Op een cruciaal moment in het boek gaat Anna met de trein terug van Moskou naar Petersburg, naar haar man, de oude Karenin met de grote oren, en haar achtjarige zoontje Serjozja. Ze weet niet dat Vronski met dezelfde trein meereist, de officier die in Moskou verliefd op haar is geworden en haar zijn liefde wil verklaren. Het is winter en de gure sneeuwstorm giert door het barre Russische land langs de wagons. Als de trein in het holst van de nacht halt houdt op een tussenstation, stapt Anna uit om de benen te strekken en even verlost te zijn uit de benauwde coupé. Op het perron, waar de stormwind met de overkapping speelt, komt Vronski op haar af.
Lees verder »