Jood met of zonder een hoofdletter (1)
De Kamerleden Jan Schinkelshoek en Wim van de Camp hebben Kamervragen gesteld over de spelling van het woord Jood, dat naar hun mening altijd met een hoofdletter zou moeten. Zij willen dit ook voor alle samenstellingen en afleidingen. Het nieuwe Groene Boekje, dat eind 2005 werd gepresenteerd, schrijft echter voor dat je jood en joods soms met een hoofdletter moet schrijven, en soms niet. Op welke regels is dit gebaseerd en waarom zijn die regels eigenlijk veranderd?
Sommige mensen hebben de indruk dat de spelling van het Nederlands om de paar jaar wordt aangepast, maar dat is aperte onzin. In totaal is de spelling de afgelopen tweehonderd jaar precies vier keer herzien: in 1805, in 1866, in 1954 en in 1995. In 1995 besloot de Nederlandse Taalunie, een Vlaams-Nederlandse organisatie die verantwoordelijk is voor de spelling, het Groene Boekje óm de tien jaar te actualiseren. Op zich is dat een verstandige beslissing, want de woordenschat verandert voortdurend (tien jaar geleden kenden we de woorden schoenbom, terreuralarm en terrorismetoeslag nog niet).
Eind 2005 verscheen de nieuwste editie van het Groene Boekje; de spelling die daarin is vastgelegd is sinds 1 augustus van dit jaar verplicht voor overheid en onderwijs.
Maar de spellingcommissie die het Groene Boekje herzag, heeft zich niet beperkt tot de schrijfwijze van nieuwe woorden. Er werden een aantal inconsequenties weggewerkt, en een ongelukkige regel met betrekking tot de tussen-n werd geschrapt. Voor deze krant is van belang dat er ook iets veranderde in de schrijfwijze van de namen van volkeren. In de toelichting bij regel 16.J lezen we: ,,De naam voor een bevolkingsgroep of een lid daarvan schrijven we met een hoofdletter als hij is afgeleid van een aardrijkskundige naam of als het om een specifiek volk gaat. [...] Ook als de benaming van een groep gebaseerd is op de naam van een godsdienst, kunnen we een hoofdletter gebruiken. Die drukt uit dat we een etnische of politieke groep (al dan niet gelovige mensen) bedoelen. Zo schrijven we de dialoog tussen chistenen [sic] en joden, maar de gesprekken tussen Joden en Palestijnen.”
De consequenties van die beslissing zie je terug in de woordenlijst. Daarin zien we naast elkaar Jood (met een hoofdletter), voor een ‘lid van het Joodse volk’, en jood (met een kleine letter), voor een ‘aanhanger van het joodse geloof’. Plus Joods (met een hoofdletter), als bijvoeglijk naamwoord in de betekenis ‘met betrekking tot het Joodse volk’, en joods (met een kleine letter), voor ‘met betrekking tot de joodse godsdienst’.
Bij de schrijfwijze van Jood/jood doet het er dus opeens toe of je alleen ‘lid’ bent van het Joodse volk, of dat je ook gelooft in de joodse leer.
Je ziet onmiddellijk de problemen opdoemen, want wat is precies een lid van een volk? Zijn Nederlanders ‘lid’ van het Nederlandse volk? (Zo ja, waar kun je je dan precies opgeven als lid, ik ken wel een paar vluchtelingen die halsreikend uitzien naar dit lidmaatschap). Als er – wat god verhoede – in Nederland een jood uit racistische overwegingen wordt vermoord, wat moeten de kranten dan schrijven: gaat het om een jood of een Jood?
Volgens de nieuwe regels, die ook worden toegepast in Witte Boekje (de alternatieve spellinggids van het Genootschap Onze Taal), zul je eerst moeten achterhalen of het een gelovige jood was of niet. En wat is gelovig in Joods Nederland? Liberalen, orthodoxen, ik-kom-nooit-in-de-sjoel-maar-wij-steken-op-vrijdagavond-wel-de-kaarsjes-aan?
Hoe is deze beslissing van de Taalunie nu tot stand gekomen? Op nadrukkelijk verzoek van enkele joodse dan wel Joodse Nederlanders. Een verzoek aan de Taalunie om een en ander toe te lichten leverde in eerste instantie dit antwoord op. ,,Wij hebben hier diverse brieven over gekregen. Sommige (Joodse) mensen zagen in de kleine letter echt een samenzwering van antisemitische makelij en halen er hun hele levensverhaal bij. Die brieven moeten, als alles goed is gegaan, vrij snel in ons archief opspoorbaar zijn.”
Aanvankelijk volgde een toezegging om die brieven in geanonimiseerde vorm aan te leveren of er de argumenten tegen jood met een kleine letter uit te distilleren. Maar uit privacyoverwegingen zag men hier vervolgens vanaf. Wel konden we de antwoorden krijgen die de Taalunie stuurde aan de brievenschrijvers die dus uiteindelijk hun zin (lees: hun hoofdletter) hebben gekregen.
Brieven
Wat staat er in die Taalunie-antwoorden? Wij citeren hier uit een brief van 3 september 2004, opgesteld door Johan van Hoorde, de ‘Senior Projectleider’ die bij de Taalunie die verantwoordelijk is voor het Groene Boekje. ,,U hebt het in uw brief vooral over de spelling van het woord jood tegenover Arabier en u voert daarbij terecht aan dat het woord jood wel degelijk samenhang vertoont met een aardrijkskundige naam, namelijk met Judea. Die samenhang was destijds ook bekend bij de commissie die inhoudelijk voor de eerste editie van de Woordenlijst verantwoordelijk was. Alleen werd toen geoordeeld dat de samenhang tussen de volkerennaam en de aardrijkskundige naam voor gewone taalgebruikers zonder historische of etymologische kennis te ondoorzichtig was. Daarom werd jood ingedeeld bij de categorie van volkerennamen die niet beschouwd kunnen worden als rechtstreeks afgeleid van een aardrijkskundige naam. De geldende regels bepaalden vervolgens dat die categorie, waartoe bijvoorbeeld ook eskimo, kelt en indiaan behoren, geen hoofdletter kreeg.”
,,De ervaring heeft geleerd”, vervolgt Van Hoorde, ,,dat het onderscheid tussen enerzijds namen van volkeren die wel rechtstreeks afgeleid zijn van een aardrijkskundige naam en daarom een hoofdletter krijgen, en anderzijds volkerennamen die niet rechtstreeks afgeleid zijn van een aardrijkskundige naam en daarom geen hoofdletter krijgen, een ongelukkige keuze is geweest. Niet alleen leidde deze keuze tot ongewenste onderscheidingen in combinatie zoals ‘Arabieren en joden’, maar bleken ook andere volkerennamen die tot de bovengenoemde tweede categorie behoren courant met een hoofdletter te worden gespeld. Daarom heeft de Werkgroep Spelling, die de herziene editie van de Woordenlijst voorbereidt, dit geheel nog eens grondig geëvalueerd. De Werkgroep stelt nu voor om voor alle namen van volkeren een hoofdletter te gebruiken. Ten aanzien van het woord jood/Jood betekent zulks dat nu inderdaad een onderscheid ontstaat tussen de betekenis van het woord als aanduiding van het Joodse volk en de betekenis als aanduiding van een religieuze gezindte. Op die manier komt gelijkvormigheid tot stand tussen combinaties zoals ‘Arabieren en Joden‘ enerzijds en ‘joden, christenen en moslims‘ anderzijds.”
,,De bovengenoemde aanpassing”, besluit Van Hoorde, ,,komt tegemoet aan bezwaren die door verschillende leden uit de Joodse gemeenschap zijn gesignaleerd. De bezwaren waren gerechtvaardigd omdat het bovengenoemde spellingonderscheid tussen jood en Arabier, als discriminerend kon worden ervaren. Uiteraard is het nooit de bedoeling geweest van de samenstellers van de Woordenlijst om groepen te discrimineren of zelfs maar die indruk te wekken. De Werkgroep heeft het genoemde onderscheid dan ook ondergebracht in de categorie van ‘ongewenste effecten’. Het behoort tot de uitdrukkelijke opdracht van de Werkgroep om ongewenste effecten weg te werken en te zorgen voor grotere gelijkvormigheid tussen ogenschijnlijk gelijksoortige gevallen.”
Uit de overige antwoorden van de Taalunie komt hetzelfde beeld naar voren: joden voelden zich gediscrimineerd door die kleine j, vooral in de combinatie ‘joden en Arabieren’, een combinatie die door de toestand in de wereld nogal eens voorkomt.
Is die kleine j nu het gevolg van de Tweede Wereldoorlog, zoals je vaak hoort? Daarover binnenkort meer.
Ewoud Sanders



dinsdag 27 november 2007, 16:30 uur
Mij ontgaat ten enen male de noodzaak om ineens alles maar met een kleine letter te moeten gaan schrijven.
Wat was er mis met die hoofdletter? In plaats van vereenvoudiging is het nu tot verwarring gekomen!
woensdag 28 november 2007, 13:19 uur
In 1944 lag in Duitsland een nieuwe spelling klaar. Zij is nooit ingevoerd omdat Hitler haar niet Kriegswichtig vond. Zo zie je maar: je bent nooit zo gek dat je nooit gelijk hebt.
Die ‘Naziregels’ zouden Rechtschreibung en interpunctie ingrijpend hebben veranderd. Maar wel consequent. Jude bleef Jude. Met een hoofdletter, zoals alle (andere) zelfstandige naamwoorden. En joods bleef jüdisch. Zelfs Streicher zou er niets tegenin hebben gebracht.
Maar in Nederland lopen – kennelijk – mensen rond die menen dat woorden met een hoofdletter (kapitaal!) méér zijn dan Jan met de Onderkast.
Koppel dit (terug?) aan de gerechtvaardigde schaamte over de manier waarop Nederland zijn joden gedurende WOII in de steek heeft gelaten, en een oeverloos gemeier over ‘Joden’ en ‘joden’ kan beginnen. Ook over ‘joods’ of ‘Joods’, trouwens.
Dit alles leidt mijns inziens niet tot een beter begrip van de taal. Wel tot geschreeuw, troebele redeneringen en pijn. Wederom tot het slijpen van messen, waar men lenzen zou moeten slijpen.
Maar als het per se moet: neem dan de vraag mee of we onderhand niet (ook) Islamieten en Mohammedanen zouden dienen te schrijven.
zaterdag 12 januari 2008, 13:20 uur
Hallo ik ben lolama en ik wil eventjes zeggen dat ik vind dat jullie die brief die de joden kregen in woII op jullie site moeten zetten!
Doei
zondag 15 maart 2009, 19:12 uur
Zie ook http://taal.vrt.be/taaldatabanken_master/juist/021114.shtml
Wellicht is de oplossing juist om alles met een kleine letter te schrijven, ongeacht of het gebaseerd is op godsdienst of op een aardrijkskundige naam. Wat voegt die hoofdletter nu eigenlijk toe? In gesproken taal hoor je die hoofdletters ook niet. Dus “joden en moslims”, maar ook “joden en arabieren”, nederlander ipv Nederlander, duitser ipv Duitser, etc.
In het duits bestaat dit probleem niet omdat in die taal immers alle zelfstandige naamwoorden standaard met een hoofdletter worden geschreven.