*

Woordhoek » Puistwoorden :: nrc.nl

Puistwoorden

Het is pas nog vastgelegd in het regeerakkoord: de regering is voorstander van helder en zorgvuldig Nederlands. Ik denk dat er maar weinig mensen te vinden zijn die hier tégen zijn, maar in de praktijk wordt er ongelooflijk veel onhelder Nederlands geproduceerd.

 

En wie worden al jaren aangemerkt als de grootste producenten van vaag en nodeloos moeilijk Nederlands?

 

Ambtenaren. Al sinds jaar en dag klaagt het publiek steen en been dat de meeste ambtenaren zulk erbarmelijk Nederlands schrijven.

 

Wordt daar niks tegen gedaan? Natuurlijk wel. Al decennia verschijnen er gidsen die uitleggen hoe je in ‘natuurlijk Nederlands’ een brief of een rapport schrijft. Bovendien worden er bij overheidsinstellingen allerlei schrijfcursussen en taaltrainingen aangeboden.

 

Is het dan zo ontzettend moeilijk om ‘helder en zorgvuldig Nederlands’ te schrijven? Kennelijk wel. Mijn ervaring is dat je werkomgeving wat dit betreft veel invloed heeft. Als je de hele dag stukken moet lezen waarin men dingen adstrueert en affirmeert, dan raak je daardoor besmet. Voor je het weet ben je zelf ook aan het accorderen, amenderen en amoveren – dat is nou eenmaal de taal van de werkvloer en je wilt niet achterblijven.

 

Deze voorbeelden haal ik uit een boekje van de gemeente Den Haag dat onlangs is verschenen. Het heet Helder Haags woordenboek en is samengesteld door Wouter de Koning, taaladviseur van de gemeente Den Haag. Al eerder schreef De Koning het boekje Helder Haags. Schrijftips voor ambtenaren.

 

Beide boekjes zijn klein en dun, ze zijn fris en hip vormgegeven en ze zijn helder ingedeeld. Zo bestaat het Helder Haags woordenboek uit een woordenlijst met een korte inleiding waarin wordt uitgelegd dat de lijst drie soorten woorden bevat: moeilijke woorden, ouderwetse woorden en zogenoemde puistwoorden.

 

Ik zal de toelichting bij de rubriek puistwoorden hier citeren. ‘Sommige woorden kun je beter niet gebruiken. Ze zijn lelijk en verpesten de hele tekst. Daarom zijn ze te vergelijken met puistjes. Die zijn ook ongewenst. Bij “puistwoorden” kun je denken aan woorden die gewichtig klinken, maar eigenlijk niets betekenen. “Proactief beleid” klinkt actief, maar beleid maak je altijd met het oog op de toekomst. Ook Engelse woorden zijn niet altijd nodig. Een “pilot” is een proefproject en “input” betekent meestal inbreng.’

 

Ik weet niet hoe dit bij u aankomt, maar ik vind dit een prettige en heldere toon. Ik vind puistwoorden een smerig woord, maar het is wel effectief. Uit alles blijkt dat De Koning een man is met een missie: het ambtelijke Haags helderder maken. In zijn inleiding legt hij uit waarom.

 

De gemiddelde lezer heeft het taalniveau van een 15-jarige vmbo-leerling, aldus De Koning. Hij wil dat ambtenaren daar rekening mee houden. Net als met het feit dat er in grote steden veel mensen wonen en werken voor wie Nederlands de tweede taal is. Plus jongeren die helemaal niet snappen wat er met woorden als nochtans en derhalve wordt bedoeld.

 

Ik ben het volkomen met De Koning eens. Om een democratie goed te laten functioneren, moet je je richten op het gemiddelde niveau van de burgers. Als de gemiddelde lezer het taalniveau van een 15-jarige vmbo-leerling heeft, dan moet je daar serieus rekening mee houden, zeker bij stukken die essentieel zijn voor de samenwerking tussen burgers en overheid.

 

Wat mij betreft zouden de boekjes van Wouter de Koning moeten worden verspreid onder alle ambtenaren in Nederland.

 

Ewoud Sanders


Dit bericht heeft 5 reacties op “Puistwoorden”

  1. Ewoud Sanders zegt:

    Irritant dat een taalboekje voor gemeenteambtenaren ‘Helder Haags’ heet. Haags jargon staat voor de ambtelijke en politieke taal op nationaal niveau. Daar heeft de burger een andere verhouding mee dan met de teksten van gemeenteambtenaren. Folders en andere publiciteit van de nationale overheid die voor de burger bestemd is bijvoorbeeld, zijn niet moeilijk of ambtelijk.

    Hoewel gemeentelijke diensten veel meer met burgers te maken hebben, is er ook daar alleen maar bezwaar tegen gebruik van de taal van de werkvloer, als die gebezigd wordt en onuitgelegd blijft in communicatie met de burger. Stop een paar honderd werknemers in een kantoor, of beroepsgenoten in een branche, en na enige tijd komt er taal van de werkvloer uit, zowel vaag als hermetisch. Vaag omdat er binnen de muren met alles en iedereen rekening gehouden wordt (kolen en geiten), hermetisch omdat de mensen buiten de muren niet deelgenomen hebben aan het proces dat die taal vormde. Dokterstaal, scholierentaal, etc.

    ‘Je richten op het gemiddelde niveau van de burger’: dat gaat voorbij aan een basisprincipe van communicatie, namelijk eerst kijken tegen wie je het hebt. De algemene ambtenarij die met de algemene burger te maken heeft, bestaat niet. Er zijn veel verschillende onderdelen en diensten, er zijn veel verschillende doelgroepen en er zijn individuen.

    ‘Gemiddelde niveau’: zeer aanvechtbaar. Waarom niet daar beneden, waarom niet daarboven? En hoe moeten de werknemers, op kantoor allen van een niveau ruim boven vmbo, weten wat dat voor taal is? Toch niet aan de hand van een lijst verboden woorden. Gemakkelijk is het om met adstrueren en proactief aan te komen: zijn eigen doelgroep weet de schrijver kennelijk wel te onderscheiden. Haha inderdaad, grinnikt de beleidsambtenaar die het boekje leest achter een computer met een Fokke & Sukke plaatje erop geplakt. Maar groenvoorziening, hemelwater, ruimtelijke ordening, loketfunctie, raadscommissie, planschadevergoeding, griffier – je zult ze te eten moeten geven, de 15-jarige vmbo’ers die slechts een slag kunnen slaan naar de juiste betekenis.

    Als klanten van de overheid, moeten mensen natuurlijk begrijpen wat die overheid hen levert en dus worden ze dan ook op maat, niet gemiddeld, bediend. Maar als burgers mogen ze best begrijpen (en doen dat vaak ook) dat het werk van overheidsdiensten niet van Jip & Janneke gaat, net zo min als aannemers verticale (kan dat, ‘verticaal’ voor een 15 jarige vmbo’er?) plaatjes bevestigt tussen de zoldervloer en het schuine dak. Knieschotten maakt hij en wie moet weten wat dat zijn, die vraagt dat.

    Tegen de tijd dat ook op het vmbo bekend is wat pilot betekent, kan er weer een boekje met nieuwe voorbeelden geschreven worden.

    Maarten Dulfer.

  2. Barend van der Meulen zegt:

    Bijna vijftien jaar geleden was ik korte tijd ambtenaar op een van de ministeries. Er was net een nota gepubliceerd waar de afdeling zeer trots op was en die zij graag in het Engels wilde laten vertalen. Dan konden buitenlandse collega’s ook leren van onze inzichten. Een vertaalbureau werd ingehuurd die van de nota een zeer lelijke Engelse tekst maakte. Natuurlijk werd de schuld bij het vertaalbureau gelegd, totdat elke medewerker gevraagd werd zijn eigen tekst in fatsoenlijk Engels te vertalen. Helaas, al snel bleek dat vele delen van de tekst onvertaalbaar waren. Omdat ze in een vreemd soort beleids-Nederlands waren geschreven en omdat het ook voor de auteur niet meer duidelijk was wat er stond. De nota is nooit vertaald, wel werd een schrijfcursus georganiseerd. Daar kan ik mij nog een mooie discussie van herinneren tussen de cursusleidster en een van de deelnemers over een voorbeeldtekst die deze deelnemer had aangeleverd. De tekst was onhelder en moest gezien de gevoelige verhoudingen tussen de betrokken partijen onhelder zijn. Een duidelijke tekst zou veel schade kunnen berokkenen. Geen tekst zou de suggestie wekken dat er niets gebeurde of -erger nog- het onderwerp de minister niet interesseerde. Ik denk nog steeds dat de deelnemer gelijk had: het rare beleidsnederlands heeft een belangrijke rol in het onvertaalbare “polderbeleid”.

  3. Paul van Buuren » Blog archief » Puistwoord zegt:

    [...] (Ewoud Sanders’ Woordhoek) var addthis_pub = ‘paulvanbuuren’; [...]

  4. wouter de koning zegt:

    waar zijn de uitgegeven werken van mijn kennelijke naamgenoot verkrijgbaar?

  5. Wouter de Koning zegt:

    Wouter,

    Mail je postadres even naar taaladviseur@denhaag.nl.

    Groet!

    Wouter

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.