*

Visseren » Wegen is meten :: nrc.nl

Wegen is meten

visseren_centimeter.jpg

Internist Visseren over afvalplannen en de risico’s van een buikje

Door Jannetje Koelewijn

Internist Frank Visseren onderzoekt het gedrag van vetcellen. „Gooi de weegschaal weg, pak de centimeter.”

Wat een fijn nieuws leek het, deze week net voor het nieuwe jaar. Mensen van middelbare leeftijd met overgewicht gaan niet eerder dood dan slanke mensen. Iets te dikke mannen van boven de 55 leven zelfs anderhalf jaar langer.

Het zijn conclusies uit een onderzoek van de epidemioloog Luc Bonneux en de demograaf Mieke Reuser. Ze publiceerden er samen over in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Voor wie nu besluit om in 2008 lekker door te blijven eten: ga vooral niet het hele artikel van Bonneux en Reuser lezen, want het humeur is meteen verpest. Er is namelijk gekeken naar sterfterisico, niet naar gezondheid. Een van de conclusies is óók dat mensen met overgewicht onder andere langer leven omdat hun hart- en vaatziekten en hun diabetes nu zo goed kunnen worden behandeld. Ze gaan niet meer eerder dood omdat ze medicijnen slikken.

De relatie tussen overgewicht en sterfterisico is dus niet zo eenduidig als wel wordt gedacht, dat schreven onderzoekers van de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention twee jaar geleden ook al. Let op: drie jaar geleden schreven ze nog dat overgewicht net zo dodelijk was als nicotine.

Maar hoe is het met de relatie tussen overgewicht en gezondheid? Krijgen alle mensen die te zwaar zijn diabetes en hart- en vaatziekten?

Vraag het aan Frank Visseren (42) en het is meteen duidelijk dat de inzichten daarover ook snel aan het veranderen zijn. Frank Visseren is internist en epidemioloog in het UMC Utrecht, hij doet onderzoek naar vetcellen. Hij zegt: „Het is gevaarlijk om een dikke buik te hebben.” Daarna: „Het gaat niet om de hoeveelheid vet, maar om wat dat vet doet.”

Er zijn mensen met een dikke buik die er niet ziek van worden.
Er zijn mensen met een dunne buik die er wél ziek van worden.

Frank Visseren heeft het over vet ín de buik, rond de organen, vooral tussen de darmen, vlak bij de bloedbaan naar de lever. Bij een man is het normaal een kilo of drie, bij een vrouw wat minder. Het zit daar om het lichaam snel van energie te kunnen voorzien, als de koolhydraten verbrand zijn, ongeveer anderhalf uur na de laatste maaltijd. Maar het is ook het vet dat kwaad kan.

Wat doet dat vet dan?
„Hormonen en ontstekingsstoffen maken. En die kunnen diabetes veroorzaken, en hart- en vaatziekten en ook kanker. Vetcellen zijn niet alleen maar een passief opslagdepot, wat we altijd dachten. Ze zijn actief en ze kunnen van slag raken.

Waardoor raken vetcellen van slag?
„Als ze te groot worden en als het er te veel worden. Maar dat betekent niet automatisch dat ze kwaad gaan doen. Je kunt ze onder controle houden door te bewegen. Sumoworstelaars hebben veel vetcellen, maar zolang ze sporten worden ze niet ziek. Daarna vaak wel.”

Bewegen is de oplossing?
„Was het maar zo simpel. Het lijkt erop dat vetcellen ook sneller gaan disfunctioneren door koolhydraatrijk voedsel, vooral door de snelle suikers uit witte meelproducten en frisdranken. Hoe komt dat? Wat is het mechanisme erachter? Kinderen die dun ter wereld komen, hebben later veel grotere kans op disfunctionerende vetcellen. Ze krijgen vaker diabetes. Kinderen met overgewicht hebben als volwassene veel grotere kans op hart- en vaatziekten.”

Dus?
„Dus willen we begrijpen hoe die vetcel zich gedraagt. Dat is de mindshift waar we nu midden in zitten. Als dokter kijk ik nu anders tegen overgewicht aan dan voorheen. Het heeft geen zin om zo maar tegen een patiënt te zeggen: u bent te zwaar. Ik wil weten hoe de vetcellen functioneren.”

Hoe komt u daar achter?
„Het liefst door een bloedtest, maar die is er nog niet. Dus ik meet de buikomvang. Bij vrouwen mag die niet boven de 88 centimeter zijn, en dat kan bij een gemiddelde lengte al zo zijn bij een gewicht van 70 kilo. Bij mannen mag de buikomvang niet boven de 102 centimeter zijn, ze wegen dan 90 tot 100 kilo. Maar dat zegt niet alles. Ik kijk ook naar de andere criteria voor wat we het metabool syndroom noemen: hoge bloeddruk, suiker in het bloed, te weinig goed cholesterol, te veel vetzuren. Als je aan drie van die vijf criteria voldoet, kun je ervan uit gaan dat de vetcellen disfunctioneren.”

Dat kan dus ook bij iemand met een dun middel?
„Ja. Maar van de mensen met het metabool syndroom heeft 80 procent een te grote buikomvang.”

Wat is er erg aan het metabool syndroom?
„Al die vetcellen produceren dan dag en nacht met z’n allen heel veel hormonen en heel veel ontstekingsstoffen en dat leidt ertoe dat sluipenderwijs vrijwel alle cellen in het lichaam minder gevoelig worden voor insuline. Insuline is nodig voor de opname van energie door de cellen. Als het niet goed meer lukt, moet de alvleesklier steeds meer insuline produceren. Op een gegeven moment houdt die ermee op. Het metabool syndroom is vaak het voorstadium van diabetes.”

Wanneer begint het?
„Dat kan al op de kinderleeftijd. De ontstekingsstoffen kunnen ook een rechtstreeks effect hebben, op elke leeftijd. Ze maken bijvoorbeeld het bindweefsel rond de vetplaques in de vaten zacht en dun. En dan kan zo’n plaque losschieten. Van alle hartinfarcten wordt 75 procent veroorzaakt door een losgeschoten stukje plaque. Dat gaat dus niet sluipend. Dat gebeurt opeens, zonder voorbode.”

Kunnen mensen er zelf nog iets tegen doen?
„Zeker. Ze kunnen afvallen. Dat heeft een geweldig effect. De bloeddruk gaat al heel snel omlaag, de cholesterolwaarden verbeteren. Ik had laatst een patiënt, een man van rond de 50, die 15 kilo afviel. Toen had hij geen diabetes meer.”

Had hij ook alleen maar meer kunnen gaan fietsen en lopen?
„Bewegen heeft onmiddellijk effect op de gevoeligheid van de cellen voor insuline, ook als het gewicht gelijk blijft. Daarom is het goed. Maar bewegen alleen helpt niet om af te vallen. En dat moet ook.”

Er zijn maar weinig mensen die het lukt af te vallen.
„Als ik patiënten uitleg hoe het werkt en wat het effect nu is op hun gezondheid, dan merk ik dat ze zeer gemotiveerd zijn om er iets aan te doen.”

Kan dat vet in de buik niet gewoon weggezogen worden?
„Nee, want je kunt er niet goed bij. Het gebeurt alleen wel eens als iemand geopereerd wordt voor iets anders. Maar het helpt niet. Het vet dat blijft zitten blijft zich slecht gedragen.”

En pillen dan? Die helpen wel.
„Ja, voor alle symptomen van het metabool syndroom zijn er medicijnen. En eerlijk gezegd is nog niet bewezen dat afvallen beter werkt dan pillen slikken. Ik zou daar graag een studie voor willen opzetten. Mijn gevoel zegt, of nee, mijn hypothese is dat je met medicijnen het onderliggende probleem niet volledig aanpakt: de productie van ontstekingsstoffen, de insulineresistentie.

De farmaceutische industrie zal meer geïnteresseerd zijn in onderzoek dat een medicijn dáártegen ontwikkelt.
„Dan zouden we wel heel bizar bezig zijn. Die route weiger ik op te gaan.”

En al die mensen die in januari 5 kilo afvallen en in februari 6 kilo aankomen, die denken misschien ook: doe toch die pillen maar.
„En dan zeg ik: u kunt voor de rest van uw leven elke dag 6 pillen slikken, maar u kunt ook één boterham per dag minder eten, iets vaker de auto laten staan, en u zult zien dat u over een jaar 4 kilo minder weegt. Je hoeft er helemaal geen grote, dramatische dingen voor te doen.”

Hoeveel weegt u zelf?
„Ik weeg 92 kilo, bij een lengte van 1 meter 92. Dat is een BMI van 25. Maar dat zegt dus niet zo veel. Gooi de weegschaal maar weg, pak de centimeter. Mijn buikomvang is 92 centimeter. Een jaar of twee geleden merkte ik dat ik wat dikker begon te worden. Niet doordat ik meer at, maar doordat de energiebehoefte vermindert bij het ouder worden. Dus ben ik wat minder gaan eten. Ik sla drie keer per week de lunch over, want ik drink ‘s avonds graag een glas wijn, en je kunt niet alles. Door ons onderzoek denk ik dat het goed is om tussen de maaltijden door niet te eten, om de verbranding van het vet tussen de darmen op peil te houden. Het is niet erg om honger te hebben, we zijn erop gebouwd. Dus geen tussendoortjes.”

Ook geen appel?
„Daar kun je je vraagtekens bij zetten. Een appel is goed, maar ik zou zeggen: bij de maaltijd. Verder heb ik geen auto. Ik fiets naar mijn werk, ook als het regent.”

Moeten dunne mensen zich toch laten nakijken?
„Van de mensen met het metabool syndroom heeft 10 tot 20 procent een normaal gewicht, dus ja, misschien… Ik zou zeggen: als je een jaar of 50 bent en je had een laag geboortegewicht en je komt uit een familie met diabetes of met vaatproblemen, dan zou je kunnen laten onderzoeken hoe je bloeddruk is en hoe de bloedwaarden voor cholesterol en vetzuren zijn.”

En dan? Toch pillen?
„Of bewegen. De Nederlandse Hartstichting zegt: vijf keer per week 30 minuten. Ik zou graag onderzoeken of het voor dunne mensen met het metabool syndroom helpt om meer te bewegen. Dat weten we nog niet.”