Harry en de botheid van media
Ergens in mei van dit jaar kreeg ik een telefoontje van een Belgische journalist. Of hij me wat vragen over Harry Mulisch mocht stellen. Toen ik navroeg wat de aanleiding was bleef hij vaag, maar uiteindelijk gaf hij toe dat het was om een herdenkingsartikel klaar te hebben voor ‘als het zover mocht zijn’. Ik hielp de man, hoewel hij de vragen die hij stelde makkelijk zelf had kunnen oplossen, na enig bibliotheekwerk. Met de meester zelf had ik kort daarvoor nog een glas witte wijn op een terras in de P.C. Hooftstraat gedronken. Twee weken later belde dezelfde man nogmaals, weer met vragen die een leerlingjournalist via Google had kunnen beantwoorden. De gemakzucht ergerde me, maar ik bleef hem beleefd van dienst. Ik lachte wat om die journalisten die al jaren voordat het zover is een necrologie moeten klaarmaken. Ik herinnerde me dat Mulisch al in 2009 doodverklaard was door een sufferd die voorbarig het bericht over Mulisch op Teletekst gezet had. Mulisch had daarover smakelijk kunnen lachen bij De wereld draait door.

