TEGEN: Mevrouw Bozkurt doet aan stemmingmakerij, zegt Herman Ram

Ik ben de laatste die een publiek debat opzij zou willen schuiven, zoals mevrouw Bozkurt blijkbaar wel veronderstelt. Maar ik maak bezwaar tegen een debat waarin slechts in algemene termen gesproken wordt over ‘schending van de burgerrechten’ zonder dat ook maar ergens concreet gemaakt wordt waar die schending dan wel uit zou moeten bestaan. Dat helpt ons niet verder, en leidt zeker niet tot correctie van eventueel onjuiste regelgeving.
 
Vooralsnog geeft dit zo abstract gevoerde debat mij nog geen reden om te twijfelen aan de proportionaliteit van de door het World Anti-Doping Agency (WADA) vastgestelde regelgeving. Wat ook niet zo heel vreemd is als mevrouw Bozkurt zich realiseert dat democratisch gecontroleerde overheden wel degelijk zeer nauw betrokken zijn bij de totstandkoming van die regelgeving. In het bestuur van WADA zijn 19 overheden vertegenwoordigd, waaronder vier Europese landen en de Raad van Europa. En misschien nog belangrijker: de effectiviteit van deze regelgeving wordt verzekerd door de International Convention Against Doping in Sport van Unesco. In twee jaar tijd zijn 104 landen tot die conventie toegetreden of hebben hem geratificeerd dan wel goedgekeurd. Tot die 104 landen behoren vrijwel alle Europese lidstaten (inclusief Nederland), en de rest zal naar verwachting binnen afzienbare tijd alsnog toetreden.
Mevrouw Bozkurt geeft dus een verkeerd beeld als zij suggereert dat antidopingorganisaties hun eigen regels vaststellen. Regels die – eenmaal vastgesteld – bovendien gewoon door de rechter getoetst kunnen worden als iemand daar aanleiding toe ziet. Ik ben een verklaard voorstander van rechterlijke toetsing van de WADA-regelgeving, maar voorlopig stel ik vast dat de regelgeving in de afgelopen vijf jaar (sinds de invoering van de eerste World Anti-Doping Code) die rechterlijke toets met glans doorstaan heeft. Er is in geen enkele mij bekende rechterlijke uitspraak vastgesteld dat de regelgeving in strijd zou zijn met enig te beschermen grondrecht.
 
En ja, naar mijn mening is er zeker sprake van stemmingmakerij als een volksvertegenwoordiger als mevrouw Bozkurt haar stellingen meent te moeten illustreren met een indianenverhaal over een ‘s nachts van het bed gelicht (natuurlijk anoniem) gezin waarvan het tweejarige kind zou hebben moeten meekijken bij het urineren van zijn of haar papa of mama. Dat is borrelpraat, een parlementariër onwaardig. Er worden wereldwijd jaarlijks meer dan 200.000 dopingcontroles uitgevoerd, volgens gedetailleerde regels die vastgelegd zijn in de zogenoemde International Standard for Testing. Daarbij worden – ondanks ingebouwde kwaliteitstoetsen – ongetwijfeld fouten gemaakt. Maar die fouten worden dan ook afgestraft (en terecht), want relevante afwijkingen van die International Standard kunnen tot ongeldigheid van de controleresultaten leiden. Ik daag mevrouw Bozkurt hierbij overigens uit om mij te melden waar en wanneer dit alles zich zou hebben afgespeeld, want ik ben graag bereid om daar nader onderzoek naar te doen. En wat Marleen Veldhuis en het Sportgala 2007 betreft: ikzelf heb die avond ter plekke een bijdrage mogen leveren aan een ongestoord en feestelijk verloop van de avond voor Marleen Veldhuis, dus als mevrouw Bozkult echt geïnteresseerd is in hoe dit soort zaken werkelijk in elkaar zitten, ben ik graag bereid dat uit eerste hand toe te lichten.
 
Tenslotte de privacy. Slechts plaatsgebrek weerhield mij er in mijn eerste reactie van om hierop in te gaan, alsmede de angst dat dit technische onderwerp veel lezers niet zal interesseren. Maar dat maak ik in deze tweede ronde graag goed. Voor de bescherming van het recht op privacy geldt hetzelfde als voor elke rechtsbescherming van elke burger geldt, namelijk dat wetgever en rechter er zorg voor dragen. Op het gevaar af dat de nog resterende lezers nu inderdaad gaan afhaken: rondom de privacy-vraagstukken hebben zowel de Raad van Europa als de Europese Commissie een rol gespeeld bij de toetsing van de door WADA opgestelde International Standard for Privacy and Data Protection aan de Europese Richtlijn 95/46/EC alsmede Conventie ETS 108 met het bijbehorende protocol. Vastgesteld is dat binnen Europa een betere bescherming geboden wordt dan die waar WADA op dit moment in voorziet. De Europese antidopingorganisaties kunnen in principe alleen informatie delen met andere (niet-Europese) landen als daar dezelfde bescherming geboden wordt, en dat is meestal niet het geval. Wat in de afgelopen tijd betekend heeft dat veel gegevens dus niet gedeeld worden. En dat betekent weer dat sporters soms op meer plaatsen hun whereabouts-gegevens moesten doorgeven, en bovendien dat sporters soms onnodig vaak door verschillende instanties gecontroleerd zijn. De ironie wil dus dat de bescherming van persoonsgegevens tot extra belasting van sporters leidt. Dat spijt me zeer, maar ik kan er echt niets aan doen.