*

Woordhoek » En-ef-oo-peetje :: nrc.nl

En-ef-oo-peetje

Wat betekent de afkorting NFOP?  

 

 

Onlangs stond ik met enkele ouders langs het voetbalveld te kijken naar onze voetballende zonen. Sommige praten niet langs de lijn, ze moedigen slechts hun kinderen aan (,,Oké! Ga door! Ja goed zo!”), maar ik stond in een groepje waarin de aanmoedigingen werden afgewisseld met een gesprek.

 

Het zijn onrustige gesprekken, langs de lijn, maar ik voer ze graag. Je kijkt elkaar niet aan – je ogen zijn immers gericht op het veld – en ieder gesprek, iedere zin, kan op ieder moment worden onderbroken door iets dat op het veld gebeurt. Echte schreeuwers waren er gelukkig niet bij – dan ga ik ergens anders staan – maar om de zoveel tijd riepen we allemaal wel iets.

 

Het werk van de taaljournalist houdt nooit op, dus toen een van de vaders uit ons groepje vertelde over zijn ervaringen in het ziekenhuis waar hij in dienst is, onderbrak ik hem toen hij een afkorting gebruikte die ik niet eerder had gehoord. Over een patiënt had hij gezegd – ,,Jammer! Goed gedaan keep!” -, over die patiënt zei hij dus: ,,Dat was een typisch geval van een en-ef-oo-peetje.”

 

Wat is – ,,Heel goed, ga door!!” – een en-ef-oo-peetje, wilde ik weten. De man keek enigszins beduusd, alsof hij zich betrapt voelde op het openlijk gebruik van een afkorting die intern – in zijn ziekenhuis in Noord-Holland – algemeen werd verstaan.

 

,,Niet fris onder het petje”, zei hij een beetje verlegen, nog nadrukkelijker naar het veld kijkend dan gewoonlijk.

 

En-ef-oo-peetje – zo bleek na doorvragen – werd op zijn werk gebruikt voor patiënten die niet helemaal helder kunnen denken. Dat kan verschillende oorzaken hebben: dementie, dronkenschap, drugsgebruik of ,,erfelijke aanleg”, lees: domheid.

 

Kende hij deze afkorting alleen uit het ziekenhuis of ook van daarbuiten, wilde ik nog weten, maar dat antwoord heb ik nooit gekregen, want op dat moment kregen ‘we’ een doelpunt tegen.

 

Inmiddels weet ik meer. De afkorting NFOP lijkt niet algemeen gebruikelijk, maar dat is lastig te onderzoeken. NFOP is feitelijk een gemankeerde afkorting, want er mist een h (,,onder HET petje”). Niet afgekort lijkt de uitdrukking meer in zwang. Ze komt van vaakst voor in een iets andere vorm, namelijk: ,,Niet helemaal fris onder het petje.” Op internet vond ik diverse varianten, te weten: niet helemaal fris onder zijn schedel, niet geheel fris onder den kuif, niet meer fris onder de pan (waarbij we moeten denken aan dakpan in de betekenis ‘schedel’ of ‘hersenpan’), niet helemaal fris in de bovenkamer, niet helemaal fris in het hoofd, en, als mooiste, ,,Dan ben je niet fris onder je kurk, gebruik je drugs of ben je anderszins ziek in je pan.”

 

Ook schreef iemand op een website: niet honderd procent fris onder de motorkap. De betekenis was hier echter enigszins veranderd, want het bleek om een webserver te gaan die niet naar behoren werkte. Hier liet de techniek dus te wensen over, niet het besturingsmechanisme van de mens.

 

Waar deze uitdrukking vandaan komt is mij niet bekend – misschien zijn er lezers die er meer over weten. Het enige wat ik kan zeggen is dat de uitdrukking zeker tien jaar oud is, want in 1996 was ze te lezen in het Eindhovens Dagblad, in een serie over domheid in die regio. Na een bezoekje aan het dorp Acht, inmiddels een deel van Eindhoven, schreef een journalist: ,,Wat is dom in Acht? De dorpsplattegrond op de hoek van de Rijnstraat en de Lekstraat. Die hangt al tijden ondersteboven in een kastje. Degene die dat opgehangen heeft moet op dat moment even niet helemaal fris onder de pet zijn geweest.”

 

Ewoud Sanders


Dit bericht heeft 12 reacties op “En-ef-oo-peetje”

  1. lau masurel zegt:

    Weer tijd voor een nieuwe serie? Bij het lezen van het stukje over het en-ef-oo-peetje, moest ik opeens weer denken aan die uitdrukking die in ons bedrijf zeer gangbaar was: ‘een typisch ee-es-dee-beetje’. En dat stond dan voor ‘eigen schuld, dikke bult’.
    Vriendelijke groet,
    Lau Masurel.

  2. jwm van der meer zegt:

    Geachte heer Sanders,
    De ‘diagnose’ nfop’tje is afkomstig van de psychiater Prof Dr Nico Speijer (overleden in 1981*), destijds hoofd afdeling Sociale Psychiatrie GGD te Den Haag. NFOP was een typisch Speijeriaans neologisme (net als epibreren), in zijn afdeling gebruikt om de psychiatrie te versimpelen. Volgens de overlevering werd tegen de ouders van patientjes de term NFOP gebruikt. ‘Uw kind is een typisch geval van NFOP’. Zonder om opheldering te vragen werd dit dan als diagnose geaccepteerd.
    De bron van dit verhaal was mijn vader (destijds als hoofd van de ‘aanpalende’ afdeling Geriatrie van dezelfde GGD en naaste collega). De overlevering stamt rond 1967 schat ik.
    * zie R. Diekstra via google
    Met vriendelijke groet,
    Prof Dr JWM van der Meer, internist

  3. Gilbert Kegels zegt:

    Geachte heer Sanders,
    Ben ik nu een NFOP’tje of bent u het aan het worden?
    “Er mist een h”. Ik gruw bij het lezen van deze constructie. Of heb ik het mis?

  4. M. van Loon zegt:

    Geachte heer Sanders, Volgens mij ‘ontbreekt’ er een h én heb ik de afgelopen weken, maanden, … een gedachtenwisseling ‘gemist’ over het verschil tussen irriteren en ergeren, hennen en hunnen, …

  5. Hilbrand Haak zegt:

    Geachte heer Sanders,

    Uw stukje over ‘NFOP-tjes’ bracht herinneringen op uit mijn klinische tijd (ik ben als arts opgeleid maar heb het klinische bedrijf lang geleden verlaten).

    In de kliniek worden met zekere regelmaat patiënten gezien waarvan het klinische beeld niet ‘klopt’, wat zoveel betekent als dat de symptomen niet zijn te rijmen met het ziektebeeld waar het in de eerste instantie op leek. Er werd dan gezegd dat het ziektebeeld misschien ‘niet-organisch’ ofwel ‘psychisch’ was. De opdeling tussen ‘organisch’ en ‘niet-organisch’ is op zichzelf interessant (de psyche is volgens deze denkwijze niet-organisch), maar belangrijker is dat de meeste artsen in dergelijke gevallen hun handen van de patiënt aftrokken en een snelle doorverwijzing naar een psychiater regelden. Patiënten met ‘niet-organische’ aandoeningen hoefden in het algemeen niet op sympathie van artsen of verpleging te rekenen…

    Onder clinici bestond er in die tijd (en misschien nog steeds) de behoefte aan discrete terminologie die de psychische dan wel ‘niet-organische’ oorzaak dekte, en die in bijzijn van de patient gebruikt kon worden. Aan het bed van de patiënt werd daarom de term ‘supra-orbitale oorzaak’ (= boven de oogkassen, en dus psychisch) gebruikt. Overigens is ‘supra-orbitaal’ een bestaande medische term (bijvoorbeeld ‘supra-orbitale pijnprikkels’ om de diepte van een coma te testen), en zal daarom waarschijnlijk niet veel in dagelijkse taal gebruikt worden.

    Ik weet zeker dat er nog een aantal uitdrukkingen waren voor dit fenomeen, maar ze schieten me niet meer te binnen. Ik hoop dat andere lezers nof een aantal van deze termen weten.

    Beste groeten,

    Hilbrand Haak
    Leiden

  6. Hilbrand Haak zegt:

    Geachte heer Sanders,

    Uw stukje over ‘NFOP-tjes’ bracht herinneringen op uit mijn klinische tijd (ik ben als arts opgeleid maar heb het klinische bedrijf lang geleden verlaten).

    In de kliniek worden met zekere regelmaat patiënten gezien waarvan het klinische beeld niet ‘klopt’, wat zoveel betekent als dat de symptomen niet zijn te rijmen met het ziektebeeld waar het in de eerste instantie op leek. Er werd dan gezegd dat het ziektebeeld misschien ‘niet-organisch’ ofwel ‘psychisch’ was. De opdeling tussen ‘organisch’ en ‘niet-organisch’ is op zichzelf interessant (de psyche is volgens deze denkwijze niet-organisch), maar belangrijker is dat de meeste artsen in dergelijke gevallen hun handen van de patiënt aftrokken en een snelle doorverwijzing naar een psychiater regelden. Patiënten met ‘niet-organische’ aandoeningen hoefden in het algemeen niet op sympathie van artsen of verpleging te rekenen…

    Onder clinici bestond er in die tijd (en misschien nog steeds) de behoefte aan discrete terminologie die de psychische dan wel ‘niet-organische’ oorzaak dekte, en die in bijzijn van de patient gebruikt kon worden. Aan het bed van de patiënt werd daarom de term ‘supra-orbitale oorzaak’ (= boven de oogkassen, en dus psychisch) gebruikt. Overigens is ‘supra-orbitaal’ een bestaande medische term (bijvoorbeeld ‘supra-orbitale pijnprikkels’ om de diepte van een coma te testen), en zal daarom waarschijnlijk niet veel in dagelijkse taal gebruikt worden.

    Ik weet zeker dat er nog een aantal uitdrukkingen waren voor dit fenomeen, maar ze schieten me niet meer te binnen. Ik hoop dat andere lezers nog een aantal van deze termen weten.

    Beste groeten,

    Hilbrand Haak
    Leiden

  7. R.Meyer zegt:

    Aardig!
    Ik ken de uitdrukking NFOP sinds 1980.
    Als arts-assistent in het AZU te Utrecht werd deze gebruikt. M.n. op de afd. Reanimatie/Toxicologie/Beademingscentrum.
    Oorspronkelijk betekende het, zover ik het gehoord heb:
    Niet fris onder de pet’.
    Er was ook een onderverdeling:
    NFOP Graad 1
    NFOP Graad 2
    NFOP Graad 3

    We hadden veel te maken met drugs-verslaafden van Hoog-Caharijne, tentamen-suicide, suicide, pscyiatrische patienten.

    Graad 1:
    licht afwijkend gedrag. Waartoe men heden ten dage de persoonlijkheidsstoornissen zou rekenen.
    Graad 2:
    behoorlijk gestoord
    Graad 3:
    gewoon ‘gek’.
    Voor de grap maaakten wij nog een onder-verdeling per ‘Graad’: a, b, c.

    Het was een mondelinge code-taal, daar bij de schriftelijke verslaglegging (status) uiteraard geen onvertogen woord mocht staan.

    Mijn inschatting is, dat het uit de anaestesie komt, waar Prof. Smalhout toen hoogleraar was. Een overigens buitengewone en heldere man, die de dingen noemde zoals ze waren. Tot op heden doet hij niet aan ‘linksistische’ politieke correctheid (hypocrisie)
    Of hij het wist weet ik niet, maar zijn afd. was bekend om een heldere stijl.
    De arts-assistenten liepen ook stage op de afd. Reanimatie/Beademingscentrum.

    Zou het leuk vinden van u een reactie te krijgen.

    Excuus voor ev. typfouten, want ik ben visueel gehandicapt.

    R. Meyer
    bellen mag ook:
    071-5190794
    06-28897669
    rud.meyer@planet.nl

  8. Rob van Putten zegt:

    Geachte heer Sanders,

    Met veel genoegen lees ik altijd uw rubriek ‘Woordhoek’. Gisteren moest ik toch wel even slikken toen ik las: “…er mist een h…” Is dit geen anglicisme? Goed Nederlands is het in ieder geval (nog) niet. Heeft u dit van uw kinderen geleerd?
    Het gebruik van ‘missen’ in plaats van ‘ontbreken’ (en ‘controleren’ in plaats van ‘beheersen’) hoorde ik een jaar of tien geleden voor het eerst bij mijn hoogopgeleide collega’s. Ik begrijp wel waarom deze fouten zo gemakkelijk worden gemaakt, maar ze zijn daarom nog niet minder fout.
    Onze gemeenschappelijk kennis Wil Sterenborg zou ze zeker afkeuren.

    Met vriendelijke groet,
    Rob van Putten

  9. D.G. van Hasselt zegt:

    Geachte Heer Sanders,

    Ik sluit mij aan bij de reactie van de Heer Meyer. Ik ook zat in de begin jaren 80 van de vorige eeuw in het Academisch Ziekenhuis Utrecht, maar dan op de KNO afdeling.Ook daar werd de uitdrukking En-EF-O-PEETJE gebruikt. Ook wij hadden een onderverdeling van graad I t/m III. Kennelijk was de uitdrukking populair in het AZU. Buiten het AZU heb ik hem nooit meer gehoord.
    Vriendelijke groet,

    D.G. van Hasselt

  10. P.J. Box zegt:

    Pas afgelopen week kreeg ik van een collega een cc van uw artikel uit NRC over N.F.O.P. Zò heb ik deze afkorting altijd in gedachten als ik hem gebruik. Ik ken de uitspraak sinds 1979 toen ik in Amsterdam ging werken. Een collega bezigde hem toen al. Kortom, het is een uitspraak die van ruim vóór 1996 dateert, zoals blijkt uit een aantal van de bovenstaande reacties.

    Met vriendelijke groeten,
    P.J. Box

  11. Paul van Buuren » Blog archief » NFOP’tje zegt:

    [...] (link) [...]

  12. GR de Zeeuw zegt:

    Geachte heer Sanders,

    Leuk om deze afkorting weer eens tegen te komen. In 1986 zat ik als dienstplichtig arts in het Militair Hospitaal Dr. A. Mathijsen te Utrecht, waar vele recruten hun- vaak- milde klachten kwamen verwoorden.
    Als beginnende artsen namen we dat uiterst serieus, nog niet wijs geworden door ervaring. De spreekuren werden voorbereid door sergeanten die het klappen van de zweep al kenden en de dossiers voorzagen van commentaar als we ze ophaalden.
    ” Weer een NFOHP-tje” zeiden ze dan. Nu stonden we niet gek te kijken van afkortingen in militaire dienst, want het was soms een kafkaiaans beleven, waarbij veelal de logica ontbrak. Als we na het consult dan het dossier weer inleverden was er enige ruggespraak waarop ze dan triomfantelijk zeiden: “Ik zei het toch: NFOHP”.
    Een uitdrukking dus die zeker in Utrecht gebezigd werd. Met een H erin!
    We honoreerden die consulten overigens steevast met een SMEV: vrijstelling voor een week van sport, militaire exercitie en veldtocht. Overigens kon men daar dan weer wel aan deelnemen met een das om. Legergroen, dat wel.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.