Mailtje uit Afghanistan (3)
,,Een konvooi van het Amerikaanse leger, met voorop Afghaanse soldaten, rijdt ons met grote snelheid tegemoet. Met wilde gebaren wordt ons te kennen gegeven dat we opzij moeten gaan. De soldaten houden hun machinegeweren op ons gericht. Het maakt een gevoel van onveiligheid en irritatie in ons los.” Tom Kramer en Cristian Rivier zijn op reis in Afghanistan en berichten op dit weblog over hun belevenissen en hun onderzoek naar de effecten van de drugsbestrijding in dat land.
Mailtje uit Afghanistan (3)
Jalalabad is een drukke, stoffige stad. Het verkeer kroeilt schijnbaar zonder enige regels door elkaar heen. Plotseling wijken alle autos, vrachtwagens en de lawaaierige driewieltaxis met abrupte beweging uit naar de kant van de weg. Een konvooi van het Amerikaanse leger, met voorop Afghaanse soldaten, rijdt ons met hoge snelheid tegemoet. Met wilde gebaren wordt ons te kennen geven opzij te gaan. De soldaten in de Hummers bemannen machinegeweren die op ons zijn gericht, en ze hebben hun gezichten bedekt met doeken tegen het stof. Ze zien er zo meer uit al seen groep bandieten. Het is duidelijk dat we met hen geen grapjes moeten uithalen, en het maakt bij ons een gevoel van zowel onveiligheid en irritatie los. We vragen ons af hoe op deze manier de ‘hearts and minds’ van de lokale bevolking worden gewonnen.
De dag voor onze aankomst in Jalalabad ontploften er twee bommen op een druk kruispunt. Er schijnen geen gewonden bij gevallen te zijn. Toch voelt Jalalabad niet onveilig. “Niet alle bomaanslagen worden gepleegd door de Taliban,” zegt Habibulah, die al jaren voor een internationale hulporganisatie werkt. “Veel incidenten hier zijn het gevolg van locale conflicten”. Habibulah woont een half uur rijden ten zuid-westen van de stad. We zijn bij hem uitgenodigd voor lunch. We zitten op grote kussens op de veranda van zijn nieuwe huis, samen met Fariq en Arif, twee van zijn vrienden. In de zinderende hitte slurpen we vele koppen thee naar binnen, en eten amandel en pistachenoten, terwijl we onze vragen op hem afvuren. Habibulalh antwoordt langzaam en geduldig. Habibulah vocht vroeger met zijn twee boers als mujehadeen tegen de Russen. “We lagen in de hinderlaag in de bergpas van de weg naar Kabul om de Russen tegen te houden”, zegt hij. “Het verschil met de Amerikanen is dat de Russen echt moedig waren, terwijl zij hadden geen geavanceerde technologie hadden zoals de Amerikanen.”
We gaan naar binnen voor een uitgebreide lunch. We zitten op de grond rondom een groot kleed, en breken stukken brood af, die we met verschillende vlees- en groentegerechten opeten. Er is net weer electriciteit, en de ventilator in het plafond geeft wat verkoeling. Habibulah’s zoon komt binnen en zet de tv aan.
We zien Afghaanse soldaten bezig met het vernietigen van een opium veld. “De Afghanen houden niet van opium, het is verboden door de Islam, en de mensen willen er mee stoppen”, vertelt Arif. “Maar als het te snel gaat , en men het in een keer stopt, dan is het voor de mensen heel erg moeilijk om te overleven.”. We vragen of hij denkt dat sommige boeren uit onvrede hun heil bij de Talibaan zoeken. Hij knikt bevestigend. “De eradicatie-campagne van de regering helpt ook de andere kant (de Talibaan). De steun voor de Talibaan in het zuiden neem toe. Hier in Nangarhar begint het nog maar net.”
Maar tegelijkertijd zijn er ook boeren in verzet gekomen tegen de campagne. “In gebieden waar het verzet groot is, heb je kans dat de regering haar ogen sluit, of een overeenkomst sluit met de boeren, om slechts een bepaald deel van de oogst te vernietigen”, zegt Habibulah. We vragen hem wat hij vindt van de buitenlandse troepen in zijn land. “Wij zijn net een laboratorium, waar de VS, Pakistan, Iran en andere landen hebben allemaal geprobeerd om zichmet onze politiek te bemoeien. Dat is de tragedie van ons land”.
Aand het eind van de middag, als het wast is afgekoeld, bengt Arif ons in zijn auto naar ons hotel. ” Willen jullie het huis van Osama bin Laden zien” Vraagt hij? Natuurlijk, zeggen we. We slaan een zandpad in en na en tijdje staan we voor de lemen muur van een kleine compound. Wergtuigelijk maken we een foto, maar er is eerlijk gezegd weinig specials aan te zien; het is een huis zoals we er al velen hebben gezien vandaag. We vragen Arif hoe de mensen hier denken over Osama bin Laden.
“Sommigen hebben een grote hekel aan hem, vooral de communisten. Een aantal Mujahedeen commandenten hebben nog steeds groot respect voor hem. Maar de jongere generatie hier vraagt zich af waarom hij niet in zijn eigen land gaat vechten.”
Tom Kramer & Cristian Rivier



Abonneer je