China, de groene gigant

chinagroenegigantWie er nog aan mocht twijfelen of de klimaatverandering alleen een zorg voor milieu-activisten is (en voor de NS), moet de Financial Times lezen. Kwam er in Kopenhagen een ‘akkoord’ uit (volledige tekst beschikbaar)? Volgens een hoofdartikel in de krant was het een fiasco zo groot dat het nog net geen vuistgevecht werd. En de krant opent maandag met het bericht dat prominente ondernemers teleurgesteld zijn over het gebrek aan daadkracht – met terugdringing van de uitstoot van broeikasgassen is ook veel geld gemoeid.

Hoe nu verder? De FT constateert dat China veel problemen heeft met buitenlandse controle op de emissies – de dagelijkse meting van de luchtkwaliteit in Peking door de Amerikaanse ambassade, verspreid via een ieder uur bijgewerkte tweet, veroorzaakt al veel irritatie. Maar niets weerhoudt de VS en China, de twee grootste vervuilers, om ieder voor zich verder te gaan

Tegen die achtergrond is het interessant het lange, wat anecdotische artikel in de New Yorker te lezen over China als Groene Gigant. China is in 1986 begonnen met een enorme technologische inhaalslag, ook op het gebied van milieutechnologie. Drie jaar geleden is in die laatste sector nog eens een enorme versnelling gebracht.

De problemen zijn enorm, maar de vooruitgang die is geboekt ook. China produceerde in 2003 nauwelijks zonnepanelen. Nu is het de grootste producent ter wereld. Op het gebied van windturbines kan China zich meten met de beste producenten in de VS en Duitsland. Het land loopt ook voorop het gebied van kolencentrales met een lage emissie.

Het artikel lijkt twee conclusies te trekken:

  • De enorme investeringen van de Chinese overheid helpen bij veelbelovende onderzoeksprojecten die financieel riskant zijn. In dat opzicht is het illustratief dat de Amerikaanse overheidsinvesteringen in deze sector de afgelopen kwart eeuw sterk zijn gedaald.
  • Amerikaanse technologie kan, gecombineerd met de goedkope productiemogelijkheden in China, veel verandering brengen. Denk aan de flat screen tv’s die betaalbaar zijn geworden doordat ze in China worden gemaakt. Maar het zou ook kunnen gelden voor elektrische auto’s, ultradunne zonnepanelen of complexe systemen om CO2 ondergronds op te slaan.

Deze twee conclusies zijn niet helemaal consistent. Maar dat kun je ook niet verwachten van landen als China en India, schrijft de voormalige India-correspondent van The New York Times. Het zijn grootmachten qua omvang, maar arme landen qua inkomen per hoofd van de bevolking – met alle tegenstrijdigheden die daarbij horen.

Two developing countries — India and China — also possess, by sheer size, great-power status. Never before, perhaps, have there been two nations so powerful in aggregate-income terms that are so poor relative to others at a per-person level. China is the third-richest nation over all, but it is poorer than 132 countries in per-person terms; India is fifth-richest over all, but poorer than 166 others per person.

Together, that is $11.3 trillion worth of power being steered, if you divide income by population, by a $4,500-a-year mentality. The result is that India and China face enormous pressure to think like the Western great powers of 2009 and, simultaneously, to think like those great powers did 100 years ago, when they were much more focused on economic development and much less interested in global justice.

On geopolitical issues like climate change, India and China are encouraged to balance their internal duties as developing countries with their external responsibilities as emerging giants. They are told to short-circuit history, to avoid tactics for growth that the West now sees as errors, to assume obligations that rich lands took on only when they became much wealthier.


Dit bericht heeft 5 reacties op “China, de groene gigant”

  1. Joop Schouten zegt:

    Een paar basis ideeën:
    - Flikker eerst het Global Economische systeem overboord.
    - Produceer alleen als het in de nabije omgeving valt te slijten.
    - Herijk de diverse munten, geld en goederen wereldwijd.
    - Stel wettelijk een grens aan eigen vermogen en verdeel de rest.
    - Verplicht lessen in erkennen en herkennen van economisch asociaal gedrag.
    - Stel een wereldwijd verbod in op wapenbezit.
    - Stel neoliberalisme strafbaar.

  2. Krispijn Beek zegt:

    Boeiend artikel, zeker als aanvulling op het artikel ‘The Great Paradox of China:
    Green Energy and Black Skies’ van Christina Larson eerder dit jaar:
    http://e360.yale.edu/content/feature.msp?id=2180

  3. Sander van der Wal zegt:

    China heeft er belang bij om op een niet-vervuilende manier energie op te wekken, ten eerste omdat ze zelf enorm veel last van de vervuiling hebben, en ten tweede omdat ze daarmee een nieuwe exportmarkt voor schone energie creeeren, eentje waarbij een groot deel van de winst in eigen land blijft. Kapitalisme volgens het boekje.

  4. Michiel van der Zee zegt:

    Wanneer, in godsnaam, wanneer houdt men toch eens op met het noemen van India en China in een adem? China heeft, met tweehonderdmiljoen meer inwoners, toch nog een per capita inkomen en per capita GDP dat drie keer zo hoog is als dat van India. China is een goed bestuurd land waar dingen, als ze eenmaal beslists zijn, voor elkaar komen. In India gebeurt meestal helemaal niets. Zelfs als China vreselijke corruptie heeft op lokaal niveau, wordt deze zeker geevenaard door India. Bovendien kan corruptie productief en improductief uitvallen.

    Contrasteer eens het verschil tussen de Spelen in China, en, als ik me niet vergis, het Commonwealth Rugbytournooi in India: in India zijn, met nog een half jaar te gaan, de stadions lang niet af, dankzij bestuurlijke en bureaucratisch getouwtrek: niemand weet wie er verantwoordelijk is.

    Of neem zeer simpele ontwikkelingsindicatoren: alfabetisering en ondervoediging. In India kan 66% van de bevolking lezen en schrijven, in China 90%. In India is de kloof tussen mannen en vrouwen ook nog eens groter: 77% van de mannen en slechts 54% van de vrouwen leest wel eens een blaadje, tegen respectievelijk 95% en 86% in China.

    In China kampt tussen de 5% en 19% van de mensen met ondervoeding, in India is dat tussen de 20% en 34%. Daarbij is de ondervoeding ook nog eens ongelijker verdeeld: 40% van de kinderen in India is ondervoed, aldus een artikel in de IHT een paar maanden geleden. Dit komt grotendeels doordat vrouwen een veel lagere status hebben in India dan mannen, en kinderen met vrouwen worden geassocieerd. In China zijn mannen en vrouwen in de steden vrijwel gelijk, in het platteland is de mentaliteit zeer verbeterd – niet in het minst door propaganda van de Communistische Partij die stelt dat vrouwen net zoveel waard zijn als mannen (een van de slogans tijdens de culturele revolutie was ‘Vrouwen dragen de helft van de hemel’).

    Het enige, maar dan ook echt het enige, waar India in voorloopt is persoonlijke vrijheid. Ik heb een aantal Chinese vrienden, en het is soms zeer bedroevend om te horen hoe het ervoor staat met de politieke en persoonlijke vrijheid in China. Facebook en YouTube worden geblockt, dissidenten opgepakt of zeer hinderlijk gevolgd. Het is echter niet zo dat achter elke struik een agent van de geheime dienst aan het afluisteren is. Ook vraag ik me weleens af wat vrijheid en democratie waard zijn als je kind, in de stad, net dood is gegaan aan een ondervoedingsgerelateerde ziekte. Of dat je kinderen slechter presteren op school omdat hun hersens nooit goed ontwikkeld zijn.

    China is een land met een opkomende middenklasse en maakt een duurzame economische ontwikkeling mee, waardoor in de afgelopen twintig jaar vierhonderdmiljoen mensen uit absolute armoede zijn getrokken. India heeft een ICT-sector. Gelijke voet? Haha.

  5. Michiel van der Zee zegt:

    Kinderen onder de vijf jaar in India, moet dat zijn.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.