De scheuren in het open en vrije internet
Het internet zoals we dat de afgelopen twintig jaar hebben zien groeien, een open platform met ruimte voor iedereen met een goed idee, een soort democratie in cyberspace, is aan het verdwijnen. Dit is een fundamentele verandering die nog maar weinig mensen in de gaten hebben. De gevolgen zijn enorm. Grote bedrijven en nationale overheden krijgen steeds meer macht over wat we zien en doen.
Het net is een een deel van zijn openheid en universaliteit aan het verliezen, schrijft The Economist in een commentaar. Het Britse blad wijst erop dat het internet een soort vrijhandelspact was geworden waar bijna iedereen van profiteerde. Steeds meer mensen en bedrijven sloten zich hierbij aan. De standaards werden universeel. Grenzen tussen bestaande netwerken verdwenen – het is nog maar vijftien jaar geleden dat er hoge virtuele hekken stonden rondom de netwerken van AOL en Compuserve.
Nu worden er opnieuw grenzen gesteld aan de universaliteit van internet. In een helder achtergrondartikel schrijft The Economist dat er op drie fronten een contrarevolutie aan de gang is.
Voor de belangrijkste beperkingen kiezen we zelf, eigenlijk zonder dat we het goed in de gaten hebben. Denk aan de apps voor de producten van Apple. Facebook met zijn interne berichten-systeem. Gesloten VPN-verbindingen met bedrijven. World of Warcraft en andere online-spellen. Skype-gesprekken. Allemaal gebruiken ze het internet als een netwerk voor data-overdracht. Maar het zijn allemaal gesloten netwerken.
Chris Anderson, de hoofdredacteur van het online-magazine Wired, heeft hierover vorige maand een prikkelend artikel geschreven. We willen kleinere electronica met gespecialiseerde applicaties, en die werken beter met aparte software en gesloten systemen dan in een universele browser. Het internet is niet in gevaar, schrijft hij. Het world wide web wel.
And the shift is only accelerating. Within five years, Morgan Stanley projects, the number of users accessing the Net from mobile devices will surpass the number who access it from PCs. Because the screens are smaller, such mobile traffic tends to be driven by specialty software, mostly apps, designed for a single purpose. For the sake of the optimized experience on mobile devices, users forgo the general-purpose browser. They use the Net, but not the Web. Fast beats flexible.
This was all inevitable. It is the cycle of capitalism. The story of industrial revolutions, after all, is a story of battles over control. A technology is invented, it spreads, a thousand flowers bloom, and then someone finds a way to own it, locking out others. It happens every time.
Dit is een logisch proces in een kapitalistische samenleving als een technologie volwassen wordt, schrijft Anderson. Iets vergelijkbaar is gebeurd bij de spoorwegen, de telefoon en de elektriciteit. Binnen wat eens een open systeem was, ontstaan monopolies.
Openness is a wonderful thing in the nonmonetary economy of peer production. But eventually our tolerance for the delirious chaos of infinite competition finds its limits. Much as we love freedom and choice, we also love things that just work, reliably and seamlessly. And if we have to pay for what we love, well, that increasingly seems OK.
Zijn stelling heeft veel debat losgemaakt. Zie bijvoorbeeld deze reacties op Wired, en de links bij het blog hierover van nrc.next. The Economist verwijst naar Anderson, maar constateert dat ook op twee andere fronten staat de reikwijdte van internet onder druk staat, van de kant van regeringen en grote bedrijven en van providers. China heeft een elektronische firewall gebouwd. Australië wil een filter gaan inbouwen (tegen kinderporno, maar toch). De Iraanse regering blokkeert een hele reeks sites, en wie een IP-adres in Iran heeft (een nummer dat aangeeft waar je computer staat), kan niet op alle Amerikaanse sites. Het OpenNet Initiative rekent voor dat een dertigtal landen de toegang tot internet beperkt.
Ook bedrijven beperken de universaliteit. De muziekwebsite Spotify is niet te benaderen vanuit de VS, en voor de videosite Hulu moet je een Amerikaans IP-adres hebben. Amerikanen die op reis in Europa een nieuw elektronisch boek voor hun Kindle-e-reader willen kopen bij Amazon, kunnen dat niet.
In de VS, en mogelijk ook in andere landen waar broadband nog niet zo veel voorkomt, dreigt nog een andere ontwikkeling. Providers komen in de verleiding om bepaalde sites betere voorzieningen te bieden dan andere. Dat kan betekenen dat een rechtse nieuwssite veel sneller laadt in je browser dan een links blog – of andersom.
Het lijken technische veranderingen. Misschien leiden ze soms tot betere voorzieningen, eenvoudiger technologie. Maar ze zullen onvermijdelijk het karakter van internet als een open platform waar ruimte is voor alles en iedereen aantasten.



Abonneer je
donderdag 9 september 2010, 18:26 uur
Na 15 jaar zijn we inmiddels bijna allemaal helemaal afhankelijk geworden van het internet. Tijd dus, om van deze onomkeerbare afhankelijkheid winst te maken.
Diensten, die altijd gratis waren, gaan ineens geld kosten. Misschien zal dan op een direkte of indirekte manier bv. emailen ineens heel veel geld kosten, of het bekijken van deze NRC-nieuwsbrief, of internetbankieren.
vrijdag 10 september 2010, 10:23 uur
Internet wordt groot zullen we maar zeggen. De koek moet verdeeld worden. Het sluiten van verbindingen voor jan en alleman zal ongetwijfeld mede gevolg zijn van de aansprakelijkheid voor de inhoud die steeds vaker tot een juridisch steekspel leidt. En juristen zijn duur, erg duur.
Ik leer mijn kinderen dat alles waar “gratis” of “Voordeel” of iets dergelijks bij staat zij uiteindelijk zelf die cadeautjes betalen. En altijd is er iemand die er met het grote geld vandoor gaat, zo ook bij internet. Dat zag je bv bij Marktplaats.nl. Gewoon goed opletten dus.
zondag 12 september 2010, 20:37 uur
Er is een serieuze discrepantie tussen mensen,!geld, Apps brengen de “wereld”‘ weliswaar dichterbij maar niet kosteloos, en zij die daar geen geld voor hebben of willen betalen. Aan de critici: er is een limiet aan tijd die de mens per dag/leven heeft. men kan kiezen voor het snelle, dure, apps leven. gelukkig heeft internet nog altijd veel “believers”, die gratis software omtwikkelen en aanbieden, denk maar eens aan firefox,linux etc. Voor diegenen die niet het supersnelle, maar wel het “diepgangs”leven zoeken zijn er vele goede en gratis sites, zoekmachines, etc,. Het werk van vele dichters, schrijvers staat gratis en integraal op het internet, verwijzingen via wikipedia, en kunnen bij gebrek aan geld voor boeken gratis gelezen worden. Een snelle kabelverbinding helpt en daar is in Ned. genoeg van tegen redelijke kosten. Oh ja, de, good old, bibliotheek inclusief gratis internet is er ook nog. Deze gesloten netwerken zijn daarentegen, t.o.v. van het WWW. relatief klein. geen zorgen daarover.