The good, the bad and the ugly – Marcel Canoy
Van de drie manieren om de overheidsfinanciën na de recessie weer in het gareel te krijgen is structurele hervormingen doorvoeren de beste – en de moeilijkste.
Overheden pompen massaal geld in de economie om de effecten van de kredietcrisis te dempen. Hierdoor lopen de tekorten en schulden in heel Europa op. Ons kabinet heeft een prachtige kans om het saneren van de overheidsfinanciën aan te grijpen voor een inspirerende visie op publieke dienstverlening, met meer dynamiek en verantwoordelijkheden voor burgers.
Volgens prognoses verslechteren de overheidsfinanciën nog verder in de komende jaren. Over tekort en schuld woedt al tijden discussie over de vraag hoe ver en hoe lang overschrijdingen acceptabel zijn. Er is geen dwingende logica die de overheid tot boekhouder degradeert. Het Groei- en Stabiliteitspact schrijft voor dat een tekort van een Europese lidstaat de 3-procentnorm (van het bruto binnenlands product) niet overschrijdt, terwijl voor schuld de norm op 60 procent van het bbp ligt. Die getallen zijn tamelijk arbitrair. Niet voor niets blijken die grenzen nu voor vrijwel geen land bereikbaar.
Er zijn twee redenen waarom we niet te licht moeten denken over overschrijdingen. Ten eerste vereist deelname aan een muntunie dat de economieën niet te veel uiteen gaan lopen. Landen hebben immers geen wisselkoersbeleid meer als correctiemechanisme. Ten tweede is er altijd binnenlandse politieke druk om het tekort of schuld te laten oplopen, omdat op die manier moeilijke keuzes uitgesteld kunnen worden. We mogen de Europese Commissie dankbaar zijn dat die hier als scheidsrechter optreedt.
En de scheidsrechter komt langs met een zogeheten buitensporigtekortprocedure. Die procedure biedt landen weliswaar de flexibiliteit om tijdelijk de grenzen te overschrijden, maar eist dan wel structurele maatregelen om tekort en schuld te reduceren. Daarmee verhindert de Commissie dat landen via boekhoudkundige trucs of lapmiddelen hun begroting oppimpen. Geen denkbeeldig scenario gezien de ervaringen met Griekenland en Italië.
Belastingverhoging of structurele hervormingen?
Hoe kan Nederland dan het best omgaan met deze begrotingsuitdagingen? Er zijn ruwweg drie manieren: the good, the bad and the ugly.
The bad is belastingverhoging. De overheid kan haar inkomsten vergroten door geld bij burgers en bedrijven te halen, maar dit leidt tot lagere bestedingen en investeringen en drukt daarmee de groei. Nu is dit enigszins een boekjeswijsheid van economen, want je kunt niet alle belastingmaatregelen over één kam scheren. Vooral bij belastingen die je kunt inzetten om gedrag te beïnvloeden (groene belastingen, spitstarieven) is nog wel een wereld te winnen. Maar het zal toch eerder een verschuiving van de belastingdruk dan een ophoging impliceren. Als structurele maatregelen om de begrotingsproblemen op te lossen schieten belastingmaatregelen daarmee tekort.
The ugly is de kaasschaaf. Door het hanteren van de kaasschaaf kan geloofwaardig en duurzaam bezuinigd worden. De kaasschaaf is altijd politiek verleidelijk, omdat moeilijke keuzes vermeden worden en iedereen een beetje moet bloeden. De twintig ambtenarencommissies die aan het werk zijn gezet om de miljarden te vinden, tonen aan dat zo’n scenario voor ons kabinet niet denkbeeldig is. Maar het is wel armoe troef. Men kan bejaarden plukken, studenten uitkleden, patiënten een poot uitdraaien of ambtenaren uitzwaaien. Maar in alle gevallen gaan burgers meer betalen voor hetzelfde of hetzelfde voor een verschraald aanbod van publieke voorzieningen. En dat is ugly.
The good wordt belichaamd door structurele hervormingen. De crisis biedt een kans om door te pakken op dossiers die al jaren op structurele oplossingen schreeuwen, maar om politieke redenen zijn bevroren. Het opknappen van (semi-)publieke voorzieningen op het gebied van wonen, arbeidsmarkt, sociale zekerheid, vergrijzing, zorg en onderwijs is sowieso nodig en heeft als nevenvoordeel dat de schatkist aangevuld wordt.
Die opknapbeurt is nodig omdat de overheid door de decennia heen allerlei voorzieningen heeft aangeboden die niet meer nodig of nuttig zijn dan wel een te lage prijs hebben. Ondertussen verwachten we van die voorzieningen dat ze snel beschikbaar zijn, een hoge kwaliteit hebben en dat we keuzevrijheid hebben. En we willen er niet voor betalen.
Eigen verantwoordelijkheid
Maar hoe vanzelfsprekend is het dat middeninkomens in sociale huurwoningen wonen? Waarom betalen studenten niet voor hun opleidingen? Hoe erg is het om ervoor te betalen als je het verkiest met je verstuikte pink op zaterdag een EHBO-post te bezoeken? Hoe logisch is het om vrouwen fiscaal te belonen om thuis te zitten?
Door de combinatie van het opschudden van publieke voorzieningen en een herwaardering van eigen betalingen zijn burgers gelegitimeerd om eisen te stellen, raken ze weer gewend aan het nemen van eigen verantwoordelijkheid en ontplooien ze initiatieven. De samenleving dynamiseert, productiviteit groeit en arbeidsparticipatie neemt toe. Tegelijk houden we middelen over voor diegenen die het echt nodig hebben.
Ondertussen roept de premier dapper dat er geen taboes zijn voor de ambtenarencommissies, maar vergeet hij even dat die taboes door de kabinetten Balkenende-I tot en met IV zelf in het leven zijn geroepen. We moeten nog afwachten of de ambtenarencommissies inderdaad zo dapper zijn om voor te stellen te gaan snijden in de hypotheekrenteaftrek, stevige spitsheffingen in te voeren, universiteiten toe te staan collegegelddifferentiatie en selectie aan de poort toe te passen, of radicaal te snoeien in het woud van maatschappelijk onrendabele subsidies.
Zelfs als de ambtenaren dit aandurven – is het huidige kabinet dan slagvaardig genoeg om tot actie over te gaan? Het zou heel goed een jongensdroom van premier Balkenende kunnen zijn geweest om Clint Eastwood (‘the good’) te spelen in de klassieke film van Sergio Leone. Hij heeft nog anderhalf jaar om die jongensdroom uit te laten komen en daarmee het land een grote dienst te bewijzen.
Marcel Canoy is chief economist van onderzoeks- en adviesbureau Ecorys en hoogleraar zorgeconomie in Tilburg.

AEX: 338,65 





dinsdag 1 december 2009, 18:09 uur
Net als de schulden zullen moeten worden afgelost, naderen er verkiezingen. Het kan nog interessant worden.
Ik kan het niet laten hier te herinneren aan een discussie n.a.v. een artikel van Ben Knapen op 22 juli j.l. http://weblogs.nrc.nl/knapen/2009/07/22/wanneer-de-crisis-geen-nieuws-meer-is/
Menigeen maakt zich zorgen om de oplopende staatsschulden. Zullen die onze welvaart in de toekomst niet bedreigen? Elke huisvader met schulden zal bezorgd zijn voor zijn toekomstige welvaart. Op macro-schaal snijdt deze overweging echter geen hout. De staat zal straks gaan aflossen. Daarvoor zullen we belasting moeten afdragen. We handhaven echter onze bestedingen. Welnu, dan zullen de bruto lonen moeten stijgen om het mogelijk te maken. Er zal daardoor minder ruimte zijn voor kapitaalvorming in de particuliere sector. Geen nood, want daar zorgt de staat dan voor, middels haar aflossingen. Wanneer je de hele kringloop beschouwt, is er geen probleem. Alleen kan de fijnregeling een hoop politiek spel opleveren.
woensdag 2 december 2009, 10:26 uur
De heer Chanoy presenteert een onvolledige analyse en komt daardoor tot verkeerde conclusies. Voorop kunnen we stellen dat de factoren arbeid, grondstoffen en technische kennis ruim voldoende aanwezig zijn. Als gevolg van slechte geldhuishouding worden deze niet optimaal benut en is er zelfs sprake van crisis. Geld is een smeermiddel voor economische ontplooiing en de overheid moet erop toezien en sturen dat daarvan geen overmaat ontstaat bij al rijken terwijl andere categorieen van de bevolking met chronische tekorten te kampen hebben. In de huidige situatie zit er veelteveel poen bij bovenmodaal, die het dikwijls niet nuttig aanwendt en de regering moet dit weghalen middels belastingen. Het is dan niet gezegd dat dit geld in de Schatkist hoort te komen om het uit te delen aan ambtenaren en begunstigden, waaronder gesubsidieerden die niet echt bijdragen aan vergroting van de welvaart. Denk bij dit laatste eens aan tramconducteurs: Zij werken ver onder hun intellectuele nivo en zijn helemaal niet nodig als de benzine een dubbeltje duurder wordt zodat bus en tram, 6% van het woonwerkverkeer verzorgend, gratis kunnen.
In het Nederlandse parlement zitten alleen maar welgestelden en die zijn van nature gekant tegen hogere belastingen voor draagkrachtigen, tegen verschuiving van ontplooiingsmogelijkheden ten gunste van benedenmodaal en vooral de minima, want dat beknot henzelf. Daarom ook willen ze geen referenda over hoofdzaken met een ondergeschikt parlement voor uitwerking en dagelijkse controle, want dat zou spoedig tot forse nivellering leiden in Nederland.
Zelfs op de universiteiten is zulke hebzucht goed te traceren: de professor wordt voor het leven benoemd tegen overmatig salaris en buitenstaanders worden bij vacatures geweerd om eerst “eigen volk” aan bod te laten komen. Daarenboven dwarsboomt men er permanente educatie door het Internet in de bibliotheek voor afgestudeerden praktisch ontoegankelijk te maken zodat het “eigen volk” minder concurrentie van die buitenstaanders krijgt.
Goede reorganisatie om uit de problemen te geraken behelst zonder meer ook herverdeling van arbeid, zodat ieder zich tenminste een deel van de week volop kan ontplooien en daarvoor inkomen ontvangt. De “haves” zijn daar echter allerminst van gediend.
De auteur van het stuk pleit voor eigen betalingen als men service ontvangt. Dat ben ik gaarne met hem eens en laat bovenmodaal daar snel mee beginnen: betalen, belasting betalen totdat je niet meer overhoudt dan nodig voor levensonderhoud, in ruil voor het vele waarvan je mag genieten in dit land. Dus ook miljonairs en vroeg gepensionneerden niet langer laten parasiteren. Evenmin munt slaan uit de nood van anderen, zoals via het verhuren (of uitbuiting via aandelen hypotheekbank) van een woning aan arme lieden die zelf geen eigen huis kunnen betalen (Zij zouden netto tientallen procenten meer moeten neertellen voor eenzelfde woning dan veelverdieners die aftrek hypotheekrente krijgen, een volgens art 60 van het Verdrag van Parijs (1953) ongeoorloofde begunstiging).
Op korte termijn is het voorts wenselijk dat de overheidstaken, inbegrepen die van de politie, door heel het volk in deeltijd uitgevoerd worden, zodat daaruit zowel een stuk minimum inkomen resulteert als positievere houding jegens aanpak van wat gedaan moet worden en behartiging van gezamenlijke belangen. Merk op dat het onderwijs hier niet op berekend is en dat zowel op de baisschool als de universiteit de “meesters’ in gebreke blijven.
Nog even een illustratie van afschuiven, niet willen meedenken en meebetalen als je veel geld hebt: In Amsterdam heeft men het plan om nog 70.000 woningen bij te bouwen in de al overvolle agglomeratie, waar je niet eens een plekje meer voor je bootje kunt krijgen omdat de havenmeester voorkeur heeft voor dure schepen (van lieden met auto die ook wel verderop zouden kunnen liggen). Wie geld heeft ontvlucht regelmatig de stad naar zijn tweede huis in het buitenland of kan genieten van verre reizen. Op schaars wordend vruchtbaar land hoort niet meer gebouwd te worden, want het is beter om dat aan de rand van de woestijn te doen. Met het afvalwater kun je bovendien een groene ring voor de dieren maken. Maar tegenover de Canarische eilanden een nieuwe stad bouwen waar je als rijke niet aan kunt verdienen omdat het collectief, cooperatief georganiseerd wordt geniet niet je belangstelling. Ondertussen wordt de wilde fauna in eigen land verder beroofd met installatie van kunstgras, meer asfalt en grotere drukte, terwijl daar bijna niets tegenover staat zoals bijvoeding. De duiven lijken vaak honger te lijden, terwijl ze toch recht hebben op “de hoek van de akker”.
woensdag 2 december 2009, 11:12 uur
‘The bad’
Nivellering is, naar ik aanneem, nog steeds een vies woord? Een terugkeer van de hogere belastingschijven voor topsalarissen is geen goed idee tegen riskante geldhonger? O, pardon, ik begrijp dat toptalent dan naar het buitenland verdwijnt…
woensdag 2 december 2009, 15:14 uur
Naar aanleiding van het artikel merk ik op dat alles op alles gezet dient te worden in een land als Nederland, maar zulks geldt evenzeer voor andere EU-landen en andere OESO-landen, het volgende na te streven:
om de effectieve vraag, die door de groeiende overheidstekorten (meer overheidsuitgaven en minder overheidsinkomsten, dit laatste als gevolg van de effecten van de economische teruggang)wordt uitgeoefend, te laten overnemen door de effectieve vraag vanuit de particuliere sector(denk aan de consumenten en het bedrijfsleven, dat meer gaat investeren). Zo kan de particuliere sector de aanjaagfunctie van de overheid gaan overnemen. Een en ander is mogelijk haalbaar indien de in genoemde landen aanwezige onbenutte prductiefactoren (denk aan de velen, die thuis zitten, terwijl zij best willen werken) ingeschakeld gaan worden om de economie uit het slop te halen. Mensen dienen via het prijsmechanisme geprikkeld te worden hun krachten te gaan inzetten. Twee problemen voorzie ik hierbij, me beperkend tot de situatie in ons land:
hoe voorkom je dat allerlei buitenlandse arbeidskrachten, werkend tegen lage, zwarte lonen, Nederlanders achter de geraniums doen blijven zitten?
hoe bereik je dat allerlei mensen, die toch wel een redelijk extraatje willen verdienen, bijvoorbeeld als AOW-er, dat extraatje ook daadwerkelijk kunnen verdienen terwijl zij op hetzelfde niveau werk doen als redelijk betaalde vaste arbeidskrachten? Bij dit laatste punt kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het bijbrengen van elementaire vaardigheden op het gebied van het rekenen en van de Nederlandse taal, ten behoeve van al die (jongere) mensen in dit land, die het op het punt van het rekenen en het gebruik van de Nedrlandse taal echt laten afweten. Het zal menig ouder persoon te ver gaan om als ouder persoon pro deo allerlei knelpunten, die het gevolg zijn van tekortschietend beleid van de overheid of van andere maatschappelijke organisaties, pro deo te helpen oplossen. Voor degenen, die bereid zijn na veelal tientallen jaren van hard werken nog behoorlijk wat krachten te blijven geven om het maatschappelijk gebeuren in positieve zin te beïnvloeden, dient een financiële prikkel ingebouwd te worden hun krachten te blijven inzetten met genoemd oogmerk. Sprake zou kunnen zijn van een win-winsituatie.
woensdag 2 december 2009, 16:25 uur
Economie gaat om verhoudingen. M.i. werd de oplossing om de overheidsfinancien weer in het gareel te krijgen meer geboden in het artikel van de Waard over de arbeidsmarkt. Volgens het bureau kennis en onderzoek verliest Nederland minimaal 400.000 voltijdbanen; zo’n 5%. Om de verhouding private en publieke sector te handhaven dienen er dan ook 5% minder mensen in de publieke sector te werken; zo’n 40000 personen. Zouden er geen 40.000 personen met pensioen gaan tussen nu en 2020?
Een kleinere publieke sector met minder ministeries, provincies en gemeenten om mee te beginnen.
woensdag 2 december 2009, 21:30 uur
Mooi stuk nummer 2.
Toevoeging: Crisis is gelijk aan Kapitalisme.
De huidige crisis is veroorzaakt aan TEVEEL “zelfverantwoordelijkheid” en TEVEEL “zelfregulering” en dat we daardoor een nog hogere schuld hebben opgebouwd, die jawel de “werkende” klasse mag gaan aflossen.
Tot slot; het huidige “top” talent dat nu op die royaal gevulde zakken met geld zitten, a.k.a. de directie en co. die hebben toch de huidige crisis veroorzaakt?
Oja, in goede tijden hebben zij voor alle welvaartsgroei gezorgd (dan zeggen ze: kijk hoe goed we voor jullie “zorgen”) en zodra het “slecht” gaat (is alleen maar beter voor het millieu) zijn we ineens allemaal “verantwoordelijk”.
Meten met twee maten?! De werkelijke vraag moet zijn: moeten we nog meer welvaart willen (meer volume) of gaan we de huidige omvang [van de welvaart] in Nederland eerlijkere verdelen? OF met de hele wereld (zoals het leeggeroofde Afrika, door onze VOC mentaliteit). Stelt de Prof in Tilburg zichzelf die vraag? Hij kijkt niet verder dan de getallen en het verdere ontmantelen (’the good’) van de overheid, oftewel de (enige) macht van de werkende loonslaven (de tramconducteur) en vergroting van de macht van oligarchen oftewel de echte “vermogenden”.
Daarom: Voorkomen is beter dan genezen.
donderdag 3 december 2009, 11:57 uur
Het is een teken aan de wand dat bij de eerste de beste crisis alle landen in de EU de normen loslaten. Een verstandig beleid zou zijn om ook in barre tijden aan de normen te voldoen, om in betere tijden veel ruimte voor ‘leuke dingen’ te hebben. Maar ja, de EU is geen vereniging of onderneming, maar een politiek bedrijf. Daarin spelen belangen -of beleid- een grote rol. Die kunt u ‘taboes’ noemen, maar ze vormen een realiteit. Overigens zie ik die ook in uw betoog terug komen, namelijk de ‘eigen verantwoordelijkheid’. Dat is ook een geloofsartikel, zonder economische grondslag.
Het is niet moeilijk om voor te rekenen dat afschaffing van de hypotheekrente-aftrek voor iedereen (als consument) gunstig is. Er zijn echter grote belangen aan verbonden (banken, verzekeraars, makelaars); het gevolg is dat de discussie daarover continu door hen verstoord wordt. Zo wordt iets wat simpel lijkt toch nog een hele klus. Het leven is meer dan economie alleen.
zaterdag 5 december 2009, 12:30 uur
Bijna geen enkele econoom of financieel analist heeft de huidige crisis zien aankomen. Alsof er niets is gebeurd meent men nu te weten hoe het de komende decennia zal gaan verlopen met de economie. Zeker voor Nederland zijn er een gehoorlijk aantal lichtpunten die tot grote meevallers kunnen leiden. Bij het aantrekken van de wereldeconomie zal de gasprijs enorm de hoogte in schieten. De belastinginkomsten zullen navenant zijn. Het naar de beurs brengen van ABN Amro of enkele jaren zal nog eens tientallen miljarden euros in het laatje brengen. Gezien de vergrijzing zal het werkloosheidspercentage extreem laag worden. Door alternatieve energie en energiebesparingen kan veel geld worden verdient. Voorzichtig zijn dus met voorbarige conclusies.
zaterdag 5 december 2009, 14:21 uur
Ik heb soms het idee dat veel burgers in Nederland niet zijn doordrongen van de ernst van de situatie.
De overheid is in het gat gesprongen dat bedrijven en consumenten hebben geslagen. Dit gat van 35 miljard moet op de een of andere manier worden gedicht door te bezuinigen of de belastingen te verhogen. Of je nu gaat bezuinigen of de belastingen verhoogt, door deze maatregelen zal er minder geld de economie instromen en gaat de crisis echt pijn doen. De met schulden overladen consument gaat echt niet de rol van de overheid overnemen. Bovendien wat moet die consument dan gaan kopen, zijn derde LCD TV? Bedrijven zijn al helemaal terughoudend met investeren, zo lang de economie geen tekenen van leven vertoont.
Hier ben je er echter nog lang niet mee. Nog niet eens zo lang geleden(2007) becijferde het CPB dat de overheid een overschot op de begroting nodig heeft om de vergrijzingskosten in de toekomst te kunnen betalen. Dit perspectief lijkt verder weg dan ooit.
Als je de historie van de staatsschuld bekijkt, kom je tot de conclusie dat er nooit is afgelost op de staatsschuld. Alleen door de BBP-groei en de inflatie is de verhouding tussen schuld en BBP-omvang veranderd. Hier ligt echter ook het gevaar. Bij een (forse) krimp van het BBP heeft dit direct gevolgen voor de schuldverhouding te opzichte van het BBP. Dit wordt nog eens versterkt door extra uitgaven voor bijvoorbeeld werkeloosheidsuitkeringen.
Ik vrees dat we uiteindelijk tot de conclusie moeten komen dat de overheid de particuliere sector niet kan overnemen. Tot nu toe hebben de overheden met hun maatregelen de problemen alleen maar voor zich uitgeschoven. Echter eens zal de rekening moeten worden betaald.
Of een eventuele hoge economische groei ons uit de problemen zal halen is overigens nog maar de vraag. Een hogere groei geeft immers een grotere vraag naar kapitaal, wat leidt tot hogere rentes, ook op de schulden. Het zal dan voor de overheid duurder worden om geld te lenen. Dit leidt tot hogere rentelasten. Om deze rente te kunnen betalen, leidt tot hogere belastingen/bezuinigingen. Helemaal als je bedenkt dat ruim 20% van de schuld met kort geld is gefinancierd en dus vrij snel moet worden geherfinancierd.
Een Japans scenario is misschien de minst slechte optie. In dit scenario doet de econmie weinig tot niets meer, maar blijven de rentes laag. Door de lage rentestand kan dan de rente op staatsschuld worden betaald.
maandag 7 december 2009, 10:28 uur
Marcel Canoy stelt dat er een probleem is met de overheidsfinancien. Dit maakt sanering noodzakelijk. Hij bespreekt drie opties die in theorie in aanmerking komen om de overheidsfinancien te verbeteren: belastingverhoging, bezuinigen op de overheidsuitgaven door middel van de kaasschaafmethode, en het doorvoeren van een reeks structurele hervormingen.
Echter, is er helemaal geen probleem met de overheidsfinancien. Wel is er het probleem van onevenwichtige monetaire instituties op EU-niveau. Maar daar gaat het in dit stuk niet over. Gegeven de institutionele context staan de Nederlandse overheidsfinancien er goed voor.
Wel zal elke overheid in een moderne en dynamische samenleving permanent zijn beleid, inclusief uitgaven en inkomsten moeten aanpassen aan de omstandigheden. Mert andere woorden, pleiten voor structurele hervormingen is altijd opportuun. Infrastructuur, milieuproblematiek, vergrijzingsproblematiek, integratie, onderwijs en psychiatrische zorg zijn voorbeelden van problemen waar de overheid actief in moet zijn. Nieuwe taken kosten geld en dat betekent dat er altijd gekeken moet worden welke taken kunnen worden afgestoten. Naast allerlei niet te verdedigen fenomenen zoals de hypotheekaftrek, en de rijke ouderen die geen of weinig belastingen betalen, is er mijns insziens een hele groete bron van welvaart die aangesproeken zou moeten worden en dat is de groep van 50-plussers. De werkgelegenheidsgraad is bijzonder laag, terwijl zij toch steeds gezonder worden en langer leven en veel ervarinen hebben opgedaan, waar de volgende generaties baat bij kunnen hebben. Als dat niet drastisch verandert, krijgen we strakes mensen die van hun 25-ste tot hun 55-ste hebben gewerkt en pensioenpremie hebben betaald, om vervolgens nog eens 30 jaar een uitkering ontvangen. Onbetaalbaar natuurlijk. Dus:wie vroeg ophoudt, moet meer gaan betalen en wie lang doorwerkt – tot 70-75 jaar? – moet daarvoor beloond worden. Nog een laatste opmerking, niet gericht aan Marcel Canoy, maar aan de ouderen onder ons: na dertig jaar promotie zou het natuurlijk zijn een periode van demotie in te gaan. De jongeren moeten de besluitvorming overnemen, en de ouderen moeten hen dan daar met raad en daad mee terzijde staan.
maandag 7 december 2009, 22:08 uur
Simpelweg zal er flink bezuinigd moeten worden, geen heilige koeien. flink in bepaalde hoeken, zoals ontwikkelingshulp, defensie, sommige ministeries, CPB (achterhaald), en verdere efficies en afschaffen van subsidies. kan makkelijk 10-15% minder zonder veel pijn. Verder, voor de toekomstige generaties, laten we de opbrengst van onze aardgas niet gelijk verkwisten maar in een fonds stoppen, waaruit een gedeelte van het rendement kan worden gebruikt ter financiering van bepaalde essentiele voorzieningen.
maandag 4 januari 2010, 18:55 uur
The mad, the sad and the debt
Het artikel van Marcel Canoy over de drie manieren om de overheidsfinanciën – the good, the bad and the ugly – weer in het gareel te krijgen, beveelt “structurele hervormingen” aan. De voorbeelden die hij noemt laten merkwaardig genoeg de oorzaken van de kredietcrisis tamelijk ongemoeid.
Canoy’s vertekende gezichtspunt wreekt zich meteen al als hij bij het rijtje dossiers die om “structurele oplossingen schreeuwen” er over valt dat het voorkomt dat huishoudens met middeninkomens in sociale huurwoningen wonen. Het lijkt me nakakelen van corporatiebestuurders en door hen ingefluisterde wethouders, of van de hyperbolische overschatting van dit “probleem” door het Econ. Inst. voor de Bouw. Niet zonder eigen belang blazen dezen het “scheefwonen” danig op. Volgens het EIB zou het over miljarden per jaar gaan, maar men voegt er ook al vast aan toe dat als dat scheefwonen wordt uitgebannen, de voordelen niet bij de corporaties terecht mogen komen. Verrukkelijk, hoe het hemd nader blijkt dan de rok en het motief van sociale onrechtvaardigheid, toch al merkwaardig als men er vanuit die kringen mee komt aanztten, meteen weer het raam uitgegooid wordt.
Onderzoek van OTB (Marja Elsinga) en commentaar van o.a. prof Arnold Boot geeft aan dat het hier om een kwantitatief slechts klein probleem gaat, waarvan de VROM-raad bovendien heeft vastgesteld dat het scheefwonen vanuit het gezichtspunt van de volkshuisvesting geen probleem is. Toenmalig wethouder Stadig van Amsterdam ging in een interview in NRC zelfs zover dat het met het oog op de zo gewenste gevarieerde sociale samenstelling van woonwijken uiterst wenselijk is dat er een beetje “scheef gewoond” wordt.
Flip de Kam had in zijn column (NRC van 13-11-09) verontrustender cijfers over wat er werkelijk aan de hand is in de wereld van de corporaties, nl. een draconische toename van de beheerskosten (een eufemisme voor wanbeleid en roofzucht), te veel sloop en verkoop van betaalbare woningen en te grote risico’s bij projectontwikkelingen waar de corporaties eigenlijk met hun vingers vanaf horen te blijven. Hij toonde ook nog inkomenscijfers waaruit blijkt dat het aantal huishoudens dat in aanmerking komt voor een corporatiewoning juist toeneemt. Het scheve bij het scheefwonen is dus veeleer te weinig betaalbare woningen voor een groeiende bevolkingsgroep als gevolg van sloop en trouwens ook als gevolg van verkoop van huurwoningen. [voetnoot: Als Canoy dan toch moreel verontwaardigd is over het scheefwonen, laat hij dan ook even kijken naar wat ik dan maar even de scheefstwoners noem. Inderdaad, de overtreffende trap. Bij besturen van veel grote(re) steden, vooral in de randstad, is het bon ton geworden te vinden dat ze verhoudingsgewijs te veel lagere inkomens in de stad hebben. Ze zouden ze liever kwijt zijn, lijkt het wel eens, als ze weer eens opmerkelijk spontaan meewerken aan sloopplannen. Burgers die het wat breder kunnen laten hangen zijn in veel gevallen zelfs zó welkom dat op dure lokaties voor bijvoorbeeld projecten onder “particulier opdrachtgeverschap” riante grondkostensubsidies voor deze goudhaantjes worden gegeven. Ik kan u een project aanwijzen in Delft waar 7 huishoudens met nieuwe woningen van ca 300 m2 elk met name door tussenkomst van “linkse” wethouders een subsidie van ca. 1.3 €ton hebben getoucheeerd. Dat is kromheid die in een bananenrepubliek niet ongebruikelijk is.]
Maar goed, – excuses voor dit wat lang uitgevallen intermezzo over het scheefwonen – terugkerend naar de structurele hervormingen, verderop in zijn artikel noemt Canoy natuurlijk ook het snijden in de hypotheekrenteaftrek, maar met die magere verwijzing alleen mist hij de toch de wurggreep waarin deze natie door het vervaarlijke drievoudige tandem van banken, bouwers en (stads-)bestuurders wordt gehouden. Zij hebben de sociale woningbouw afgebroken en de financieel onnozele burgers in de armen van de bankiers en ontwikkelaars gedreven – en die hebben de weelde niet aangekund en en passant de economische crisis veroorzaakt. In 15 jaar tijd is de hypotheekschuld gestegen van 160 naar 600 miljard Euro (ca 100% van het BNP opgedreven), 40% van de huishoudens zit krap of erger, en de overheden zijn na de melt down van 2008 weer terug in de tijd van de hoge exploitatietekorten en hoge staatsschulden.
Als er dus ter wille van draaglijke overheidsfinanciën hervormingen plaats moeten vinden, dan zal dat grotendeels moeten gebeuren in de sfeer van de bestrijding van schuldvorming bij huishoudens en bedrijven, want als daar de schulden de pan uit rijzen, is er geen ruimte voor beheersing van de overheidsfinanciën. Dat betekent hard ingrijpen in de hypotheekverstrekking. En ook hardhandig kappen met de stimulering van megalomane woningbouwporjecten, m.n. in de randstad, want die kunnen alleen tot stand komen als op de oude voet wordt doorgegaan met het opslibben van de schuldenberg, die bij elke tegenslag immers een subprime-karakter krijgt.
Er zal erkenning moeten komen van het feit dat de kredietcrisis vooral van eigen bodem is, die niet alleen maar overgewaaid is uit de angelsakische wildernis. De huizenzeepbel zat al die jaren al in de Nederlandse economische groeicijfers (de redactie van NRC heeft daaraan vanaf het begin van de jaren ‘0 op gewezen), de verstrekking van de bedenkelijkste hypotheken en andere polissen is ook al zo oud als het eerste kabinet Kok, precies zou oud (niet toevallig dus) als de aanhoudende VINEX-bouwgolf die behalve een schuldenberg bij overheden en burgers vooral ook veel landschappelijke verwoesting en natuurschade (the sad) heeft opgeleverd. En juist daarmee wil men, zie de Crisis- en herstelwet, vrolijk en zelfs versneld doorgaan. Vooral niet zorgvuldig nagaan of een investering de moeite waard is, maatschappelijk voldoende rendement zal hebben en niet te veel schade aan leefomgeving, natuur en landschap veroorzaakt. Niet meer interessant kennelijk, net zo onbetekenend als bijvoorbeeld de CO2-uitstoot die het project met zich zou kunnen brengen.
Opdrachten voor bouwbedrijven, dat is wat met deze rare wet bereikt wordt, met als gevolg laag rendement en dus verspilling van publieke middelen.
Het kiezen voor de oorzaken van de crisis – ook die van de overheidsfinanciën – als de oplossing ervan is absurd. De mateloos verwende bouwwereld (the mad) weet telkens weer zijn zin te krijgen als de bestuurders maar niet afkomen van het megalomane denken, de eeuwige vluchten naar voren in het riskante en witwassende vastgoed. De Amsterdamse burgemeester Cohen zei het treffend: hij is maar een amateur. Hij bedoelde daarmee ook: hij is geen partij voor de gehaaide bouwers en ontwikkelaars, net zo min als de gedualiseerde wethouders, die niet weten hoe ze anders zouden moeten scoren dan met spraakmakende bouwputten en dus gemakkelijk op te zadelen zijn met … schulden.
Canoy kan nog zoveel structurele hervormingen bepleiten, als de corrumperende bakstenen niet uit de magen van bestuurders en helaas ook economen worden gehaald, zal het geen verschil maken en zal de debt nog groeien. .
zondag 10 januari 2010, 12:03 uur
Meer nuance bij oordelen over de staatsschuld en dus over bezuinigen
Marcel Canoy schrijft op 1 december jl. over keuzes die gemaakt moeten worden bij de noodzakelijke bezuinigingsoperaties van de overheid. Hij heeft het over domme, slechte en goede handelswijzen. Daarbij noemt hij respectievelijk het toepassen van de kaasschaaf, de belastingen verhogen en structurele aanpassingen doorvoeren. In hoofdlijnen onderschrijf ik zijn pleidooi, maar wil er wel twee dimensies aan toevoegen. Zo zou je m.i. niet alleen – zoals hij betoogt – moeten bezien of bepaalde uitgaven en met name overdrachten nog wel noodzakelijk zijn en of er soms niet meer eigen bijdragen van de burgers gevraagd kunnen worden, maar ook of het om ‘lopende uitgaven’ gaat of dat het een investeringsonderwerp betreft waar toekomstige generaties ook profijt van hebben. In dat laatste geval kan je ook van toekomstige generaties een bijdrage vragen, en moet een verhoging van de staatsschuld (en dus het financieringstekort) anders gewogen worden. Dat betekent dat bij bezuinigingen en oordelen over de staatsschuld meer nuance in die richting nodig is. Daarnaast vind ik, als tweede opmerking bij zijn betoog, een nuancering gewenst bij het oordeel over belastingverhoging. Canoy wijst een belastingverhoging resoluut af. Ik meen echter dat in sommige gevallen, namelijk als er meer collectieve goederen gewenst zijn, een belastingver-hoging overeen komt met de wensen van de bevolking. Men wil in dat geval een verandering van de productiesamenstelling ten gunste van collectieve producten en is bereid daarvoor te betalen; voor collectieve producten die niet per definitie inferieur zijn aan private goederen.
Naar mijn mening is het van essentieel belang welke kapitaalgoederen (activa) er tegenover de overheidsschulden staan. Hoe dit de toekomstige generaties raakt is duidelijk te maken aan een voorbeeld van een erfenis. Je bent als erfgenaam slechter af als je ouders een krot nalaten waar geen hypotheek op rust, dan wanneer je een goed onderhouden huis erft met een hypotheekschuld, die aanzienlijk lager is dan de waarde van het huis. Je bent nog slechter af als ze alleen maar drankschulden nalaten of andere schulden die zijn voortgekomen uit een te royale wijze van leven; daar staan geen kapitaalgoederen tegenover! In de andere twee gevallen was sprake van slecht resp. van goed onderhouden kapitaalgoederen. Zo’n gedachtenlijn geldt ook voor een volgende generatie met betrekking tot de overheidsschuld. Helaas horen we sommige politici alleen maar praten alsof onze generatie slechts drankschulden achterlaat. Ze overladen ons met dramatische verhalen dat we op de pof leven ten laste van onze kinderen en kleinkinderen.
Op een analoge wijze als we kijken naar de balans van een bedrijf kunnen we ook naar de nationale activa kijken. Voor een land kan als gezamenlijk kapitaal naast de schone natuur en het milieu de opgebouwde infrastructuur worden beschouwd. Dan hebben we het over fysieke zaken maar ook over sociale en kennisonderwerpen. Spoor- water- en autowegen, dijken enz. zijn alom bekende voorbeelden van de fysieke infrastructuur. Bij sociale & kennisinfrastructuur moet je onder andere denken aan de kwaliteiten van de beroepsbevolking (ook de oudere) en de mate waarin die voldoende zijn om aan de eisen van de economische ontwikkeling te voldoen. Bij dit onderdeel van de infrastructuur spelen ook andere sociale en culturele zaken die het aantrekkelijk maken om hier je bedrijf te vestigen en het vestigingsklimaat voor nieuwe investeringen van particuliere bedrijven beïnvloeden. Ze bepalen mede of die investeringen hier gedaan worden dan wel aan ons land voorbijgaan.
Ik bepleit om ten minste een driedeling in de overheidsuitgaven en de daardoor eventueel ontstane schulden te onderscheiden, namelijk die voor
• Kwantitatieve of kwalitatieve uitbreiding van de fysieke en sociale & kennisinfrastructuur.
• Het op peil houden van het niveau van de bestaande infrastructuur (vervanging, omscholing en rentebetaling).
• Lopende uitgaven (salarissen, overdrachten, subsidies).
Nu we zonder taboes naar alle bezuinigingsmogelijkheden kijken, moeten we ook zonder taboes naar de financieringsregels kijken, waarbij voor onderscheiden onderdelen verschillen mogelijk moeten zijn. Omdat dit ook het groei- en stabiliteitspact raakt zal hier ook bespreking in EU-verband of met de Eurolanden gewenst zijn.
De eerste twee groepen bevorderen de productie van de particuliere sector en de welvaart. Daarvan profiteren ook volgende generaties. Voor de nieuwe generatie is het erven van een versleten en verouderde infrastructuur – ook als er geen staatsschuld is – rampzalig. Dit gegeven is van belang voor het oordeel over een verantwoorde omvang van de staatsschuld. Dat is niet in één altijd geldend getal (percentage van het nationaal inkomen) te vangen, maar is afhankelijk van de staat van de ‘nationale activa’. Dat geldt bijgevolg ook voor de omvang van het financieringstekort van de overheid. Het is hierbij uiteraard van belang dat de kosten voor het op peil houden van de bestaande infrastructuur, die je natuurlijk niet moet doorschuiven naar de volgende generatie, niet alle andere bestedingen moeten verdringen. Want anders hebben we een infrastructuur opgebouwd die onze mogelijkheden te boven gaat.
De derde groep moet door de huidige generatie worden opgebracht. Daarin moeten ook de voorkeuren van die generatie hun weerslag vinden. Als men bv. meer zorg wil dan heeft dat een prijs in hogere collectieve lasten. Dat heeft ook consequenties voor de samenstelling van de nationale productie en de mate waarin die samenloopt met de wensen van de bevolking: meer zorg, minder andere goederen of diensten. Een verhoging van de collectieve lasten is dus niet per definitie herstelbenadelend. Dat hangt helemaal af van waar die verhoogde lastendruk voor wordt aangewend (of wat de oorzaak ervan is). Ook de zorgsector levert immers productie en is herstelbevorderend, wellicht meer dan menig onderdeel van de private sector. Maar er zijn ook genoeg aanwendingsmogelijkheden bekend die herstel juist frustreren. Ook hier is dus nuance geboden.
Tot slot vraag ik mij af of het fors en in hoog tempo verminderen van de staatsschulden van de Eurolanden in het nabije verleden ook niet één van de vele oorzaken is die heeft bijgedragen aan de huidige crisis. De spaaroverschotten in de wereld vonden immers minder beleggingsmogelijkheden in safe staatsleningen, waardoor andere mogelijkheden moesten worden gezocht. Per saldo resulteerde dit uiteindelijk in de gewraakte ‘rommelhypotheken’ en andere onverantwoorde leningen. Ook dat geeft aanleiding om genuanceerd over de omvang van de staatsschuld te denken. Dit mag niet doorslaan en is uiteraard geen vrijbrief om er maar op los te lenen. Lenen kost immers geld en staten, die als minder solide worden beschouwd, moeten bovendien een hoger rentepercentage voor hun staatsschuld betalen.
dinsdag 12 januari 2010, 13:10 uur
@jos kok
Ik vind uw bijdrage heel zinnig. Ik wijs belastingmaatregelen zeker niet resoluut af (”Nu is dit enigszins een boekjeswijsheid van economen, want je kunt niet alle belastingmaatregelen over één kam scheren”) Inderdaad is meer nuance daarbij nodig. Het betrekken van toekomstige generaties bij investeringen is ook een goed punt, alsmede ook de genoemde driedeling.