<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Marjoleine de Vos</title>
	<atom:link href="http://weblogs.nrc.nl/vos/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://weblogs.nrc.nl/vos</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Tue, 21 Dec 2010 10:37:49 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.1.3</generator>
		<item>
		<title>Bent u op zoek naar de columns van Marjoleine de Vos?</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/12/21/bent-u-op-zoek-naar-de-columns-van-marjoleine-de-vos/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/12/21/bent-u-op-zoek-naar-de-columns-van-marjoleine-de-vos/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 Dec 2010 10:37:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/vos/?p=133</guid>
		<description><![CDATA[Abonnees kunnen deze vinden in de digitale editie en het krantenarchief. U kunt hier (digitaal) abonnee worden.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Abonnees kunnen deze vinden in de <a href="http://nrc.nl/digitaleeditie">digitale editie</a> en het <a href="http://archief.nrc.nl/">krantenarchief</a>. U kunt <a href="http://digitaal.nrc.nl/">hier</a> (digitaal) abonnee worden.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/12/21/bent-u-op-zoek-naar-de-columns-van-marjoleine-de-vos/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Was dit ouderwets, provinciaals?</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/12/10/was-dit-ouderwets-provinciaals/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/12/10/was-dit-ouderwets-provinciaals/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 09 Dec 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjoleine de Vos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/12/10/was-dit-ouderwets-provinciaals/</guid>
		<description><![CDATA[Dat ze de laatste tijd zo vaak, na het lezen van de krant, een beetje bedrukt en angstig is, schreef ze. Ze verbond er een column aan waarin ten strijde werd getrokken tegen van alles en nog wat, tegen gebrek aan vertrouwen vooral. Mensen moeten elkaar vertrouwen. Als het over computers gaat, hebben we altijd [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Dat ze de laatste tijd zo vaak, na het lezen van de krant, een beetje bedrukt en angstig is, schreef ze. Ze verbond er een column aan waarin ten strijde werd getrokken tegen van alles en nog wat, tegen gebrek aan vertrouwen vooral. Mensen moeten elkaar vertrouwen.</p>
<blockquote class="streamer">
<p>Als het over computers gaat, hebben we altijd te maken met kindsoldaten</p>
</blockquote>
<p>Ze pauzeerde even toen ze het schreef en tikte erachteraan: „Ben ik zo onnozel of naïef om te geloven dat de mensen elkaar kunnen vertrouwen?” Retorische vraag. Natuurlijk niet! Onnozel of naïef was zoiets niet, het was toch gebleken dat vertrouwen, waardering, meedenken, dat soort dingen, belangrijk waren. Ze eindigde met zo’n sloganachtige zin die erop neerkwam dat als je je gevoel voor kwaliteit en dus je vertrouwen in het vermogen van mensen om kwaliteit te herkennen verloor, de kwaliteit zelf ook reddeloos was.</p>
<p><span id="more-131"></span></p>
<p>Zo.</p>
<p>Ze zette het stuk in een vorm voor de opinieredactie en deed haar computer uit. Misschien niet haar beste stuk, maar enfin, uit het hart.</p>
<p>Daarna las ik de nieuwe krant. En ik dacht: nee. Wat me angstig maakt, is niet dat de mensen zijn vergeten  wat vertrouwen is. Het is dat ik zelf niet meer zo erg geloof in vertrouwen. </p>
<p>Neem  WikiLeaks, en de reacties daarop. Het platleggen van, bijvoorbeeld, de Mastercard-site. Even los van wie je vindt dat gelijk heeft: het punt is dat mensen die ontevreden zijn met een bepaalde beslissing heel gemakkelijk, anoniem, grote schade kunnen aanrichten.</p>
<p>Ze had daar al vaker televisieprogramma’s over gezien, experts over gehoord, krantenartikelen over gelezen: wat ons bedreigt is, meer misschien nog dan atoombommen, de cybercrime. De eenvoudige mogelijkheid om, zoals een computernerd in <em>De Wereld Draait Door</em> uitlegde, „een gemiddeld klein land” plat te leggen. In korte tijd. Met een handjevol mensen. Zoals we de mensen kennen, vinden ze dat ‘leuk’ .</p>
<p>Als het over computers gaat, hebben we altijd te maken met kindsoldaten – de allerjongsten, de zestienjarigen, de kinderen zonder levenservaring, maar met een brein dat al op volle toeren draait, de leeftijden die extreem vatbaar zijn voor wereldverbeterende ideeën en die tegelijkertijd van alles en nog wat nog kunnen opvatten als een spel, dat zijn nu net degenen die het handigst zijn met inbreken in computers, aanvallen uitvoeren, sites platleggen, landen platleggen.</p>
<p>Ze keek vol walging naar de column die ze zojuist had geschreven. Die was, ze kon niet anders zeggen, <em>old school</em>.  Haar angst werd niet voornamelijk veroorzaakt door het uit het oog verliezen van zoiets als ‘vertrouwen’ of ‘fatsoen’, maar doordat alles wat zij, ‘mensen van haar soort’, tegen dit alles hadden in te brengen, overduidelijk van geen enkele betekenis meer was.</p>
<p>Heb ik het zo beter opgeschreven? Het is waar, maar misschien is het een typisch ouderegeneratiegevoel, en moet ik er op mijn 53ste maar aan wennen dat ik echt van een oudere, voorbije generatie ben. Het is waar dat ik steeds vaker het gevoel heb dat ik de taal niet meer spreek. Dat mijn taal een voorbije taal is, een dode taal zelfs. Dat dingen opschrijven als dat ‘belangeloosheid’ zoiets moois is – ja, ik vind dat, ja, ik geloof erin dat als je mensen een beetje de ruimte geeft en enige verantwoordelijkheid, dat ze dan tot betere prestaties komen – helemaal niet meer aansluit op wat er aan de hand is.</p>
<p>Voelde ze zich daarom tegenwoordig elk weekend na het lezen van de krant zo bedrukt? Omdat de nieuwe wereld  bestaat uit duizend meningen die allemaal worden uitgeschreeuwd op internet, omdat de nieuwe wereld bestaat uit een vereniging van zulke meningen die zichzelf zó veel gelijk geeft dat ze „een gemiddeld klein land” voor de grap, uit onvrede, om het eens te proberen, plat kan leggen?</p>
<p>Ik woon in zo’n land. Ik loop in Amsterdam over straat in de vroege schemering en ik zie een fiets in het rek staan waarvan iemand het achterlicht heeft laten branden. Zonder erbij na te denken zoek ik het knopje van dat achterlichtje en druk ik het uit. Zo, dan heeft die persoonmorgen  tenminste ook nog licht. Dan denk ik ineens: was dit ouderwets? Provinciaals?</p>
<p>Welnee, denkt ze nu geërgerd, niet pathetisch doen. Ieder normaal mens zou dat doen. Je bent echt niet de laatste op aarde die gewone dingen belangrijk vindt, hoor.</p>
<p>Ik moet niet bang zijn. Alles wordt anders, maar als je altijd hebt gepropageerd dat we een beetje vertrouwen in de mensen moeten hebben, dan…</p>
<p>Ze onderbreekt me. Je weet best, zegt ze,  dat als mensen anoniem een gevoel van macht kunnen verwerven, ze het niet zullen laten. Macht betekent onder meer dat je dingen en mensen kapot kunt maken.</p>
<p>Dat vind ik dan weer erg pessimistisch. Maar het gevoel blijft. De mijne is een oude taal. Een dode taal.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/12/10/was-dit-ouderwets-provinciaals/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Goodwill voor vergif</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/11/26/goodwill-voor-vergif/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/11/26/goodwill-voor-vergif/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 25 Nov 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjoleine de Vos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/11/25/goodwill-voor-vergif/</guid>
		<description><![CDATA[De nacht is donker en zal, als ik eenmaal het dorp uit ben met het irritante licht van de door Essent de hele nacht brandend gehouden lantaarns, werkelijk zwart over me heen vallen, denk ik terwijl ik het donker in fiets. Ik neurie maar vast wat Ede Staal: „totdat de nacht van ’t Hogelaand, ’n [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>De nacht is donker en zal, als ik eenmaal het dorp uit ben met het irritante licht van de door Essent de hele nacht brandend gehouden lantaarns, werkelijk zwart over me heen vallen, denk ik terwijl ik het donker in fiets. Ik neurie maar vast wat Ede Staal: „totdat de nacht van ’t Hogelaand, ’n Donker klaid over ons legt”.</p>
<blockquote class="streamer">
<p>Je wilt niet geloven dat je eigen regering je gezondheid en de Waddenzee heeft verkwanseld aan de industrie  </p>
</blockquote>
<p>Maar het wordt niet echt donker. En als ik de weg af ben gefietst en op de brug sta zie ik waarom.</p>
<p><span id="more-130"></span></p>
<p>Daar, op de horizon, zijn angstaanjagende dingen te zien. Links, naar het noorden, brandt fel wit en rood licht. Ten oosten daarvan een verblindende zee van wit licht.</p>
<p>Daar was nooit iets te zien. Daar is de Waddenzee, de Eemsmond, daar wonen de zeehonden, daar klotsen de golven. Daar ligt de Eemshaven.</p>
<p>En daar bouwen Nuon en Essent, Essent als onderdeel van het grotere Duitse bedrijf RWE, kolencentrales.</p>
<p>Dat licht, dat hier 12 kilometer verderop het donker om zeep heeft gebracht, is nog maar het begin. Onzichtbaar, onruikbaar, maar naar te vrezen valt niet onvoelbaar, zullen de bouwwerken ook nog iets anders gaan verspreiden: CO2. In grote, zeer grote, zeer giftige hoeveelheden.</p>
<p>Licht en gif. Wat kan het schelen. Hier in het noorden van het land wonen toch niet zoveel mensen en de meeste mensen die er wonen zijn arm. Dat was laatst nog in het nieuws: Pekela is de armste gemeente van Nederland. Dat is wat meer in Oost-Groningen, daar zien ze de lichten van Delfzijl over de donkere akkers, maar de CO2 zal ze gerust weten te bereiken.</p>
<p>Maar die CO2 wordt toch ‘afgevangen’? Kolencentrales zijn tegenwoordig toch zo schoon als je eigen douche?</p>
<p>Ik heb het een poosje nog geloofd ook. Omdat je gewoon níet wilt geloven dat je eigen regering doodleuk je gezondheid, het milieu, het werelderfgoed dat de Waddenzee is, verkwanseld heeft aan de industrie.</p>
<p>Maar het is natuurlijk wel zo. Nederland zal, als straks de vijf geplande kolencentrales draaien (waarvan twee in de Eemshaven), een 9 procent hogere uitstoot van broeikasgassen hebben dan in 2006. Niks geen reductie van 20 procent in 2020 zoals het kabinet zo vroom zegt van plan te zijn. En ook geen volgens het Kyoto-verdrag verplichte reductie van 6 procent in 2012, maar juist een (over)stijging.</p>
<p>En dat ‘afvangen’, dat is nog nergens ter wereld vertoond. Dat is een theoretische mogelijkheid, die, als ze al in de praktijk zou werken, ongelooflijk veel geld gaat kosten, en dat geld zal van subsidies moeten komen want anders heeft Essent er geen zin in – een woordvoerster zei dat laatst nog onomwonden tegen <em>Vrij Nederland.</em></p>
<p>Intussen kweekt Essent/RWE, ook dat zocht <em>Vrij Nederland</em> uit, goodwill in de regio door de zeehondencrèche in Pieterburen te steunen en ja, dat lukt, Lenie ’t Hart kan zich ineens ‘niet voorstellen’ dat kolencentrales giftige stoffen in zee lozen. En dat de bestaande vaargeulen in de Waddenzee diep worden uitgegraven, met alle gevolgen voor de bodem en de flora en fauna van de Waddenzee, daar ligt ze blijkbaar ook niet meer wakker van.</p>
<p>FC Groningen krijgt geld van de energiebedrijven, zomaar, helemaal voor niks. <em>Goodwill.</em></p>
<p>Goodwill om het klimaat te mogen verpesten, het milieu te schaden, Nederland tot boven de Kyoto-norm op te stoten, de nacht te verlichten, de mensen te vergiftigen.</p>
<p>Je zou zeggen: daar is wel héél veel goodwill voor nodig. Maar het gebeurt allemaal maar stilzwijgend.</p>
<p>Toen ik in Groningen kwam te wonen, zes jaar geleden, viel me op hoe innig verknocht de mensen er aan hun omgeving waren. Waar je ook kwam, overal sprak je wel iemand die de lof zong van de ruimte, de rust, de luchten, de stilte. En terecht: iedereen denkt dat er in Noord-Groningen niets is, en dat moeten ze vooral blijven denken, dan genieten wij hier van de stilte, de 12de-eeuwse  kerken op hun tweeduizend jaar oude wierden (terpen noemen ze dat in Friesland), van hoe ver je hier kijken kunt, van de geur van het wad en de omgeploegde kleischollen die nu in november liggen te glimmen in de regen.</p>
<p>Het is hier niet rijk aan geld – en dat wil Den Haag blijkbaar graag zo houden want een snelle treinverbinding naar het noorden was te veel gevraagd – maar het is, of moet ik al zeggen: was, hier rijk aan andere waarden. Aan dat wat mensen gelukkig maakt met hun bestaan.</p>
<p>Maar nu staan die centrales daar helverlicht te grommen. Ze willen gaan werken, ze vragen om kolen, kolen, kolen!</p>
<p>Nog is het niet te laat. Nog kan Nuon besluiten om geen kolen te stoken in de centrale die op verschillende brandstoffen gaat werken, nog kan Essent besluiten dat het niet doorgaat.</p>
<p>Nog kan onze overheid iets doen.</p>
<p>Niet alleen voor vogels en vissen en donkere nachten. Voor de eigen inwoners. Voor Europa. Voor het milieu. Voor de aarde.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/11/26/goodwill-voor-vergif/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>16</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Alles is weg</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/11/12/alles-is-weg/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/11/12/alles-is-weg/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 11 Nov 2010 23:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjoleine de Vos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/11/12/alles-is-weg/</guid>
		<description><![CDATA[‘Dit nemen ze ons niet meer af”, zei hij. Het klonk enigszins dreigend, alsof er een gerede kans bestond dat wij alleen maar zouden hebben wat we zojuist meegemaakt hadden, deze nacht, die ze ons niet meer af zouden nemen. Tegelijkertijd klonk het opwindend beloftevol: dit was onvergetelijk geweest, deze nacht zouden we altijd in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>‘Dit nemen ze ons niet meer af”, zei hij. Het klonk enigszins dreigend, alsof er een gerede kans bestond dat wij alleen maar zouden hebben wat we zojuist meegemaakt hadden, deze nacht, die ze ons niet meer af zouden nemen. Tegelijkertijd klonk het opwindend beloftevol: dit was onvergetelijk geweest, deze nacht zouden we altijd in ons omdragen, als een bezit.</p>
<p>Ik kan de kamer nog voor me zien, ik trok een rieten rolgordijn op, hij keek naar me en sprak die woorden.</p>
<p>Dertig jaar geleden.</p>
<p><span id="more-128"></span></p>
<p>Van die nacht weet ik niets meer. Ik herinner me alleen het moment van die bewering dat ‘ze’ ons ‘dit’ niet meer afnamen.</p>
<p>‘Ze’ hebben het ons mooi wel afgenomen. Ze hebben er weer lekker met het vlakgom van de tijd overheen zitten te poetsen en alleen per ongeluk dit ene zinnetje laten staan. De rest is weg. Vergeten.</p>
<p>En het is ook niet zo dat de rest er ‘eigenlijk’ nog zit, maakt Douwe Draaisma duidelijk in zijn onlangs verschenen <em>Vergeetboek</em>. Dat is een fantasie die iedereen wel graag onderhoudt, dat je ‘eigenlijk’ niets vergeet en dat alles nog ergens opgeslagen ligt op de rommelzolder van het geheugen, het is alleen zaak erbij te komen.</p>
<p>Dat we dat denken, zegt Draaisma, heeft te maken met de metaforen die we gebruiken. Denk je aan het geheugen als aan een archief, dan veronderstel je dat sommige mappen wat achteraf zijn komen te liggen, onder het stof geraakt zijn, misschien verkeerd opgeborgen – maar ze zijn er nog wel. Kwestie van goed speuren.</p>
<p>Maar het geheugen is geen archief. Tegenwoordig spreken we liever over een harde schijf – computermetaforen liggen nu geweldig voor de hand. Vroeger kreeg je altijd een telefooncentrale te zien als er iets uitgelegd werd over het brein, dan zag je telefonistes met allerlei stekkertjes in de weer en zo verbindingen tot stand brengen. Zo ongeveer moesten we ons ons brein ook voorstellen. Nu is het brein eerder een computer, met een harde schijf waarvan dingen gewist kunnen worden, of overschreven.</p>
<p>Het brein is geen computer, het bestaat uit zacht weefsel dat zich steeds weer vernieuwt, er liggen nergens pakketjes herinneringen.</p>
<p>Waarom lijkt het eigenlijk zo aantrekkelijk, een absoluut geheugen? Omdat het zo’n rijkdom zou zijn. Je zou je in je herinneringen kunnen begeven en daar zou je alles aantreffen wat je maar wilde, en je zou het eens opnieuw kunnen bekijken, zoals speelgoed uit je kindertijd of een plotseling opgedoken brief: ach, was dat zó!</p>
<p>Zo ongeveer stel je het je voor. Niets zou je afgenomen kunnen worden.</p>
<p>De hoofdpersoon van Camus’ <em>L’étranger</em> zit in de gevangenis en verveelt zich verschrikkelijk, tot hij leert om te herinneren. Hij stelt zich zijn kamer thuis voor, heel nauwkeurig. Per dag herinnert hij zich meer, een kleine barst in een kom, een afgebroken hoekje van een kast – waar hij eerst in een uur zijn kamer doorgelopen was, heeft hij er na een poos een paar uur voor nodig. „Toen heb ik begrepen dat een mens die niet meer dan één dag zou leven, zonder moeite honderd jaar in de gevangenis zou kunnen leven.”</p>
<p>Je herinnert je vaak meer dan je denkt als je je in je herinneringen begeeft. Als je jezelf eenmaal in de huiskamer van toen je negen was, hebt neergezet, dan komen daar ook de houten stoelen weer tevoorschijn, de gordijnen met hun grappige motiefjes, het behang met papyrusmotief, het uitzicht vanaf het balkon. Alles is er nog!</p>
<p>Jorge Luis Borges, de Argentijnse schrijver, stelde zich eens voor dat alles er werkelijk nog zou zijn, in een verhaal over een negentiende-eeuwer die een absoluut geheugen had. Het was verschrikkelijk. „Hij kende de vormen van de zuidelijke wolken in de ochtendstond van dertig april achttienhonderd tweeëntachtig en kon ze in zijn herinnering vergelijken met de aders in de gemarmerde leerbekleding van een boek dat hij maar één keer had gezien […] Hij was de eenzame en lucide aanschouwer van een veelvormige, kortstondige en bijna ondraaglijk nauwkeurige wereld.”</p>
<p>Alle samenhang verdwijnt uit de wereld als alles onthouden wordt. Het gezicht van je vriendin twee jaar geleden is een ander gezicht dan haar gezicht nu, zelfs haar gezicht van een uur geleden is niet dat wat je nu ziet en al die gezichten moet je onthouden.</p>
<p>Het is wonderlijk eigenlijk, dat vergeten zo laag in aanzien staat en herinneren zo hoog. We hebben het vergeten nodig om te kunnen leven, we zouden anders gek worden, maar we verontschuldigen ons altijd voor vergeten, nooit voor herinneren. Al zeggen we soms wel tegen elkaar: „Je moet dat vergeten.” Nare dingen, gaat het dan over. Die moet je vergeten.</p>
<p>De wil heeft er alleen weinig bij in te brengen. Ja, wel bij het uit je hoofd leren van onregelmatige werkwoorden of juist expres niet opletten, maar het autobiografische geheugen lijkt nogal lukraak te werk te gaan. De dingen die je best zou willen vergeten, ben je dus niet vergeten, anders kon je zoiets niet zeggen. En alles wat je graag precies zou hebben willen onthouden, is juist door het vergeten aangetast. Je onthoudt maar gebrekkig. Je eigen kamer, de diepvertrouwde voorwerpen daar, ja, dat gaat wel. Maar de aanblik van de tuin in de zomer als het geen zomer is, het gesprek met vrienden om de tafel, die ene nacht in 1980 die zo onvergetelijk was, die ons nooit meer afgenomen kon worden – weg.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/11/12/alles-is-weg/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>9</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ze houden niet van verveling</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/29/ze-houden-niet-van-verveling/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/29/ze-houden-niet-van-verveling/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 28 Oct 2010 22:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjoleine de Vos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/29/ze-houden-niet-van-verveling/</guid>
		<description><![CDATA[Ik ben classicus, ik draag een bril en ik heb ‘Wikipedia-lemmata’ over Kaváfis en Marinetti ‘diepgaand’ bestudeerd, schreef Arjen van Veelen afgelopen weekend in Opinie &#38; Debat. Ondanks deze kwalificaties vindt hij Oh oh Cherso leuker dan het radioprogramma Senneroog waarin schrijvers, filosofen en acteurs verslag doen van hun ervaringen tijdens een eenzaam verblijf op [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Ik ben classicus, ik draag een bril en ik heb  ‘Wikipedia-lemmata’ over Kaváfis en Marinetti ‘diepgaand’  bestudeerd, schreef Arjen van Veelen afgelopen weekend in Opinie <em>&amp; Debat. </em>Ondanks deze kwalificaties vindt hij <em>Oh oh Cherso</em> leuker dan het radioprogramma <em>Senneroog </em>waarin schrijvers, filosofen en acteurs verslag doen van hun ervaringen tijdens een eenzaam verblijf op een eilandje in het Lauwersmeer. „Maakt mij dat barbaar?”</p>
<p>Van Veelen wil duidelijk maken dat je van oppervlakte en van diepte tegelijk kunt houden: hij heeft „gehuild bij dansvoorstellingen”.  </p>
<p><span id="more-126"></span></p>
<p>Omdat hij niet alléén maar van hogere cultuur houdt, wil hij zich niet inzetten voor het behoud van subsidie voor de kunsten. „De culturele elite”, schrijft hij, „moet zich eerst maar eens afvragen wat beschaving tegenwoordig eigenlijk is”.</p>
<p>Heeft hij een of ander gelijk? Ondanks die Wikipedia-lemmata en de melige veronderstelling dat een bril je al behoorlijk intellectueel maakt?</p>
<p>Om Oh oh Cherso op te voeren als een voorbeeld dat beschaving overal is, gaat wel een beetje ver. In Oh Oh Cherso, voor wie dat niet weet, verblijft een groepje Hagenezen, vier jongens en vier meisjes, in een vakantievilla in Chersonissos op Kreta en dat betekent: uitgaan, drinken en seks. </p>
<p>Het is oppervlakkig en dom, maar volstrekt oprecht. Je ziet een soort leven en een soort gedrag dat je anders, als brave bewoner van cultureel Senneroog, nooit te zien krijgt en dat niet anders dan verbazingwekkend genoemd kan worden. Zó leven ze dus, onze Hagenezen, en met hen heel veel andere jongeren.</p>
<p>Het heeft maar zijdelings te maken met wat wij beschaving noemen, en het idee dat je tegen een van die jongens en meisjes zou beginnen over een symfonieorkest of zelfs over het Wikipedia-lemma over Kaváfis is zo totaal krankzinnig dat je er bijna bang van wordt. Het zou ze schaapachtig gelach ontlokken en achter hun hand, of niet eens, zouden ze iets zeggen over wat ze liever deden en dan gingen ze dat vervolgens ook weer doen.</p>
<p>Het is niet voor niets dat juist in culturele kringen er zoveel over dat programma gepraat en geschreven wordt. ‘Wij’ hebben het gevoel dat we barbaren in beeld krijgen daar, we kijken bijkans antropologisch. Maar intussen zijn het ook mooie jonge mensen en spat de vrolijkheid ervan af  – ook leuk om te zien dus. Een prettige pauze van de wereld van kunst en cultuur die we al zo lang niet alleen moeten belichamen maar ook verdedigen. Want er is al heel lang iets aan de hand.</p>
<p>Met de komst van internet is er veel meer veranderd dan alleen maar een grotere toegang tot informatie en diensten. Er heeft een culturele revolutie plaatsgevonden. Het heilige culturele rijk is onder de voet gelopen door de barbaren. </p>
<p>Hoe dat in z’n werk is gegaan en hoe we ons die barbaren moeten voorstellen beschrijft Alessandro Baricco in zijn boek  <em>De barbaren</em>, een essay dat in afleveringen in de Italiaanse krant <em>la Repubblica</em> verscheen. Het is een interessante poging om van afwijzen op te schuiven naar begrijpen. Wat niet hetzelfde is als waarderen. Niet dat onze waardering  ertoe doet: Baricco laat zien dat wat er grotendeels al gebeurd is, de ‘ontheiliging’ van allerlei culturele bolwerken, een onomkeerbare verandering is. </p>
<p>Wat er veranderd is, is het idee dat ‘verdieping’ en ‘inspanning’ prettig zijn en iets opleveren wat waardevol is. De barbaren, zegt Baricco, zijn niet op zoek naar diepte. Die houden van oppervlakte, die houden van beweging. Ze zoeken net als ‘wij’ betekenis, maar ze vinden die niet ergens in de diepte, maar in de snelle aaneenschakeling van verschillende elementen tot een betekenisvolle sequentie. Ze houden niet van stilstand. Stilstand verveelt ze meteen. Ze geloven niet in verveling.</p>
<p>In de musical <em>De kleine parade </em>(1969) waarin de spot wordt gedreven met een inmiddels al lang in het duister verdwenen klasse, die van de niet-werkende adel, zingen de door de oprukkende democratisering in het nauw gedreven freules en jonkers: „Wij zullen de vooruitgang verslaan, door niet vooruit te gaan, maar gewoonweg stil te blijven staan.”  </p>
<p>Dat gezang lijkt nu soms ook op te klinken.</p>
<p>Dat het geen zin heeft om stil te blijven staan, wil niet zeggen dat er niets te redden of te verdedigen valt, dat alles maar overgelaten moet worden aan de alles veranderende (verwoestende!) barbaren. Het betekent ook niet dat je jezelf als een soort geuzennaam de titel ‘barbaar’ moet toekennen en dan moet zeggen: jullie zoeken het maar uit met je cultuur, ik red me wel. Zoals Van Veelen laconiek schreef: „Kunst is een come-back kid.”  Dan zullen er een paar orkesten verdwijnen. Nou en.  </p>
<p>In zijn boek <em>Waiting for the Barbarians</em> voert J.M. Coetzee een magistraat op van een stad op de grens van een groot rijk en het land van de barbaren. De barbaren worden door ‘het Rijk’ en zijn stadgenoten verafschuwd, maar de magistraat  gaat zich in hen verdiepen. Hij probeert hun geschiedenis te achterhalen, hij probeert contact met hen te krijgen. Zij op hun beurt zijn totaal niet in hem geïnteresseerd. Zijn gedrag  levert hem de minachting en de afkeer van beide partijen op. Toch blijft hij, op een bibberige manier, geloven in zijn waarden. En in zekere zin redt hij die ook, zij het niet ongeschonden. </p>
<p>Beschaving betekent niet dat iedereen naar klassieke muziek moet luisteren. Wel dat je in sommige dingen moet blijven geloven – wat Barbie en Sterretje en, veel erger, onze politieke vertegenwoordigers daar ook van vinden.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/29/ze-houden-niet-van-verveling/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Maatschappelijk relevant – wie zei dat ook alweer?</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/15/maatschappelijk-relevant-%e2%80%93-wie-zei-dat-ook-alweer/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/15/maatschappelijk-relevant-%e2%80%93-wie-zei-dat-ook-alweer/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 14 Oct 2010 22:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjoleine de Vos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/15/maatschappelijk-relevant-%e2%80%93-wie-zei-dat-ook-alweer/</guid>
		<description><![CDATA[Het college over het indirect object en de moeilijkheden rond de definitie van deze grammaticale eenheid was heel boeiend geweest en sommigen van ons keken met verlangen uit naar tot het volgende college. Maar toen stak een studente haar hand op: „Wat is eigenlijk de maatschappelijke relevantie van dit soort colleges?” vroeg ze op die [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Het college over het indirect object en de moeilijkheden rond de definitie van deze grammaticale eenheid was heel boeiend geweest en sommigen van ons keken met verlangen uit naar  tot het volgende college.  Maar toen stak een studente haar hand op: „Wat is eigenlijk de maatschappelijke relevantie van dit soort colleges?” vroeg ze op die zeurderige, verongelijkte toon die veel studenten destijds, we spreken over zo’n dertig jaar geleden, bezigden. En ja hoor, daar gingen we weer, de zoveelste discussie over ‘maatschappelijke relevantie’ versus ‘waardenvrije wetenschap’.</p>
<p><span id="more-125"></span></p>
<p>Het was toen een links stokpaardje: maatschappelijke relevantie. Studenten die erin geloofden, wilden altijd direct weten wat de zin van wetenschappelijk onderzoek was voor de maatschappij. Ze wilden onderzoek zien naar toen populaire onderwerpen als leesachterstand bij arbeiderskinderen, of resultaten waarmee arme boeren in Peru geholpen konden worden. Het viel ze moeilijk aan het verstand te brengen dat een universiteit niet per se een wereldverbeterende instelling hoeft te zijn die kant-en-klare producten verkoopt. Dat veel onderzoek gedaan wordt om de kennis te vergroten, om te kijken hoe iets werkt, om een vraag te beantwoorden, en dat de maatschappelijke relevantie daarvan dan later wel zal blijken, of niet. Menig belangrijke ontdekking is per toeval gedaan, als bijproduct van een ander onderzoek, uit nieuwsgierigheid. Vele ook niet natuurlijk – soms hebben mensen jaren- en jarenlang gezocht naar de mogelijke antwoorden op hun vragen. Jaren waarin ze niet steeds zijn lastiggevallen door types die maatschappelijke relevantie eisten en wel nu.</p>
<p>Hoe de tijden veranderen. Nu is maatschappelijke relevantie, ronduit ‘maatschappelijk nut’ geheten, alweer jarenlang een rechts onderwerp. Al lang niet meer ten gerieve van arme boeren in Peru, maar gewoon ten behoeve van onze eigen economie. Kun je er geld mee verdienen? Dat is de vraag die aan fatsoenlijk onderzoek gesteld moet kunnen worden. </p>
<p>De universiteiten en onderzoeksorganisaties zelf zijn daar ook in gaan geloven – zij stuurden van de week een brief dat wetenschapsbeleid niet langer onder het ministerie van Onderwijs moet vallen maar onder het ministerie van Landbouw – nee niet tóch wegens die Peruaanse boeren, maar omdat landbouw er ook ‘innovatie’ bij heeft gekregen. En wetenschappelijk onderzoek is innoverend. Het Rathenau Instituut heeft een methode ontwikkeld om het maatschappelijk nut van onderzoek te  meten en Jos van Engelen, voorzitter van de NWO, de financier van wetenschappelijk onderzoek, zegt het ronduit: „Onderzoek doen en de praktische toepassing ervan zijn één.” </p>
<p>Kennisvermeerdering op zichzelf is niets. Je moet meteen weten wat je eraan hebt.</p>
<p>Daar zijn ze weer. De ‘nou en?’- hoofden. Is na uitvoerig onderzoek gebleken dat de versstructuur van het boek Job heel anders is dan altijd gedacht? Nou en?</p>
<p>De universiteiten denken in zo’n brief liever niet aan de humaniora – daar denkt sowieso niemand meer aan. Dat is allemaal leuk als het ons economisch voor de wind gaat, maar nu is het alle hens aan dek en verkopen dat onderzoek. Niet een potje gaan zitten frummelen met een zo goed als onleesbaar geworden handschrift in een dode taal, of uitzoeken op welke bronnen een Engelse dichter zich baseerde en wat voor licht dat werpt op zijn werk – dat is geen onderzoek.  Wat moet het ministerie van Landbouw daarmee, zeg nu zelf. </p>
<p>Universiteiten moeten resultaten leveren: veel direct inzetbare diplomadragers. Ze worden per geslaagde student betaald – geen wonder dat er bij  Hogeschool INHolland gesjoemeld wordt met examencijfers. Er wordt vast wel meer gesjoemeld met cijfers, niet eens expres, maar gewoon omdat de druk om zoveel mogelijk mensen te laten slagen hoog is. </p>
<p>En dan intussen maar over ‘topinstituten’ zaniken.</p>
<p>Snel en goedkoop, dat is de mooiste weg. We moeten ook topkunst en toporkesten hebben, maar de musici hoeven niet eerst opgeleid te worden, die moeten als Aphrodite uit het schuim verrijzen, kant en klaar.</p>
<p>Het idee dat iets om zichzelfs wille zou plaatsvinden, wordt regelrecht lachwekkend gevonden. Daar kan de schoorsteen niet van roken.</p>
<p>Toch willen mensen van alles en nog wat doen om niet, als ze maar gemotiveerd zijn. Geef ze een beetje zelfstandigheid en ze werken tien keer beter dan als je ze in een strak keurslijf managet. Geef ze een doel of een  motivatie en ze zetten zich in. Zie projecten als Wikipedia – hoeveel mensen besteden daar niet hun tijd aan, gratis? En hoeveel mensen doen niet allerlei moeilijke en tijdrovende dingen alleen maar omdat ze het leuk vinden: een muziekinstrument bespelen, Russisch leren, archeologische onderzoekingen. </p>
<p>Als je daaraan denkt, is het een beetje gek om subsidie voor kunst en cultuur als een linkse hobby te zien, of als een manier om welgestelden goedkoop naar de opera te laten gaan. Voor veel mensen betekenen zulke dingen een verrijking, en meer dan dat, een deel van de zin van hun leven, waarzonder ze zich een stuk minder goed zouden voelen – en dat heeft dan wel weer maatschappelijke gevolgen. </p>
<p>Merkwaardig dat de universiteiten zo lekker meepraten met het ‘alles is uitdrukbaar in geld’-denken. Hoewel: ze moeten wel, want ze krijgen alleen geld als ze hun onderzoek kunnen verkopen. </p>
<p>Niet dat er iets tegen is dat verkoopbaar onderzoek door de universiteiten te gelde wordt gemaakt. Maar er is wel iets tegen als een universiteit alleen nog maar dient om ‘hoogopgeleiden’ te produceren en maatschappelijk nuttig onderzoek. Je haalt, door alles om te zetten in geld en nut, iets weg uit de wereld dat een belangrijke motor is: voldoening. Een gevoel van zinvolheid. Dat willen ideologen nog wel eens vergeten, of ze nu van links of van rechts komen.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/15/maatschappelijk-relevant-%e2%80%93-wie-zei-dat-ook-alweer/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Alles verdraagt ze, alles gelooft ze</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/01/alles-verdraagt-ze-alles-gelooft-ze/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/01/alles-verdraagt-ze-alles-gelooft-ze/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 30 Sep 2010 22:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjoleine de Vos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/01/alles-verdraagt-ze-alles-gelooft-ze/</guid>
		<description><![CDATA[Op de weg staat een vrouw. Achter haar, dicht tegen haar aan, staat haar hond. Hij gluurt om haar kuiten heen naar een grote, loslopende hond die hem kennelijk nogal ontzag inboezemt. De vrouw spreekt tegen haar hond, ze stelt hem gerust, ze blijft bij hem staan als hij en de grote elkaar besnuffelen en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Op de weg staat een vrouw. Achter haar, dicht tegen haar aan, staat haar hond. Hij gluurt om haar kuiten heen naar een grote, loslopende hond die hem kennelijk nogal ontzag inboezemt. De vrouw spreekt tegen haar hond, ze stelt hem gerust, ze blijft bij hem staan als hij en de grote elkaar besnuffelen en hij daarbij kleine schriksprongetjes maakt. De vrouw houdt van haar hond, dat zie je. En de hond vertrouwt haar, dat zie je ook.</p>
<p>Soms worden de dieren ons wel ten voorbeeld gesteld. Dat je zo zou moeten leven als zij: vanzelfsprekend. Niet vragen naar de zin van alles, niet piekeren over het schandaal van de dood, tevreden zijn als je genoeg te eten hebt, als je de warmte van de zon voelt, in gezelschap bent van soortgenoten –  wanneer je zo’n soort dier bent. </p>
<p><span id="more-124"></span></p>
<p>Dieren hoeven geen groter fornuis of een elektrische fiets of dure dingen waar ze nooit aan gedacht hadden tot de Bijenkorf ze tijdens de Drie Dwaze Dagen in de aanbieding deed. Ze vervelen zich niet. Het lijkt net of ze heel gemakkelijk gelukkig zijn.</p>
<p>Dat komt, schrijft Milan Kundera in <em>De ondraaglijke lichtheid van het bestaan</em>, dat ik onlangs herlas, omdat de dieren niet uit het paradijs verdreven zijn. Ze hebben geen lineaire tijdsrekening die hen ertoe drijft steeds iets anders te willen. Geluk, schrijft hij, is het verlangen naar herhaling.</p>
<p>Dat geluk kun je een huisdier makkelijk geven. Met mensen is dat heel wat moeilijker. Die willen niet steeds herhaling, die zijn niet tevreden met het leven zoals het is, die vragen zich af of de ander hen wel goed behandelt, wel genoeg van hen houdt, zich wel zo gedraagt als zij graag zouden willen.</p>
<p>Als ze van een dier houden, stellen ze zulke vragen niet. Daarom vindt Kundera dat de liefde van mens tot dier beter is dan die van mens tot mens. Niet groter, maar beter, want onzelfzuchtig.  Van een ander eisen we van alles „in plaats van ons zonder eisen aan hem over te geven en om niets meer te vragen dan zijn gezelschap”.  </p>
<p>Niets meer vragen dan iemands gezelschap. Dat is niet zo makkelijk. Het wordt ons vaak voorgehouden als het hoogste liefdesideaal: niets vragen, niets verlangen. De Bijbel zegt het al, in een van de allerberoemdste passages, de brief van Paulus aan de Korinthiërs: „De liefde (…) Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.”</p>
<p>Ga er maar aan staan. Is dat wel, menselijkerwijs gesproken, een zinvol ideaal? Nietzsche wilde dat we het lot op die manier lief zouden hebben: amor fati. Heb het leven onvoorwaardelijk lief. En het is ook eigenlijk wel raar om van iemand te zeggen: ik hou van hem, maar – en dan komen er voorwaarden. Hij moet wel trouw zijn, wel om mij denken, om mij geven, luisteren naar wat ik zeg, doen wat ik vraag.</p>
<p>Ik, ik, ik. Dan is onze omgang met het dier inderdaad beter. Daar vragen we dat allemaal niet van.</p>
<p>Filosofe Patricia de Martelaere schreef eens dat als je voorwaarden stelt, aan het leven, aan de ander, dat je dan eigenlijk niet van het leven of van de ander houdt. Zeggen: dit vind ik wel de moeite waard om in ere te houden, dat niet – dat is geen liefde. Dat is een vorm van zelfbevrediging.</p>
<p>Dat is wel streng. Maar vaak lijkt het zinvol om een ideaal te stellen dat hoger ligt dan we kunnen leven. Als je zegt: ‘wij zijn tolerant’, ‘wij zijn solidair’, dan is dat misschien niet waar, maar dan gedragen we ons toleranter en solidairder dan wanneer we zeggen: we vinden zulke dingen niet belangrijk. Onbereikbare idealen geven richting aan het leven en aan gedrag.</p>
<p>Beweren dat liefde onvoorwaardelijk moet zijn, maakt ons wellicht minder zelfzuchtig. Maar het is wel een krankzinnig moeilijke opgave.</p>
<p>Als je een ander net zo makkelijk gelukkig kon maken als een huisdier, gewoon door voor regelmaat, herhaling en aanwezigheid te zorgen, zou liefde dan niet veel makkelijker zijn? Want dat is geloof ik wel iets wat liefde echt graag wil: de ander gelukkig of op zijn minst tevreden zien. Als dat om een of andere reden niet lukt, of niet mogelijk is door ziekte of narigheid, dan verdubbelen we onze inspanningen. Maar als het blijft mislukken en iemand niet meer tevreden wordt, dan wordt de liefde ernstig op de proef gesteld. </p>
<p>In de schitterende sterfscène van de hond in Kundera’s roman zie je hoe tot het laatst de liefde van zijn bazen wordt aangeblazen door zijn reacties: hij ziet ze, hij herkent ze. Wederkerigheid, dat is misschien wel altijd onze voorwaarde. </p>
<p>Maar hoe dan met het leven, dat helemaal niet van ons houdt, dat er gewoon is? Daarvoor dient dan misschien de religie, de voorstelling van een wezen achter al die onverschilligheid, een instantie die de mensen op een of andere manier goed gezind is. En als we daar niets van merken, als de ander dus niet meer gelukkig te maken is, dan hebben we altijd nog die andere reserve: trouw. Trouw aan het beeld dat we van onszelf, van de ander, van ons samen, van de onzichtbare instantie hadden. Dan gaan we dat beeld liefhebben, los van de werkelijkheid, maar we doen net of beeld en werkelijkheid een geheel zijn. Tot we ook dat niet meer kunnen volhouden.</p>
<p>Dan laten we ons huisdier afmaken.   </p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/10/01/alles-verdraagt-ze-alles-gelooft-ze/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eerst zien, dan geloven</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/08/16/eerst-zien-dan-geloven/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/08/16/eerst-zien-dan-geloven/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 Aug 2010 09:18:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjoleine de Vos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/08/16/eerst-zien-dan-geloven/</guid>
		<description><![CDATA[‘Geen woorden, maar daden” – als er één uitspraak is die bij bijna iedereen op instemming kan rekenen, is het die wel. We zeggen vaak zulke dingen: „Ja, hij kan mooi praten, maar nu nog wat doen.” „Eerst zien, dan geloven.” Taal kan heel goed dienen als sluier over de werkelijkheid, sommige taal lijkt er [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>‘Geen woorden, maar daden” – als er één uitspraak is die bij bijna iedereen op instemming kan rekenen, is het die wel. We zeggen vaak zulke dingen: „Ja, hij kan mooi praten, maar nu nog wat doen.” „Eerst zien, dan geloven.”</p>
<p>Taal kan heel goed dienen als sluier over de werkelijkheid, sommige taal lijkt er wel speciaal voor ontworpen. Hoe makelaars een huis kunnen aanprijzen! Hoe projectontwikkelaars kunnen spreken over nieuwe plannen! Hoe politici het probleem van de werkloosheid elegant kunnen oplossen door te spreken over ‘stimulerende maatregelen om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan’, wat in werkelijkheid betekent dat veel mensen geen uitkering meer zullen krijgen.</p>
<p><span id="more-121"></span></p>
<p>Taal kan heel verhullend en onoprecht zijn. Dus dan zeggen we: ik kijk wel naar wat ze doen. Dat is vaak verstandig. Mensen zijn wat ze doen, niet wat ze zeggen.</p>
<p>Dat schreef ook hoogleraar cognitieve neurowetenschap Victor Lamme in zijn boek over de vrije wil (<em>De vrije wil bestaat niet</em>): „Iemands ware ik blijkt uit zijn daden, niet uit zijn woorden.” En hij vraagt zich af: „Kunnen we iemands ‘ware ik’ dan met een hersenscan boven water halen?”</p>
<p>Dat denkbeeld is fascinerend, niet alleen trouwens als het om anderen gaat. Je zou soms zelf ook wel willen dat iemand je brein aflas en zei: „Dit zal je beslissing zijn. Je weet het zelf misschien nog niet, het bewustzijn komt weer eens te laat met zijn verhalen, maar je hebt je besluit al lang genomen.” En dan niet alleen bij simpele zaken als de aanschaf van een duur paar schoenen – want van zulk soort dingen kunnen hersenonderzoekers, beter dan ons bewustzijn, voorspellen wat we gaan doen – maar van meer gecompliceerde situaties.</p>
<p>En wat we blijken te zullen doen: wegrennen als het moeilijk wordt, zwijgen op een moment dat spreken beter geweest was, meepraten in plaats van protesteren, leuk uitgaan in plaats van iemand te bellen die wel wat aandacht kan gebruiken, dat is ons ‘ware ik’.</p>
<p>Het is een moeilijk concept, vind ik, ‘het ware ik’. In een reactie op mijn column van twee weken geleden, waarin ik betwijfelde of er zoiets bestaat, schreef Victor Lamme mij dat iemand die zegt van zijn gezin te houden maar daar nooit tijd voor vrijmaakt, (hij neemt als voorbeeld André Rouvoet), eigenlijk ‘geen zier’ om zijn gezin geeft. Het punt is niet eens dat hij zit te liegen: „Hij – zijn kwebbeldoos – vindt waarschijnlijk zijn gezin echt belangrijk. Maar zijn brein laat hem andere dingen doen: werken, werken, werken. Dat is dan zijn ware ik, in mijn visie van de mensheid.”</p>
<p>Het bewustzijn, ‘de kwebbeldoos’ zoals Lamme dat noemt, beweert los van ‘het brein’, het onbewuste, van alles en nog wat, maar er is weinig reden omdat serieus te nemen als die twee niet stroken.</p>
<p>In eerste instantie en in heel veel latere instanties ook, ben je geneigd het daarmee eens te zijn. Er moet een overeenkomst zijn tussen wat iemand zegt en wat hij of zij doet.</p>
<p>Maar om ‘het ware ik’, ‘hoe iemand is’ helemaal gelijk te stellen met gedrag (dat dan bovendien weer door hersenlezen accuraat voorspeld zou kunnen worden), dat gaat me toch te ver. We kunnen ons gedrag bovendien veranderen, we zijn in staat, onder invloed van ons bewustzijn, dingen anders te gaan zien en ons daarnaar te gedragen.</p>
<p>We hebben, na te hebben nagedacht, spijt van nalatigheid of onaardigheid. We komen terug op een beslissing. Die dingen gebeuren door, bewust, na te denken.</p>
<p>Als iemand mij een streek heeft geleverd, maar hij heeft daar spijt van, en komt dat zeggen, dan kan mijn antwoord moeilijk zijn: ik kijk alleen naar je daden. Doet hij het daarentegen steeds weer, en steeds weer heeft hij spijt, ja, dan moet je op een gegeven moment natuurlijk wel degelijk zeggen: je gedrag rijmt niet erg met je woorden.</p>
<p>Maar of er dan bij dat alles een ware ik is aan te wijzen? We gedragen ons nogal eens verschillend onder invloed van de omstandigheden, of de aanwezige personen. De vrouw die als ze met haar man is, altijd angstig is en niets durft en steeds door hem geholpen en gered moet worden, kan in een vakantie met vriendinnen ineens zonder gezeur het avontuur tegemoet gaan – haar rol is dan een andere en haar gedrag is dus ook anders. Liegt ze in een van beide situaties? Welnee. Er zijn gewoonweg geen neutrale omstandigheden waarin een ‘ware ik’ kan worden aangewezen. Het kan best zijn dat als je haar, met zo’n hersenlezer erbij, het plan ‘voettocht in de bergen’ voorhoudt, haar ‘brein’ weinig enthousiast reageert (wat is het toch gek om iemand zo in een bewust en een onbewust deel op te splitsen). Maar als ze is overgehaald het te doen kan ze het toch leuk blijken te vinden. Het is zinloos om daar het begrip ‘waarheid’ of ‘ware ik’ bij te halen.</p>
<p>Het is onmogelijk om op grond van interesses en voorkeuren nú te voorspellen wat ik over twee jaar ga doen, ja zelfs over een week kan alles al anders zijn omdat ik tot andere gedachten ben gekomen dankzij een film die veel indruk maakte of een gesprek met iemand wiens mening ik vertrouw.</p>
<p>Als André Rouvoet een andere baan krijgt, blijkt hij misschien ineens wel heel veel tijd aan zijn gezin te besteden en, zichtbaar op zijn breinscan, daar véél genoegen aan te beleven.</p>
<p>De bevindingen van de neurowetenschappers zijn heel interessant. Maar ze reiken toch misschien iets minder ver dan wordt gesuggereerd.</p></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/08/16/eerst-zien-dan-geloven/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>27</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ik weet waaraan je denkt</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/08/02/ik-weet-waaraan-je-denkt/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/08/02/ik-weet-waaraan-je-denkt/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 01 Aug 2010 22:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjoleine de Vos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/08/02/ik-weet-waaraan-je-denkt/</guid>
		<description><![CDATA[Over gedachten lezen. Dat komt behoorlijk veel dichterbij, schrijft neurowetenschapper Victor Lamme in zijn fascinerende boek De vrije wil bestaat niet. Onderzoekers kunnen best al goed zien waar iemand aan denkt: „Proefpersonen krijgen een set van bijvoorbeeld tien plaatjes te zien. Voor ieder plaatje wordt het patroon van hersenactivatie dat erbij hoort opgemeten. Vervolgens worden [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Over gedachten lezen. Dat komt behoorlijk veel dichterbij, schrijft neurowetenschapper Victor Lamme in zijn fascinerende boek <em>De vrije wil bestaat niet.</em> Onderzoekers kunnen best al goed zien waar iemand aan denkt: „Proefpersonen krijgen een set van bijvoorbeeld tien plaatjes te zien. Voor ieder plaatje wordt het patroon van hersenactivatie dat erbij hoort opgemeten. Vervolgens worden de plaatjes nog een keer vertoond, maar nu zonder dat de onderzoeker weet welk plaatje de proefpersoon krijgt voorgeschoteld. Aan de onderzoeker vervolgens de taak om daarachter te komen. Kan hij aan het patroon van activatie zien welk plaatje de proefpersoon voor zijn neus heeft?”</p>
<p><span id="more-120"></span></p>
<p>En ja hoor, dat lukt de onderzoeker. Nu denk je dan, flauwe boel, plaatjes eerst opnemen en iemand er dan nog eens naar laten kijken – noem je dat gedachten lezen? Ik niet.</p>
<p>Maar het gaat verder. Onderzoekers kunnen ook zien of de proefpersoon vergelijkbare plaatjes bekijkt – als ze eerst de patronen hebben opgenomen die horen bij het kijken naar zulke plaatjes.</p>
<p>Ook dat overtuigt nog niet erg: er moet toch eerst een blauwdruk worden gemaakt.</p>
<p>Nog beter dan: onderzoekers komen er ook heel ‘behoorlijk’ uit (wat behoorlijk in dit verband precies voor soort score is weet ik niet) als ze patronen gebruiken van een andere proefpersoon.</p>
<p>En nóg verder gaat het al: van de ‘voxels’ in de hersenen (kleine hersengebiedjes) kan worden bepaald wat voor bijdrage ze leveren aan het beeld dat iemand ziet en dan kunnen die voxels vervolgens afgelezen worden en op die manier kan ‘ieder willekeurig plaatje’ worden opgebouwd, „net zoals de pixels op een computerscherm elke willekeurige afbeelding kunnen laten zien”.</p>
<p>Dat is bijna alsof een camera iemands gedachten opneemt, schrijft Lamme.</p>
<p>Oeioeioei. Enge boel.</p>
<p>Vorige week schreef filosofe Stine Jensen een stuk in deze krant over onze afluistercultuur. Dat we het zo heerlijk vinden om iemand ergens op te betrappen – als een publieke persoon bijvoorbeeld er geen erg in heeft dat de microfoon al of nog aanstaat en dan iets onparlementairs zegt. Heerlijk!</p>
<p>En stel je voor, schrijft ze, dat je een microfoontje zou kunnen plaatsen in de auto van de vrienden die zojuist bij je op bezoek geweest zijn en die de avond evalueren. Dat zou gemakkelijk de vriendschap kunnen opblazen. Want wat de mensen dan zeggen!</p>
<p>Ze vraagt zich af, en dat is een cruciale vraag,  of dit praten als men zich onbespied en onafgeluisterd waant, de ‘echte gedachten’ laat zien, iemands ‘ware ik’.</p>
<p>Die termen gebruikt Lamme ook. Ons ‘ware ik’. Als we in de hersenen zouden kunnen zien wat iemand zou doen in een noodsituatie bijvoorbeeld, of hij er écht tussen zou springen als hij ziet dat hooligans een homo in elkaar slaan, dan zou dat ons iets zeggen over ‘hoe iemand werkelijk is’.</p>
<p>Nu kan dat nog niet. Hoe de onderzoekers ook met voxels en plaatjes in de weer zijn, dat blijven tamelijk eenvoudige taakjes vergeleken bij de talloze afwegingen en mogelijkheden in de praktijk. Ik denk eerlijk gezegd dat je nooit helemaal zult kunnen voorspellen wat iemand zal doen omdat de hersenen dat ook niet weten: ook het brein kan niet in de toekomst kijken en de situatie zoals die zich dan voordoet  beoordelen. De werkelijkheid is enorm vindingrijk als het gaat om onvoorziene omstandigheden.</p>
<p>En dan nog: is iemands ‘ware ik’ gelegen in wat hij doet in een noodsituatie? Nee natuurlijk. Als er überhaupt al zoiets zou bestaan als ‘een ware ik’, een aanname die me ook nogal romantisch voorkomt. Eerder zou je waarschijnlijk de grenzen van iemands mogelijkheden aan kunnen geven: sommige keuzes zal hij of zij hoogstwaarschijnlijk nooit maken, andere hoogstwaarschijnlijk heel gemakkelijk. De optelsom van alle gedragingen en keuzes, en die liggen bij niemand geheel en al vast want consequent is geen mens, dat is wat we iemands ‘persoonlijkheid’ noemen.</p>
<p>Alleen is het godsonmogelijk om die hele persoonlijkheid te overzien. Voor een buitenstaander zeker, en ook voor degene die het met deze persoonlijkheid moet doen.</p>
<p>Het betrappen van andermans gedachten is blijkbaar zo aantrekkelijk dat ook hersenonderzoekers erover fantaseren. Intussen moeten we maar blij zijn dat het onmogelijk is, al zou je soms best eens even een kijkje willen kunnen nemen in iemands brein. Maar de illusie dat je daar zijn ‘ware ik’ zou aantreffen moeten we loslaten.</p>
<p>Er zijn trouwens wel personen van wie we de gedachten behoorlijk goed kunnen lezen. Romanpersonages. Als er iets is wat in de buurt komt van het gedachten lezen of het afluisteren via de geheime microfoon, dan is het wel het lezen van een roman. Je bent in allerlei situaties bij iemand, je kent zijn of haar angst, gemoedsbewegingen, overwegingen – en soms zie je ook hoe al die overwegingen op het <em>moment suprème</em> er geen barst toe lijken te doen: de vrouw valt toch de man in de armen die haar slecht behandeld heeft, de jongen steelt toch het geld van zijn beste vriend, de verslaafde grijpt na een succesvolle afkickperiode toch weer naar de middelen die haar te gronde zullen richten.</p>
<p>Het is zeker ook daarom dat we romans lezen.</p>
<p>Ik wil niet zeggen dat je beter romans kunt lezen dan hersenonderzoek doen. Misschien is het eerder zo dat onze fantasie of ons verlangen er ‘van nature’ (zulke woorden worden ook steeds minder ongecompliceerd) sterk op gericht is te weten wat zich in het hoofd van iemand anders afspeelt. Zo sterk dat onderzoekers ook over ‘het ware ik’ gaan spreken en proberen gedachten te lezen. Alsof de werkelijkheid redelijk ongecompliceerd zou zijn.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/08/02/ik-weet-waaraan-je-denkt/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>13</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bewustzijn is een kwebbeldoos</title>
		<link>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/07/19/bewustzijn-is-een-kwebbeldoos/</link>
		<comments>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/07/19/bewustzijn-is-een-kwebbeldoos/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 18 Jul 2010 22:00:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marjoleine de Vos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Zonder categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/07/19/bewustzijn-is-een-kwebbeldoos/</guid>
		<description><![CDATA[Iedereen denkt wel eens na over hoe hij of zij zich zou gedragen in een situatie waarin je leven bedreigd wordt. Zou je een ander helpen, desnoods met gevaar voor eigen leven? Of zou je maar een halfslachtige hulppoging doen, of zelfs geen? Je hebt in zo’n geval wel hoop op een bepaald gedrag, of [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div>
<p>Iedereen denkt wel eens na over hoe hij of zij zich zou gedragen in een situatie waarin je leven bedreigd wordt. Zou je een ander helpen, desnoods met gevaar voor eigen leven? Of zou je maar een halfslachtige hulppoging doen, of zelfs geen? Je hebt in zo’n geval wel hoop op een bepaald gedrag, of een voorkeur, maar wie een beetje oprecht over zichzelf nadenkt weet wel dat het niet makkelijk te voorspellen is wat je zult doen, tenzij je je getraind hebt op dergelijke situaties.</p>
<p>En dan is dat nog min of meer overzichtelijk. Er zijn veel duisterder en complexere gebieden, zeker als je naar je leven kijkt en je afvraagt waarom je sommige beslissingen hebt genomen, of je afvraagt of je wel beslissingen hebt genomen, of het niet meer zo was dat de dingen gingen zoals ze gingen, je bood geen verzet, je wilde het een en nam het ander erbij, een vriend kocht een huis en zo kwam jij in Spanje terecht, geheel toevallig, maar achteraf ben je blij: je zou nergens anders willen wonen dan daar.</p>
<p><span id="more-119"></span></p>
<p>In zijn boek  <em>De vrije wil bestaat niet </em> betoogt Victor Lamme, hoogleraar cognitieve neurowetenschap, dat we helemaal geen keuzes maken. Dat zeggen we wel, maar niet ‘wij’, datgene in onszelf dat we ons ‘ik’ noemen, doen dat, maar ‘ons brein’. We zijn, daar komt het eigenlijk op neer, een soort robots, geheel geprogrammeerd door de verbindingen in onze hersenen. Ons brein ‘weet’ dingen die ‘wijzelf’, ons bewuste ik, niet weten. Door metingen te doen in het brein kunnen onderzoekers vrij precies voorspellen of wij sommige dingen zullen kopen of niet als ze ons daar plaatjes en prijzen van laten zien – beter dan wij zelf als ons er naar gevraagd wordt. Onze beslissingen hangen niet af van wat we zeggen te denken, maar van waar ons brein op reageert en hoe het dat doet.</p>
<p>Lamme komt met mooie voorbeelden, boeiende gevallen van allerlei patiënten met hersenafwijkingen aan wie ongelooflijke dingen gemeten kunnen worden – heel interessant en leerzaam.</p>
<p>Maar of hij zo minachtend moet doen over elke vorm van zelfkennis weet ik niet. De linkerhersenhelft, waar ons vermogen tot talig commentaar zit en tot het interpreteren van ons gedrag, wordt door Engelstalige onderzoekers <em>‘the brain interpreter’</em> genoemd, door Lamme ‘de kwebbeldoos’. Dat woord zegt het al een beetje. Van een kwebbeldoos is weinig te verwachten.</p>
<p>Een schaker die, zoals Hein Donner ooit deed, zegt dat schaken toch vooral intuïtief is, dat de schaker op het moment van zetten ‘maar wat aan rotzooit’, wordt meteen gebruikt: zijn gedachten, zijn kwebbeldoos, weten niet waarom hij iets deed, maar „zijn brein weet het natuurlijk wel”.  En al snel duikt dan de formulering  ‘ons ware ik’  op – dat is het voor ons bewustzijn ontoegankelijke brein.</p>
<p>Ja zeg. Eerst heeft iemand jarenlang geschaakt, zichzelf geleerd hoe dat moest door eindeloos te trainen en op het moment dat hij het kan, en dus niet steeds meer hoeft te redeneren, is hij dat ineens niet meer ‘zelf’, maar is het schaken ‘zijn brein’.</p>
<p>Zo zien we ook Churchill die een moeilijke beslissing moest nemen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog: het vernietigen van een aantal Franse oorlogsschepen. Hij heeft zelf uiteengezet waarom hij die beslissing zo had genomen. Maar ‘wij’ nemen geen beslissingen, alles wat ‘de kwebbeldoos’ daarover zegt is onzin, en dus construeert Lamme een mogelijke onbewuste drijfveer van Churchill die een belangrijke rol gespeeld zou kunnen hebben bij de beslissing. Dat is natuurlijk psychologie van de koude grond, en dat weet Lamme zelf ook. Het punt is vooral dit, zegt hij: „Churchill weet zelf ook niet waarom hij besluit de Fransen naar de bodem van de zee te jagen.” Dat was nu juist wat hij aannemelijk moest maken. Hij voegt eraan toe: „dat de hersenprocessen die aan het nemen van een dergelijke beslissing ten grondslag liggen, niet anders zijn dan bij het kopen van een product A of B.” Ook dat heeft hij nog niet aangetoond. En bovendien, al was dat zo, dan is het interessante misschien niet die altijd gelijke hersenprocessen. Iemand die een lompe beenbeweging maakt, gebruikt dezelfde spieren als een danseres.</p>
<p>Wat is trouwens een bewuste keuze? Is dat wat iemand zelf zegt? Of zijn we ons ook bewust van van alles en nog wat zonder dat we dat onder woorden kunnen brengen?</p>
<p>En dan bedoel ik niet: slaat ons brein dingen op die ‘wij’ niet weten, maar: kun je al je overwegingen, gevoelens, gedachten, aarzelingen, associaties wel in taal omzetten? En als dat niet kan, betekent dat dan dat je je van iets niet bewust bent? Er is veel ongrijpbaars in ons waarvan we op een onuitlegbare manier weet hebben.</p>
<p>Het boek van Lamme geeft voortdurend de indruk dat bewustzijn hetzelfde is als de mogelijkheid om iets in taal uit te drukken, maar dat is een nogal krappe definitie.</p>
<p>Elke beetje introspectieve persoon kent het verschijnsel dat je allerlei dingen woordeloos over jezelf ‘weet’, dingen die je op geen enkele manier tot uitdrukking kunt brengen als je dat al zou willen. We kennen onszelf zeker niet tot in de puntjes, maar om zo haastig teruggebracht te worden tot ‘een kwebbeldoos’ en een ‘brein’, en te horen te krijgen dat onze gedachten zo goed als geen invloed hebben op ons handelen – hmm. Dat klinkt iets te simpel. Dan zouden de neuromannetjes toch nog wel met héél wat verfijnder onderzoek op de proppen moeten komen.</p>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://weblogs.nrc.nl/vos/2010/07/19/bewustzijn-is-een-kwebbeldoos/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>34</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

