Mogen pensioentrekkers ook meepraten? – B.M.S. van Praag

Er zijn harde besluiten nodig over pensioenen. Maar die besluitvorming  is onevenwichtig zolang gepensioneerden niet meebeslissen.

Er is veel onrust over de houdbaarheid van het pensioenstelsel. De commissie-Goudswaard stelde onlangs dat het huidige stelsel niet houdbaar is zonder majeure aanpassingen. Verwachtingen bij werknemers en gepensioneerden gaan uit van een ‘reële ambitie’. Dat houdt in dat de reële waarde van pensioenuitkeringen gedurende de jaren dat men van zijn pensioen kan genieten gelijk blijft. Er wordt dus gecompenseerd voor inflatie, die overigens de laatste jaren zeer gematigd rond 2 procent ligt.  In de praktijk halen vele pensioenen die ambitie niet, en er zijn zelfs regelingen waarin een ‘nominale’ ambitie niet wordt waargemaakt.


Als we even afzien van alle technische terminologie die voor buitenstaanders de problematiek zo ondoorzichtig maakt is het pensioensysteem vrij eenvoudig te karakteriseren volgens de tekening.

Pensioentekening SF


Het pensioenfonds is het vat dat gevoed wordt via twee ingangen. Door de bovenste stromen de premiebijdragen binnen en door de zijpijp de rentes, dividenden en speculatiewinsten. In de zijpijp is het niet automatisch eenrichtingsverkeer, want er kunnen ook speculatieverliezen optreden.  Onderin verlaten de pensioenuitkeringen het vat. Evenwicht in het vat treedt op wanneer de instroom gelijk is aan de uitstroom. In het vat is de inhoud te splitsen in reserves van actieven en gepensioneerden (en zogeheten ‘slapers’). De verhouding van eigendomsrechten is in Nederland nu ongeveer één op één, maar tendeert door de vergrijzing in de richting van gepensioneerden te verschuiven.

De toestand van het vat is volgens de commissie-Goudswaard niet stabiel, of in huis-tuin-en keukentermen: het vat dreigt leeg te lopen, omdat er meer uitstroomt dan er instroomt.

Drie factoren zijn hiervoor verantwoordelijk. De premies zijn de laatste decennia te laag gehouden. De beleggersgoeroes hadden veel te optimistische ideeën over hun beleggerstalenten waardoor de instroom via de zijpijp veel lager blijkt dan verwacht.  En de uitstroom aan de onderkant wordt juist groter, omdat mensen langer leven dan waar eertijds rekening mee is gehouden.

Werknemers versus gepensioneerden

Er moet dus iets gebeuren. Tot nu toe hebben wij ons blij gemaakt met de zijpijp, die meer en meer gevuld werd door onze beleggingstalenten. We mogen nu wel stellen dat geen enkele belegger die omgaat met grote vermogens in staat is op de lange termijn de vele concurrenten en de marktrente te verslaan. Dat betekent dat de reële (nominaal minus inflatie) marktrente op lange termijn richtsnoer moet zijn om onze rendementsvoorspellingen op te baseren. Die reële rentevoet lijkt voor de komende decennia ergens in de buurt van 0 procent uit te komen. Hier kan dus geen soelaas gevonden worden.

Dan komen we bij de bovenkant en de onderkant. Er dreigt een conflict tussen actieve werknemers en gepensioneerden. Hoe voorkomen we dat het fonds leegstroomt? De premie-instroom wordt bepaald door de beslissing hoeveel van het bruto loon wordt afgezonderd als uitgesteld loon. Die premie zal fiks omhoog moeten, als men in plaats van veertien jaar over enige decennia gedurende 22 jaar pensioen wil genieten. Wanneer die premie niet omhoog gaat – en werknemers en werkgevers hebben tot nu toe weinig animo – dan impliceert dat dus dat de gepensioneerden van nu minder moeten krijgen en/of dat de gepensioneerden van de toekomst de dupe worden.

Besluitvorming over de premiehoogte wordt angstvallig in handen gehouden van bonden en werkgevers, de zogenoemde sociale partners. Maar zijn die wel zo ‘sociaal’? Ten minste een derde van de belanghebbenden – samen eigenaar van ongeveer de helft van de huidige fondsvermogens – worden monddood gemaakt doordat ze buiten de onderhandelingen worden gehouden. Dit zou niet zo schadelijk zijn wanneer de vakbonden de gepensioneerden zouden vertegenwoordigen – zoals ze pretenderen – maar dat doen ze niet.

Elke econoom kent het begrip ‘tijdvoorkeur’, en het gewicht van het pensioen telt nu eenmaal in de besluitvorming hoeveel premie moet worden afgedragen bij werkenden met een mediane leeftijd van 40 veel minder dan bij gepensioneerden met een mediane leeftijd van circa 70. Dit feit maakt dat gepensioneerden zelf moeten deelnemen aan de onderhandelingen over pensioenpremies. Dat gaat niet via deelnemersraden die alleen adviesrecht hebben, want die adviezen worden niet serieus genomen. Een eerste stap is aannemen van het wetsontwerp-Koser Kaya/Blok.

B.M.S. van Praag is emeritus universiteitshoogleraar toegepaste economie aan de UvA. NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice.


Dit bericht heeft 20 reacties op “Mogen pensioentrekkers ook meepraten? – B.M.S. van Praag”

  1. N. Narf zegt:

    Art. Mogen pensioentrekkers ook meepraten etc.

    In het verleden (zeker bij ABP pensioen) zijn het uitsluitend de werkgevers welke geprofiteerd hebben van lage premie’s.
    De vakbonden hebben er in toegestemd tijdens de eindloonregeling dat bij loonsverhoging en speciaal bij promotie door de werkgever geen backservice hoefde te worden ingekocht.
    Mede hierdoor zijn de ingelegde premie’s nu te laag.
    De vakbonden hebben mijns inziens nooit voldoende kennis in huis gehad om als volwaardig partner met de werkgevers mee te praten over pensioenen.
    De vakbonden hebben het belang van de werknemers helemaal verwaarloosd en alleen op korte termijn winst gefocust.
    De overgang naar middelloon is een bijzonder grootte versobering, maar lost het
    probleem van de backservice op.
    Het is duidelijk dat de vakbonden geen vertegenwoordiging voor de
    pensioentrekkers kunnen zijn.

    De werkgevers en pensioeninstellingen hebben 100% gefaald, beiden hadden de
    vergrijzing (geboortegolf) en hogere leeftijden ruimschoots van te voren aan kunnen zien komen, en de premie’s moeten verhogen, via inbreng in CAO’s
    De werkgevers zijn i.p.v. premie verhogen, gaan gokken via beleggingen. Diegene
    welke gokt met andermans geld dient ook te betalen.
    De werkgevers kunnen ook niet opkomen voor de pensioentrekkers

    De pensioentrekkers dienen al hun aanspraken op pensioen te krijgen,
    ook de indexatie gebaseerd op minimaal de inflatie, en als de pensioenkas het toestaat gelijk met het percentage van de loonindex.
    De pensioentrekkers worden door de inflatie altijd benadeeld, ook al wordt het pensioen geindexeerd, het bedrag van vermindering 30% van het eindloon wordt steeds groter.
    Pensioentrekkers kunnen niet meer extra pensioen creeren.
    Vertegenwoordiging van pensioentrekkers, is meebeslissen over premie, en die verantwoording is aan de werkgevers en werknemers.
    Pensioentrekkers dienen uitsluitend de toegezegde pensioenen te
    waarborgen zonder een enkele afwijking. Daar is mogelijk vertegenwoordiging voor nodig

    Noob Narf

  2. H.J. de Vries zegt:

    Gefundeerd en objectief over pensioenen.

    Dat er veel onrust is over de houdbaarheid van het pensioenstelsel is duidelijk. Iedere dag wel wordt de burger geconfronteerd met jobstijdingen: herverzekerde pensioenen, de commissie Goudswaard, beklemde vermogens, de Bos-belasting, 330.000 woekerpensioenen, te veel om op te noemen. Van belang is om nuchter te blijven en zo objectief mogelijk de situatie te beschouwen. Daarvoor is het nodig even terug te gaan in de tijd om ons te realiseren wat er is gebeurd. In de jaren tachtig keek allereerst de heer Lubbers en vervolgens in de jaren negentig de heer Kok en hun consorten met een begerig oog naar de vermogens van de pensioenfondsen en bereidden een wet voor om de fondsen af te romen. Deze Wet Heffing Vermogensoverschotten van Pensioenfondsen lag jaren klaar voor behandeling in het Parlement. De pensioenfondsen veranderden daarom van strategie. De werknemerspremies en bedrijfsbijdragen werden verlaagd en de fondsen gingen veel actiever en risicovoller beleggen. Pensioenfondsen die voorheen zekerheid boden werden via ‘moderne’ arbeidsvoorwaarden omgetoverd tot beleggingsvehikels, die zich stortten in het grootste casino van de wereld. Dat ging goed tot 2002. De koersen stortten in en veel werkgevers moesten fors bijstorten in hun pensioenfondsen.

    De Pensioenwet werd aangenomen met de gedachte dat het systeem er weer tegen kon. Maar de Pensioenwet is een procedure wet. Het grote probleem met de Pensioenwet is dat de fundamentele aspecten niet zijn opgelost. Dat zijn zaken als bij wie de rechten liggen op de pensioengelden, het gebrek aan wettelijke bescherming van de pensioenen (met uitzondering van de ambtenaren en onderwijzers), geen registratie van de ingelegde gelden, onduidelijke verantwoordingsplicht en onvoldoende sanctiemogelijkheden tegenover bestuurders, vermogensbeheerders, etc. In plaats daarvan werd in de Pensioenwet een waslijst aan procedures opgenomen als professionalisering, trainingen, toezicht, visitatiecommissies, ALM-studies, etc. Jammer genoeg trekken de beurskoersen zich niets aan van een visitatiecommissie, noch van de ‘deskundigheid’ van adviseurs en vermogenbeheerders. Aangezien de beurs voornamelijk door professionals wordt beheerst zit gemiddeld 50% van die professionals er immers ook naast. Dat constateert prof. Van Praag in zijn artikel “Mogen pensioentrekkers ook meepraten” terecht. Maar hij stelt ook “de reële rentevoet voor de komende decennia in de buurt van 0 procent uit zal komen”. Net in het afgelopen jaar heeft de commissie Don (met in haar gelederen toch een tweetal hoogleraren economie) een (verdeeld) advies gegeven over een te verwachten rendement van 6 ofwel 7¼ %. Klaarblijkelijk is er bij de economen geen enkel werkelijk zicht op de toekomstige ontwikkelingen. Maar juist die toekomstige rendementsontwikkeling is de basis voor alle beschouwingen over het pensioenstelsel.

    De echte aap blijkt in het artikel van Prof. Van Praag openlijk uit de mouw te komen. Klaarblijkelijk moeten de pensioenbuffers als totaal blijven bestaan. Voor wie dan? Banken en verzekeraars? Voor nieuwe woekerpolissen? Dat terwijl er op zich geen enkel bezwaar tegen is dat er enige intering plaats vindt.

    Dat de gepensioneerden een grotere inbreng willen is logisch. In de fondsen zit geld waarop volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) hun eigendomsrecht rust. Daarbij hebben gepensioneerden niet meer de mogelijkheid hun pensioen nog aan te vullen. De werkgevers zouden niet het onderste uit de kan moeten willen hebben, maar in goede jaren relatief meer moeten bijdragen om grote bijstortingen in economisch slechte tijden te voorkomen. De bijdragen zijn ten opzichte van het buitenland al helemaal niet hoog meer.

    Maatregelen als meer toezicht en hogere professionaliteit zijn geen enkele garantie voor een beter resultaat. ING, Nederlands grootste pensioenbeheerder, moest in 2009 zelf in haar eigen pensioenfonds zwaar bijstorten. Dat bij een organisatie die zich zou moeten kenmerken door professionaliteit. De trieste waarheid is dat professionaliteit geen enkele waarborg is. Daarbij moet worden bedacht dat in een crisis als afgelopen jaren geen enkele beleggingsmix goed is gebleken. Studies over beleggingsresultaten in aandelen of obligaties over de afgelopen decennia zijn geen enkele garantie voor de toekomst. Daarbij is de beleggingshorizon van een pensioenfonds helemaal geen lange termijn. Want ieder jaar moet aan de DNB worden gerapporteerd en eventueel maatregelen genomen. Verder fietst de politiek door het hele stelsel met maatregelen meer ingegeven door paniek dan door ratio. Maatregelen die zoals in de afgelopen crisis vermoedelijk meer schade hebben gebracht (door ontijdige verkoop, rechteloze herverzekering, etc.) dan goed hebben gedaan. De maatregel om de pensioenen niet te indexeren, was een paniekmaatregel die niet meer dan enkele honderden miljoenen euro’s scheelde, enkele duizendsten van waarmee de pensioenvermogens waren geslonken. Maar zij leidde waarschijnlijk wel tot verdieping van de crisis doordat de ouderen de hand op de knip hielden.

    Er was en is geen reden voor paniekmaatregelen. Er is de afgelopen jaren steeds meer aan bijdragen binnen gekomen voor zowel de AOW (via de Wet financiering sociale verzekeringen Wfsv) als voor de bedrijfspensioenen, dan er wordt uitbetaald. Via de Wfsv komt (cijfers 2007) 34 miljard euro binnen en wordt 26 miljard uitbetaald. Die 8 miljard euro worden gebruikt voor andere doeleinden (namelijk de heffingskortingen) dan waarvoor ze waren betaald, zoals de Algemene Rekenkamer heeft aangetoond en in ESB gepubliceerd. Voor de bedrijfspensioenen komt 25 miljard binnen en wordt 20 miljard uitbetaald. Samen is er dus meer dan 13 miljard over. Feitelijk is er dus een omslagsysteem en geen kapitaaldekkingsstelsel. Er is dus ook geen enkele reden voor de staat om de bedrijfspensioenen niet te garanderen.

    De 70% norm, de indexatie en een goed nabestaandenpensioen hoeven dus helemaal geen mythen te zijn met redelijke bijdragen van werkgevers en werknemers. Zonder al te grote risico’s is dat gewoon bereikbaar zonder dat sprake is van excessieve lasten voor het bedrijfsleven en werknemers. Zoals ik hierboven al heb geschreven zijn de werkgeversbijdragen op basis van OESO gegevens al lang niet meer hoger dan in het buitenland. Als de verhoging naar de 67-jarige leeftijd doorgaat hebben de werkgevers al genoeg gekregen.

    Het moet niet nodig zijn dat de gepensioneerden continu wakker liggen van hun pensioen. Als dat wel zo is, dan moet Nederland toch maar eens overwegen of haar systeem niet integraal moet veranderen. Dat kan door de AOW en de bedrijfspensioenen te combineren tot een wettelijk pensioen onder garantie van de staat. Dan is het hele parasitaire leger van pensioenadviseurs, verzekeraars die alleen woekerpolissen aanbieden, vermogensbeheerders (liefst vooral uit verre oorden), zichzelf verrijkende bestuurders, excessieve kosten, etcetera meteen overbodig. Deze mensen kunnen dan gewoon een nuttig beroep gaan uitoefenen. Misschien een zwaar beroep als stratenmaker, dan hoeven ze zelfs niet tot hun 67ste door te gaan. Of havenarbeider, dan leren ze in de praktijk hoe het is om slachtoffer van hun eigen werk te zijn. Van mensen die leven van de problemen mogen we natuurlijk ook helemaal geen oplossing verwachten.

    Zo’n wettelijk pensioensysteem kan men direct overnemen van een land als België. De macrocijfers over de premies en uitgaven voor AOW en bedrijfspensioenen laten zien dat een wettelijk omslagsysteem direct kan worden ingevoerd. De kapitalen in de pensioenfondsen hoeven daarvoor nog niet te worden aangesproken en kunnen dienen als Nationale Pensioen Reserve, ver van alle aasgieren uit binnen- en buitenland. Vakbonden en werkgevers kunnen moeilijk tegen dit voorstel zijn. Op deze manier worden de voordelen van een wettelijk omslagsysteem gecombineerd met een grote financiële reserve.

    H.J. de Vries is gepensioneerd onafhankelijk pensioendeskundige.

  3. A. Blankert zegt:

    In het artikel wordt niet genoemd dat de vulling van pensioenpot ook afhankelijk is de leeftijdssamenstelling van de bevolking. Als de leeftijd gemiddeld laag is, dan moet de pot ruim gevuld worden voor de toekomst. Gaat de gemiddelde leeftijd omhoog, dan mag de pot leger, want het gespaarde geld moet ook weer op. Bij een evenwichtige verdeling zou helemaal niets in de pot hoeven zitten. De gepensioneerden kunnen dan leven van de ingebrachte premies.

    Als ik het goed heb begrepen kun je voor elke werknemer vaststellen hoeveel premie deze gedurende zijn werkzame leven heeft betaald. Het ligt mijns inziens voor de hand dat de uitkering rechtevenredig is met de betaalde premie en niet afhankelijk wordt gesteld van het moment waarop moet worden uitgekeerd.

    Als men nu al kan vaststellen dat de huidige gepensioneerden meer opmaken dan waarvoor ze hebben betaald, dan lijkt me de duidelijk dat het beter is dat zij geen serieus te nemen adviezen mogen inbrengen. Zou het echter zo zijn dat de huidige werknemers niet betalen voor wat ze straks nodig hebben en de tekorten op de huidige gepensioneerden willen afschuiven, dan is het kennelijk nodig dat de huidige gepensioneerden meer te zeggen krijgen.

    In het algemeen zou de verdeling van de premies en uitkeringen toch niet afhankelijk moeten zijn van de invloed van de belanghebbenden? Een verdeling op basis van ingebracht vermogen is toch bijna vanzelfsprekend? Eventuele mee- en tegenvallers moeten dan naar rato van ingebracht vermogen gelijkelijk over allen verrekend worden.

    Hoe zou het anders moeten werken?

  4. Jan van Geffen zegt:

    De waarheid is dat bij het grote Pensioenfonds Zorg en Welzijn de Pensioenraad bestaat uit 12 werkgevers 12 werknemers en 12 gepensioneerden en deze Pensioenraad zeer goed functioneert. Zij houdt toezicht op het bestuur en is ook tevens een medezeggenschaps en verantwoordingsorgaan. Zij evalueert regelmatig haar functioneren en nodigt het bestuur uit met haar alle relevante kwesties duidelijk en helder te bespreken! Er is continue sprake van deskundigheidsbevordering van eenieder.
    Deze drie categorieën deelnemers incl gepensioneerden blijken bepaald in de praktijk niet zo monddood als hier wordt gesteld en verondersteld.

    De besluitvorming van het bestuur van het Pensioenfonds Zorg en Welzijn wordt zo blijkt in de praktijk van de afgelopen twee jaar duidelijk beïnvloedt door de inbreng en adviezen van de Pensioenraad [incl gepensioneerden]. Aan de grotere transparantie van deze besluitvorming en het inzicht in alle processen wordt hard gewerkt en daarbij ben ik persoonlijk als bewust kritische gepensioneerde en lid van deze Pensioenraad zeer betrokken.

  5. A. Stuijt zegt:

    Met belangstelling heb ik, lid van een deelnemersraad, het artikel gelezen. Mijn ervaring met het fondsbestuur is juist dat onze adviezen uitermate serieus zijn genomen door het bestuur. Misschien zijn de waarnemingen van de heer van Praag enigszins gedateerd? Of hij heeft die invloed niet onderzocht, wat mij waarschijnlijker lijkt. Uiteraard zouden deelnemersraden, die zich in het afgelopen jaar in rap tempo ‘professionaliseren’, graag ook bevoegdheden hebben. Toch moet worden opgepast dat het kind niet met het badwater wordt weggegooid: een wet verbetert niet zómaar de werking van de verhoudingen tussen een pensioenfondsbestuur en haar deelnemersraad of herzien toezichtsorgaan. Dat zijn processen tussen mensen die veel belangen in acht moeten nemen. En ja, dat kost tijd en moeite. Bovendien is het overwegend vrijwilligerswerk, terwijl ‘t als bekend over miljarden gaat! Maar mijn waarneming is dat de fondsbesturen nu snel veranderen. Ons bestuur zoekt momenteel nog twee deskundige bestuursleden en besturen is nu een deeltijdbaan die ook nog eens veel tijdoffers vraagt voor alle relatiewerk. Ik ervaar dat het werktempo, om ‘t maar zo te noemen, van ons fonds stijl omhoog is geschoten. Ik hoop, uiteraard, met goede gevolgen voor alle belanghebbenden.

    P.S.: ik ben gepensioneerd

  6. W. van der Spek zegt:

    Bij een pensioenfonds is er maar één eigenaar van het fondsvermogen, en dat is het pensioenfonds. Niet de deelnemers, niet de gepensioneerden, niet de “slapers”. Deze hebben allemaal bepaalde rechten of aanspraken op dat vermogen, bepaald door het reglement van het fonds, maar zijn geen eigenaar.

  7. Ilona Sandbrg-Praetorius zegt:

    Wat een duidelijke uitleg over de gang van het geld voor de pensioenen. Even over het ABP:
    Premier Lubbers heeft ooit een heel groot bedrag uit de pensioenpot “teruggenomen” met als “smoes” dat de pensioenpot voller was dan nodig.
    De pensioengerechtigden kregen niets extra’s in dit verband. De premies van de toen betalende ambtenaren gingen wel omlaag.
    Heeft U ooit gehoord dat U premie van een andere verzekering kunt terughalen als er te veel in de verzekeringskas zit?
    Er is geen sprake van dat de premier nu zou zeggen dat het toen opgenonen kapitaal weer teruggestort wordt.
    Het wordt hoog tijd dat de pensioengerechtigden zelf kunnen meebepalen in het Bestuur.
    Erwin Nypels vecht hier al jaren voor, evenals de Ned.Bond van Pensioenbelangen.

  8. Arjan van de Griend zegt:

    De prijs en de opbrengst van zekerheid

    Om de vraag van de heer Van Praag of pensioentrekkers mogen meepraten over premiehoogte maar rechtstreeks te beantwoorden: beter van niet. Het is niet gezegd dat inspraak van gepensioneerden over geld dat de werkenden moeten verdienen per definitie tot socialere uitkomsten zal leiden, zoals Van Praag suggereert. De invloed die gepensioneerden zo zouden krijgen, zal immers voor hen een spel zonder nieten worden: alles wat je als gepensioneerde via invloed in het pensioenfondsbestuur aan de loonruimte kunt ontworstelen is meegenomen. Het wetsontwerp Koser Kaya/Blok kan daarom beter niet als eerste stap worden genomen om gepensioneerden te laten deelnemen aan onderhandelingen over pensioenpremies.

    Belangenafwegingen met betrekking tot de premiehoogte horen niet op de tafel van het pensioenfondsbestuur thuis, maar op die van de sociale partners. Een pensioenfonds is een uitvoerder en die moet zich focussen op een zo goed mogelijke uitvoering. Dat is al moeilijk genoeg zonder politieke discussies tussen generaties. Bij een rol als uitvoerder past niet dat bestuurders een zetel krijgen vanwege hoedanigheid, zoals het zijn van pensioengerechtigde. Bestuurders van een uitvoerder moeten in de eerste plaats vanwege deskundigheid worden benoemd en ter vergroting van het draagvlak het liefst door alle stakeholders samen. Het zuiver krijgen van de rollen van de uitvoerder en die van sociale partners moet in de pensioenwereld juist consequenter worden doorgevoerd en niet verder worden vertroebeld, zoals met het wetsontwerp Koser Kaya/Blok zou gebeuren. Gepensioneerden zijn uiteraard belangrijke stakeholders bij pensioenfondsen, laat daar geen enkel misverstand over bestaan, maar inspraak bij de onderhandelingen over pensioenpremies is naar mijn mening niet wenselijk. Dat laat de wenselijkheid van invloed in toezichthoudende – en adviesorganen van het pensioenfonds als uitvoerder onverlet.

    Bij het voorgaande moet wel worden aangetekend dat de premiehoogte zodanig moet zijn dat de nieuwe pensioenopbouw, waarvoor de premie wordt betaald, uit de premie gefinancierd kan worden. Op het moment dat de premiehoogte gebaseerd is op verwachte rendementen en daarmee mogelijk –namelijk als die verwachte rendementen geen bewaarheid worden– een beroep doet op het vrije vermogen van het pensioenfonds, dan is inspraak van direct belanghebbenden bij dat vrije vermogen, waaronder de pensioengerechtigden, wel op zijn plaats.

    Dat de feitelijke indexaties momenteel achterblijven bij de verwachtingen is natuurlijk vervelend, maar het is nu eenmaal zo dat er in het verleden door de nu gepensioneerden in veel gevallen niet is betaald voor een zekere of zekerder indexatie. Er is dan sprake geweest van een ambitie zonder bijpassende reële inspanningen. Daarvoor is toen bewust gekozen, want budgettaire restricties zijn van alle tijden. Dat gepensioneerden nu alsnog hun positie willen versterken is begrijpelijk vanuit hun perspectief, maar het is reëel noch eerlijk. Solidariteit kent zijn grenzen. Huidige en toekomstige premies mogen niet speculeren op het bestaande vrije vermogen, maar hoeven daar evenmin aan bij te dragen, tenzij er sprake is van expliciete afspraken daarover van sociale partners.

    Veel van de nu gepensioneerden konden nog met VUT of prepensioen en hebben nog eindloonpensioen opgebouwd, en veel bijna gepensioneerden gaan nog profiteren van overgangsregelingen op het vlak van prepensioen. Veel jongere werknemers zien de bui hangen: langer doorwerken, hogere premies, een lager pensioen of meer onzeker “zacht” pensioen – als die aanbeveling van de Commissie Goudswaard zou worden gevolgd. Het zou naar mijn mening niet redelijk zijn als besparingen door de versobering van pensioenopbouw zouden worden aangewend om de indexatie van al gepensioneerden en van slapers te financieren. Dan schiet solidariteit door.

    Laten we voor de toekomst lering trekken uit wat er nu met de voorwaardelijke indexaties gebeurt. Er zijn verwachtingen gewekt die nu niet worden waargemaakt. Voorwaardelijke regelingen hebben één groot nadeel: door die voorwaarden weet je niet waar je aan toe bent. De geldende voorwaarden zijn nauwelijks uit te leggen, en er wordt onder druk van gewijzigde omstandigheden (markt, wetgeving, toezichthouder) aan gesleuteld, wat óók nadelige gevolgen kan hebben voor gepensioneerden. Dat gesleutel leidt dan terecht tot een wens op inspraak van gepensioneerden. De keerzijde van niet willen dat gepensioneerden meepraten over pensioenpremies van werkenden is dat hun rechtspositie versterkt zou moeten worden. Dat impliceert het aangaan van duidelijke contracten waaraan door latere generaties niet meer gesleuteld kan worden, en waarvoor ten tijde van de opbouw wel genoeg wordt betaald om de zekerheid –waar die door partijen gewenst is– te kunnen waarmaken. Meer rechtszekerheid voor toekomstige gepensioneerden zal hun behoefte om na pensionering nog mee te beslissen over de pensioenpremies van werkenden sterk kunnen verminderen. Méér duidelijkheid voor generaties, betekent minder conflicten tussen generaties. Het verleden is echter het verleden en we kunnen nu niet meer corrigeren wat toen (met de kennis van nu) anders geregeld had moeten worden, zeker niet in deze tijden. Daar zullen ook gepensioneerden zich bij neer moeten leggen.

    mr. Arjan van de Griend
    Pensioenjurist / Practice leader Compliance & Governance bij Towers Watson te Amstelveen.

  9. meijers zegt:

    ik ben het eens met uw pleidooi om de gepensioneerden rechtstreeks te betrekken bij de meningsvorming en besluitvorming over de pensioenen; de gepensioneerden worden niet vertegenwoordigd door de vakbonden. ik begrijp overigens niet op basis waarvan u het rendement op 0 zet. ook in deze slechte tijden worden rendementen gehaald tussen de vijf en tien percent.

  10. Peter Hoopman zegt:

    Het pensioensysteem is onhoudbaar, rekenkundig bekeken. De de pensioenleeftijd verhogen geeft wat lucht maar zal niet werkelijk een oplossing geven.

    Het artikel geeft een drietal oorzaken van de pensioenproblematiek aan:

    1. Te lage premies
    2. Te enthousiaste beleggingsverwachtingen
    3. Toename pensioenen in aantal en tijdsduur

    De beleggingsverwachtingen voor de komende tijd zijn laag, deze heeft lange tijd de pensioenproblematiek kunnen maskeren, maar door de verlaging van de beleggingsrendementen komt de direkte relatie tussen werkenden en gepensioneerden steeds pijnlijker bloot te liggen.

    Dit lijkt mij logisch dat deze directe relatie tussen werkenden en gepensioneerden weer voelbaarder wordt. Alsof er vroeger manna uit de hemel viel waardoor de bomen tot in de hemel groeiden. Het heeft allemaal te maken met de ontmaskering van het financieel-politiek-economische systeem, wat uiteraard een lastig en confronterend proces is. In zekere zin een financieel-economische doodsstrijd.

    We zijn er in het verleden ingeslaagd om onszelf en anderen wijs te maken, dat geld zo maar uit het niets vermeerderd kan worden. In de basis noemen we dat rente, maar in de praktijk zijn er tientallen, zo niet honderden variaties (derivaten) terug te vinden. In het artikel van BMS van Praag is dit in de tekening terug te vinden als rendementen van beleggingen.

    De heer van Praag schrijft mijns inziens terecht dat hier in de toekomst weinig soelaas van te verwachten is:

    Tot nu toe hebben wij ons blij gemaakt met de zijpijp, die meer en meer gevuld werd door onze beleggingstalenten. We mogen nu wel stellen dat geen enkele belegger die omgaat met grote vermogens in staat is op de lange termijn de vele concurrenten en de marktrente te verslaan. Dat betekent dat de reële (nominaal minus inflatie) marktrente op lange termijn richtsnoer moet zijn om onze rendementsvoorspellingen op te baseren. Die reële rentevoet lijkt voor de komende decennia ergens in de buurt van 0 procent uit te komen. Hier kan dus geen soelaas gevonden worden.

    Wat er feitelijk gebeurt is dat de economie transparanter, directer aan het worden is waardoor ook de directe relaties, in dit geval de relatie tussen werkenden en gepensioneerden duidelijker aan het licht komen. Vroeger werd dit door de mooie bureaucratische beleggingsresultaten als het ware weg gebufferd en werd iedereen een beetje ontzien en niet zo direct met de neus op de feiten gewezen.

    Die ‘goeie oude tijd’ ligt defintief achter ons, niet alleen in de pensioenwereld maar ook binnen ons sociale stelsel, wat rekenkundig ook niet meer betaalbaar is. Het gaat hier niet om of het sociale stelsel goed of fout is, maar het zal binnen de huidige randvoorwaarden, net als onze pensioenvoorzieningen zoals we dat vandaag kennen langzaam maar zeker verdwijnen. Maar solidariteit in een directere en pragmatischer vorm zal dringend noodzakelijk blijven en worden.

    Wat is er aan de hand dat ons mooi opgebouwde solidarteitssysteem (pensioenen, uitkeringen etc.) volledig als een kaartenhuis in elkaar lijken te vallen?

    Iets dat wiskundig onvermijdelijk zal zijn. (Al ben ik geen wiskundige, noch econoom)

    Waar we onbewust binnen ons politiek-economische systeem al die decennia in belangrijke mate op geleefd hebben zijn die opbrengsten uit de zijpijp: rendementen uit beleggingen. Deze hebben echter de reële economische en maatschappelijke situtaie aan ons blikveld ontrokken.

    Vanuit een abstracte macro-economische invalshoek leven we van het verschil tussen de rentevoet en inflatie, dit is onbewust ons grote macro-economische geloof waar we ons aan vastklampen, maar deze is meer en meer richting nul aan het gaan. Zoals ook de heer van Praag ook min of meer aangeeft in zijn artikel.

    Ons pensioenstelsel, maar ook onze sociale zekerheidsstelsel en ja ook ons inkomen zowel in de privésector als in de publieke sector is is hier vandaag volledig aan opgehangen.

    In zekere zin staat het hele economische systeem zoals we dat vandaag kennen op instorten. Om dit duidelijk te maken een eenvoudig voorbeeld.

    Bij de simpele productie van een appel maakt een fruiteler gebruik van dezelfde tekening uit het artikel van B.M.S. van Praag.

    Alleen stopt hij er arbeid, kennis, materiaal en grond boven in het vat en komt er aan het eind van het groeiseizoen aan de onderkant een appel uit. Wanneer hij deze appel naar de markt brengt en deze aan de hoogstbiedende verkoopt. Vervolgens maakt hij een kostenberekening en komt er uit de zijpijp en getal uit dat verlies of winst betekent.

    Dit zien we als beloning van onze inspanningen, echter de werkelijke beloning is de appel die we hebben geproduceerd.

    Dit is de financieel-politiek-economische crisis waar we ons vandaag middenin bevinden.

    En de eindeloze babylonische spraakverwarring omdat we de werkelijkheid, de appel door elkaar halen met het zijpijpje de bureaucratische beloning.

    We zullen van een indirecte economie weer richting directe economie gaan, iets wat de heer B.M.S van Praag in zijn artikel duidelijk aangeeft.

    ps
    De auteur heeft begin 2004 een pamphlet geschreven: de politiek-economische illusie. http://www.leleurre.com/

    En is in 2006 een correspondentie begonnen met regering, tweede kamer en Hoge Raad, waarna vervolgens in 2007/2008 een juridische procedure is opgestart om de aanname dat geld uit zichzelf geld waard is in de vorm van rente in de juridische weegschaal te laten afwegen. http://www.solution-simple.com/nl/gesprek_met_overheid.html

  11. H.J. de Vries zegt:

    Graag nog even een korte reactie naar aanleiding van de ingezonden stukken met name dat van de heer Van de Griend. Allereerst echter enkele woorden over het eigendomsrecht op pensioenen. De stelling dat het pensioenfonds eigenaar zou zijn is veelgehoord. De Tweede Kamer heeft over het eigendomsrecht geen debat willen voeren. Op grond van de voorliggende jurisprudentie van Artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM lijkt mij voor de hand liggend dat de eigendomsrechten bij de premiebetalers moeten liggen. Het feit dat de politiek (evenmin als de werkgevers of de vakbonden) het niet aandurft dit zelf voor te leggen aan het EHRM is veelzeggend.

    Ik vrees dat de heer Van de Griend zijn bijdrage heeft geschreven vanuit een onjuist totaalbeeld van het pensioenstelsel.
    Gepensioneerden willen helemaal niet persé meepraten om het meepraten. Nee, zij willen meepraten, omdat bij uitstek zij worden geconfronteerd met de missers van het systeem. Zij hebben niet meer de mogelijkheid tot aanpassingen. Wat zij vragen is logisch. Het geld dat in de fondsen zit is grotendeels door hun afdracht (ten laste van hun loon) en in hun naam gestorte werkgeverspremies opgebracht. Het (bruto) loon valt onder het eigendomsrecht (zie bijv. prof. mr. T. Barkhuysen “Advies normering topinkomens” van 21 september j.l.).

    Vrijwel alle huidige gepensioneerden hebben – voor inflatie gecorrigeerd – meer bijgedragen dan ze ooit uitgekeerd krijgen. Dat komt door de inflatie in de jaren zeventig en tachtig. Dat is in veel gevallen ‘afgeroomd’ door de werkgevers zoals mevr. Sandberg voor het ABP constateert. Het was eind jaren tachtig–begin jaren negentig common practice voor werkgevers om een greep te doen in de fondsen.

    De redeneergang “het is nu eenmaal zo dat er in het verleden door de nu gepensioneerden in veel gevallen niet is betaald voor een zekere of zekerder indexatie” is dus apert onjuist. Gepensioneerden hebben betaald voor hun eigen rechten. Voor indexering is een bedrag nodig dat een fractie is van wat de pensioenfondsen in de crisis hebben kwijtgespeeld. De huidige 1-2% inflatie liggen ver onder de huidige geldrendementen, ook in relatief veilige obligaties. Daarvoor zijn dus geen exorbitante risico’s nodig. Een gepensioneerde zou dat zelf kunnen bereiken, indien hij de waarde van zijn pensioenrechten (die via actuariële wiskunde eenvoudig is te berekenen) uit zijn pensioenfonds kon halen. Macrocijfers (binnenkomende premies en uitbetalingen) tonen aan dat het systeem als totaal volstrekt robuust is.

    Het gaat ook helemaal niet om een conflict tussen generaties. De huidige gepensioneerden hebben veelal hoge bijdragen betaald om hun rechten op te bouwen.
    Dat werknemers als de heer Van de Griend moeite hebben om vergelijkbare premies te betalen om vergelijkbare rechten op te bouwen, moeten ze voor hun eigen rekening nemen, maar ze moeten daarvan de ouderen niet de schuld geven.
    De nu aan de orde zijnde verhoging van de premies is natuurlijk niet leuk, noch voor werknemers, noch voor de werkgevers. Maar de werkgevers moeten bedenken dat hun bijdragen ten opzichte van andere landen al aan de lage kant zijn. De werknemers moeten dankbaar zijn dat veel van hun rechten nog via de ‘zijpijp’ van prof. Van Praag, ofwel de beleggingsresultaten zijn opgebouwd.

  12. B.G.Bruinsma zegt:

    Mogen pensioentrekkers ook meepraten?
    De tekening waarbij pensioenuitkeringen mede via premieheffing worden uitbetaald is in strijd met de werkelijkheid.
    Het vermogen van een pensioenfonds bestaat uit twee componenten:
    Kapitaal 1 bestemd voor de komende pensioenverplichtingen van de niet gepensioneerde deelnemers, met een premieheffing.
    Kapitaal 2 bestemd voor de uitkeringen aan gepensioneerden, zonder premieheffing, het kapitaal dekt de verplichtingen.
    Er is wel een geldstroom van kapitaal 2 naar kapitaal 1, bij een rendement hoger dan noodzakelijk wordt dit aangewend voor een lagere pensioenpremie.
    Het bestuur van een pensioenfonds, werkgevers en vakbonden, heeft twee doelstellingen, een lage premie en een lage indexering. Beiden zijn gunstig voor werkgever en deelnemer. De gepensioneerde derft inkomen door een lage indexatie, indexatie is een voorwaardelijk recht door het bestuur vast te stellen.
    Geef gepensioneerden gelijke rechten als een ondernemingsraad, bij besluiten over kapitaal 2, de uitkeringen aan gepensioneerden

  13. W. v.d. Velden zegt:

    @ Ilona Sandbrg-Praetorius:
    “Heeft U ooit gehoord dat U premie van een andere verzekering kunt terughalen als er te veel in de verzekeringskas zit?”

    Dat is niet zo uitzonderlijk. Philips heeft jarenlang geen premie hoeven betalen aan zijn pensioenfonds, terwijl op de salarissen nog wel een werknemersbijdrage werk ingehouden!
    Daar staat wel tegenover dat afgelopen jaar multinational flinke aanvullingen hebben betaald op de geslonken vermogens van hun pensioenfondsen.

  14. W. v.d. Velden zegt:

    Het is wel opvallend dat er over een onderwerp als pensioenen zo’n deskundige en geanimeerde discussie ontstaat, waar dat over de ontwikkeling van de Griekse overheidsfinancien nauwelijks lukt. Hulde aan vele bijdragen,

    maar,

    @ Peter Hoopman
    “Het pensioensysteem is onhoudbaar, rekenkundig bekeken. De de pensioenleeftijd verhogen geeft wat lucht maar zal niet werkelijk een oplossing geven.”
    Dit is een even onzinnige als slecht onderbouwde stelling. Het basisidee van een pensioenfonds is dat investeringen in de economie een blijvende welvaartsvermeerdering creëren. De investeerders ontvangen hiervoor een vergoeding in de vorm van rente, dividend of waardestijging. Dit is een deel van de gerealiseerde welvaartsstijging en de hoogte van de pensioenen hangt direct samen met het succes van de met pensioenbesparingen gefinancierde investeringen.
    Daaruit volgt dat het pensioensysteem niet onhoudbaar is, maar wel dat de waardevastheid van pensioenen sterk samenhangt met het succes van de gedane investeringen. Dat succes is nu laag door de vele misinvesteringen die ook aanleiding waren voor de kredietcrisis.
    Wat Hoopman mogelijk bedoeld is dat een welvaartsvast pensioen niet meer te realiseren is vanuit de huidige waarden van de beleggingen van pensioenfondsen.
    Nederland is jaren prat gegaan op de enorme voorsprong in welvaart die m.n. het ABP ons gaf op naburige Europese landen die met een omslagsysteem voor ambtenaren werken en verder ook de algehele spaardrift van de onbedorven cultuurzuivere Nederlander, die ons in een vergrijnzend Europa rijk moesten houden. In dit soort discussie lijkt dat allemaal vergeten. Ik zou het wel leuk vinden als Maarten Schinkel nog eens zou willen (laten) schrijven over hoe groot onze voorsprong nu nog is. De vergrijzing is volop argument van de zittende economen voor eindeloze bezuinigingsexercities. Waarvoor hebben we dan eigenlijk gespaard?
    Er zijn in de afgelopen jaren spaarzame economen geweest die hun kanttekeningen bij de waarde van pensioenfondsen hebben gezet. Het was niet populair om aan het nut van al dat gespaar te twijfelen. Het blijkt nu wel dat de waarde van het gespaar ernstig te leiden kan hebben onder foute investeringsbeslissingen die in de ‘waan van de dag’ tot stand komen. In de jaren ’90 werd alom geroepen dat de pensioenfondsen te weinig te veel staatsleningen hadden. De overgang van obligaties naar aandelen lijkt toch een aantal fondsen zwaar gevallen. Na 2000 speelde vooral het lage rendement van obligaties een bijsturende rol in de richting van hoger renderende beleggingen waaronder onroerend goed, derivaten en complexe producten. Ook dit had zo zijn problemen.
    Het is wel de vraag of spaardersdemocratie dit soort problemen oplost, maar laat ik voorop stellen dat waarschijnlijk een systeem met het regelmatig publiek afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid een goed middel is om de grootste mallotigheden te voorkomen.
    Ik ben bang dat controle door lieden die elke dag smullen van de financiele Telegraaf het probleem niet echt oplost. Het stikt nu al van de ‘deskundigen’ die beleggers proberen hun favoriete produkt aan te praten. Dat zal er niet minder op worden als werknemers en gepensioneerden stemrecht zouden krijgen in hun fondsen. De vakbondsvertegenwoordigers hadden deze rol ook gedeeltelijk op zich kunnen nemen, maar van de vakbonden is op dit punt eigenlijk nooit iets serieus vernomen.
    De vakbonden hebben niets meer van een eigen economische zienswijze, eigen denkbeelden of benadering. Sinds ‘vakbondseconoom’ Hein Vos bij elke gelegenheid riep dat loonmatiging de beste oplossing was, schijnen economen bij de vakbonden te zijn afgeschaft.
    Er is eigenlijk nauwelijks veel serieuze discussie geweest, al dan niet gerelateerd aan pensioenbeleggingen, over de vraag welke beleggingen nu het best een toekomstige welvaart verzekeren voor gepensioneerden en werkenden. Alleen de milieu- en duurzaamheidsorganisatie vormen hierop een uitzondering, door er op te wijzen dat de huidige investeringen van particulieren en overheid niet lijken te gaan in de richting van een toekomstige duurzame welvaart.
    Een m.i. belangrijk stuk van de discussie dat in belangrijke mate ontbreekt is of er niet een overmaat aan besparingen is, gezien de lage rendementen op obligaties en de regelmatige overwaardering van aandelen, leidend tot regelmatige crashes van de aandelenkoersen. De verdeling van inkomen en de verdeling van vermogen lijkt, door een aanhoudende vergroting van inkomens- en vermogensverschillen in een volledige mismatch te zijn uitgelopen. Miljarden mensen hebben te weinig middelen om in hun eigen ontwikkeling te investeren, overheden ontbreekt de middelen om deze mensen te helpen en voor het milieu te zorgen, anderzijds zijnde middelen in handen van een kleine groep supperrijken die nauwelijks zinnige aanwendingen lijkt te kunnen vinden voor alle extra middelen die hen voortdurend toevloeien en toegestopt worden. De woordvoerende economen lijken het geen interessant probleem te vinden, mensen als Stiglitz daargelaten. Het is nauwelijks voorstelbaar dat pensioenfondsen zich aan dergelijke malaise zouden kunnen onttrekken.

  15. Peter Hoopman zegt:

    W. van de Velden schreef: @ Peter Hoopman
    “Het pensioensysteem is onhoudbaar, rekenkundig bekeken. De de pensioenleeftijd verhogen geeft wat lucht maar zal niet werkelijk een oplossing geven.”
    Dit is een even onzinnige als slecht onderbouwde stelling. Het basisidee van een pensioenfonds is dat investeringen in de economie een blijvende welvaartsvermeerdering creëren. De investeerders ontvangen hiervoor een vergoeding in de vorm van rente, dividend of waardestijging. Dit is een deel van de gerealiseerde welvaartsstijging en de hoogte van de pensioenen hangt direct samen met het succes van de met pensioenbesparingen gefinancierde investeringen.

    Antwoord aan W. van den Velden

    Dat is een algemeen gangebare gedachte die ik niet ontken maar door de tijd waarin we leven ter discussie wordt gesteld.

    Iets wat dhr. van Praag van een iets andere invalshoek ook ter discussie stelt, door de constatering en/of verwachting dat de reële rentevoet zich rond nul zal gaan bewegen de komende jaren. Japanners zijn ons op dit gebied al jaren vooruit gesneld.

    Daaruit volgt dat het pensioensysteem niet onhoudbaar is, maar wel dat de waardevastheid van pensioenen sterk samenhangt met het succes van de gedane investeringen. Dat succes is nu laag door de vele misinvesteringen die ook aanleiding waren voor de kredietcrisis.

    Met je redenering ben ik het eens, maar het hele systeem/geloof wat hier gebouwd is, is aan het wankelen. Het is de bureaucratische illusie die in crisis (waardevermindering) verkeert. Zolang we geloven dat geld uit zichzelf een waarde heeft in de vorm van rente (en de honderden derivaten), zal het bestaande systeem zich handhaven, mijn waarneming is dat het op z’n laatste benen loopt, wat verder de toekomst al dan niet zal uitwijzen. We kunnen onszelf niet eeuwig voor de bureaucratische en rekenkundige gek blijven houden, al moet ik toegeven dat we hier vrijwel oneindig creatief zijn gebleken. ;-)

    Wat Hoopman mogelijk bedoeld is dat een welvaartsvast pensioen niet meer te realiseren is vanuit de huidige waarden van de beleggingen van pensioenfondsen.

    Ja en nee.

    Nederland is jaren prat gegaan op de enorme voorsprong in welvaart die m.n. het ABP ons gaf op naburige Europese landen die met een omslagsysteem voor ambtenaren werken en verder ook de algehele spaardrift van de onbedorven cultuurzuivere Nederlander, die ons in een vergrijnzend Europa rijk moesten houden. In dit soort discussie lijkt dat allemaal vergeten. Ik zou het wel leuk vinden als Maarten Schinkel nog eens zou willen (laten) schrijven over hoe groot onze voorsprong nu nog is. De vergrijzing is volop argument van de zittende economen voor eindeloze bezuinigingsexercities. Waarvoor hebben we dan eigenlijk gespaard?

    We leven op de pof, schuiven de schulden door naar de toekomst en lenen nog meer om te kunnen leven. We zijn failliet, dit zal niet gauw worden toegegeven door de FMI, wereldbank en oud-minister Bos, zij/wij zijn onbewust de bewakers van het geloof dat het allemaal goed komt. Maar feitelijk zijn we net als Griekenland allang failliet. Een politicus die de waarheid vertelt heeft weinig te verkopen, dus het zal van de bewustwording van burgers afhangen wanneer we door onze bureaucratische luchtbel gaan heen prikken. Eind vorige eeuw was de verhouding tussen het toale verkeer van goederen en dienste versus speculatie 2%/98%. Dat is een tijdbom, maar eerlijk is eerlijk tot op heden zijn we prima in staat gebleken om deze luchtbel goed te praten op kosten van de samenleving.

    Dat is fout gelopen, we hebben er alleen niets van geleerd, de volgende crisis staat in de startbokken voor de genadeklap, daar hoef je geen helderziende voor te zijn.

    Er zijn in de afgelopen jaren spaarzame economen geweest die hun kanttekeningen bij de waarde van pensioenfondsen hebben gezet. Het was niet populair om aan het nut van al dat gespaar te twijfelen. Het blijkt nu wel dat de waarde van het gespaar ernstig te leiden kan hebben onder foute investeringsbeslissingen die in de ‘waan van de dag’ tot stand komen. In de jaren ‘90 werd alom geroepen dat de pensioenfondsen te weinig te veel staatsleningen hadden. De overgang van obligaties naar aandelen lijkt toch een aantal fondsen zwaar gevallen. Na 2000 speelde vooral het lage rendement van obligaties een bijsturende rol in de richting van hoger renderende beleggingen waaronder onroerend goed, derivaten en complexe producten. Ook dit had zo zijn problemen.
    Het is wel de vraag of spaardersdemocratie dit soort problemen oplost, maar laat ik voorop stellen dat waarschijnlijk een systeem met het regelmatig publiek afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid een goed middel is om de grootste mallotigheden te voorkomen.
    Ik ben bang dat controle door lieden die elke dag smullen van de financiele Telegraaf het probleem niet echt oplost. Het stikt nu al van de ‘deskundigen’ die beleggers proberen hun favoriete produkt aan te praten. Dat zal er niet minder op worden als werknemers en gepensioneerden stemrecht zouden krijgen in hun fondsen. De vakbondsvertegenwoordigers hadden deze rol ook gedeeltelijk op zich kunnen nemen, maar van de vakbonden is op dit punt eigenlijk nooit iets serieus vernomen.
    De vakbonden hebben niets meer van een eigen economische zienswijze, eigen denkbeelden of benadering. Sinds ‘vakbondseconoom’ Hein Vos bij elke gelegenheid riep dat loonmatiging de beste oplossing was, schijnen economen bij de vakbonden te zijn afgeschaft.
    Er is eigenlijk nauwelijks veel serieuze discussie geweest, al dan niet gerelateerd aan pensioenbeleggingen, over de vraag welke beleggingen nu het best een toekomstige welvaart verzekeren voor gepensioneerden en werkenden. Alleen de milieu- en duurzaamheidsorganisatie vormen hierop een uitzondering, door er op te wijzen dat de huidige investeringen van particulieren en overheid niet lijken te gaan in de richting van een toekomstige duurzame welvaart.
    Een m.i. belangrijk stuk van de discussie dat in belangrijke mate ontbreekt is of er niet een overmaat aan besparingen is, gezien de lage rendementen op obligaties en de regelmatige overwaardering van aandelen, leidend tot regelmatige crashes van de aandelenkoersen. De verdeling van inkomen en de verdeling van vermogen lijkt, door een aanhoudende vergroting van inkomens- en vermogensverschillen in een volledige mismatch te zijn uitgelopen. Miljarden mensen hebben te weinig middelen om in hun eigen ontwikkeling te investeren, overheden ontbreekt de middelen om deze mensen te helpen en voor het milieu te zorgen, anderzijds zijnde middelen in handen van een kleine groep supperrijken die nauwelijks zinnige aanwendingen lijkt te kunnen vinden voor alle extra middelen die hen voortdurend toevloeien en toegestopt worden. De woordvoerende economen lijken het geen interessant probleem te vinden, mensen als Stiglitz daargelaten. Het is nauwelijks voorstelbaar dat pensioenfondsen zich aan dergelijke malaise zouden kunnen onttrekken.

    We zullen de moed bij elkaar moeten zien te rapen om van een indirecte economie naar directe economie over te schalen.

    http://www.solution-simple.com/nl/Beroep_tegen_uitspraak_belastingdienst_4juli2007.html (halverwege)

    Het psychologische probleem dat we daarbij dienen te overwinnen is dat we dienen af te kicken van de bureaucratische beloning waar we vandaag van hoog tot laag afhankelijk van zijn geworden. Dat zal de grootste uitdaging worden.

  16. Jaco Kars zegt:

    Waarom zouden pensioentrekkers mogen ‘meepraten’ als werknemers dat niet mogen? Ongeveer 20% van de werknemers met een baan van minstens 12 uur per week is lid van een door de staat erkende vakbond. De resterende 80% wordt dus niet door die vakbonden vertegenwoordigd, en mag derhalve als regel niet ‘meepraten’. Als de pensioentrekkers zo nodig willen ‘meepraten’, kunnen ze lid van een van die SER-vakbonden worden. Zoals W. van der Spek (6) reeds opmerkte zijn die pensioengelden helemaal niet van de werknemers. Daarbij kent de corporatieve staat Nederland ook nog eens een systeem van pensioendwang. Het is werknemers doorgaans niet toegestaan voor de eigen oudedagsvoorziening te zorgen. De staat weet het weer eens beter, want zo’n zelfstandig opererende werknemer zou wel eens stiekem drop van zijn zelf-verdiende geld kunnen gaan kopen, in plaats van het te investeren in een regeling die in de eerste plaats die lamlendige babyboomers ten goede komt. Wat mij betreft worden die pensioenregelingen beperkt tot vakbondleden. Het is uitgesproken onfatsoenlijk dit op te dringen aan de rest, die nergens om gevraagd heeft, en misschien weinig zin heeft om allerlei riante regelingen voor babyboomers te financieren, terwijl ze daar zelf nooit van zullen profiteren.

  17. Ferry Ballhaus zegt:

    Een beetje laat wellicht, maar moet ik nog even kwijt. Gisteren zei Coen Teulings van het CPB weer iets over de crisis. “We zijn 5 procent kwijtgeraakt, dat is een flinke klap, en daar komt de vergrijzing nog bij”. Alsof dat laatste ook een ‘plotseling’ fenomeen is. Als econometrist verbaas ik me erover dat die toenemende kosten van vergrijzing niet al lang (min of meer) exact bekend zijn, gegeven een onderzoekmethode als cohortanalyse en sterftetabellen. De gemiddelde leeftijd van de mens gaat vooruit, maar wel heel langzaam, en dit is genoegzaam bekend. Als het goed is, kunnen actuarissen met behoorlijk grote zekerheid zeggen wát de kosten van bv. een levensverzekering (of een psnsioen) over 10 jaar zullen zijn. Kortom: dit wisten we 10 jaar geleden toch ook al ongeveer ?

  18. p hansen zegt:

    Meepraten mag/kan/moet altijd. Maar meebeslissen is heel wat anders. Het hemd is nader dan de rok: de pensioenvangers zullen altijd regeltjes bedenken in hun voordeel, ten kosten van degenen die NU werken en de premies moeten opbrengen.
    Dat is mijns inziens onzin. De belasting van de huidige werkenden is al groot zat.
    Nog wat: het is aan domme politici en nog dommere kiezers te danken dat de premieheffingen omlaag gingen in de tijd dat het zogenaamd zo goed ging.
    Het bekende VVD- geklets: de burgers kunnen zelf wel voor hun hachje zorgen. Dus omlaag met de premies. Nou nee dus!!
    De meest mensen kennen hun eigen pensioenrechten niet eens. 90% van de mensen gaat van een veel te positieve/rooskleurige inschatting van te ontvangen pensioen uit.
    Een samenspel van factoren: en had die burgers eens horen brullen, als de pensioenfondsen NIET meegegaan waren in wat achteraf een fiannciele zeepbel bleek.

    @Jaco Kars. Onzin. Want die NIET vakbondsleden profiteren wel mooi mee van alle CAO afspraken. Of denkt u dat de niet-leden dat inidividueel kunnen??? Kijk maar eens naar de ICT -sector. Die hoefden allemaal geen lid van een bond te worden, ben je gek. Tot de crisis toestlaat, dan staan ze opeens allemaal bij de bond voor de poort. Over hypocriet- en meelift gedrag gesproken.

  19. Jaco Kars zegt:

    @p hansen riep ‘Onzin” en vroeg zich af:

    “Of denkt u dat de niet-leden dat inidividueel kunnen???”

    Jazeker, en nog veel beter ook. Men krijgt dan maatwerk. Ik wil graag 45 uren per week werken, geen 32. Die drie maanden vakantie elk jaar hoef ik ook al niet. Ik heb geen enkele behoefte aan een organisatie die vrijwel uitsluitend opkomt voor luie socialistische semi-bejaarden, en salarissen vaststelt op grond van leeftijd en dienstjaren, niet op basis van prestaties. Met die algemeen verbindend verklaarde CAO’s is het een werknemer ook nog eens verboden op prijs te concurreren op de arbeidsmarkt, want iedereen zit in het keurslijf van de CAO. Ik voel niets voor pensioendwang of CAO-dwang. Dat is achterhaald corporatisme en paternalisme. Laat CAO’s en bijbehorende pensioenen maar uitsluitend voor vakbondsleden gelden.

    Los daarvan, het moet mogelijk zijn een collectieve pensioenregeling te ontwerpen die door zowel jongeren als ouderen wordt gedragen. Maar dat zal niet gebeuren indien alleen gepensioneerden en socialisten mogen ‘meepraten’. Het resultaat zal immers zijn dat die babyboomers alles opmaken door zichzelf te bedelen met VUT, pre-pensioen en veel te hoge uitkeringen. Daarvoor laten ze dan jonge werkenden betalen, die later nooit aanspraak kunnen maken op al dat moois omdat de pensioenfondsen dat niet meer kunnen bekostigen. Dan maar liever zelf voor de oudedagsvoorziening zorgen, op de wijze waarop dat in de USA met de 401-k’s gebeurt.

  20. Peter Hoopman zegt:

    Integratie is alleen mogelijk wanneer mensen ervaren deel uit te maken van een samenleving. Dus ja ouderen dienen mee te kunnen praten, dit lijkt me zo vanszelfsprekend dat ik het voor logisch aanneem.

    Helaas is het zo dat de zittende klasse (20 -60 jaar) ergens de winst vandaan dienen te halen en ja waarom niet van ouderen.

    We zitten vandaag gevangen in een wet op behoud van ellende (lees: onderlinge concurrentie) waardoor we eeuwig om de brei heenlopen in plaats van te (h)erkennen dat we ook een samenleving zijn en dit samen efficiënt proberen in te vullen.

    Participatie en inclusiviteit in plaats van exlusiviteit, verdeel en heers.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.