<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Woordhoek</title>
	<atom:link href="http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Sun, 19 Dec 2010 23:00:00 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1.3</generator>
		<item>
		<title>De nieuwe woorden van 1910</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/20/de-nieuwe-woorden-van-1910/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/20/de-nieuwe-woorden-van-1910/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 19 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/20/de-nieuwe-woorden-van-1910/</guid>
		<description><![CDATA[Toen Nicoline van der Sijs in 2001 het proefschrift Etymologie in het digitale tijdperk publiceerde, voorspelde zij dat de sterke toename van digitale bronnen in de nabije toekomst voor talloze vroegere dateringen van woorden en uitdrukkingen zou zorgen. Zij besloot haar boek met een chronologische lijst van zo’n 18.000 woorden – van het jaar 107 [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Toen Nicoline van der Sijs in 2001 het proefschrift <em>Etymologie in het digitale tijdperk</em> publiceerde, voorspelde zij  dat de sterke toename van digitale bronnen in de nabije toekomst voor talloze vroegere dateringen van woorden en uitdrukkingen zou  zorgen. Zij besloot haar boek met een chronologische lijst van zo’n 18.000 woorden – van het jaar 107 (toen het Nederlandse <em>wad </em>in een Latijnse tekst werd vastgelegd) tot en met 2000, toen wij <em>weblog </em>uit het Engels leenden.</p>
<p><span id="more-1819"></span></p>
<p>Nu er zoveel wordt geschreven over de nieuwe woorden van 2010, vroeg ik mij af welke woorden in 1910 als nieuw werden beschouwd. Het proefschrift van Van der Sijs is daarvoor de beste bron. Voor 1910 vermeldt zij in totaal 76 woorden – woorden die zij onder meer nazocht in de digitale bronnen die ons in 2001 ter beschikking stonden. Er zitten allerlei interessante woorden bij, zoals <em>adrenaline</em>, <em>bioscoop</em>, <em>cellulitis</em>, <em>dirigent</em>, <em>ketjap</em>, <em>lunchroom</em>, <em>ouwehoeren </em>en <em>vliegenier</em>. Inmiddels zijn we negen jaar verder en zijn er miljoenen pagina’s aan historische Nederlandse teksten bijgekomen. Zouden daarin inderdaad veel vroegere bronnen voor die woorden te vinden zijn?</p>
<p>Ja. Sterker nog, dat geldt voor het overgrote deel van de woorden. Soms scheelt het slechts een paar jaar, soms ruim een halve eeuw. Zo kennen we <em>dirigent </em>niet sinds 1910, maar al zeker sinds 1846. <em>Ketjap </em>bleek al in 1876 te vinden („Er zijn voorwerpen die de Europeanen onder elkander zelfs nooit anders dan bij de maleische namen noemen: zoo spreekt men niet van <em>soja </em> maar van <em>ketjap</em>’’), <em>lunchroom </em>in 1898 („Eerstdaags opening van The American Lunchroom, Kalverstraat 16’’) en <em>bioscoop </em> in 1896 – kort nadat in Berlijn, New York en Parijs de eerste filmbeelden („bewegende photographiën’’) tegen betaling aan het publiek waren getoond.</p>
<p>Een van de weinige woorden uit de lijst van Van der Sijs voor het jaar 1910 waarvoor (op dit moment) geen vroegere bron te vinden is, is <em>vliegenier</em>. Dit was ontstaan ter vervanging van <em>aviateur</em>, terwijl vliegenier al snel weer plaats moest maken voor <em>piloot</em>, dat in 1912 voor het eerst is gesignaleerd.</p>
<p> Er werd in 1910 veel over luchtvaart geschreven – toen een opkomend transportmiddel. Het is interessant om te zien hoe men in dit verband zocht naar goede Nederlandse woorden, bijvoorbeeld voor een vliegtuig dat op het water kon landen. <em>Hydroplaan</em>, <em>hydro-aëroplaan</em>, <em>aëro-hydroplaan</em>, <em>avion-marin</em> – ze passeerden allemaal de revue. In 1911 schreef het <em>Algemeen Handelsblad</em>, in een berichtje over de aëro-hydroplaan: „Wie geeft ons een beter Hollandsch woord voor dit watervliegtuig’’ – niet beseffend hiermee zelf al de vraag te hebben beantwoord.</p>
<p>Vorige week lanceerde Google in stilte de bètaversie van een toepassing waarmee je de ouderdom en frequentie van Engelse, Franse, Duitse, Russische en Spaanse woorden en uitdrukkingen kunt nazoeken. Deze toepassing, waarover later deze week meer in Taalnieuws, maakt gebruik van de miljoenen boeken die al door Google zijn gedigitaliseerd. </p>
<p>Is zoiets ook te maken voor het Nederlands? Zeker, en de bronnen zijn er al. Een en ander lijkt mij een prachtige uitdaging voor het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, het wetenschappelijke woordenboekinstituut van Nederland. Negen jaar na het proefschrift van Van der Sijs ligt alles klaar om de etymologie, de wetenschap die de geschiedenis van woorden opspoort, werkelijk te laten toetreden tot het digitale tijdperk.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/20/de-nieuwe-woorden-van-1910/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Schaatsen of schaatsenrijden?</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/13/schaatsen-of-schaatsenrijden/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/13/schaatsen-of-schaatsenrijden/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 12 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/13/schaatsen-of-schaatsenrijden/</guid>
		<description><![CDATA[Het is nu even aan ’t dooien, maar als het een beetje meezit kunnen we binnenkort onze schaatsen weer onderbinden. Als u dat gedaan hebt en u glijdt er vandoor, hoe noemt u dit dan: schaatsen of schaatsenrijden? Ik zou zeggen: schaatsen. Ik schaats, jij schaatst, wij schaatsen. En als u mij zou vragen: hoe [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Het is nu even aan ’t dooien, maar als het een beetje meezit kunnen we binnenkort onze schaatsen weer onderbinden. Als u dat gedaan hebt en u glijdt er vandoor, hoe noemt u dit dan: <em>schaatsen </em>of <em>schaatsenrijden</em>?</p>
<p>Ik zou zeggen: <em>schaatsen</em>. Ik schaats, jij schaatst, wij schaatsen.</p>
<p>En als u mij zou vragen: hoe lang wordt het werkwoord <em>schaatsen </em>al in het Nederlands gebruikt, dan zou ik antwoorden: zonder twijfel sinds mensenheugenis. We <em>fietsen </em>op de fiets, we <em>lepelen </em>met een lepel, dus we <em>schaatsen </em>op schaatsen – wat is er logischer dan dat?</p>
<p><span id="more-1818"></span></p>
<p>Maar zo simpel ligt dat niet.</p>
<p> De Grote Van Dale vermeldt het werkwoord <em>schaatsen </em>pas sinds 1898. In de druk ervoor, die in 1884 verscheen, was alleen nog sprake van <em>schaatsenrijden </em>(overigens zonder betekenis, die werd kennelijk als algemeen bekend beschouwd).</p>
<p> Het Woordenboek der Nederlandsche Taal, het grote wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands, besteedde in 1921 een apart artikel aan het werkwoord <em>schaatsenrijden</em>. Het werkwoord <em>schaatsen </em>werd slechts kort genoemd bij <em>schaats</em>, met als enige toelichting: Schaatsenrijden, niet algemeen.’’</p>
<p>Hm, niet in de Van Dale van 1884, wel in die van 1898, in 1921 nog „niet algemeen” – als we deze bronnen mogen geloven is het werkwoord <em>schaatsen </em>dus helemaal niet zo oud als de weg naar Kralingen, maar pas in de laatste decennia van de 19de eeuw ontstaan.</p>
<p>Kunnen we daar een bevestiging van vinden? Ja, en makkelijker dan u zou denken. Ik heb hier weleens eerder melding gemaakt van de digitale verzameling historische kranten van de Koninklijke Bibliotheek.</p>
<p> Aanvankelijk bevatte die 1 miljoen krantenpagina’s uit de periode 1618-1945, maar onlangs is er een half miljoen pagina’s aan toegevoegd, en begin volgend jaar komt er nog zo’n portie. Er komen dan ook kranten bij tot 1995 (zij het niet <em>NRC Handelsblad</em>).</p>
<p>Wie deze prachtcollectie doorzoekt heeft al snel beet, want op 23 januari 1893 plaatste <em>Het  nieuws van den dag </em>een ingezonden brief van C.J. Vierhout onder de kop ‘Het invoeren van nieuwe woorden’.</p>
<p> Vierhout begint als volgt: „Een paar dagen geleden werd door een der lezers van dit blad voorgesteld het lange woord <em>schaatsenrijden </em>te vervangen door het kortere <em>schaatsen</em>.”</p>
<p>Vierhout wijst dit voorstel af op basis van een curieus argument. </p>
<p>Onze woordenschat verandert geleidelijk aan, stelt hij, en zomaar een nieuw woord introduceren is een vrijwel kansloze onderneming.</p>
<p>Het aardige is dat de daarop volgende ingezonden brieven – een kleine selectie uit een groot aanbod, aldus de redactie –  juist aantonen dat het werkwoord <em>schaatsen </em>indertijd al aan een geleidelijke opmars begonnen was. Iemand schreef: „Het werkwoord <em>schaatsen </em>is <em>niet </em>nieuw en mijns inziens zeer juist. Gedurende mijn 7-jarig verblijf in Limburg heb ik meermalen hooren zeggen: ‘Ik ga schaatsen’.’’ </p>
<p>Een andere lezer kende het juist uit het noorden van het land. En niet zomaar uit de mond van dialectsprekers, die drukten zich anders uit, maar „uit den mond van hen die beschaafd Nederlandsch spreken’’.</p>
<p>Op basis van deze informatie concludeerde <em>Het nieuws van den dag</em>: „Alles te zaam genomen, heeft het woord <em>schaatsen </em>kans ’t te winnen, nu ook de ‘spraakmakende gemeente’ er reeds meê bezig is.’’</p>
<p>Kortom, we rijden sinds eeuwen schaatsen in dit land, maar we gebruiken daarvoor pas sinds het eind van de 19de eeuw het werkwoord <em>schaatsen</em>.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/13/schaatsen-of-schaatsenrijden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Oude post vol taalvondsten</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/06/oude-post-vol-taalvondsten/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/06/oude-post-vol-taalvondsten/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 05 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/06/oude-post-vol-taalvondsten/</guid>
		<description><![CDATA[Op 6 december 1779, vandaag precies 231 jaar geleden, stuurde de zus van matroos Jacob Smit haar broer een pakketje met sinterklaascadeautjes. De zus woonde in Amsterdam en Jacob lag met zijn schip in Hellevoetsluis, in afwachting van zijn reis naar Batavia. In het pakket zaten noten, beschuit, koek, appelgebak en een kruik jenever. Hoe [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Op 6 december 1779, vandaag precies 231 jaar geleden, stuurde de zus van matroos Jacob Smit haar broer een pakketje met sinterklaascadeautjes. De zus woonde in Amsterdam en Jacob lag met zijn schip in Hellevoetsluis, in afwachting van zijn reis naar Batavia. In het pakket zaten noten, beschuit, koek, appelgebak en een kruik jenever. </p>
<p>Hoe weten we dit zo precies? Omdat Jacobs zuster de inhoud van het pakket opsomde in een kattebelletje dat Jacob bewaarde. Later werd zijn schip door Britten overvallen en in beslag genomen. Het is niet meer zo algemeen bekend, maar Nederland en Engeland waren gedurende de 17de en 18de eeuw tot vijfmaal toe in oorlog met elkaar. Tijdens die oorlogen werden duizenden Nederlandse schepen gekaapt en naar Engelse havens gesleept. Alles aan boord werd ingenomen en keurig geïnventariseerd. Veel spullen werden verkocht, maar alle papieren bleven bewaard in het archief van de High Court of Admiralty.</p>
<p><span id="more-1816"></span></p>
<p>Daar ligt ook het kattebelletje van Jacobs zus, samen met zo’n 38.000 andere poststukken, waaronder ruim 16.000 persoonlijke brieven. Deze schat, die inmiddels bekendstaat onder de naam ‘Sailing Letters’, werd pas in 1980 bij toeval ontdekt. Roelof van Gelder, die een paar jaar geleden de eerste ruwe inventarisatie maakte, heeft er geregeld over geschreven in deze krant, en op initiatief van de Koninklijke Bibliotheek geeft de Walburg Pers de reeks ‘Sailing Letters Journaal’ uit, waarvan onlangs deel drie verscheen.</p>
<p>Dit derde deel is bezorgd door een taalkundige, de Leidse hoogleraar Marijke van der Wal. Meer dan hiervoor is in dit deel, getiteld <em>De voortvarende zeemansvrouw. Openhartige brieven aan geliefden op zee</em>, dan ook aandacht besteed aan het taalgebruik in de brieven.</p>
<p>Waarom zijn taalkundigen zo euforisch over de Sailing Letters? Omdat onze kennis van het Nederlands van de 17de en 18de eeuw tot nu toe vooral was gebaseerd op teksten van mensen (vooral mannen) uit de bovenste laag van de samenleving – hoogopgeleiden die zich formeel uitdrukten. In de 25 brieven van Hendrikje en Meymerigje, die nu centraal staan, komen twee vrouwen uit het volk aan het woord. Hendrikje kon zelf nauwelijks schrijven en liet haar brieven opstellen door iemand uit haar omgeving. Meymerigje schreef haar brieven wel zelf, maar zonder interpunctie, hoofdletters of structuur. Het is een brij van woorden, vol fouten en puzzels. Je kunt niet anders dan bewondering hebben voor de scherpzinnigheid waarmee Van der Wal deze brieven heeft bezorgd.</p>
<p>Meymerigje was zich er trouwens van bewust dat ze slordig schreef. Onder een brief waarin zij haar man meldt dat hij vader is geworden van een „schonne dikken vitte (vette) dogter”, schrijft zij: „Ue moet de vouten over het hood sien, want ue dogter gunt mij geen tijt.”</p>
<p>De brieven leren ons dingen over regionale werkwoordsvormen (<em>zij benne, ik gaan</em>), over uitspraakverschijnselen (<em>bie uw moeder, een alf uur</em>), over verkleinvormen (<em>pakkie, morgeglasie</em>), over typische spreektaalconstructies als „van de kaptyns vrou weet ik nog niets van”, enzovoorts – het is te veel om op te noemen. Alleen al de spellingvarianten zijn soms duizelingwekkend. Zo vinden we ‘sinterklaas’ bijvoorbeeld als <em>sinte nikelaas</em>, <em>sintecoolaas </em>en <em>sunterkals</em>. </p>
<p>Sunterkals komt voor in het enige briefje dat Hendrikje zelf schreef. Bij een zak koffiebonen waarin voor haar armlastige echtgenoot een grote verrassing verstopt zat: een dukaat.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/12/06/oude-post-vol-taalvondsten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De eerste fatsoensrakker</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/29/de-eerste-fatsoensrakker/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/29/de-eerste-fatsoensrakker/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 28 Nov 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/28/de-eerste-fatsoensrakker/</guid>
		<description><![CDATA[Vorige week is de website www.mennoterbraak.nl gelanceerd. Bijzonder aan deze website is dat je naast de gedigitaliseerde versie van een tekst vaak het origineel te zien krijgt. Zo staan naast de uitgetikte versie van een brief – er zijn er zo’n vierduizend van en aan hem bewaard – afbeeldingen van het handschrift. Van sommige boeken [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Vorige week is de website www.mennoterbraak.nl gelanceerd. Bijzonder aan deze website is dat je naast de gedigitaliseerde versie van een tekst vaak het origineel te zien krijgt. Zo staan naast de uitgetikte versie van een brief – er zijn er zo’n vierduizend van en aan hem bewaard – afbeeldingen van het handschrift. Van sommige boeken krijg je niet alleen het manuscript te zien, met doorhalingen en verbeteringen, maar zelfs de drukproef. Daarnaast zijn er foto’s van de schrijver, scans van zijn agenda’s, een tijdbalk – het is allemaal goed bedacht en vernieuwend, dus ik hoop dat er naar dit voorbeeld nog veel schrijverssites mogen volgen.</p>
<p><span id="more-1814"></span></p>
<p>Je kunt op deze site ook het antwoord vinden op een kleine puzzel in de Grote Van Dale. Ter Braak (1902-1940) wordt in dit woordenboek slechts een paar maal genoemd, want hoeveel hij ook geschreven heeft en hoe invloedrijk hij in zijn tijd ook was – inmiddels is hij grotendeels vergeten. Maar bij het trefwoord <em>fatsoensrakker </em>schrijft Van Dale: „Een volgens Ter Braak door Vestdijk gecreëerde term.”</p>
<p>Dat is een ongebruikelijke formulering. Want waarom wordt Ter Braak hier als bron opgevoerd? Het wordt nog ingewikkelder als je het <em>Woordenboek der Nederlandsche Taal</em> (WNT) erbij pakt. Dit wetenschappelijke woordenboek schreef in 2007 bij <em>fatsoensrakker</em>: „Een door M. ter Braak gecreëerde term”, met als bron: de Grote Van Dale uit 1976.</p>
<p>Dus nog maar even de oude Grote Van Dales erbij gepakt. Inderdaad stond daarin tussen 1970 en 1992 dat <em>fatsoensrakker </em>is bedacht door Menno ter Braak. Maar vervolgens is dit veranderd in: „Een volgens Ter Braak door Vestdijk gecreëerde term.”</p>
<p>Het wordt, helaas, nóg iets ingewikkelder. Het WNT zegt weliswaar, op basis van de Grote Van Dale uit 1976, dat <em>fatsoensrakker </em>is verzonnen door Ter Braak, maar als vroegste voorbeeld voert dit woordenboek een citaat op van Vestdijk. Uit <em>Lier en lancet</em>, een boek dat wordt gedateerd op 1935.</p>
<p>Dus hoe zit het nou? Wie heeft dit nuttige woord bedacht: Ter Braak of Vestdijk? En als Vestdijk de bedenker is, verzon hij dit woord dan inderdaad in 1935?</p>
<p>Zoals gezegd: via de website mennoterbraak.nl is het antwoord bij elkaar te sprokkelen. Het is als volgt gegaan. Vestdijk publiceerde <em>Lier en lancet </em>niet in 1935, zoals het WNT beweert, maar in 1939. In dat boek gebruikt hij inderdaad het woord <em>fatsoensrakker </em>(„zonder te vervallen in het al of niet politiek geüniformeerd gehuichel van de fatsoensrakkers”). Ter Braak schreef in mei 1939 een bespreking van dit boek, zonder het woord <em>fatsoensrakker </em>te noemen. Vervolgens publiceerde Vestdijk in november 1939 in het maandblad <em>Groot Nederland</em> een scherpe aanval op de criticus J.W.F. Werumeus Buning, getiteld ‘De fatsoensrakker’. Op 10 november 1939 schreef Ter Braak hierover een stuk in <em>Het Vaderland</em> onder de kop: „S. Vestdijk over den ‘fatsoensrakker’. Wat is fatsoen?”</p>
<p>Fatsoensrakker is dus niet verzonnen door Ter Braak, maar door Vestdijk. Dit gebeurde niet in 1935, maar in 1939. Ter Braak heeft wellicht bijgedragen aan de bekendheid van dit nieuwe woord door het prominent te gebruiken in Het Vaderland. Later gebruikte hij het nog diverse keren in brieven. </p>
<p>De eerste persoon die het etiket <em>fatsoensrakker </em>kreeg opgeplakt was de schrijver en dichter J.W.F. Werumeus Buning, maar velen zouden volgen. Zo beleefde het woord vorige week nog een kleine piek in verband met verzwegen of achteloos vergeten feitjes uit het verleden van verscheidene PVV-Kamerleden.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/29/de-eerste-fatsoensrakker/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Zwezerik? Zwezer jij?</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/18/zwezerik-zwezer-jij/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/18/zwezerik-zwezer-jij/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Nov 2010 15:50:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[WoordHoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1811</guid>
		<description><![CDATA[Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook graag met woorden, zeker als hij schreef. Maar wat Toon kon was uniek, vond hij, en ik denk dat veel van zijn generatiegenoten dit met hem eens waren. Was Toon [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook graag met woorden, zeker als hij schreef. Maar wat Toon kon was uniek, vond hij, en ik denk dat veel van zijn generatiegenoten dit met hem eens waren.</p>
<p><span id="more-1811"></span>Was Toon van jongs af aan goed in het Nederlands? Nee, schrijft Jacques Klöters in <em>Toon. De biografie</em>, een onlangs verschenen boek dat leest als een trein. Zoals bekend groeide Hermans op in Sittard. Hollands was voor hem een onnatuurlijke, vreemde taal. Zijn ouders spraken Zittisj, het Sittardse dialect, of Frans met elkaar.</p>
<p>Klöters beschrijft hoe Toons leraar Nederlands op een dag de klas binnenkwam met een stapel schriften, er een vanaf pakte en zei: ,,Ik ga even een opstel voorlezen van een jongen uit de klas.’’ Toon herkende meteen zijn verhaal en gloeide van trots, tot de leraar zei: ,,Zo, dit opstel is van Tonie Hermans en ik lees het voor zodat jullie weten hoe je ’t niet moet doen.’’</p>
<p>Even leek het erop dat Hermans zijn dialect zou afzweren, want toen hij in 1935 – op zijn achttiende – te Sittard debuteerde met een revue, was de tekst in het Hollands, wat men daar als een vreemde taal beschouwde. Maar zijn allereerste boekje, dat verscheen in 1941, heette <em>Zittesje leidjes</em>. Het ging om liedjes die hij in de eerste oorlogsjaren in bioscopen had gezongen, voorafgaand aan de filmvertoningen. Later zou hij, in allerlei conferences, nog vaak gebruikmaken van het dialect dat hij in zijn jeugd had geleerd.</p>
<p>Hermans had een scherp oor voor de spreektaal. Al in zijn tweede revue, in 1936, had hij een conference die helemaal in spreektaal was geschreven. ,,Opmerkelijk aan deze conference’’, aldus Klöters, ,,is dat ook alle herhalingen, stopwoordjes en pauzes door Toon werden genoteerd, alsof hij de natuurlijkheid uit het hoofd leerde.’’</p>
<p>De vroegste verhaspelingen van het Frans vond Klöters in de zogenoemde Mikkenie-revue uit 1943-1944. Op de vraag ,,Wat is <em>kerstdagen</em> in het Frans?’’ antwoordde Toon in deze revue: ,,Les jours de cerises.’’ In latere programma’s zou hij tot vervelens toe blijven uitweiden over het Frans, dat in zijn oren zoveel lichter, spannender en muzikaler klonk dan het Nederlands.</p>
<p>Wat maakte Hermans tot zo’n woordenjongleur? Een grote rol zal hebben gespeeld dat zijn brein een zeldzame eigenschap bezat die synesthesie wordt genoemd, een soort verbinding van de zintuigen. Hermans hoorde muziek in woorden. Toen hij eens in Antwerpen een azuurblauwe affiche zag hangen met het woord ‘Méditerranée’, hoorde hij meteen vijf stijgende noten: me-di-ter-ra-nee. ,,Hermans kon de klinkers van de taal ook in kleuren zien’’, schrijft Klöters, ,,en strooide graag een hand betekenisloze klanken in het rond alsof het felgekleurd kinderspeelgoed was’’: Boum &#8211; si &#8211; li &#8211; la, etc.</p>
<p>Maar ondanks al zijn woordspelingen (,,Zwezerik?/ Zwezer jij/ Schat, we zwezeren allebei’’), was Hermans ook een groot liefhebber van de stilte. ,,Als er in het theater een stilte valt die ogen en harten gevangen houdt, dan wijst dat erop dat er iets gaande is van betekenis’’, schreef hij in 1978 in <em>Liggen in ’t gras</em>. ,,De mond zwijgt, maar […] het gehele lichaam wordt taal en spraak. En in die taal en spraak schuilt een oerheid die het woord niet heeft, zeker niet het koel gesproken woord.’’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/18/zwezerik-zwezer-jij/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Leukste Nederlandse  woordenboek   19de eeuw online</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/08/leukste-nederlandse-woordenboek-19de-eeuw-online/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/08/leukste-nederlandse-woordenboek-19de-eeuw-online/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 07 Nov 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/08/leukste-nederlandse-woordenboek-19de-eeuw-online/</guid>
		<description><![CDATA[Sinds vorige week staat bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (www.dbnl.org) een naslagwerk online dat algemeen wordt beschouwd als het leukste Nederlandse woordenboek uit de 19de eeuw. Het heet Woordenschat en is samengesteld door E. Laurillard en Taco H. de Beer. Het boek is op de website van de DBNL te raadplegen en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Sinds vorige week staat bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (www.dbnl.org) een naslagwerk online dat algemeen wordt beschouwd als <a href="http://www.dbnl.org/tekst/beer004woor01_01/" target="_blank">het leukste Nederlandse woordenboek</a> uit de 19de eeuw. Het heet <em>Woordenschat</em> en is samengesteld door E. Laurillard en Taco H. de Beer. Het boek is op de website van de DBNL te raadplegen en gratis te downloaden als pdf.</p>
<p>Vrijwel alle woordenboekenmakers in de 19de eeuw waren dominees, pastoors of schoolmeesters. De meesten van hen waren van mening dat woordenboeken een opvoedende taak hadden: ze registreerden niet hoe er in de praktijk werd gesproken en geschreven, maar hoe dit zou moeten zijn.</p>
<p><span id="more-1806"></span></p>
<p>En dus lieten ze van alles weg. De Beer en Laurillard wilden vooral opnemen wat andere woordenboekenmakers hadden laten liggen. Daarom is dit boek door schrijver Atte Jongstra ooit getypeerd als ,,de bezemwagen van de Nederlandse lexicografie’’ (lexicografie is het samenstellen van woordenboeken). <em>Woordenschat</em> is bijvoorbeeld het eerste Nederlandstalige woordenboek dat systematisch aandacht besteedt aan studententaal, soldatentaal en toneeltaal.</p>
<p>Daarnaast vinden we er honderden citaten en uitdrukkingen – vooral veel uit het Engels, want het grote voorbeeld voor de samenstellers was de Britse <em>Dictionary of Phrase and Fable</em> van E.C. Brewer.</p>
<p>De eerste aflevering van <em>Woordenschat</em> verscheen in 1891. Het was de bedoeling dat het boek binnen drie jaar klaar zou zijn, maar uiteindelijk duurde het tot 1899 voordat alle 1277 pagina’s waren gedrukt.</p>
<p>De productie was een ramp: medewerkers (onder wie allerlei bekende tijdgenoten) leverden veel te lange kopij in of kopij die wemelde van de fouten. Ook de verkoop viel zwaar tegen, mede door de hoge prijs (22.50 gulden, indertijd een fors bedrag). Tot grote teleurstelling van De Beer beleefde het boek niet herdruk na herdruk, zoals het Britse voorbeeld, maar werd de restpartij van de eerste druk al snel verramsjt.</p>
<p>Heeft <em>Woordenschat</em> ook nu nog waarde? Ja. Het is bijvoorbeeld de vroegste bron voor allerlei Maleise, Amsterdamse, Hebreeuwse en Bargoense woorden en uitdrukkingen. Dat had te maken met een trend in de toenmalige literatuur waar De Beer, een zeer actief letterkundige, zich flink over opwond.</p>
<p>Het is een ,,dwaze liefhebberij’’ geworden, schreef hij in 1899, ,,om in romans en novellen volstrekt noodeloos allerlei woorden te pas te brengen, die verklaring behoeven, de allergewoonste en meest bekende zaken noemt men in een Joodsch en Indisch verhaal met Hebreeuwsche of Indische namen, <em>niet</em> omdat het verhaal daardoor wint aan zoogenaamde locale kleur, maar <em>alleen</em> om wat anders te geven dan anderen, om de aandacht te trekken.’’</p>
<p>Dat De Beer en Laurillard duidelijk minder preuts waren dan hun collega-woordenboekenmakers is al met één voorbeeld duidelijk te maken. In 1898 gaf de Grote Van Dale bij het woord <em>sadisme</em> de volgende raadselachtige toelichting: ‘Onnatuurlijke geslachtsliefde voor de vrouw’.</p>
<p>De makers van <em>Woordenschat</em> zijn er een jaar later, in 1899, blijkbaar even voor gaan zitten: „<em>Sadisme</em>, ziekelijke, aan krankzinnigheid grenzende en in woedenden waanzin eindigende geslachtsdrift, die uit overbevrediging ontstaat, wellust vindt in martelingen, met vingers, nagels, tanden, en niet tot bedaren komt voordat er bloed gevloeid heeft.”</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/08/leukste-nederlandse-woordenboek-19de-eeuw-online/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Verdwijnende woorden</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/01/verdwijnende-woorden/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/01/verdwijnende-woorden/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 31 Oct 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/01/verdwijnende-woorden/</guid>
		<description><![CDATA[Afgelopen vrijdag was ik aanwezig bij een voorleesavond van Rachel Shukert in Amsterdam. Shukert is een Amerikaanse schrijfster van Joodse komaf. Onlangs verscheen bij uitgeverij Artemis &#38; Co de Nederlandse vertaling van haar eerste boek, getiteld Schaamteloos. Shukert is een humoristische schrijfster. Zij wordt vergeleken met David Sedaris, een Amerikaan die de afgelopen jaren steeds [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Afgelopen vrijdag was ik aanwezig bij  een voorleesavond van Rachel Shukert in Amsterdam. Shukert is een Amerikaanse schrijfster van Joodse komaf. Onlangs verscheen bij uitgeverij Artemis &amp;  Co de Nederlandse vertaling van haar eerste boek, getiteld <em>Schaamteloos.</em></p>
<p>Shukert is een humoristische schrijfster. Zij wordt vergeleken met David Sedaris, een Amerikaan die de afgelopen jaren  steeds bekender is geworden in Nederland. Maar waar de verhalen van Sedaris  doorgaans seksloos zijn, schrijft Shukert  veel over seks en lichamelijke intimiteiten. En over allerlei Joodse obsessies, die  zij met veel zelfspot onder woorden  brengt.</p>
<p><span id="more-1805"></span></p>
<p>Op de voorleesavond koos Shukert overigens voor een tamelijk braaf fragment.  Eerst las zij zelf een stuk voor en vervolgens las de actrice Elisa Beuger een stuk  voor uit de Nederlandse vertaling. Die is  gemaakt door Leonard Beuger, haar vader,  van wie ik héél lang geleden, op de middelbare school, Nederlandse les heb gehad.</p>
<p>Wat Rachel en Elisa voorlazen was inderdaad scherp en geestig, en er werd volop gelachen. Toch moest ik zelf het hardst  lachen om een hapering die zich voordeed  toen Elisa een stukje voorlas over een familie-uitje van de Shukerts. Op weg naar  een museum trakteert vader Shukert zijn  jonge dochters op een voordracht over  stadsontwikkeling en architectuur omstreeks 1900. Elisa las: „Zo zie je daar bijvoorbeeld de vrij complexe zuilenrij, die  Weense invloed wil logenstraffen.’’</p>
<p>Bij dit laatste woord haperde zij. Ze  stopte met lezen, zocht naar haar vader in  de zaal en vroeg hem, volkomen onbekommerd: „Klopt dat, pappa?’’</p>
<p>Als Rudy Kousbroek nog had geleefd,  zou hij zich hierover hebben opgewonden. Ja, je kunt begin dertig zijn, dochter  van een leraar Nederlands en geschoold  actrice zonder je ooit het woord logenstraffen te hebben eigengemaakt. Kousbroek  zou dit zonder twijfel hebben gezien als  een bewijs dat er door jongeren te weinig  wordt gelezen, want wie voldoende leest  moet dit woord vroeg of laat tegenkomen.  Waarschijnlijk zou ik hem gelijk moeten  geven, maar tegelijkertijd vind ik het ontwapenend als iemand zonder gêne in het  openbaar laat merken iets niet te weten.  Dat zouden meer mensen moeten doen. Overigens blijken ook mijn kinderen niet  te weten wat <em>logenstraffen</em> betekent, en ik  heb geen flauw idee waar en wanneer ik dit woord heb opgepikt. Ik kan u verzekeren dat het vroeger bij ons thuis aan tafel niet geregeld werd gebruikt. Behoort <em>logenstraffen</em> tot de woorden die  langzaam uit het Nederlands aan het verdwijnen zijn? Sinds vorige week is er een  boek waarin we dat kunnen opzoeken.  Het heet <em>Modern verdwijnwoordenboek</em>, het is  uitgegeven door Van Dale en samengesteld door Ton den Boon, de Nederlandse  hoofdredacteur van de Grote Van Dale. In 750 artikelen – van <em>aamborstigheid</em>  (‘kortademigheid’) tot <em>zwijmelgeest</em> (‘te ver  gedreven opgewondenheid’) – behandelt  Den Boon een kleine duizend woorden die  verdwenen zijn of op het punt staan om te  verdwijnen. Hoe dat proces precies verloopt is moeilijk vast te stellen, schrijft  Den Boon, maar meestal gaat het geleidelijk en met stille trom. </p>
<p>Bij de letter L behandelt hij onder meer  <em>lillebenen</em> (‘slingeren’), <em>liplap</em> (‘Indo-Europeaan’), <em>lodderoog</em> (‘wellustig oog’), <em>lombard </em> (‘pandhuishouder’) en <em>loopmeisje</em> (‘boodschappenmeisje’). Logenstraffen ontbreekt voorlopig, maar  het zou mij niet verbazen als dit in een latere editie wordt toegevoegd.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/11/01/verdwijnende-woorden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>22</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Je hobby-horse berijden</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/25/je-hobby-horse-berijden/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/25/je-hobby-horse-berijden/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 24 Oct 2010 22:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/25/je-hobby-horse-berijden/</guid>
		<description><![CDATA[Nu het kabinet is geïnstalleerd, het proces tegen Wilders moet worden overgedaan en alle linkse hobby’s in hoog tempo in kaart worden gebracht, kan de actualiteit in deze rubriek even plaatsmaken voor vragen van lezers. Zoals deze vraag van een lezer uit Den Haag: „Sinds wanneer kennen we eigenlijk de aanduidingen links en rechts in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Nu het kabinet is geïnstalleerd, het proces tegen Wilders moet worden overgedaan en alle linkse hobby’s in hoog tempo in kaart worden gebracht, kan de actualiteit in deze rubriek even plaatsmaken voor vragen van lezers.</p>
<p>Zoals deze vraag van een lezer uit Den Haag: „Sinds wanneer kennen we eigenlijk de aanduidingen <em>links </em>en <em>rechts </em>in de politiek?’’</p>
<p>Die plaatsbepaling wordt in verband gebracht met de Franse Revolutie. Een en ander heeft te maken met de <em>Assemblée nationale</em>, een parlement dat in juni/juli 1789 de in mei van dat jaar ingestelde <em>Etats généraux</em> afloste. De conservatieve edelen zaten er rechts van de voorzitter en de vooruitstrevende burgers links. „De aanduiding van deze posities kreeg al snel een politieke lading”, meldt het <em>Etymologisch woordenboek van het Nederlands</em>. </p>
<p><span id="more-1804"></span></p>
<p>Elders lezen we: „In het Franse parlement zat de koning rechts tegenover de afgevaardigden. Omdat hij liever zijn (conservatieve) geestverwanten dicht bij zich had zitten, kwamen de conservatieven aan de rechterkant van het parlement terecht.” Maar volgens mij zat de koning helemaal niet in het parlement, dus deze verklaring lijkt me niet erg exact. </p>
<p>In het Nederlands is dit politieke gebruik van <em>links </em>overigens pas in de tweede helft van de 19de eeuw aangetroffen, samen met <em>ter linkerzijde</em>. Het <em>Woordenboek der Nederlandsche Taal</em>, het wetenschappelijke woordenboek van het Nederlands, geeft als oudste voorbeeld een citaat uit 1875. Het werd indertijd gebruikt voor ‘behorend tot een vooruitstrevende, radicale partij, of tot het radicale gedeelte van een partij’. En voor ‘radicale gevoelens hebben op godsdienstig of ander gebied’. Heel anders dan nu dus, want momenteel gebruiken we links met name voor partijen die een grotere rol van de overheid in het maatschappelijk leven voorstaan. </p>
<p>Er was ook een vraag van een lezer uit Amsterdam, in 1987 nog de culturele hoofdstad van Amsterdam, terugblikkend een nogal linkse eretitel. „Sinds wanneer gebruiken wij het Engelse leenwoord <em>hobby </em>voor ‘vrijetijdsbesteding’? En waarom vervangt <em>NRC Handelsblad</em>, waarin het Engels toch al oprukt, <em>hobby </em>niet simpelweg door dit Nederlandse woord? Of door <em>liefhebberij</em>?”</p>
<p>Over het gebruik van Engelse woorden in deze krant schreef de ombudsman (een Zweeds woord) van NRC Handelsblad afgelopen zaterdag een behartigenswaardig stuk, dat erop neerkomt dat onnodig Engels in deze kolommen, uh, onnodig is en dus moet worden vermeden.</p>
<p>Hobby is een verkorting van hobby-horse, dat sinds het eind van de 17de eeuw in het Engels wordt gebruikt in twee betekenissen: ‘stokpaardje’ (het speeltuig) en overdrachtelijk voor ‘geliefd onderwerp’. Je hobby-horse berijden was dus hetzelfde als je stokpaardje berijden. In de overdrachtelijke betekenis wordt hobby-horse al vanaf de 18de eeuw in het Nederlands gebruikt, het eerst in 1785 bij Wolff en Deken: „Denk, dat wy allen onze Hobby-horses hebben.” De verkorte vorm, dus hobby zonder horse, vinden we vanaf 1900, bijvoorbeeld in De Amsterdammer: „De geleerden zijn het er over eens dat ieder van ons zijn ‘molentje’, zijn manie, zijn hobby, zijn pointe de folie heeft.” Hierop volgde een opsomming van opmerkelijke hobby’s van enkele adellijke dames: het verzamelen van schoenen, laarzen, rozen, hoedjes en kant. Sinds wanneer cultuur abusievelijk wordt gezien als een linkse hobby is mij niet bekend, maar met die voorbeelden uit 1900 wordt ons een blik gegund op enkele oude rechtse hobby’s.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/25/je-hobby-horse-berijden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>17</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een nieuwe merknaam, een nieuwe merkbelofte</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/18/een-nieuwe-merknaam-een-nieuwe-merkbelofte/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/18/een-nieuwe-merknaam-een-nieuwe-merkbelofte/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 17 Oct 2010 22:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Ewoud Sanders</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/18/een-nieuwe-merknaam-een-nieuwe-merkbelofte/</guid>
		<description><![CDATA[Er zijn allerlei redenen waarom een bedrijf zijn naam zou willen veranderen. Zo veranderden de accountantskantoren Price Waterhouse en Coopers &#38; Lybrand vanwege een fusie in 1998 hun naam in PricewaterhouseCoopers. Waarom werd dit niet Price, Waterhouse, Coopers &#38; Lybrand? Omdat dit te veel zou lijken op deftige namen uit de oude economie, terwijl iedereen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Er zijn allerlei redenen waarom een bedrijf zijn naam zou willen veranderen. Zo veranderden de accountantskantoren Price Waterhouse en Coopers &amp; Lybrand vanwege een fusie in 1998 hun naam in PricewaterhouseCoopers. Waarom werd dit niet Price, Waterhouse, Coopers &amp; Lybrand? Omdat dit te veel zou lijken op deftige namen uit de oude economie, terwijl iedereen toen juist geloofde in de nieuwe economie. Het was de tijd van snelle, hippe internetbedrijven met namen als NTT DoCoMo, C# (lees: see sharp), .Net, Yahoo!, !Ring, 12move (lees: one to move) en i2 (lees: I to). En dus werd het PricewaterhouseCoopers – zonder Lybrand (te lang), zonder spaties, zonder komma’s, zonder V&amp;D-teken en met alleen de P en de C in kapitalen.</p>
<p><span id="more-1803"></span></p>
<p>Wijzigingen van bedrijfsnamen zijn duur – zeker als het grote, internationale bedrijven zijn. Al het drukwerk moet worden aangepast, de naam aan de gevel of op het dak, advertenties en reclames zijn nodig om de wijziging bekend te maken – het loopt al snel in de tonnen. En bij een international als PricewaterhouseCoopers – met vestigingen in 151 landen – al snel in de miljoenen.</p>
<p>Sinds vorige week heeft PricewaterhouseCoopers weer een nieuwe naam: PWC, gekoppeld aan een nieuw logo. Had zich een nieuwe fusie voorgedaan? Nee. „PricewaterhouseCoopers’’, zo verklaart het bedrijf, „heeft een ander gezicht. We hebben ons merk en daarmee onze uitstraling veranderd met de bedoeling onze dienstverlening aan onze klanten, onze mensen en de marksectoren [sic] waarin wij actief zijn te moderniseren en te versterken.” Hoe is deze naamsverandering tot stand gekomen? Er is, zo legt een woordvoerder uit, twee jaar aan gewerkt door een internationaal team van acht of negen mensen. Belangrijkste reden voor de naamsverandering was dat PricewaterhouseCoopers in sommige landen werd afgekort tot PWC, terwijl in andere landen de volledige naam werd gebruikt. En dat is onhandig als je internationaal één ‘merkbelofte’, zoals dit in het jargon heet, wilt neerzetten. Het kernteam heeft, na veel ruggespraak, een verklaring opgesteld die nu wereldwijd door alle vestigingen van PWC is omarmd. Kort samengevat komt die beginselverklaring hierop neer: de wereld verandert snel, steeds meer klanten worden beoordeeld „op basis van de waarde die zij creëren”, het is lastiger geworden om die waarde te vinden en te beoordelen, maar daar kun je dus PWC voor inhuren.</p>
<p>Dit alles levert zinnen op als: ,,Wij zijn ons ervan bewust dat waarde voor iedereen een verschillende betekenis heeft en dat is waarom we relaties met ze opbouwen’’ (vraag: wie zijn ‘ze’?). PricewaterhouseCoopers Nederland is zo enthousiast over de naams- en imagoverandering, aldus de woordvoerder, dat op korte termijn de neonletters op alle veertien Nederlandse vestigingen worden vervangen door ‘PWC’. Is de naam PricewaterhouseCoopers hiermee helemaal van de baan? Nee, want voor de juridische stukken zal PricewaterhouseCoopers wereldwijd in gebruik blijven. Met PwC (twee hoofdletters) als juridische afkorting, terwijl PWC (drie letters van gelijk formaat, groot of klein) de merknaam is geworden met de veranderde, gemoderniseerde uitstraling.</p>
<p>Twee jaar werk, een internationaal team van 8 of 9 mensen en heel veel ruggespraak, met als uitkomst: PWC/pwc, PwC en PricewaterhouseCoopers, een tamelijk slappe en slecht geformuleerde beginselverklaring, tonnen aan kosten in Nederland en miljoenen internationaal – soms heb ik moeite om de wereld te begrijpen.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/18/een-nieuwe-merknaam-een-nieuwe-merkbelofte/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>34</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Als u voor bent, stem dan tegen</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/11/als-u-voor-bent-stem-dan-tegen/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/11/als-u-voor-bent-stem-dan-tegen/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 11 Oct 2010 13:01:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>NRC Handelsblad</dc:creator>
				<category><![CDATA[WoordHoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/?p=1793</guid>
		<description><![CDATA[Er zou een boeiende verhandeling te schrijven zijn over de dooie mus in de Nederlandse taal- en letterkunde. Met daarin onder meer de vraag: zegt de spreekwoordelijke dooie mus iets over de waarde die ooit aan levende mussen werd toegekend? Zo zou er ook een verhandeling te schrijven zijn over de plotselinge populariteit van het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Er zou een boeiende verhandeling te schrijven zijn over de dooie mus in de Nederlandse taal- en letterkunde. Met daarin onder meer de vraag: zegt de spreekwoordelijke dooie mus iets over de waarde die ooit aan levende mussen werd toegekend?</p>
<p>Zo zou er ook een verhandeling te schrijven zijn over de plotselinge populariteit van het woord <em>mastodont</em> – niet alleen als scheldwoord maar ook als geuzennaam. En klopt mijn indruk dat <em>rentmeesterschap</em> veel vaker door christendemocraten wordt gebruikt dan door mensen met andere politieke overtuigingen?</p>
<p><span id="more-1793"></span>Maar ik wil de inhoud van deze rubriek niet wekelijks laten bepalen door de politiek. De leukste en interessantste taalnieuwtjes komen trouwens niet uit Den Haag maar van internet.</p>
<p>Nieuw is bijvoorbeeld dat bij het <a href="http://www.meldpunttaal.nl/opzoeken.html" target="_blank">Meldpunt Taal</a> de afdeling ‘Zoek naar informatie’ sterk is uitgebreid. Er is ‘een overzicht van nuttige <a href="http://www.meldpunttaal.nl/taallinks.html" target="_blank">taallinks</a> toegevoegd, met daarin bijna 300 verwijzingen naar websites over taalzaken, thematisch geordend. En vanaf één pagina kunt u nu rechtstreeks zoeken in alle belangrijke woordenboeken voor het Standaardnederlands, van het Oudnederlands tot het hedendaags Nederlands. Daarnaast kunt u er van alles opzoeken over spelling, plantennamen, familienamen, voornamen en het Fries.</p>
<p>Nieuw voor mij is de website <a href="http://www.henkvandescher.nl" target="_blank">www.henkvandescher.nl</a>. Van de Scher inventariseert al jaren slogans op bedrijfsauto’s. Op zijn site zijn foto’s te zien van 600 van die slogans, die ook via een database te doorzoeken zijn. De eigenaars van bedrijfsauto’s blijken een duidelijke voorkeur voor rijm en woordspelingen te hebben: Ben Roos Dakbedekking BV – Geen woorden maar daken!; Van Laer Zwembaden – Wij maken uw natte dromen waar; Peter van der Peet voor al uw electriciteet. Enzovoorts.</p>
<p>Iets anders: u kunt weer op de ‘grootste taalergernis’ van het afgelopen jaar <a href="http://irritantstewoord.nl/" target="_blank">stemmen</a>.<strong> </strong>Kandidaten zijn: <em>piketpaaltjes</em>; <em>want</em>? (in plaats van: <em>waarom</em>?); <em>twitteren</em> en – als gouwe ouwe – <em>hun hebben</em>.</p>
<p>Serieuzer en belangrijker is dat enkele Vlaamse taal- en geheugenonderzoekers de hulp van Nederlandse taalgebruikers zoeken bij het inventariseren van <a href="http://www.kuleuven.be/lsa/associations" target="_blank">woordassociaties</a>. Wat zijn de eerste drie associaties die het woord <em>blauw</em> bij u oproept? Er wordt nu gevraagd naar de associaties bij 18 woorden. Er zijn al ruim 1,6 miljoen woordassociaties geïnventariseerd in een databank die straks vrij beschikbaar komt voor psychologisch en linguïstisch onderzoek.</p>
<p>,,Niet wat de mond ingaat maakt onrein, maar wat de mond uitgaat.’’ Wie zei dit nou precies in de Bijbel? Onlangs heeft de Stichting Vrijwilligersnetwerk Nederlandse Taal bij DANS, een organisatie die zich toelegt op de duurzame opslag van digitale data, zes Bijbelvertalingen beschikbaar gesteld op internet, van de Delftse Bijbel uit 1477 tot de Lutherse Bijbel uit 1648, plus nog eens vijf kerkboeken en diverse woordenboeken. Ze zijn <a href="http://tinyurl.com/WHbijbels" target="_blank"><span style="text-decoration: underline;">hier</span></a> gratis als Wordbestand binnen te halen.</p>
<p>Hieronder (in het reactieveld) kunt u laten weten hoe u denkt over verwijzingen naar internet in deze rubriek. De stelling luidt: ik ben daartegen. Dus als u vóór meer internetnieuws in WoordHoek bent, stem dan tégen, en als u tégen bent, stem dan vóór. Makkelijker kan ik het helaas niet maken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/woordhoek/2010/10/11/als-u-voor-bent-stem-dan-tegen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>45</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

