Mailtje uit Afghanistan (2)
Uit een van de huizen komt een vrouw gelopen, die wild naar ons gebaart. We zijn heel verbaasd, ze draagt geen bhurka en ze spreekt ons zelfs aan. ,,Vernietig alstublieft mijn opiumveld niet”, smeekt ze ons. Tom Kramer en Cristian Rivier doen op dit weblog verslag van hun reis door Afghanistan, waar ze voor het Transnational Institute onderzoek doen naar de invloed van drugsbestrijding op het bestaan van kleine boeren. Gisteren deel 1, vandaag deel 2. ,,Tussen het koren en achter de huizen zien we kleine opiumveldjes.”
Mailtje uit Afghanistan (2)
We rijden vandaag vanuit Jalalabad naar het westen van de provincie Nangarhar, richting Pakistaanse grens. Onderweg passeren we ‘Kamp Kabul’, waar tijdens de gevechten in Kabul tussen de krijgsheren eens duizenden mensen uit de hoodstad hun heil zochten. Het ziet er nu verlaten uit. ,,Vroeger lagen hier veel russische tanks’’, zegt Nur, onze chauffeur, ,,maar die zijn nu allemaal als schroot verkocht aan Pakistan.’’ Er is hier in het verleden flink gevochten; de Mujehadeen verschansten zich in de bergen links van ons.
In plaats van de weg naar de beroemde Khyber Pas te volgen, slaan we af naar het zuiden. Voor ons ligt een woestijnlandschap, met op de achtergrond een schitterend bergmassief, waar onder andere Tora Bora (`zwart gat`) ligt.
We stappen onderweg even uit fotos te maken. Het is bloedheet (over 45 graden Celsius), en de overgang naar de aircon in de auto is enorm.
Vandaag zijn we op zoek naar boeren die nog opium verbouwen. Na een tijdje zien we hier en daar tussen het koren en achter de huizen kleine opium veldjes. De meeste zijn al geoogst en de planten verdord. Nur maakt ons opmerkzaam op een veldje wat verder van de weg, gelegen tussen de lemen huizen. Als we er bijna zijn komt er uit van de huizen een vrouw uitgelopen, die wild naar ons gebaart. We zijn heel verbaasd, dit is de eerste vrouw die we het laatse uur hebben gezien die geen bhurka draagt. Ze spreekt ons zelfs aan. Het wordt al snel duidelijk waarom.
,,Vernietig alstublieft mijn opium veld niet’’, smeekt ze ons. ,,Ik ben erg arm, en heb geen andere bron van inkomsten.’’ Ze vertelt dat lokale vertegenwoordigers van de regering afgelopen week het dorp in kwamen om de opium te vernietigen, en denkt dat wij nu hetzelfde komen doen. Een aantal velden werden gespaard, waaronder het hare, maar 70 procent werd vernietigd. Om de klap op te vangen hebben de dorpelingen besloten de opbrengst van de resterende 30 procent onder elkaar te verdelen.
Ondertussen is bijna het hele dorp uitgelopen, en richten nu de mannen zich tot ons, terwijl de vrouwen op de achtergrond verdwijnen. ,,De regering beloofde ons compensatie voor de vernietigde oogst’’, zegt een jonge boer, ,,maar we hebben nog niets gekregen. Het zijn allemaal leugenaars, ze steken het geld in hun eigen zak.’’
Het wantrouwen tegen ons neemt langzaam af, en iedereen begint druk door elkaar heen te praten. Een oude man neemt het woord. ,,Jullie moeten ons helpen, wij zijn allemaal erg arm, we hebben schulden, en bezitten maar weinig land.’’ Hij heeft geld geleend om onder andere medicijnen en kleren te kopen. Normaal gesproken kon hij die terugbetalen met de verdienste van de opiumoogst. Zijn schulden liepen enorm op tijdens het opiumverbod van de Talibaan in het jaar 2001. Nu de huidige regering boeren opnieuw dwingt te stoppen met opiumteelt, weet hij niet hoe zijn schulden moet inlossen. ,,Ik heb al stukken van mijn land moeten geven aan mijn schuldeiser.’’
Er is ook onvrede over de strategie van gewasbestrijding. ,,De regering heeft alleen in dit gebied de oogst vernietigd, en niet in andere delen van het land, dat is niet eerlijk’’, zegt een andere boer. ,,In plaats daarvan zouden ze ons moeten helpen met het bouwen van een dam, zodat we onze akkers kunnen bevloeien, of met het creeren van werk.’’
De wanhoop staat op alle gezichten geschreven. ,,Als de situatie niet verandert zullen we naar Jalalabad of naar Pakistan moeten gaan om werk te vinden.’’
Tom Kramer & Cristian Rivier



Abonneer je