EU-kennisagenda zonder vrijblijvendheid – Luc Soete
De EU-strategie om de lidstaten zwaar te laten investeren in onderzoek en ontwikkeling is goeddeels mislukt. Realistischer normen zijn nodig.
Tien jaar geleden stelden de Europese regeringsleiders zich ten doel een structurele, economische inhaalslag te realiseren en van Europa de meest welvarende regio ter wereld te maken, dit onder de noemer van de Lissabon-strategie.
Tegen 2010 zouden de meest welvarende lidstaten, waaronder Nederland, jaarlijks minimaal 3 procent van hun bruto binnenlands product (bbp) investeren in onderzoek- en ontwikkeling. Daarbij werd ook bepaald dat de private sector 2 procent van de financiering voor zijn rekening zou nemen, de publieke sector 1 procent.
Barcelona-norm
Al snel werd duidelijk dat deze zogeheten Barcelona-norm, vastgelegd in 2002 als essentieel onderdeel van de Lissabon-strategie, nooit gehaald zou worden. De economische structuur van Europa en Nederland veranderen in de richting van meer technologisch hoogwaardige sectoren laat zich niet verordenen, zelfs niet over tien jaar.
Met wat geluk heeft de economische crisis de doelstelling ongewild wat dichterbij gebracht: landen met de grootste daling in hun bbp, zoals Ierland (en buiten de EU vooral IJsland) kenden in 2008 de sterkste stijging van het percentage van hun bbp dat ze aan onderzoek en ontwikkeling spendeerden.
Onderzoek en ontwikkeling in bedrijven is typisch een activiteit die gepaard gaat met labour hoarding: het ten alle koste zo lang mogelijk willen behouden van onderzoekpersoneel. Zo ook is het aandeel onderzoek en ontwikkeling van enkele van de meest technologisch hoogwaardige Nederlandse bedrijven het afgelopen jaar tot ongemeen hoge percentages gestegen. Daar is ook de tijdelijke overheidsmaatregel kenniswerkers niet vreemd aan, maar de vraag is natuurlijk hoe lang bedrijven dit volhouden.
Belastingsvoordelen
Meer algemeen dringt de vraag zich op of een nationale, hoofdzakelijk private doelstelling voor onderzoek en ontwikkeling zin heeft. De nationale beleidsfocus op private uitgaven heeft geleid tot een toenemende concurrentie tussen lidstaten in het verschaffen van belastingsvoordelen. Op dit ogenblik liggen de personeelskosten van een onderzoeker de helft lager in Frankrijk dan in Duitsland, dat hiervoor geen belastingsvoordeel kent. Ten opzichte van Nederland is Frankrijk nu al ongeveer een derde goedkoper.
Belastingsvoordelen voor onderzoek en ontwikkeling hebben op Europees niveau weinig positiefs teweeg gebracht. Dat het aandeel van de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling bij bedrijven in Europa in tien jaar amper gestegen is, en nu zelfs achterblijft bij dat van China, heeft eerder te maken met de fragmentatie van tal van hightech markten, die bij bedrijven de onzekerheid over het te verwachten rendement op onderzoek en ontwikkeling in Europa doet toenemen.
Maar de vraag blijft of er geen behoefte is aan een nieuwe norm voor uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling. Juist in een periode van wellicht langdurige fiscale soberheid lijkt het belangrijk de Europese lidstaten tot een expliciete toezegging te dwingen. Maar dan wel een waarop ze straks, bijvoorbeeld in 2020 afgerekend kunnen worden, omdat het over hun eigen middelen gaat. Een realistische, en ook politiek geloofwaardige, norm van kennisinvesteringen is er ook één die een koppeling brengt tussen kennisinvesteringen in onderzoek en in hoger onderwijs: de voedingsbodem voor kennisontwikkeling op lange termijn.
Kennisuitdagingen
De grafiek geeft aan wat zo’n nieuwe norm zou inhouden: 1 procent in publieke onderzoeksfinanciering, zoals nu in de Barcelona-norm, en een nieuwe norm van 2 procent voor investeringen in hoger onderwijs. Die kan zowel uit publieke als uit private bijdragen, zoals collegegeld, komen. Dat blijft de verantwoordelijkheid van de lidstaten.

Zowel wat publiek gefinancierd onderzoek betreft als investeringen in hoger onderwijs loopt Europa, en ook Nederland, achter op de VS. Het zijn echter vooral de investeringen in hoger onderwijs die in Europa dramatisch achterblijven.
Het interessante van de nieuwe norm is niet alleen dat ze Europese overheden met de neus op de eigen verantwoordelijkheid drukt, maar dat ze ook een uitdaging vormt voor alle Europese landen, en niet, zoals in het geval van de oude norm, irrelevant is voor landen als Finland en Zweden met hun totale uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling die ver boven de Barcelona-norm liggen. Dan opent het nieuwe decennium perspectieven om de vele kennisuitdagingen – van klimaatverandering tot vergrijzing – ook daadwerkelijk aan te pakken.
Luc Soete is directeur van UNU-MERIT, een onderzoekinstituut dat verbonden is aan de de Universiteit Maastricht. NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice.




woensdag 13 januari 2010, 11:59 uur
Wanneer kenniseconomie, economie, democratie en rechtssyteem integreren is er hoop voor individuen, samenleving en rechtstaat.
Het artikel van Luc Soete komt voort uit een technocratische omgeving en ja we leven vandaag in een technocratische samenleving. De vraag is of we zonder de randvoorwaarden van deze technocratische wetenschap te veranderen, kunnen komen tot een inhoudelijke omslag waardoor investering (mens, kennis en materiaal) een duurzaam fundament zullen creëren voor toekomstige generaties?
Ik neem de schrijver van het artikel niets kwalijk, want het is ergens een verdienstelijke poging binnen de huidige randvoorwaarden.
Maar deze randvoorwaarden bieden geen enkele houvast om een dynamisch en duurzaam evenwicht te creëren, hoe groot de investering in kenniseconomie zal zijn.
Het zal slechts een zelfvoldane en vooral blinde intelectuele kennisluchtbel opleveren, zonder fundament voor de samenleving.
woensdag 13 januari 2010, 14:55 uur
De oorspronkelijke norm werd gesteld ten behoeve van de gewenste groei. Nu die investeringen niet voldoende gedaan worden, wordt de groei dus ook aanzienlijk minder. Een nieuwe norm stellen betekent dus ook genoegen nemen met een minder ontwikkelde economie. Over 50 jaar is Europa een kleine speler van een matig ontwikkelde economie, en ver achter bij China, India, VS. Dat zullen de consequenties zijn van de keuzes die nu niet gemaakt worden.
Blijven de investeringen van de overheid al achter, er van uit gaan dat het bedrijfsleven wel (meer) zal investeren is ronduit naief. Ten eerste betaalt de overheid nu ook al veel onderzoeksgeld rechtstreeks aan het bedrijfsleven (en gaat zich dus gedragen als een verwend kind), maar er bestaat ook helemaal geen cultuur van geld besteden aan onderzoek doen zoals in de VS. Europa heeft zichzelf wel een goede norm opgelegd, maar heeft nog niet nagedacht wat dat betekent voor investeringen, beleidsmaatregelen, en hoe het bedrijfsleven over te halen om ook mee te betalen. Als het bedrijfsleven blijft op het niveau waar ze nu is, zal de overheid de rest moeten bijbetalen om economische groei in de toekomst veilig te kunnen stellen.
Tegelijkertijd heeft Nederland veel wetenschappelijk geschoolde mensen die werkloos zijn en vanwege hun leeftijd niet meer aan een baan komen. En wat doet Nederland er mee? Tomaten plukken, dozen inpakken etc. etc., aan een UWV regime onderwerpen waarmee zowel de mens als het kapitaal van de wetenschapper vernietigd wordt.
Wil Europa in de toekomst nog meetellen dan is er geen nieuwe norm nodig, maar nieuw leiderschap en een nieuwe cultuur, zowel binnen het bedrifsleven als bij de overheid. Weliswaar een zaak van lange adem maar daarom niet minder urgent.
maandag 18 januari 2010, 3:50 uur
Ijzerloo legt de vinger precies op de zere plek.
Het vernietigen van kennis is nu, naast het vernietigen van kapitaal, net datgene wat al ruim 100 jaar geleden als falen van het kapitalisme , tegenwoordig verhuld genoemd Neo-Liberalisme, door Marx werd aangeduid als de zwakke plek in de argumenten voor het systeem wat door de markt wordt beheerst.
Ook toen als was het duidelijk dat de markt en al zeker niet de onzichtbare hand van Adam Smith, in aanmerking konden komen voor het predicaat Panacee.
Het krankzinnige en aan het Socio-Darwinisme ontleende idee dan het individualistisch streven naar eigenbelang kon worden gesommeerd naar een positivieve ontwikkeling voor allen was destijds al een bewezen foute conclusie.
Zelfs als men ervan uitgaat dat de opvolgende socialistische ideologieën geen antwoord bleken te hebben op het falen van het kapitalistisch systeem valt er niet te ontkennen dat juist uit dit falen de socialistische ideologie is voortgekomen met bijbehorende mensonterende gevolgen.
Blijft de noodzaak om een antwoord te vinden op het falen van het kapitalistische en in feite Socio-Darwinistisch idee.Het succes van de opkomende economieën in Azië wijst de weg naar het al eeuwenoude idee van de mens als collectief.In Europa ligt het aangrenzende idee van het Rijnlands Model al jaren ondergesneeuwd door de Neoliberale gedachtegang klaar om weer gerevitaliseerd te worden.
De kern van deze filosofie is dat de samenleving weer een samenleving wordt en niet een struggle for life van allen tegen allen.
Een terugkeer naar een planeconomie met vooraf bepaalde doelen is misschien wel niet het beste maar wel het antwoord op de crisis die we nu meemaken en na de totale collaps van de financiële sector , die er nu aan zit te komen; waarschijnlijk het enige. Natuurlijk is de idee van een kleine overheid met kerntaken een prachtig idee
Vooral voor luie bestuurders die er dan ongestraft een potje van kunnen maken.
De werkelijkheid en de geschiedenis leert dat juist actieve overheden de grote sprongen voorwaarts hebben gerealiseerd die de voortdurend groeiende wereldbevolking nodig had.
Natuurlijk is de inzet op kennisontwikkeling en innovatie noodzakelijk. Ook daar blijkt al het falen van de markt en de noodzaak voor een actieve overheid. Anderzijds moet vooral de beschikbaarheid van een goed opgeleide middengroep niet worden vergeten. Een belangrijk kenmerk van een ontwikkelingsland is de beschikbaarheid van een academisch opgeleide bovenlaag en het ontbreken van de noodzakelijke niveau’s daaronder zoals HBO en vooral MBO.
Samenvattend zou ik willen pleiten voor een actieve overheid die in overleg met vakbonden, onderwijs en werkgevers op basis van een planeconomie de randvoorwaarden schept die de ontwikkeling van de economie in de gewenste richting stuurt.
En daarbij voldoende aandacht schenkt aan het fundament onder een moderne samenleving in de vorm vorm van een evenwichtige beschikbare driehoek van voldoende Academici , HBO-ers en MBO-ers.
maandag 18 januari 2010, 16:51 uur
De recessie is m.i. ontstaan door gebrek aan belangrijke innovaties en dit was het gevolg van falen van wetenschap en research all over the globe,niet alleen in Nederland dus.De Theorie hier achter is al lang bekend door het werk van Schumpeter.
Men heeft wel wat gedaan aan science,maar niet het juiste,men moet ingrijpen op de laagste duig van de ton die wetenschap heet.Men heeft belastingfascilliteiten geboden,maar geld was niet de beperkende factor.In de organisatie van de wetenschap zelf zit het zwakke punt.Wetenschap floreert bij vrijheid voor de scientist,hem of haar moet de ruime mogelijkheid tot speculatief denken worden gegeven.Dat nu is niet het geval.Er is te veel toezicht,een artikel vergt ruim 2 jaar,er is dan betutteling door een peergroup,en verstandige auteurs houden zich krampachtig aan de richtlijnen,noemen de bekende namen,nemen geen risico’s .Dit is een kort voorbeeld van de hond in de pot.Bij het verkrijgen van onderzoeksgelden gaat het m.m. op soortgelijke wijze.Hierdoor gaat op den duur de stroom van ideeen en publicaties ontaarden in een klein straaltje.Zo zeer zelfs dat men moet vrezen de toekomstige studenten niets nieuws meer te kunnen leren.Daar verpieteren de innovaties dus ook.
Het zijn niet alleen de scientists die met moeilijkheden te maken hebben,ook de economen lijden onder hetzelfde euvel.Nu zie je ze zich allemaal storten op de banken,of nog erger de bonussen.De huizenmartkt ontsnaapt aan de aandacht,men heeft het in Nederland over hypotheekaftrek en tariefsverhoging,maar vrijwel niemand die kenniseconomie vrijmoedig toepast op de conjunctuut ,recessies en depressies.
dinsdag 19 januari 2010, 19:22 uur
Men vroeg mij waaarom ik zoveel belang hecht aan vrijheid in de wetenschap .In mijn tijd heb ik dat als positief ervaren,zowel voor persoonlijk werk als in onderzoek naar paradigmasprongen en doorbraak innovaties.Expertus dico
De innovaties en andere nieuwe dingen in science worden eigenlijk gezien als producten,die dan met kundig management worden voortgebracht.Deze gelijkenis is echter fataal omdat men geen flauw idee heeft hoe dat nieuwe product eruit zal zien enz.Ook de leiding weet dat niet (anders was er geen probleem meer) en ze kan dus eigenlijk niet zo streng optreden bij alle fasen van onderzoek Toch gebeurt dat ,exceptus excipiendis.
woensdag 3 februari 2010, 8:12 uur
Het merkwaardige feit dat de wetenschap in alle landen strak is georganiseerd brengt sommigen ertoe om te zeggen dat dit dan wel de beste werkwijze moet zijn,anders zouden er wel uitzonderingen zijn met betere resultaten of zo.
Die strakheid of juist de soepelheid die ik bepleit zijn twee vormen van laat ik maar zeggen organistie en of men in de ene dan wel de andere verkeert is te verklaren met de kantelpuntetheorie van prof Martin Scheffer (Wur)
Alleen de geldkraan wijder openen zal blijken niet voldoende te zijn,maar meer vrijheid ook nog niet,want dan moeten velen in veel landen het zo vinden.Maar ja wie begint?Wanneer kantelt de kolos ?Moeilijke kwestie en dan te bedenken dat het van fundamenteel belang is voor het verkrijgen van doorbraakinnovaties die ons uit de malaise kunnen halen of houden.
zondag 14 februari 2010, 14:45 uur
Dit gevaar was al bekend in de jaren negentig,waarbij veel kennis verloren is gegaan daar de goed opgeleide mensen vertrokken naar richting Singapore.Juist door de regelzucht inzake ethiek zijn er kansen verloren gegaan.Kijk maar eens naar de stamceltechnolgie hoe dat tegengewerkt wordt.Dan durf ook in ogenschouw te nemen dat er adviseurs zijn die op regeringsniveau zgn als deskundige worden beschouwd.Nou over de mexicaanse griep hoeven we het helemaal niet te hebben terwijl de bijwerkingen bekend waren van bepaalde medicijnen.
Juist in de r&d fase zou alles moeten kunnen,zonder beperkingen opgelegd krijgen door de overheid.