*

Marjoleine de Vos :: nrc.nl

We weten niet waar we het over hebben

Het is in zekere zin iets moois om door wetenschappelijk onderzoek bevestigd te zien wat je zelf al dacht of vermoedde. Dat we onszelf niet kennen, wist ik, om zo te zeggen, al lang. Je weet dat er dingen in je aan de gang zijn waarop je geen greep kunt krijgen, dat allerlei drijfveren en gevoelens niet alleen niet onder woorden gebracht kunnen worden, maar dat je ook niet weet wat je doen zult in een bepaalde situatie, of verbaasd bent over wat je hebt gedaan of gedacht – zo helemaal niet in overeenstemming met je overtuigingen.

Lees verder »

Een schat aan ervaringen

Een leven kan heel kort samengevat worden. Op de eerste bladzijde van zijn roman Laughter in the dark schrijft Nabokov dat er eens een man leefde in Berlijn die rijk was, „gerespecteerd, gelukkig; op een dag verliet hij zijn vrouw omwille van een jeugdige minnares; hij beminde, werd niet bemind; en zijn leven eindigde in een ramp”.

Dat is het verhaal van het boek, het verhaal van het leven van deze Albinus, en we hadden het daarbij kunnen laten, schrijft Nabokov, een grafsteen met twee jaartallen erop is ook voldoende, maar „details zijn altijd welkom”.

Lees verder »

Het fries van Phidias

‘Ik ben verliefd op een van de kariatiden”, zingt de Griekse zanger Iorgos Papazoglou, „op die ene die ontbreekt.” Op de Akropolis van Athene staan ze, de kariatiden, op een hoek van het Erechteion, maar achter hen is het niet open, zodat ze duidelijk een dak dragen, maar dichtgemaakt met bruine platen, wegens werkzaamheden die al wel jaren lijken te duren.

De vrouwen die daar in weer en wind en luchtvervuiling staan, zijn de echte kariatiden niet, de echte staan in het museum. Behalve die ene die ontbreekt.

Lees verder »

Een kaart zo groot als het gebied

‘Ik heb foto’s van tante R.”, zei mijn moeder. Nu die wilde ik heus wel even zien. Tante R. is een oudtante van mij en een echte tante dus van mijn moeder. Ze is alweer jaren dood – oh alweer zoveel jaren, want de tijd blijkt vooral als je achterom kijkt zo snel gegaan. Dat is de vertekening, denk ik. Een middag kan nog steeds best lang duren, op sommige dagen doe je zoveel dat je gewoon niet begrijpt dat dat allemaal in één dag past, dus dan is er veel tijd, maar kijk je per ongeluk even achterom, dan lijkt het wel of achter je iemand de dagen meteen in vuilniszakken stopt en meegeeft met de ophaaldienst die ze razendsnel naar de stortplaats van het verleden transporteert. Weg.

Lees verder »

Een hoofd vol

Zondagochtend hoorde ik, logerend in een huis ergens op het platteland, kerkklokken luiden. Eerst luister je daarnaar gewoon met het prettige gevoel van zondag en verre kerkklokken, toen vroeg ik me af waar de klokkentoren eigenlijk stond en verbaasde me over de afstand die het gelui aflegde. Dat moet dan wel een echt grote bronzen klok zijn dacht ik, en meteen verscheen de scène uit Andrej Tarkovski’s film Andrej Roebljov in mijn gedachten. Een lange episode waarin we zien hoe de jonge zoon van een klokkengieter voor de heerser een klok gaat laten gieten. Zijn vader is dood, alle klokkengieters zijn dood, in het land heerst de pest, en er is, ik weet werkelijk niet meer waarom, geweldig veel aan gelegen dat er een klok komt. De scène is enorm spannend, je ziet dat er een groot werk verricht moet worden, er wordt een enorme kuil gegraven, er wordt vuur gestookt, het gevaar bestaat dat de klok zal barsten. Dan, dat staat wel vast, gaan ze die jongen ophangen of doodslaan.

Lees verder »

Ontzenuwde emoties

De overweging ging over ‘een zekere persoon’ die tekortschoot in aandacht. Dat wekte ergernis op. Maar wij verwennen haar toch ook niet met aandacht, was de tegenbewering in het eigen hoofd, want men is niet onrechtvaardig. Jawel, zei men tegenzichzelf terug, maar wij vinden haar toch al matig aardig dus ze zou blij moeten zijn met wat ze krijgt in plaats van te mokken om het gebrek aan extra’s. „Na mijzelf voorgehouden te hebben dat die redenering niet de soort van kracht heeft die een onpartijdige buitenstaander zou overtuigen stelde ik vast dat mijn verontwaardiging voortduurde, hoewel verzwakt. Wat ervan over was kon beschreven worden als ontzenuwde verontwaardiging.”

Lees verder »

Na het einde

Verhalen hebben altijd een einde. Dat is misschien wel het meest onwaarschijnlijke eraan – tenzij het einde de dood is natuurlijk, dan klopt het wel. Maar ‘toen leefden ze nog lang en gelukkig’ of ‘en daar is hij door de Amerikanen bevrijd’ of ‘ze is genezen van kanker’ dat zijn allemaal maar zinnen die dienen om een eind te maken aan het vertellen terwijl er nog van alles te vertellen valt.

Maar dat vergeten we graag. Hoe leefde Helena na de val van Troje, hoe Odysseus na zijn thuiskomst? Die verhalen zijn minder bekend en worden minder herhaald. Hoe Menelaos, Helena’s man, toen de Trojanen verslagen waren, op zoek ging naar zijn vrouw om haar te doden. Maar zij opende haar kleed en toonde hem haar borsten, nog altijd mooi, nog altijd de hare. En hij herkende haar als degene die ze voor hem was en doodde haar niet en nam haar mee.

Lees verder »

Lekker kleinschalig

Eigenlijk is het heel raar dat gemeenteraadsverkiezingen opgevat worden als een vorm van nationale opiniepeiling ten aanzien van de landelijke politiek. Je zou denken dat als het er érgens direct toe doet door wie je vertegenwoordigd wordt, het wel in je gemeente is. Landelijk kun je je opwinden over grote standpunten als wel of niet in Afghanistan blijven, integratieproblematiek, rekeningrijden enzovoort. Maar in je gemeente wóón je, daar leef je elke dag, en dan kan het je veel meer schelen of ze wel of niet een kolencentrale vlakbij gaan bouwen, of men het muziekcorps in stand wil houden en hoe er gedacht wordt over de vuilverwerking dan of de partij van je voorkeur op landelijk niveau voor of tegen militaire steun aan Amerika is. Laat ze er liever voor zorgen dat de bibliotheek open blijft, dat het bejaardenzwemmen niet verdwijnt, dat ze in Den Haag horen dat het leven op het platteland met zijn geringe openbaarvervoersdichtheid er wat autogebruik betreft noodzakelijkerwijs heel anders uitziet dan het leven in de Randstad voor ze kilometers gaan heffen.

Lees verder »

Met de beek spelen

In een interview in de Volkskrant benadrukte Antonio Damasio, de neurowetenschapper die populair-wetenschappelijke boeken schrijft over hoe ons zelfgevoel bepaald wordt door reacties in de hersenen, nog maar weer eens hoe kwetsbaar dat zogenaamde ‘zelf’ van ons is, hoe het beïnvloed wordt door koorts, alcohol, veel of juist te weinig suiker enz.

Het is altijd een beetje schokkend om dat tot je door te laten dringen, spreken over een ‘zelf’ of een ‘persoonlijkheid’ lijkt dan nogal onzin.

Lees verder »

De helpende hand

‘Niet dat je het wenst, maar je hebt toch altijd liever dat degene sterft die zich aan je zijde bevindt, […] bij een straatroof, de overval op een winkel, de gijzeling van toeristen, een aardbeving, een explosie, een aanslag, een brand, dat is om het even: je kameraad, je broer, je vader of zelfs je zoon, ook al is het nog een kind. En ook je geliefde, ook je geliefde eerder dan jijzelf.”

Het personage dat dit zegt, in de roman Gif en schaduw en afscheid van de Spaanse schrijver Javier Marías, werkt bij MI6, de Britse geheime dienst, en maakt zich weinig illusies over de menselijke opofferingsgezindheid. Hij gaat nog bladzijden door en verhaalt van mensen die elkaar doodtrappen bij branden in discotheken en theaters, mensen die op een zinkend schip niet wachten tot de reddingsboot vol is, maar hem meteen laten zakken zodat ze zelf snel weg kunnen. Dat is, zegt hij, zoals wij mensen zijn. Redde wie zich redden kan, dat is de waarheid. We doen onszelf geweld aan als we ons anders gedragen.

Lees verder »