Spel-alarm
Is het werkelijk zo slecht gesteld met de taalkennis van Nederlandse studenten? En wat hieraan worden gedaan?
‘Studenten kunnen niet meer spellen’, luidde afgelopen zaterdag de alarmerende kop op de voorpagina van deze krant. De Erasmus Universiteit is onlangs met een ‘bijspijkercursus’ Nederlands begonnen, net als de Haagse Hogeschool. De Universiteit van Amsterdam heeft een website voor taalproblemen opgezet en de Universiteit van Leiden denkt na over een taaltoets.
In het artikel worden allerlei autoriteiten aangehaald die menen dat het treurig is gesteld met het taalniveau van studenten: zij kunnen niet meer spellen en hebben geen kennis meer van de grammatica. Reden: op de basisschool en in het voortgezet onderwijs zou hier steeds minder aandacht aan worden besteed.
Het artikel op de voorpagina verwees naar een groter stuk in het Zaterdags Bijvoegsel – van Japke-d. Bouma – en daarin kwamen gelukkig ook nog enkele mensen aan het woord die vinden dat het allemaal wel meevalt. Harde cijfers waaruit zou blijken dat het kennisniveau van scholieren schrikbarend is gedaald ontbreken, want hier is geen onderzoek naar gedaan. Tien jaar geleden was het ook al niet veel soeps, verklaarde een hoogleraar, en een ander vond het logisch dat het taalpeil daalde, want het aantal studenten is de laatste twintig jaar enorm toegenomen.
Ik wil hier een persoonlijke herinnering aan toevoegen. Ik ben in 1980 geschiedenis gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor had ik op de mavo en de havo gezeten, om te eindigen met een staatsexamen vwo. Ik kon absoluut niet goed spellen toen ik ging studeren. Van mijn docenten heb ik daar zelden iets over gehoord. Wel zei een hoogleraar in een van de eerste colleges dat de studenten tegenwoordig (27 jaar geleden dus) zo verrekt weinig wisten. Ik vond dat niet erg stimulerend; ik was juist gaan studeren omdat ik meer wilde weten.
Na twee jaar studeren ben ik erbij gaan werken, in de journalistiek. Daar, bij het weekblad voor de Universiteit van Amsterdam, kreeg ik te horen dat mijn kopij wemelde van de dt-fouten en dat ik daar echt iets aan moest doen. Van mijn eerste salaris heb ik bijlessen genomen bij een docente Nederlands. Zij vond het vreemd dat ik op de lagere school – we zitten nu in de jaren zestig – de grammatica niet beter had geleerd, maar ze was erg geduldig en binnen een paar maanden snapte ik eindelijk hoe het zat met die verdomde dt.
Dat wil zeggen: het is nooit mijn sterkste kant geworden. Af en toe blijf ik halverwege een zin hangen omdat ik niet goed weet hoe ik het werkwoord moet spellen. Meestal verzin ik dan snel een andere formulering, maar soms bel ik een vriend op om te overleggen. Hij is hoogopgeleid, heeft een enorm goed taalgevoel, maar het komt geregeld voor dat ook hij even twijfelt. ,,Ja, dat is een lastige constructie, even denken…”
Ik bedoel maar: de grammatica van het Nederlands is nou eenmaal erg lastig. Er zijn maar heel weinig mensen die foutloos schrijven. Dat is altijd al zo geweest. We horen nu over studenten die slecht spellen. Dan hebben we het dus over jongeren die meestal vwo of gymnasium achter de kiezen hebben. Als zij het al niet kunnen, hoe zit het dan met al die andere, lager opgeleide jongeren en volwassenen?!
Niet alleen studenten spellen slecht, héél veel mensen spellen slecht. ‘Verkeerd in goede staat’ komt op internet vaker voor (namelijk 45.800 keer) dan ‘verkeert in goede staat’ (41.300 maal). Moet de spelling dan alsnog worden vereenvoudigd? Of moet je je simpelweg niet te druk maken over spelfouten? Graag lees ik uw mening hierover, onderaan deze weblog. Woord vervolgt.
Ewoud Sanders



maandag 15 januari 2007, 13:36 uur
Wat spellen van werkwoordsvormen betreft ben ik altijd voorstander van het volgende ezelsbruggetje: het vervangen van het werkwoord in kwestie door de juiste vorm van “lopen”.
Dus: ik word oppperhoofd want ik loop opperhoofd (weliswaar een betekenisloze zin maar dat doet er niet toe) en:
hij wordt 40 want hij loopt 40, en:
word jij 40? want loop jij 40?
..Ik zou “de regels” niet eens meer kunnen reproduceren, maar met gebruik van dit model maak ik nooit of zeer zelden een fout.
Kortom: nix aan de handa.
maandag 15 januari 2007, 14:13 uur
Het valt ook mij op dat veel mensen slecht tot zeer slecht spellen. Ik werk in een academische werkomgeving, en het is hier ook dramatisch slecht gesteld met spelling en grammatica, overigens niet alleen in het Nederlands…
Ik vraag me echter met Ewoud Sanders af of het inderdaad allemaal zoveel slechter wordt. Ik vind dit soort verzuchtingen altijd nogal gemakkelijk: gratuit beweren dat vroeger alles beter was. Ik heb eerder de indruk dat het wat beter wordt, hetgeen te verklaren zou kunnen zijn door verbeterde onderwijsinzichten (het lijkt me dat het hedendaags onderwijs toch echt beter in staat is kennis en vaardigheden over te brengen dan in de jaren zestig) en het hogere gemiddelde opleidingsniveau van de bevolking.
Met het tweede deel van het betoog, namelijk dat de Nederlandse spelling en grammatica zo moeilijk zou zijn, ben ik het echter geheel niet eens. Uiteraard kennen we door de verschillende herkomst van onze woorden een aantal woorden waarover nu eenmaal ooit een afspraak gemaakt is die je maar net moet weten (dat zijn de woorden waarmee het Nationaal Dictee vol staat), maar het vervoegen van een werkwoord kun je toch echt niet moeilijk noemen. De -t’s en -dt’s volgen duidelijke en simpele regels. Zeker voor iemand die een VWO-diploma kan halen. Ik denk eerder dat een gebrek aan aandacht voor spelling de oorzaak is. Daarom vind ik een gebrekkige spelling, uit te leggen als een gebrek aan interesse en respect voor de lezer, ook zo irritant.
Tot slot: enigszins in tegenspraak met bovenstaande: spelling, niets anders dan een verzameling vaak toevallige afspraken, is eigenlijk het minst interessante aspect van taal. Dat is in deze rubriek ook al eens betoogd. Maar armoede in uitdrukkingskracht van taal gaat alleen zo vaak gepaard aan een rammelende spelling…
maandag 15 januari 2007, 14:22 uur
Dat nederlandse grammatica niet simpel is dat zie ik aan diverse buitenlandse vrienden die het nederlands (proberen) te leren. Ik heb alleen niet het idee dat de d-tjes en de t-tjes nu het moeilijkste probleem vormen. Laten we wel wezen, het betreft hier geen “rocket science”. Ik heb het op de lagere school (2e helft jaren ’70) goed geleerd, en het in de brugklas (van de MAVO) nog eens herhaald gekregen (samen met taalkundige en redekundige zinsontleding). Wel merkte ik toen ik na de brugklas naar een andere school ging om verder te gaan met HAVO/VWO, het spellingsniveau daar juist bedroevend laag was. Het onderwijs nederlands werd daar op een manier gegeven die waarschijnlijk veel overeenkomsten vertoont met wat nu het studiehuis heet, en aan spelling werd geen aandacht besteed. Dit bleek funest voor leerlingen die op de lagere school geen goed spellingsonderwijs hadden genoten, niet alleen voor het nederlands, maar ook voor de andere talen, waarvoor men immers basale zinsontleding ook dient te beheersen. De leraren vreemde talen beschouwden deze kennis als aanwezige basis, en als daar vragen over gesteld werden werd men verwezen naar het vak nederlands, waar zoals gezegd weinig aandacht bestond voor spelling en zinsontleding.
Ik ben dus nog steeds blij met mijn lagere school. Overigens zie ik niet alleen dat “verkeerd in goede staat” onjuist is, het doet ook echt pijn aan m’n ogen als ik dat lees. Zijn er meer mensen die dat hebben, en heeft iemand een idee hoe dat komt? Het zijn immers allemaal woorden die los van elkaar bestaan in het nederlands, die slechts in de genoemde combinatie een fout opleveren. Komt het simpelweg omdat dat aangeleerd is, of is er zoiets als een ingebakken taalgevoel in onze hersenen dat aangeeft dat het niet klopt?
maandag 15 januari 2007, 17:53 uur
Ik heb geen probleem met spellen, en “verkeerd in goede staat” doet inderdaad pijn aan mijn ogen. Overigens valt er nog wel iets te zeggen over de oorzaak van het spelprobleem: de correcte spelling wijkt op een aantal punten nogal af van de correcte uitspraak. De enige remedie daartegen is een spellingshervorming. Die zal iedereen boven de 12 jaar de rest van zijn/haar leven pijn aan de ogen doen, en zeker mij, maar ons nakroost is dan tenminste van dit probleem af. Voor zo lang het duurt, natuurlijk – de uitspraak zal vast wel blijven veranderen.
maandag 15 januari 2007, 18:17 uur
Ik heb ook veel problemen met spelling, gelukkig word ik erg gesteund door allerlei spellingscheckers. Wat mij betreft mag er wel eens een spellingsvereenvoudiging komen. Er zijn veel talen met een tamelijk consequente spelling, waarom zouden wij dat niet doen met het Nederlands. Als er nooit een serieuze spellingsvereenvoudiging komt gaan we de kant op van het Engels, amper logica in de spelling. Het gerommel met de tussen-n zet geen zoden aan de dijk.
Op naar een consequente spelling!
maandag 15 januari 2007, 18:30 uur
Als nog niet-dertiger vind ik het moeilijk om iets te zeggen over de kwaliteit van de beheersing van het Nederlands van generaties voor mij. Ik vermoedde altijd dat het daarmee beter gesteld zou zijn en vind het dan ook treurig om te lezen dat 27 jaar geleden Universiteits docenten kennelijk al vonden dat de toenmalige generatie studenten de Nederlandse taal maar matig beheerste.
Ik sluit mij desondanks graag aan bij de – kennelijk door meerderen gedeelde en enigszins onderzochte- opvatting dat het vandaag de dag NOG slechter gesteld zou zijn met de kennis van het Nederlands. Ik ben zelf werkzaam als specialist in opleiding in een academische ziekenhuis en moet een aantal keer per week brieven corrigeren van co-assistenten. Dit zijn studenten aan de in mijn ogen nog altijd academische opleiding tot arts. Als zij bij mij op de afdeling komen studeren zij in het vierde jaar van de zesjarige opleiding geneeskunde. Ik vind het telkens weer indrukwekkend wat voor een aperte onzin, zowel inhoudelijk als grammatikaal, deze studenten telkens weer op papier weten te krijgen. Hierbij speelt dan ook nog mee dat het niveau van medische kennis vaak veel te wensen overlaat.
Ik zou het toejuichen als hier door betreffende opleidingen meer aandacht aan zou worden besteed. Alhoewel je als arts uiteraard een opleidingsverantwoordelijkheid hebt, zou ik liever meer tijd aan bijvoorbeeld patientenzorg of andere opleidingsaspecten besteden dan aan het eindeloos bespreken van allerhande taalfouten. Dat hoort wat mij betreft echt op de middelbare school thuis.
maandag 15 januari 2007, 18:46 uur
Wat sneu. Ewoud Sanders is gewoon op een slechte lagere school geweest en heeft daarna nooit meer de moeite genomen om even echt te horen hoe het zit. Moeilijk? Als Sanders er “een paar maanden” over doet om met een docente Nederlands de spelregels van het Nederlands te doorgronden, vermoed ik dat hij wellicht ietsje dyslectisch is (?)
maandag 15 januari 2007, 18:49 uur
Goed spellen van d en t is inderdaad niet zo moeilijk (het ezelsbruggetje met ‘lopen’ gebruik ik ook altijd).
Het is een kwestie van nauwkeurigheid en interesse.
Het interesseert de meeste mensen niet echt (je snapt toch wat ik bedoel?) en met het feit dat men te snel is. Wie leest er nog een email over voordat hij hem wegstuurt?
Verder zijn docenten minder eisen gaan stellen; ik denk dat het onderwijs niet zo heel veel is veranderd maar wel de eisen die men is gaan stellen aan gemaakt werk. Onder invloed van allerlei onderwijsvernieuwingen is het doen belangrijker geworden dan de manier waarop het is verwoord. En dan is er de eis van scheiden van vaardigheden: bij geschiedenis mag de spelling niet worden beoordeeld – het mag dan alleen gaan om de inhoud. Literatuur bij Engels moet in het Nederlands worden overhoord, tekstbegrip Engels in het Nederlands (want het gaat alleen om het begrijpen van de tekst) etc.
Tenslotte is er de invloed van multiple choice: antwoorden hoeven niet meer te worden geformuleerd, alleen maar aangekruist.
maandag 15 januari 2007, 18:59 uur
Waarde Ewoud Sanders,
Scholing, opleiding, interesse in een willekeurige taal
is onverbrekelijk verbonden met de leesvaardigheid. Als
iemand extreem veel leest, zal waarschijnlijk de kans op
fouten verminderen. Normaal gebruik van de communicatie
levert, zonder bijzondere aanleg, onvermijdelijke fouten
op. Taalvaardigheid is per definitie een stoomtrein. Het
gaat niet snel, maar je weet achteraf nog wel wat de
toepassing is en was.
Naar mijn opvatting, zal de betrekkelijke volmaaktheid van
een taal gedeeltelijk verloren gaan door de toenemende
snelheid van de gebruikers ervan. Fouten bestaan niet meer! Wel nieuwe, kortere mogelijkheden om te formuleren.
maandag 15 januari 2007, 19:00 uur
De oplossing voor slecht taalgebruik van de Heer Sanders is geheel eigentijds: het geeft toch allemaal niet dat er verkeerd wordt gespeld, als we elkaar maar begrijpen is het in orde. Strikt gnomen heeft hij gelijk: er is een evolutie in het taalgebruik en in de Middeleeuwen bestonden andere woorden en begrippen dan nu en dat zal zo wel blijven ook. Dat maakt taal extra interessant. Dat er een sterke verarming is in de zin van grammaticale juistheid, stijlgebruik en woordkeuze bij deze benadering om over spelfouten maar te zwijgen lijkt niet(meer)relevant.
In zijn functie als journalist adviseer ik de Heer Sanders eens een artikel uit de NRC of een andere krant van 30 jaar geleden te lezen of een radio interview of het commentaar van een collega van hem van destijds te beluisteren.
maandag 15 januari 2007, 19:27 uur
Het juist spellen is helemaal niet zo moeilijk, maar Nederlanders hebben blijkbaar een merkwaardig gevoel dat je opvalt als je iets correct doet en opvallen is uit den boze! Alles moet kunnen! Maar owee, als je iemand aanspreekt op zijn slordigheid!
Het moge vreemd klinken maar foutief spellen lijkt voor mij op fietsen zonder licht of geen richting aangeven en meer van dat soort kleine zonden, die niet rampzalig zijn, maar wel ergernis wekken.
Als leraar Nederlands in het Middelbaar Beroepsonderwijs is het mij indertijd gelukt een aantal intelligente leerlingen ervan te overtuigen dat deze slordige luiheid hun imago schaadde en dat de kleine moeite om het correct te doen in elk geval jezelf genoegen verschaft.
Wie in staat is ingewikkelde zaken, die naar ik mag aannemen op een universiteit worden onderwezen, onder de knie te krijgen, moet in staat worden geacht ook de spellingregels onder de knie te krijgen, zonder aan de flauwekul van het Nationaal Dictee te hoeven voldoen.
maandag 15 januari 2007, 19:36 uur
Geachte heer Sanders,
Dit is geen reactie op uw artikel over spellen maar ik constateer wel een ander mogelijk interessant fenomeen.
De afgelopen weken/maanden heb ik opvallend vaak mensen horen zeggen “dat besef ik mij” of “dat beseffen wij ons”. Gisteren nog de heer Van Baal in Buitenhof, afgelopen week Melanie Schultz op de radio. Waar komt dat opeens vandaan?
Met vriendelijke groet,
Patty Hamel, Hilversum
maandag 15 januari 2007, 19:39 uur
Vanaf de lagere school (in een Vlaams dorp) waren de dt-regels mij volkomen duidelijk. Ik heb nooit begrepen waarom die in Nederland zo moeilijk lijken te zijn.
maandag 15 januari 2007, 21:06 uur
Geachte heer Ewoud Sanders
Mag ook ik een persoonlijke herinnering hieraan toevoegen.
Ik heb gewerkt aan de TU Delft, van 1979 tot 1996, en in die situatie lees je nogal eens stageverslagen, scripties, afstudeerverslagen etc, en de klacht was algemeen. Een kennis die nogal wat afstudeerverslagen moest bekijken, vertelde dat hij vele, vele fouten in concepten moest verbeteren, en dan kwam altijd de proef op de som: de officiele versie. De staande afspraak daarbij was: als er meer dan drie duidelijke spelfouten in staan, dan wordt er getracteerd,,,, en er wordt bij ons veel taart gegeten! De verdediging van de student was meestal: wanneer het er echt op aan komt helpt mijn moeder mij met de spelling, (die opmerking hoor je veel bij studenten!) en er is ook nog de spellingchecker, die veel gebruikt wordt. Maar zoals u wel weet, kent de spellingchecker zijn grammatica slecht.
Ik heb altijd tegen studenten gezegd, in de toekomst zul je vaak een ‘notitie’ moeten maken, die dan in de officiele vergadering wordt besproken. Daar ben je meestal niet bij. Als het stuk duidelijke taalfouten vertoont, zal hoogstwaarschijnlijk de commentaar komen: ik ben benieuwd of de berekening beter is, zo niet, dan zal die berekening ook wel niet deugen.
Kort en goed, als die spelling zo is, dan kom je jezelf een keertje tegen, zoals men dan zegt.
Het probleem is, zoals u terecht opmerkt, al oud. Ik ga nog wat terug in de geschiedenis: Wim Kan, altijd onvolprezen, zei destijds: Als je mij vraagt, is het onderwijs in Nederlands al jaren geleden afgeschaft.
Een aantal jaren geleden zat ik in de sollicitatiecommissie van de school waar mijn kinderen op zaten. Het gesprek ging op een gegeven moment in termen van: hun heb…. Ik was zeer dankbaar toen het goed afliep. De candidaat was net klaar met de officiele opleiding voor onderwijzer.
Moeten we, nu het zo gaat, dit soort dingen goed vinden, want het spraakgebruik…
Het wort ferfolgt, doet het u niet pijn aan de ogen? Meer nog, ik kan me echt niet voorstellen dat ik de enige ben die dat echt pijn aan de ogen doet.
Het is inderdaad al jaren zo, maar het interessante is dat het nu, betrekkelijk plotseling, ontdekt wordt. De wal keert het schip, alleen duurt dat proces wel vaak erg lang
maandag 15 januari 2007, 21:18 uur
Ben het eens met jos moorgat. Eigenlijk leer je de grammatica op de (vroegere) lagere school, soms met een ezels-bruggetje, zoals: waarom schrijf je b.v. hij besteedt…..met een dt? dus deel van het woord plus t? omdat je b.v. bij hij danst……ook een deel van het woord neemt plus die t.
maandag 15 januari 2007, 21:27 uur
Beste mijnheer Ewout Sanders,
Hierbij een reactie op uw column van vandaag.
Om te beginnen, mijn lagere schoolperiode is begin jaren 60. Wij hadden in de laatste jaren een ‘ouderwetse’ onderwijzer,
die een deel van de klas klaarstoomde voor (toen nog) het toelatingsexamen voor de HBS.
(Wie weet nog wat dat is . . . )
Op het lyceum daarna werd, voor zover ik me herinner, redelijk goed aandacht besteed aan de spelling.
Mijn zoon, nu 13, is net een kwartaal in de brugklas van HAVO/VWO.
Naar mijn idee zijn er twee grote verschillen tussen basisschool nu en destijds.
Ten eerste, voor zover ik me herinner en kan constateren, is er nu gewoon minder aandacht voor de taal. Het wordt allemaal wel
aangeleverd, maar wordt veel minder geoefend. Dat geldt ook voor zinsbouw en diverse van dat soort zaken.
Voor zover ik me herinner, hadden wij b.v. veel vaker een dictee.
En ten tweede, haast nog belangrijker, de juffen (basisschool dus) lijken het niet zo belangrijk te vinden!
Als zij niet voldoende én regelmatig uitstralen, naar de kinderen toe, dat het goed is om correct te schrijven (dat maak ik op uit de reaktie van
mijn zoontje en ook uit hun reakties) tja, dan doen de kinderen ook niet zo veel moeite.
Voorbeeld: van alle werkstukken die mijn zoontje in groep 6, 7 en 8 heeft ingeleverd, kreeg hij er niet een terug
waarbij spelfouten gecorrigeerd waren! Heel soms de opmerking onderaan ‘let op je spelling’.
Zonder enige aanwijzing waar dan een fout zat.
Ofwel de grammaticaregels worden wel aangeleverd, en beperkt geoefend, maar toch wel ‘voor wie het leuk vindt’.
Nu, op de middelbare school, breekt het mijn zoon wel op, want hier wordt wel weer meer op gelet.
Hem heb ik een tip gegeven (ik zit niet in het onderwijs of iets anders didactisch), dus vooruit maar,
to whom it concerns:
Vóór je je afvraagt of een werkwoord met een d of t is,
vraag je éérst af: is het een – voltooid deelwoord, of is het – een tegenwoordige tijd.
(Als je die keus goed maakt, heb je een eigenlijk geen probleem, alleen een zeer beperkt aantal regels te onthouden)
Is het een – voltooid deelwoord: woord ‘langer maken’. b.v. het woord is verdien.. , bij langer maken krijg je: wij verdienden, dus d.
Is het een – tegenwoordige tijd: stam plus t. (met 1 uitzondering: jij in de vragende vorm)
en voor de bijzondere gevallen hebben we het kofschip (of variatie daarop).
Nou moet ik toegeven, dat niet iedere volwassene nog zal weten wat b.v. een voltooid deelwoord is, maar zit je op enige school,
dan zullen deze 4 begrippen (volt.deelw., tegenwoordige tijd, stam + t en kofschip) toch bekend zijn.
Dit schema dekt volgens mij alles; bestaat slechts uit een paar regels.
Dan uw vraag: is het zo erg als er niet goed gespeld wordt ? Feitelijk niet. Iemand die zegt: Wat maakt dat nou
echt uit (en dus vindt, dat het niet zo belangrijk is), moet ik wel gelijk geven.
Maar het is toch een vorm van verschraling, die ik jammer vind. De geschreven taal wordt toch nog veel
gebruikt, nu per e-mail i.p.v. per brief etc.
Je leert je kind toch ook eten met mes en vork, terwijl je het meeste voedsel toch echt met een lepel naar binnen kunt werken.
Zoals je ook niet tegen iedereen je en jij zegt. En zoals je je toch ook leuk kleedt, als je naar een receptie of iets officieels gaat.
‘t Is een soort vernisje. En de een hecht daar meer aan dan de ander, dat is waar.
En als laatste, de spelling vereenvoudigen? Hoe zou dat dan worden? Bijvoorbeeld het woord verkeerd (in uw voorbeeld) onder alle omstandigheden
met een d. Krijgen we dan ook ‘hij gaad’ met d ?
Of voortaan steeds verkeert, met een t. En als je dan daarna zegt/schrijft ‘dat was een verkeerde keus’, wordt het dan
‘een verkeerte keus ‘ ? Of mag gewoon alles, zonder enige regel? Dat kan ook.
(Of we het onderwijs daar een plezier mee doen, is nog een tweede)
Al met al, nog een heel relaas,
met vriendelijke groeten en succes!
Anita de Vries
Laren
.
maandag 15 januari 2007, 21:53 uur
De spelling moet niet vereenvoudigd worden, die spellingswijzigingsbobo’s moeten eens ophouden met hun veranderdrift.Goed spellen is van belang, zeker in beroepen waar daar op wordt gelet of waar het gewoon noodzakelijk is. Maar verkeerd spellen is minder erg dan slecht gebruik van de Nederlandse taal: slecht lopende zinnen, stijlfouten, onlogische opbouw van een betoog, verkeerd leesteken gebruik, ga zo maar door. Ik denk dat alleen op de spelling letten onvoldoende is.Misschien kan Ewoud daar eens over schrijven? Joost Sylvester, Den Haag
maandag 15 januari 2007, 22:09 uur
(er moet een nieuwe vloer in de kerk komen, dus staat er:) “ ende in dien plaetse te leggen groote roode tegelen ofte plavey clinkert tot goetduncken van de kerckmeesteren ”. Om deze zin uit een handschrift van 8 junij 1604 te kunnen lezen heb ik een cursus paleografie gevolgd. Wat me bijstaat uit deze cursus was de heerlijke spellingsvrijheid die men zich toen – tot in de hoogste kringen- veroorloofde. Hetgeen nog eens onderstreept werd en wordt door de verschillende schrijfwijzen van op zich identieke achternamen, denk aan Janse, Jansen, Janssen, Janssens, enzovoort.
En eens kijkun of ik het nog kan: jaarun guleedun (1970?) was ik aktief in de aksiegroep spellingvereenvoudiging nee, ik kan het niet meer, ik meende dat zelfs heel consequent de lettercombinatie ie als ii geschreven werd.
In een reactie op deze rubriek heb ik al eens geroepen: “Hoera voor het Groene – EN het Witte boekje eindelijk vrijheid in de spelling”.
Op dit moment ga ik mij verdiepen in gebarentaal; daarin bestaat wel een grammatica, maar geen spelling, uiteraard.
Als ambtenaar en oud-onderwijzer beheers ik de spelling aardig. Maar ik blijf pleiten voor spellingsvrijheid, juist voor die kinderen en volwassenen voor wie schrijven heel frustrerend is/wordt door alle fouten die zij kunnen maken. Spellingsarme intelligente geesten die naar het speciaal onderwijs (BLO, toen) moesten.
Correct gespeld? We zouden er niet zo aan moeten hechten, noch schrijvend, noch lezend. Dat maakt mensen vrij.
In dit digitale tijdperk zie ik maar een nadeel aan vrij spellen: zoeken met de zoekmachine wordt een beetje lastig .
maandag 15 januari 2007, 22:36 uur
Goed spellen is gewoon een zaak van meedoen met de spelregels van het spel dat taal heet. Grammatica, werkwoordsvormen en andere elementaire afspraken moeten correct worden gevolgd. Maar of managementassesmentindicator zo of anders gespeld moet worden, of misschien helemaal niet bestaat, lijkt me van minder belang. Weer wel belangrijk is de inzet van onze taalvindingrijkheid, waarmee we al die klopkloptaal drastisch de das om kunnen doen, ofwel de nek om kunnen draaien. Laten we toch vooral gewoon pleen Duts blijven schrijven en ons met taal niet dikker voor te doen dan we zijn. Want zwaarwichtigheid is net als zwaarlijvigheid een ernstige volksziekte.
maandag 15 januari 2007, 22:45 uur
Ik vidn veel storendre dat zoveel mesnen tiepfotuen niet eevn vanandreen. Hte staat zo onverzogrd en onrespectvlo.
maandag 15 januari 2007, 22:52 uur
Correct schrijven en spellen heb ik altijd al als een vorm van hoffelijkheid beschouwd. Inderdaad, mooi en juist schrijven is niet altijd even makkelijk. En ja, Nederlands zit stikvol uitzonderingen! Maar is die verscheidenheid dan geen rijkdom? Misschien moet ik de voorlaatste zin wel herschrijven: Nederlands zit stikvol geschiedenis, net als andere talen.
Wanneer ik de redenering volg van diegenen die het niet zo nauw nemen met de taalregels, die misschien zelfs voorstander zijn van een fonologische spelling, van een uniforme, kinderlijk eenvoudige spelling, dan kom ik tot de conclusie dat het ‘pluralisme’ uit de taal moet verdwijnen. Gevolg? Een kleurloze taal, een taal zonder mogelijkheden tot nuanceren, een kunstmatige kuttaal à la Esperanto.
Taal gebruiken is als vrijen met een mooie vrouw: als je het goed doet, is het ook leuker voor jezelf. Het is niet altijd even makkelijk, maar het is leuker. Er even op en erover, dat doen we allemaal wel eens, iedereen maakt fouten… Maar taal verkrachten, botweg geen rekening houden met de meest elementaire regels, daar zijn geen woorden voor. Dat is gewoonweg onbeleefd, en dat, dat is een understatement.
Ik besef trouwens dat mijn analogie niet helemaal klopt, maar de boodschap is duidelijk.
Soms reageren mensen een beetje boos wanneer ik ze wijs op hun spel- of taalfouten. Ik probeer mijn kommaneukerij dan ook tot een absoluut minimum te herleiden. Wie was het ook al weer die zei: “Verbeter de wereld, begin bij jezelf.”? Het goede voorbeeld geven blijkt meestal al voldoende. Zo probeer ik bijvoorbeeld e-mails altijd in volzinnen te beantwoorden. Heel vaak formuleren mijn correspondenten dan op hun beurt hun antwoorden ook in volzinnen, zonder vreemdsoortige (soms spitsvondige) afkortingen. En ja, er staan dan soms fouten in. En dan? We maken allemaal wel eens fouten, en dat is niet erg. Zolang de wil er maar is om het goed te doen, om het op z’n minst te PROBEREN!
Om dan maar af te sluiten waarmee ik begonnen ben: veel mensen vinden ‘etiquette’ een vies woord, maar het is en blijft een feit dat goede omgangsvormen geapprecieerd worden. Correct taalgebruik getuigt van respect voor de ander, en dat wordt geapprecieerd.
PS: De dt-regels zijn inderdaad EASY! Dat er veel dt-fouten gemaakt worden, dat zal ik niet ontkennen, maar ik ervaar ze als een minderheid onder de fouten.
maandag 15 januari 2007, 22:59 uur
Wat de heren van het groene en het witte boekje (en kennelijk ook de hoogleraren van de universiteiten) moeten beseffen is dat taal een gebruiksvoorwerp is.
Om preciezer te zijn: een middel om een boodschap over te brengen.
Laad ik een voorbeelt geven. Ondanks dat deze zin vol fouten zit, kan iedereen hem perfect begrijpen. Zeker bij de nog veel minder merkbare dt fouten maakt dat voor de boodschap zelf niks uit. Let wel: het moet natuurlijk niet doorslaan. Wt k sms p intrnet sie iz egt niet nrmaal meer. Daarom is het ook maar goed dat er spellings- en grammaticaregels bestaan, maar maak je alsjeblieft niet druk over die ene dt fout, die worden nou eenmaal gemaakt, zo is het altijd geweesd.
maandag 15 januari 2007, 23:03 uur
Goh meneer Sanders dat was nou weer een mooi artikel, wat de spijkert op z’n kop slaat. Hun zullen daar niet blij mee zijn, zeg maar die jeugd, toch? Ik vindt het zeg maar elke keer weer verassend dat dit onderwerp naar voren komt als eb en vloed, maar misschien is het nou wel springtij. Want het gaat niet alleen om uw spel-alarm, maar ook om hun duidelijk te maken dat er een grammatica-allarm is en zeg maar toch ook toch een spraak-allarm dus een al weer-allarm.
“Vindt jij ook niet”, zo schreef iemand onderlaatst aan mij, “dat tegenwoordig tien slechter Nederlands word gesproken als vroeger of heb ik dat verkeert? Ik vindt ja zelf, zeker te weten, zeg maar, zekers tien keer zo slecht dan vroeger, toch! Een grote groep van mensen hebben dus problemen met onze taal. Met z’n alle maken hun er een potje van. Jij heb toch ook wel een moment wat je je ergerd aan al die fouten.”
Meneer Sanders, ik kan hier toch enigsinds met mee in stemmen. Het is jammer dat de Taal van onze Couperus, Multatuli, Hildebrand, en , zo verloederd. Tussen ‘niet druk maken’ en Alles Behalve Nederlands is nog een weids gebied van aandacht van vele die houden van goed Nederlands, voor nogmeer vele welke hulpbehoevende in deze zijn. Het kan mijn inzien niet zo worden dat ik ‘sgrijf zoas ik seg’ want dan hebben we helegaar geen afgesproken konvensies meer en worde ongehoopte spraakgebreke deel van ons idioom.
Ik ben dus erg benieuwt naar uw: Woord vervolgt.
Met vriendelijke groet,
Bertus van Spijk
maandag 15 januari 2007, 23:08 uur
Even een reactie op (mijn favoriete stukje Achterpagina) Woordhoek: mij verging het ongeveer 30 jaar geleden ook zo. In 1977 begonnen als 20-jarig juffie op de lagere school. Wat vond ik die spelling van de Nederlandse taal toch moeilijk en nu moest ik het mijn klas 3 leren! Nou, dat kon ik nog goed aan, maar….. ook moesten we om beurten de personeelsvergadering notuleren. Daar deden we enorm ons best op want we hadden een veel oudere collega, die duidelijk van de oude stempel was, en zij corrigeerde onze spelfouten in het notulenboek met een rode pen! Dat wilde je je niet laten gebeuren en toen heb ik het pas goed geleerd(Lees: willen leren). (Mèt behulp van het boekje wat ik verafschuwde tijdens de opleiding op de PABO.)
Nu sta ik nog steeds voor de klas en werk hard (èn met plezier) met mijn groep acht om ze alle regeltjes en uitzonderingen daarop te laten leren en toepassen want binnenkort staat de Citotoets weer voor de deur en worden zij (en ik ) weer afgerekend op de kennis van die nog steeds zo moeilijke spelling van de Nederlandse taal.
maandag 15 januari 2007, 23:16 uur
Vraag 1: “Moet de spelling alsnog worden vereenvoudigd?”
Antwoord:Ja, allereerst door de hobbyistische onzin van de recente spellingsvoorschriften schielijk ongedaan te maken. En ook verder valt er nog wel het een en ander te vereenvoudigen, met name logischer te maken, maar laat voor het overige de taal in vredesnaam een kwarteeuw met rust!
Vraag 2: “Of moet je je simpelweg niet te druk maken over spelfouten?”
Antwoord: Tè druk is nooit goed, maar druk wel. Een taal bestaat bij de gratie van stijl, spraakkunst en spelling. Als die dragende elementen worden verwaarloosd doet dat afbreuk aan de taal als cultuurdragend fenomeen.
Als we taal alleen nog maar zien als communicatiemiddel, dan zijn we terug in de tijd vóór de Neanderthalers. Hoewel, die zouden boodschappen als “Ikzallut wel ff meeluh” ook niet begrijpen.
Mijn vrouw, geboren in Polen en opgeleid in Engeland, zegt: “Nederlanders zijn niet trots op hun taal.” Ik vrees dat dit voor een groot deel van de Nederlandse bevolking opgaat.
Het euvel schuilt -ik trap een open deur in- voornamelijk in het onderwijs. Toevallig gaat een hoofdartikel in dezelfde editie van 15 januari (“Diploma zegt weinig”) hierover.
Zolang van verbetering van het onderwijsniveau niet serieus werk wordt gemaakt, zal het met spellen en beheersing van de grammatica tobben bljven. De luchtfietserij van de Taalunie zal daaraan niets ten goede bijdragen.
maandag 15 januari 2007, 23:57 uur
Natuurlijk erger ook ik me wel eens aan spelfouten. Het hangt er alleen wel vanaf wie ze maakt. Als tante Mien of ome Joop een foutje maakt heb ik er vrede mee. Storender vind ik het als je van iemand mag verwachten dat hij/zij een goede opleiding heeft genoten. Zo maken zelfs nieuwslezers/lezeressen misschien wel geen spelfouten, maar wel om de haverklap stijlfouten. U kent het wel: “groter ALS”, inplaats van “groter DAN”.
Vergeet echter de humor niet die je kunt beleven aan spelfouten.
“In goede staad” komt ook voor.
Of wat vindt u van: “Kreketten”.
Vertederend vind ik soms de raamadvertenties. Eentje is mij altijd bijgebleven:
“Te koop. twe eenpits gastelen. te bevragen: Gerad Doustraat”.
dinsdag 16 januari 2007, 01:16 uur
Geachte heer Sanders,
Allereerst mijn complimenten: nooit gemerkt dat u extra moeite hebt moeten doen om onze taal onder de knie te krijgen!
Het valt nog te bezien of de grammatica van het Nederlands zo lastig is: waar ben je aan gewend? Zowel onze kinderen (1e helft dertigers) als wijzelf hebben daar geen enkel probleem mee. Hoe doe je dat? Kinderen vroeg leren lezen, woordspelletjes doen, een serieuze basisschool uitzoeken en gewoon léren, met discipline. Vóór het einde van de basisschool moet je dat onder de knie hebben, zodat je tijdig aan uitbreiding en verdieping van het Nederlands en aan andere talen kunt beginnen.
Wat zie je in de praktijk? Zelfs academici, die geen foutloos Nederlands kunnen spreken of schrijven. Zaken doen in het buitenland wordt voor het Nederlandse bedrijfsleven steeds moeilijker door de tenenkrommende communicatie wegens gebrek aan taalkennis. Mogelijke zakenpartners haken voortijdig af, omdat zo’n benadering geen professionele indruk maakt en soms zelfs als beledigend wordt ervaren.
De spelling vereenvoudigen maakt het alleen maar erger. Stel weer toelatingsexamens in op verschillende niveau’s, en dan niet met steeds zachter wordende CITO eisen. Dit geldt overigens niet alleen voor het Nederlands.
J.Quist,
Schalkhaar
dinsdag 16 januari 2007, 08:15 uur
Het is niet alleen de spelling die af en toe tot huilen beweegt:
Ook de “verengelsing” in de uitspraak, of gewoon foute toepassing in de spreektaal
heeft natuurlijk geen positieve invloed op spelling en grammatica. Wellicht is dat een andere discussie maar enkele voorbeelden wil ik toch wel graag noemen: Wat mij het meest ergert is de uitspraak van de C (lees: see). Te pas en te onpas wordt dat als K uitgesproken: Skeptisch, skenario; we hebben toch ook niet een muntje van 2 eurokent? Of gaan we net als A.van D. vroeger naar de WK?. Simpel rijmpje: Een C voor O voor U of A spreekt men uit als enen K. Nog één: Ik wens je een fijne dag…… Au, je wenst iemand niet iets. Je wenst iemand iets TOE. Ik wens je een fijne dag toe. En wat te denken van het gebruik in bedrijven: Heb je dat nog op vooraad? Nee, het is IN voorraad. In het engels is het ON stock (voorraad). En waarom wordt er tegenwoordig zo benadrukt als we een willekeurig persoon bedoelen dat het om één iemand gaat. Ik hoorde zelfs een keer zeggen toen ik vroeg of het er echt één was dat het misschien ook wel 2 iemanden waren geweest. Steevast spreken de nieuwslezers over 10.000 manschappen. Dan bedoelen ze 10.000 man. En dat kunnen 10 manschappen van 1000 man zijn. Hoezo verarming in de taal. Wat te denken van een aquarium. Dan is het toch heel gewoon dat we 2 aquariums hebben of nog erger: 2 aquaria’s. Zo kunnnen we nog lang doorzeuren to we omvallen. En dan maar lekker bijkomen in de verkoever-kamer. (Recovery room; nederlands: uitslaap-kamer).
Nu hebben straat-taal en dialecten natuurlijk hun eigen charme. Ook om de spitsvondigheid van sms en msn taal kan ik best glimlachen. Maar ik vind nog steeds dat de gesproken journalistiek er wél op moet letten.
Dit wouden we ff kwijt. Of d8 u er anders over?
dinsdag 16 januari 2007, 08:23 uur
Geachte heer Sanders,
Dat ezelsbruggetje van lopen (hoewel ik de voorbeelden van de heer Dravasic wat knullig vind: loop jij 40 – wat is dat nou – en het is niet eens nodig want ik word = ik loop en word jij is loop jij, daar hoeft helemaal niets achter)werkt inderdaad goed en kreeg ik ook mee in mijn lagere schooltijd. Net als u in de jaren zestig. Maar ik vind het werkelijk onvoorstelbaar dat u min of meer verdedigt dat het Nederlands een lastige taal is en dat het daarom logisch en begrijpelijk is dat men niet meer kan spellen.
De oorzaak moet gezocht worden bij het bedroevende niveau van het onderwijs. “Ze” leren zelf niet te spellen, dus kunnen “ze” het ook niet overbrengen. Hetzelfde geldt overigens voor (hoofd)rekenen. Wat is er mis met basiskennis rekenen en taal? En waarom moest er de laatste decennia meer waarde gehecht worden aan het sociaal vaardig maken van leerlingen in plaats van dat ze leerden hoe onze taal in elkaar zit en hoe ze moesten optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen? We zitten nu met jongvolwassenen en een jeugd die ontzettend assertief – op het onbeschofte af – is, maar die geen idee heeft van hoe ze hun smsjes en mailtjes correct moeten spellen. En daarnaast hebben we nog zo’n taalunie die vindt dat de spelling van de Nederlandse taal om de zoveel jaar overhoop gegooid moet worden. Ik handhaaf de spelling zoals ik ‘m geleerd heb in 1968, want dat was toch de mooiste en meest logische manier. Qua noviteiten rotzooi ik maar wat aan. Het maakt toch niet meer uit hoe we de woorden op papier smijten want er is niemand die nog waarde hecht aan mooi spellen, mooie zinsconstructies en mooi schrijven.
Dat iemand geen taalgevoel heeft, mag geen excuus zijn voor slecht spellen; er zijn regels die geleerd dienen te worden en dan kan iedereen het. Dat er dan knullige constructies ontstaan vanwege het gebrek aan taalvaardigheid is niet erg. Als de woorden maar correct gespeld zijn.
U moet mij ook niet vragen om ingewikkelde sommen te maken, dat gevoel ontbreekt mij. Maar ik sta me te verbijten als zo’n kassajuffrouw me met grote onbegrijpende ogen aankijkt als ik vraag of ze ergens 15 cent bij wil, want dat staat niet in haar schermpje en zelf kan ze niet rekenen. Lekker als ik straks misschien ooit in het ziekenhuis terecht kom en een dokter een zuster vraagt om een tiende van een bepaalde hoeveelheid medicijn aan me toe te dienen. Als dat mens niet kan rekenen, ben ik de volgende dag dood. Wat een hoopgevend vooruitzicht.
dinsdag 16 januari 2007, 08:42 uur
Spelling en grammatica
Taalbeheersing veronderstelt behalve het verwerven van een zo groot mogelijke woordenschat, een gedegen kennis van spelling en grammatica.
Met een beetje pedagogisch-didactisch vernuft, moet die kennis toch aan te brengen zijn.
In mijn ogen bestaat er een correlatie tussen taalbeheersing en beschavingsniveau. Hoe meer iemand geleerd en gelezen heeft, hoe groter zijn taalbeheersing. Een goede taalbeheersing is een bewijs van beschaving. Spelling en grammatica moeten helemaal niet vereenvoudigd worden. Het moet juist een uitdaging zijn de moeilijkheden ervan onder de knie te krijgen. Wie een taal beheerst, heeft iets bereikt! Wie zich eenmaal door de rijstebrijberg van grammaticaregeltjes heen heeft gegeten, wacht een linguïstisch luilekkerland.
Gelukkig ziet de toekomst er zonnig uit: mijn ex-collega, een gepensioneerde Neerlandicus, geeft op het ogenblik grammaticabijles aan de leraren van de sectie Nederlands van een grote school in het oosten des lands. Dat bleek hard nodig te zijn.
H. Mulder
dinsdag 16 januari 2007, 09:30 uur
beste ewoud,
ik begrijp werkelijk niet waar het probleem ligt bij de spellingsregels. het is toch zo gemakkelijk. anita uit laren heeft het mooi samengevat: het enige wat je moet weten is: wat is stam + t, wat is een voltooid deelwoord/bijvoeglijk naamwoord. en de uitzonderingen daarop: het kofschip en en wanneer “je” achter een werkwoord veranderd kan worden in “jij”. plus het hulpmiddel bij voltooide deelwoorden/bijvoeglijke naamwoorden: plak een “e” achter het woord, je hoort dan of een d of t gewenst is.
een kind kan de was doen.
dinsdag 16 januari 2007, 09:37 uur
U stelt de vraag; hoe objectief is de achteruitgang in spelkunst? “Het is nooit onderzocht”. Toch zijn er wel wat objectieve argumenten aan te voeren, waarom de spelling bij deze generatie, weer slechter zou zijn vergeleken met de vorige generatie. MSN en SMS zijn daar m.i. debet aan. Het nodigt uit tot een fonetische manier van spellen, met ook veel Engelstalige kretologie. Daardoor is er verlies van kennis van, en ook interesse in, goede spelling. Een ander argument stond gisteren nog in het hoofdartikel van de NRC; de docent is zelf lager opgeleid. Vorig jaar hoorden we al wat dat betekent voor het niveau bij rekenkunde. Objectievere getallen hebben we niet.
dinsdag 16 januari 2007, 09:43 uur
De enige die zich druk moet maken over spelfouten, is degene in wiens tekst spelfouten staan. Doel van de spelling is het woordbeeld dat het oplevert. Afwijkende woordbeelden vertragen de communicatie, dus is het handig dat iedereeen op dezelfde wijze spelt.
Het gerucht gaat dat Nederlanders niet goed zijn in het aanvaarden van een autoriteit. Dat kan charmant zijn, maar wie de autoriteit van een spellingscommissie niet aanvaardt, heeft slechts zichzelf daarmee.
Het is kwalijk dat de spellingsdeskundigen het in de hogere regionen niet goed voor elkaar hebben en de autoriteit verzwakken. Allereerst moet de strijd tussen de witten en de groenen worden beslecht, desnoods door ingrijpen van de koningin – of is zij niet meer de beschermvrouwe van Onze Taal? De relletjes, opstanden en bermbranden die het land der spellers altijd heeft gekend (fonetisch, vereenvoudigd, alternatief of hoe dan ook spellen), zouden zonder een sterk gezag uit de hand kunnen lopen.
Het belangrijkste van de spelling is dat die voor de betreffende taal universeel is. Vereenvoudiging maakt universeel spellen niet per se meer vanzelfsprekend; iedere wijziging is primair verontrustend, ook na vereenvoudiging zullen wijzigingsvoorstellen zich blijven aandienen.
Zeker degenen die anders spellen, moeten de universele en zo min mogelijk wijzigende spelling verdedigen. Hun afwijkende spelling heeft tenslotte tot doel om op te vallen, accenten anders te leggen, met taal te spelen. Het zou jammer zijn als dat niet meer zou opvallen.
En dat je spellen moet leren, so what, om het in een taal te zeggen waarin de spelling van bijna elk woordbeeld geleerd moet worden. Wees juist blij dat de grammatica zich in de spelling uit, dat geeft inzicht.
dinsdag 16 januari 2007, 09:44 uur
Het beste middel tegen spelfouten komt van mijn oud-docente en topvertaalster Ina Rike. Aan het begin van het academisch jaar mochten wij kiezen: per spelfout twee punten van je cijfer af, of een tientje storten in de pot om aan het einde van het jaar uit eten te gaan.
Ik kan mij niet herinneren dat wij sindsdien met de studenten van dat college uit eten zijn geweest, of dat wij ooit ook maar een seconde van het college aan spelling hebben besteed.
dinsdag 16 januari 2007, 09:54 uur
1) Moet de spelling worden vereenvoudigd?
Natuurlijk, want als er zoveel fouten worden gemaakt door de doelgroep, dan is er iets mis met de spelling. Zo te lezen hangen velen hier de stelling aan dat er iets mis is met de doelgroep, maar dat lijkt me dus niet. Taal is een hulpmiddel om onderling te kunnen communiceren en spelling is een onderdeel daarvan. Spelling dient om de schriftelijke communicatie zo efficiënt en aantrekkelijk mogelijk te maken. Daaruit voortdenkend kom je denk ik al snel op het begrip “woordbeeld” uit. Zolang je een woord bliksemsnel kunt herkennen kun je een tekst snel en aangenaam lezen. Daarom is bijvoorbeeld “ik wordt gek” minder erg als spelfout dan “ik wort gek”. Bij de eerste zin lees je gewoon door, bij de tweede word je even afgeleid.
Maar het vereenvoudigen van de spelling, dat is nog niet zo eenvoudig! Ik heb een tijd lang een alternatieve (“konsekwente”) spelling gehanteerd en dat leidde tot een aantal conclusies:
a) Anderen kunnen het lezen, maar doen er veel langer over. b) Op den duur wen je aan het nieuwe woordbeeld (ik schrijf tot op de dag van vandaag nog altijd “doesj” in plaats van “douche”)
c) Het is veel moeilijker om “konsekwent” te spellen dan correct te spellen.
Het lijkt mij een goed idee om de spelling te versoepelen en meerdere alternatieven toe te staan. Dus “pannekoek” en “pannenkoek” zijn gewoon allebei goed. Maar ook “er gebeurt niets” of “er gebeurd niets”, gewoon allebei goed rekenen. Misschien dat sommigen onder ons even “hikken” bij de tweede variant, maar dat went snel genoeg.
2)Moet je je simpelweg niet te druk maken over spelfouten?
Inderdaad, niet te druk over maken. Taal is geen exacte wetenschap, er is geen één enkele waarheid. Zolang we elkaar maar begrijpen is het prima. Want eigenlijk is taal maar een raar verschijnsel. Als iemand mij vraagt “Weet U hoe laat het is?” en ik kijk op mijn horloge, antwoord “Ja” en loop door, dan is de vragensteller niet blij, terwijl ik toch precies zijn vraag beantwoord. Oftewel, iemand stelt een vraag, ik beantwoord een hele andere en wij lopen allebei tevreden weg. En daarom blijft taal zo boeiend en verschrikkelijk interessant.
dinsdag 16 januari 2007, 10:14 uur
Ik ben geboren in 1981, dus ik zou bij die generatie studenten moeten horen die slecht kan spellen.
Op de lagere school had ik nooit echt moeite met taal. In dictees maakte ik nooit fouten. Ik heb op het VWO gezeten in Huizen, een dorp in de buurt van Hilversum. Daar zat ik in een klas vol bolleboosjes die nooit echt problemen hadden met spelling of grammatica. De nieuwe spelling die in de jaren negentig werd ingevoerd hield ons wel bezig, maar was niet moeilijk.
Ik was dan ook erg verontwaardigd toen een docent op de universiteit de collegezaal vol studenten waarschuwde: “Kijk jullie werkstukken eerst na op spelfouten voordat je het inlevert.” Pardon? Spelfouten? Ik?
Maar tot mijn grote verbazing reageerde het overgrote deel van de studenten met een gelaten: “Ja ja…”
Waar dit grote verschil aan ligt, ik weet het niet. Maar men generaliseert wel erg, want ik was heus niet de enige die wel weet hoe de Nederlandse grammatica en spelling toe te passen.
dinsdag 16 januari 2007, 10:33 uur
Geachte heer Sanders, u stelt dat de grammatica van het nederlands erg lastig is. Dat valt volgens mij best mee, er is een aantal zaken die je moet weten, onthouden en gebruiken. Ik leerde de grammatica in jaren 50 en had daar geen moeite mee. Verbaasd was ik echter in het eerste jaar op de mulo, in de duitse taal bleken naamvallen te bestaan, en dat had alles met grammatica te maken. Dat hadden ze me niet bijgebracht op de lagere school, dat was kort daarvoor nl. afgeschaft in het nederlands. Toen was het onderwijs blijkbaar ook al een speelplaats voor de vernieuwers. Echt lastig, en, volgens mij, onlogischer dan het nederlands, is de grammatica van de zogenaamde vreemde talen. Logica en bij voorbeeld de engelse taal zijn 2 verschillende zaken.
dinsdag 16 januari 2007, 10:37 uur
Ik geloof niets van die Googletelling. Ik krijg wel vergelijkbare getallen (48000 en 43200), maar als je doorbladert bij de resultaten, zegt Google bij “verkeerd in goede staat” na 345 resultaten dat de rest is weggelaten. Dat zijn dus allemaal dubbeltellingen, die het gevolg zijn van gekopieerde pagina’s door lokale servers. Bij “verkeert in goede staat” zegt hij dit pas na 575 resultaten. Veel minder kopieën dus. Waarschijnlijk is dit berekend over de eerste 1000 resultaten (Google geeft er maximaal 1000), dus je moet (denk ik) 34,5% van 48000 en 57,5% van 43200 nemen. Dan kom je uit op 24840 maal de goede spelling, en 16560 maal de verkeerde. De goede spellers zijn dus nog steeds in de meerderheid.
dinsdag 16 januari 2007, 10:49 uur
De juiste spelling van onze taal blijft ingewikkeld en de vele spellingswijzigingen maken het er niet eenvoudiger op. Persoonlijk schijn ik het niet al te slecht te doen, maar soms stijgt mij het schaamrood naar de kaken als ik te laat ontdek een loeier van een spelfout te hebben gemaakt. Ai, pijnlijk!
Feit is dat bijna niemand foutloos spelt. Is dat erg? Nou nee, mits het niet de spuigaten uitloopt… Taal is een communicatiemiddel, een voertuig om iets over te brengen. Zolang de krakkemikkerigheid van het voertuig de overdracht niet in de weg staat is er dus niets aan de hand? Persoonlijk vind ik spelfouten slordig staan en blijk geven van onzorgvuldigheid. Taal is cultuurgoed en ons cultuurgoed verdient bescherming en onderhoud. Hier ligt m.i. een schone taak voor de leraren in basis- en voortgezet onderwijs. En verder de “plicht” van ieder om gewoon goed je best te blijven doen,… net zoals Ewoud Sanders.
dinsdag 16 januari 2007, 11:00 uur
Ik hoor niet tot de door u bedoelde autoriteiten die menen dat het treurig is gesteld met het taalniveau enz.
Maar ik ging vóór, tijdens en kort na WO II naar respectievelijk de lagere school en het lyceum (HBS-A). De lessen nederlands waren pittig en de resultaten m.i. dienovereenkomstig.
Als ik nu de kennis van de nederlandse taal van mijn kleinkinderen zie (lees), die overigens goed presteren, vraag ik mij echt af of op de basisschool en het voortgezet onderwijs les wordt gegeven door bevoegde leraren nederlands. Ik vind het beschamend, dat onze jonge mensen zo slecht in hun eigen taal leren werken.
Vereenvoudiging van de spelling lijkt mij wel de slechtste oplossing. De betere: zorg voor goed opgeleide leraren, die behoorlijk nederlands kunnen en willen doceren.
dinsdag 16 januari 2007, 11:32 uur
het opleidingsnivo met het geld daarvoor, geldt bepaald niet als enig criterium voor het uiteindelijke spel-resultaat.
gelukkig maar dat geld niet alles bepaalt.
op het seminarie, zo’n 49 jaar geleden, was grammatica een soort schoolsport, waaraan door diversen op diverse klassennivo’s werd meegedaan.
mario de kort
goirle
dinsdag 16 januari 2007, 11:59 uur
Tja, beste Ewoud, heeft het nog wel zin te reageren als zelfs hier in de reacties van naar ik aanneem mensen met een bovengemiddelde belangstelling voor taal en spelling nog pijnlijke spelfouten worden gemaakt? Zo schrijft J. Quist bijvoorbeeld “niveau’s”. Ik blijf spelfouten storend vinden. Ik ga echter de spelvoorschriften steeds belachelijker vinden. Waarom is het nog altijd “typefouten”? Het is toch ook “ik typ”? Er is niemand meer die het woord als /taaip/ uitspreekt, dus gewoon de STAM van het werkwoord: “typ”.
Waar ik me echter de laatste jaren in toenemende mate erger is het gesproken Nederlands. De invloeden van onze importtalen zijn niet meer bij te benen. Zelfs hoogopgeleide nieuwslezers, weermannen, debaters ontworstelen zich niet aan de straattaal van de jongeren. Ik noem: De UPC-reclame “Hij is een van de weinigen die nog niet via de kabel belt.” Een weerman: “Het lagedrukgebied die in de komende dagen over ons land trekt.” Een debater in Parla: “Ik ben het eens dat onderwijs heel belangrijk is.” Ontbijt-tv van vanochtend: Het Algemeen Dagblad die komt met het bericht dat…” Recentelijk een nieuwslezer: “Wouter Bos heeft hier niet geslaapt.” Was het in Nova, “Zijn wij straks nog de laatste(n?) die achter Bush aanloopt”?
Laat ik het samenvatten: “Hij is een van de beste voetballers die er is.”
dinsdag 16 januari 2007, 12:10 uur
Als Havo-scholier moet ik goed leren spellen, maar het probleem is dat het mij niet goed geleerd wordt. Buiten de Nederlandse lessen wordt er in proefwerken of werkstukken niet nagekeken op de grammatica- en spelfouten. En volgens mij is dat ook omdat de leraren zelf niet altijd weten of het nou goed of fout is. En zelfs in de Nederlandse lessen wordt er niet altijd aandacht besteedt aan spelling, hierdoor maken veel scholieren spelfouten die vervolgens op een examen wel nagekeken worden en verbeterd.
Ook krijgen scholieren te snel het stempel dyslect opgedrukt. Je hoeft nu nog maar even een controle te doorstaan waarin je een tekstje moet oplezen en je hebt je papiertje al gekregen. Hierdoor mag je bij tentamens en examens een laptop gebruiken met spellingcorrectie, en zeker bij de Nederlandse tentamens heeft dat grote voordelen. Terwijl er leerlingen achter een laptop zitten die beter kunnen lezen dan ik.
Maar het is niet alleen maar de schuld van het onderwijs, want de taal zelf is ook gewoon moeilijk. Je moet alle pietluttige uitzonderingen kennen, terwijl die weer om de zoveel jaar veranderen. We hebben nog een oud lesboek waarin pannenkoek nog zonder tussen n wordt geschreven, het is spinnenweb en spinnewiel maar waarom? Waarom niet gewoon allebei met n dan hoef je geen uitzonderingen te leren en wordt de taal ineens veel makkelijker. En waarom moet je sommige woorden met dt schrijven? je begrijpt elkaar ook wel zonder die t erachter. En dat is de essentie van taal, om elkaar te begrijpen.
excuses voor de ongetwijfeld vele grammatica- en spelfouten.
dinsdag 16 januari 2007, 12:28 uur
Geachte Heer Sanders,
In reactie op Uw 2 laatste vragen:
1)Het lijkt mij niet nodig de spelling te vereenvoudigen. Het is voor mij weliswaar lang geleden (1928) maar ik kan mij niet herinneren dat ik daar veel moeite mee had.
2)Wij moeten ons wel degelijk druk maken over de spelfouten.In het dagelijkse (schriftelijke) verkeer maakt het een slechte indruk. Je haalt jezelf naar beneden.
dinsdag 16 januari 2007, 12:31 uur
Veel mensen zouden baat hebben bij een korte bijspijker-cursus Nederlands zodra ze rond de twintig zijn. Waarschijn-lijk ben je minder gemotiveerd regeltjes te leren wanneer je dertien bent. Zelf schreef ik d’s en t’s op “gevoel” toen ik op de middelbare school zat. In het eerste jaar van de lerarenopleiding kreeg ik een werkstuk voor kunstgeschie-denis terug. Mijn uit het buitenland afkomstige lerares (nota bene) had al mijn taalfouten verbeterd. Mijn moeder was verbijsterd en heeft mij voor eens en voor altijd goed leren spellen. Dat kostte weinig tijd.
Belangrijke voorwaarde voor foutloos schrijven is dat de taal je interesse heeft. Nederlands is een mooie taal. Taal kan de sleutel tot begrip zijn. Taal kan je creativiteit aanboren. Nederlands is een moeilijke taal. De taal versimpelen is te makkelijk. Nu hebben woorden die hetzelfde klinken, maar iets anders worden geschreven verschillende betekenissen. We zouden straks het Nederlands van de vorige eeuw niet meer kunnen lezen. Ook een taal die in een laag tempo leeft is interessant.
Zodra de wil er is een taal goed te beheersen, blijft de lesstof makkelijker hangen. Je zult wel moeite moeten doen de grammatica te leren. Omdat Nederlands zo’n moeilijke taal is, zou je vaker een woordenboek kunnen gebruiken. Willen we goed geschreven Nederlands? Dan is goed onderwijs onontbeerlijk en is de motivatie van de leerling heel belangrijk. Verder helpt het beslist wanneer ouders hun kind het goede voorbeeld geven.
dinsdag 16 januari 2007, 13:18 uur
Waar blijft ‘t kofschip ?
Steve Lomas
dinsdag 16 januari 2007, 13:53 uur
Taalfouten zijn kuilen in de weg: je bereikt je bestemming wel, maar de kuilen blijven je bij als nodeloze irritaties. “Ja, we waren wel op tijd, maar die wég ..!” Welke schrijver of spreker wil zo’n indruk achterlaten?
Vreemd genoeg laat dat veel Nederlands kennelijk koud. Of ze vinden het wel stoer, dat kan ook nog. Toch geloof ik dat ze wel degelijk minder serieus genomen worden, zeker wanneer het gaat om teksten die het niet vooral moeten hebben van harde feiten en cijfers. Wanneer ik in NRC’s Maandblad M in een bijschrift bij een grote foto lees dat een Chinees iets “met grote toeweiding” doet, kan ik mijzelf wel voorhouden dat dat niets zegt over de inhoud van de reportage – maar zo werkt het toch niet.
De moeilijkheidsgraad van het Nederlands kan geen belemmering zijn. Duits vinden wij in het algemeen nog veel moeilijker. Toch vind je met Google maar maar 738 treffers voor “in guter Zustand” tegenover 959.000 voor het correcte “in gutem Zustand”. Daar hebben die Duitsers toch maar even én het juiste woordgeslacht én de juiste naamval gekozen, en ook onderscheid gemaakt tussen het zelfstandig naamwoord (beginnend met een hoofdletter) en de andere woorden. Dat kunnen ze blijkbaar tamelijk moeiteloos.
Kortom, schrijvende Nederlanders moeten veel beter gaan letten op taal- en spelfouten, en met Sanders waar nodig hulp inroepen. Het moet hun eer te na zijn hun spullen geblutst en gedeukt aan de man te brengen. Lezers willen heus wel wat oneffenheidjes door de vingers zien – zolang schrijvers zich maar bij ieder foutje voor de kop slaan. Stom ..!
dinsdag 16 januari 2007, 15:29 uur
Het in 2003 van mijn hand verschenen boekje “Hoezo Tigeit? Basisvaardigheden voor de betere secretaresse” behandelt deels de schriftelijke communicatie. Mijn missie destijds was om de mondelinge en vooral schriftelijke communicatie in het Nederlandse bedrijfsleven op een hoger peil te brengen, en “Hoezo Tikgeit?” was een poging daartoe. Geen droge kost, het boekje is geschreven in een ongedwongen stijl. En de perikelen rond d’s, dt’s enz. worden zo simpel mogelijk uitgelegd, dat iedereen het kan begrijpen en onmiddellijk toepassen.
Het boekje is destijds uit woede geboren, omdat ik het zat werd om bijna dagelijks te worden geconfronteerd met zakelijke brieven en e-mails die werkelijk bol stonden van de fouten. Soms was niet eens duidelijk wat er precies werd bedoeld. Een bedrijf dat brieven met allerlei fouten stuurt, wil je daar nog wel zaken mee doen? Je zou kunnen concluderen dat ze het met de levering van hun dienst of product ook niet zo nauw nemen.
Dat het gros van de Nederlanders moeite heeft met spelling en grammatica, heb ik geaccepteerd. Maar als secretaresse móét je deze onderdelen van je werk nagenoeg feilloos beheersen! Zoek anders verd…. een andere baan!! Of lees “Hoezo Tikgeit?”
dinsdag 16 januari 2007, 16:18 uur
Ons gezin heeft 15 jaar in de Verenigde Staten gewoond. Mijn man en ik zijn Nederlands. Wij spraken samen wel vaak Nederlands, maar schakelden over op Engels als de kinderen er bij betrokken waren. Mijn kinderen, nu 23 en 24, kwamen op 12 en 13-jarige leeftijd in 1996 in Nederland op het VWO (brug- en tweede klas) zonder Nederlands te kunnen schrijven, en met maar een beperkte Nederlandse woordenschat. In de zomervakantie vóór de verhuizing kregen we voor de oudste het brugklas lesmateriaal voor
Frans (Nederlands/Frans, vanzelfsprekend). Zo kon hij meteen in de tweede klas beginnen. De school bood uitstekende lessen om het Nederlands bij te spijkeren, bijvoorbeeld tijdens de Engelse les. Frans en Duits waren lastig omdat vanuit het nederlands werd geleerd, en een groot idioom verondersteld werd. Ik heb vaak uitkomst moeten bieden door bij het Franse of Duitse woordjes leren de Engelse vertaling van het Nederlandse woord te geven. Ieder hebben ze een jaar gedoubleerd resp. in het vierde en derde schooljaar. Beiden studeren nu een beta vak. Ze schrijven vrijwel foutloos nederlands: zéker de dt levert geen probleem op. Het hapert soms in de zinsbouw, en bij de jongste blijft de soms verkeerde toepassing van de/het opvallend.
Interessant is hier dat beiden zich ergeren zich aan dt fouten en slecht geschreven teksten. In de NRC glossy M van januari staat in de inleiding van het artikel over hacken in groot lettertype ‘ongewilt’.
Ik ben eigenlijk erg benieuwd hoe andere van oorsprong buitenlandse, nu Nederlands sprekende en schrijvende lezers spel- en grammaticafouten ervaren.
dinsdag 16 januari 2007, 17:16 uur
Bij de klacht over slecht spellen gaat het niet alleen over de d’s en de t’s bij werkwoorden. Ik zie ook regelmatig fouten tegen het geslacht. Een bekend verhaaltje is dat van een Amerikaan, die dat probleem omzeilde door – als hij niet zeker was – er maar een verkleinwoord van maakte
dinsdag 16 januari 2007, 18:05 uur
op 1 juni 1983 schreef karel van het reve de column “klagen is van alle tijden”. citaat: “hoe vaak heb ik collega’s aan de Rijksuniversiteit te Leiden al niet horen zeggen dat de studenten de laatste twintig, dertig, veertig jaar steeds dommer en onbeschaafder zijn geworden.(…)Als je bijvoorbeeld het jaar 383 neemt dan zie je dat in dat jaar de heilige Augustinus zijn hoogleraarschap in Carthago prijsgaf om te gaan doceren in Rome. En waarom? omdat de licentia en hebetudo, dat wil zeggen de losbandigheid en de stompzinnigheid van de studenten in Carthago hem te veel werden.” ik geloof dat dit staat in zijn bundel “Luisteraars”. verschenen bij van Oorschot. hij beschrijft daarin ook dat het volgens de italiaanse auteur Magalotti in Italie steeds kouder werd, weer eens wat anders dan global warming.
dinsdag 16 januari 2007, 18:49 uur
Ik ben het eens met diegenen die correct spellen belangrijk vinden. Het is belachelijk om de taal maar aan te passen omdat we blijkbaar alleen in staat zijn docenten te leveren die de regels óf niet beheersen óf niet kunnen overbrengen.
Dit zou natuurlijk vanaf de basisschool moeten plaatsvinden – dat is waar ik een groot deel van mijn grammaticakennis opgedaan heb, maar ja, ik ben dan ook 59.
Elf jaar lang ben ik nu docent Engels in het HBO – een opleiding Commerciële Economie, waar communicatie (ook schriftelijke) toch belangrijk is. Omdat het peil van veel studenten bedroevend is (en inderdaad nog gezakt in die elf jaar)geef ik ook bijspijkerlessen Nederlands, die over het algemeen zeer gewaardeerd worden door studenten.
Eén argument voor fatsoenlijk grammaticaonderwijs ben ik hierboven nog niet tegengekomen: Onze docenten vreemde talen moeten veel te veel energie steken in het bijbrengen van grammaticaregels, de kennis waarvan noodzakelijk is om een andere taal te leren (ik denk aan de naamvallen in het Duits, bijwoorden in het Engels, enz.)
Een reactie op de opmerking van Gerrit van Straalen (nr 12 hierboven) “Logica en bij voorbeeld de engelse taal zijn 2 verschillende zaken” (afgezien van het feit dat volgens mij de talen nog steeds met een hoofdletter geschreven dienen te worden): kijk naar het gebruik van de tijden in het Engels en vergelijk dat met het Nederlands. Dan zal blijken dat, in tegenstelling tot het Nederlands, het Engels volkomen logisch is.
dinsdag 16 januari 2007, 19:25 uur
Gelukkig lees ik in veel van de 48 reacties dat “men” het meestal nog erg vindt als er slecht gespeld wordt. Ik vind het vooral vreemd dat wij “vroeger” in een klas met 45 kinderen (lager onderwijs) wel goed leerden spellen (hoewel niet iedereen natuurlijk) en nu met de kleine klassen zou dat ineens niet meer kunnen. Terwijl de kinderen van tegenwoordig toch vreselijk slim zijn (zegt men). Ook op de MULO (wat klinkt dat oud) leerden we heel veel over spelling en grammatica. Maar ongetwijfeld zullen moderne kinderen andere dingen weer beter doen dan wij. Dat foefje met het werkwoord lopen leer ik ook aan mijn schoondochter die Nederlands aan het leren is. Het valt me trouwens op dat in haar lesmateriaal heel veel taalfouten in het Nederlands staan. Het is dan weer heel moeilijk om haar te doen begrijpen dat het fout in het boek staat. En alsjeblieft geen spellingvereenvoudiging of spellingcheckers. Gewoon even goed uit laten leggen door iemand die er verstand van heeft. Het is echt niet moeilijk hoor!
dinsdag 16 januari 2007, 20:05 uur
Waarom goed spellen?
1. Het is leuk om iets goed te doen.
2. Door (veel) spelfouten leest een stuk moeilijk, je gaat al lezend steeds meer op de spelfouten letten en niet meer op de inhoud. Het is in het eigenbelang van de schrijver om goed te spellen, want zijn bericht komt daardoor beter over.
3. Door spelfouten ontstaat overigens zelden verwarring over wat bedoeld wordt, dat gebeurt alleen als er erg veel spelfouten in staan. Interpunctie, grammatica, zinsopbouw zijn veel belangrijker voor een goed begrip.
4. Vereenvoudig de spelling niet. Mensen die denken dat spelling logisch is hebben geen verstand van taal. Door de vele spellingsherzieningen die zijn doorgevoerd sinds ik heb leren schrijven ben ik inmiddels de draad kwijt en recalcitrant geworden. Het verbod om de spelling te wijzigen moet in de grondwet worden vastgelegd en de Nederlands -Vlaamse spellingscommissie moet alsnog voor de rechter gedaagd worden.
dinsdag 16 januari 2007, 20:32 uur
Geachte Heer Sanders ,
Spelling is nuttig en zinvol als bestek bij een maaltijd :
o als de vork evenwel wordt gehanteerd om de lepel te bedienen , is “zinvol”en “nuttig” in het geding
o maaltijden die bedoeld zijn en algemeen geaccepteerd om “manueel” te worden geconsumeerd , vereisen niet het gebruik van bestek : het mag uiteraard wel , voor de liefhebbers
o het gebruik van tafelzilver mag minstens in overeenstemming zijn met het gehalte van de maaltijd
In de huidige, zakelijk georiënteerde maatschappij , is kenmerkend veelal slechts plaats voor scherpe en heldere (afkeur)criteria daar waar het voornamelijk financiële aspecten betreffen : alle overige , wezenlijke aspecten blijken in de praktijk in die maatschappij doorgaans slechts aan de toets van algemene bruikbaarheid ( fitness for use ) te hoeven volstaan, ondanks wat hieromtrent soms in een eerder fase was voorzien/gecontracteerd .
In dat algemene zakelijke kader mag zeker de vraag worden gesteld in hoeverre het hanteren van scherpe spellingscriteria een zinvolle en nuttige en consistente bijdrage is binnen dat algemeen gehanteerde bedrijfsvoerings “bruikbaarheid”-concept .
Het is bovendien opmerkelijk te constateren dat nog steeds in deze maatschappij publiekelijk en hoogst geïrriteerd mn “taalfouten” ( als zodanig benoemd ) als afkeurcriteria worden gehanteerd t.a.v. gedocumenteerde informatie , ondanks het feit dat veelal de daadwerkelijke inhoud ervan, ongeacht het niveau en materie, daar veel eerder aanleiding zou toe moeten geven
Een oude Amerikaanse grap : “Hoe kun je zien dat John en zijn vrouw verleden week op zakenreis naar Europa zijn geweest ? “
Antw : “Aan de kerven in hun gezicht “ ( als gevolg van het hanteren van bestek ..)
Ps : het algemene spellingsniveau was in dat land overeenstemming met het gebruik van bestek .
oftewel samengevat : als de vlakgom sneller slijt dan het potlood is er niets mis met beide
nawoord : het achterwege laten van de huidige automatische spelfunctie ( PC ) , is als het perforeren van een dvd ter opberging..
Groeten
Emile Vonken
dinsdag 16 januari 2007, 21:27 uur
´Verkeerd´zou in alle mogelijke gevallen gewoon ´verkeert´
moeten worden gespeld. ´Hij wordt ..´ wordt dan dus ook ´hij wort´ en ´paard´wordt ´paart´.
Overigens veranderen we zo noch de grammatica (die is niet moeilijk – in ieder geval niet moeilijker dan andere grammatica´s- en niet op afroep veranderbaar), noch de taal (wat in de jaren ´70 door bekende schrijvers werd beweerd), maar: de spelling.
Cor van der Burg, Sleeuwijk
dinsdag 16 januari 2007, 21:30 uur
Niet goed kunnen spellen is niet het grootste probleem van aankomende studenten. Dat is: geen kennis hebben van grammatica, syntaxis, redekundig en taalkundig ontleden, van bepalingen van tijd, plaats en hoedanigheid, niet het verschil weten tussen overgankelijke en onovergankelijke werkwoorden, evenmin als het verschil tussen bijwoorden en bijvoeglijke naamwoorden (‘Dat is onverantwoordelijk’ i.p.v. ‘Dat is onverantwoord’, ‘Ik las recent’ i.p.v. ‘Ik las recentelijk’)Ik hoor regelmatig bewindslieden en ander politiek volk zeggen: ‘Ik irriteer mij’ i.p.v. ‘Dat irriteert mij’; ‘Je kan’ i.p.v. ‘Je kunt’; ‘Ik realiseer dat ik iets vergeten ben’ i.p.v. Ik realiseer mij…’. Af en toe hoor ik zelfs: ‘Ik besef mij’, en dat niet van laagopgeleiden, maar van hoogopgeleiden. De malaise is algemeen, als een niet te stoppen epidemie.
Het probleem is niet dat velen (ouderen net zo goed als jongeren) niet weten hoe gespeld moet worden, maar dat de ene na de andere spellingscommissie telkens nieuwe spellingsregels bedacht, wat niet alleen leidde tot verwaarlozing van belangrijker zaken als syntaxis, enz., maar ook tot het impliciet toegeven dat de vorige regels niet deugden. De rust van een constant woordbeeld mag kennelijk geen rol meer spelen (een geoefend lezer ‘ziet’ woorden voordat hij ze leest) en de logica van de spellingsregels spot met alles wat taalkundig verstandig is. En dan dat jaarlijkse dictee met Philip Freriks, vreselijk. Er moet een krakkemikkige tekst worden voorgelezen om de deelnemers zoveel mogelijk fouten te laten maken. Ik blijf Latijnse woorden die bij ons zijn inburgerd, zoals praeses, met het Latijnse woordbeeld schrijven, want de schrijfwijze ‘preses’ is voor mij erger dan vloeken in de kerk, en dat zegt wat voor iemand die naast filosofie ook theologie heeft gestudeerd.
Dr. G. Manenschijn Amstelveen
dinsdag 16 januari 2007, 23:50 uur
In de jaren zestig zaten onze kinderen op wat toen de lagere school heette. Op een ouderavond werd er een lezing gehouden door een lid van de Vereniging van Wetenschappe- lijke Spelling. Hij overtuigde ons van het feit dat spelling bedoeld is om de gesproken taal weer te geven op schrift. De taal leeft en verandert en dan moet de spelling mee veranderen.
We zijn lang lid geweest van deze vereniging, maar je hoort er nu nooit meer van. In 40 jaar is er zo goed als niets verbeterd helaas.
Het is toch treurig dat mensen zich bezig houden met tussen-
ennen, terwijl hele volksstammen gebaat zouden zijn bij één
schrijfwijze voor de ei- en au-klank bij voorbeeld, om nog maar niet te spreken van de verschrikkelijke eind-d’s en
dt’s waar je een t hoort. Er is zinvoller taalonderwijs
mogelijk dan spellingsonderwijs!
woensdag 17 januari 2007, 06:07 uur
Geachte heer Sanders
Hebt u niet door dat u zich onsterfelijk belachelijk maakt met uw gejeremieer over de lastigheid van het spellen van het werkwoord? U hebt maanden nodig gehad eer u het begreep, soms weet u het nog steeds niet, en zelfs een hoogopgeleide vriend met een uitstekend taalgevoel weet het niet altijd meteen, omdat het “een lastige constructie” is! Kunt u eens een voorbeeld geven van zo’n lastige constructie? Ik kan me er namelijk niets bij voorstellen.
Ofwel u hebt de een of andere merkwaardige blinde vlek, ofwel het is hiermee bewezen dat het onderwijs op de basisschool al in uw tijd niet meer deugde. Wat je als jong kind goed hebt geleerd, kost je immers later geen enkele moeite. U kwam 25 jaar later op school dan ik. Zonder me enig detail van het onderwijs te kunnen herinneren kan ik nog in halfslaap een werkwoordsvorm correct spellen. Toen ik in de jaren ’60 proefvertalingen Grieks en Latijn moest nakijken, zag ik misschien kromme zinnen; maar onjuiste spellingen kan ik me niet herinneren. Dus ofwel u hebt een gebrek, ofwel het onderwijs dat u hebt genoten was werkelijk abominabel, en het peil van de lagere school was reeds toen structureel gekelderd.
woensdag 17 januari 2007, 09:17 uur
Is het niet voldoende om te zeggen dat een communicatiesysteem eenduidig behoort te zijn?
woensdag 17 januari 2007, 09:34 uur
Een lange lijst, nu zestig reacties op de vragen over spellen. Zestig keer doen mensen hun best iets te maken van hun ervaring, inzicht en mening. En ze zien er niet bijster veel van terug. Sanders, kun je iedere dag zelf deelnemen aan dit ‘forum’ met een ordenend stukje dat de reacties tot nu toe beschouwt en een plaats geeft? Ook een goed idee trouwens voor de andere enorme lijsten met reacties op de NRC-site, de zogenaamde discussie van de dag. De deelnemers daaraan worden geheel aan hun lot overgelaten door de aanstichters, de reacties stapelen zich op en slechts een enkele deelnemer maakt er een beetje een discussie van door op andere reacties te reageren. Daarnaast slaat het ‘van de dag’ nergens op, er is niks dagelijks aan. De opstapeling van reacties kan een week of langer duren en er is slechts op willekeurige momenten en zeker niet dagelijks een nieuw onderwerp.
Het lijkt er nu op dat de krant ideeënbussen ophangt die eenmaal vol regelrecht in de versnipperaar geleegd worden. Redactie, de mensen willen hun ervaring, inzicht of mening niet in een zwart gat storten, maar ze willen er iets van terug zien. Ze willen uiteindelijk bijdragen aan de synthese, die immers vooruitgang bewerkstelligt. Doe er iets mee, reageer, anders gaat de lol eraf.
woensdag 17 januari 2007, 10:39 uur
In de jaren na de oorlog, toen de onderwijzer nog geen (opgewaardeerde) leraar was, werd er veel andacht gegeven aan spelling, moeilijke woorden en dictees. Ik kwam in 1948 op school en leerde dus op de ouderwetse manier lezen en schrijven ( het leesplankje, wat een fantastisch leermiddel was dat!). Voor de taal- en spellingsregels moesten we bij de onvolprezen juffrouw Lakke in de 5e en 6e klas een schrift maken, een schriftje dat ik zuinig heb bewaard. In 6 pagina’s alle nuttige kennis:de door andere NRC-lezers al beschreven stam plus t-regels : ik loopt,jij loopt,loop jij? ) en de voltooid deelwoorden die altijd een d krijgen tenzij de stam eindigt op een van de letters van ‘t kofschip ( geladen met t).Dus gefiets-t.
Gewapend met die er in geramde kennis doorliep ik het gymnasium, waar ook heel veel aandacht was voor alle talen en de kweekschool ( jawel) op mijn sloffen en had ik ook bij andere opleidigen en studies geen last van spelproblemen.
Mijn studenten in het HBO echter schrijven in veel gevallen fonetisch en ik moet zeggen; het lezen van tentamen-uitwerkingen levert heel wat hilariteit op. De afkomst van de studenten maakt amper verschil, maar ik zie wel dat intelligente en gemotiveerde studenten veel minder fouten maken dan degenen die het wat minder zwaar opnemen. Als ik echter een afgestudeerd accountant in dienst zou nemen zou ik eisen dat hij/zij niet alleen heel goed kan rekenen maar ook puntgave rapporten kan schrijven. Daar kan immers geen spellingscorrectie iets aan verbeteren. Het mondeling taalgebruik zou ook moeten worden aangepakt: ik heb er bezwaar tegen dat iemand met wie ik niet in de zandbak heb gezeten “jij”tegen mij zegt, zeker als dat in een zakelijke omgeving gebeurt.
Trouwens: Om een nieuw gegeven in de discussie te betrekken: wie ergert zich, net als ik, aan de platte uitspraak van menig in hetopenbaar optredend persoon?
Het taalonderwijs moet vanaf de eerste groep de lagere school prioriteit krijgen. Taal is het bindmiddel bij uitstek en oja: waren we ook niet allemaal zo trots op onze cultuur? Cool, man!Vet!
woensdag 17 januari 2007, 10:45 uur
Ik vind als 65 jarige dat het vaak droevig gesteld is met de taalbeheersing van mensen onder de veertig (en ook bij velen boven die leeftijd). Dat impliceert dat het schrijven van artikelen, memo’s, verslagen, notulen etc. voor verenigingen, bladen en kranten meestal gedaan moet worden door steeds dezelfde mensen, omdat bij de grammaticaal zwakbegaafden cq slecht opgeleiden vaak het zelfvertrouwen ontbreekt om zelf iets te schrijven voor een groter publiek. Daardoor ontstaat uiteraard verschraling. Ik merk dat zelf heel goed in het vrijwilligerswerk waar ik me mee bezig houd. Veel goede gedachten – vaak veel betere dan de mijne – komen zo nooit op papier te staan, zodat buiten het mondelinge bereik van deze personen niemand er kennis van kan nemen. Een advies: geef deze grote groepen een half jaar lang taallesjes om hun schrijfvaardigheid bij te spijkeren via een gemakkkelijk bereikbaar medium, zoals internet. Bijvoorbeeld elke veertien dagen een steeds moeilijker wordend dictee, dat per e-mail ingezonden moet worden en de week daarna de goede tekst met uitleg van de moeilijkste termen. Zorg wel voor de nodige publiciteit vooraf en daardoor voor voldoende deelnemers. Prijsjes voor goede inzendingen kan stimulerend werken.
woensdag 17 januari 2007, 10:47 uur
Ik vind dat de spelling niet vereenvoudigd moet worden en ook vind ik dat je je wél druk moet maken over spelfouten. Doe je best maar om je eigen taal goed te spellen en uit te spreken. Er wordt al teveel gerotzooid met onze taal.
Vriendelijke groet,
Han Mol
Amsterdam.
woensdag 17 januari 2007, 11:28 uur
Waarom zou een volwassen journalist een spelprobleem moeten hebben terwijl wij als 12-jarigen die materie vroeger (veertiger jaren) moeiteloos beheersten? Er bestaat helemaal geen d/t-probleem, aangezien er in geen enkel Nederlands werkwoord ooit de vrijheid is om tussen die 2 vrijelijk te kiezen.
Als je voldoende logisch kunt denken om het verschil te zien tussen tegenwoordige tijd (“het gebeurt”)en voltooide tijd (“het is gebeurd”) is het probleem al zo goed als opgelost.
In de tegenwoordige tijd ALTIJD (behalve na -ik- en in de meervoudsvormen) stam+t (ook als die stam op een -d- eindigt), dus “het gaat” en “het brandt”. Bij -ik- dus nooit en als -jij- erachter staat ook niet. Dus: -ik vind- en -jij vindt-, en -vind ik- en -vind jij-. Niemand maakt mij wijs dat dit een hersenbreker zou zijn.
In de verleden en de voltooide tijd na een letter uit het “KoFSCHiP” ALTIJD een -t-, anders ALTIJD een -d-, dus -maakte- en -gemaakt- naast -gebeurde- en -is gebeurd-. Er bestaat derhalve geen vrijheid om te kiezen.
Dat -gebeuren- al een voorvoegsel -ge- bezit maakt geen enkel verschil, als je maar eerst even vaststelt of je met de tegenwoordige of de voltooide tijd te maken hebt. In dat laatste geval is er een hulpwerkwoord (-is/zijn- of -heeft/hebben-)gebruikt. Daarom -het gebeurT- naast -het IS gebeurD-. Ewoud Sanders heeft hier echt geen “sterke kant” voor nodig, alleen de wil om zich te onderwerpen aan een paar regels en die van buiten te leren….. Met taalgevoel heeft dit niets te maken. Je hebt hier eerder iets aan een wiskundeknobbel, als die bestaat.
En schakel voor de voltooide tijd het gehoor eens in! Omdat je -maakte- zegt (iets wat niemand fout doet, want daar pas je gevoelsmatig automatisch het KoFSCHiP toe) schrijf je -gemaakt-. Omdat je -gebeurde- zegt (niemand zegt -gebeurte-)schrijf je -het is gebeurd-.
Dit geldt allemaal niet of veel minder voor een buitenlander die op latere leeftijd Nederlands leert. Die kan inderdaad op het gehoor af schrijven “woord vervolgt”. Maar wie dit als autochthoon beginnend student doet moet eerst terug naar de schoolbanken. Aan zo iemand moet je de studie geneeskunde of astronomie niet toevertrouwen.
woensdag 17 januari 2007, 12:32 uur
Geachte Heer Sanders,
Om Uw twee vragen kort te beantwoorden geef ik als mijn mening dat ik niet zo’n voorstander ben van verandering van de spelling of dat nu een vereenvoudiging is of niet en vind ik voorts dat we ons over spelfouten druk moeten blijven maken. Ik licht dit standpunt graag toe.
De schrijftaal is een door mensen vervaardigd instrument. Het maakt de overdracht mogelijk van mededelingen aan mensen van wie je door afstand en/of tijd gescheiden bent. Die afstand betekent dat je niet zoals in een persoonlijk contact je woorden desnoods kunt verduidelijken of met lichaamstaal kunt aanvullen en dat degene aan wie je iets probeert te vertellen niet snel en eenvoudig om opheldering kan vragen. Wil de schrijftaal haar functie goed te kunnen vervullen is een grote mate van onveranderlijkheid noodzakelijk. Dat heeft de taal met veel andere instrumenten gemeen. Het is heel handig dat je met een schroevendraaier van nu een schroef van een eeuw geleden kunt uitdraaien.
De geschreven taal is ooit wel ontstaan uit een poging de gesproken taal op een of andere drager vast te leggen en tussen gesproken en geschreven taal bestond er dan ook aanvankelijk een hechte relatie. De spreektaal is echter voortdurend aan verandering onderhevig waardoor de relatie met de schrijftaal langzaamaan steeds minder wordt. Een al te losse relatie wordt als ongewenst ervaren en dan gaan er stemmen op de schrijftaal aan de spreektaal aan te passen. Dat stelt de beheerders van de schrijftaal voor de niet te benijden taak een compromis te vinden tussen de vraag naar onveranderlijkheid en aanpassing. Het is mijn idee dat de schrijftaal wel de spreektaal moet volgen, maar op afstand en dat overigens moet worden geprobeerd door goed onderwijs in de schrijftaal de veranderingen in de spreektaal enigszins af te remmen. Over de kloof tussen spreek- en schrijftaal hoeven we overigens ook weer niet al te dramatisch te doen. Geschreven en gesproken taal hebben in een mensenhoofd elk hun eigen afdeling. Dat realiseer je je pas wanneer je in een boek een fonetische weergave van een streektaal aantreft. Dat valt zo niet te lezen. Dat moet je woord voor woord hardop uitspreken om vervolgens woord voor woord de zin op te bouwen.
Dat ik vind dat je moet nastreven een spelling zo lang mogelijk mee te laten gaan, neemt niet weg dat ik ook vind dat er wel degelijk kritisch naar gekeken moet worden. Wat het geschreven Nederlands lastig maakt is het feit dat het hinkt op drie gedachten: fonetiek, systematiek en spaarzaamheid. Wat er ontbreekt is een consequente voorrangsregeling. Omdat je “hij huilt” schrijft moet je naar analogie “hij luidt” schrijven al is die laatste t of d overbodig, want je spreekt hem niet uit. De analogie gaat verder: “hij huilde” en dus ook “hij luidde” al heb je voor de uitspraak die dubbele d niet nodig. De lijn doortrekkend zou je verwachten “hij heeft geluidd” naar analogie van “hij heeft gehuild”, maar neen, hier treedt ineens een andere regel in werking: je schrijft “hij heeft geluid”. Dit is maar één klein voorbeeld van wat in het Nederlands ontzettend veel voorkomt dat soms de ene regel van kracht is en soms een andere en dat er dus een derde regel nodig is om te bepalen welke regel wanneer geldt. Zo gek als het misschien in eerste instantie aandoet, zou toch “hij heeft geluidd” en “de niet meer geluidde klok” een mogelijke spellingsvereenvoudiging zijn
woensdag 17 januari 2007, 12:37 uur
Ik wil het voorstel van Maarten Dulfer van harte ondersteunen!
woensdag 17 januari 2007, 13:15 uur
Geachte heer Sanders,
Een paar opmerkingen n.a.v. uw artikel. In de eerste plaats heeft zijn spelling en grammatica twee verschillende zaken. De stam+t fout heeft dan ook niets met spelling maar alles met grammatica te maken. Inderdaad is het voor een geboren Nederlander helemaal niet nodig om met dat domme kofschip of fokschaap te werken, je kunt het horen als je het werkwoord in de verleden tijd zet, of men kan het “lopen” ezelsbruggetje gebruiken.
Ik vind goed schrijven wel degelijk belangrijk, maar ik vraag me af waarom we toch steeds onze spelling moeten veranderen. Ik kwam in 1957 van de MULO en ik weet echt niet meer hoeveel spellingswijzigingen er inmiddels zijn gepasseerd. Wel weet ik dat ik de grootste moeite heb correct te spellen. Ik ben de draad kwijtgeraakt. Is het nu pannekoek of vind ik toch pannenkoeken lekker? Als oud-leraar Engels ben ik jaloers op de Engelsen die sinds Shakespeare nooit meer hun spelling hebben veranderd ook al is de uitspraak wel grondig veranderd. Het betekent dat we nog steeds de werken van de bard kunnen lezen na bijna 400 jaar. Wij kunnen amper teksten van 150 jaar geleden lezen. Geen Engelsman zou het in zijn hoofd halen de spelling van zijn taal te gaan veranderen ondanks al die arme Engelse kindertjes (die tegenwoordig hier alleen nog maar “kids” heten) die de geen enkel houvast hebben aan de uitspraak om de spelling te kunnen raden.
woensdag 17 januari 2007, 13:31 uur
Het merendeel van de bevolking in Nederland is in staat zich de huidige spelregels eigen te maken. Het niet naleven van die regels berust vaak op nonchalance. Dit zegt iets over de taalgebruiker. Die is te beroerd om na te lezen wat hij/zij op schrift heeft geproduceerd. Helaas kan/zal die nonchalance ook in andere facetten van het bestaan tot uiting komen. (Stel je voor dat dit de gehele bevolking zou aangaan, dan diskwalificeert de natie zich als nalatig.) Het negeren van spelfouten (en van stijl en grammaticale zonden) kan dat versterken of zelfs aan de basis daarvan liggen. Het is aan de overheid om (taal)regels te stellen en toe te zien op naleving daarvan. Het is mede een indicatie van de ernst waarmee een regering het probleem van vervlakkende waarden en normen aanpakt. Ergo: wat mij betreft geen tolerantie voor spelfouten en wel vasthouden aan de regels. Ik pleit overigens niet voor verstarring in die regels. Taal leeft en evolueert. Zo werd radiateur radiator, werd de aviateur een piloot, verdween de visscherij en schrijft men vleeschhouwer tegenwoordig als slager.
woensdag 17 januari 2007, 14:01 uur
Wat ik minstens zo verontrustend vind is het toenemende aantal fouten bij het gebruik van staande uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes. Vrijwel dagelijks kan men die aantreffen, zowel in kranten als bij (gerenommeerde) TV-programma’s.
woensdag 17 januari 2007, 14:11 uur
Reactie op Spel-alarm
Vrijwel iedereen moet moeite doen om correct te spellen. Maar dat geldt voor alles wat men aflevert.
Een tekst met spelfouten is beledigend voor de lezer; er is geen zorg aan besteed. Wie de spellingsregels echt niet kan toepassen hoort niet op HBO of WO thuis.
Wat mij het meest verontrust in Uw column is de keuze uit slechts twee oplosssingen.
Of we moeten de spelling ‘vereenvoudigen’ of we moeten spelfouten maar accepteren als iets vanzelfsprekends.
Wat het tweede punt betreft het is onbeschoft iemand een tekst vol spellingsfouten te sturen.
Wat de eerste oplossing betreft: Hoeveel gebruikers van het Nederlands zijn vóór spellingswijzigingen? Een spelling is niet meer dan een onderlinge afspraak. Op de lagere school hebben we er veel tijd en moeite in moeten steken om de spellingsafspraken te leren. Een spellingswijziging is een eenzijdige contractbreuk. Zonder de gebruikers te raadplegen is dat onacceptabel.
Negeer de eenzijdige contractbreuk: Blijf correct spellen zoals je dat geleerd hebt!
Bij de klachten over de taalvaardigheid is die van de spelling eenvoudig te repararen. Veel ernstiger is
dat er studenten zijn die niet helder en exact kunnen formuleren. Voor die vaardigheid is kennis van de gramatica van belang. Het ontbreken daarvan is voor een student een veel grotere handicap dan het fout-spellen, wat veelal niet meer dan een kwestie van luiheid is.
F. Tuinstra
Zoetermeer
woensdag 17 januari 2007, 14:18 uur
dt-fouten bestaan niet
U maakt het spellen van werkwoorden onnodig moeilijk:
In de o.v.t.krijgt de ik-vorm een t: ik word
jij wordt
hij/zij wordt
ik krijg
jij krijgt
hij/zij krijgt
In het laatste geval zeg je toch ook niet:
“jij krijgt”spel je met gt
woensdag 17 januari 2007, 14:23 uur
t.a.v. Ruoff – van den Blink en andere voorstanders van simpeler spellen:
Als de Vereniging voor Wetenschappelijke Spelling ooit beweerd heeft dat spellen bedoeld is om de gesproken taal weer te geven, dan was dat niet erg wetenschappelijk van die vereniging. Misschien doelde men op de overgang ooit van karakters en hiëroglyfen naar het alfabet, maar niet lang daarna, ook al eeuwen geleden, heeft zich een nog een belangrijke verandering voltrokken: van letters naar woordbeelden.
Spellen heeft tot doel woordbeelden weer te geven: geen klanken, maar plaatjes. Het systeem van taalverwerking is dankzij die visuele input erop vooruitgegaan omdat de verwerkingscapaciteit groter is. Onder andere de informatieoverdracht is daardoor sterk verbeterd.
Aan de output-kant kun je de plaatjes weer omzetten in klanken; slechts één van de functies van het systeem. Meer fonetisch spellen, de klank-weergevende betekenis van het plaatje maximaliseren, kan hooguit die functie eventueel verbeteren. Ten eerste: daaraan is geen behoefte, ook ijveraars voor spellingsvereenvoudiging gaat het daar niet om. Wie slecht spelt, is niet per se slecht in het uitspreken van een tekst op schrift. Ten tweede draagt het niets bij aan de andere functies van de taal en verslechtert die zelfs. Een woordbeeld kan informatie geven over de betekenis van het woord, over de betekenis in de context van de zin, over de herkomst. Die functies zijn voor het systeem van taalverwerking veel belangrijker, daar moet je niet aan komen.
Spellen betreft de kwaliteit van de input. Woordbeelden met de meeste informatie functioneren het beste. Als dat een beetje fonetisch kan, dan is dat hooguit mooi meegenomen. Het Nederlands doet het trouwens wat dat betreft best aardig.
woensdag 17 januari 2007, 14:44 uur
Wouw – 66 reacties. Spelling leeft in Nederland. Ewoud – doe er iets aan. O, sorry – dat was precies wat je deed. In andere landen gaat taal onderwijs om gramatica, rijkdom van taal gebruik, uitdrukkingen en gezegdes, creatief zijn met taal – maar in Nederland gaat het om spelling. Zal wel een speling van het lot zijn.
woensdag 17 januari 2007, 15:22 uur
Nieuw licht op de zaak, hoop ik: waar ik in mijn schrijftrainingen af en toe op wijs is De Geheime Hiërarchie der Spelfouten. Er bestaan namelijk – en dat weet gek genoeg niet iedereen – drie categorieën spelfouten: 1) Hele Erge, 2) Maakt Niet Uit en 3) Aanbevelenswaardige Spelfouten. In weblogs-met-reactie zoals deze (65 reacties al!) blijkt de discussie steevast te gaan over alleen de eerste categorie.
Even een voorbeeld per categorie:
1) ‘hij beoordeeld’ is Erg Fout. De lezer zal denken dat de schrijver dom is, of op z’n minst niet zorgvuldig.
2) ‘er vanuit gaan’ is fout. NRC H’blad spelt dit dus consequent fout. Fout? Ja, want ook voor deze spellingkwestie is gewoon een regel opgenomen in de Leidraad van alle Groene Boekjes sinds ’54. En nee, die is nooit veranderd.
Alleen zijn fouten uit deze categorie niet erg, want niemend blijkt de regel te kennen(ook niet de lezers die zeggen zich wild te ergeren aan fouten uit de eerste categorie…)
3) ik lees beroepsmatig erg veel teksten en lees slechts één keer per jaar ‘ge-update/ge-updated/ge-updatet’ correct gespeld. Sterker nog, die ene keer dat ik het correct gespeld tegenkom struikel ik bijna over het woordbeeld: ‘geüpdatet’…
Ik adviseer dan ook dit woord niet correct te spellen. Liefst vermijden uiteraard, maar in ieder geval liever fout dan correct.
Kortom, het gaat in zakelijke communicatie niet om de correcte spelling. Het gaat erom dat de lezer de boodschap die vervat is in woorden (en dus in letters) gemakkelijk in het hoofd krijgt.
Inetressant lijkt het mij eens uit te zoeken waar het vandaan komt dat wij allen op school erg veel aandacht hebben leren besteden aan alleen die eerste categorie, van nu door iedereen herkende Heel Erge Fouten, zoals de -dt-kwesties. Hoe komt het dat fout gespelde varianten van ‘ervan uitgaan’ en ‘boerka’/'burka’ bij niemand dezelfde heftige reactie oproepen?
Waarom werden en worden in dictees niet alle spelfouten benoemd, laat staan even zwaar bestraft? Is er soms ooit een club (PABO-?)docenten geweest die heeft besloten het spellingonderwijs te beperken tot overmatig veel aandacht voor de -dt-kwesties?
woensdag 17 januari 2007, 15:27 uur
begonnen op het gymnasium beta ben ik geëindigd bij de Z van zeilmaker (mijn huidige beroep)
altijd heb ik er een soort van zelfgekuntstelde spelling op nagehouden, die in de loop der decennia wel eens wat veranderd is; en iedereen begrijpt me nog steeds…
laatst ben ik er door een belgische firma op gewezen dat ik geen hoofdletters gebruikte !! dat vonden ze maar kinderlijk, dat kwam niet professioneel over
wat een compliment !!
missie geslaagd ?
woensdag 17 januari 2007, 16:57 uur
Het belang van goed spellen wordt nogal eens overdreven. Correcte spelling is niet het enige en ook niet het belangrijkste aspekt van goed taalgebruik. Belangrijker is het vermijden van wat dhr. Heldring in zijn onvolprezen en helaas niet meer verschijnende taalcolumn ‘denkfouten’ noemde (type ‘hij behoort tot een van de beste’). En de Erasmus Universiteit moet niet alleen bijspijkercursussen Nederlands geven, maar zeker ook bijspijkercursussen rekenen, en niet alleen voor studenten. Ik zag namelijk een hunner medewerkers (!) anderhalve week geleden in NRC beweren dat een inflatie over vijf jaar van 100% gelijk staat aan jaarlijks 20%. (In werkelijkheid is dat ongeveer 15% per jaar.) Kortom, een beetje nadenken over wat je opschrijft kan geen kwaad, maar fixeer je niet op de spelling.
woensdag 17 januari 2007, 17:03 uur
Ja, het is inderdaad droevig gesteld met de nederlandse taal. Zelfs de basisregels zijn bij de meeste mensen niet bekend. Wij (een oudleraar nederlands en een paar taalpuristen) hebben een taalclubje: we komen een keer per maand bijelkaar. We oefenen dan dicteezinnen en halen fouten uit krantenberichten. Ook noteren we wat we uit de mond van journaallezers, presentatoren en ministers gehoord hebben. En dat is vaak bar en boos!
Toen spelling op scholen minder belangrijk begon te worden en men meer tijd ging besteden aan maatschappelijke omgang, heb ik hier al voor gewaarschuwd. Er groeit een generatie op die straks niet meer kan spellen. In dit geval spijt het mij zeer dat ik gelijk had.
Nee, we moeten de taal niet vereenvoudigen. De regels zijn eenvoudig genoeg; we moeten ze alleen leren!
woensdag 17 januari 2007, 18:32 uur
Het spellingsonderwijs dat aan de Erasmusuniversiteit, en op andere plaatsen, ingevoerd wordt lijkt geen geschikte oplossing te zijn voor het geconstateerde probleem. Als 12 jaar basisonderwijs en voortgezet onderwijs er niet in geslaagd zijn iemand de regels van het Nederlands aan te leren, dan zal een cursus van enkele weken of maanden weinig toegevoegde waarde hebben. Een groter probleem waar de studenten mee kampen is kernachtig en duidelijk formuleren, een vaardigheid die in ons onderwijssysteem te weinig aandacht krijgt.
Correct spellen is een kwestie van attitude en aandacht. Indien men zich bewust is van de noodzaak van correct spellen, is het geen enkel probleem om dat ook te doen. De spellingsregels op zich zijn, zeker met ondersteuning van een eenvoudige spellingscontrole op de pc, niet moeilijk toe te passen. Als de betrokken docenten zich dan zo ergeren aan de gebrekkige spelling van de studenten, dan moeten ze eenvoudigweg hun werkstukken weigeren.
De vaardigheid om kernachtig en duidelijk te formuleren kan aangeleerd worden door intensieve schrijfbegeleiding en duidelijke feedback, waarbij de student duidelijke toelichting krijgt over de tekortkomingen van de tekst. Ik zou liever zien dat de universiteiten in het eerste jaar daaraan meer aandacht zouden besteden.
woensdag 17 januari 2007, 20:50 uur
Onder mijn verantwoordelijkheid worden vrijwel dagelijks rapportages verzonden aan rechtbanken en andere justitiële instellingen. Toen ik vijf jaar geleden met dit werk begon dacht ik als Joost Sylvester (reactie 63) die schrijft “verkeerd spellen is minder erg dan slecht gebruik van de Nederlandse taal: slecht lopende zinnen, stijlfouten, onlogische opbouw van een betoog (…..)”. Ik corrigeerde dus alleen schrijffouten die al te bar waren en greep vooral in op teksten die dubbelzinnig of op een of andere wijze onduidelijk waren. Of op teksten die erg saai of ingewikkeld waren, want een saai of moeilijk leesbaar rapport wordt minder goed gelezen dat een vlot geschreven stuk en als je rapport niet goed gelezen wordt heb je minder invloed.
Ik heb echter de indruk dat de tijden veranderen, dat men zich meer dan vroeger ergert aan teksten die niet volgens de regels gespeld zijn. En omdat een lezer die zich ergert wordt afgeleid van de inhoud van het rapport en onze boodschap daardoor minder effectief wordt let ik nu meer op allerlei taalfoutjes die ik in mijn hart van weinig betekenis vind.
De fout die ik het meest zie en bestrijd – naast dt en kofschipfouten – is het los achter elkaar plaatsen van twee zelfstandige naamwoorden. “Het huiselijk geweld slachtoffer vroeg om politie assistentie toen zij een claxon geluid hoorde.” Dat werk.
Wordt mijn waarneming dat correct spellen belangrijker wordt gevonden dan vijf of tien jaar geleden door anderen gedeeld?
woensdag 17 januari 2007, 22:20 uur
Ja zeker, er is naar mijn mening heel wat mis met het taalonderwijs. Maar dat is al begonnen vóór de tijd van de heer Sanders! Begin 70-er jaren werkte ons kind in de vijfde klas lagers school (nu groep 7) nagenoeg het hele schooljaar aan een musical. De achterstand in onder andere taal was zodanig dat de onderwijzer in de zesde klas (nu groep
zich daarover beklaagde.
Naar mijn mening begint het probleem met taal al op de lagere school, maar datzelfde geldt voor topografie, voor geschiedenis en voor hoofdrekenen.
De huidige generatie heeft kennelijk minder tijd en aandacht voor taalbeheersing, de boodschap zelf wordt belangrijker geacht dan de vorm.
Ik vind dat duidelijk een verarming, aangezien taalbeheersing (zowel in geschreven als in gesproken vorm)het mogelijk maakt om een genuanceerde boodschap over te brengen.
donderdag 18 januari 2007, 07:49 uur
Hoewel mijn visie op de spelling waarschijnlijk enigszins beïnvloed is door mijn beroep als (eind)redacteur, vind ook ik het allemaal wel meevallen. Het is ook niet zo eenvoudig met die d’s, t’s en dt’s, zeker als je het kofschip alleen in de verte voorbij hebt zien varen en de ezelsbruggetjes door gebrek aan onderhoud zijn ingestort. En dan is het Nederlands nog overzichtelijk als je het vergelijkt met het Frans, de taal van het land waar ik met mijn gezin woon. Hier – in Frankrijk dus – zijn talloze woorden die hetzelfde klinken maar iets anders betekenen, en woorden die in vervoegde danwel verbogen vorm hetzelfde klinken. Het is voor het gemiddelde Franse kind een ware nachtmerrie om te leren spellen. Niet voor niets is dit het land waar het Nationale Dictee zijn oorsprong heeft. Het is al een ware intellectuele krachtsinspanning om onderscheid te kunnen maken tussen mannelijk of vrouwelijk voltood deelwoord (-é/-ée), infinitief (-er), gebiedende wijs meervoud (-ez), de vervoeging in 1e of 3e persoon meervoud (-ons/-ont) of eerste, tweede of derde persoon enkelvoud (-e/-es/-e). Uiteraard is wat tussen haakjes staat niet uitputtend: dit geldt louter een grote groep werkwoorden die op -er eindigen).
De Franse leraar van onze zoon gaf onlangs een dictee mee naar huis om te oefenen. Daarin stond:
Les filles dansent dans la cours.
Bedoeld werd de binnenhof – la cour – en niet de les – le cours. In dit soort verschrijvingen staat hij niet alleen, ben ik bang. Ook officiële documenten kennen dit soort opmerkelijke fouten. Niet iedereen wint hier het dictee. Zelfs niet als je van tevoren mag oefenen.
Terug naar Nederland. Ik denk wel dat het onderwijs in Nederland een inhaalslag te maken heeft, maar dat is een kwestie van kwaliteit. En kwaliteit kost geld.
donderdag 18 januari 2007, 12:09 uur
Het is meer dan alleen goed spellen. Het is de nonchalante en oppervlakkige manier van denken en leven in de huidige tijd; slordigheid is geen probleem, alles moet zo gemakkelijk mogelijk zijn, een beetje inspanning is vaak te veel. Zelf nadenken kost moeite en wordt vermeden als een apparaat het kan overnemen. Dit is m.i. erg kortzichtig. Als voorbeeld diene de ‘spellingcontrole’. Over het algemeen wordt gedacht dat een tekst die door deze ‘controle’ is gehaald geen fouten meer kan bevatten. Niets is minder waar, zie het grote aantal fouten in teksten in kranten, tijdschriften, stukken etc. Het is van groot belang van kinds af aan kritisch te leren denken en dus zeker ook de taal goed te leren beheersen. Het scherpt de geest en geeft meer mogelijkheden op tal van terreinen door de mentale instelling. Ooit bewust geweest van het feit dat ouderen die altijd getracht hebben hun geest te scherpen door te blijven lezen, puzzelen, denksporten te doen etc., veel minder vroeg afhankelijk (en dement) zijn dan mensen die het er maar bij lieten zitten?! Dus: hoe meer en hoe jonger aandacht voor een juist taalgebruik hoe beter we er allemaal bij varen.
donderdag 18 januari 2007, 17:50 uur
Geachte heer Sanders,
Ik ben wat laat met mijn reactie op het stukje Spel-alarm van 15-01 j.l.. Ik neem aan, dat de laatste twee woorden daarvan, t.w.”Woord vervolgt” een grapje van u zijn, dus daar reageer ik verder niet op.Wel wil ik kwijt, dat ik bezwaar heb tegen het gebruik van de term “reden”(= motief), waar bedoeld wordt “”oorzaak”. Dit foute gebruik is zeer algemeen en u bent er zelf ook het slachtoffer van,n.l. in de eerst kolom staat:”Reden:op de basisschool en in het voortgezet onderwijs zou hier steeds minder aandacht aan worden besteed”. N.m.m. moet “reden hier vervangen worden door “oorzaak”. Bent u het hiermee eens of hebt u een andere mening?- Een andere grief, die ik heb tegen het algemene taalgebruik is de zgn “haarziekte”, het overal gebruiken van “haar” bij bezittelijke voornaamwoorden, waar alleen het bez.vrnnmw.”zijn” op zijn plaats is.
Bij voorbaat dank voor uw reactie.
Hoogachten, J.M.
donderdag 18 januari 2007, 18:05 uur
Onze drie zonen (34-32 en 30 jaar) communiceren regelmatig met elkaar per computer. Alle drie zijn in het bezit van een V.W.O. eindexamen, twee zonen zijn econoom en de jongste zoon heeft de Hogere Hotelschool doorlopen.Soms mag ik als moeder tot mijn vreugde van hun berichten meegenieten. Laatst kwam er weer zo’n gezellig “rondschrijven” op mijn computer terecht. Het wemelde van de “dt” fouten. Ik had alweer de neiging om mijn rode potlood te voorschijn te halen…
Ik kon het dan ook niet nalaten om ze een mail te sturen waarin ik de fouten verbeterde.
Mijn jongste zoon antwoordde daarop : “Eigen schuld;
had je maar niet onze scripties en boekverslagen moeten schrijven…..!!”
donderdag 18 januari 2007, 22:04 uur
Zo, dat zijn veel reacties! De mijne zal er vast wel bijstaan, maar toch maar even.
Het gaat vooral om het spellen van de werkwoordsvormen, dus -d/-dt/-t, We kennen geen naamvallen meer, anders zouden die dezelfde problemen opleveren, denk ik. Verder zag ik de “Engelse ziekte” langskomen: woorden los schrijven die aan elkaar geschreven horen te worden. Tegenwoordig worden er ook steeds meer fouten met de geslachten gemaakt: de fiets dat daar stond. En natuurlijk het vermaldeijde: de grootste ooit.
De regels voor het spellen van de Nederlandse werkwoorden zijn uiterst simpel en passen in een 12-punts letter op een briefkaart. In elke taal zijn er andere regels: het Frans heeft voor elke persoon een eigen uitgang aan de tegenwoordige tijd, het Engels nog maar voor een persoon (3e enkelvoud) en het Deens heeft een actieve uitgang en een passieve voor alle personen. Dus er is geen morele reden om -d of -dt te onderscheiden of het kofschip te hanteren. Maar als je eenmaal (simpele) regels hebt, moet je ze ook gewoon hanteren. Anders wordt de oplettende lezer bij elke fout gedwongen om te stoppen met lezen, de fout te corrigeren en weer door te gaan met lezen. De niet-oplettende lezer ziet geen fouten, maar tegen hem kun je gewoon sowieso maar een beetje aanlullen, dus die neem je niet serieus. Juist degene die je wilt bereiken met je geschrift, stoot je af.
Hier in Wageningen gaat de gemeente de wildgroei aan allerlei richtingsborden saneren. Mensen worden er soms gek van en verdwalen. Zo gaat het ook met spelfouten.
Overigens acht ik de scholen hieraan schuldig. Ik had een discussie met een pabo-leerlinge die stage liep en die aantoonbaar niet goed kon spellen. Over een half jaar is ze gediplomeerd juf!!! En gaat ze allochtone kindertjes niet spellen leren. Heet je Achmed, en kun je nog geen sollicitatiebrief schrijven ook. Hoe moet je dan ooit een baan krijgen???
Een onderwerp van NOVA, pakweg een jaar geleden. Turkse les in de eerste klas van de middelbare school in Utrecht. Opgeklopt, maar/dus in NOVA. Wordt aan leerlingen gevraagd wat ze van het idee vinden. “Nou, das niet eerlijk, want hun spreken thuis al Turks en zijn dus veel beterder als ons.” Jeroen Pauw vraagt, of Nederlandse les niet beter is, want hij hoort zo in een zin al vier fouten. Zegt de directeur: “Ach, zo spreken we over 20 jaar allemaal!” En aan het eind van het gesprek prijst de school zichzelf nog eens aan: wij geven 5 in plaats van 4 uur per week Nederlands!!
De regels zijn even simpel als rechts rijden. Er is geen moreel bezwaar tegen links rijden, maar het is wel handig als we allemaal hetzelfde kiezen. De simpele regels worden al niet nageleefd, dus een spellingsherziening zal niks oplossen. Restauratie van de ezelsbruggetjes!
donderdag 18 januari 2007, 23:54 uur
In 1978 deed ik eindexamen gymnasium. Ik was goed in talen – mijn sterkste kant hoewel ik beta deed.
Pas ca 1985 realiseerde ik me dat ik een probleem had met taal – ik die altijd een ‘bovenligger’in taal was geweest. Maar mijn vervoegingen van werkwoorden deugde echt niet.
Inderdaad: trucjes! Ik leerde ze, en ontdekte vervolgens nieuwe taalhiaten. Helemaal oplossen zal ik ze nooit. Soms kies ik een formulering omdat ik de oorspronkelijke variant niet overtuigend opgelost krijg. Echt erg vind ik dat niet: het daagt me uit tot precies formuleren. Professioneel is het ook handig om deze toleratie te hebben: als poeziedocent is het een krachtig werktuig. De zeggingkracht van woorden kan door taalfouten hooguit inboeten zolang er geen eindredacteur aan het werk is geweest, en dat verhaal kan ik overtuigend overbrengen.
Oorzaak van mijn lacunes: in die verre jaren zestig verhuisde van ik een basisschool met een ritme naar een basisschool met een ander ritme. Ik ben nog steeds blij dat ik toen genoeg uitgedaagd ben om mijn eigen interesses achterna te lopen en mijn eigen kracht te ontdekken. En die taalfouten die ik nog steeds maak: nog steeds bloos ik soms daarover. Maardat vind ik niet erg.
vrijdag 19 januari 2007, 04:35 uur
Een lawine van reacties ! Over taal ? Nou ja, min of meer, eigenlijk speciaal over de spelling. Wat een belangstelling en ongenoegen over dit onderdeel van ons heerlijke Nederlands. Mijn moeder schreef tot haar dood in 1988 “loopen” want zo had ze dat geleerd. En ik gaf en geef haar gelijk: in ons dialect spraken we die o anders uit dan de o in toren. Het schrijven van “visch” e.d. heeft ze in de zestiger jaren afgeleerd, die ch hoor je niet. Ze maakte nooit fouten (en ik ook niet) in ei of ij want de ij spraken we uit als ie zoals een paar honderd jaar geleden iedereen in Nederland deed. Taal is klank, zei een leraar Nederlands tegen me en ook die man gaf en geef ik gelijk.
Hoe belangrijk is spelling? In een briefje van de werkster of van oom Hendrik doet dat er niet toe, als het bericht maar goed overkomt. Maar in een publicatie mag je verwachten dat de spelling correct is, althans redelijk overeenkomstig de afgesproken regels. Je mag best 20 fouten hebben in het Groot Dictee als het maar fouten zijn waar bijna niemand zich aan stoort: wel of geen streepje, wel of niet aan elkaar, hoofdletter of niet, vervoegen downloaden of deleten, gekke woorden enz. Maar de d’s en de t’s behoren correct te zijn. En de zin moet ook goed lopen, al lang niet meer met 2 oo’s. Van ‘groter als’lig ik niet meer wakker, wel van ‘me huis en me school’ – de invloed van chatten – en van een verschrikkelijke zinsconstructie die in gesproken taal met tussen-uhs nog enigszins te volgen is, maar op schrift te rommelig om goed te begrijpen. Maar dan gaat het niet over spelling.
Moet de spelling veranderen? Ja en nee.
Ja, waar het gaat om gevallen die er niet zo toe doen: streepjes, een trema?, aan elkaar of niet, hoofdletter? woorden uit vreemde talen…. e.d. Daar zou gewoon meer vrijheid in gegeven moeten kunnen worden. Het witte boekje gaat niet ver genoeg. En dat zijn eigenlijk nou net de regels waar de spelling in korte tijd twee keer is veranderd. Vervelend is dat.
Nee, waar het gaat om de basis-beginselen. Maar toch… hoe leg ik een vmbo-puber (met Marokkaanse ouders die thuis Berbers spreken) uit waarom ‘ik word’ en ‘word jij’ geen t erbij krijgen en bij hij, zij, het en jij wordt .. wel ? Ook ‘ik loopt’ is niet zo vreemd als velen denken; bij ‘ik rijd(t), jij rijdt, hij rijdt…’ hoor je de t toch ook niet als je het uitspreekt. En waarom is het soms ou en soms au? Historisch, dat zal wel. Gewoon leren dus.
Net als met ei en ij. O ja, is er verschil tussen hen en hun? Verwachten we van de kinderen dat ze kennen en kunnen uit elkaar houden en leggen en liggen, terwijl hun ouders daar dagelijks fouten mee maken? Ik niet natuurlijk, dank zij mijn dialect, waarin die fout onbestaanbaar is.
Ik maak natuurlijk andere fouten, net als iedereen, maar dat zijn kleine foutjes, begrijpt u. En in prive-correspondentie (moet dat met een streepje of aan elkaar?) doen die foutjes er niet toe, heb je immers vrijheid van meningsuiting. Als verenigingssecretaris grijp ik zo nodig naar een groen of wit boekje of Van Dale. Aardig waren vooral de verschillen tussen Groen en Van Dale-13e druk, ook bij prive- en bij twee-en-een-half met of zonder streepje. Vindt iemand dat belangrijk? En is wel of geen hoofdletter iets om je druk over te maken ?
Is het de school of de persoon? Mijn zuster van 70 met lagere en huishoudschool schrijft haar brieven foutloos en lost lastige cryptogrammen op. Mijn kinderen tussen de 40 en 50 doen ook wel eens mee met de cryptogrammen maar hadden moeite een pagina zonder spelfouten te produceren, ondanks hun goede havo/vwo+-resultaten. Gut ja, soms moet ‘behandeld’ met een d en soms met een t, lastig he? Ik heb me daar toen over verbaasd, vooral ook omdat in diezelfde tijd een jongedame die net voor de Mammoet de MULO had gedaan feilloos een gedicteerd kantoorstuk typte. Nu is mijn verbazing van toen veranderd in verdriet; vergeleken met een nog jongere generatie deden mijn kinderen het niet eens zo slecht. En toch zijn er jongeren die behoorlijk met de spelling overweg kunnen, ondanks de vele aandachtsvelden die zij hebben.
En laten we eerlijk zijn: er zijn zat ouderen die vast en zeker een behoorlijke lagere-school-opleiding hebben gehad, meestal aangevuld met een vervolgopleiding, die bijzonder slecht spellen. Ik merk dat bij het mailen en soms chatten met mensen van 60 tot 75 in een bepaald contactprogramma. Ook door het chatten be-invloed?
Krijgt u wel eens een mail of een kerstkaart met “hoe gaat het met jouw?”
Na lezing van 83 commentaren heb ik – denk ik – het genoegen de lijst nu aan te voeren als nummer 1. Ik – een AOW-er met slechts een HBS-B-diploma en wat jaren ambtelijke kantoorervaring – beschouw dat als een hele eer.
(Dus nam ik de vrijheid er een lang verhaal van te maken)
vrijdag 19 januari 2007, 12:47 uur
In 1956 werd ik docent Nederlands aan het Chr.Lyceum te Harderwijk; mijn collega’s hadden al voor mijn aantreden voor de drie klassen van de onderbouw naast het vrij kleurloze ” Eenheid en Nuance ” een tweetal andere methoden voorgeschreven .De ene heette ietwat gemeen “Struikelblokken “, de andere “Velogram ” . Struikelblokken pakte twee groepen spelfouten aan : de werkwoordsvormen én de moeilijke woorden,afwisselend op de oneven [ dd-d-dt-t-tt ] en de even pagina”s [ bijv."" i-ie-y-ei-ij : crimialiteit-interview -tutoyeren-feilloos-stoïcijns ].Velogram was een werkschrift met grammatica oefeningen. Elke week besteedden we één les aan elk van de beide methoden [waarvoor ook huiswerk werd opgegeven ]. Velogram greep hoog en groef diep :zo kwamen o.m. de drie soorten bepaling van gesteldheid [ tijdens,volgens en ten gevolge van de werking] aan de orde .Kom daar vandaag de dag maar eens mee aan !
Het gevolg van een zó grondig grammaticaonderwijs was wél,
dat de leerlingen die doorstroomden naar onze gymnasiale afdeling , een redelijke ondergrond hadden voor het onderwijs in met name de klassieke talen [Althans als de docent zich aan het curriculum hield ].
Bovendien gaf ik zeer regelmatig een dictee vooral met werkwoordsvormen in de trant van ” Over de pas bestrate straatweg reden de pas gesmede , ijzeren gevechtswagens; daarna bestraatten de stratenmakers de straat opnieuw.”
Ik had -en heb- een voorkeur voor de grammatica ; ik prijs me gelukkig dat Outlook Express een spellingchecker heeft, want ik houd al die veranderingen in de wijze van schrijven niet bij, maar op fouten in de werkwoordsvormen zal men mij niet licht betrappen .
G.Willemsen
vrijdag 19 januari 2007, 17:13 uur
Riet van der Bol (via Ewoud Sanders)
Vroeger in de veertiger jaren leerden we beter spellen, maar we konden geen mond open doen, durfden niet. Op school kun je je tijd maar eenmaal gebruiken, de discussie is dus eigenlijk: moeten leerlingen beter leren spellen ten koste van de verbale taal. Ja denk ik, vooral de grondregels, onderwerp, gezegde en de tijden. Details zoals een trema of een streepje vind ik niet zo belangrijk, mits wat geschreven is duidelijk leesbaar is. Maar gebrek aan kennis van de spelling of twijfel mag ook niet leiden tot angst om te schrijven, wat vaak het geval is bij mensen met dyslexie. Spelling is belangrijk, maar we moeten ook niet overdrijven.
Met vriendelijke groeten, Riet van der Bol.
zaterdag 20 januari 2007, 00:55 uur
Dat “verkeerd in goede staat” vond ik wel een mooi voorbeeld van een spelfout die je op het verkeerde been zet: ik moet daar – weliswaar héél even, maar toch – langer over nadenken om de betekenis te snappen. Een tekst vol spelfouten is moeilijker te begrijpen, in ieder geval kost het mij meer tijd om die te lezen. Daarbij gaan sommige spelfouten ten koste van de juiste betekenis.
Dat lijkt me het beste argument voor vasthouden aan spellingsregels: teksten zullen met meer moeite en langzamer gelezen worden en er kunnen en zullen veel meer misverstanden ontstaan als niemand zich meer aan één bepaalde spellingswijze gebonden acht.
Toch heb ik mijn twijfels over de ernst van dit alles: als meer mensen “verkeerd in goede staat” schrijven dan “verkeert …”, zullen die mensen wellicht ook geen last hebben van de vluchtige verwarring die ik ervoer bij het lezen van deze frase; wie slecht spelt, ondervindt ook geen hinder van de slechte spelling van anderen, of zou dat toch ook weer niet waar zijn?
Overigens valt me op dat veel reacties neerkomen op: “correct spellen moet, is gezond en goed voor de discipline, en daarmee uit”, wat ik dan weer een vorm van moedeloos stemmende schoolfrikkerij vind (ik heb de neiging deze houding te verklaren uit verbittering over het idee dat jarenlang lijden op de lagere school, de MULO en de HBS allemaal voor niets is geweest); er lijkt weinig interesse te bestaan voor de functionaliteit van spellingsvoorschriften.
zaterdag 20 januari 2007, 07:05 uur
Het gevoel voor taal begint bij ‘t jaar nul. Toen ons eerste kind er was vond mijn man dat ik ineens erg netjes begon te formuleren, waarom? Ik vond dat het kind er bij gebaat zou zijn om niet te hoeven puzzelen wat er allemaal om hem heen gebeurde. Ik heb nooit oppervlakkig gepraat. Gewezen naar de soeplepel en gezegd:lieverd, geef me de dinges even aan of zogenaamde kindertaal gebruikt. We hadden toch wel lol. Bij moeilijke woorden zei ik:kijk naar mijn mond: limonade, hij bleef zeggen loelinade. ‘t Is nog steeds een gevleugeld woord in onze familie!
Iedereen moet toch wel weten dat een kind meer leert in de eerste 4 jaren van het leven dan in de rest ervan. Dat was bekend in 1964. Dat leek mij wel begrijpelijk. Je moet er als ouder wel tijd voor maken. Het geeft een kind zelfvertrouwen als het al heel jong kan verwoorden wat door hem/haar wordt bedoeld. Ook klein spul kan behoorlijk gefrustreerd raken en gaan brullen en gillen. Als ze al lang weten dat de enige reactie van de ouders is: gebruik je woorden, gaat de energie er snel uit.
Als kinderen, wat taalgebruik betreft, oppervlakkig worden benaderd vanaf de eerste dag en slordigheid niet wordt gecorrigeerd hebben ze de boot al gemist.
Ik heb daar nog niemand over gehoord. Waarom niet?
Je moet toch wel met de bodem van de puinhoop beginnen.
Als veertig plussers en over zestigers past het niemand om verbaasd te zijn of afkeer te hebben over de wijze waarop de gemiddelde burger zich uitdrukt. We stonden erbij en keken ernaar.
Er werd flink verkocht aan nieuwe taalboeken en druk vergaderd.
Binnenkort weet niemand meer iemand te begrijpen. Wie zich brandt moet op de blaren zitten.
zaterdag 20 januari 2007, 07:31 uur
Ewoud, het moet natuurlijk allebei kunnen. Al op jonge leeftijd je mond open doen en ook goed leren spellen.
Ik was een dodelijk verlegen kind, ook in de veertiger jaren. Als ik een gedicht moest voordragen mocht ik achter het schoolbord staan, dan ging het prima. Ik had er moeite mee om tegen gezichten aan te kijken.
Ik heb meer respect voor opvoeders met sensitiviteit dan voor opvoeders met een hoge graad van educatieve techniek.
Als het gemoed niet rustig is staat er een hek in wat niets doorlaat.
School vond ik heerlijk. Bestaat dat nog?
zaterdag 20 januari 2007, 11:33 uur
Waarom zouden we ons druk maken om het vermogen van mensen om correct te spellen? De spelling is niet hetzelfde als de taal. Spelling is ook willekeurig; kijk maar naar al die opeenvolgende spellinghervormingen. Wat geeft het hoe ik spel, als ik maar word begrepen?
Dat geeft heel veel. In een maatschappij waarin geschreven teksten essentieel zijn, is de kwaliteit van die teksten van groot belang. Het gaat er dan niet om of de vigerende spelling logisch is of mooi. Het gaat erom dat mensen zorgvuldig moeten zijn in het opstellen van de boodschap die ze willen overbrengen. De ervaring leert: slordig schrijven weerspiegelt slordig denken; slordig denken leidt tot slordige analyses en oplossingen, en tot matige communicatie. In die zin ben ik een Heldring-adept.
Is de Nederlandse taal (grammatica) echt moeilijker dan bijvoorbeeld de talen van de landen om ons heen? Ik geloof er niets van. Het Engels lijkt op het eerste gezicht eenvoudig, we kletsen al snel een vlot mondje mee en denken dat we dan die taal goed spreken. Maar dat is niet zo; het is heidens moeilijk om de zinsbouw enigszins goed te krijgen. En dan die spelling: zelfde klinkercombinaties die (soms veel) verschillende klanken weergeven of verschillende combinaties die bijna eenzelfde uitspraak weergeven.
Is de taalbeheersing van de Nederlanders minder geworden dan twintig-dertig jaar geleden? Begin jaren vijftig werkte mijn moeder voor een heuse doctorandus. Daarvan waren er toen niet veel. Zij herinnert zich deze man als een matige speller. Vanaf de jaren zestig is de toegang tot het hoger onderwijs veel berder geworden. In mijn VWO-klas (1968-74) waren vrij veel leerlingen met ouders met alleen lager voortgezet onderwijs. Die kregen van huis uit minder mee dan de kinderen van WO-opgeleiden. Dat heeft ongetwijfeld zijn effect op het gemiddelde niveau. Maar ik herinner mij ook de inspanningen van de lagere en de middelbare school op het gebied van spelling en ontleden. Impopulaire vakken, een drill, maar nuttig. En in ieder geval was het een weerspiegeling van de waarde die toen wel werd gehecht aan taalbeheersing en nu niet of veel minder.
De kernvraag is uiteindelijk: hoeveel moeite willen we doen voor een goede taalbeheersing? En dat komt neer op de trits: gezin – school – eigen inspanning. Voor school lees ook: de maatschappij. De maatschappij moet beseffen en uitdragen wat de waarde is van een goede taalbeheersing. Zo niet, dan blijft iedereen ten onrechte denken en schrijven dat de beheersing van de Nederlandse taal in een goede staat verkeerd.
Rob Zaagman
zaterdag 20 januari 2007, 12:16 uur
Beste mijnheer Sanders, uw rubriek lees ik altijd met veel interesse. Klachten van de oudere generatie over de slechte kennis van het NL (en andere zaken) is, denk ik, van alle tijden. Ik heb het geluk gehad in de 5e en 6e klas van de lagere school onderwijs te krijgen van ene Meester Lous. We spreken hier van eind jaren veertig. Deze onderwijzer was groots in de uitleg van het “kofschip”, in spelling en in ontleden (redekundig en taalkundig redeneren). Misschien moet je een beetje taalkundig gevoel hebben, maar wat Lous zo helder onderwees, is in mijn geheugen gegrift en ik prijs mij daarmee heel gelukkig. Mijn oudste kleinzoon in groep 8 van de basisschool tast vrijwel volledig in het duister als het gaat om de uitgangen van werkwoorden vooral in de 2e en 3e persoon enkelvoud. Ook het benoemen van woorden is voor hem een labyrint. Ik ga nu proberen hem wat bij te spijkeren op grond van wat die goeie oude Lous mij heeft bijgebracht. Het is jammer dat het onderwijs al decennia lang zeer fundamentele, op taalkunde gerichte onderwijsmethoden, kennelijk verwaarloost om voor velen onbekende redenen.
Overigens moet de redactie van W&O wat zorgvuldiger te werk gaan bij het gebruik van Engels. Op pag. 46 van het nummer van 13/01 staat maar liefst 3x Wishfull Thinking en dat is 3x een “l” te veel.
F.W. Zechner
Zoetermeer
zaterdag 20 januari 2007, 16:13 uur
Ik ben van 1930 en leerde op de “lagere school” de spellingsregels,die sindsdien een grote mate van vanzelfschrijvendheid voor mij hebben.Ik vind het “logisch” dat,als je zegt “hij gaat” (met een -t),je ook schrijft “hij redt”.Vanzelfsprekend!En met die redenering leerden wij het ook.Volgens mij blijkt hier ook uit dat spellingsregels niet bedacht zijn door figuren die moeilijk doen en het nog moeilijker willen maken;die regels komen minstens ten dele voort uit de spreektaal!Voor velen heeft deze benadering blijkbaar elke vanzelfdenkendheid verloren.De vraag of dat een probleem is valt niet te beantwoorden wanneer men zich beperkt tot het het gebied van de taal.In mijn opvatting is onze tijd in veel opzichten weinig vorm-vast.En dat kan ook niet anders.De inhouden veranderen zo snel dat ze met de overgeleverde vormen niet meer vallen uit te drukken.Ieder vormbesef maar afschrijven dus?Volgens mij zou dat te ver gaan.Het lijkt mij van belang dat in elk geval hoger opgeleiden blijk geven van enig vormbewustzijn,ook in hun taalgebruik.Als dat idee verdwijnt worden cultuur en maatschappij nog platter dan ze nu al zijn.
zaterdag 20 januari 2007, 17:08 uur
Voor F.W.Zechner.
Geweldig!
Het onderwijs van Meester Lous op herhaling.
Van mij heeft U alvast een gouden ster.
zaterdag 20 januari 2007, 21:51 uur
In het artikel stond werdt-met-dt als een van de ergste fouten genoemd. Ik moest daar wel even om glimlachen: juist was ik bezig met een tekst van Abraham Munting (Med. Doctor ende Professor Botanices in d’Academie van de Stad Groningen en Ommelanden) uit 1672 waarin me de volgende zin was opgevallen:
Doch het laetste, of Alderkleinste witte, blijft daar onder, ende wordt in de Lucht niet gezien, waar van, indien men iets afbreekt, WERDT het (gelijk Coral) door de Lucht hart gemaakt, ende een weinig gedrukt wordende, sprinkt het van malkanderen, en brijzelt tot Gruus. [mijn hoofdletters - WdW]
Werdt-met-dt staat in een respectable traditie…
zaterdag 20 januari 2007, 23:00 uur
Wim de Winter.
Gaat dat artikel over coraal onder water in tegenstelling tot boven water?
Als dat zo is, kan ik Nederlands lezen uit 1672.
Volgende vraag. Werd 100 jaar daarvoor, in 1572 het woord “werdt” uit 1672 misschien geschreven als “werdet”?
Dat coraal zal wel uit “West-Indie” zijn gekomen.
zondag 21 januari 2007, 06:30 uur
Tot mijn verbazing heb ik gemerkt dat Engelse woordenboeken willen vastleggen hoe het met de taal gaat en soms suggereren hoe het beter kan. Nederlandse woordenboeken zeggen hoe het moet. De frustratie die daar uit voortkomt valt af te lezen aan deze over de 100 reacties – en Ewoud will een vervolg schrijven…
zondag 21 januari 2007, 15:47 uur
Beste Ewoud Sanders mijn lagere schooltijd is al van een tijdje terug maar
qua
spelling heb ik daar geen klachten over. Wellicht ook “gevoel” voor taal.
Mijn kinderen,inmiddels volwassen hadden er wat meer moeite mee.
(Er wordt nog weleens advies gevraagd) wat ik altijd geleerd heb; stam +t
ook als die
stam op d eindigt. aardig boekje met eigenlijk alles op
taalgebied;basishandleiding
Nederlands. Liesbeth Koenen& Rik Smits. (laatst herziene druk 1998)
succes . lees stukjes altijd met plezier en knip ze vaak uit voor mijn
kinderen!
groeten Manja de Vries
maandag 22 januari 2007, 15:03 uur
Bestaat er een woordenboek in Nederland, vergelijkbaar met de Oxford Advanced Dictionary of Current English of de Gage Canadian Dictionary? Deze boeken zijn zo handig vooral de Gage. 1 boek waar veel in staat en waar nodig met veel goede tekeningen. De Winkler Prins heb ik al.
Heeft U dat ook? Puzzelen schijnt het brein te stimuleren dus ik doe mijn best. Zit je woorden af te raffelen in de grijze massa en dan raken Nederlandse en Engelse door elkaar. Bewustzijn op twee benen? Ik ga dan maar slapen.
maandag 22 januari 2007, 20:14 uur
Nu de commentaargolf niet wil ophouden, doe ik er nog maar een schepje bij. Manja de Vries vindt(met dt)stam + t een logische zaak; ik heb het ook zo geleerd en heb er geen enkel probleem mee. Maar het is niet altijd stam + t , immers niet als de stam eindigt op een t. Dus waarom niet simpel verreenvoudigen tot: geen t erbij als de stam eindigt op d of t. Dan zijn we verlost van de dt die toch nergens voor dient. De vraag of een verleden deelwoord op d of t moet eindigen blijft bestaan (daar zie ik de meeste fouten helaas, ook bij beter opgeleiden) maar dat moet te leren zijn. Overigens: de stam van leren is technisch gezien ‘ler’ en niet ‘leer’ zoals vroeger toen leeren met dubbel ee werd geschreven en in grote delen van het land ook anders werd uitgesproken dan een leren riem. Zouden die jonge kinderen – ook die van allochtone afkomst – een idee hebben wat die ‘stam’ precies is? Ze leren eenvoudig: werkwoord zonder ‘en’. Is de stam van suizen suiz? Of suis, en dan is het suist en gesuist. Taal is klank, dus ze schrijven wat ze horen.
De tussen-n ? Ach, laat dat vrij (witte boekje)omdat de meeste Nederlanders die n toch niet uitspreken. Bij de tussen-s is er toch ook keuzevrijheid?
De ei en ij zullen we maar handhaven, anders ontstaan er misverstanden tussen een eis en een ijsje; leren dus en veel lezen. Lezen die jongeren net zoveel als vroeger?
Diverse malen gelezen in kranten en tv-ondertiteling: stijl achteroverslaan en er geen pijl op kunnen trekken, terwijl die journalisten toch van behoorlijk pijl zijn en een steilboek hebben……..
Professor Kollewijn stelde een eeuw geleden al een drastiese vereenvoudiging voor, maar dat vond men te voorlik, ook met de c die veelal veranderde in een k of een s. Het woordbeeld werd anders. Ja, dat is even wennen. Dat merkte ik bij een paar boeken die ik ooit in zo’n moderne spelling las. Inmiddels heb ik sinds mijn lagere schooltijd al diverse woordbeelden zien wijzigen… dus zo erg lijkt dat niet.
Wel lastig is twee spellingen naast elkaar. Toen er een voorkeursspelling en een toegelaten spelling was, werd je in verwarring gebracht wanneer je in 1 van die 2 moest schrijven. Was ‘buro’ nu een meubel of een kantoor of allebei? Nu is er Groen en Wit, maar dat gaat over kleinigheden. Beide gaan akkoord met ‘accorderen’ … voelt de gewone huis-tuin-en-keukenschrijver dat aan? Een gevoelsmatige konsekwentie is wenselijk.
Speciaal medelijden met die kindertjes die Nederlands moeten leren schrijven hoeven we niet te hebben. De Roemenen hebben het lastiger: een a, e, i, o en u zoals bij ons, maar ook nog eens die klinkers met elk 8 tot 10 accenten, en ook accenten op of onder diverse medeklinkers. En de Poolse stad Lodz, met een streepje door de L en een accentje op de z spreken de Polen ongeveer uit als Woets. Taal is klank en de schrijfwijze is een afspraak. Wanneer die afspraak strookt met het (taal)gevoel van de gebruikers, ook al vormen die niet een hechte eenheid, zit het wel goed. En soms moet je een afspraak veranderen. Misschien komt Sanders met een voorstel.
maandag 22 januari 2007, 20:19 uur
Veronica, de ‘Dikke van Dale’ is een nuttig naslagwerk. En men zegt dat er een encyclopedisch woordenboek te is, uitgegeven in België.
Een nuttig nieuw woordenboek is ‘Het Groene Woordenboek’ waarin onder andere de juiste voorzetsels bij werkwoorden te vinden zijn. Daarmee kunnen voorzetselsamenvoegingen als “met betrekking tot” en “t.b.v.” vermeden worden.
maandag 22 januari 2007, 20:28 uur
Kan iemand mij helpen de spelfout te vinden in de volgende zin.
—– Spelling moet beter onderwezen worden, op de basis- en de middelbare scholen.———
Haar leraar Nederlands mailde mijn dochter dat in deze zin een spelfout zit. Nu kan ik mij voorstellen dat de komma fout is en/of de constructie “op de basis- en de middelbare scholen”. Maar een echte spelfout zie ik niet.
Weet u het?
dinsdag 23 januari 2007, 01:17 uur
Aleid van Swinderen. Fijn, bedankt. De dikke van Dale natuurlijk!
Er zit geen spelfout in, alleen misschien een in de constructie van de zin. Ik ben geen Neerlandica.
Klinkt dit beter?
“Nederlands moet beter worden onderwezen enz.”
dinsdag 23 januari 2007, 14:38 uur
.
Veronica, dank je wel.
Jij ziet dus ook geen spelfout. Jammer, want van wie moet die arme dochter van me nu Nederlands leren?
Ze zal zich in haar betoog voor de vijfde klas beperken tot spelling. Daarover blijkt wel genoeg te vertellen, zo lazen wij.
woensdag 24 januari 2007, 06:06 uur
Aleid, je dochter heeft geluk. Het grootste woordenboek ter wereld, het Woordenboek der Nederlandse taal, kort WNT, gaat op het internet!
Bericht door een Nederlands Dagblad ontvangen van de Universiteit van Leiden. Dat moet helpen met spellen. Het ABC wist ze waarschijnlijk al met 4 jaar. Vrij zeilen verder.
Verder bezit ik Nederlanse spraakkunt voor iedereen. Echt geen droog gedoe. Prisma-boeken, 557, drs.J.P.M.Tacx. Eerste druk 1960, achtste druk 1973.
Ontwerp omslag:Studio Spectrum, Loek Smulders. Die Loek moet een heel ludiek figuur zijn geweest.
Op de omslag staat een lieve Koningin Wilhelmina in kleur met daaronder een hele grote mond met dikke lippen en tong en nog tanden ook. Dat zal de spraak moeten voorstellen.
Bovenop aan elke kant van de lip een vogel zonder poten of vleugels maar met een wormvormig aanhangsel als achterlijf.
Daar zit vast een diepe gedachte achter.
Mick Jagger heeft die grote mond later ingepikt en er gewoon een hele grote tong uit laten hangen.
Op de omslag
woensdag 24 januari 2007, 22:43 uur
.
Veronica, dat is goed nieuws, dat online woordenboek. En dan hebben meer mensen geluk. Nu is er slechts de dunne Van Dale, althans voor zover ik weet, maar die is wel erg dunnetjes.:(
vrijdag 26 januari 2007, 13:46 uur
Als mensen elkaar maar begrijpen. Dat lukt niet altijd, maar dat heeft meestal weinig met spelling te maken.
donderdag 19 april 2007, 18:55 uur
spelfouten zijn wel erg. Heel simpel argument: zo is informatie in databases en in google en in kassasystemen, kortom overal waar met info gewerkt wordt onvindbaar.
Dan geef je als samenl. miljarden uit aan systemen ter bestrijding van misdaad, terrorisme etc en dan heb je er niets aan omdat er niet standaard gespeld wordt…
En zo kan ik veel meer voorbeelden noemen…
Dus: goed spellen is de basis. En ja, het is zeker erger dan 10 jaar terug. En veel slechter dan 20 jaar terug.
R
vrijdag 18 mei 2007, 15:37 uur
Correct spellen is wellicht geen zaak van leven of dood, maar meer een kwestie van ontwikkeling. Wie vindt dat zijn taal het waard is, spelt correct.
Dit “correct” behoeft een kanttekening. Het gaat hierbij namelijk niet om de spelling “na de zoveelste hervorming”, maar om de spelling zoals onze schrijvers spellen. Neem een voorbeeld aan W.F. Hermans, of een minder polemische, maar even sterke stylist als A. Alberts.
Daarbij is correct spellen veel minder een kwestie van het bewust toepassen van regels alswel van het ontwikkelen van een juist woordbeeld. Dat laatste lukt je alleen door veel te lezen in goede boeken. En juist niet in de krant. De grootste taal- en spellingsvervuilers zijn namelijk de journalisten, die om een schrijnend voorbeeld te noemen, niet eens meer onderscheid weten te maken tussen “te danken aan” en “te wijten aan”.
vrijdag 18 mei 2007, 18:46 uur
Het is geen schandu om fautief tu spelun.
Du gudikteerdu speling is tu kompleks
Op paagienaa 11 van du wepsaajt http://www.iekoo-sjop.nl
staat kort en bondig hoe het ook kan.
Du auteur heeft het latijnse alfaabet ontdaan van dubulu klangkun en veelgubruiktu klangkun voorzien van teekuns.
Die speling heet Speling 35 omdat 35 klangkun er teekuns vindun.
Speling 35 is niet Fooneeties maar wel fooneetiesur dan wu tot nuu toe kenun.
Wilt uu speling 35 leerun stuur dan du auteur un bootsgap op du maanier zooals uu dengkt dat hei budoelt, hei zal dan du bootsgap koriezjeerun. Naa eenigu maalun bent uu dan vol leert.
dinsdag 11 maart 2008, 09:00 uur
Ik neem aan dat de vorige spreker dan consequent is en zijn naam wijzigt in Jan Jeepee Karliee.
woensdag 16 april 2008, 21:16 uur
Ik heb slechts de eerste paar reacties en de laatste paar reacties gelezen.
Ik werk in de ICT en ook daar is het echt enorm slecht gesteld met de spelling en gramatica (je zou verwachten dat die mensen toch in elk geval de spellingcontrole+ zouden kunnen vinden…). Helaas voor mij, en voor jullie.
Ik ben zelf van ’74 en ik heb vroeger geen moeite gehad met Nederlands. Ik pas ook al jaren lang met succes de “lopen-truc” toe bij d/t/dt. Verder ben ik gezegend met een vrij goed taalgevoel, niet alleen voor Nederlands. Ik ben niet perfect en dat zal ik ook nooit worden omdat ik het zo wel goed vind. Als ik nu niet precies weet hoe ik een woord spel zoek ik het woord in google.nl op (bedoelde u “dit en dat”?)Zo ben ik hier ook terecht gekomen trouwens.
Wat ik heb gemerkt de laatste jaren is dat ik me af zet tegen de nieuwe spelling. Wat verwachten de “taalmakers” nou dat ik elke keer als zij iets nieuws verzinnen dat ik dan ga “studeren” om mijn moedertaal, die ik nagenoeg perfect kende, weer meester te worden? Ik dacht het niet. Dadelijk veranderen ze het weer terug naar hoe het was.
Hoewel ik aan de kant van de puristen sta vind ik om deze reden taaldiscussies vaak redelijk zinloos. Ik kan bijvoorbeeld voor geen meter hoofdrekenen, terwijl massa’s ICT-ers daar geen moeite mee hebben. Daar word ik niet op aangekeken, maar ik kijk hun er wel op aan dat ze niet kunnen spellen. Ik weet dat ze het kunnen leren net zoals ik fatsoenlijk kan leren hoofdrekenen. Maar wil ik dat?
Van de andere kant vind ik dat iemand die veel fouten in zijn schriftelijke communicatie heeft zich heel vaak op een slechte manier profileert. Dat probleem heb ik niet omdat ik niet kan hoofdrekenen, mijn mails/brieven steunen mijn doel. Ik denk dan ook dat correcte spelling een keuze is. Ik wil niet het risico lopen om een predicaat “dom/zonder opleiding” mee te krijgen als iemand een mail/brief van mij leest. Ik kan het niet helpen, maar mensen die veel spel- en gramaticafouten maken, komen dom op mij over. Ik weet natuurlijk best dat dit in veel gevallen klare onzin is, maar ik denk dat sommigen van jullie dit wel herkennen.
Het onderwijs in Nederland is er de laatste jaren niet op vooruit gegaan, en het blijkt dat ik (met mijn taalgevoel) genoeg heb geleerd om me te kunnen redden. Ik vrees dat niet iedereen dezelfde lessen heeft gehad en als iemand minder gevoel heeft met taal is het kwaad al snel geschied, zeker met Nederlands. Daarbij in acht genomen dat het onderwijs minder is geworden is het helemaal niet raar dat veel nederlanders hun taal niet machtig zijn.
vrijdag 18 april 2008, 18:08 uur
Beste Ralph, zoek bij Google ook nog even op gramatica.
donderdag 24 april 2008, 10:10 uur
Ralph schrijft: “Daar word ik niet op aangekeken, maar ik kijk hun er wel op aan dat ze niet kunnen spellen.” [sic]. Het is is “hen”, kerel.
Hoewel ik het met de strekking van je verhaal eens ben, wordt het door je schrijffouten verzwakt.
Jammer.
zondag 24 augustus 2008, 15:30 uur
Leuk te lezen dat er nog reacties zijn geweest, ruim een jaar nadat dit onderwerp hip was. Ralph’s reactie is zeer herkenbaar, ook zijn fouten, zoals grammatica met een enkele M en hun in plaats van hen. Voor mij inmiddels beslist aanvaardbare fouten – zolang ik ze zelf niet maak. Ondanks die fouten is deze reactie – voor mij althans – een bijzonder nuttige en leesbare bijdrage, goed geschreven, leest lekker.
En gramatica wordt door Google onmiddellijk gecorrigeerd.
Het meest grappige in bovenstaande discussie is wel de laatste bijdrage, van P.J.R. Vermaat. Hij neemt iemand kwalijk een verhaal te verzwakken met schrijffouten en weet zelf in slechts zes regeltjes een zeer zichtbare schrijffout te maken.
Bij de door hem beschuldigde Ralph heb ik slechts 3 fouten in 46 regels gelezen.
Men zou dus kunnen redeneren dat Ralph ruim twee en een half keer zo goed is in Nederlands dan P.J.R. Vermaat. (46/3 gedeeld door 6/1). Men zou ook kunnen zeggen dat Ralph 43 goede regels gedeeld door 5 goede regels beter is. Dus Ralph zou in dat geval 8,6 keer zo goed in Nederlands zijn dan P.J.R. Vermaat.
Ha.
maandag 20 oktober 2008, 22:17 uur
er word zeker geen andacht meer gegeven op de scholen,als het om foutloos nederlands gaat.
ik ontdekte het bij mijn zoon toen hij nog op de lagere school zat.
ik gaf het aan en er werd geroepen dat het wel beter zou gaan op het voort gezet onderwijs.
maar niks hoor.
daar moest ik ook al voor hem in de bres springen.
hij kreeg 3 bij lessen en moest het daarna zelf maar weer op knappen.
maar nu hij in het 4e jaar zit en administratief medewerker wil worden kan het niet omdat zijn nederland slecht is.
van bittere ellende heeft hij de kant van verzorging maar gekozen en mag stage lopen in een keuken van een zorg centrum.
schandalig gewoon!