*

Marjoleine de Vos » De aantrekkingskracht van de marathon :: nrc.nl

De aantrekkingskracht van de marathon

We lezen over het onderwijs vaak weinig goeds. Ze schijnen echt niets meer te leren hoor, die kinderen. En ze hoeven ook niets meer te leren, er wordt ze alleen maar gevraagd waar ze zelf zin in hebben en leraren geven geen les meer en de kinderen hebben allemaal messen bij zich en ouders staan voortdurend op de stoep bij de leraar om de cijfers van hun kinderen omhoog te dreigen.

Niet best. En nu blijkt ook al dat de categoriale gymnasia een toevluchtsoord zijn geworden voor luie domoren die niet eens meer Grieks en Latijn willen leren. En dus heeft de Verkenningscommissie Klassieke Talen voorgesteld om die kinderen die daar alleen voor de status zitten en verder vooral om lekker op een ‘witte’ school te zitten, het leven wat makkelijker te maken met een ‘light’ versie van de klassieke talen.

Allemachtig. We zitten weer eens compleet te ontploffen boven onze krant.

Hoe is het toch mogelijk? Hoe heeft het zo ver kunnen komen met Nederland? En onze baby’s sterven ook al als witjes rond de geboorte terwijl wij toch zo’n fantastisch stel thuisbevallers waren, en onze gidsfunctie in de wereld zijn we ook al kwijt.

„Wij stellen niets meer voor!”, riep een vriendin verontrust door de telefoon. „Vroeger was ik wel trots op de Hollanditis enzo, maar nu hebben we niet meer zoveel om Hollanditis mee te doen.”

En dan ook nog de proefvertaling afschaffen! mopperde ze er achteraan.

Toen kregen we vreselijk de slappe lach.

Nu wil het geval dat ik al jaren in de jury zit van de vertaalwedstrijd Latijn die elk jaar wordt uitgeschreven door de Vereniging Vrienden van het Gymnasium. In die jury mopperen we ook graag over hoe slecht er gespeld wordt, hoe slecht er geschreven wordt, hoe slecht van alles en nog wat is, maar elk jaar weer is er toch een aantal heel goede vertalingen. En elk jaar weer zijn we ontroerd dat zo’n tachtig leerlingen de moeite hebben genomen om in hun vrije tijd mee te doen aan een wedstrijd Latijn vertalen. Soms zijn er zelfs vierdeklassers bij die wij dan altijd in kleine kring toejuichen: bravo! dapper!, ook al kunnen ze natuurlijk niet op tegen de grotere vertaalvaardigheden van de hogere klassers.

Van zo’n jury krijg je een heel goed humeur. Maar dit jaar waren de classici die erin zitten natuurlijk niet erg vrolijk gestemd. Ze zagen in het door de commissie voorgestelde vak ‘Griekse en Latijnse Taal en Cultuur’ een regelrecht paard van Troje dat de klas in gesleept zou worden om daar dan alle belangstelling voor het ouderwetse vertalen te verslaan. En ze zeiden: waarom is er niet gekeken naar de scholen waar de eindexamencijfers wel goed zijn? Waarom heeft men zich niet afgevraagd wat die scholen doen en waarom dat werkt? Misschien zou daar lering uit getrokken kunnen worden, alvorens er wordt overgegaan tot het eenvoudigweg afschaffen van de vertalingen.

Daar zit wat in.

Het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam schreef in een reactie op het voorstel van de commissie: „Niemand zou op het idee komen om de marathonafstand te problematiseren, omdat het zo moeilijk is een marathon uit te lopen. Integendeel: dat is juist de aantrekkingskracht van de marathon.”

Ook daar zit wat in.

Dat iets moeilijk is en dat niet iedereen zin heeft om zich uit te sloven voor iets moeilijks, pleit er niet tegen. Als je naar het gymnasium wilt en je blijkt niet goed te zijn in Latijn en Grieks, dan ga je gewoon naar het atheneum, ook een uitstekende opleiding, die ook voorbereidt op wetenschappelijk onderwijs.

Niemand gelooft dat pubers in de loop der jaren dommer zijn geworden. Dus als ze geen Grieks en Latijn meer kunnen leren, dan heeft dat oorzaken die niet kunnen zijn dat Grieks en Latijn „een te zware wissel trekken op het puberbrein” zoals de commissie schrijft.

Zo’n oorzaak zou bijvoorbeeld kunnen zijn, zo betoogde althans het Barlaeus, dat het aantal contacturen voor de klassieke talen in de onderbouw sterk is afgenomen waardoor de leerlingen niet meer voldoende voorbereid kunnen worden op wat er in de bovenbouw van ze wordt verwacht: vertalen.

Dus misschien valt het hele probleem wel mee. Net zoals het met de leerlingen wel meevalt. Bijna iedereen kent in zijn of haar eigen kring van die leuke, leergierige kinderen die thuiskomen van school en dingen weten en zeggen waar je van achterover slaat. Die helemaal niet dom zijn of matig opgeleid worden. Dat zal wel weer geen meerderheid zijn, maar nu ja, ze zijn er wel. En zó uitzonderlijk zijn die kinderen nu ook weer niet. De ongunstige cijfers worden wellicht veroorzaakt door iets wat niets met het vertalen te maken heeft, maar alles met de andere aspecten waar het begrip ‘gymnasium’ voor staat: kleine scholen, status, elite.

En dan is er ook altijd wel iemand die zegt: laat die kinderen toch lekker Chinees leren in plaats van Grieks en Latijn, dat is veel nuttiger. Maar die vergeet dat we dan zeer binnenkort de proefvertaling Chinees moeten afschaffen en over moeten gaan op ‘Chinees light’, omdat veel leerlingen zullen blijken toch niet voldoende gemotiveerd te zijn om al die karakters uit het hoofd te leren.

Zo schieten we niet op.

Eén schooltype waar iets moeilijks met taal gevraagd wordt (moeilijke wiskunde hoort er op álle scholen gewoon bij) is helemaal niet overdreven. En dat leuke vak dat die commissie bedacht heeft, dat gaan we gewoon op het atheneum invoeren.


Dit bericht heeft 9 reacties op “De aantrekkingskracht van de marathon”

  1. Anneke de Vries zegt:

    Nou zeg, wat een kostelijk stukje van Marjoleine de Vos! Uit mijn hart gegrepen. Ik wist niet dat u in de jury van de vertaalwedstrijd zit. Ik stuurde dit jaar voor het eerst acht leerlingen van onze school naar Amsterdam (vier vijfde klassers en vier zesdeklassers) met de opdracht “doe maar eens lekker mee en kijk wat het wordt”. Ze hebben genoten. Hieronder een wedstrijdverslag van mijn hand voor ons schoolblad en nadat ik telefonisch contact had met alle leerlingen na de klus. Ook het Dagblad van het Noorden besteedde ruim aandacht aan de wedstrijd in hun krant van 12 en 14 november. We wachten nu rustig af. Onze verwachtingen zijn niet hooggespannen, maar de leerlingen hadden de dag van hun leven. Het wordt vermoedelijk het begin van een nieuwe traditie op onze school.

    Anneke de Vries (docent klassieke talen en Frans in Leek)

    Acht gymnasiasten van de Lindenborg naar een landelijke vertaalwedstrijd Latijn in Amsterdam

    Gymnasia bloeien. Maar plantjes behoeven zo nu en dan een drupje water. Vandaar dat de Vereniging Vrienden van het Gymnasium – bezoek eens hun site! – elk jaar een landelijke vertaalwedstrijd Latijn organiseert voor gymnasiasten uit de bovenbouw, om het gymnasium in het algemeen en de klassieke talen in het bijzonder extra in het zonnetje te zetten. Ik had de oproep tot opgave al vaker ontvangen maar altijd naast me neer gelegd. Ach, niks voor ons. Dacht ik. Dacht ik fout…

    Dit jaar was de wedstrijd op 12 november. Prachtig buiten de toetsweken en de inhaalmomenten om, alsof Jupiter zelf de hand in het geheel had gehad! Denkend aan onze bovenbouwers, kon ik geen enkele reden bedenken waarom “die van ons” minder zouden zijn dan “die van de Randstad”. Sterker nog, ik heb stiekem het gevoel dat die van ons misschien wel beter zijn. Bij die geheime overtuiging komt nog, dat er op onze school relatief gesproken absurd veel dubbelvakkers zitten, leerlingen met zowel Grieks als Latijn in het profiel. In dit cursusjaar geldt dat voor vijf van de achttien leerlingen in klas 6 en voor vier van de twintig in klas 5, terwijl landelijk het percentage dubbelvakkers op 3% ligt en een kleine minderheid het Grieks aandurft. Misschien leuk om nu juist die dubbelvakkers eens even te prikkelen…

    Koen van Alphen, Tim-David Buurke, Pim Donker en Jelle Klinkenberg uit klas 5 hadden er na twee zinnen van mij al oren naar en Hester Firet, Iris Postma, Selina Stuut en Frouke Terpstra uit klas 6 vulden het aanmeldingsformulier al in terwijl ik nog nauwelijks een poging tot overhalen gedaan had. Ze lustten er alle acht wel pap van. Enthousiast spul, onze gymkinders. Dat jullie dat even weten. Omdat deelname ook tot heil van onze eigen school kan zijn, werd besloten dat de Lindenborg de reiskosten zou betalen. Laat nu in deze tijd van het jaar de herfsttoer gelden! Konden onze leerlingen in twee keer vier voor weinig geld ook nog eens eersteklas reizen…

    Eigen woordenboek mee (of van school geleend) en twee pennen en een uitstaande mobiel, aldus de voorschriften. En òp naar het Vossiusgymnasium (het Vossius heeft ook een zeer bezoekenswaardige site). Na negenen vertrekken, want anders wordt ome spoorwegen boos, vanwege die herfsttoer, je snapt het. Maar dat haalden ze zat, want van 14.00 tot 16.00 uur moest daar het Latijnse ei gelegd worden en het blijft altijd afwachten of het kipje dan levensvatbaar blijkt. Welke auteur krijgen we? Snap ik het een beetje? Haal ik het qua tijd? Hoe doen de anderen het? Krijg ik een black-out? De auteur bleek Ovidius te zijn, om precies te zijn de Amores I, 9. Altijd goed voor een paar zweetdruppels en vochtige oksels. Voor de liefhebbers is de Latijnse tekst te vinden bij Perseus digital library. Voor de anderen is een Engelse vertaling probleemloos bij elkaar te googelen.

    In klas 4 maken onze leerlingen al kennis met Ovidius en het is dan altijd, zo kort na de onderbouwmethode, even flink schrikken geblazen: ander type zinnen, rare stijlfiguren, poëtische zijwegen e.d. en minder vertaalhulp. Jaja, laat ons Oofje maar schuiven! Maar mooie verhalen als die van Daedalus en Icarus en Pygmalion, daar smullen ze toch wel van, als de eerste barricades genomen zijn. Ken je de mythes? Lezenswaardig. Ook in het Nederlands. Het stuk van de wedstrijd was iets ontoegankelijker, maar het is dan ook een echte wedstrijd en dan vraag je niet het gemakkelijkste. Er is immers twee keer 250 euro te winnen? En vis je achter het net van de geldprijzen, dan heb je in elk geval die eeuwige roem, die je ook later, als rochelende bejaarde in gezelschap van je kunstgebit, nog altijd met voldoening en tevredenheid zult savoureren.

    De dag zelf breekt onherroepelijk aan, op zeker moment. Zenuwen, althans bij de docent. Gaat het goed? Kunnen ze het vinden? Komen ze veilig terug? Raken ze niet in paniek? Voelen ze zich buitengesloten, met al die andere gymnasiasten op neusafstand? Ach, natuurlijk gaat het goed, voelen ze zich opgenomen, raken ze niet in paniek en kunnen ze het vinden. De jongens trokken gevieren op en waren keurig op tijd in het Vossius, na bijna verdwaald te zijn, want geen van vieren was ooit eerder in Amsterdam geweest. Naderhand was Pim niet al te optimistisch gestemd maar vonden de andere drie dat het redelijk ging. Ze sloten de dag af bij Mc Donalds en waren toen ik hen mobiel belde, zo rond half zeven, al keurig in de trein onderweg terug naar huis, moe maar voldaan. De meiden waren een minuutje voor 2 binnen want hadden zich in de tram vergist. Ze hadden alle vier het gevoel dat ze er wel iets van gemaakt hadden en vierden dat in een pizzeria in Amsterdam. Ook zij zaten al in de trein bij mijn telefoontje.

    En nu moet alleen nog even alles worden nagekeken. Even? Het zal wel een tijdje duren, voorspel ik. Er was dit jaar een verbluffend hoog aantal deelnemers: 180, waar voorgaande jaren het honderdtal niet werd overschreden. Er waren toen ik belde voor nadere info maar vier classici beschikbaar voor de correctie. Ik wens de dames en heren veel doorzettingsvermogen. Het is een hele klus een proefvertaling goed na te kijken. Daar zit veel tijd in. Onze leerlingen wachten rustig af en ook ik hoop mijn nieuwsgierigheid te kunnen bedwingen. Het wachten is nu op de wedstrijd Grieks. Gaan we lekker ook heen, wij van de Lindenborg…

    Anneke de Vries

  2. Elisa Roden zegt:

    Ik citeer uit de column: “En ze zeiden: waarom is er niet gekeken naar de scholen waar de eindexamencijfers wel goed zijn? Waarom heeft men zich niet afgevraagd wat die scholen doen en waarom dat werkt? Misschien zou daar lering uit getrokken kunnen worden, alvorens er wordt overgegaan tot het eenvoudigweg afschaffen van de vertalingen.”
    Dit onderzoek is ook gedaan: de commissie Waslander heeft in 2008 onderzoek gedaan naar de vier sterkste en de vier zwakste categoriale gymnasia in Nederland en is tot een conclusie gekomen wat het verschil is en hoe de resultaten verbeterd moeten/kunnen worden. In het rapport van de commissie die GLTC in wil voeren wordt vaak verwezen naar het rapport Waslander, maar met de conclusies wordt niets gedaan. Misschien zouden ze daar eens naar moeten kijken….

  3. J.L.A. Sidonius zegt:

    Leuk stuk. En grotendeels ben ik het met je eens.

    Maar: of het nieuwe vak inderdaad per se makkelijker zal worden dan nu de afzonderlijke talen valt nog maar zeer te bezien.

    Zie verder o.a. het stukje van Rob Wijnberg in de bijlage bij de zaterdagkrant.

  4. Theo Duivenvoorden zegt:

    Beste Marjoleine, dit is een SUPER goed artikel. Ergens voor gaan is het motto en daar past het vergelijk met de marathon (die ikzelf een aantal keren gelopen heb) heel goed in. Af en toe denk ik wel dat wij in NL een psychisch probleem (over onszelf afgeroepen) hebben en dat we nergens voor durfen te gaan. Begin dan maar eens met een marathon training en kijk hoe je er dan na de marathon geestelijk en lichamelijk uitziet.
    Met vriendelijke groet,
    Theo Duivenvoorden, Emmen

  5. Anneke de Vries zegt:

    Beste Marjoleine,

    Mijn leerlingen die aan de wedstrijd Latijnvertalen hebben deelgenomen waren vreselijk teleurgesteld dat ze alleen maar een standaardbrief over hun deelname kregen. Nu weten ze nog niet of ze een in principe voldoende dan wel goede vertaling hebben afgeleverd. Namens de achten: zijn er geen cijfers gegeven???

    Hartelijke groet, Anneke de Vries

  6. Evert Janssen zegt:

    Dat iets moeilijk is en dat niet iedereen zin heeft om zich uit te sloven voor iets moeilijks, pleit er niet tegen…
    Dit is voor mij de kern van het betoog van Marjoleine de Vos in reactie op de grote vergissing van de Verkenningscommissie Klassieke Talen.
    Stel, je bent als intelligent, nieuwsgierig kind in staat om bijvoorbeeld klassieke talen te leren, maar je hebt als (pré-)puber even geen zin om hiervoor voldoende je huiswerk te maken, omdat je liever oefent met je pas opgerichte “rock” band.
    Natuurlijk doet je vader dan bij het verschijnen van het “1-2-3” kerstrapport je gitaar achter slot en grendel, met de plechtige belofte, dat als er een “5-6-7” paasrapport komt, het instrument weer uit de kast mag…een heldere keuze, toch…
    Kortom, goede ouders dagen hun kinderen op een gezonde manier uit om aanwezige talenten maximaal te ontplooien. Dán zullen er altijd kinderen blijven bestaan, die (uiteindelijk) “moeilijke” zaken als Grieks, Latijn, Frans, Wiskunde, Natuurkunde etc. gaan leren.
    Voorwaarde is wel dat ál deze goede ouders constant in het geweer blijven komen tegen deze “Hollanditis” van langzaam afglijdende onderwijsverkenningscommissies !

  7. Jan de Groot zegt:

    Deze column slaat de spijker op de kop.
    Dat leuke vak van de commissie zou goed passen
    op andere schooltypen dan het gymnasium, en dan
    vooral in het kader van het opdoen van algemene
    ontwikkeling betreffende de grondslagen van de
    westerse beschaving.
    Het voorstel van de commissie wekt de indruk een
    vlucht naar voren te zijn met de bedoeling zo veel
    mogelijk leerlingen voor de gymnasia te werven of te behouden.
    Daarmee wordt volledig voorbij gegaan aan de
    essentie van de gymnasiale vorming, die m.i. veel meer gericht
    is op het aanleren van geconcentreerd werken, zoals
    bij vertalen van klassieke teksten en het serieus
    kennis nemen van stukken wiskunde. Leerlingen, die niet bereid zijn zichzelf uit te dagen en zich in
    te spannen, horen niet op het gymnasium thuis. Het zal
    echter voor de scholen moeilijk zijn de druk van statusbewuste ouders te weerstaan, die doorgaans alleen denken aan het onmiddellijke nut van een opleiding en de glans, die de gymnasiale opleiding
    verleent aan het cv van hun kind.

  8. Ita Diepgrond zegt:

    Van lijf en ziel gezond te zijn
    Is van natuur de schoonste gave.
    Gebonden vrijheid kweek’ in ons
    De tucht als kostelijkste have.
    Hef hoog de vaan dan van de school
    Die harmonie zal geven.
    Vervulle zij ons aan het woord:
    Niet voor de school, maar voor het leven!

    Dit was het schoollied van het Barlaeus dat wij geacht werden te zingen bij de promotie in de Vrije Gemeente (nu Paradiso). Mooie woorden, je ging gewoon over – of niet, maar dan was je er niet bij – men maakte er wat van.
    We maakten braaf onze proefvertalingen, Latijn en Grieks, besteedden er uren per dag aan en eigenlijk was dat geen punt. Je voelde het als een voorrecht op die school te mogen zitten. Als het niet goed zou zijn gegaan, hadden mijn ouders me zo van school gehaald en had ik moeten gaan werken.
    Dat waren nog eens tijden.
    Dat gepuzzel op Latijn is me later nog goed van pas gekomen. Maar of je het daarvoor deed?
    Plato, de tragedies, inhoudelijk prachtig. Ik lees ze nu toch echt in het Nederlands, hoor.

  9. Dorine Peer zegt:

    Marjoleine,
    Wat een ontdekking: jouw columns.
    Marathons. Prachtig. Alles in het leven is moeilijk. Of niets is moeilijk. Wat wil ik, wat heb ik ervoor over iets te bereiken. Met mijn hoofd, met mijn lichaam.
    Het prachtige is dat je leven tot het laatste einde nog kan stimuleren. Misschien heb je altijd alleen je hoofd gebruikt en ontdek je op latere leeftjd dat je ook met je lichaam veel kunt doen. Niet zomaar. Nee, door vallen, opstaan, lijden, doorzetten. Misschien ontdek je dat je wel je lichaam goed kende, maar geen iee had wat een oneindige mogelijkheden je hoofd biedt, en ga je daarmee aan het werk.
    Bedankt Marjoleine, voor de bevestiging die ik krijg van de dingen die ik in mijn leven heb gedaan en nog doe.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.