Bij het overlijden van de dialectologe Jo Daan

Op 11 juni 2006 is in Deventer de taalkundige dr. Jo Daan overleden. Daan gold als het boegbeeld van de Nederlandse dialectologie.

 

Tot haar pensioen in 1975 was zij hoofd van de afdeling Dialectologie van P.J. Meertens Instituut, bij lezers van Voskuil beter bekend als Het Bureau. ,,Tot aan haar dood’’, schrijft het Meertens Instituut, ,,was Daan nauw betrokken bij de dialectologie […]. Er zullen weinig Nederlandse taalkundigen zijn die de afgelopen jaren geen e-mail hebben gekregen waarin op duidelijke toon werd uitgelegd waarom er niets klopte van wat in deze of gene recente publicatie werd beweerd.’’

 

Dat laatste is zeker waar, al schreef Jo Daan ook heel vriendelijke e-mails, waarin zij nuttige aanvullingen leverde, een of ander taalverschijnsel signaleerde dat haar nieuw voorkwam, of suggesties voor onderwerpen aandroeg. Ik heb de afgelopen jaren tientallen van dergelijke mailtjes ontvangen. Ik citeer er hieronder een paar, uit eerbied voor deze vriendelijke, behulpzame en geleerde dialectologe.

 

Beste Ewoud Sanders,

 

Spie voor cent ken ik uit Amsterdam. Wanneer ik het geleerd heb, weet ik niet. Toen ik er kwam wonen was ik nog te klein. Laten we zeggen dat ik in 1920 oud genoeg was om dat te weten. Ik kende toen ook duit, in de betekenis geld, b.v. geen duit meer op zak hebben. Dus niet als naam voor een bepaalde munt. Mijn moeder, afkomstig uit de Zaanstreek, sprak altijd van een vierduitstuk, een halve stuiver denk ik. Het was een koperen munt. Maar die hebt u zelf wel gekend.

 

Beste Ewoud,
 

Natuurlijk mag je me tutoyeren. Ik ben er toch mee begonnen om jou te tutoyeren? Van mijn moeder heb ik geleerd dat je dat nooit eenzijdig doet. In het Meertens Instituut mochten we van Meertens niet tutoyeren en toen hij met pensioen was zei ik tegen mijn medewerkers (behalve de boekhoudster waren dat allemaal mannen) dat het nu afgelopen moest zijn en dat ik gewoon je en Jo was. Ze antwoordden dat ze dat niet konden na al die jaren ‘U’. Ik heb toen, geloof ik, gezegd dat ze dat dan maar moesten leren. Binnen korte tijd was het voor elkaar. Hier in de Achterhoek is dat weer begonnen. Mijn voorstel om te tutoyeren mislukte telkens. Wat wil je ook? ‘Een vrouw alleen met een titel in een huis met zo veel boeken’. Toen ik hier kwam wonen waren er ternauwernood universitair opgeleiden. Een Winterswijkse deed het na een aantal jaren wel en een vriendin die uit Zuid-Holland kwam. Maar wat gebeurde enkele jaren geleden? Een van degenen die nooit wilde (ze was ± 20 jaar jonger dan ik) deed het opeens wel. De mode was eindelijk van het westen in het oosten doorgedrongen. Kan je daarover niet eens een leuk stukje schrijven?
Hoe is het nu in Friesland? Toen ik een jaar of zeven acht was hadden een oom (afkomstig uit Krommenie) en mijn vader (een Fries uit de omgeving van Drachten, met name Ureterp) een debat. Die oom vond tutoyeren door kinderen normaal, mijn vader vond het ongepast, want onbeleefd. Hier in de Achterhoek hebben ze maar één pronomen voor de 2e persoon enkelv. En toch kunnen ze dat in hun Nederlands niet opbrengen dat ene woord door het ene woord in het Nederlands te vervangen.
Ik hoop daarover nog eens uitvoerig te schrijven, maar eerst wil ik mijn autobiografie afmaken. Ik ben nog maar net aan het begin van mijn verblijf in het Meertens. De u/je/ie/ do/indirect enz. moet dus nog even wachten.

Hart. gr. Jo Daan

Beste Ewoud,

Al enige tijd vraag ik me af of de betekenissen van ‘naar school gaan’ en ‘studeren’ geleidelijk niet zijn veranderd. Ik kijk en luister meestal naar Lingo. Aan de candidaten wordt gevraagd iets te vertellen over wat ze doen en wat ze zijn. Daarbij komt vanzelfsprekend de opleiding ook aan bod. Aan de manier waarop de candidaten de oplossingen vinden, kun je meestal wel horen of ze ‘gestudeerd’ hebben of alleen maar ‘naar school’ geweest zijn. (Er zijn bij Lingo zelden universitaire studenten. Ik heb het een keer meegemaakt. De manier waarop ze de oplossingen vonden kwam duidelijk overeen met de mijne). Heel vaak heb ik de oplossingen gauwer gevonden door mijn aanpak.
Voor mij, die voor WO2 naar school geweest ben en ook gestudeerd heb, zijn dat twee verschillende dingen, die afhangen van de manier waarop kennis verzameld wordt: ingegoten door een onderwijzer, leraar of docent, hoe ze ook genoemd moesten worden, of grotendeels verworven door eigen zoeken. Ik heb de indruk dat ‘studeren’ ook wel gebruikt wordt in de betekenis ‘naar school gaan’ om jezelf op te tillen, het staat veel beter. Ik kan me best vergissen, want ik weet van sommige opleidingen helemaal niet hoe er gewerkt wordt. Het ging in het laatste geval, waarbij ik weer een ? zette, om een economische opleiding in Rotterdam.
Als mijn veronderstelling juist is zal het verschil veroorzaakt kunnen zijn door de uitbreiding van de opleidingsmogelijkheden. Op de basisopleidingen is al zoveel verschil dat ik – lagere school, handjes op de rand van de bank en luisteren – onvoldoende kennis heb van de onderwijsvormen.
Zou het geen boeiend onderwerp zijn de veranderingen in de aanduidingen samen met die in de onderwijsmogelijkheden eens te beschrijven?

Hart. gr. Jo Daan

Voor een overzicht van de publicaties van Jo Daan, zie hier.

De foto is afkomstig van de website van het Meertens Instituut


Dit bericht heeft 1 reactie op “Bij het overlijden van de dialectologe Jo Daan”

  1. mr A.J. Rijsterborgh zegt:

    mr A.J. Rijsterborgh
    Singel 136
    3311 PE Dordrecht
    tel. 078 – 6147742
    tel. 010 – 5019911 (overdag)

    Aan: De Weledelzeergeleerde heer drs E. Sanders (althans neem ik aan, dat U universitair in de Nederlandse letteren bent afgestudeerd, wellicht zelfs dr bent in deze letteren)

    Dordrecht, woensdag, 01:29 uur vm., AJR

    Geachte heer Sanders,

    Dezerzijds wordt een reactie geplaatst bij een item, waar het geheel niet thuis hoort. Ik heb evenwel enige tijd besteed om Uw e-mailadres te vinden (zonder de maandagkrant bij de hand te nemen) zonder het te vinden, maar wellicht bereik ik U via deze weg.

    Gelijk U uit mijn e-mailadres mag veronderstellen, houd ik mij in het dagelijks leven bezig met de advocatuur, waarin taal(gebruik) enorm belangrijk is en waarin punten en komma’s voor het juist juridisch begrip echt van belang zijn.

    Mijnerzijds is niet ontgaan, dat het bijna onontkoombaar is om in dat beroep archaisch taalgebruik te hanteren. Niettemin betracht ik ter wille van de client toch telkens begrijpelijk Nederlands aan het papier toe vertrouwen.

    Niet zelden wordt door mij correspondentie ontvangen van collega’s, maar ook inmiddels van niet vakgenoten, waarin het woord “opgemeld” wordt gehanteerd. “Inzake opgemeld deel ik u mede dat …”.

    Tussen opgelucht en opgeprikt komt dat begrip niet voor in “het Groene Boekje Woordenlijst Nederlandse Taal”.

    Ik heb langdurig gemeend, dat het een Germanisme is. Mijn kennis van de Duitse taal is niet geweldig, omdat het aanleren van de Duitse taal (2e WO-rancunes) ‘zu hause’ niet erg werd gestimuleerd. Ik heb dan ook nog een woordenboek uit 1954 van wijlen een schoonvader, die in de zestiger jaren van de vorige eeuw is overleden (Van Goor, Den Haag Djakarta, op kantoor heb wat modernere uitgaven van andere uitgevers, maar nu even niet bij de hand).

    Kom ik in dat oude woordenboek waarachtig geen Duits begrip tegen, dat aan de voet zou hebben kunnen gestaan van “opgemeld”?

    Is dat dan een Nederlandse vinding? Ik vind het overigens een afgrijselijk woord, zeker in de combinatie “Inzake opgemeld”.

    Zou U zo vriendelijk willen zijn mij “inzake opgemeld” te duiden, waar dit begrip vandaan komt en hoe we het kunnen uitbannen?

    Nog een item. Ik documenteer dat niet, maar mij staat voor de geest, dat onder verantwoordelijkheid van de heer Aad Nuijs in 1992 een nieuwe spelling is ingevoerd, waardoor mijn vertrouwde taal op de schop is genomen. Het ging (nogmaals, ik weet het niet meer zeker) om de tussen-n, het was niet meer pannekoek, maar pannenkoek (een veelvuldig aangehaald voorbeeld).

    “Wat zien ik” op de sites, die met Uw doen en laten hebben te maken bij NRC Handelsblad: Geboorteregister, duidelijk zonder n.

    Niet om beledigend te zijn, maar ik zocht in het Groene boekje voor de zekerheid (toch) maar naar paardendeken, maar ik ontmoette onderweg ook paardenlul.

    Dat laatste ben ik dan zelf, want volgens dat zelfde Groene boek is het inderdaad geboorteregister.

    Geboorteregister klinkt natuurlijk (als vanouds), maar sedert de wijzigingen in de officiele taal (dit blokje laat Alt 137 voor een e met een trema niet toe en zal ook geen controle uitoefenen op de spelling) ben ik mijn taalleven niet meer zeker.

    Vroeger was het boekenplank, want op een plank konden meer boeken staan. Het scheldwoord was paardelul, want een (normaal) paard had er maar één, dat gold ook voor een paardedeken.

    Daar zat logica in. Geboortenregister zou ook logisch zijn, een register waar geboorten in worden aangetekend. Een register waain slechts één geboorte wordt aangetekend, is geen register. Het is een “databank”, waarin noodzakelijkerwijs meer gegevens worden aangetekend.

    Het is ook huwelijksregister volgens dat Groene boekje en geen Huwelijkregister.

    Mij komt voor, dat het Nederlandse volk door een clubje kamerprofessoren volstrekt onnodig enorm in verwarring is gebracht en waar we hebben te maken met een in toenemende mate allochtone samenleving is het bijna niet (goed) meer uit te leggen.

    Welnu, dat wilde ik even van mij “af” schrijven. Even op een gematigde wijze mijn ongenoegen uiten over dat clubje Nederlandse en Belgische (Taalunie) cowboys, dat er behagen in heeft geschapen vertrouwde taal op de schop te nemen. Laten we het over de tussenstreepjes maar niet hebben.

    Het bestaan mag toch niet zo zijn, dat ik voor een correcte brief steeds naar dat Groene boekje moet grijpen? Kortom, naar mijn bescheiden “oude lullen”-mening is het mis gegaan in onze taal.

    Uiteraard zou ik deze e-mail aan de Taalunie moeten zenden, om mijn ongenoegen juist te adresseren. Niet ondenkbaar is, dat reeds vele taalgenoten hun onvrede over had clubje hebben uitgestort, zonder enog effect uiteraard en enige aandacht in Uw woordhoek, zal denkelijk ook niets uithalen.

    Wat U wellicht wel zou kunnen doen via de Woordhoek is om het nog allemaal (weer) eens uit te leggen hoe dat nu zit met die vermalijde tussen-n en wellicht vervolgens met dat tussen-”-” en wel aldus, dat het kan beklijven.

    Met vriendelijke groet
    en hoogachting,

    A.J. Rijsterborgh (geboren 27 juli 1951 te Brielle)

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.