n prostitutie – een thema dat in dit lied bezongen wordt.</p>
<p>Het bijzondere van dit lied is dat het een van de vroegste bronnen is voor het woord <em>goozertje</em>, een woord met een joodse achtergrond.</p>
<p><em>Gozer</em> was toen vooral in informele kringen bekend, want in 1906 stond het in een Bargoense woordenlijst die hier al vaker is geciteerd en die ook hierna nog vaker zal worden genoemd: <em>De Boeventaal</em> van Köster Henke. Köster Henke vermeldt het in de vormen <em>gooser</em> en <em>goozer</em>. Als voorbeeldzinnen geeft hij onder meer: ‘Heb je mijn goozer vanavond nog gezien?’ en ‘Kijk me die goozers eens tippelen’. In andere (latere) bronnen vinden we het nog als <em>gauser</em>, <em>goasser</em>, <em>gosert</em>, <em>gouser</em>, <em>gozerd</em>, enzovoort.</p>
<p>Waar komt dit woord vandaan? Via het Jiddische <em>chosen</em> (‘bruidegom’) is het ontleend aan het Hebreeuws <em>chattan</em>, dat ‘schoonzoon’ en ‘bruidegom’ betekent.</p>
<p><em>Gozer</em> is in allerlei samenstellingen aangetroffen. Ik noem er een paar:</p>
<p>- <em>dallesgozer</em>, in 1937 voor ‘armoedzaaier’;</p>
<p>- <em>dolmgozer</em>, in 1937, voor ‘versufte kerel’;</p>
<p>- <em>gozertippelaar</em>, in 1906, voor ‘iemand die bij avond op dronken lui uitgaat, om ze te beroven’;</p>
<p>- <em>klapgozer</em>, in 1926, voor een ‘pooier die een hoerenloper berooft’;</p>
<p>- <em>lefgozer</em>, voor ‘opschepper, kapsoneslijer, druktemaker’;</p>
<p><em>moordgozer</em>, voor ‘jofel persoon’;</p>
<p><em>plonsgozer</em>, volgens de Grote Van Dale: ‘benaming voor Duitse soldaat tijdens WO II die werd voorbereid op de invasie naar Engeland’; en</p>
<p><em>wereldgozer</em>, voor ‘fijne vent’.</p>
<p>Min of meer vaste verbindingen waren <em>haaie goozer</em> (‘sterke kerel’), <em>bekneisde gozer</em> (‘beruchte kerel’) en <em>linke gozer</em> (‘gevaarlijke, geslepen kerel’).</p>
<p>Hoe lang het gebruik van <em>gozer</em> beperkt bleef tot de onderwereld, is moeilijk te zeggen. Ik vermoed tot in de jaren zestig. Een van de eersten die het in een dichtbundel gebruikte was in ieder geval Willem van Iependaal, een Rotterdamse schrijver die zeer vertrouwd was met het Bargoens. In 1953 dichtte hij:</p>
<p>Ik heb geen centen, Heer</p>
<p>Geen rooie pozer! [cent]</p>
<p>Hier staat een sofmeheer,</p>
<p>Een dallesgozer!</p>
<p>Ik heb geen klofting an,</p>
<p>M’n schoenen gapen:</p>
<p>Aanzie de gentleman</p>
<p>Door U geschapen!</p>
<p> </p>
<p><strong>Ewoud Sanders</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/04/een-fijne-gozer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Oorlogtaal in verkiezingstijd</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/01/oorlogtaal-in-verkiezingstijd/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/01/oorlogtaal-in-verkiezingstijd/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 01 Mar 2010 10:51:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[WoordHoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1645</guid>
		<description><![CDATA[In Almere rekenen stadscommando&#8217;s straks keihard af met straatterroristen.
Stel, u heeft enkele jaren in een ver buitenland gewoond, ergens waar geen Nederlandse kranten worden bezorgd en waar ze geen internetverbinding hebben. In het vliegtuig terug naar huis leest u in een Nederlandse krant de kop ,,Almeerse PVV wil stadscommando’s’’.
Wat de PVV is weet u niet, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In Almere rekenen stadscommando&#8217;s straks keihard af met straatterroristen.</p>
<p><span id="more-1645"></span>Stel, u heeft enkele jaren in een ver buitenland gewoond, ergens waar geen Nederlandse kranten worden bezorgd en waar ze geen internetverbinding hebben. In het vliegtuig terug naar huis leest u in een Nederlandse krant de kop ,,Almeerse PVV wil stadscommando’s’’.</p>
<p>Wat de PVV is weet u niet, maar het woord <em>stadscommando</em> lijkt zichzelf te verklaren. Commando’s zijn immers een soort supersoldaten. Veel woorden associëren we met beelden en bij <em>commando</em> zouden dat kunnen zijn: groene baretten, gewapende jonge jongens die over de grond tijgeren, het gezicht bedekt met modder en camouflageverf.</p>
<p>Snel leest u verder: de stadscommando’s moeten volgens de PVV worden ingezet tegen <em>straatterroristen</em>.</p>
<p>Mijn god! U bent te lang uit Nederland weggeweest. Even geen nieuws kan een verlossing zijn, ook voor mensen die niet naar verre buitenlanden afreizen, maar in de tijd dat u weg was moet er in Nederland iets verschrikkelijks zijn gebeurd. U leest wat Raymond de Roon, lijsttrekker voor de PVV in Almere, erover zegt: ,,Net als in Den Haag zetten we in Almere in op veiligheid, minder islamisering en lastenverlichting. Mensen voelen zich onveilig en daar willen we iets aan doen. Wij willen stadscommando’s die niet alleen bemiddelend, maar ook handelend optreden. Hiervoor moeten ze bijvoorbeeld uitgerust worden met handboeien. Wij willen op straat geen stadswatjes, zoals wij stadswachten soms noemen.’’</p>
<p>In de aanloop naar verkiezingen hebben politici de neiging zich extra scherp uit te drukken . Ze moeten zich immers onderscheiden van andere partijen. Dat levert niet alleen nieuwe woorden op – zoals <em>stadscommando</em> –, het zorgt ook voor een hogere frequentie van woorden die al een tijdje meegaan, zoals <em>straatterrorist</em> en <em>straatterrorisme</em>. Lang waren dit woorden die je niet snel zou gebruiken, zoals het ook een tijd taboe was om in Nederland te spreken over <em>witte</em> en <em>zwarte scholen</em> – woorden die riekten naar Zuid-Afrikaanse apartheid.</p>
<p>Begin vorige week mocht Sietse Fritsma, lijsttrekker voor de PVV in Den Haag, bij Pauw &amp; Witteman uitleggen wat hij onder <em>straatterroristen</em> verstond. Marokkaans tuig, daar kwam het zo’n beetje op neer. Jongens die zich schuldig maken aan overlast op straat, aan vandalisme en tasjesroof. Tegen dit soort schorriemorrie wil de PVV dus stadscommando’s inzetten, uitgerust met handboeien.</p>
<p>Zoals gezegd zijn <em>straatterrorist</em> en <em>straatterrorisme </em>niet echt nieuw. Zo vinden we <em>straatterrorist</em> al in 1966 – in berichten over provo’s en over Duitse jongeren die in Twente de boel overhoop haalden. <em>Straatterreur</em> is nog ouder. Dat vinden we vanaf 1934, en wel in de Algemeene beschouwingen over de Rijksbegrooting. Hierin wordt opgeroepen tot een ,,doeltreffender bestrijding van straatterreur’’.</p>
<p>Wie waren toen de grote boosdoeners? Socialistische arbeiders, die vanwege de economische crisis op straat demonstreerden voor werk.</p>
<p>In de ogen van de PVV ging het vroeger, toen er in Nederland nog geen hoofddoekjes en boerka’s waren, een stuk beter met ons land. Maar dat gold toch niet voor 1934, want in diezelfde Algemene Beschouwingen lezen we: ,,Andere leden wezen op de toenemende zedenverwildering, zich uitende in onwelvoeglijke kleeding. Het stijgend aantal ernstige misdrijven, meer in het bijzonder roofmoorden, had niet minder de aandacht dezer leden getrokken. Dergelijke misdrijven behooren – zoo meenden zij – zeer streng te worden gestraft.’’</p>
<p>Het zou zo uit het verkiezingsprogramma van de PVV kunnen komen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/03/01/oorlogtaal-in-verkiezingstijd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Van roomse naar socialistische draaikont</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/22/van-roomse-naar-socialistische-draaikont/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/22/van-roomse-naar-socialistische-draaikont/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 22 Feb 2010 10:05:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1639</guid>
		<description><![CDATA[Eigenlijk is het kabinet gevallen over een scheldwoord. Dat nog betrekkelijk jong is.

Op het eerste gezicht lijkt het of het kabinet is gevallen over de kwestie Uruzgan, maar diverse deskundigen wijzen erop dat je voor de dieper liggende oorzaak verder terug moet in de tijd. Zoals bekend heeft het CDA Wouter Bos in het verleden [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Eigenlijk is het kabinet gevallen over een scheldwoord. Dat nog betrekkelijk jong is.</p>
<p><span id="more-1639"></span></p>
<p>Op het eerste gezicht lijkt het of het kabinet is gevallen over de kwestie Uruzgan, maar diverse deskundigen wijzen erop dat je voor de dieper liggende oorzaak verder terug moet in de tijd. Zoals bekend heeft het CDA Wouter Bos in het verleden diverse malen nadrukkelijk uitgemaakt voor <em>draaikont</em>, vooral bij monde van Maxime Verhagen. Als het Verhagen nu was gelukt om de PvdA, zo kort voor de gemeenteraadsverkiezingen, over te halen om langer in Uruzgan te blijven, dan was dat een duidelijk bewijs van draaikonterij geweest, want de PvdA heeft immers van meet af aan geroepen dat zij de Nederlandse troepen najaar 2010 wil terugtrekken.</p>
<p>Anders gezegd: Maxime Verhagen krijgt nu, jaren na dato, alsnog de rekening gepresenteerd voor zijn scheutige gebruik van het woord draaikont. Zo bezien is het kabinet dus gevallen over een scheldwoord – met alles wat er aan bleef vastkleven.</p>
<p>Is <em>draaikont</em> een oud woord? Nee. Het ontbreekt in het <em>Woordenboek der Nederlandsche Taal</em>, het wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands, en de Grote Van Dale vermeldt het pas sinds 1984. Aanvankelijk alleen in de betekenis ‘draaierig persoon’, maar sinds 1992 ook voor ‘iemand die steeds van mening verandert’. Van Dale noemt het een synoniem van <em>draaier</em>, dat we veel langer kennen, want al in 1808 schreef de politicus J.H. van der Palm: ,,De opregte man is zeker; de slinksche draaijer leeft in vrees’’ (let wel, er staat hier <em>slinksche</em>, niet <em>linksche</em>).</p>
<p>Ook in romans duikt <em>draaikont</em> pas enkele decennia geleden voor het eerst op, aanvankelijk in afgeleide vormen. Zo heeft Theun de Vries het in 1964 over een ,,draaikontige vrouw’’ en lezen we in 1977 bij Suzanne Brogger: ,,Watergate. Ook hier was het weer de angst wat de anderen ervan zeiden, draaikonterij, gekonkel, bedrog en leugen wat de klok sloeg.’’</p>
<p>Het knappe van Maxime Verhagen is dat hij ervoor heeft gezorgd dat draaikont wordt geassocieerd met Wouter Bos en de PvdA. Met het socialisme dus. Voorheen betrof die associatie juist zijn eigen gelederen, het CDA en het katholicisme.</p>
<p>Het geheugen van de mens is schrikbarend kort, dus laat ik een paar voorbeelden geven, uit de prehistorie van het woord <em>draaikont</em>. In 1980 schreef Jan Blokker, in <em>Mij hebben ze niet</em>: ,,Hoe noemden ze vroeger een gemiddelde CDA-politicus die het een zei en het ander bedoelde? Dat was nooit vleiend. Dan zat je al gauw op slinkserik, jokkebrok, glibberaal, draaikont, gristenmens en meer van dat soort invectieven waar ze je mee voor de rechter konden slepen.’’</p>
<p>En nog in 1990 lazen we in <em>De brillenkoker</em> van Freek de Jonge: ,,Deze onderbroek [...] had meer geleden omdat hij om de bips van een CDA-er had gezeten en CDA-ers zijn, de eerlijkheid gebiedt ons dit te zeggen: pertinente draaikonten, permanente schijterds en incontinente zeikerds.’’</p>
<p>In de tussenliggende jaren vinden we <em>roomse draaikont</em> en <em>(rooms-)katholieke draaikont</em> als min of meer vaste verbindingen. Publicisten als Arie Kuiper, Carel Peeters, Joost Zwagerman en Wam de Moor zijn ervoor uitgemaakt, en <em>de Volkskrant</em> is – door Martin Koomen – getypeerd als ,,het orgaan van opportunistische roomse draaikonten’’.</p>
<p>Bekende Nederlands vragen zich soms, al dan niet heimelijk, af hoe zij later herinnerd zullen worden. Het meest waarschijnlijk is dat zij – net als alle onbekende Nederlanders – zullen zijn vergeten, maar Maxime Verhagen maakt kans op een voetnoot in de taalgeschiedenisboeken. Als de man die het woord <em>draaikont</em> even, we weten nog niet voor hoe lang, een andere kleur wist te geven: van overwegend paars naar rood.</p>
<p><strong>Ewoud Sanders</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/22/van-roomse-naar-socialistische-draaikont/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zijn niesje is kapot</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/18/zijn-niesje-is-kapot/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/18/zijn-niesje-is-kapot/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Feb 2010 12:20:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1636</guid>
		<description><![CDATA[Ik heb een vriendin die het woord nog weleens gebruikt. Zij komt uit Den Haag en in plaats van ‘meisje’ of &#8216;vrouw(tje)&#8217; zegt zij soms: niesje.

Net als veel andere ‘Joodse’ woorden in het Nederlands, is niesje voor het eerst opgetekend in een Bargoense woordenlijst. Dat gebeurde omstreeks 1860, door M. Verwoert, indertijd directeur van een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ik heb een vriendin die het woord nog weleens gebruikt. Zij komt uit Den Haag en in plaats van ‘meisje’ of &#8216;vrouw(tje)&#8217; zegt zij soms: <em>niesje</em>.</p>
<p><span id="more-1636"></span></p>
<p>Net als veel andere ‘Joodse’ woorden in het Nederlands, is <em>niesje</em> voor het eerst opgetekend in een Bargoense woordenlijst. Dat gebeurde omstreeks 1860, door M. Verwoert, indertijd directeur van een gevangenis te Utrecht. Hij noteerde het in de vorm <em>niesse</em> en gaf als betekenis ‘dame’. In dezelfde tekst is sprake van een <em>gesjankte niese</em> voor een ‘getrouwde vrouw’. Vervolgens vinden we dit woord in 1906 in <em>De Boeventaal</em> van Köster Henke, die het woord ruim dertig keer gebruikt in voorbeeldzinnen. Als definitie geeft hij ‘dame, meid’ en de opmerkelijkste voorbeeldzin luidt: ‘Dat niese is bezoles van het fietsen’. <em>Bezoles</em> betekent ‘ziek, bedorven, kapot’ en <em>fietsen</em> wordt hier gebruikt in de betekenis ‘uitoefenen van de bijslaap’. Kortom: dat meisje heeft een geslachtsziekte opgelopen. Köster Henke voegt zelfs nog een rijmpje toe, namelijk:</p>
<p> </p>
<p>En als het fietsen is gedaan,</p>
<p>Dan moet het meisje in de kraam.</p>
<p> </p>
<p>Als min of meer vaste verbindingen vermeldt Köster Henke: <em>tof niese</em> voor ‘mooie meid’ en <em>olmse niese</em> voor ‘oude vrouw’. Als verkleinvorm noemt hij <em>niesetjes</em> (voor ‘dametjes’). Tegenwoordig is <em>niesje</em> de meest gangbare verkleinvorm. We komen het woord ook tegen als <em>iesie</em>, <em>iesje</em>, <em>niesche</em>, <em>nieze</em>, enzovoort.</p>
<p> </p>
<p>Waar komt het vandaan? Via het Jiddische <em>iesje</em> is het ontleend aan het Hebreeuwse <em>iesja</em>, dat ‘vrouw’ betekent. De ‘n’ is erbij gekomen als restant van een bezittelijk voornaamwoord (<em>m’n iese</em>, <em>z’n iese</em>).</p>
<p> </p>
<p><em>Niese</em> is in allerlei samenstellingen aangetroffen, waaronder <em>dolmniese</em> (in 1937, voor ‘hospita, slaapvrouw’), <em>stinkniese</em> (in 1906 voor ‘vuile meid, hoer’) en <em>peesniese</em> (in 1937 voor ‘publieke vrouw’).</p>
<p> </p>
<p><em>Niese</em> komt onder meer voor in een bekende smartlap uit 1966, ‘Verbroken geluk’, geschreven door Louis Noiret en vertolkt door Manke Nelis:</p>
<p> </p>
<p>Maar nou zit ie lekker een tijd achter ’t slot</p>
<p>en treurt om z’n jofele niesse</p>
<p>die nooit van d’r leven een kerel meer mot</p>
<p>ze houdt ze fijn in de smieze.</p>
<p> </p>
<p><strong>Ewoud Sanders</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/18/zijn-niesje-is-kapot/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Fluweelachtige schil, kruisbessensmaak</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/15/fluweelachtige-schil-kruisbessensmaak/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/15/fluweelachtige-schil-kruisbessensmaak/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 Feb 2010 10:00:13 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[WoordHoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1627</guid>
		<description><![CDATA[Vorige week zochten we hier naar een antwoord op de vraag of de banaan inderdaad pas na de Tweede Wereldoorlog algemeen bekend werd in Nederland. Dat leek niet erg waarschijnlijk, maar uitgangspunt was het verhaal van een dienstmeisje dat haar eerste banaan kreeg van een Canadese soldaat tijdens de Bevrijding.
Ik was er zelf niet op [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Vorige week zochten we hier naar een antwoord op de vraag of de banaan inderdaad pas na de Tweede Wereldoorlog algemeen bekend werd in Nederland. Dat leek niet erg waarschijnlijk, maar uitgangspunt was het verhaal van een dienstmeisje dat haar eerste banaan kreeg van een Canadese soldaat tijdens de Bevrijding.</p>
<p><span id="more-1627"></span>Ik was er zelf niet op gekomen, maar dit is bij nader inzien het meest logische antwoord: wie jong was toen de Tweede Wereldoorlog begon, maakte pas kort na de oorlog (bewust) kennis met bananen, want tijdens de oorlog lag de import van exotisch of ‘koloniaal’ fruit in Nederland grotendeels stil. Allerlei lezers lieten weten dat zij pas kort na de oorlog hun eerste banaan aten, fruit dat daarvóór ruimschoots voorhanden was geweest.</p>
<p>In totaal namen ruim zeventig lezers de moeite om te reageren. Vaak kwamen zij met mooie, verhelderende en ook ontroerende verhalen en anekdotes, die alles bij elkaar veel duidelijk maken over een onderwerp waar je zelden bij stilstaat: de introductie en verbreiding van een nieuwe fruitsoort. Wie een forse selectie uit de reacties wil lezen, moet kijken op <a href="http://www.nrc.nl/woordhoek">www.nrc.nl/woordhoek</a>; hier slechts een paar korte citaten.</p>
<p>Een moeder die omstreeks 1912 in een Haags park haar baby stukjes banaan voert, krijgt van een passant te horen: ,,Moedertje, durf je dat, je kindje zo’n vreemde vrucht geven?’’ Een oma krijgt omstreeks 1922 op haar sterfbed fruit dat ze niet kent, met als toelichting: ,,Dit zijn nou bananen. Ze smaken ongeveer zoals een héél fijne peer.’’ Omstreeks 1933 krijgt een Nederlands gezin van een Duitse oom een kistje toegestuurd. ,,Hij wilde zijn zuster en haar gezin verrassen met iets nieuws: bananen! Dat het inderdaad om een onbekende vrucht ging, blijkt uit het feit dat ze geen idee hadden hoe deze kromme dingen gegeten moesten worden; de schil bleek niet bepaald lekker en het geschenk uit Duitsland belandde op de mesthoop.’’</p>
<p>Lezers herinnerden zich diverse versjes en liedjes, waaronder: ,,Als er eerst maar weer banaantjes zijn, banaantjes, banaantjes (2x)/ Dan hebben we weer ham en spek en thee met chocolaatjes/ Dan is de shag weer van de bon en roken we piraatjes/ Als er eerst maar weer banaaaaaantjes zijn.’’</p>
<p>En zo verder.</p>
<p>Ik zeg het er niet vaak bij, maar ik vind dit een zeer dankbare rubriek om te schrijven. Natuurlijk moet je oppassen om aan individuele anekdotes conclusies te verbinden, maar juist dit soort verhalen, die vaak lang voortleven in families, geven de geschiedenis mijns inziens kleur en smaak.</p>
<p>Ik heb het trouwens zelf ook een keer meegemaakt, de introductie van een nieuwe fruitsoort. In 1980 at ik mijn eerste kiwi. Kiwi’s kostten toen 1 gulden per stuk. Dat had ik er, als arme student, niet voor over gehad, maar een logé uit Nieuw-Zeeland kocht er uit chauvinisme eentje voor me. Vooral de harige schil (Albert Heijn had het indertijd in een reclamecampagne over een ,,fluweelachtige schil’’ en een ,,kruisbessensmaak’’) stond me aanvankelijk tegen.</p>
<p>Vertrouw nooit je eigen geheugen, dus ik heb het nagekeken: vroegste vindplaats voor <em>kiwi</em> (voor het fruit, niet voor de vogel): 1977. Het gaat hier om een advertentie van een exclusieve groenteboer, in de volksmond ook wel <em>groentejuwelier</em> genoemd. Duidelijke doorbraak van fruit en woord: 1980. Dit jaar is het dus dertig jaar geleden dat de kiwi in Nederland algemeen bekend raakte.</p>
<p>Waarvan akte.</p>
<p> </p>
<p><strong>Ewoud Sanders</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/15/fluweelachtige-schil-kruisbessensmaak/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>10</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De eerste banaan (reacties van lezers)</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/14/de-eerste-banaan-reacties-van-lezers/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/14/de-eerste-banaan-reacties-van-lezers/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 14 Feb 2010 11:21:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[WoordHoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1622</guid>
		<description><![CDATA[Het stukje over &#8216;de eerste banaan&#8217; leverde vele tientallen reacties op. Hieronder een selectie. &#8216;Moedertje, durf je dat, je kindje zo’n vreemde vrucht geven?&#8217;

1737
Naar aanleiding van je stukje over de eerste banaan is het wellicht leuk te weten dat Linnaeus tijdens zijn verblijf in Nederland, meer speciaal tijdens zijn verblijf op het buiten De Hartekamp [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het stukje over &#8216;de eerste banaan&#8217; leverde vele tientallen reacties op. Hieronder een selectie. &#8216;Moedertje, durf je dat, je kindje zo’n vreemde vrucht geven?&#8217;</p>
<p><strong><span id="more-1622"></span></strong></p>
<p><strong>1737</strong></p>
<p>Naar aanleiding van je stukje over de eerste banaan is het wellicht leuk te weten dat Linnaeus tijdens zijn verblijf in Nederland, meer speciaal tijdens zijn verblijf op het buiten De Hartekamp bij Heemstede van zijn mecenas, de Amsterdamse bankier Cliffort, het voor elkaar gekregen heeft <strong>een bananenboom in bloei</strong> te krijgen. Die bloeiende boom, waarop van heinde en verre de mensen afkwamen om dat wonder te aanschouwen, staat ook pontificaal afgebeeld op het frontispiece van Linnaeus’ in 1737 verschenen boek over alles wat groeit en bloeit op De Hartekamp.</p>
<p>(P.V.)</p>
<p><strong>1910</strong></p>
<p>In het Gedenkboek van de Nederlandse Staatsspoorwegen van 1913 staat een grote foto van het lossen van een bananenboot uit West-Indië in Rotterdam. De bananen worden met handkracht uit het schip gehaald en in daarvoor speciaal ingerichte goederenwagens geladen. Volgens het onderschrift vond een dergelijk vervoer <strong>voor het eerst in 1910</strong> plaats. Als er op die schaal al in 1910 bananen werden geïmporteerd, moet de banaan in Nederland toch al wel redelijk bekend zijn geweest, niet als volksvoedsel misschien, maar wel als gezonde lekkernij. Het in uw stuk genoemde meisje moet dus wel heel onnozel zijn geweest of ver van de beschaving hebben gewoond.</p>
<p>(Guus V.)</p>
<p><strong>Omstreeks 1912</strong></p>
<p>Dat de banaan al rond 1912 in Nederland bekend was, hoewel wat argwanend bekeken, blijkt uit het volgende verhaal dat mijn moeder (geboren in 1914) mij vroeger vertelde: Mijn oma voerde mijn oom (mijn moeders oudere broer) die rond 1911 geboren was in een Haags park een banaan, terwijl hij in de kinderwagen zat. Zij had mogelijk van de huisarts gehoord dat bananen lekker en gezond waren voor baby’s. Een voorbijgangster sprak haar aan met de woorden: ‘<strong>Moedertje, durf je dat, je kindje zo’n vreemde vrucht geven</strong>?’ Geregeld werd bij mij thuis dit verhaal opgehaald als wij bananen aten. Met</p>
<p>(Tanny van der W.)</p>
<p><strong>1915</strong></p>
<p>Op 25 april 1915 schreef mijn grootmoeder vanuit Amerika (Clinton, New-York State) een brief aan haar schoonmoeder waarin zij vertelt dat zij <strong>voor het middageten zalm, brood en pisangs</strong> serveerde. Aangezien zij niet uitlegt wat deze pisangs dan wel mogen zijn ga ik er van uit dat zij dit als bekend veronderstelde. Mijn grootmoeder groeide op in Ned. Indië, haar schoonmoeder woonde haar hele leven in Nederland.</p>
<p>Het jaartal 1915 in uw artikel komt dus wonderwel overeen met de datering van de brief.</p>
<p>Ik ga er van uit dat mijn grootmoeder, die goed Engels sprak, ook het woord banana kende. Ze heeft dus bananen gekocht en pisangs gegeten.</p>
<p>(Wietske van der W.)</p>
<p><strong>1919</strong></p>
<p>Uit de aantekeningen van mijn grootmoeder na de geboorte van mijn vader (die was van okt. 1918): ,,29 April 1919 <strong>voor ‘t eerst banaan gegeten</strong>, kostten toen 30 cent per stuk.’’</p>
<p>(C.P.)</p>
<p><strong>1920-1925</strong></p>
<p>Mijn oma vertelde mij dat zij haar moeder bananen zag kopen bij de groentekar in hun straat in Enschede. Zij was toen een klein meisje ergens tussen de zes en tien jaar oud uit een gegoed middenstands milieu. Dit was gezien haar geboorte jaar in 1915 dus zo tussen 1920 en 1925.</p>
<p>De kennelijk afgunstige omstanders fluisterden volgens de overlevering: ,,Puh die van Sannes mut ok <strong>altied wier aanders</strong> ween’’, vrij vertaald in het Nederlands: ‘opvallers!!’ het grappige is dat ik mijn eigen zoon laatst vertelde dat de kiwi pas zo’n 25 jaar (?)geleden met een grote reclame campagne in nederland geïntroduceerd werd! Dat vond hij als tienjarige erg grappig vooral toen ik vertelde dat mijn moeder slechts met grote aarzeling overging tot aankoop omdat die dingen zo harig waren!</p>
<p>(Silvia B.)</p>
<p><strong>1922</strong></p>
<p>Uw voorlopige conclusie over het tijdstip van algemene bekendheid van de Nederlander met bananen onderschrijf ik volkomen. Mij zijn van de vorige generatie twee verhalen daaromtrent bekend.</p>
<p> </p>
<p>Mijn oma lag ernstig ziek in het ziekenhuis in Raamsdonksveer, toen nog een heel klein dorp. Zij stierf op 11 febr. 1922. Haar zuster, die in Rotterdam woonde, bracht bij een bezoek een paar bananen mee. Mijn moeder en mijn oma kregen de volgende uitleg over de vruchten: ‘<strong>Dit zijn nou bananen. Ze smaken ongeveer zoals een héél fijne peer</strong>.’ Overigens kan mijn moeder (geboren in 1905) ook met veel genoegen vertellen over de eerste keer dat zij in haar vroege jeugd een koopman met een kar sinaasappels vanuit Oosterhout of Breda naar het dorp zag komen.</p>
<p> </p>
<p>Mijn schoonmoeder, geboren (1912) en getogen in het centrum van Rotterdam, was van jongs af aan bekend met bananen. Zij vertelde namelijk graag de volgende anekdote. Als klein meisje mocht ze met haar oom mee naar de markt. De koopman probeerde zijn waar luidkeels aan de man te brengen: ‘<strong>Lekkere bananen, 8 centen per stuk</strong>.’ Toen haar oom aarzelde, drong de koopman aan met: ‘Vooruit dan, drie voor een kwartje!’ en oom kocht ze! Mijn schoonmoeder had veel plezier, omdat zij het bedrog van de koopman eerder door had dan haar oom.</p>
<p>(Maria W.)</p>
<p><strong>1929</strong></p>
<p>Ik ben van 1929 en opgegroeid op het Zeeuwse eiland Tholen. Wij woonden in de polder, zodat ik in mijn schooltijd (die dus grotendeels vóór de oorlog lag) voor ‘s middags boterhammen meekreeg die ik op het dorp bij kennissen mocht opeten. Soms kreeg ik dan van mijn moeder een stuiver mee om voor broodbeleg een banaan te kopen. Voor die stuiver kon je toen een grote banaan krijgen, voor 4 cent een iets minder grote en voor 3 cent een heel kleintje. Wegen deed de groenteboer op het dorp die dingen niet, het was een kwestie van beoordeling. Soms benutte ik wel eens 1 cent van de stuiver om snoep te kopen. Een banaan van 4 cent achtte ik groot genoeg en voor 1cent had je al een leuk snoepje. ’s Maandags kregen trouwens veel schoolkinderen van hun moeder 1 cent om snoep te kopen. Het was dan ‘s ochtends spitsuur bij het snoepwinkeltje.  In ieder geval, <strong>een banaan was vóór de oorlog dus ook op het platteland een volkomen normaal verschijnsel</strong>.  </p>
<p>(C. M.)</p>
<p><strong>1920-1930</strong></p>
<p>De banaan was in de twintiger en dertiger jaren in Nederland zeer populair. Ze werden met scheepsladingen tegelijk aangevoerd. En toen na 1950 de bananenboten weer gingen varen werd ze opnieuw populair. Op de markt kon je altijd kooplui vinden, die bananen verkochten. Het was beslist geen duur fruit. Dat waren wel druiven en perziken, omdat die in Nederland in de kas gekweekt werden. Buitenlandse perziken waren er bijna niet en door het transport ook duur. […] <strong>Ik heb de soldaten nooit fruit zien weggeven</strong>, wel chocola en sigaretten. Bent u wel eens soldaat geweest? Dan kunt u weten, dat een soldaat slechts interesse heeft in snoep, sigaretten en meisjes. (U mag zelf de volgorde bepalen.) In de dagen voor en tijdens de bevrijding vervoerde men liever wat anders dan de zware bananen, die ook nog eens veel zorg vroegen. Alles wat we in de eerste dagen na de bevrijding kregen was in blik, bacon, eierpoeder, stew, kaakjes, sigaretten, chocola, etc, etc. Ik ben na het eten van een blikje bacon eens de rest van de dag doodziek geweest. En inderdaad al dat blik kwam je op een gegeven ogenblik je strot uit.</p>
<p>(J.F. E.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>1928</strong></p>
<p>Het zal ca. 1928 geweest zijn. Mijn broer en ik waren kleine kinderen, de groenteboer kwam toentertijd nog aan huis, dat mijn twee jaar oudere broer een banaan van de groenteman wilde hebben en dat mijn moeder zei: ‘ssst, mama heeft bananen in de kast’. Dit was de aanleiding voor mijn broer die nog krom praatte, om in het vervolg als de groenteboer aanbelde te vragen ‘mama nanen kast?’ (heeft mam bananen in de kast’). Ik wil hiermee aantonen dat bananen <strong>reeds ver voor de tweede wereldoorlog een doodgewoon artikel</strong> waren in een groentezaak en zeker niet een luxe vormden voor de meer welgestelden. Dat het meisje in Uw column na de bevrijding niet wist hoe een banaan te consumeren kan betekenen dat zij zich bananen niet meer herinnerde: we hadden immers in vijf jaar geen banaan meer gezien, er was geen import van overzee. Na de bevrijding was voor ons (ik was 18 jaar) een van de heerlijkheden dat er weer bananen waren!</p>
<p><strong>(E. T)</strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>1930</strong></p>
<p>In mijn jeugd in de jaren 1930 (ik ben van 1922)was er een ‘<strong>versje’</strong>:</p>
<p> </p>
<p>waarom,waarom zijn de bananen krom</p>
<p>omdat ze krom geboren zijn</p>
<p>anders zouden het geen bananen zijn</p>
<p>daarom,daarom zijn de bananen krom</p>
<p> </p>
<p>Geprakte banaan was een bekend hapje voor kleintjes.</p>
<p>(A. J.W.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1932</strong></p>
<p>Ondergetekende is van de jaargang 1931. Toen ik als kind in de ‘waarom’-periode van mijn vroege jeugd kwam werd mijn vraag:’waarom?’ steevast beantwoord met: ‘<strong>Waarom zijn de bananen krom</strong>?’ Uw genoemde datum 1932 zal dus wel kloppen, want tot ver in de jaren ‘60 was het bon ton om te informeren waarom die bananen dan toch krom waren. Toch waren bananen wel degelijk bekend en niet onder de naam Chiquita maar onder de merknaam Feyfes. Die bananen waren steevast gemerkt met het ovaal blauwe logo met de naam Feyfes in witte letters.</p>
<p>(H.C.G. de R.).</p>
<p> </p>
<p><strong>Omstreeks 1933</strong></p>
<p>Ik herinner mij een anekdote die mijn – van oorsprong Duitse – grootmoeder (in 1980 hoogbejaard overleden) eens vertelde. Begin jaren dertig arriveerde in het gezin van mijn grootouders een kistje uit Duitsland, verstuurd door een broer van mijn grootmoeder uit Lübeck. <strong>Hij wilde zijn zuster en haar gezin verrassen met iets nieuws: bananen!</strong> Dat het inderdaad om een onbekende vrucht ging, blijkt uit het feit dat ze geen idee hadden hoe deze kromme dingen gegeten moesten worden; <strong>de schil bleek niet bepaald lekker</strong> en het geschenk uit Duitsland belandde op de mesthoop&#8230; In ieder geval zegt dit kleine voorval dat de banaan in die tijd kennelijk nog niet ingeburgerd was in Nederland.</p>
<p>(Gé V.)</p>
<p> </p>
<p><strong>Omstreeks 1935</strong></p>
<p>Uw veronderstelling dat de banaan vóór de oorlog bekend was is, dunkt me, juist en ook nog in brede kring. Ik herinner me een liedje van een Nederlands zangduo (heetten ze Johnny &amp; Jones?) die daar een populair liedje over maakten in de oorlog. Dat ging als volgt:</p>
<p>‘<strong>Als er eerst maar weer banaantjes zijn</strong>, banaantjes, banaantjes (2x)</p>
<p>Dan hebben we weer ham en spek en thee met chocolaatjes</p>
<p>Dan is de shag weer van de bon en roken we piraatjes</p>
<p>Als er eerst maar weer banaantjes zijn Banaaaaaantje zijn.’</p>
<p>Dat ik me dat herinner moet wel de populariteit bewijzen; ik kwam pas in februari 1946 terug in Holland. Bij mijn weten is het duo op transport’ gesteld en niet meer teruggekomen.</p>
<p>(L.J. P.)</p>
<p> </p>
<p>Reactie an andere lezer:</p>
<p>Dat liedje is volgens mij ietsje anders:</p>
<p> </p>
<p>Eerste couplet:</p>
<p>Als er eerst maar weer bananen zijn, bananen zijn</p>
<p>Van die rare dingen krom en klijn,</p>
<p>Dan is er ook weer ham en spek</p>
<p>en thee met chocolaatjes</p>
<p>Als er eerst maar weer bananen zijn, banaaanen zijn!</p>
<p> Tweede couplet: In dat tweede couplet zijn de eerste twee regels gelijk aan die van het eerste couplet. Daarna zingen wij &#8220;dan is de shag weer van de bon en roken we piraatjes en vervolgen met de laatste zin van het eerste couplet.</p>
<p> </p>
<p><strong>1936</strong></p>
<p>Ik ben van 1922. Ik heb sinds mijn kindertijd altijd bananen te hebben gegeten. Op de lagere school – de Rhijnvis Feithschool te Amsterdam – zongen we een zelfgemaakt liedje (uiteraard pure onzin): ‘Jantje zou naar school toe gaan, kreeg van zijn moeder een reuze banaan, toetemelanka épompé, sawa, owee’. Trouwens tijdens de Italiaanse invasie in Abessinië – 1936 – deed <strong>een wrange grap</strong> de ronde: ‘Weet je dat de Negus een nieuwe naam heeft gekregen? Neen …? Hij heet nu Fyffes! Waarom …? Omdat ie de pisang is!’ De Negus =keizer van Abessinië, was toen: Haile Selassi -1. Mijn vader – van 1896 – vertelde me ooit dat hij – toen de eerste bananen in ons land op de markt kwamen – de smaak niet lekker vond.</p>
<p>(J.G. S.)</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>1938</strong></p>
<p>Uw stukje in de NRC bracht mij twee ‘bananenverhaaltjes’ in herinnering: één van voor de oorlog en één van na de oorlog. Mijn moeder vertelde af en toe dat zij mijn broertje van ruim een jaar (2-1-’37) net een banaantje aan het voeren was toen de kanonschoten de geboorte van een prinsesje meldden 31-1-38. Zij rende naar buiten om het goed te horen, maar toen zij weer binnenkwam was de peuter er in geslaagd zelfstandig de banaan naar binnen te werken.</p>
<p>Ik zelf ben 2-2-’40 geboren, dus vlak voor de oorlog. In het laatste oorlogsjaar waren we verplicht uit Den Helder geëvacueerd en als gezin bij verschillende families in Bovenkarspel ondergebracht. Hoewel ik dus 4 à 5 jaar was herinner ik me de bedelende mensen die in de Hongerwinter o.a. helemaal uit Amsterdam kwamen lopen nog goed. Mijn broer, inmiddels een stoer jongetje van 8 vertelde me dan over dingen als : chocola, sinaasappels en bananen, waarvan ik geen idee had wat het was.</p>
<p>In juni ‘45 mochten we weer terug naar Den Helder. Veel was er nog niet te krijgen, bovendien heel strikt op de bon. Mijn oom en tante hadden een groentezaak en op een keer lag er bij het eten een pakje op mijn bord. ‘Van tante Mart voor jou’,zei mijn moeder. Ik mocht het open maken en raden wat het was. <strong>‘Een klein komkommertje’</strong>, raadde ik, die waren toen nog meestal geel. Het was dus een banaan. Mijn tante had er één voor mij gestuurd van de eerste zending die zij weer binnen kreeg. Ik weet niet hoe lang dat na de oorlog was.</p>
<p>Als het dienstmeisje uit de anekdote heel jong was, had zij waarschijnlijk al een paar jaar niet de kans gehad om bananen te zien en zou haar onbegrip begrijpelijk zijn.</p>
<p>(Anneke S. van A.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1940-1945</strong></p>
<p>De oplossing van uw raadsel is eenvoudig: <strong>tijdens de bezetting was er geen aanvoer van tropisch fruit in bezet gebied</strong>. Kinderen groeiden op zonder banaan, sinasappel of ananas, etc. Je hoefde dus niet een enigszins wereldvreemd, naïef meisje, afkomstig uit een afgelegen dorp te zijn om bij de bevrijding nog nooit een banaan te hebben gezien.</p>
<p>Ik zelf was tijdens de bezetting woonachtig in een afgelegen buurtje in Den Haag waar een pakhuis lag dat in de buurt het bananenpakhuis werd genoemd . Het was nog steeds in gebruik maar nu voor bevoorrading van de Duitse bezettingstroepen, het heeft na de oorlog nog lang geduurd voordat de bananen er terugkeerden. Soms liggen verklaringen meer voor de hand dan je denkt.</p>
<p>(A. v.d. Z)</p>
<p> </p>
<p><strong>1940-1945</strong></p>
<p>Ik ben geboren in september 1935 in Brabant en was dus vier en een half jaar toen de oorlog uitbrak. Mijn moeder heeft me later verteld dat ik als kleuter dol was op banaan. In mei 1940 maakte ik een stuk oorlog mee omdat de brug over de Zuid Willemsvaart werd opgeblazen en ik stiekem het huis uit was geslopen om te kijken of mijn vriendje nog leefde. Ik hoorde ‘fluiten’ maar wist niet dat het kogels waren. Daarna werd het rustig in mijn leventje. Ik hoorde ‘grote mensen’ praten over de oorlog, maar er was geen ‘schieten’ meer; er gingen geen bruggen meer de lucht in. Ik vroeg me af wat het verschil was tussen oorlog (terwijl ik geen vechten zag) en vrede (als er niet gevochten wordt). Ik stelde de vraag aan mijn moeder: ‘hoe kan ik weten of het vrede is?’ Haar antwoord: ‘<strong>Je weet pas of het vrede is, als er weer bananen bij de groenteboer liggen</strong>’. Uiteraard geloofde ik haar. Ik keek steeds in de winkel van de groenteboer of ze er al lagen. Toen mijn vader mij op 5 mei 1945 ‘s avonds wakker maakte met het nieuws ‘De Duitsers hebben gecapituleerd; nu is de oorlog voorbij!’ ben ik de volgende ochtend op weg naar de kerk (ik was misdienaar) langs de groenteboer gegaan, maar er lagen geen bananen. Ik twijfelde opeens: wie moest ik nou geloven?</p>
<p>(Harrie L.)</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>1940-1945</strong></p>
<p>Tijdens de oorlog, toen vrijwel alles ‘op de bon’ was, kon je soms op bon nummer zoveel een fietsband kopen, maar dan moest je een oude band inleveren. Ook voor andere artikelen gold soms zoiets. Vandaar de <strong>grap</strong> dat je op een bepaalde bon een banaan kon kopen, mits je een <strong>oude bananenschil</strong> inleverde.</p>
<p>(David K.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1940-1945</strong></p>
<p>Het verhaal over het meisje, de banaan en de canadees komt mij min gelooflijk voor. Ik woonde destijds, voor de oorlog dus, in Hatert bij Nijmegen. Dat was toen bezig een voorstadje van Nijmegen te worden. Er woonden allerhande mensen, in ieder geval niet alleen wat beter gesitueerden. Iets verderop in straat waren een paar winkels, o.a. een groetenboer, beslist geen delicatessenzaak. Ik herinner mij goed dat er achter de toonbank, tussen de schappen met blikgroenten, een kastje was met een glazen deur waarin trossen bananen hingen te rijpen. Daarvan zal toch met regelmaat zijn verkocht, niet alleen aan mijn moeder. Mijn jongste zusje kon in de oorlog soms boos en verdrietig uitvallen: <strong>‘Ik weet niet eens hoe bananen smáken!</strong>’ als dat fruit al eens ter sprake kwam. Omdat bananen groen worden aangevoerd en eerst nog moeten rijpen voordat zij gegeten kunnen worden is het weinig waarschijnlijk dat een menagemeester daarvan kon uitdelen aan soldaten, waarvoor, toen, alle victualiën over zee moesten komen. Ik heb vele Canadese militairen gezien, nooit één met een banaan.</p>
<p>(Jan D. de L.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1940-1945</strong></p>
<p>Uw column over de banaan doet mij denken aan het verhaal dat mijn vader mij vertelde: Tijdens de oorlog, toen er geen bananen waren, verkneukelde mijn vader zich erop om als er na de oorlog weer bananen zouden zijn, hij met een tros van dat fruit naar diergaarde Blijdorp zou gaan om de apen te trakteren. En dat heeft hij ook gedaan. De apen werden helemaal gek van vreugde. Dit in tegenstelling <strong>tot mijn in 1940 geboren zus, die (dus) ook geen bananen kende</strong>. Zij vond ze absoluut niet lekker. Zoals u ook al in uw artikel stelt. waren er dus wel degelijk bananen voor de oorlog. In ieder geval in Rotterdam.</p>
<p>(Ellen E.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1940-1945</strong></p>
<p>In de oorlogsjaren waren er uiteraard geen <strong>bananen</strong>; vlak na de oorlog was een banaan niet zo maar een stukje fruit maar vooral een <strong>symbool van de bevrijding</strong>. Voor de oorlog waren er uiteraard wel bananen. In het vooroorlogse Rotterdam waren er op Zaterdag in het Centrum kooplieden met rieten manden met bananen op contrasterend blauw papier, die riepen ‘Bananen, een stuiver en zes cent’. Die bananen werden vaak op straat genuttigd; uitglijden over een bananenschil was toen geenszins denkbeeldig.</p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>1942-1943</strong></p>
<p>In 1942 of ‘43, kreeg mijn Moeder, via de distributie, bananen voor mijn toenmalig ‘kleine broertje’, omdat hij in de oorlog geboren was, en wij, grotere kinderen, niet. Hoe vaak, hoe veel?: dat weet ik niet. Misschien was het maar eenmalig. Maar in ieder geval waren er dus toen <strong>bananen voor baby’s</strong>.</p>
<p>(Adrienne J.C,)</p>
<p> </p>
<p><strong>1943</strong></p>
<p>Het dienstmeisje dat tijdens de Bevrijding niet bekend bleek met bananen was in die tijd helemaal niet wereldvreemd of naïef voor iemand die, als de meeste dienstmeisjes uit die tijd, uit een arm gezin op het platteland kwam. Op het platteland at men in de jaren dertig fruit van eigen bodem, voor dure bananen was daar geen afzetmarkt. Stel dat zo’n meisje als 14-jarige in 1942 haar eerste dienstje bij een mevrouw in de stad kreeg dan zag ze ook daar geen bananen, want die waren in de oorlog niet te krijgen. Zelf ben ik in 1935 in Leeuwarden geboren. <strong>Ik kende bananen alleen van plaatjes</strong>, al had ik een vage herinnering aan het zelf eten van een banaan als klein kind.</p>
<p>Wel kregen we, ik meen in 1943, op school af en toe een sinaasappel. Dat werd van tevoren aangekondigd. We moesten dan van huis een zakmes meenemen en kregen <strong>klassikaal instructies hoe de sinaasappel te pellen</strong>. In de zomer van 1945 verhuisden wij naar Wassenaar. Op een ochtend liep ik daar naar school. Achter mij liepen twee jongetjes. Ik hoorde de een tegen de ander zeggen: ‘Zeg, durf jij ‘pisang’ te zeggen?’</p>
<p>(Lies G.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1943</strong></p>
<p>Ik ben van 1935, mijn vader was voor in en na de oorlog groenteboer. Wij woonden toen in Rotterdam-Zuid. Ik herinner mij uit de oorlogstijd dat wij op school soms sinaasappels kregen maar dat in onze winkel de ouders van sommige kleine kinderen <strong>met een speciale vergunning bananen</strong> kregen, konden kopen dus, omdat ze een voedingsprobleem hadden, een vitaminetekort, dat alleen met banaan kon worden verholpen. Het juiste weet ik er niet meer van, het was niet zoiets gewoons als vitamine C, maar K of zo, en wel levensbepalend. Ik was toen denk ik 8 jaar, het was <strong>1943</strong>, maar ik wist toen dus wel hoe bananen eruit zagen. Ze werden aangevoerd in lange kartonnen dozen met deksel waarin ze verpakt waren in blauw papier. Heel zorgvuldig want ze werden per boot aangevoerd en mochten niet te koud worden want dan verkleuren ze, zwart. Ik kan mij niet herinneren of ik ze in die tijd zelf ook heb gegeten.</p>
<p>(Dit K.)</p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>Geboren in 1935 waren sinaasappels en bananen voor mij direct na de oorlog ook onbekend. Sinaasappels werden al gauw op school uitgedeeld. Hoe het met de bananen ging weet ik niet meer precies; we kregen (ik kom uit een gezin van 12) nooit een hele, maar een halve na het eten.</p>
<p>Maar waar het mij vooral om gaat is het volgende. Moeder las ons vaak voor uit een versjesboek met plaatjes. Daarbij een plaatje van een witte olifant in tropisch (palmen) landschap. Het versje luidde als volgt&#8221;</p>
<p>Ik ben een witte olifant.</p>
<p>Ik kom heel uit Somaliland</p>
<p>Daar zijn de mensen zwart als roet</p>
<p><strong>Daar smaakt de pisang honingzoet</strong></p>
<p><strong>Maar ik lustte nooit een pisang hoor</strong>,</p>
<p>Oh nee, dank je daar hartelijk voor.</p>
<p>Want zie, ik heb geen enkele tand</p>
<p>Al kom ik uit Somaliland!</p>
<p>Dit versje (ik hoop dat ik het nog goed heb) werd door mij en mijn zusjes luidop meegelezen en is gewoon in mijn hoofd blijven hangen. Vooral omdat mama steeds maar moest uitleggen wat een pisang was. Dat was een Banaan en een banaan was ongeveer zoo groot en geel en er zat een schil omheen en als je die er afhaalde dan was het binnenste heel zacht, zoet en lekker. Maar het was nu oorlog en dan kwamen er geen bananen uit Somaliland!</p>
<p>Toen er eenmaal weer bananen waren werd bij ons thuis het versje van de witte olifant nog vaak geciteerd!</p>
<p> </p>
<p>(Joke K van R.)</p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>Het verhaal over de banaan ken ik in een versie in Almelo’s dialect, dat ik nu niet zal bezigen. Uiteraard waren er tijdens WO II geen bananen te koop, en kenden de kinderen die in 1945 een jaar of 6,7 waren, die vrucht niet. Het ging zo : oma geeft Jantje trots de eerste weer te krijgen banaan mee , en de volgende dag zegt Jantje dat hij <strong>het merg eruit weggedaan</strong> had, en dat hij <strong>de schillen zuur</strong> vond.</p>
<p>(A.N.M. P.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>Het gezin van mijn moeder overleefde de Hongerwinter in delft. En vlak na de bevrijding kregen mijn moeder en haar zus van een Canadees hun eerste banaan. De zus at het op om vervolgens uit te roepen: <strong>‘heerlijk, heerlijk, alleen de buitenkant was vies!’</strong> En Delft was toch niet een afgelegen dorp. Mogelijk dat indertijd de combinatie van crisisjaren daarvoor en de oorlogsperiode de banaan in de lagere echalons van de bevolking toch tot een relatief onbekend product hebben gemaakt.</p>
<p>(Jos V.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>Tijdens de oorlogsjaren was aan alles gebrek. Stel je even voor dat je jaren lang geen banaan gezien hebt, laat staan geproefd. Bij de bevrijding in mei 1945 was ik 10 jaar. <strong>Ik herinner me nog levendig dat ik in de zomer van ‘45 voor het eerst een banaan proefde</strong>: even wennen, maar wel lekker. Uw conclusie dat het dienstmeisje, dat de banaan niet kende, ‘enigszins wereldvreemd en naïef’ zou zijn, ‘hoogstwaarschijnlijk uit een afgelegen dorp’ klopt ergens niet: ze had net 5 jaar (vijf lange jaren!) oorlog achter de rug.</p>
<p>(T. K.)</p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>Mijn moeder vertelde me eens dat haar jongste zus (mijn tante dus) vlak na de oorlog aan haar moeder vroeg:  ‘Ma (of eigenlijk: <strong>Mem</strong>, want het was in Harlingen), <strong>wat zijn dat voor gele dingen</strong>?’  Ze had ze nog nooit gezien, mijn oma kende ze wel, van voor de oorlog.  Mijn oma werd daar zo door aangegrepen dat ze, ondanks de hoge prijs, direkt een banaan voor haar kocht.   Vriendelijke groet</p>
<p>(G.V. uit Almelo)</p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>Ik was in 1945 een meisje van 10 jaar en ik herinner me dat ik met mijn moeder naar de groentewinkel ging, waar natuurlijk haast niets te koop was. Op de winkelruit was een reclame geplakt. Een banaan met het woord Fyves er onder. ‘Mam, hoe heten die dingen ook al weer?’, was mijn vraag toen. M’n moeder tegen de groenteboer: <strong>‘‘t is toch God geklaagd dat die kinderen niet eens meer weten wat een banaantje is</strong>!’</p>
<p>Ik woonde in Den Haag en we hadden het niet arm. Maar door de oorlog gewoon vergeten wat een banaan was, nooit meer gezien. Het is dus best mogelijk dat dat dienstmeisje (vroeger werden ze dat soms al op hun 12e) het ook niet meer wist of in armoede het misschien echt nog nooit gezien had.</p>
<p>(N.O.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>Juni 1945. Mijn Vader kwam op een dag thuis met groene dingen die ik als 4 en half jarige niet kende en waarvan hij zei, dat ze van een vrachtauto waren gevallen. Een eufemisme in die tijd voor stelen! Mijn ouders zeiden me, dat die tros groene dingen, bananen dus, eetbaar zouden zijn als ze bleven liggen en geel werden. <strong>Elke dag keek ik of ze een beetje geler waren</strong> en vroeg ik mijn moeder of het eetmoment al was aangebroken. Kort daarvoor had ik ook al iets anders gegeten wat totaal nieuw voor mij was. Een stukje chocola. Voor mij als oorlogskind waren dit producten die ik niet kende.</p>
<p>(Jansje S. )</p>
<p> </p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>Voor mij kwam de eerste banaan van de heer en mevrouw Pennings, buren van mijn grootouders aan de Lange Nieuwstraat in Schiedam. Vlak na de oorlog en de hongerwinter met een moeder die mij, vijfjarige zo veel mogelijk volpropte met wat zij dacht voedzaam te zijn. Het zag er niet uit, <strong>een banaantje van niks</strong>, nog geen twaalf centimeter en het smaakte als een meelbal zonder smaak. Van mijn vader, die de wereldzeeën bevoer, kende ik de vreemde vrucht uit een plaatjesboek, waarin een grote neger (dat mocht ik toen nog zeggen) met een bijna even grote tros bananen stond afgebeeld. De fotografische werkelijkheid van de foto correspondeerde op geen enkele wijze met de ervaring in de achtertuin van oma.</p>
<p>(Ben v. B.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>Mijn oom die bij afloop van de oorlog acht jaar was, vertelde mij dat hij <strong>na de oorlog voor het eerst een banaan had gezien</strong>. Er waren voor de oorlog wel bananen, maar hij was toen te jong om zich dat te herinneren, na mei 1940 was de import van alle ‘Koloniale’ waren gestopt. Ook pinda’s, chocola etc zag je toen niet meer. Dus het bananenverhaal gold vooral de jeugd in 1945.</p>
<p>(Ron S.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>[…] Ook ruim na de oorlog kwamen bananen heel traag weer beschikbaar. Eerst, op de bon, alleen voor gezinnen met heel kleine kinderen. Ik herinner mij nog het opgewonden verhaal, op school in Amsterdam, van een vriendje van een jaar of 8 à 9, die één van de bananen van z’n kleine broertje had mogen opeten. Voor ander uitheems fruit, zoals sinaasappels, gold een soortgelijk verhaal. Die werden <strong>op de scholen uitgedeeld om de kinderen te laten aansterken</strong> en zorgden ook voor veel vreugde en verbazing. Maar ik geef toe, als het echt om een (wat ouder) diénstmeisje gaat, kan die oorlogsperiode niet de volledige verklaring zijn van het onbegrip.</p>
<p>(Volkert K.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1945</strong></p>
<p>Hoewel ik de rubriek Woordhoek altijd lees, trof het onderwerp mij bijzonder omdat ik juist aan een 10 jaar jongere vriendin had verteld dat na de bevrijding de eerste banaan in ons gezin zijn intrede deed. Ik ben twee jaar voor de oorlog geboren en had nog nooit een banaan gezien of geproefd. <strong>Ons gezin telde zes personen en op een dag kwam er na het eten 1 banaan op tafel.</strong> Het was dus wel iets bijzonders. Deze banaan ging in eerste instantie mijn neus voorbij omdat mijn jongere broer de banaan van mijn moeder mocht proeven. Hij vond het zo vies dat hij de boel uitspuugde. Ongetwijfeld zal ik daarna ook een stukje banaan gekregen hebben, maar dat herinner ik me niet.</p>
<p>U begrijpt dat ik de reactie van het dienstmeisje in uw verhaal helemaal niet vreemd vond. Mijn ouders zullen de banaan wel gekend hebben van voor de oorlog en mijn oudste broer misschien ook wel. Ik kan het ze niet vragen, want ze leven niet meer.</p>
<p>Voor een groot aantal Nederlanders die nu rond de 70 jaar oud zijn zal de banaan een mysterieuze vrucht geweest zijn die ze pas na de oorlog hebben leren kennen. Later hebben we de banaan leren waarderen (ook mijn jongere broer), vooral omdat hij zo makkelijk te eten was. Mijn moeder noemde het ‘<strong>fruit voor luie mensen’</strong>.</p>
<p>(Wil D.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1946</strong></p>
<p>Voorjaar 1946 lag ik als jong meisje in het ziekenhuis in Haarlem. Op een avond kwam de hoofdzuster de zaal binnen met een enorme tros bananen. We waren stomverbaasd, <strong>ze gaf ons allemaal een banaan, het was de eerste na al die jaren</strong>! Nooit ben ik dat vergeten!</p>
<p>(J.M. van V.F.)</p>
<p><strong>1947</strong></p>
<p>In 1947 ging mijn vader (1903) voor het eerst na de oorlog op een reisje naar het buitenland met een vriend, per auto (Hansa) naar België.Toen hij een paar dagen later terug kwam en uit de auto stapte was het eerste dat hij ons toeriep : ‘<strong>Ik heb bananen bij mij!</strong>’ België dat driekwart jaar eerder bevrijd was had de bananenimport (Congo?) natuurlijk ook eerder aan de gang dan Nederland.</p>
<p>(Lucas B.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1949</strong></p>
<p>Zoals zoveel kinderen van mijn generatie (1937) wist ik na de oorlog  niet wat een banaan was. Ik kende trouwens ook geen sinaasappel (wel  <em>bietenkoekjes</em>, nu geheel onbekend) en tot op de huidige dag moet ik  even nadenken wat ook weer het verschil is tussen krenten en rozijnen. Direct na de oorlog werd ik als ondervoed bleekneusje voor drie  maanden naar Frankrijk gestuurd, via het Rode Kruis. Misschien zou het  kind nooit meer in het buitenland komen was de gedachte. Andere  kinderen gingen naar Engeland, Frankrijk, Zwitserland. Ik had  gruwelijk heimwee, wilde absoluut niet huilen, leerde er wijn met  water drinken en grote mokken koffie. Kwam weinig aan. Sprak aardig  Frans. Daarna werd in ons gezin in 1949 een zusje geboren en aangezien we  weinig geld hadden <strong>werd er alleen voor haar als klein meisje een  sinaasappel gekocht</strong>. Ze kreeg die uitgeperst, een halve. De andere  helft lag dan op een bordje in de kast en voorzichtig, zodat niemand  het zou zien, nam ik er af en toe een hapje van. Ik vond het  onvoorstelbaar lekker en voelde me zeer schuldig. Bananen en  sinaasappels heb ik in Frankrijk noch in Nederland gezien. Het  &#8220;buitenland&#8221; is later ingehaald.  (N.P.) </p>
<p> </p>
<p><strong>1949</strong></p>
<p>In 1946 was ik 9 jaar. Mijn vader vroeg me op een moment<strong> wat ik het allerliefste zou willen hebben</strong>. <strong>Een banaan, antwoordde ik </strong>pijlsnel. Hij keek teleurgesteld, erg teleurgesteld, zelfs. Wat had de lieverd aangeschaft? Een tweedehands fiets; een ongekende luxe, in die tijd! De banaan kreeg ik daarna ook nog! </p>
<p>(E.E. N.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1950-1957</strong></p>
<p>In de jaren 1950 tot 1957 woonde ik in Epse, dat is ca. 3,5 kilometer ten zuiden van Deventer. Mijn moeder had voor het huishouden een keer in de week hulp van een boerendochter van 18 jaar uit het ‘Achterveld’ van Epse. Op een dag had mijn moeder bananen in huis, gekocht bij een fruithandel in Deventer. Het dienstmeisje keek er verbaasd naar en vroeg ‘<strong>wat bint dat veur dingen?</strong>’ Ze had nog nooit van bananen gehoord, laat staan gezien. Dit zelfde meisje was ook in haar jonge leven nog nooit (!) in Deventer geweest. Het is dus plausibel dat de banaan in die tijd nog vrij onbekend was, in ieder geval in het Achterveld!</p>
<p>(Derk B.)</p>
<p> </p>
<p><strong>1956</strong></p>
<p>Met een zeker plezier lees ik vaak Uw artikelen in de NRC, zo ook dat over ‘De eerste Banaan’. U bent getroffen door de tijdspanne tussen de eerste optekening van de banaan in 1596 (die is geheel juist, want gemaakt tijdens de eerste Nederlandse expeditie naar het Verre Oosten onder Cornelis de Houtman 1595/97) en de consumptie van bananen op grote schaal in Nederland, door U gedateerd, (om dezelfde cijfers weer te gebruiken) omstreeks 1956. Het is niet moeilijk om voor die eeuwen verschil in tijd een duidelijke verklaring te geven. In de eerste plaats was het voor de komst van de stoomvaart (zeg vanaf 1850) al helemaal onmogelijk om geregelde afvaarten te garanderen, de terugreis vanuit het Verre Oosten kon van drie maanden tot wel een jaar duren. Zelfs tijdens de snelste reis zou het onmogelijk zijn om bananen in een consumabele conditie in Europa aan te bieden.</p>
<p>In de tweede plaats waren hiervoor koelschepen nodig en die kwamen er pas toen men van elektriciteit gebruik begon te maken om daarmee de compressoren aan te drijven, dat was dus in ieder geval na 1900.</p>
<p>In de derde plaats duurt zelfs het transport van bananen met koelschepen vanuit Indonesië naar Europa nog steeds te lang: het is té duur. Vanuit Indonesië en de Filippijnen gaan de bananen naar Japan. Het oergebied van de bananen is Nieuw Guinea.</p>
<p>Het is, in de vierde plaats, pas sinds de Amerikaanse maatschappijen in Midden Amerika grote plantages van bananen hebben aangelegd, dat, dankzij de korte reistijd, op commerciële schaal bananen in Europa konden worden aangeboden. En dat is eigenlijk pas sinds de eerste Wereldoorlog. En dat klopt dan zowat met Uw mededeling, dat omstreeks 1925 bananen voor het eerst in Europese romans een plaats krijgen. <strong>Eerst bleef de consumptie beperkt tot een kleine elite</strong>, maar langzamerhand verspreidde die zich meer en meer. Het incident na de bevrijding, waarover U schrijft, is wel uitzonderlijk.</p>
<p>(H. von S., ex-directeur van een bananen-plantage in Ecuador)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/14/de-eerste-banaan-reacties-van-lezers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De eerste banaan</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/09/de-eerste-banaan/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/09/de-eerste-banaan/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 09 Feb 2010 16:14:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[WoordHoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1619</guid>
		<description><![CDATA[Opeens was daar de vraag: wanneer raakten de bananen in Nederland algemeen bekend?
Dit weekend raakte ik verzeild in een discussie over de ouderdom van de banaan. Of beter: over de vraag sinds wanneer de banaan in Nederland algemeen bekend is.
Dat kwam doordat ik in Amsterdam de jeugdtheatervoorstelling ‘Jan Steenstraat 1’ had gezien. In die voorstelling, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Opeens was daar de vraag: wanneer raakten de bananen in Nederland algemeen bekend?</strong></p>
<p><span id="more-1619"></span>Dit weekend raakte ik verzeild in een discussie over de ouderdom van de banaan. Of beter: over de vraag sinds wanneer de banaan in Nederland algemeen bekend is.<br />
Dat kwam doordat ik in Amsterdam de jeugdtheatervoorstelling ‘Jan Steenstraat 1’ had gezien. In die voorstelling, waarin kleinkinderen gebeurtenissen uit het leven van hun grootmoeder herbeleven, zitten enkele fraaie historische anekdotes verweven.</p>
<p>Hoogtepunt: een scène waarin de vertoning van de film ‘Rock Around The Clock’ wordt nagespeeld, in 1956 in Gouda. Bij eerdere vertoningen, kort daarvoor, had deze film tot ongeregeldheden geleid (zingende en dansende jeugd in de gangpaden). Apeldoorn had de vertoning simpelweg verboden, maar Gouda had voor een andere oplossing gekozen: de film werd wel vertoond, maar zonder geluid.</p>
<p>Een rockfilm op last van de politie vertonen zonder geluid – onvoorstelbaar dat zoiets 54 jaar geleden nog kon gebeuren in dit land.</p>
<p>Een andere anekdote die met enthousiasme door de jonge acteurs wordt nagespeeld, heeft plaats tijdens de Bevrijding. We zien een Canadese soldaat die een Nederlands dienstmeisje een haar onbekend, langwerpig stuk fruit geeft.</p>
<p>Het meisje neemt een hap en spuugt vol walging op de grond, waarna de soldaat het fruit lachend terugneemt. Tot verbazing van het meisje pelt hij (,,zonder mesje!’’) de schil eraf, eerst hier een reep, dan daar, helemaal rondom. De scène wordt alleen met gebaren gespeeld, maar inmiddels is voor iedereen duidelijk: hier wordt een banaan gepeld.</p>
<p>Discussie na afloop van de voorstelling: raakte de banaan in Nederland inderdaad pas na 1945 algemeen bekend?</p>
<p>Dit soort dingen zijn lastiger te onderzoeken dan je zou denken. Je kunt in kranten, tijdschriften, romans, naslagwerken en kookboeken gaan zoeken, maar kom je daarin werkelijk te weten hoe algemeen bekend iets was? En wat versta je daar precies onder? Fruit is sowieso lang een luxe geweest, zeker exotisch fruit. Vervolgens zal het eerder in steden (grotere afzetmarkten) en havenplaatsen (aanvoerplaatsen) zijn verbreid, dan op het platteland. En ook zullen er wat dit betreft verschillen zijn geweest tussen kort en lang houdbaar fruit.</p>
<p>Zeker is dat je voor dergelijke vragen niet veel hebt aan dateringen. Het woord <em>banaan</em> is al in 1596 voor het eerst opgetekend (samen met <em>pisang</em>), maar dat was in een reisbeschrijving. Dat blijft zo van grofweg de 16de tot de 18de eeuw. Als we ons tot literaire bronnen beperken, komen we het woord <em>banaan</em> vervolgens vrijwel alleen tegen in romans die in Indië of West-Indië spelen, dan wel in die kringen. Bij Couperus betekent <em>banaan</em> overigens meestal ‘bananenboom’: ,,De bananen hieven hun bladeren als fris groene roeispanen op.’’</p>
<p>Vanaf omstreeks 1915 duiken in romans geleidelijk aan vaker bananen op. We komen ze tegen op markten, bij straatventers, bij de apen in Artis, in voedsel voor kinderen, in de zakken van kwajongens die bananen pikken, enzovoorts. De <em>bananenschil</em> waarover je spreekwoordelijk kunt uitglijden dateert van 1924, de dooddoener <em>waarom zijn de bananen krom</em> (als antwoord op een onbeantwoordbare vraag) is in 1932 voor het eerst opgetekend.</p>
<p>Voorlopige conclusie: zonder twijfel klopt die anekdote over het dienstmeisje en de Canadese soldaat, want voor dit jeugdtheaterstuk zijn betrouwbare bronnen geraadpleegd, maar vermoedelijk ging het om een enigszins wereldvreemd, naïef meisje, hoogstwaarschijnlijk uit een afgelegen dorp. Want zo onbekend was de banaan in Nederland voor de oorlog nou ook weer niet.</p>
<p><strong>Ewoud Sanders</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/02/09/de-eerste-banaan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
