Mailtje uit Afghanistan
Drie jaar geleden stonden de velden hier nog vol met opium, nu groeit er alleen nog graan. Afghanistan is nog steeds een grote drugsproducent (zie foto), maar in de provincie Nangarhar is de teelt van opium de laatste tijd sterk afgenomen. Op dit weblog doen Tom Kramer en Cristian Rivier vanuit Afghanistan verslag van hun onderzoek naar de invloed die de drugsbestrijding heeft op het bestaan van Afghaanse boeren. Een oude man klaagt dat hij met de alternatieve gewassen niet genoeg verdient om het hele jaar te kunnen eten. ,,Ons voornaamste probleem is het stomach problem.” Jalalabad, donderdag 11 mei. Het is heet en vochtig in Jalalabad, hoofdstad van de provincie Nangarhar, en de tweede stad van Afghanistan. De stad ligt in een dal aan de rivier de Kabul, en het is hier daarom veel groener dan in andere delen van het land, waar het dor, kaal en erg stoffig is. Jalalabad ligt tevens op een belangrijke handelsroute naar Pakistan, en de lokale markt is bijzonder druk en levendig.De tocht van de hoofdstad Kabul, waar we dinsdag aankwamen, is prachtig, via een smalle pas dwars door een berglandschap. Kapotgeschoten Russische tanks langs de weg herinner ons eraan hoe lang de oorlog hier al aan de gang is.We gaan voor het Transnational Institute (TNI) de impact van drugsbestrijding op het bestaan van arme boeren onderzoeken. De provincie Nangarhar was tot drie jaar geleden een van de belangrijkste opiumproducerende gebieden van het land – in 2003 was het gebied goed voor eenvijfde van de totale oogst van het land. Maar sinds de Afghaanse regering een jihad tegen opium afkondigde, is de teelt hier drastisch afgenomen. Via een internationale NGO bezoeken we een project dat boeren hier probeert een alternative bron van inkomsten te geven.
In een klein dorp in de bergen praten we met zes voormalige opium boeren, bijna allemaal oude mannen met baarden; vrouwen krijgen we nauwelijks te zien. Het voornaamste probleem voor de boeren is armoede. Op de velden in de dalen rondom het dorp, die drie jaar geleden nog vol stonden met opium, groeit nu alleen nog maar graan.
We vragen wat ze vinden van het verbod om opium te verbouwen. „Het is goed voor de internationale gemeenschap, omdat opium slecht is”, zegt een oude boer, die vroeger 80 procent van zijn land met opium poppy verbouwde. „Maar voor mensen zoals ik is verbod slecht. Wij zijn erg arm, en hebben geen andere mogelijkheden om geld te verdienen.”
Het graan dat de boeren in het dorp verbouwen, is niet genoeg om alle monden te vullen. „Sommige van ons hebben maar genoeg om vier tot vijf maanden van het jaar van te eten”, zegt een andere boer. „Ons voornaamste probleem is het stomach problem.” Andere boeren knikken instemmend.
Hoewel sommige NGO’s een begin hebben gemaakt om de boeren alternatieven te geven, is het niet genoeg. Daarnaast er is grote behoefte aan onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid. Velen hebben familieleden die in het buurland Pakistan werken. Sommige families hebben het dorp verlaten, omdat ze geen kans meer zagen te overleven. Een aantal van hen is vertrokken naar meer afgelegen gebieden waarover de regering minder controle heeft, om daar opium te verbouwen.
Op het programma van morgen staat een trip naar dorpen waar boeren nog steeds verbouwen.
Tom Kramer en Cristian Rivier



Abonneer je
vrijdag 16 juni 2006, 13:56 uur
wat eten jullie in aghanistan?????
maandag 4 juni 2007, 17:39 uur
We eten in Afghanistan vaak rijst met vlees en soep met vlees