Struwwelpeter

Zelfs aan de slechtste vertaling van Dostojevski kun je nog zien hoe goed het is, zei Hermans ooit tegen Cees Nooteboom toen die hem had medegedeeld dat Mary McCarthy niet door de vertaling van Nooit meer slapen heen kwam. Sindsdien noemde Hermans Mary McCarthy ‘een twaalfderangs Courts-Mahler,’ maar daar gaat het nu even niet om. Waar het om gaat is: wat voor Dostojevski geldt, geldt ook voor Piet de Smeerpoets. Dat wil zeggen Der Struwwelpeter uit 1845 van de Frankfurter huisarts en gekkendokter Heinrich Hoffmann, stad- en tijdgenoot van die andere grote leer-om-leermeester, Arthur Schopenhauer.
Generaties kinderen zijn met Hoffmanns prentenboek opgevoed c.q. bang gemaakt (wat vroeger hetzelfde was). Het zijn heel grappige en soms heel wrede verhalen, met gruwelijk plastische plaatjes: een ‘kleedermaker’ die de duimen van een onverbeterlijke duimzuiger afknipt, Soep-Hein die blijft weigeren zijn soep te eten totdat hij zo mager wordt dat er niks van hem overblijft, waarna er op zijn graf een soepterrien wordt gezet. Ook de Nederlandse jeugd mocht griezelen bij de verhalen over ondeugende kindertjes met wie het slecht afliep. Er zijn minstens vier vertalingen in het Nederlands verschenen en er zijn rare dingen mee aan de hand. De ene verzint er van alles bij: het verhaal van een jongetje dat wipt op zijn stoel, omvalt en het hele tafellaken met maaltijd en al in zijn val meeneemt, eindigt er in het Duits mee dat de ouders boos zijn omdat ze niks meer te eten hebben. Maar de Nederlandse vertaler W.P. Razoux doet er nog een schepje bovenop en verzint er een hele strofe bij, waarin Philip den Schommelaar zijn been verbrandt aan de hete soep en vaderlief hem als volgt opbeurt: ‘Wees voortaan dus niet meer stout! Maar, opdat gij ’t wel onthoudt, Neem ik u nog, tot uw straf, al uw mooije speelgoed af!’ De andere vertaler laat juist weer van alles weg als te kwetsend voor de tere kinderziel: bij J. Riemers-Reurslag zijn de laatste regels van Soep-Hein gesneuveld en ook het plaatje met het graf met de soepterrien is weggeretoucheerd.  De derde, Lidi Luursema, kalefatert de oudere vertalingen hier en daar wat op. Zo wordt Philip den Schommelaar Flip de Stoelewip. De laatste ons bekende vertaling is uit 2000, van Jan Kuijper, en hij gaat terug ad fontes, naar de bron van de oorspronkelijke tekst. Hij verzint er niks bij, laat niks weg en de vader van Wip-Flip neemt niet als toppunt van onrechtvaardigheid al zijn mooije speelgoed meer af. Ook de ‘moriaan zo zwart als roet’ sneuvelt, want in het Duits stond er ‘ein kohlpechrabeschwarzer Mohr’: ‘een koolpikravenzwarte neger’ maakt Kuijper ervan, wars van alle negentiende-eeuwse moderniseringen. Aldus hebben we vier verschillende Vertaliaanse strategieën gehad, maar het raarste is nog wel dat de titel al die jaren hetzelfde is gebleven, Piet de Smeerpoets. Terwijl Peter in het Duits helemaal niet zo’n smeerpoets was. Het is meer een gymnosofist die uit pure wereldverzaking zijn nagels en zijn haren niet meer knipt. Piet de Ragebol is het meer of Rasta Pietje. Of weet iemand een betere vertaling voor de volgende ronde van de Struwwelpeter in de Vertaliaanse carroussel?


Dit bericht heeft 7 reacties op “Struwwelpeter”

  1. bambam zegt:

    struweelpeter

  2. HN zegt:

    Pieter Piekhaar

  3. rene zegt:

    Job borstelkop

  4. ruud ronteltap zegt:

    Struwwelpeter was geen vondst van Hoffmann, maar een al lang gangbare benaming voor een lange dan wel lijzige of slungelachtige, wellicht enigszins stijve en/of harkerige figuur met wanordelijke haren. Men denke niet meteen aan pieken – wat in het gel-tijdperk voor de hand ligt – maar eerder aan een dos van (te) lang, wie weet dun en sluik haar waarin en waarmee de bezitter doorlopend wroet en donderjaagt, zowel met de klavieren als door het – al dan niet gespeeld – achteloos met een hoofdbeweging achterover te slaan.

    Godfried Bomans. Of Goethe, die in z’n jonge jaren bekend stond als de Frankfurter Strobbelpeter.

    Struwwelpeter is gevormd door Struwwelhaar (ook Strobbel- en Strobelhaar waren gangbaar om ‘wirres, ungekämmtes haar’ in beeld te brengen) saam te smeden met Peter, niet als eigennaam maar als een algemeen gangbaar etiket voor een ‘dummer, fauler, steifer, langweiliger, verdrieszlicher mensch’*.

    Hé, ineens komen we in de buurt van Reve’s slome haarboer.

    Maar ja, wat te doen met Struwwelpeter? Moet idealiter uitdrukken: raar haar + morsigheid + harkerigheid.

    Als we het eens lieten eindigen op -hannes. Wat zetten we er dan voor? ‘Dekleinejo’, roept een guit. Ga je schamen!

    Slodderhannes? Klinkt wel erg landelijk. En naar Buddingh’. En Lord Lister.

    Lulletje Rozenhaar, is dat wat? Zal deze en gene senior meteen doen denken aan Polletje Piekhaar, een figuur van Willem van Iependaal. Afijn, u ziet maar.

    * Voor u opgediept uit de Fundgrube van de gebroeders Grimm die, zoals u wel wist, niet alleen sprookjes vertelden:

    http://germazope.uni-trier.de/Projects/DWB

  5. Guus zegt:

    Pietje Piekhaar

  6. Peter zegt:

    Harrie de warrie of Pitoe Ratjetoe zou natuurlijk ook kunnen…

  7. Bella Stoelinga zegt:

    Frederik was vreeslijk wreed
    Alle dieren deed hij leed
    Katten trok hij aan hun staart
    Vogels werden niet gespaard.
    Zelfs zijn zusje sloeg hij graag
    Hij was een mens- en dierenplaag.

    Ik zou het boekje in deze vertaling zo graag nog eens zien. Ik ben gedeelten uit de tekst vergeten.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.