Archief voor: september 2009


Een maand meer leven

Wat mag het kosten, een maand meer leven? Tienduizend? Dertigduizend? Honderdduizend euro? Wie kanker heeft en aangewezen is op extreem dure nieuwe chemotherapie vindt dat een ongepaste vraag. “Altijd trouw premie betaald, nooit iets gehad. Nu de uitgezaaide kanker toeslaat zou de behandeling te duur zijn?” Onacceptabel voor de patiënt, en zo gaan de kosten van de zorg verder omhoog.

De kostenvraag werd laatst opnieuw gesteld door Tito Fojo in een opruiend artikel in het Journal of the National Cancer Institute. Opruiend omdat hij als medisch oncoloog zijn collega’s aanzet tot opstand tegen de farma-industrie. Medisch oncologen moeten hardere eisen stellen aan de prijs/prestatieverhouding van nieuwe geneesmiddelen. Zij kunnen dat doen. Het zijn immers de medisch oncologen die de nieuwe anti-kankermiddelen helpen ontwikkelen.

Lees verder »

De Hollandsche natie

De eerstejaars hadden opgekregen om De Hollandsche natie van J.F. Helmers te lezen, een lofzang op het verleden van Holland in 3545 dichtregels. Ik weet niet of ik er goed aan gedaan heb. Van de 130 eerstejaars bleken er maar vijf plezier aan de tekst te hebben beleefd. De rest was er niet doorgekomen, had zich er plichtmatig doorheen geworsteld, of had er niets van begrepen. De week daarvoor hadden ze een dichtverhaal van Nicolaas Beets moeten lezen, Guy de Vlaming. Dat is een van die woeste middeleeuwse vertellingen van Beets die literairhistorici vroeger namaakromantiek noemden. Tegenwoordig hebben jonge onderzoekers er wel gevoel voor en slaan ze het even hoog aan als de Camera Obscura. Het verhaal gaat over een middeleeuwse ridder die zonder het te weten met zijn zuster getrouwd is en in een vlaag van godsdienstwaanzin haar vermoordt. De waanzinscène kan op tegen die van een Italiaanse opera. De eerstejaars hadden er ook plezier in: het verhaal loopt snel, de stemmingswisselingen zijn adembenemend, er zit een heel verstilde natuurscène in, en de tragiek maakt, hoe bizar ook, toch indruk. Maar De Hollandsche natie krijg ik niet verkocht. Het is zo’n opeenstapeling van loftuitingen over het geweldige Holland dat we eens waren, zo’n megavolume aan nationalisme, dat de toehoorder er op den duur ongevoelig voor wordt. Wellicht moet ik besluiten dat het echt een draak is die niet meer in onze tijd in te passen is. De toon van Helmers doet me af en toe denken aan die van de voetbalverslaggever die keihard en razendsnel alles als spannend, fataal, heldhaftig voorstelt, het voortdurend over ‘ons’ en ‘onze jongens’ heeft en die het erop doet lijken dat hijzelf aan de overwinning heeft bijgedragen als hij uitschreeuwt: ‘we hebben gescoord!’

Lees verder »

Blokkeerbaar placebo

Wanneer ik als kind mijn knie pijn deed gaf mijn moeder er een kusje op. Dat hielp. Dergelijke magische ingrepen helpen ook bij volwassenen. Een voorbeeld is het voedingssupplement glucosamine, dat kniepijn zou verminderen. In de Verenigde Staten is er grondig onderzoek naar gedaan. Driehonderd patiënten met kniepijn kregen een half jaar lang glucosamine, en het effect was spectaculair: 64procent van hen had beduidend minder pijn. Er was ook een controlegroep die placebotabletten kreeg, zonder glucosamine. Van hen had 60 procent beduidend minder pijn. Voor de onderzoekers was daarmee de kous af: in vergelijking met placebo doet glucosamine weinig of niets. Maar hoe kunnen placebotabletten waar niets in zit de pijn van een versleten knie verminderen?

Lees verder »

Zo moeder zo dochter

Anne van Putten – The role of intergenerational transfers in gendered labour patterns – Amsterdam, Aksant, 187 blz. Universiteit Utrecht, 29 juni 2009. Promotoren: prof.dr. J.J. Schippers, prof.dr.P.A.Dykstra

Ha’, zou Heleen Mees zeggen, als ze eraan gedacht had, ‘precies wat ik altijd al heb gedacht.’ Ik zou er zelf niet op gekomen zijn, maar uit het proefschrift van Anne van Putten blijkt dat dochters van werkende moeders zelf als volwassene meer uren per week werken dan dochters van moeders die alleen de huishouding deden. Intergenerationele overdracht van een gedragspatroon heet zoiets. Sociale erfelijkheid zou je het ook kunnen noemen. Om meteen elk misverstand te voorkomen: het onderzoek laat dus niet zien dat dochters van moeders die niet buitenshuis werkten, zelf ook thuis blijven. Dat kan ook moeilijk, want van de vrouwen tussen 15 en 65 jaar is tegenwoordig bijna 65 procent aan het werk, dertig jaar geleden was dat ongeveer 30 procent. Nederland hoort nu zelfs tot de landen met de hoogste arbeidsparticipatie van vrouwen, maar echt wereldkampioen zijn we in het werken in deeltijd. Gerekend vanaf één uur betaald werk per week is van de vrouwen 75 procent in deeltijd werkzaam en van de mannen 25 procent. Zwitserland is het land dat met 55 procent vrouwen in deeltijd het dichtst bij ons in de buurt komt. In België, Duitsland en Engeland gaat het om bijna de helft van de vrouwen. In de Verenigde Staten komt in deeltijd werken maar weinig voor, bij ongeveer 25 procent van de vrouwen en 5 procent van de mannen.

Lees verder »