Humoristische woordenboeken (1)

Het thema van de boekenweek, die binnenkort van start gaat, is humor en satire. Bestaan er ook humoristische en satirische woordenboeken? En zo ja, hoe lang al? Deel 1 van een serie.

 

Ja, ze bestaan, de humoristische en satirische woordenboeken, en al sinds lang. In 1994 schreef ik over dit onderwerp, samen met de Haarlemse letterkundige Nop Maas, een nieuwjaarsboekje getiteld Vrouw, zie Hemel en Hel Humoristisch-satirische woordenboeken in Nederland in de 18de en 19de eeuw, een boekje dat is uitgegeven door uitgeverij Van Dale Lexicografie.

 

Ter inleiding op deze serie het volgende. Woordenboeken zijn over het algemeen uiterst serieuze werken, maar met een beetje geluk stuit je er af en toe op een staaltje onbedoelde humor. Dat kan het gevolg zijn van een simpele drukfout. Zo werd trepanatie in de eerste editie van de elfde druk van de Grote Van Dale, uitgebracht in 1992, uitgelegd als ‘schedeboring’, waar ‘schedelboring’ had moeten staan. In dezelfde druk stond bij offerbroodje dat dit een ander woord is voor ‘tostie’, in plaats van ‘hostie’. Onder scrabbelaars en anderen die het woordenboek heilig hebben verklaard, zullen dergelijke drukfouten tot de nodige ruzies hebben geleid.

 

Maar ach, dit zijn natuurlijk kleinigheden. Leuker zijn definities die een beetje ongelukkig zijn uitgevallen. Zo werd  partner tussen 1961 en 1982 in de Grote Van Dale onder andere omschreven als ‘degene met wie men paart’.

 

In verouderde woordenboeken is erg veel te vinden dat aanzet tot glimlachen, voornamelijk omdat de definities vaak hopeloos zijn verjaard. Berucht in dit verband is de eerste druk van Verschueren, de Belgische tegenhanger van de Grote Van Dale. Pater Jozef Verschueren (1889-1965) sprak deels uit eigen ervaring toen hij in 1931 onder meer de volgende definities de wereld in zond:

 

Franschman - De Franschman is uiterlijk beleefd en elegant, beweeglijk, licht, ijdel, prikkelbaar en belust op pret en avonturen. Hij onderscheidt zich meer door zijnen tintelenden geest en slagvaardigheid dan door diepte van opvatting of gemoed, en weet alles helder en aantrekkelijk voor te stellen.

 

Ier – De Ier is vroolijk, levenslustig en impulsief. Vandaar de uitdrukking: een wilde Ier van een meid, wild, ongegeneerd meisje.

 

Italiaan – De echte Italiaan, niet die van het Noorden, maar de zuidelijke, is bruin, zwart van haar en oogen, hooghartig, ridderlijk en wraakzuchtig met plotseling opvlammende drift. Hij is een geboren zanger, dichter en muzikant, opgeruimd, oppervlakkig en kinderlijk blij onder zijn steeds zonnigen hemel, maar tevens onzindelijk en lui, tevreden met wat vijgen en wijn, zich vermeiend in een ‘dolce far niente’ [zalig nietsdoen] en tevreden met zijn lot.

 

Spanjaard – De Spanjaard is lichamelijk goed gevormd, van middelbare gestalte, mager en zwart van haar; vooral de vrouwen hebben vurige ogen en een aanminnig voorkomen. Hij is nuchter, matig, moedig, vroom en vol nationale trots, maar ook wraakzuchtig en lui.

 

Nu was dit allemaal bloedserieus bedoeld, maar er zijn ook woordenboeken die zich speciaal op humor en satire hebben toegelegd. Eigenlijk is dat vreemd. Iedereen die wel eens lacht weet dat weinig zo zorgvuldig moet worden afgewogen als humor. Een onsje teveel, een theelepel zelfs, kan verkeerd uitpakken. Tap alleen moppen en je staat zo bekend als lolbroek – een kwalificatie die doorgaans met een diepe zucht wordt uitgesproken.

 

Een satirisch woordenboek koppelt humor aan overdaad en is daarmee in feite een contradictio in terminis. Bij een satirisch woordenboek ligt dit iets anders. De intentie van de humorist is om te vermaken, de satiricus ergert zich en wil dat de maatschappij zich zijn kritiek aantrekt. Gezegd moet worden dat het geketter van de satiricus de tand des tijds doorgaans beter heeft doorstaan dan het geschater van de humorist.

 

Humoristisch-satirische woordenboeken bestaan al veel langer dan menigeen denkt. Ze ontstaan in de 18de eeuw, bloeien in de 19de eeuw en worden ook nu nog gemaakt. In kleine kring zijn een paar titels bekend, maar bij nader onderzoek bleken er nog allerlei humoristisch-satirische woordenboeken verstopt te zitten in 18de- en 19de-eeuwse tijdschriften.

 

Wie waren de auteurs? Over welke onderwerpen schreven zij? En hoever durfden zij te gaan?

       Wordt vervolgd.

 

Ewoud Sanders