*

Woordhoek :: nrc.nl

De nieuwe woorden van 1910

Toen Nicoline van der Sijs in 2001 het proefschrift Etymologie in het digitale tijdperk publiceerde, voorspelde zij dat de sterke toename van digitale bronnen in de nabije toekomst voor talloze vroegere dateringen van woorden en uitdrukkingen zou zorgen. Zij besloot haar boek met een chronologische lijst van zo’n 18.000 woorden – van het jaar 107 (toen het Nederlandse wad in een Latijnse tekst werd vastgelegd) tot en met 2000, toen wij weblog uit het Engels leenden.

Lees verder »

Schaatsen of schaatsenrijden?

Het is nu even aan ’t dooien, maar als het een beetje meezit kunnen we binnenkort onze schaatsen weer onderbinden. Als u dat gedaan hebt en u glijdt er vandoor, hoe noemt u dit dan: schaatsen of schaatsenrijden?

Ik zou zeggen: schaatsen. Ik schaats, jij schaatst, wij schaatsen.

En als u mij zou vragen: hoe lang wordt het werkwoord schaatsen al in het Nederlands gebruikt, dan zou ik antwoorden: zonder twijfel sinds mensenheugenis. We fietsen op de fiets, we lepelen met een lepel, dus we schaatsen op schaatsen – wat is er logischer dan dat?

Lees verder »

Oude post vol taalvondsten

Op 6 december 1779, vandaag precies 231 jaar geleden, stuurde de zus van matroos Jacob Smit haar broer een pakketje met sinterklaascadeautjes. De zus woonde in Amsterdam en Jacob lag met zijn schip in Hellevoetsluis, in afwachting van zijn reis naar Batavia. In het pakket zaten noten, beschuit, koek, appelgebak en een kruik jenever.

Hoe weten we dit zo precies? Omdat Jacobs zuster de inhoud van het pakket opsomde in een kattebelletje dat Jacob bewaarde. Later werd zijn schip door Britten overvallen en in beslag genomen. Het is niet meer zo algemeen bekend, maar Nederland en Engeland waren gedurende de 17de en 18de eeuw tot vijfmaal toe in oorlog met elkaar. Tijdens die oorlogen werden duizenden Nederlandse schepen gekaapt en naar Engelse havens gesleept. Alles aan boord werd ingenomen en keurig geïnventariseerd. Veel spullen werden verkocht, maar alle papieren bleven bewaard in het archief van de High Court of Admiralty.

Lees verder »

De eerste fatsoensrakker

Vorige week is de website www.mennoterbraak.nl gelanceerd. Bijzonder aan deze website is dat je naast de gedigitaliseerde versie van een tekst vaak het origineel te zien krijgt. Zo staan naast de uitgetikte versie van een brief – er zijn er zo’n vierduizend van en aan hem bewaard – afbeeldingen van het handschrift. Van sommige boeken krijg je niet alleen het manuscript te zien, met doorhalingen en verbeteringen, maar zelfs de drukproef. Daarnaast zijn er foto’s van de schrijver, scans van zijn agenda’s, een tijdbalk – het is allemaal goed bedacht en vernieuwend, dus ik hoop dat er naar dit voorbeeld nog veel schrijverssites mogen volgen.

Lees verder »

Zwezerik? Zwezer jij?

Ik kan het hem niet meer vragen, maar ik denk dat mijn vader Toon Hermans de grootste Nederlandse woordkunstenaar vond. Mijn vader speelde zelf ook graag met woorden, zeker als hij schreef. Maar wat Toon kon was uniek, vond hij, en ik denk dat veel van zijn generatiegenoten dit met hem eens waren.

Lees verder »

Leukste Nederlandse woordenboek 19de eeuw online

Sinds vorige week staat bij de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (www.dbnl.org) een naslagwerk online dat algemeen wordt beschouwd als het leukste Nederlandse woordenboek uit de 19de eeuw. Het heet Woordenschat en is samengesteld door E. Laurillard en Taco H. de Beer. Het boek is op de website van de DBNL te raadplegen en gratis te downloaden als pdf.

Vrijwel alle woordenboekenmakers in de 19de eeuw waren dominees, pastoors of schoolmeesters. De meesten van hen waren van mening dat woordenboeken een opvoedende taak hadden: ze registreerden niet hoe er in de praktijk werd gesproken en geschreven, maar hoe dit zou moeten zijn.

Lees verder »

Verdwijnende woorden

Afgelopen vrijdag was ik aanwezig bij een voorleesavond van Rachel Shukert in Amsterdam. Shukert is een Amerikaanse schrijfster van Joodse komaf. Onlangs verscheen bij uitgeverij Artemis & Co de Nederlandse vertaling van haar eerste boek, getiteld Schaamteloos.

Shukert is een humoristische schrijfster. Zij wordt vergeleken met David Sedaris, een Amerikaan die de afgelopen jaren steeds bekender is geworden in Nederland. Maar waar de verhalen van Sedaris doorgaans seksloos zijn, schrijft Shukert veel over seks en lichamelijke intimiteiten. En over allerlei Joodse obsessies, die zij met veel zelfspot onder woorden brengt.

Lees verder »

Je hobby-horse berijden

Nu het kabinet is geïnstalleerd, het proces tegen Wilders moet worden overgedaan en alle linkse hobby’s in hoog tempo in kaart worden gebracht, kan de actualiteit in deze rubriek even plaatsmaken voor vragen van lezers.

Zoals deze vraag van een lezer uit Den Haag: „Sinds wanneer kennen we eigenlijk de aanduidingen links en rechts in de politiek?’’

Die plaatsbepaling wordt in verband gebracht met de Franse Revolutie. Een en ander heeft te maken met de Assemblée nationale, een parlement dat in juni/juli 1789 de in mei van dat jaar ingestelde Etats généraux afloste. De conservatieve edelen zaten er rechts van de voorzitter en de vooruitstrevende burgers links. „De aanduiding van deze posities kreeg al snel een politieke lading”, meldt het Etymologisch woordenboek van het Nederlands.

Lees verder »

Een nieuwe merknaam, een nieuwe merkbelofte

Er zijn allerlei redenen waarom een bedrijf zijn naam zou willen veranderen. Zo veranderden de accountantskantoren Price Waterhouse en Coopers & Lybrand vanwege een fusie in 1998 hun naam in PricewaterhouseCoopers. Waarom werd dit niet Price, Waterhouse, Coopers & Lybrand? Omdat dit te veel zou lijken op deftige namen uit de oude economie, terwijl iedereen toen juist geloofde in de nieuwe economie. Het was de tijd van snelle, hippe internetbedrijven met namen als NTT DoCoMo, C# (lees: see sharp), .Net, Yahoo!, !Ring, 12move (lees: one to move) en i2 (lees: I to). En dus werd het PricewaterhouseCoopers – zonder Lybrand (te lang), zonder spaties, zonder komma’s, zonder V&D-teken en met alleen de P en de C in kapitalen.

Lees verder »

Als u voor bent, stem dan tegen

Er zou een boeiende verhandeling te schrijven zijn over de dooie mus in de Nederlandse taal- en letterkunde. Met daarin onder meer de vraag: zegt de spreekwoordelijke dooie mus iets over de waarde die ooit aan levende mussen werd toegekend?

Zo zou er ook een verhandeling te schrijven zijn over de plotselinge populariteit van het woord mastodont – niet alleen als scheldwoord maar ook als geuzennaam. En klopt mijn indruk dat rentmeesterschap veel vaker door christendemocraten wordt gebruikt dan door mensen met andere politieke overtuigingen?

Lees verder »