Met NRC per fiets de Mont Ventoux op: stairway to heaven…
Meer dan veertig lezers van NRC Handelsblad hadden zich ingeschreven voor de klim per fiets naar de top van Mont Ventoux, de ‘kale berg’ in de Provence. Veertig mannen en twee vrouwen waren er als eersten bij en bereid duizend doden te sterven om de beklimming naar de top op 1909 meter te voltooien. De alliantie tussen NRC Handelsblad en in sport geïnteresseerde lezers werd eindelijk duidelijk. Sport is van en voor iedereen, dus ook voor de mannen en vrouwen die NRC Handelsblad en NRC-next lezen.
Hans scheikunde en Hans economie, hoogleraren, artsen, tandartsen, psychiaters, architecten, organisatie-adviseurs, directeuren van wat dan ook, makelaars, mannen en vrouwen van tussen de 30 en de 65, en van welk ‘intelligentie-niveau’ dan ook, bleken hevig geïnteresseerd in de wielersport. NRC werd vertegenwoordigd door oud-wielrenner en Alpe d’Huez-veroveraar Peter Winnen, sportcolumnist en onderscheiden televisie- en documentairemaker Wilfried de Jong, en mijzelf, Guus van Holland, een leven lang sport- en vooral wielerverslaggever. De Mont Ventoux beklimmen, dat is wat deze NRC-lezers in de nabijheid van deze NRC-schrijvers wilden ervaren.

Ik viel om van verbazing toen ik de bus betrad. Zoveel interesse. Zoveel fietsende en klimmende lezers. Peter Winnen mompelde nog bij het bestijgen van de bus die ons vanuit Amsterdam, Utrecht, Eindhoven en Maastricht naar Bedoin in de Provence zou vervoeren: ,,Lezen die allemaal mijn stukjes?,, ,,Ja, Peter, en nog veel meer mensen’, stelde ik hem gerust.
De Mont Ventoux op, waar grote renners als Charly Gaul, Fausto Coppi, Eddy Merckx, Raymond Poulidor, Bernard Thévenet, Joop Zoetemelk, Stephen Roche, Pedro Delgado, Marco Pantani en Lance Armstrong hun klimtalent hadden getoond. De berg waarop Tom Simpson in 1967 bezweek aan hitte, drugs en overmoed. Op 2 kilometer van de top herinnert een monument aan deze Engelse Ventouxdode.
De beklimming van de stairway to heaven zou het voor ons worden.
Woensdagmiddag vertrokken we. Dondermiddag rond 1 uur kwamen we aan, vijf uur later dan voorzien. Geradbraakt! Maar er viel geen onvertogen woord. Jan, de begeleider van Cycletours, deed bij aankomst een voorstel: naar bed, naar het zwembad of een verkorte fietsroute van pakweg 75 kilometer rondom de Ventoux. Natuurlijk ging iedereen fietsen. Peter, Charles en ik in ons fraaie, zwarte NRC-wielertenue. Iedereen had wel zo’n shirt willen hebben, zo bleek.
Ik moest natuurlijk ook fietsen. Daarvoor was ik meegegaan. Ondanks een onafgebroken beklimming van ruim 20 kilometer die mij als ongetraind wielrenner zwaar zou kunnen vallen. De gretigheid spatte er vanaf de start in de hoteltuin vanaf. Voordat ik het besefte waren de eersten al gedemarreerd. Op hun zwaarste verzetten werd al meteen op hoge snelheid richting de eerste klim gekoerst. Wilden zij zichzelf bewijzen? Wilden zij Peter Winnen laten zien wat ze konden? Als ontketende, jonge honden, schoten ze weg de vrije wereld in.

Ik zou duizend doden sterven in de hitte van de Provence. Mijn training bleek nauwelijks toereikend. Maar in de laatste 40 kilometer bleek dat mijn conditie toch erg goed was, veel hardlopen heeft ook voordelen. Afdalingen van tegen de zestig per uur zijn opwindend, zeker als het uitzicht op het geweldige landschap een hallucinerende werking heeft. Ik vloog soms naar beneden. Wel een beleving weer, na zoveel jaren niet echt gefietst te hebben. Wat is dit toch een geweldige sport!
Tegen zes uur, na pakweg vijf uur fietsen, keerde de meute terug in het hotel. Het leed van de lange busreis was al lang vergeten. Er werd honderduit gesproken over versnellingen, over klimmen en dalen als de metafoor van leven. Er werden ervaringen uitgewisseld over dode momenten en over momenten van herstel. ‘s Avonds luisterden de deelnemers ademloos naar de ervaringen van Peter Winnen als wielrenner. Ze keken naar films uit zijn verleden. Ze luisterden ook naar mijn verhalen en stelden vooral vragen. Vragen over wielrennen, vragen over de prestaties van wielrenners die door Peter en mij waren beschreven in NRC Handelsblad. Een avond lang praten over wielrennen en over het spook dat in de verte opdoemde, de Mont Ventoux, gehuld in een wolk.
Ook de tweede dag stond in het teken van de voorbereiding op de apotheose, de klim naar de Ventoux. Een korte route van pakweg zeventig kilometer, een lange van ruim honderd. Beklimmingen en afdalingen bij een temperatuur van bijna dertig graden. Alle voorbereid door Jan van Cycletours: ,,Gisteren was het drie , vier procent, Guus, vandaag gaan we naar zes procent en steiler. Pas op, kun je dat wel aan? De Ventoux begint bij vijf procent en wordt soms tien. Je gaat dood Guus, weet je het zeker? Ik heb zoveel mensen zien sterven, pas op, wees voorzichtig. Je hebt geen goede versnellingen op de fiets. Je had een triple moeten monteren. Misschien moet je het maar niet doen.” Jan lachte, hij heeft het beste met de fietsers voor.
De zenuwen gierden de tweede dag door de kelen. Mannen wilden hun conditie peilen, vrouwen lieten zich niet onbetuigd, zoals Lydia, een ruime zestiger, een ervaren Posbankbeklimmer, maar de Ventoux is toch wat anders. Verzetten werden uitgeprobeerd. Morgen, zaterdag, was de dag. Wilfied de Jong meldde zich vrijdagmiddag. Hij was gespannen, een gezonde spanning. Hij had de Ventoux al eens eerder beklommen, voor een film in zijn programma Holland Sport. Maar Wilfried wilde toch echt even deze middag zijn benen voelen. Even een stukje de Ventoux op.
Ik werd bijna gek. Overal discussies. Overal, over de eerste kilometers, de kilometers door het bos en dan de kilometers over de kale vlakte. Over versnellingen en remblokjes. Wat zich in de grote wereld afspeelde was bijzaak voor deze NRC-lezers. Ze hoorden dat Harm-Jan de klim binnen de 1 uur 30 zou rijden, dat Hugo nog sneller zou rijden. En dan Bert, de stille klimmer, en Hans dat mannetje met die baard en die bandana onder zijn helm, Eddy, die hem al eens beklommen had, Jean-Pierre, Michel en Michiel, Henk en Henk, Annoeska, Siewert, Peter, Menno, Uriël, Gabor, Pieter, Charles, Andre, Freerk, Ruben en die anderen, met nog niet bewezen talenten. Ze voelden zich Pantani en dat zouden ze laten zien.
Wilfried toonde aan de vooravond prachtige filmpjes over Abdel-Kader Zaaf en Fréderico Bahamontes, over mensen die zich uitputten, en de beklimmingen namen alsof het een wandeltochtje was. Wilfried las voor en liet zien hoe hijzelf eerder de Ventoux had beklommen. De deelnemers hoorden het allemaal stilzwijgend aan, gepassioneerd als ze zijn. Ze hadden behoefte aan een drankje, veel drank. Maar ze verkozen vroeg naar bed te aan. Twee dagen in Bedoin, aan de voet van de Ventoux, de berg die overal, vanuit het hotelraam en vanaf het hotelterras, opdoemde, deed mensen die in het dagelijks leven in hun hoofd zitten verlangen naar emotie, naar een droom: aankomen op de top van de Ventoux.
Ik heb het gezien, ik fietste helaas niet mee (Waarom? Bang voor de dood?), Peter Winnen ook niet (zijn rug is in de loop der tijden gevoelig geworden). Ik zag hoe deze mensen bereid waren te lijden. Peter en ik reden mee in de auto. Peter zei: ,,Goed zo, rustig blijven, tandje minder.” Zoals hij tijdens een oorverdovende stilte een dag eerder ‘s morgens in een clinic over klimmen en afdalen al had geadviseerd. De mannen en vrouwen wilden alles weten over wielrennen. Geen detail bleef die ochtend onbesproken.
Peter en ik hielden onze renners in de gaten. Bij Chalet Reynard, halverwege, eindelijk het bos uit, keken we elkaar aan. Ze doen het, ze kunnen het allemaal. Peter en Peter, Hugo, Harm-Jan, Bert, Wilfried, Han, Norbert, Charles, Johan, Harry 1 en Harry 2, Marcel, Wouter, en zelfs Lydia die zich had beklaagd dat ik als potentiële lotgenoot niet was gestart. Alleen al kijken en observeren wat mensen doen en hoe ze lijden, geeft mij inzicht. Dit is leven. Durven voelen, durven kijken wat naar wat pijn met je doet, niet wijken voor angst, paniek aanvaarden en ondergaan. Op die berg ga je bijna dood, zoals ik een paar dagen eerder ‘stierf’ op een mindere berg, maar toch weer over zeven levens bleek te beschilken.
Ik heb profwielrenners zien lijden op een berg. Maar nooit heb ik ‘fietstoeristen’ zo zien lijden als die zaterdag op de Ventoux. Ze kwamen allemaal aan, begroet door de mannen en vrouwen die eerder waren gearriveerd. Alleen dat al is zo mooi en zo emotioneel. Maar waar was toch die ene jongen? ‘s Morgens zagen we hem bij het hotel omringd door familieleden, door zijn kinderen en zijn vrouw. Hij was toch echt gestart.
Mannen die al waren gefinisht raakten ongerust. Waar was hij? De laatste was toch al binnen op de top waar een koude wind gierde. Wilfried trok zijn jasje aan en zei: ,,Ik ga hem halen.” Hij dook de berg af maar kwam snel terug. ,,Hij komt eraan, hoor.” Opluchting!
Minuten later kwam hij boven, als de laatste van ons allen. Naast hem een man met een cameraatje op zijn helm. Niemand wist het, niemand wist dat deze jonge man een jaar geleden had vernomen dat hij binnen korte tijd zou sterven. Hij had kanker. In het voorjaar onderging hij een transplantatie. Hij ging fietsen en besloot de Ventoux te beklimmen. Op de eerste dag in de Provence zag ik hem voor mij rijden. Hij wachtte op mij tijdens die eerste helse bekllimming. Ik wenkte naar hem: ‘ga maar door, ik red het wel, ik kan tegen wel een stootje.’ Hij ging door, hij bereidde zich voor op de slotdag, de klim van de Ventoux.
Hij kwam boven op de Ventoux. Ik stond op de top, omringd door zijn familie, zijn kinderen en vrienden. Ik moedigde hem aan, ik applaudisseerde en riep iets. Ik begon te huilen. Ik kon mijn tranen niet meer stoppen. Ik keek om en zag Wilfried huilen. Hij omhelsde me en zei: ,,Daar kunnen wij niet tegen, Guus.” Ik keek verder om mij heen en zag louter geëmotioneerde mensen.
Er was er een die al een uur rilde, van de kou en de hongerklop, de uitputing. Er was er een die onafgebroken at: brood, pasta en soep (liefdevol bereid door Anja van Jan van Cycletours), en nog meer wilde eten en drinken. Er was er een die in zijn broek plaste zonder dat hij het wist en er waren velen die verrast waren dat ze het gehaald hadden. Ze feliciteerden elkaar, dit is nu wat onze levens bindt.
Een fietsreis naar de Ventoux met lezers van NRC Handelblad biedt meer dan emotie. Volgend jaar gaan we verder, en hoger: de Stelvio, de Gavia, de Rollo en de Pordoi.
PS Zomaar wat foto’s: Kunst op de Ventoux: http://www.flickr.com/photos/33685557@N00/sets/72157622397688379/
En andere foto’s:
http://s2.photobucket.com/albums/y19/phryque/ventoux-alle%20andere/
En nog meer foto’s:









