Archief voor: juni 2008


Glorie zij God voor bontigheid

In een andere taal kunnen dingen uitgedrukt worden of een gevoelswaarde krijgen die ze in de vertrouwde alledaagse bewoordingen niet (meer) hebben. Tijdens de studie leerden we bij het vak taalbeheersing, als een geloofsartikel bijna, dat alle talen in staat waren alles uit te drukken en dat er geen rijkere of minder rijk, poëtische of minder poëtische talen bestonden. Gelijkheid of op zijn minst gelijkwaardigheid was een belangrijk emancipatorisch punt, we zouden ook nooit meer op een taal neerkijken omdat die bijvoorbeeld een dubbele ontkenning gebruikte („he ain’t got nothing”), meervouden verving door enkelvouden enz. en evenmin mochten we een taal hoger aanslaan omdat die, bijvoorbeeld, de mogelijkheid bood een onderscheid te maken tussen ‘u’ en ‘jij’ of  door verschillende bewoordingen onderscheid wist te maken tussen verschillende soorten liefde waar wij met omschrijvingen moesten werken. Lees verder »

Een beetje geloven

Had Rudy Kousbroek toch gelijk?, dacht ik terwijl ik de aardappelen voor de aardappelsalade in plakjes sneed. Koken is een meditatief werkje en mijn gedachten gingen hun gang, en stelden ineens deze vraag. „Je kunt niet een beetje geloven”, schreef Kousbroek jaren geleden, en hij herhaalde het telkenmale. Menigeen, ik ook, vond dat toen onzin. Sterker nog: het leek me ongeveer de enige mogelijke positie, een beetje geloven. Misschien is dat hele ietsisme wel een vorm van een beetje geloven: veronderstellen dat er ‘iets is’ zonder nader te specificeren wat dan en wat dat ertoe doet. Dat laatste vind ik vervelend, en ook tamelijk lui, het lijkt me meer een afmakertje. Je zegt dat er  iets is, je vindt zo af en toe dat iets geen toeval kan zijn en daarmee is het klaar. Lees verder »