*

Visseren » Adem uit en meet :: nrc.nl

Adem uit en meet

visseren‘Gooi de weegschaal weg, pak de centimeter”, zei ik vorige week in een artikel in Zaterdag&cetera over de gevaren van de dikke buik. Veel lezers pakten die centimeter, maar toen wisten ze het niet meer. Want waar moesten ze meten? Rond de taille? Over de heup? „In het laatste geval”, schreef een lezeres, „is volgens mij bijna heel Nederland te dik”.

Het lijkt zo simpel, het meten van de buikomvang. En dat is het eigenlijk ook, omdat je er een betrekkelijk eenvoudig hulpmiddel voor nodig hebt: een meetlint. Toch bestaat er onduidelijkheid over de uitvoer van de meting, iedereen doet het een beetje anders. Maar er zijn inmiddels internationale adviezen voor.

De meeste van die adviezen schrijven voor dat de buikomvang moet worden gemeten door links en rechts in de zij een streepje te zetten, precies op het punt tussen de bovenkant van de bekkenkam – dat is het naar buiten stekende bot van de heup – en de onderkant van de ribbenboog. De persoon bij wie gemeten wordt, moet rechtop staan en er moet geen kleding zitten tussen huid en meetlint.

De persoon ademt uit en dan moet het meetlint precies horizontaal over de twee streepjes in de zij worden gelegd. Dat is dus niet noodzakelijkerwijs over de navel. Bij mensen met een aanzienlijk overgewicht kan de navel namelijk een stuk lager liggen. Deze meting geeft de meest betrouwbare indicatie van de absolute hoeveelheid vet in de buikholte. En daar gaat het om bij het bepalen van de risico’s voor de gezondheid. Dat vet draagt bij aan het ontstaan van vaatziekten en diabetes, en mogelijk ook aan sommige vormen van kanker. Met ons eigen wetenschappelijk onderzoek in Utrecht hebben we aangetoond dat de buikomvang het ontstaan van die ziekten veel beter kan voorspellen dan het totale lichaamsgewicht.

De absolute hoeveelheid vet in de buik kan ook met een echoapparaat worden gemeten, of met een CT-scan. Dat lijken misschien nauwkeuriger methodes, maar de eenvoudige meting met het lint geeft net zo veel informatie. Het voordeel van het lint is ook dat mensen niet worden blootgesteld aan röntgenstraling. Het is een gemakkelijke en goedkope methode. Mensen kunnen het zelf ook doen, ze hoeven er niet voor naar de huisarts of het ziekenhuis. In de categorie ‘wetenschappelijk bewezen zelftests’ zou de buikomvangmeting met het lint een prominentere plaats verdienen.

Maar mensen die bij zichzelf of bij hun partner de buikomvang meten, moeten wel eerlijk zijn. Niet de adem inhouden, niet het lint strak aantrekken. Bij vrouwen van een gemiddelde lengte en een gemiddelde bouw is de buikomvang idealiter niet boven de 88 centimeter. Dat is meestal zo bij een gewicht onder de 70 kilo. Bij mannen is de richtlijn: niet boven de 102 centimeter. Ze wegen dan niet meer dan tussen de 90 en de 100 kilo.

Er zijn mannen die veel meer wegen en toch weinig gezondheidsrisico’s lopen, omdat het vet bij hen niet in de buik zit, maar vooral onder de huid op de heupen en de billen. Bij vrouwen is dat nog veel vaker zo. Het zijn de peervormige types. Mannen en vrouwen met veel vet in de buik zijn meer appelvormig. Hun vetverdeling wordt niet anders als ze gaan afvallen – een appel wordt nooit een peer. Maar de absolute hoeveelheid vet in de buik wordt wel minder.
Volgende week: wat maakt vet in de buik gevaarlijk?

Frank Visseren is internist en epidemioloog in het UMC Utrecht.