Leterme: kies voor het Rijnlandse model
Van Amerikaanse zijde is Europeanen de afgelopen tijd vaak verweten verkeerd te reageren op de financiële crisis. Eerst alle energie stoppen in het blussen van de brand, dan is er daarna wel tijd om na te denken over beter toezicht en andere correcties op het economisch bestel. Maar als het aan de Belgische christendemocraat Yves Leterme ligt, oud-premier maar nog lang niet klaar met de politiek, wordt er nog veel systematischer nagedacht over pro’s en contra’s van verschillende economische systemen. ,,De samenleving heeft daar bijzondere nood aan.”
Leterme was een van de hoofdsprekers op het ‘Rijnlandcongres’, donderdag en vrijdag op landgoed Mariënwaert in Beesd. Het gaat erom, zei Leterme, mensen ,,op duurzame wijze uitzicht te bieden op welvaart en welzijn”. Met heel veel cijfers liet hij zien waarom het Angelsaksische economische model daar minder geschikt voor is dan het Rijnlandse model, de manier waarop landen als Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en de Beneluxlanden hun economie hebben georganiseerd – ook wel aangeduid als de socialemarkteconomie. Jarenlang is geroepen dat het Rijnlandse model verouderd is. Maar de financiële crisis heeft laten zien dat dit voorbarig was.
Er is al veel gesproken over de verschillen tussen het Rijnlandmodel en het Angelsaksische model (zie bijvoorbeeld hier en hier). Leterme, die binnenkort een boek over dit thema publiceert en al eerder gepassioneerd over dit thema heeft gesproken, ging er uitgebreid op in. Angelsaksisch staat dan voor het recht van de sterkste, nadruk op individuele waarden, sterke schommelingen, kortetermijndenken, terwijl Rijnlands staat voor gedeelde verantwoordelijkheid, sociale samenhang, continuïteit en betrouwbaarheid, langetermijndenken. In het Angelsaksische model is er zo weinig mogelijk overheid, in het Rijnlandmodel schept de overheid randvoorwaarden voor het particuliere ondernemen en is zij actief op gebieden als sociale zekerheid, onderwijs en zorg.
De standaard kritiek op het Rijnlandmodel, zei Leterme, is dat het duur is, dat alles erg traag gaat, en dat het een rem legt op vitaliteit. Maar ,,het Rijnlandmodel creëert meer welvaart voor meer mensen op duurzame wijze”.
En toen kwamen de cijfers, over de periode 1991-2007, Angelsaksisch tegenover Rijnland.
- Stijging van het bruto binnenlands product per inwoner: vrijwel even groot
- Inflatie: in Rijnlandzone minder grillig verloop en lager
- werkloosheid: beter in Angelsaksische systeem, vijf procent tegen acht procent. Maar: in VS worden gevangenen niet meegeteld, bovendien zitten daar erg veel mensen in leger.
- aantal werkenden: ook beter in Angelsaksische systeem.
- inkomensongelijkheid: veel groter in het Angelsaksische systeem
De conclusie van Leterme: ,,Het is niet zo dat er een groot contrast is in de economische prestaties van de twee systemen. Het Rijnlandse model is economisch gezien vrijwel even sterk, biedt veel meer stabiliteit, maar krijgt wel een gele kaart als het gaat om de werkgelegenheidsgraad” – er zijn simpelwel te weinig mensen aan het werk.



Abonneer je
zaterdag 28 maart 2009, 09:32 uur
Ik ben het geheel met Leterme eens en zou in de verlijking ook de verschillende rechtssystemen meenemen. Het Angelsaksische model waarbij voor alles altijd iemand de schuldige is en een Rijnland model waar er ook nog zoiets bestaat als persoonlijke verantwoordelijheid. Het Angelsaskische systeem houdt heel erg veel mensen aan het werk met contracten en rechtspraak etc wat macroeconomisch niet veel waarde toevoegd en zeker ook niet het plezier in het leven verhoogd.
zondag 21 maart 2010, 20:01 uur
Zeer herkenbaar en verfrissend zoals dit zgn. verouderde Rijnlandmodel door Leterme gewaardeerd en gepositioneerd wordt tegenover het de laatste jaren vaak “zalig-gemaakte” Angelsaksische model.
Een ander voorbeeld van een mijns inziens zeer onwenselijk bij-effect van deze “Angelsaksisering” is de tegenwoordige wijze van openbaar aanbesteden van grote opdrachten zoals b.v. in de bouwsector. De selectiecriteria worden hier veelal als een strak keurslijf gedicteerd (nogal eens vooraf gesouffleerd door de meest invloedrijke aanbieder) aan potentiële aanbieders. Wie hieraan niet voor 200% voldoet – of wie het zelfs waagt een beter alternatief aan te bieden – ligt er zondermeer uit, ook al zou het algemeen belang hiermee beter gediend kunnen zijn. In een laatste ronde wordt vervolgens op basis van de laagste prijs (immers het ideale en zaligmakende criterium van marktwerking) de terechte en glorieuze winnaar bepaald.
Iedereen blij zou je denken, maar niets blijkt vaak minder waar.
De gelukkige aanbieder die de opdracht gegund krijgt zal zich in allerlei onmogelijke bochten moeten wringen om de opdracht uit te voeren tegen de winnende aanbiedingsprijs in dit wurgmodel.
Gedurende de uitvoering dient op elk mogelijke wijze beknot te worden op alles wat niet gedefinieerd is in de aanbesteding. Denk bv direct aan de kwaliteit van het eindproduct (deze moet gewoonweg minimaal zijn, elke vrijheid wordt aangepakt om de aanbiedingsprijs te kunnen verlagen). Verder wordt van de medewerkers continue gevraagd om tot op het bot te gaan (het bedrijf heeft het immers maar mooi geflikt om deze opdracht binnen te slepen en jou aan het werk te houden!) . Gevolg is regelmatig verliesgevende projecten en dus een verzwakte opdrachtnemer, opdrachtgevers die ontevreden over het geleverde eindproduct en het volk dat doormort over een falende overheid en zijn heil zoekt in goedkope one-liners van een PVV.
Hoe merkwaardig toch dat bouwbedrijven zich gedwongen voelden tot zgn. frauduleuze onderonsjes (foei!) om werken onderling te verdelen wanneer er door marktwerking gedwongen aangeboden moest worden tegen marges van minder dan 5% (waar faalkosten en onverwachte extra kostenposten snel een veelvoud hiervan kunnen zijn). Tel uit je winst (lees: verlies)
Zonder afbreuk te doen op de aloude basisprincipes van gezonde concurrentie wordt het hoog tijd dat de overheid weer (“ouderwets Rijnlands?”) betere randvoorwaarden gaat scheppen om dit soort aanbestedingsprocedures beter in de knip te houden.
Zeker weten dat we er allemaal beter bij gediend zullen zijn, en in lijn met de primaire gedachte van Leterme om mensen “op duurzame wijze uitzicht te bieden op welvaart en welzijn”.
Leuk thema ook voor de komende verkiezingen! We zijn in deze tombola waarin we met zijn allen leven (of beter: geleefd worden) bijna vergeten waar het allemaal echt om draait…..