Het fenomeen embedded journalism
Nu ik weer thuis ben in Nederland wil ik ter afsluiting van deze reis naar Uruzgan terugblikken op het fenomeen embedded journalism: het onder de hoede van Defensie meereizen met de militairen en daar verslag van doen.
Er is de laatste tijd veel kritiek op deze manier van werken. Critici, zoals de journalist Arnold Karskens, verwijten embebedded-journalisten dat ze maar een kant van de zaak te zien krijgen: namelijk de kant die Defensie zou willen tonen. Een embedded journalist is volgens hen geen onafhankelijk journalist.
Dat laatste vind ik een terecht punt. Een goede, onafhankelijke journalist gaat onafhankelijk en zelfstandig te werk, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wat voor organisatie dan ook. En dat is het probleem met embedded journalism. Doordat je als journalist verblijft in de kampementen van het Nederlandse leger in Uruzgan en voor je veiligheid afhankelijk bent van de militairen, komt je onafhankelijkheid in het geding.
Embedded meegaan in Uruzgan is dan ook geen ideale situatie, maar een noodgedwongen keuze.
De veiligheidssituatie in Uruzgan is nog altijd zo belabberd dat het in veel gevallen levensgevaarlijk is voor journalisten om er op eigen houtje er op uit te trekken. Slechts een paar Nederlandse journalisten hebben dit tot nu toe aangedurfd, waaronder Karskens. Ik heb veel respect voor hun moed en doorzettingsvermogen. Maar ook zij zijn gebonden aan restricties. Door de onveilige situatie kunnen ook zij niet alles zien en overal naar toe gaan. Bovendien is een journalist als Karskens evenmin alleen, maar reist hij rond met een club ingehuurde beveiligers. Journalisten in Uruzgan zijn vaak afhankelijk van de bescherming van de Afghaanse veiligheidsdiensten of overheidsinstellingen. Ook dat komt in mijn ogen de onafhankelijkheid niet ten goede.
Relatieve vrijheid
Er moet constant een afweging worden gemaakt tussen de veiligheid van de journalist en de noodzaak om zo onafhankelijk mogelijk nieuws uit Uruzgan te brengen. Een zeer lastige afweging. Zolang het niet veel veiliger wordt in Uruzgan kies ik er voor om embedded te gaan.
Maar wil dat zeggen dat er daarmee per definitie slechte journalistiek wordt bedreven in de Zuid-Afghaanse provincie? Ik denk zelf van niet. Afgelopen weken heb ik in relatieve vrijheid mijn werk kunnen doen, ook al was ik voor mijn veiligheid afhankelijk van Defensie. Zo ben ik volledig vrij geweest in mijn onderwerpskeuzes. Als ik had aangegeven in plaats van naar Chora naar een ander district te willen reizen, dan was dit verzoek ook door Defensie ingewilligd. Alle mensen die ik wilde spreken, heb ik ook daadwerkelijk kunnen interviewen. Ook dit zonder restricties.
Er bestaat een misverstand dat je als embedded-journalist alleen de Nederlandse kant van de missie te zien krijgt. In de praktijk zou je dus alleen maar Nederlandse militairen interviewen. Dat is onwaar: tijdens mijn reis naar Chora heb ik met veel dorpsoudsten, stammenleiders, onafhankelijke ngo’s (non-gouvermentele organisaties), Afghaanse overheidsfunctionarissen, Afghaanse politiemensen en Afghaanse legercommandanten kunnen spreken. In alle vrijheid, en zonder tussenkomst van Defensie. Slechts in een geval was een persvoorlichter van het ministerie aanwezig bij een gesprek met een Afghaan. Dat was tijdens een interview met een Afghaanse generaal. Over dit alles zal ik overigens spoedig berichten in de papieren en digitale uitgaves van NRC Handelsblad/nrc.next.
Schooljuf
Zoals ik al eerder schreef is embedded journalism uit nood geboren, en verre van ideaal, maar in mijn ogen wel werkbaar. Los van de verhalen en de interviews die je kunt maken, is een dergelijke reis er ook voor achtergrondinformatie en om contacten te leggen, waar ik op een later moment, terug op de redactie in Rotterdam mijn voordeel mee kan doen.
Dit alles neemt niet weg dat het voor een journalist onnatuurlijk voelt om voor bescherming afhankelijk te zijn van Defensie. Ook voor het ministerie is het wennen om journalisten permanent een kijkje te laten nemen in hun keuken. Naar mijn mening kan Defensie de teugels nog wel wat meer laten vieren om de onafhankelijkheid verder te vergroten. Persoonlijk vind ik het bijvoorbeeld betuttelend dat journalisten op Kamp Holland verplicht met een kinderachtig perspasje om hun nek moeten lopen. Die maatregel is afgelopen zomer door Defensie ingesteld en wordt wat mij betreft morgen weer afgeschaft. Zelf loop ik door Kamp Holland in burgerkleding (wat tussen al die militairen al opvallend is), met aantekeningen in de ene hand, een taperecorder in de andere en om mijn nek een grote spiegelreflexcamera. Lijkt mij duidelijk zat: hier loopt een journalist.
Ook een doorn in het oog is wat mij betreft de screening achteraf door het ministerie van de berichtgeving op veiligheidsaspecten die de troepen mogelijk in gevaar zouden kunnen brengen. Het is overigens niet zo dat Defensie zich bemoeit met de inhoud, invalshoek of de toon van het verhaal. Desondanks voel ik me iedere keer weer als een klein kind dat zich bij zijn schooljuf moet melden om de inhoud van zijn schriftje te overhandigen ter controle.
Defensie zou een voorbeeld moeten nemen aan het Amerikaanse ministerie van Defensie, dat eveneens veelvuldig journalisten embedded meeneemt. Dat gaat daar op basis van vertrouwen: in het geval dat je operationele informatie prijsgeeft ben je niet meer welkom. Amerikaanse journalisten hebben in elk geval geen last van het schooljuf-effect.



maandag 17 maart 2008, 18:39 uur
Dit houd dus in dat je artikelen van te voren door de staat gescreend worden voor publicatie.
Weg persvrijheid dus en niet anders.
dinsdag 18 maart 2008, 15:21 uur
meneer Mommaas, lees het stuk aub nog eens door. de schrijver stelt toch dat defensie hem eigenlijk geen haarbreed in de weg legt? leunstoelmeningen meneer, daar doe ik niks mee. Iedereen heeft wel een mening maar tenzij u er zelf geweest bent mag u van mij de mond dichthouden.
woensdag 19 maart 2008, 12:00 uur
Dag Jaus, je bent goed bezig zou ik zeggen.Je verhaal maken vanuit zo veel mogelijk invalshoeken maakt je verhaal ook een stuk geloofwaardiger.Juist journalisten zoals Karskens,bekijken de missie éénzijdig.De persofficier moet je naar mijn mening meer zien als een ‘fixer’ en iemand die snel contacten voor je kan leggen in een toch wel complexe organisatie als Defensie.Hij kan je op bepaalde zaken wijzen die in eerste opzicht niet zichtbaar zijn. Aan de journalist dan om er wel of niet iets mee te doen.Ook voor goed ingeburgerde journalisten is het soms lastig de juiste info te vinden bij de militairen.Maar als de journalist zelf iets wil, dan kan dat bijna altijd.Je hebt als journalist effectief maar enkele dagen om je verhaal te maken. Veel tijd gaat verloren aan reizen en wachten en meer tijd krijgen de meeste niet van hun redactie.De screening is puur om operational security (opsec) te waarborgen.Daar zijn levens mee gemoeid.Het argument dat iemand bij een overtreding dan niet meer welkom is, gaat niet op in dit landje met zo weinig journalisten met echte kennis van Defensie.Het niet meer toelaten van media wat een opsec-fout heeft gemaakt gaat in dit kleine kikkerlandje niet op.Goed ingeburgerde journalisten met veel Defensiekennis zijn schaars en ze dan toegang weigeren zou niet goed zijn voor Defensie en niet goed voor de journalistiek.