Buik of huid
Waarom gaat vet zo gemakkelijk in de buik zitten? En maakt leeftijd of lengte wat uit?
Vet draagt bij aan het ontstaan van vaatziekten en diabetes, en mogelijk ook aan sommige vormen van kanker. Daarom is het meten van de buikomvang een goede manier om de risico’s op die ziekten in te schatten. Maar wat is normaal?
Vorige week schreef ik dat voor vrouwen de grens bij 88 centimeter ligt en voor mannen bij 102 centimeter. Daar moeten wel een paar kanttekeningen bij gemaakt worden. Natuurlijk maakt lichaamslengte hierbij uit. Hoe langer iemand is, hoe groter de buikomvang mag zijn. Daarbij is de etnische achtergrond van belang. Bij mensen met een Aziatische of Hindoestaanse achtergrond levert een lagere hoeveelheid buikvet al problemen op. Het is nog niet goed bekend hoe lichaamslengte en etniciteit verrekend moeten worden in ‘normaalwaarden’ voor buikomvang. Dat geldt ook voor leeftijd. Er is geen reden om aan te nemen dat het risico van buikvet anders is op jonge of oudere leeftijd. Dus de normaalwaarden zijn op dit moment hetzelfde voor jongere en oudere mensen.
Het gevaar van normaalwaarden is dat de werkelijkheid te simpel wordt voorgesteld. Het is natuurlijk niet zo dat een vrouw geen probleem heeft bij 87 centimeter en een groot probleem bij 89 centimeter. Het is een glijdende schaal. Hoe verder boven de normaalwaarde, hoe groter het risico. Maar het is niet: hoe kleiner de buikomvang, hoe lager het risico. Er ligt ergens een optimum. Buikvet heb je ook gewoon nodig om goed te kunnen functioneren. Alleen te veel levert gezondheidsrisico’s op.
De normaalwaarden zijn vastgesteld en bevestigd in grote wetenschappelijke studies. Aan dat soort onderzoeken doen duizenden mensen mee. De uitdaging is nu om deze algemene gegevens te vertalen naar individuele mensen.
Op zichzelf is het wel bijzonder dat de toename van vetweefsel vooral in de buik gebeurt en minder onder de huid. Het is niet goed bekend waarom dat zo is. Vet in de buik kan mogelijk sneller worden opgebouwd, omdat het dicht bij de darmen zit. Hoewel vetweefsel onder de huid en vetweefsel in de buik erg op elkaar lijken, blijken er aanzienlijke verschillen in functie te zijn. Vetweefsel in de buik is makkelijk in staat om te groeien. Wanneer iemand gewicht probeert kwijt te raken, vermindert zowel het vet onder de huid als in de buik. Of in eerste instantie het vet onder de huid of juist het vet in de buik vermindert is individueel verschillend.
Vetweefsel is niet alleen maar een opslagdepot voor vrije vetzuren die kunnen worden aangewend voor het leveren van energie voor de periodes tussen maaltijden. Het zijn heel actieve cellen, die betrokken zijn bij tal van stofwisselingsprocessen. En dan vooral het vet in de buik, tussen de organen. We begrijpen steeds beter hoe dat buikvet kan zorgen voor het ontstaan van hoge bloeddruk, cholesterol problemen, diabetes en vaatziekten. Anders dan het vetweefsel onder de huid ligt buikvet heel strategisch ten opzichte van de lever. Alle producten van buikvet (ontstekingsstoffen en hormonen) worden uitgescheiden in de bloedbaan en komen vrijwel direct in de lever terecht. De lever kan daarop reageren door nog meer ontstekingsstoffen te maken en de productie te verhogen van stoffen betrokken bij bloedstolling. Dit zijn allemaal stofjes die een bijdrage leveren aan het ontstaan van atherosclerose, ook wel ongelukkig aangeduid als ‘aderverkalking’.
Deze inzichten in de functie van vetcellen en vetweefsel en de bijdrage van deze cellen aan het ontstaan van vaatziekten en diabetes hebben ervoor gezorgd dat een wat vergeten cel in het lichaam, de vetcel, weer in de belangstelling staat van de medische wetenschap.
Volgende week: het metabool syndroom.
Frank Visseren is internist en epidemioloog in het UMC Utrecht.


