Glorie zij God voor bontigheid
In een andere taal kunnen dingen uitgedrukt worden of een gevoelswaarde krijgen die ze in de vertrouwde alledaagse bewoordingen niet (meer) hebben. Tijdens de studie leerden we bij het vak taalbeheersing, als een geloofsartikel bijna, dat alle talen in staat waren alles uit te drukken en dat er geen rijkere of minder rijk, poëtische of minder poëtische talen bestonden. Gelijkheid of op zijn minst gelijkwaardigheid was een belangrijk emancipatorisch punt, we zouden ook nooit meer op een taal neerkijken omdat die bijvoorbeeld een dubbele ontkenning gebruikte („he ain’t got nothing”), meervouden verving door enkelvouden enz. en evenmin mochten we een taal hoger aanslaan omdat die, bijvoorbeeld, de mogelijkheid bood een onderscheid te maken tussen ‘u’ en ‘jij’ of door verschillende bewoordingen onderscheid wist te maken tussen verschillende soorten liefde waar wij met omschrijvingen moesten werken. Lees verder »

