*

Schinkel » Het spook van ’22, de geest van ’37 :: nrc.nl

Het spook van ’22, de geest van ’37

637-5

John Maynard Keynes

Wie is hier nou de echte Keynesiaan? Aan de vooravond van de bijeenkomst van de groep van twintig belangrijkste landen in de wereldeconomie, de G20, verhevigt de discussie over het beste beleid tegen de huidige economische crisis. Komend weekeinde in Toronto kan dat het nodige vuurwerk opleveren. De Chinese wisselkoerspolitiek leek het belangrijkste thema te worden. Maar nu China afgelopen weekeinde net genoeg concessies deed om de kritiek te pareren verlegt de aandacht zich naar een diepgaand meningverschil tussen met name Duitsland en de Verenigde Staten.

De inzet van het debat is hoe lang moet worden doorgegaan met inzetten van de overheidsuitgaven voor het stimuleren van de economie. De landen van de OESO hebben gezamenlijk hun best gedaan. Was hun gezamenlijke begrotingstekort in 2007 nog een magere 1,2 procent, dit jaar loopt het op tot maar liefst 7,8 procent van het bruto binnenlands product. Dat is voor een deel te danken aan de recessie, die de tekorten vanzelf opdrijft. Maar wie kijkt naar het structurele begrotingstekort, dat is gecorrigeerd voor de conjunctuur, ziet dat dit is opgelopen van 2,1 procent in 2007 naar 6,4 procent in 2010. 4,3 procentpunt van het bruto binnenlands product lijkt beleidsmatig te zijn ingezet als actieve stimulering, of ter redding van de financiële sector.

De Verenigde Staten lopen daarbij voorop, met een impuls van 5,8 procent, en ook het Verenigd Koninkrijk doet stevig mee, met 4,6 procent. De grote eurolanden Duitsland (3,1 procent) en Frankrijk (2,4 procent) zijn juist bescheiden geweest.

Dat tekent, los van de bedragen die aan de financiële sector zijn besteed, het meningsverschil tussen het continent en de Angelsaksische wereld. De discussie in Toronto zal komend weekeinde gaan over de mate waarin de tekorten op de begroting al moeten worden ingetoomd, of juist moeten worden gehandhaafd. Hier zit een diepgaand cultureel verschil achter, dat ook in normale tijden het monetaire beleid verdeelt. Amerika’s nationale trauma is de Grote Depressie. In 1937 begon de regering-Roosevelt aan het terugdringen van het begrotingstekort dat, naar nieuw Keynesiaans recept, flink was opgevoerd. Dat bleek een premature stap: de economie was nog niet sterk genoeg om de bezuinigingen te kunnen dragen, en raakte opnieuw in recessie.

Dat scenario spookt de Amerikanen door het hoofd, en ze hebben geen trek in een herhaling.

Duitslands nationale economische trauma is inflatie, zowel in het begin van jaren twintig als na de Tweede Wereldoorlog, toen het geld waardeloos werd. Het blijven aangaan van staatsschuld is inflatoir, en kan niet vroeg genoeg worden teruggedrongen.

De regering-Merkel heeft trouw meegedaan aan de Keynesiaanse impuls, maar vindt het nu tijd om aan het inperken van het tekort te gaan werken. In 2016 moet de begroting volgens een nieuwe in de Grondwet verankerde regeling sowieso vrijwel in evenwicht zijn.

Voor allebei de opstellingen is wel wat te zeggen. Duitsland is, als euroland, dit jaar hard geconfronteerd met de tucht van de financiële markten, die uit de hand lopende tekorten bij de zuidelijke eurolanden hard afstraffen. Het draagt als grootste lidstaat de eindverantwoordelijkheid voor de kredietwaardigheid van het gehele gebied, en verwacht uiteindelijk zelf de rekening te moeten betalen als het fout gaat.

De Verenigde Staten wijzen, naast China, ook exportkampioen Duitsland aan als verantwoordelijk voor het gebrek aan vraag in de wereldeconomie. Het zou juist de binnenlandse vraag moeten stimuleren om de onevenwichtigheden in de wereldeconomie mee te helpen rechttrekken.

Toch lijkt er een natuurlijk einde aan de discussie te komen. De begrotingstekorten zijn, en blijven, zeer hoog. Wie ze, zoals in bijgaande grafiek, uitdrukt als percentage van de overheidsuitgaven, schrikt van het resultaat. De Verenigde Staten lenen dit jaar een kwart van al hun uitgaven.

Dat Washington daar kennelijk mee kan leven, heeft veel te maken met de status van de dollar als internationale reservemunt. Zelfs China kan weinig anders dan zijn exportverdiensten herinvesteren in dollars, en voerde in de afgelopen maanden zijn bezit van Amerikaanse staatsobligaties op tot 900 miljard dollar.

Hoe lang dat goed gaat? De markt breekt zich op dit moment het hoofd over het feit dat zowel Amerikaanse staatsschuld als goud zeer gewild is. Dat horen juist communicerende vaten te zijn. Misschien dat Keynes het antwoord had geweten, maar het blijft een raadsel, dat binnenkort door de markt hardhandig zal worden opgelost.

Maarten Schinkel

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl


Dit bericht heeft 13 reacties op “Het spook van ’22, de geest van ’37”

  1. Rommert J. Casimir zegt:

    Het is niet alleen van belang dat het overheidstekort wordt teruggedrongen maar ook hoe dat gebeurt. Landen als Nederland en Duitsland, die bij een begrotingstekort een ongeveer evengroot overschot op de betalingsbalans hebben zouden vooral moeten bezuinigen ten koste van de spaarders, dus de rijkeren in de samenleving. Dit is weer moeilijk omdat daardoor het ondernemersvertrouwen en dus ook de investeringen teruglopen. Landen met een tekort op de begroting en de betalingsbalans, zoals de USA en Zuideuropese landen, hebben het gemakkelijker, want zij kunnen gewoon bezuinigen ten koste van de consumenten, dus de armeren.

  2. Harry van Trotsenburg zegt:

    Zou het kunnen dat terugvallen op Keynes hier geen soelaas biedt?

    De economische crisis begon als bancaire crisis ; de eindeloze hebzucht bracht de bancaire wereld voor de afgrond. De overheden, uiteindelijk Jan met de pet mag de banken overend houden.
    Nu wordt er internationaal trots een banken belasting geïntroduceerd, een doekje voor het bloeden?

    Maar waar het omgaat : dat we met een totaal verziekte financiële wereld zitten, daar wordt weinig tot niets aangedaan.

    Wat nodig is, is een fundamentele herordening van ons financiële stelsel, waarbij “de markt”( het recht van de sterkste!) vergaand gereguleerd dient te worden.

    Hoe lang denkt u zal de burger nog pikken dat ze stomweg door het financiële stelsel wordt uitgekleed?

  3. Merijn Knibbe zegt:

    Historische vergelijkingen zijn nuttig – maar moeten wel met verstand worden toegepast.

    De Grote Crisis sloeg toe in 1929. De werkloosheid steeg, de bestedingen daalden. In het bijzonder de bedrijfsinvesteringen en de export namen dramatisch af. Anders gezegd: de crisis was grotendeels gelocaliseerd in de sector bedrijven. Wat betreft de bedrijfsinvesteringen was een afname zoals die in de jaren dertig plaats vond twintig, dertig jaar eerder niet mogelijk geweest, omdat de bedrijfsinvesteringen rond 1900, ten opzichte van het BBP, relatief veel lager waren dan in 1930. De Grote Crisis kon, deels, plaats vinden doordat in de daaraan voorafgaande decennia de bedrijfsinvesteringen, gemeten als percentage van het BBP, structureel waren gestegen. Wat stijgt, kan ook weer dalen. Dat de bedrijfsinvesteringen zo waren gestegen hing samen met het brede proces van economische groei. De mogelijkheden om te investeren waren groter geworden – denk aan de techniek van de lopende band, het vervangen van transport met paard en wagen door de vrachtwagentjes van Ford en noem maar op: een zichzelf versterkend proces van het benutten van mogelijkheden waardoor weer andere mogelijkheden ontstonden. De bedrijven reageerden daarop door de investeringsvoet fors op te schroeven. Na 1930 was het probleem met de investeringen echter niet alleen dat er geen mechanisme was dat er voor zorgde dat de andere bestedingscategorieen (consumptie, export, de overheid)’automatisch’ het investeringsgat opvulden. Gechargeerd: lagere prijzen voor vrachtwagens leidden er niet toe dat de huishoudens meer vrachtwagens gingen kopen. Door leereffecten en schaalvoordelen bleef, ondanks de daling van de investeringen, de productiviteit van de kapitaalgoederenvoorraad toch toenemen, zodat een toename van de bijvoorbeeld de overheidsvraag niet ‘automatisch’ tot meer werkgelegenheid en al helemaal niet tot een stijging van de investeringsvoet leidde. Zoals bekend was het pas de oorlogsvraag die uiteindelijk tot een einde van de stagnatie en zelfs tot arbeidstekorten leidde. Opmerkelijk daarbij is dat de crisis in combinatie met de oorlog en de haperingen van het herstel in de periode 1948-1952 ertoe leidde dat pas in 1953 de per capita productie in Nederland weer op het niveau van 1929 lag. Er zijn argumenten om, in het kader van het denken over crisis en herstel, niet enkel naar de jaren dertig maar naar de hele periode 1929-1953 te kijken – pas in 1953 begon de explosieve toename van de welvaart die zo kenmerkend was voor de naoorlogse periode (en voor de jaren twintig!).

    De afgelopen decennia is de investeringsvoet (in het westen!) structureel gedaald – wat betreft de sector bedrijven is de economie daarmee minder conjunctuurgevoelig geworden (hoewel ik zelf het idee heb dat bezuinigingen op allerlei ‘perks’, zoals vliegreisjes naar andere werelddelen en overnachtingen in dure hotels die niet als investeringen worden geboekt maar als lopende uitgaven een forse bijdrage hebben geleverd aan de wel zeer snelle daling van de bestedingen in oktober-december 2008, maar dat kan ik niet hard maken). Maar ook het herstel kan daardoor slechts beperkt vanuit de (westerse) bedrijfsinvesteringen komen. De overheidsconsumptie is wel gestegen – maar het is niet verwachten dat de redding vanuit de overheid zal komen. Blijven over de (netto) export, de overheidsinvesteringen en de consumptie van de huishoudens. Van deze drie is de consumptie van huishoudens de belangrijkste categorie en binnen deze categorie zijn de bestedingen aan wonen (rente, huur, gas, water, obz, huishoudelijke inrichting) weer verreweg de belangrijkste categorie. Maar de huishoudens zitten in de problemen.

    De problemen van huizenbezitters zijn bekend. De hypotheekschulden zijn, na de liberaliseringen van 1994-1998, in ongehoord tempo gestegen tot ongeveer twee keer het netto besteedbaar inkomen van alle huishoudens – het aandeel van de hypotheekschulden in het inkomen van woningbezittende huishoudens (60% van het totaal) is dus nog aanzienlijk hoger. Goed voor de banken, riskant voor de huishoudens. Terzijde (1) – dinsdag stonden in de telegraag twee berichten. Een alarmerend bericht over Spanje, waarin te lezen viel dat banken aldaar weer in hn oude, slechte gewoonte terugvielen om mensen hypotheken van 100% van de koopsom van een huis te verstrekken. En een gerusstellend bericht over Nederland, waarin te lezen viel dat minister de Jager Nederlandse hypotheken, die 125% van de koopsom mochten bedragen, had gemaximeerd op 112% van de koopsom. Terzijde (2) – uit het werk van Shiller valt op te maken dat de maximale hypotheeksom in de V.S. voorafgaande aande liberaliseringen van 2004/2005 2,5 maal het inkomen mocht bedragen. In Nederland is dat toch 4,5? Hoe dat ook zij: ook in het crisisjaar 2009 is de hypotheekschuld nog met 19 miljard gestegen.

    Maar niet alleen de bezitters zitten in de problemen. Huurders hebben ook een probleem. Volgens de gegevens van het CBS zijn de woonlasten voor zowel huurders als kopers de afgelopen jaren hoger dan ooit te voren, gemeten als aandeel van het inkomen. Desondanks pleiten politici en economen ervoor de reeele (!) huren met 10, 14 of zelfs 57% te verhogen – dit om de nieuwbouw weer op gang te krijgen, die erg duur geworden is omdat na de liberalisering van de hypotheekverstrekking de huizenprijzen en daarmee de prijzen van grond fors stegen. Terzijde – uitgaande van het neo-klassieke aanbodmodel raden de economen de politiek aan om een klassiek monopolitische prijszetting op de huizenmarkt door te voeren, waarbij de aanbodprijs niet gelijk is aan de gemiddelde kosten van de totale woningvoorraad maar aan de marginale kosten van additioneel aanbod, met woekerwinsten op de bestaande woningen ten gevolg. Terzijde: de resultatenrekening van de woningbouwcorporaties als geheel laat nu al een zeer nette winst zien, ondanks miljardendotaties aan de voorziening voor groot onderhoud – een post die voor individuele corporaties inderdaad als een voorziening moet worden gezien maar die voor de sector als geheel, doordat op macroschaal het grilige patroon van uitgaven voor groot onderhoud grotendeels wordt uitgevlakt, eigenlijk een reserve en dus eigen vermogen is.

    Samenvattend: de woonkosten voor huishoudens – de belangrijkste uitgavenpost – dreigen de komende jaren nog hoger te worden. Het probleem daarvan is dat deze uitgaven in directe zin niet tot extra economische activiteit leiden. De rente-inkosmten van de banken worden gereserveerd om het eigen vermogen op te krikken, de huurinkomsten van de corporaties zullen (zo is het economenplan) als monopoliewinsten worden wegbelast (en waarschijnlijk gebruikt worden om het gapende gat op de rijksbegroting te dekken). Tegelijkertijd zullen stijgende woonlasten niet echt tot een toename van de overige bestedingen van huishoudens leiden, zeker niet als het eigen risico van de ziektenkostenverzekering wordt verhoogd, de hypotheekrenteaftrek wordt afgeschaft en de collegegelden gaan stijgen. De vraag is dan: hoe krijgen we de huishoudens weer aan het besteden?

    Het antwoord (of althans: een deel van het antwoord) lijkt mij duidelijk: wonen moet niet duurder worden, maar juist goedkoper. De woonlasten en de kosten van nieuwbouw moeten omlaag – wat eigenlijk hetzelfde is als te zeggen dat de grondprijzen moeten dalen. En dat gaat alleen lukken als de prijzen van bestaande woningen omlaag gaan. Reken mee: als de grondprijzen (inclusief BTW) met 200, — de meter omlaag gaan, dan kan een nieuwbouwwoning op 250 meter grond 50.000,– goedkoper worden gebouwd. Wat weer betekent dat de huur niet hoeft te stijgen en dat er ook in de koopwoningensector aanzienlijk goedkoper of aanzienlijk beter kan worden gebouwd. Natuurlijk, dit is nadeling voor inkomens uit vermogen en bezit. Maar het zijn niet de renteniers die het kapitalisme zijn dynamiek bezorgen. De consumenten en de ondernemers, die zijn de waren helden (en de overheid, natuurlijk, die snelwegen aanlegde, de beroepsbevolking schoolde, internationale handelsverdragen sloot en noem maar op). In de huidige discussie is een merkwaardige verkamping zichtbaar waarbij telkens weer het belang van bezit wordt benadrukt: sparen voor de toekomst, huurinkomsten van corporaties, rente-inkomsten van de banken, aflossen op je hypotheek en noem maar op. We moeten echter niet sparen voor de toekomst, maar investeren in de toekomst. En dat lukt beter door de kavels voor de ‘blauwe stad’ in Groningen desnoods met geld toe aan gegadigden aan te bieden, dan door de huren voor zittende huurders dusdanig te verhogen dat het voor woningcorporaties mogelijk wordt om voor nieuwbouw de opgeblazen Nederlandse grondprijzen te bekostigen. Wonen moet goedkoper, de consumptie moet omhoog. Vervelend voor de banken, goed voor de economie.

    Merijn Knibbe

  4. Thomas Meijknecht zegt:

    1937-1938 was zeker wel een cruciale tijd, waarin veel revoluties zijn geweest de nieuwe crisis. Franco kwam toen aan de macht, Duitsland annexeerde oostenrijk, en zo waren er nog meer grote incidenten. Dit soort grote incidenten komen vaak voor in tijden van veel nationalisme, en dit nationalisme komt meestal voor een groot deel voort uit een crisis.
    De VS waren toen bijna klaar met hun krimp van het bbp, deze krimp duurde ongeveer van 1930 tot 1940 en reduceerde het formaat van de economie tot de grootte die het had rond 1920. Dus alle groei in de jaren twintig spoelde weer weg in de jaren dertig.
    Begin jaren ’30 waren de problemen ook zeer groot, met bijvoorbeeld Duitsland dat naar een autocratie ging. Maar toen hadden veel landen lage staatsschulden en konden ze met relatief weinig problemen de economie stimuleren. Richting eind jaren dertig waren de schulden zo hoog opgelopen dat stimulerend beleid noch bezuinigend beleid voldoende positieve effecten hadden om revoltes en annexaties tegen te houden.
    Er was wel 1 (relatief) licht in de duisternis, en dat was Rusland. De economie van Rusland verdubbele in grootte van 1930 tot 1938. Het huidige China, met zijn vergelijkbare onstuimige groei lijkt daar heel erg op. Ook qua vorm: beide zijn vooral gericht(geweest) op het creëren van zoveel mogelijk industrie.
    Dat is ook een duidelijke boodschap voor de huidige politici: richt je weer op de realiteit, de maakindustrie, en reguleer(met heel simpele strakke regelgeving) de banken en financiële instellingen, die toch alleen maar kunnen bellenblazen, dan krijg je weer echte groei.

  5. Elmer Hartkamp zegt:

    Dat Angelsaksen enkel Keynesiaans kunnen denken komt voornamelijk omdat zij enkel Engels spreken en dus alleen naar Engelstalige academici luisteren. Als zij beter waren blootgesteld aan figuren als Von Hayek, dan hadden ze wellicht Keynes op een iets bescheidener voetstuk geplaatst. En economie is niet het enige vak waarin de Amerikanen en Engelsen vrij eenzijdig worden voorgelicht. De Europeanen zijn door hun talenkennis duidelijk in het voordeel.

  6. N. van Dijke zegt:

    De vraag is of we wel echte Keynesianen moeten zijn. Is Keynes echt de oplossing voor de huidige crisis?

    Als we gewoon de feiten van de afgelopen tijd kijken, zien we dat de vrije markt alleen ‘vrij’ is voor banken en de grotere bedrijven en dat juist deze ‘vrijheid’ heeft geleid tot onevenwichtigheden in de kapitaal- en onroerend goedmarkt.

    Vrije markten zijn prima, mits ze omkaderd worden en er controlemechanismen zijn ingebouwd ten bate van de (niet zo erg vrije) consument, spaarder, huiseigenaar, die wordt meegenomen in alle conjuncturen en vrije val van de laatste tijd.

  7. J. Schouwerwou zegt:

    Eigenlijk is er niets aan de hand, de grote economische groei is v.n.l. veroorzaakt door uitgaven welke gefinancierd zijn door schuldgroei. Ook de huidige economische groei in Azie zal stagneren door de verminderde exportmogelijkheden in Europa en USA. De huidige lagere groei in Europa zal zich lang handhaven door vergrijzing/afnemende bevolking, een lager wordend loonpeil (aanpassing aan Azie) en schuldaflossing i.p.v. consumptieve uitgaven.

  8. Stef Tychon zegt:

    Hoogste tijd dat Duitsland in naam van Europa, Amerika endgultig de les leert:
    Zaken doen met Gazprom zonder de industriele dominante druk van ExxonMobil en Amerikaanse inmenging in de nieuwe Europese begrotingsstrategie gekoppeld aan monetair-fiscale harmonisatie.

    Gasunie=Exxon-Shell-Regering.nl
    http://IMF2.org

  9. Stef Tychon zegt:

    De vrije staat is in gevaar door dominante (olie)druk op de markt: het energiebeginsel van ExxonMobil, de goedkope-olie doctrine gekoppeld aan de gekaapte globaliseringstrend in 1963 – oprichting N.V. Nederlandse Gasunie, sindsdien de grootste publiek-private samenwerking ter wereld.
    http://twitter.com/cheapOil

  10. Sascha Tavere zegt:

    @ Elmer Hartkamp

    Von Hayek werd na de “Ansluss” Brits staatsburger en hij werkte het grootste deel van zijn carrière voor London School of Economics (20 jaar) en de Universiteit van Chicago (12 jaar). Bush sr. gaf hem, de “Presidential Medal of Freedom” (de hoogste Amerikaanse civiele onderscheiding.)

    Ik maak me sterk dat sommige Angelsaksen, ondanks hun gebrekkige talen en andere kennis, toch wel van von Hayek hebben gehoord, met name de aanhangers van Milton Friedman’s Chicago School of Economics zoals Ronald Reagan, Margaret Thatcher en (helaas) het IMF.

    Von Hayek schreef “The Fatal Conceit”. Misschien kunt u zich de strekking van de titel aantrekken.

  11. W. v.d. Velden zegt:

    @ Merijn Knibbe
    Interessante discussiebijdrage, die absoluut geen platgetreden paden afgaat. Vooral het stuk over de kosten van wonen is mij uit het hart gegrepen. Hoe kan nu de economie gestimuleerd worden als de (rechtse)politiek de onroerendgoedsector de kans geeft alle koopkracht weg te zuigen naar onbetaalbare woningen, koop of huur. Door dit soort dingen volkomen weg te laten is het CPB volstrekt niet serieus te nemen.
    Ik denk dat Keynes nu zich ook (indirect) zou keren tegen een ruimgeld politiek voor de ondernemingen en een krapgeldpolitiek voor de gewone mensen op of onder modaal. Een crisis wordt niet voorkomen door eerst de geldkraan open te zetten om financiele grootmachten te redden en meteen daarop de rest van de bevolking af te knijpen om de rekening te betalen.
    De Duitse voorgenomen bezuinigingen vallen meen ik, als percentage van het BNP overigens in het niet bij de Britse of de Nederlandse voorgenomen bezuinigingen. Dus we moeten vooral niet proberen hen de zwarte piet toe te spelen.

  12. Stef Tychon zegt:

    Het spook van ’22
    De geest van ’37
    Het beslag van ’63

    Amerikaans beslag op de globaliseringstrend door misbruik van technologische voorsprong: energiebeginsel verduistert het democratische proces. Gevolg is een structureel parlementair tekort, vertegenwoordigingswaan, informatieterreur, corrupte wetgeving en fraudulerende rechters: het souvereine risico van de imploderende rechtsstaat.

    http://pollutico.com

  13. Stef Tychon zegt:

    De grappige verschrijving van Merijn Knibbbe, ‘Telegraag’, bracht me op de vigerende richting van denken, doen en nalaten onder druk van de groeidoctrine en de budget-buffer-bonus cultuur: ‘Telegraai’, het electronisch leegmelken van het systeem boven de radar van souvereine staten.

    Yes, we ban back to “normal” graag.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.