Archief voor: april 2010


Een kaart zo groot als het gebied

‘Ik heb foto’s van tante R.”, zei mijn moeder. Nu die wilde ik heus wel even zien. Tante R. is een oudtante van mij en een echte tante dus van mijn moeder. Ze is alweer jaren dood – oh alweer zoveel jaren, want de tijd blijkt vooral als je achterom kijkt zo snel gegaan. Dat is de vertekening, denk ik. Een middag kan nog steeds best lang duren, op sommige dagen doe je zoveel dat je gewoon niet begrijpt dat dat allemaal in één dag past, dus dan is er veel tijd, maar kijk je per ongeluk even achterom, dan lijkt het wel of achter je iemand de dagen meteen in vuilniszakken stopt en meegeeft met de ophaaldienst die ze razendsnel naar de stortplaats van het verleden transporteert. Weg.

Lees verder »

Een hoofd vol

Zondagochtend hoorde ik, logerend in een huis ergens op het platteland, kerkklokken luiden. Eerst luister je daarnaar gewoon met het prettige gevoel van zondag en verre kerkklokken, toen vroeg ik me af waar de klokkentoren eigenlijk stond en verbaasde me over de afstand die het gelui aflegde. Dat moet dan wel een echt grote bronzen klok zijn dacht ik, en meteen verscheen de scène uit Andrej Tarkovski’s film Andrej Roebljov in mijn gedachten. Een lange episode waarin we zien hoe de jonge zoon van een klokkengieter voor de heerser een klok gaat laten gieten. Zijn vader is dood, alle klokkengieters zijn dood, in het land heerst de pest, en er is, ik weet werkelijk niet meer waarom, geweldig veel aan gelegen dat er een klok komt. De scène is enorm spannend, je ziet dat er een groot werk verricht moet worden, er wordt een enorme kuil gegraven, er wordt vuur gestookt, het gevaar bestaat dat de klok zal barsten. Dan, dat staat wel vast, gaan ze die jongen ophangen of doodslaan.

Lees verder »