Archief voor: augustus 2008


Bukshag

Je komt het woord vooral tegen in oorlogsherinneringen: bukshag, shag gemaakt van sigarettenpeukjes die je van de grond opraapte – dus waarvoor je moest bukken. Maar bleef dit gebruik beperkt tot de Tweede Wereldoorlog, of is het al ouder? En verdween het na de oorlog, of werd er daarna ook nog bukshag gerookt? En wie was Simon Peukie?

Lees verder »

De sigaar zijn

Ik weet dat er lezers zijn die vinden dat ik te vaak of te gretig schrijf over de zelfkant van onze taal. Daar valt meer over te zeggen, maar laat ik me nu hiertoe beperken: soms kom je er niet onder uit.

Lees verder »

Ik trekke, jij douwe

We zijn bezig met een serie over de invloed van het roken op onze taal. Vorige week ging het onder meer over woorden en uitdrukkingen voor de ene sigaret met de andere aansteken. Peukneuken, noemen sommige jongeren dat tegenwoordig, dan wel overneuken. Lezers kwamen met diverse aanvullingen.

Lees verder »

Peukneuken

We kennen allemaal de gebaren die erbij horen, ook doordat ze zo vaak in films te zien zijn geweest: het aansteken van de ene sigaret met de andere.

Lees verder »

Stronthoorn

 Een lezer uit Leusden schreef: ,,Als kleine jongens rookten, werd in de jaren veertig/vijftig van de vorige eeuw plagend gezegd door oudere mensen: stront rookt zijn pijpje, vader schijt tabak. Ik heb dat nooit begrepen, je durfde dat ook niet te vragen, want je stond voor gek als je dat niet wist. Ik weet tot op heden niet wat men daarmee bedoelde, ik ben nu 76 jaar.” Lees verder »