Ook taal lijdt aan inflatie in kredietcrisis
Kort nadat in 1991 de Golfcrisis was uitgebroken, stelde Max Pam, indertijd columnist bij deze krant, een Klein woordenboek van de Golfcrisis samen. In vier weken tijd verzamelde hij ruim duizend nieuwe woorden en afkortingen.Drie weken geleden landde de kredietcrisis in Nederland. In de maanden daarvoor stonden de krantenpagina’s al vol met berichten over de gevolgen van deze crisis in het land van herkomst: Gods own Country, de Verenigde Staten. Zouden al die berichten voldoende nieuwe woorden bevatten om een Klein woordenboek van de Kredietcrisis mee samen te stellen?
Zonder enige twijfel. De kans is zelfs groot dat dit boek veel dikker zou worden dan het boekje over de Golfcrisis, een conflict dat inmiddels overigens in de geschiedenisboeken is bijgeschreven als de Tweede Golfoorlog.
Wat voor nieuwe woorden komen we zoal tegen in verband met de kredietcrisis? Daar hoef je niet lang naar te zoeken. Nederland 2 was gister gewijd aan ‘De avond van het grote geld’. Allerlei deskundigen lieten hun licht schijnen over ,,de ernstigste financiële crisis van na de Tweede Wereldoorlog”. Wij hoorden over onbetaalbare garantiebepalingen, mega-afschrijvingen, verwoestende markteffecten die niet alleen tot een recessie maar tot een depressie zouden kunnen leiden, er kwamen veel omvallende banken voorbij, risicobanken, banken onder staatsgarantie en banken met een single-a-rating. Je kon, hoorden we deskundigen zeggen, je geld het best goudgarant vastzetten en dan meteen, in verband met de garantievorderingen of de depositogaranties, de stortplaatsen afdekken. (Volg dit advies aub niet op: het kan zijn dat het hier niet helemaal correct is weergegeven.)
Zijn dit echt allemaal nieuwe woorden? Nee, zo gaat dat niet. Enerzijds krijgt het algemene publiek nu meer dan daarvoor te maken met jargon dat onder economen en financieel deskundigen al langer de ronde doet. Anderzijds worden er allerlei zogenoemde gelegenheidssamenstellingen gevormd. Bankendans, bankencrisis, recessievrees - dat soort woorden.
Kredietcrisis is zelf ook als gelegenheidssamenstelling begonnen. We kennen het woord krediet, dat we via het Frans uit het Italiaans leenden, al sinds het midden van de zestiende eeuw. Crisis is van later datum – midden achttiende eeuw – en gaat terug op een Grieks woord. Krediet én crisis zijn dus al oud, maar ze zijn nu samengeklonken en algemeen bekend.
Laten we nog iets langer stilstaan bij de geschiedenis van deze samenstelling. Kredietcrisis is een vertaling van het Engelse credit crunch, dat begin deze maand door Oxford University Press alvast werd uitgeroepen tot ‘Word of the Year’. Maar is kredietcrisis in het Nederlands inderdaad pas in 2008 voor het eerst opgedoken?
Nee, in Nexis, het grootste digitale krantenarchief, vinden we het al in 1997, toen in verband met een economische crisis in Japan. In de jaren daarna, tot 2006, komen we het slechts twintig keer tegen, in de meeste jaren slechts één keer. 2007 begon rustig, met slechts twee vermeldingen in het eerste half jaar, maar die zomer begon het te rommelen en in de tweede helft van 2007 konden we het woord kredietcrisis in de Nederlandstalige kranten al ruim 5700 keer lezen. Inmiddels kun je geen krant of tijdschrift meer opslaan, geen radio of televisie meer aanzetten, zonder dit woord tegen te komen.
Is er in al die berichten over de kredietcrisis iets dat opvalt? Ja, de toonzetting. De economische berichtgeving is doorgaans rustig van toon – geserreerd. Maar opeens lezen we over verwoestingen, zwarte maandagen – de een na de ander – gevolgd door inktzwarte maandagen (je ziet: ook woorden kunnen aan inflatie lijden). Drie krantenkoppen uit de afgelopen week: ‘Waar bloedbad op beurzen Verre Oosten’;‘Bloedbad op beurs gaat door’; ‘Bloedbad op aandelenbeurzen wereldwijd’ (die laatste kop komt uit deze krant).
Bloedbaden en ware bloedbaden – ze werden tot voor kort vooral gebruikt in verband met oorlogen. Het lijkt alsof de oorlogsjournalistiek is overgeslagen naar de economiepagina’s.
Helpt dat, journalisten die winkeliers en mensen op straat vragen of ze hun spaargeld al van de wankelende, omtuimelde banken gaan halen? Vast niet. Het zijn opwindende tijden voor de economieredacties, maar het zou ze sieren als we de ,,ware bloedbaden” blijven gebruiken voor gelegenheden waarbij veel bloed stroomt en niet voor recessies waarbij het geld eventjes minder hard stroomt dan gewoonlijk.
Ewoud Sanders



woensdag 15 oktober 2008, 19:12 uur
Mooie column. Ikzelf heb een andere uitdrukking I love to hate, om het in mooi ABN te zeggen.
Altijd als er een niet al te serieus te nemen politicus, bijvoorbeeld een staatssecretaris, vanwege geknoei met Albert Heijn-bonnetjes het veld moet ruimen, dan spreken kranten onveranderlijk van een ‘Koningsdrama’. Dat is bespottelijk.
(Niet al te ver uit de buurt is trouwens ook de uitdrukking: ‘het ragfijne spel der formatie’, als er weer eens na hevig geruzie, veel gekonkelefoes achter gesloten gordijnen, door de belastingbetaler gefinancierde dineetjes, en algehele dronkenschap een nieuw kabinetje in elkaar getimmerd is. Nu ja, er is een smalle richel tussen verbroedering en verloedering, zullen we maar zeggen.)
donderdag 16 oktober 2008, 08:30 uur
Je hebt helemaal gelijk Ewout. Maar: economie is toch ook oorlog? Ach nee, dat zeggen ze altijd over voetbal
vrijdag 31 oktober 2008, 12:20 uur
[...] en, mijn favoriet, ‘bankendans’: Ewoud Sanders schreef er een mooie column over in NRC Handelsblad. HBMEO, een van onze partners, voegde hier onlangs nog [...]
donderdag 16 juli 2009, 03:52 uur
Kridiet=kri-T of kri ‘t niet’… krijg je het of krijg je het niet… Kritiek=krijg-tik…want als je het fout had op school deelde de meester eeuwen lang traditioneel een tik uit. kri-tiek.
En de taal-krisis zal blijven tot al onze woorden weer recht staan in de oorspronkelijke betekenis.
Hier volgend extra voor W o o r d h o e k .
———————————————
Dagen van de week: goed of fout ?
Hoe komen we aan de benamingen voor de dagen van de week? ook dat is ter boeken en geschriften al eeuwen pennenstrijd. Doch de hietbrink uitleg nog nergens ooit gelezen en eigen bedacht volgens de wetten=weten der logika. Deze statestiek=staat-als-stuk ten voorbeeld hoe alles veranderd zal moeten worden. Voortaan diskussie overbodig! laat aan U lezer over wat juist of onjuist.
—————————————————–
Wij hebben de namen voor de dagen van de week, net als die voor de maanden, ontleend aan de Germanen en de Romeinen. De Romeinen hadden van de Grieken het gebruik overgenomen om de dagen te noemen naar hemellichamen: de zon, de maan en vijf planeten. Deze planeten waren op hun beurt genoemd naar goden. De Germanen hebben vier van die godennamen ‘vertaald’ naar hun eigen goden: Thingsus, Wodan, Donar en Freya ?
————————————————–
zondag: een vertaling van het Latijnse dies solis (‘dag van de zon’). Logisch !
——————————————-
maandag: een vertaling van het Latijnse dies lunae (‘dag van de maan’). logisch ! luna=licht-nacht.
————————————————–
dinsdag: waarschijnlijk genoemd naar een verder onbekende, Germaanse god Thingsus, de god van de volksvergadering. Een andere mogelijkheid is een verband met ding in de betekenis ‘vastgestelde tijd voor de rechtszitting’. Mogelijk werd er in vroeger tijden op dinsdag rechtgesproken. In het Latijn heette de dinsdag dies Martis: de dag van Mars, de oorlogsgod.
—————————————————
Neen! opgedragen aan een der meest en oudste vermakelijkheid der mensheid… ‘de dans dinsdag=dansdag’ ook wel dienst=danst; opgeluisted door danseressen…als je aan de beurt en dus dienst had volgens de priesters. dinsdag als rechtspraak staat daar weer los van… dingplaats=te-hing-plaats… daar waar misdadigers; vonnis uitvoerend werden opgehangen. Hardinxveld=hou-er-de-hing-veld, deze plaatsnaam herinnert er ons nog aan.
————————————————
woensdag: genoemd naar Wodan, de Germaanse oppergod. Bij de Romeinen was woensdag de dies Mercurii: de dag van Mercurius, de god van de handel en winst.
———————————————-
Neen! woensdag was marktdag mercredi=markt-rijdag… in het diets wensdag=woens=wunch=wensdag =wenesday=wens-us-day …daar men zich kon wensen wat men voor deze of genen mede zou brengen van die markt. W=G ook wel Goensdag=goon-us-dag = gaan-us dag, het weggaan van huis naar die markt… In lange rijen gingen van alle dorpen en boerderijen ‘s morgens vroeg karren en paarden en sloten zich over al achterelkaar aan in een lange stoet ter markt te gaan… B.V. Deverter=te-vent-er daar de boren zelf Eieren,spek,boter en kaas en andere ruil producten in de aanbieding hadden… en uit te venten… venten=van-hand-doen. Midwoch=midden-week men maakte daar weekelijks een groot feest van en deze dag was belangrijker dan de Zondag. Men was uit. Deed zaken=zakken-vullen, dronk en praate helemaal bij. Mercredie=-march=ga-dag markt het woord commercie is er van afgeleid. Men vind de verhalen in al onze naslagwerken tot diep uit de middeleeuwen. (Zie: Baron van Sloet.)
————————————————-
donderdag: genoemd naar de Germaanse god Donar (Thor), de god van de donder. Donar werd vereenzelvigd met de Romeinse god van het onweer, Jupiter. Vandaar ook dat de dies Iovis (‘de dag van Jupiter’) door de Germanen naar Donar werd vernoemd.
————————————————
Neen! donderdag=doen-er dag… den dag van het doen den arbeid.
vrijdag: genoemd naar Freya, de Germaanse godin van de vruchtbaarheid, de liefde en de wellust. Haar Romeinse tegenhanger was Venus, naar wie deze dag bij de Romeinen vernoemd was (dies Veneris).
————————————————
Ja en Neen vrijdag de dag van het vrijen, of… de dag van vrijheid of de maagd freya onze oudste maagd volgens het friese oera linda boek. Maar… deze 3 hangen met elkaar samen.
———————————————
zaterdag: een vertaling van het Latijnse dies Saturni: dag van Saturnus, de god van de landbouw. Zater is een verbastering van Saturnus.
———————————————
Neen! Zaterdag=zat-eters-dag… de dag van het vreten of eten klaarmaken voor zondag. Sabat=zuip-eet. Door de Fransen en de latijse landen verward met Zondag… dimanger=dag-manger=honger=dag van het eten
domingo=manger=mijn honger. Appetit=happentijd…tijd om te happen H weg
Saturnus=zat-er-en-es es=eten.
W e r