Met NRC per fiets de Mont Ventoux op: stairway to heaven…

ventouxMeer dan veertig lezers van NRC Handelsblad hadden zich ingeschreven voor de klim per fiets naar de top van Mont Ventoux, de ‘kale berg’ in de Provence. Veertig mannen en twee vrouwen waren er als eersten bij en bereid duizend doden te sterven om de beklimming naar de top op 1909 meter te voltooien. De alliantie tussen NRC Handelsblad en in sport geïnteresseerde lezers werd eindelijk duidelijk. Sport is van en voor iedereen, dus ook voor de mannen en vrouwen die NRC Handelsblad en NRC-next lezen.

Hans scheikunde en Hans economie, hoogleraren, artsen, tandartsen, psychiaters, architecten, organisatie-adviseurs, directeuren van wat dan ook, makelaars, mannen en vrouwen van tussen de 30 en de 65, en van welk ‘intelligentie-niveau’ dan ook, bleken hevig geïnteresseerd in de wielersport. NRC werd vertegenwoordigd door oud-wielrenner en Alpe d’Huez-veroveraar Peter Winnen, sportcolumnist en onderscheiden televisie- en documentairemaker Wilfried de Jong, en mijzelf, Guus van Holland, een leven lang sport- en vooral wielerverslaggever. De Mont Ventoux beklimmen, dat is wat deze NRC-lezers in de nabijheid van deze NRC-schrijvers wilden ervaren.

3983767691_e031b7847a

Ik viel om van verbazing toen ik de bus betrad. Zoveel interesse. Zoveel fietsende en klimmende lezers. Peter Winnen mompelde nog bij het bestijgen van de bus die ons vanuit Amsterdam, Utrecht, Eindhoven en Maastricht naar Bedoin in de Provence zou vervoeren: ,,Lezen die allemaal mijn stukjes?,, ,,Ja, Peter, en nog veel meer mensen’, stelde ik hem gerust.

De Mont Ventoux op, waar grote renners als Charly Gaul, Fausto Coppi, Eddy Merckx, Raymond Poulidor, Bernard Thévenet, Joop Zoetemelk, Stephen Roche, Pedro Delgado, Marco Pantani en Lance Armstrong hun klimtalent hadden getoond. De berg waarop Tom Simpson in 1967 bezweek aan hitte, drugs en overmoed. Op 2 kilometer van de top herinnert een monument aan deze Engelse Ventouxdode.

De beklimming van de stairway to heaven zou het voor ons worden.

YouTube Preview Image

Woensdagmiddag vertrokken we. Dondermiddag rond 1 uur kwamen we aan, vijf uur later dan voorzien. Geradbraakt! Maar er viel geen onvertogen woord. Jan, de begeleider van Cycletours, deed bij aankomst een voorstel: naar bed, naar het zwembad of een verkorte fietsroute van pakweg 75 kilometer rondom de Ventoux. Natuurlijk ging iedereen fietsen. Peter, Charles en ik in ons fraaie, zwarte NRC-wielertenue. Iedereen had wel zo’n shirt willen hebben, zo bleek.

Ik moest natuurlijk ook fietsen. Daarvoor was ik meegegaan. Ondanks een onafgebroken beklimming van ruim 20 kilometer die mij als ongetraind wielrenner zwaar zou kunnen vallen. De gretigheid spatte er vanaf de start in de hoteltuin vanaf. Voordat ik het besefte waren de eersten al gedemarreerd. Op hun zwaarste verzetten werd al meteen op hoge snelheid richting de eerste klim gekoerst. Wilden zij zichzelf bewijzen? Wilden zij Peter Winnen laten zien wat ze konden? Als ontketende, jonge honden, schoten ze weg de vrije wereld in.

3976981696_ee793b091d

Ik zou duizend doden sterven in de hitte van de Provence. Mijn training bleek nauwelijks toereikend. Maar in de laatste 40 kilometer bleek dat mijn conditie toch erg goed was, veel hardlopen heeft ook voordelen. Afdalingen van tegen de zestig per uur zijn opwindend, zeker als het uitzicht op het geweldige landschap een hallucinerende werking heeft. Ik vloog soms naar beneden. Wel een beleving weer, na zoveel jaren niet echt gefietst te hebben. Wat is dit toch een geweldige sport!

Tegen zes uur, na pakweg vijf uur fietsen, keerde de meute terug in het hotel. Het leed van de lange busreis was al lang vergeten. Er werd honderduit gesproken over versnellingen, over klimmen en dalen als de metafoor van leven. Er werden ervaringen uitgewisseld over dode momenten en over momenten van herstel. ’s Avonds luisterden de deelnemers ademloos naar de ervaringen van Peter Winnen als wielrenner. Ze keken naar films uit zijn verleden. Ze luisterden ook naar mijn verhalen en stelden vooral vragen. Vragen over wielrennen, vragen over de prestaties van wielrenners die door Peter en mij waren beschreven in NRC Handelsblad. Een avond lang praten over wielrennen en over het spook dat in de verte opdoemde, de Mont Ventoux, gehuld in een wolk.

Ook de tweede dag stond in het teken van de voorbereiding op de apotheose, de klim naar de Ventoux. Een korte route van pakweg zeventig kilometer, een lange van ruim honderd. Beklimmingen en afdalingen bij een temperatuur van bijna dertig graden. Alle voorbereid door Jan van Cycletours: ,,Gisteren was het drie , vier procent, Guus, vandaag gaan we naar zes procent en steiler. Pas op, kun je dat wel aan? De Ventoux begint  bij vijf procent en wordt soms tien. Je gaat dood Guus, weet je het zeker? Ik heb zoveel mensen zien sterven, pas op, wees voorzichtig. Je hebt geen goede versnellingen op de fiets. Je had een triple moeten monteren. Misschien  moet je het maar niet doen.” Jan lachte, hij heeft het beste met de fietsers voor.

De zenuwen gierden de tweede dag door de kelen. Mannen wilden hun conditie peilen, vrouwen lieten zich niet onbetuigd, zoals Lydia, een ruime zestiger, een ervaren Posbankbeklimmer, maar de Ventoux is toch wat anders. Verzetten werden uitgeprobeerd. Morgen, zaterdag, was de dag. Wilfied de Jong meldde zich vrijdagmiddag. Hij was gespannen, een gezonde spanning. Hij had de Ventoux al eens eerder beklommen, voor een film in zijn programma Holland Sport. Maar Wilfried wilde toch echt even deze middag zijn benen voelen. Even een stukje de Ventoux op.

Ik werd bijna gek. Overal discussies. Overal, over de eerste kilometers, de kilometers door het bos en dan de kilometers over de kale vlakte. Over versnellingen en remblokjes. Wat zich in de grote wereld afspeelde was bijzaak voor deze NRC-lezers. Ze hoorden dat Harm-Jan de klim binnen de 1 uur 30 zou rijden, dat Hugo nog sneller zou rijden. En dan Bert, de stille klimmer, en Hans dat mannetje met die baard en die bandana onder zijn helm, Eddy, die hem al eens beklommen had, Jean-Pierre, Michel en Michiel, Henk en Henk, Annoeska, Siewert, Peter, Menno, Uriël, Gabor, Pieter, Charles, Andre, Freerk, Ruben en die anderen, met nog niet bewezen talenten.  Ze voelden zich Pantani en dat zouden ze laten zien.

Wilfried toonde aan de vooravond prachtige filmpjes over Abdel-Kader Zaaf en Fréderico Bahamontes, over mensen die zich uitputten, en de beklimmingen namen alsof het een wandeltochtje was. Wilfried las voor en liet zien hoe hijzelf eerder de Ventoux had beklommen. De deelnemers hoorden het allemaal stilzwijgend aan, gepassioneerd als ze zijn. Ze hadden behoefte aan een drankje, veel drank. Maar ze verkozen vroeg naar bed te aan. Twee dagen in Bedoin, aan de voet van de Ventoux, de berg die overal, vanuit het hotelraam en vanaf het hotelterras, opdoemde, deed mensen die in het dagelijks leven in hun hoofd zitten verlangen naar emotie, naar een droom: aankomen op de top van de Ventoux.

Ik heb het gezien, ik fietste helaas niet mee (Waarom? Bang voor de dood?), Peter Winnen ook niet (zijn rug is in de loop der tijden gevoelig geworden). Ik zag hoe deze mensen bereid waren te lijden. Peter en ik reden mee in de auto. Peter zei: ,,Goed zo, rustig blijven, tandje minder.” Zoals hij tijdens een oorverdovende stilte een dag eerder ’s morgens in een clinic over klimmen en afdalen al had geadviseerd. De mannen en vrouwen wilden alles weten over wielrennen. Geen detail bleef die ochtend onbesproken.

Peter en ik hielden onze renners in de gaten. Bij Chalet Reynard, halverwege, eindelijk het bos uit, keken we elkaar aan. Ze doen het, ze kunnen het allemaal. Peter en Peter, Hugo, Harm-Jan, Bert, Wilfried, Han, Norbert, Charles, Johan, Harry 1 en Harry 2, Marcel, Wouter, en zelfs Lydia die zich had beklaagd dat ik als potentiële lotgenoot niet was gestart.  Alleen al kijken en observeren wat mensen doen en hoe ze lijden, geeft mij inzicht. Dit is leven. Durven voelen, durven kijken wat naar wat pijn met je doet, niet wijken voor angst, paniek aanvaarden en ondergaan. Op die berg ga je bijna dood, zoals ik een paar dagen eerder ’stierf’ op een mindere berg, maar toch weer over zeven levens bleek te beschilken.

Ik heb profwielrenners zien lijden op een berg. Maar nooit heb ik ‘fietstoeristen’ zo zien lijden als die zaterdag op de Ventoux. Ze kwamen allemaal aan, begroet door de mannen en vrouwen die eerder waren gearriveerd. Alleen dat al is zo mooi en zo emotioneel. Maar waar was toch die ene jongen? ’s Morgens zagen we hem bij het hotel omringd door familieleden, door zijn kinderen en zijn vrouw. Hij was toch echt gestart.

Mannen die al waren gefinisht raakten ongerust. Waar was hij? De laatste was toch al binnen op de top waar een koude wind gierde. Wilfried trok zijn jasje aan en zei: ,,Ik ga hem halen.” Hij dook de berg af maar kwam snel terug. ,,Hij komt eraan, hoor.” Opluchting!

Minuten later kwam hij boven, als de laatste van ons allen. Naast hem een man met een cameraatje op zijn helm.  Niemand wist het, niemand wist dat deze jonge man een jaar geleden had vernomen dat hij binnen korte tijd zou sterven. Hij had kanker. In het voorjaar onderging hij een transplantatie. Hij ging fietsen en besloot de Ventoux te beklimmen. Op de eerste dag in de Provence zag ik hem voor mij rijden. Hij wachtte op mij tijdens die eerste helse bekllimming. Ik wenkte naar hem: ‘ga maar door, ik red het wel, ik kan tegen wel een stootje.’ Hij ging door, hij bereidde zich voor op de slotdag, de klim van de Ventoux.

Hij kwam boven op de Ventoux. Ik stond op de top, omringd door zijn familie, zijn kinderen en vrienden. Ik moedigde hem aan, ik applaudisseerde en riep iets. Ik begon te huilen. Ik kon mijn tranen niet meer stoppen. Ik keek om en zag Wilfried huilen. Hij omhelsde me en zei: ,,Daar kunnen wij niet tegen, Guus.” Ik keek verder om mij heen en zag louter geëmotioneerde mensen.

Er was er een die al een uur rilde, van de kou en de hongerklop, de uitputing. Er was er een die onafgebroken at: brood, pasta en soep (liefdevol bereid door Anja van Jan van Cycletours), en nog meer wilde eten en drinken. Er was er een die in zijn broek plaste zonder dat hij het wist en er waren velen die verrast waren dat ze het gehaald hadden. Ze feliciteerden elkaar, dit is nu wat onze levens bindt.

Een fietsreis naar de Ventoux  met lezers van NRC Handelblad biedt meer dan emotie. Volgend jaar gaan we verder, en hoger: de Stelvio, de Gavia, de Rollo en de Pordoi.

PS Zomaar wat foto’s: Kunst op de Ventoux: http://www.flickr.com/photos/33685557@N00/sets/72157622397688379/

En andere foto’s:

http://s2.photobucket.com/albums/y19/phryque/ventoux-alle%20andere/

En nog meer foto’s:

http://www.flickr.com/photos/hjb_fatal/

Van Nicolas Roche tot Dave Gahan

Kijk, hij heeft dezelfde stem als zijn vader. Collega’s kijken op naar het grote televisescherm waarop een Frans sprekende renner wordt geïnterviewd. Wie is dat dan? Nicolas Roche, zeg ik. En wie is dan zijn vader, vragen ze. Stephen Roche, zeg ik. Stephen Roche, de Tourwinnaar van 1987. En die daar, dat is zijn zoon. Hij was drie jaar toen zijn vader de Tour won. Hij was erbij in Parijs, destijds.

Geen gevoel voor geschiedenis? Maar de Tour is toch geschiedenis. Alles wat met de Tour te maken heeft, ademt geschiedenis. Wel weten wie Kenny van Hummel is, maar niet weten dat Nicolas Roche de zoon is van Stephen Roche, in 1987 nota bene winnaar van de Tour, de Giro en het wereldkampioenschap. Nicolas spreekt Frans. Ja, zijn moeder is Frans. En Nicolas heeft moeten kiezen, een Frans paspoort of een Iers. Eerst koos hij voor het Ierse, nu is hij weer Frans. Maar dat terzijde. Lees verder »

Eten en drinken ter ere van Antoine Blondin

Frankrijk is het land van goed eten en goed drinken. Dus hebben we in de Tour de France drie weken lang de tijd van ons leven. Dat ’s avonds het hotelrestaurant bij aankomst al gesloten is, is vervelend. Maar we troosten ons met de vaak omvangrijke lunch die ons in de aankomstplaats, naast de perstent, wordt aangeboden. Lees verder »

Een bernardhondje als ontbijt

Ontbijten moet ook, om de Tourdag goed te beginnen en door te komen. Want onderweg is er niet altijd gelegenheid een lunchje te nemen. Maar wat als er geen ontbijt te krijgen is? Vanmorgen zat ik om half negen op mijn hotelkamer achter mijn laptop. Even kijken naar het laatste nieuws. Ik deed de luiken open van mijn hotel op 1.600 meter hoogte, bijna op de top van de Grote St. Bernard. De hemel was bewolkt, het had geregend, maar het zou vast een mooie dag worden. Een mooie dag met veel verrassingen. Lees verder »

Geen sticker en geen stekker? Wegwezen!

Wie in de Tourkaravaan mee wil rijden, moet wel een officiële sticker op de voorruit en op de achterruit van zijn auto hebben. Zonder sticker kom je niet op het parcours, niet binnen de hekken van de Tour, niet door de finish, niet bij de perszaal, nergens. Zonder stickers op je auto ben je niks in de Tour de France. Lees verder »

Binnen de hoge hekken van de Tour

In het Village Départ kan iedereen elkaar elke morgen vinden en begroeten. De hele Tourfamilie komt dan bijeen om nog even de lopende en mogelijk komende zaken door te nemen, onder het genot van een kopje koffie en een croissantje. Bijna iedereen is er, de renners, de oud-renners, de ploegleiders en de oud-ploegleiders, de Tourchauffeurs, de oud-Tourchauffeurs, de journalisten, de oud-journalisten, en nog heel veel mensen. Lees verder »

Wie kent Pedro Delgado nog?

Terug in de Tour na zestien jaar. Het is even wennen. Het spektakel is nóg spectaculairder geworden. Nog meer mensen dan voorheen die om een of andere reden betrokken zijn bij de Tour. In de perszaal zitten tegenwoordig een paar honderd journalisten meer dan twintig jaar geleden. Ik schat duizend, naast Fransen, Belgen, Italianen, Spanjaarden, Zwitsers en Nederlanders, tegenwoordig ook veel Engelsen, Amerikanen, Russen en Japanners. Lees verder »

Ultralopers en extreme hardlopers, heel gewone mensen

Hoeveel mensen in Nederland zouden meer dan honderd marathons hebben gelopen? Hoeveel mannen en vrouwen in Nederland lopen regelmatig ultramarathons, afstanden van rond de honderd kilometer – of zelfs meer? Ik weet het niet. Maar het zijn er echt veel meer dan ik verwachtte. En ze blijken, heel gewone mensen. Waarom ook niet?  Lees verder »

De voetbalwereld zal nooit veranderen

Als een voetbaltrainer wordt ontslagen, denk ik altijd: en die spelers dan? Want we weten het toch allemaal, voetballers zijn luiaards en verwend. Ze ontlenen hun status aan hetgeen ze aan salaris hebben bedongen en gekregen, en menen dus dat ze bij een club de dienst kunnen uitmaken. Lees verder »

Over de hele wereld voetballen homo’s

AGay.jpgZomaar ineens duikt de vraag weer op? Zijn er homo’s in het voetbal. En zo ja, waarom komen ze dan niet uit de kast? En dat allemaal naar aanleiding van het nauwelijks onthullende, maar wel aangrijpende boek van Huub ter Haar, met prachtige foto’s: ‘Gelijkspel’. Natuurlijk zijn ze er: homoseksuele voetballers. In 1980 werd al de eerste homovoetbalclub opgericht, de New York Ramblers. En sindsdien nog heel veel clubs in de hele wereld, ook een in Amsterdam, overigens pas sinds afgelopen augustus. 

Afgelopen zomer in augustus werd zelfs al voor de negende keer (sinds 1997) het WK voetbal voor homo’s en lesbo’s georganiseerd, met 32 deelnemende mannenelftallen, georganiseerd door Leftfooters FC uit Londen. Kampioen in de eerste divisie werden de Stonewall Lions uit Engeland, tweede SAFGay uit Argentinië en derde Samura uit Japan en de London Falcons. Er deden teams mee uit vooral de VS, Engeland en Duitsland, maar ook uit Ierland, Canada, Mexico, Argentinië, Chili, Uruguay, Zuid-Afrika, Japan, Frankrijk, Denemarken, Tsjechië, IJsland, Kroatië, Zweden, Italië en zelfs China. Nee, niet uit Nederland. De stichting Homosport Nederland heeft nog nooit van het WK voor homo’s gehoord, las ik . Maar toch wel van de IGLFA gehoord, de International Gay and Lesbian Football Assocation? Ook niet! Volgend jaar een nieuwe kans, het WK in Washington.

JohnBlankenstein.jpgTja, en dan vraagt men zich af waarom in Nederland homoseksuele voetballers niet uit de kast durven te komen. Zeker niet profs. En dat gevoegd bij het oordeel dat (oud)voetballer John de Wolf eens uitsprak: ,,Ik heb geen bezwaar tegen homo’s zolang ik er maar niet mee hoef te douchen.” Volgens de overleden oud-scheidsrechter John Blankenstein, die wel durfde uit te komen voor zijn seksuele voorkeur, kende hij minimaal acht voetballers die homo waren, sommigen keurig getrouwd met kindertjes. Ze hoefden van hem niet uit de kast te komen. Hij kon begrijpen dat ze zich daarmee een hoop ellende op de hals zouden halen. Want hij sprak uit ervaring. Voordat hij het in de openbaarheid bracht, heeft hij zware depressies gekend.

Niet zo erg als zijn collega-scheidsrechter Ignace van Swieten, ook homo, en al langer overleden. Ook hij werd vaak uitgescholden door voetballers en supporters op en buiten het veld. Huilend heb ik hem eens horen vertellen dat een zeer bekende voetballer, nu een zeer bekende trainer, hem in een wedstrijd in zijn oor had gefluisterd: ‘nog een keer zo’n fout en ik naai je in je kont net zo lang tot je blauw ziet.’ Ignace was een kwetsbare man, niet alleen door zijn homoseksualiteit, maar ook door zijn jeugd in Indonesië. Hij kon er niet tegen. John Blankenstein kon er wel tegen: hij zei dat hij er tegen kon. Maar…. eenmaal op gang in een gesprek bleek hoezeer, diep en vaak hij was geraakt.

Niet iedereen kan er zo mee omgaan als Justin. De Engelse voetballer Graeme Le Saux zou ook homo zijn geweest. Althans medevoetballers meenden dat omdat hij niet meedeed met machogedrag, dronkemansgelul van voetballers, met zijn collega Ken Monkou op vakantie ging en liefhebber was van kunst en antiek. Le Saux was geen homo. Eens liet hij zich in een wedstrijd in 1999 verleiden tot een Schwalbe (fopduik). Zijn tegenstander Robbie Fowler riep: ’sta op flikker’. Le Saux naar wie het publiek al maandenlang had geroepen, ‘Le Saux takes it up the arse’ (Le Saux laat zich neuken) kreeg een vrije trap. Fowler ging voor hem staan en wees op zijn kont: Here, please! Dat herhaalde Fowler een paar keer. Le Saux kreeg een gele kaart van de scheidsrechter omdat hij het spel ophield. Even later nam de temperamentvolle Le Saux revanche met een elleboogstoot. De scheidsrechter zag het niet. De tv-camera’s registreerden het wel, waarna de Engelse bond Le Saux schorste voor één wedstrijd. Fowler kreeg twee wedstrijden wegens homofoob gedrag. Le Saux: ,,Ik heb me nog nooit zo beledigd gevoeld als toen door Fowler. Maar gelukkig steunde de Engelse bond me. Dat was een opluchting, het keerpunt in Engeland tegen homofobie”, zegt hij in zijn biografie Left Field.

ELLIOTT_Paul_199111_GH_R_1.jpgDe Nigeriaan Justin Fashanu, die in Engeland voetbalde, verging het anders. Hij was de eerste zwarte voetballer in Engeland, en was, zo bleek later, homo. Manager Brian Clough van Nottingham Forest leende hem uit aan Southampton toe hij hoorde dat Fashanu homobars bezocht. Fashanu heeft zich verhangen. De Britse oud-voetballer Paul Elliott (zie foto) zei laatst op een congres over discriminatie en homofobie, dat hij ‘zeker een dozijn’ profvoetballers kende die homo zijn, maar als de dood zijn dat naar buiten te brengen.

Wensley Ton ontmoette ik in 1994 op het congres ‘Samen Apart’, mede-georganiseerd door John Blankenstein en Gert Hekma, docent homostudies en auteur van het rapport over homo’s, sport en voetbal ‘Als ze maar niet provoceren’. Ton was een oud-profvoetballer. Hij had gespeeld bij Helmond Sport. Voor de microfoon in een grote zaal van Papendal zweeg hij over wat hij deed en wie hij was. Hij was bang geworden het te te geven. Na afloop, vertelde hij op aandringen van Blankenstein aan mij zijn verhaal. Hij tekende op zijn zeventiende een contract bij Helmond Sport. Toen hij de club na een paar jaar vertelde dat hij homo was, werd zijn contract niet verlengd. Hij voelde zich niet aangetrokken de voetbalwereld, die vooral uit macho’s bestaat en door stoere mannen wordt geregeerd. Hij ging niet mee de kroeg in, hij had geen vriendin, hij praatte niet slechts over voetbal.

Is dat wat Louis van Gaal bedoelde, toen hij bij de presentatie van het boek Gelijkspel zei dat ‘voetbal zulke spelers niet aantrekt’? Is dat niet discriminatie van Van Gaal? Homo’s zijn volgens Louis dus (te) lieve zachte ( sensitieve?) jongens (nichten bedoelt hij misschien), die zich niet thuisvoelen in het harde mannenvoetbal. Een dikke huid, moet je hebben, vindt hij. Met verstand moet je analyseren waarom mensen van dat niveau je discrimineren, uitlachen; en dat je er boven moet staan. Ja, hij heeft misschien een dikke huid, hij gebruikt zijn verstand, totdat hij ‘eindelijk’ breekt als mens omdat zijn afweer, zijn stoerheid, het niet langer aankan. Je kunt toch niet verwachten dat iedereen zo is als Van Gaal zich voordoet. Kwetsen doet pijn, meneer Van Gaal, dat weet u als geen ander. Altijd. Wie daar wel tegen kan, heeft geen goed leven meer. Die verhardt. Iedereen mag dus schelden, zou je uit Van Gaals woorden kunnen opmake, de bejegenden moeten het maar leren incasseren. Leuke wereld is dat, die wereld die Van Gaal zich voorstelt. Of zoals Luciano Moggi, oud-manager van Juventus zei: ,,Homo’s zijn niet geschikt voor voetbal. Daar is het voetbal niet voor gemaakt.”

20080526_expectresistance.jpgEens zei Jeu Sprengers, de inmiddels overleden voorzitter van de voetbalbond, in 1994 tijdens het congres Samen Apart: ,,Laten we elkaar geen mietje noemen. Wanneer in de voetbalwereld homoseksuelen zich afzonderen (in een club) en naar buiten treden is het einde zoek. Dat kan de voetbalwereld niet hanteren.” Waarop Wensley Ton destijds zei: ,,Angst heeft de voetbalbond, en geen gevoel voor mensen zoals ik.”

Laten we asjeblieft niet gaan jagen op homo’s. Stel je voor dat op ons aandringen naar aanleiding van het nieuwste boek, vandaag een profvoetballer uit de kast komt. Helemaal alleen durven zeggen dat je homo bent, dat al jaren getrouwd bent voor de schijn. Zoals Gaykrant-hoofdredacteur Henk Krol het eens verwoordde, want hij kende er een paar, keurig getrouwd en kindertjes. De mediahype zou niet te overzien zijn. Grote koppen in kranten, tv-camera’s van alle rubrieken en omroepen. Ik zou het niet durven. Nooit. Dus laat ze even met rust, en laat ze wachten op een moment dat er een sterke man, een grootheid (David Beckham?) opstaat en zegt: wij homo’s willen als gewone mensen worden benaderd. Maar dan alleen als de tijd er rijp voor is.CornyLittmann.jpg

De Tweede Bundesligaclub St. Pauli in Hamburg heeft een homoseksuele voorzitter, Corny Littmann (op de foto hiernaast: links). Hij voetbalt zelf niet, maar hij is wel gek op voetbal. Dat komt in alle kringen voor. Littmann zegt: ,,Over tien jaar is er geen probleem meer. De tijd is er nog niet rijp voor. Ik ken jongens in het Duitse profvoetbal die homo zijn net als ik. Ik help ze, ik praat met ze en ik probeer het verstandelijk te benaderen. Maar het blijven mensen. Wie? Als ze naar buiten willen komen is dat hun zaak.”

FC St. Pauli staat bekend als een cultclub. De aanhang van deze club die zijn wedstrijden speelt Am Millern-Tor tafficheert zich als link,s grossiert in antifascisme en staat bekend om haar ’strikte’ tolerantie en ‘militant’ gemoedelijke sfeer. Symbool van deze rebelse houding is de piratenvlag met doodshoofd, de Totenkopf. De club is populair onder punks, bejaarden, minderheden, homoseksuelen en rockbands.

referees.jpgHomoseksuele scheidrechters zijn er zeker, zoals Van Swieten en Blankenstein. En ook veel homovriendelijke scheidsrechters: zie foto van homoskesuele en homovriendelijke scheidsrechters die zijn aangesloten bij de International Gay and Lesbian Football Association, en op homo-WK’s, homo-EK’s and Gay Games arbitreren. Er zijn ook scheidsrechters die overdrijven. Neem deze (zie filmpje) Braziliaan, die wel erg uitdagend is.

Er zijn ook voetballers die hun homoseksuele vrienden beschermen. In Nederland hoor je daar niets over. In Italië doet international Alberto Gilardino, dit seizoen bij Fiorentina, er sinds jaren alles aan om zijn homovrienden in het Italiaanse voetbal te beschermen. Hijzelf is hetero. In Duitsland zijn homovoetbalfanclubs als de Hertha Junxx, de Rainbow-Borussen en Stuttgarter Junxx voortdurend bezig om de homofobie uit te bannen. In Engeland staat homophobia hoog op de prioriteitenlijst van de campagnes tegen discriminatie en racisme. En wat doen ze in Nederland? Daar doet Van Gaal het woord. De rest kijkt toe en zwijgt. Of niet, zoals ADO-supporters afgelopen zondag. De spits van Willem II Frank Demouge (geen homo) werd onophoudelijk uitgescholden voor homo. In de laatste minuut maakte Demouge het winnende doelpunt. Hij voelde zich steeds sterker worden door het afschuwelijk domme gejoel van de fans van ADO (wat een leuke club is dat toch?) Is dat wat Van Gaal bedoelt? Een dikke huid. Het is te hopen dat echte homo’s er wel tegen kunnen.

Matt4x62.jpgOnlangs las ik een verhaal van Matthew Fox, een priester van de Episcopale Kerk die in het Vaticaan zeer omstreden is en door kardinaal Ratzinger (tegenwoordig paus Benedictus XVI) eens werd gekwalificeerd als ‘feministische theoloog’ en uit de dominicaanse orde werd gezet. Hij schreef boeken over scheppende spiritualiteit. In zijn zojuist verschenen boek ‘Verborgen spiritualiteit van mannen’ (The Hidden Spirituality of Men: Ten Methaphors to Awaken the Sacred Masculine), schrijft hij dat het ‘mannelijk is om homofobie te kweken’. Waarom? ‘Uit angst voor mannelijke tederheid.’