Zwezerik? Zwezer jij?

Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook graag met woorden, zeker als hij schreef. Maar wat Toon kon was uniek, vond hij, en ik denk dat veel van zijn generatiegenoten dit met hem eens waren.

Was Toon van jongs af aan goed in het Nederlands? Nee, schrijft Jacques Klöters in Toon. De biografie, een onlangs verschenen boek dat leest als een trein. Zoals bekend groeide Hermans op in Sittard. Hollands was voor hem een onnatuurlijke, vreemde taal. Zijn ouders spraken Zittisj, het Sittardse dialect, of Frans met elkaar.

Klöters beschrijft hoe Toons leraar Nederlands op een dag de klas binnenkwam met een stapel schriften, er een vanaf pakte en zei: ,,Ik ga even een opstel voorlezen van een jongen uit de klas.’’ Toon herkende meteen zijn verhaal en gloeide van trots, tot de leraar zei: ,,Zo, dit opstel is van Tonie Hermans en ik lees het voor zodat jullie weten hoe je ’t niet moet doen.’’

Even leek het erop dat Hermans zijn dialect zou afzweren, want toen hij in 1935 – op zijn achttiende – te Sittard debuteerde met een revue, was de tekst in het Hollands, wat men daar als een vreemde taal beschouwde. Maar zijn allereerste boekje, dat verscheen in 1941, heette Zittesje leidjes. Het ging om liedjes die hij in de eerste oorlogsjaren in bioscopen had gezongen, voorafgaand aan de filmvertoningen. Later zou hij, in allerlei conferences, nog vaak gebruikmaken van het dialect dat hij in zijn jeugd had geleerd.

Hermans had een scherp oor voor de spreektaal. Al in zijn tweede revue, in 1936, had hij een conference die helemaal in spreektaal was geschreven. ,,Opmerkelijk aan deze conference’’, aldus Klöters, ,,is dat ook alle herhalingen, stopwoordjes en pauzes door Toon werden genoteerd, alsof hij de natuurlijkheid uit het hoofd leerde.’’

De vroegste verhaspelingen van het Frans vond Klöters in de zogenoemde Mikkenie-revue uit 1943-1944. Op de vraag ,,Wat is kerstdagen in het Frans?’’ antwoordde Toon in deze revue: ,,Les jours de cerises.’’ In latere programma’s zou hij tot vervelens toe blijven uitweiden over het Frans, dat in zijn oren zoveel lichter, spannender en muzikaler klonk dan het Nederlands.

Wat maakte Hermans tot zo’n woordenjongleur? Een grote rol zal hebben gespeeld dat zijn brein een zeldzame eigenschap bezat die synesthesie wordt genoemd, een soort verbinding van de zintuigen. Hermans hoorde muziek in woorden. Toen hij eens in Antwerpen een azuurblauwe affiche zag hangen met het woord ‘Méditerranée’, hoorde hij meteen vijf stijgende noten: me-di-ter-ra-nee. ,,Hermans kon de klinkers van de taal ook in kleuren zien’’, schrijft Klöters, ,,en strooide graag een hand betekenisloze klanken in het rond alsof het felgekleurd kinderspeelgoed was’’: Boum – si – li – la, etc.

Maar ondanks al zijn woordspelingen (,,Zwezerik?/ Zwezer jij/ Schat, we zwezeren allebei’’), was Hermans ook een groot liefhebber van de stilte. ,,Als er in het theater een stilte valt die ogen en harten gevangen houdt, dan wijst dat erop dat er iets gaande is van betekenis’’, schreef hij in 1978 in Liggen in ’t gras. ,,De mond zwijgt, maar […] het gehele lichaam wordt taal en spraak. En in die taal en spraak schuilt een oerheid die het woord niet heeft, zeker niet het koel gesproken woord.’’


Dit bericht heeft 1 reactie op “Zwezerik? Zwezer jij?”

  1. Bram Minderhoud zegt:

    Wat mij tot op de dag van vandaag niet verveelt, maar als ik het zachtjes voor mij uit mompel (wat ik nog wel eens doe!)telkens weer blij maakt, is Toons vertaling “with a twist”, zoals de Engelsen het geloof ik noemen, van “l’amour”: “het schroefje”!

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.