Jeugdwerkloosheid in barre tijden – Jan van Ours
Nu de werkloosheid onder jongeren oploopt, wordt al snel gewaarschuwd voor het ontstaan van een ‘verloren generatie’. De vraag is of dat terecht is.
Met het oplopen van de werkloosheid komt er bijna vanzelf veel aandacht voor de arbeidsmarktpositie van jongeren. Dat is niet verwonderlijk, want in slechte tijden stijgt de jeugdwerkloosheid altijd sneller dan gemiddeld. En zodra goede tijden aanbreken, daalt de jeugdwerkloosheid sneller dan gemiddeld en verdwijnt de aandacht daarvoor weer als sneeuw voor de zon.
De beweeglijkheid van werkloosheid onder jonge mannen over de afgelopen 35 jaar is duidelijk te zien in de bovenste grafiek. Er is een enorme piek in de jeugdwerkloosheid in het begin van de jaren tachtig en er zijn kleinere pieken in 1994-96 en 2004-05. Ook in 2009 stijgt de jeugdwerkloosheid weer snel, en hiermee is er opnieuw aandacht voor de vraag of er een ‘verloren generatie’ zal ontstaan. Jongeren die de arbeidsmarkt betreden in een situatie van hoge werkloosheid komen moeilijk aan de bak, verliezen hun vaardigheden, worden daardoor minder aantrekkelijk voor werkgevers, en gaan verloren voor de arbeidsmarkt. Maar is dat eigenlijk wel zo?
Jaren tachtig
Als een hoge jeugdwerkloosheid zou leiden tot een verloren generatie, dan had dat zeker het geval moeten zijn voor de generatie die in het begin van de jaren tachtig de arbeidsmarkt betrad. Wat is er met die generatie gebeurd? In de onderste grafiek worden ontwikkelingen in de werkloosheid van twee cohorten weergegeven, het cohort jonge mannen dat in de periode 1980-85 15-24 jaar oud was en een ouder cohort, dat in dezelfde periode 25-39 jaar oud was. Een groot deel van het jongere cohort (weergegeven met rode lijnen) betrad de arbeidsmarkt in een periode van sterk oplopende werkloosheid; het oudere cohort (weergegeven met blauwe lijnen) deed dat in de jaren zeventig toen de arbeidsmarkt nog betrekkelijk krap was.
Om een indruk te verkrijgen van het fenomeen ‘verloren generatie’ op de arbeidsmarkt bekijken we met tussenpozen hoe het beide instroomcohorten is vergaan. In de onderste grafiek is te zien dat in de jaren tachtig de werkloosheid in het jongere cohort veel sneller steeg dan in het oudere cohort.
De situatie tien, twintig en vijfentwintig jaar later is ernaast weergegeven. Duidelijk is te zien dat de werkloosheidskloof langzaam wordt gedicht. Tien jaar later, in het begin van de jaren negentig is er nog wel een verschil in werkloosheid, twintig jaar later is die kloof verdwenen.

De werkgelegenheid van beide cohorten – het percentage van het cohort dat inkomen uit arbeid heeft als werknemer of zelfstandige, niet in de grafiek weergegeven – vertoont een vergelijkbaar beeld. Vijfentwintig jaar later is de werkgelegenheid onder het cohort dat in de jaren tachtig instroomde zelfs hoger dan die onder cohort dat in de jaren zeventig instroomde op de arbeidsmarkt. Kortom, er is geen reden om van een verloren generatie te spreken. Het duurde wel geruime tijd voor de effecten van het betreden van een arbeidsmarkt met veel werkloosheid verdwenen waren, maar van permanente ‘schade’ lijkt geen sprake te zijn.
En de ouderen dan?
Het ontbreken van een verloren generatie is geen uniek Nederlands verschijnsel. In OESO-rapporten wordt wel zorg uitgesproken over de stijgende jeugdwerkloosheid, maar wordt ook gesteld dat voor de meeste jongeren de negatieve effecten van een vroege werkloosheid tijdelijk zijn en in de loop der tijd vervagen. Per slot van rekening is werkloos worden in een krappe arbeidsmarkt veel meer een negatief signaal van tekortschietende vaardigheden, dan werkloos worden in een ruime arbeidsmarkt, wat een kwestie van pech kan zijn. De OESO meldt overigens ook dat Nederland in vergelijking met andere landen een gunstige uitgangspositie heeft, omdat voor de crisis de jeugdwerkloosheid relatief laag was én lager dan tien jaar geleden.
Betekent dit dan dat er geen behoefte is aan beleid om iets aan de jeugdwerkloosheid te doen? Internationaal vergelijkende studies naar de effectiviteit van actief arbeidsmarktbeleid – scholing, training, werkervaringsprojecten – gericht op jongeren geven weinig reden tot vreugde. Veel studies laten zien dat er kleine effecten zijn die ook nog niet eens altijd positief zijn. Van activerend beleid met een verplichtend karakter is nog het meeste succes te verwachten. In dit opzicht is de per 1 oktober dit jaar van kracht geworden Wet Investeren in Jongeren (WIJ), die het verstrekken van een bijstandsuitkering aan jongeren van 18 tot 27 jaar koppelt aan het accepteren van een werk- of leeraanbod, zo gek nog niet.
Zonder het probleem van de jeugdwerkloosheid te willen bagatelliseren kan men zich afvragen of er toch niet te weinig beleidsmatige aandacht wordt besteed aan de andere zijde van het leeftijdspectrum, de ouderen. Voor ouderen geldt dat ze niet snel een baan kwijtraken, maar áls dat gebeurt komen ze niet snel weer aan de slag. De werkgelegenheid onder mannen in de leeftijd van 55-64 als percentage van de bevolking was in 2008 gestegen tot 63 procent van de bevolking van een dieptepunt van 42 procent vijftien jaar geleden. Die stijging zou best eens voorbij kunnen zijn. Ouderen die hun baan nu kwijtraken zullen gaan behoren tot een verloren generatie, ook al omdat met het aantrekken van de arbeidsmarkt eerst de jongeren aan de beurt komen.
Jan van Ours is hoogleraar arbeidsmarkteconomie in Tilburg.





dinsdag 17 november 2009, 21:02 uur
Geen verloren generatie maar een generatie van verliezers: langdurig werkeloze jongeren verliezen op lifetime basis ten opzichte van generatiegenoten veel inkomen en respect. Wat dat betekent voor hun lifetime ontwikkeling en deelname aan de samenleving is niet bekend, niet onderzocht. Zoals de gevolgen van werkloosheid ook voor het leven ouderen niet onderzocht zijn. (In mijn geval zijn die niet problematisch) Veel hangt af van hoe de omgeving op werkloosheid reageert: nuchter of stigmatiserend. Door de misvatting dat de arbeidsmarkt zich aanpast aan het arbeidsaanbod viert de stigmatiserende reactie hoogtij: zie “Beleidselite miskent arbeidsmarkt” in Tijdschrift Arbeidsvraagstukken juni 2009.
donderdag 19 november 2009, 15:45 uur
Altijd goed om mythes de wereld uit te helpen. Maar zou het niet kunnen dat de term verloren generatie niet zozeer slaat op een tijdelijke werkloosheid, maar om de combinatie van de crisis en de nog altijd dramatische cijfers van schooluitval? Wordt er systematisch bijgehouden hoe het met schoolverlaters gaat nu? Uit onderzoek van het CPB blijkt dat het beleid tot nu toe geen succesverhaal te noemen is.
Jammer dat Jan van Ours zich niet over dit specifieke probleem heeft uitgesproken, want zo kan een potentieel probleem zomaar verdwijnen in geaggregeerde cijfers over jongeren.
vrijdag 20 november 2009, 16:07 uur
Met de tweede grafiek “Verloren generatie haalt verlies gestaag in” meent Van Ours te bewijzen dat jeugdwerkloosheid niet voor het leven is. Dit mag misschien opgaan voor de generatie die in de jaren tachtig de arbeidsmarkt is opgegaan, maar het is bekend dat de jeugdwerkloosheid als probleem vooral speelde in de jaren vanaf 1967 tot 1985. De werklozen van begin jaren tachtig zijn hard aangepakt en zoals Van Ours aantoont heeft deze aanpak resultaat gehad. De gevolgen van jeugdwerkloosheid voor de generatie die tussen 1967 en 1980 de arbeidsmarkt instroomde, blijft echter door de methodiek van Van Ours verborgen.
De statistieken van de jaren zeventig zijn van belang omdat pas aan het eind van een periode van jeugdwerkloosheid de politieke wil ontstaat om iets aan het probleem te doen, zeker in Nederland. Het is waarschijnlijk dat wij pas aan het begin van een periode van jeugdwerkloosheid staan; daarom is het reëler om de huidige instromers op de arbeidsmarkt te vergelijken met de instromers die tussen 1967 en 1980 de arbeidsmarkt betraden.
Totdat Van Ours zijn gelijk ook voor die groep instromers heeft aangetoond die tussen 1967 en 1980 de arbeidsmarkt heeft betreden, schort ik mijn oordeel op.
vrijdag 20 november 2009, 16:36 uur
De laatste 20 jaar woom ik in South Carolina, USA en daarvoor 30 jaar in het Verre Oosten. Toch lees ik nog iedere dag de NRC op het Internet.
Vanmorgen op TV meldde David Walker, de vorige Government Comptroller dat de jeugdwerkeloosheid nu 25% bedraagt in de USA. Hoe vergelijkt dat met Nederland?
Iedere week geef ik vrijwillig les in financial literacy aan een groep “lifers” in een 1000 mannen gevangenis. De laatste problematieke feedback die ze krijgen van hun familie is het feit dat jonge mensen weer intrekken met de ouders omdat ze hun banen verloren hebben en dat verslechtert de financiele situatie voor de ouders.
Met vriendelijke groeten
Vincent Huygen
dinsdag 24 november 2009, 9:26 uur
Ik behoor tot die jaren ’80 groep, en eerlijk is eerlijk, ik heb toch sterk het gevoel dat we, ondanks uiteindelijk vast werk en dergelijke, een achterstand hebben opgelopen die we nooit helemaal hebben ingehaald. Ik ken meer mensen van mijn eigen leeftijd die in een huurhuis wonen dan in de generatie voor en achter ons.
Het jaren werk zoeken en de eindeloze stroom aan afwijzingen heeft ook de nodige sporen ‘op mijn ziel’ achtergelaten; een voortdurende angst om weer zonmder werk te raken, een voortdurend kijken naar mijn inkomen en uitgaven…
dinsdag 24 november 2009, 10:09 uur
Net als Jan Kusters (reactie 5) hoor ik tot die jaren 80 groep. Net als mijn man. Die angst om zonder werk te raken. Wat toch weer gebeurd is. Ook wij wonen in een huurhuis.
Met meer zelfvertrouwen waren we eerder op zoek gegaan naar ander werk. Ik merk het met solliciteren dat ik mezelf niet goed genoeg verkoop.
Denk aan pensioenopbouw …
woensdag 25 november 2009, 11:11 uur
in 1982 na het vervullen van mijn dienstplicht kwam ik op 24 jarige leeftijd op de arbeidsmarkt met een werkloosheid percentage van tegen de 10pct ( als ik me niet vergis)toch had ik binnen 2 maanden een baan. Reden erg simpel, flexibele opstelling, verhuizing van het noorden naar het westen, niet te hoge eisen stellen en gewoon werk zoeken. Ik had volgens mij 50 brieven gestuurd toen mijn vader mij op de baan wees. Ben hem nog steeds dankbaar. MAW waar een wil is een weg en er is altijd werk te vinden maar je moet het wel zoeken….
woensdag 25 november 2009, 17:25 uur
Hier nog een reaktie uit de USA.
Waar ik bij het lezen van dit artikel sterk aan moet denken is de afname van kwaliteit en inkomenshoogte van de banen van deze sterk geraakte groepen. Zowel het ontwerpen van vliegtuigen als het serveren van hamburgers zijn banen. Ik ken erg veel mensen die in de vorige crisis nooit goed aan bod kwamen. Wie net uit een goeie opleiding voor zijn/haar dertigste geen aantrekkelijk resumé kon opbouwen, die kon die schade nooit meer inhalen. Veel van die groep is nu ‘double-hit’ doordat ze uiteindelijk maar iets in financien of huizenhandel zijn gaan doen, wat veel geld opleverde, maar natuurlijk niet op hetzelfde niveau houdbaar was – dat kon je al tijdenlang zien aankomen – en nu mogen ze in de keuken werken of voor acht dollar per uur bij Walmart…..
Sommigen zijn échte pechvogels, zoals woonlandgenoot Huygens ook aanhaalt, eerst geen resumé kunnen opbouwen, dan dat niet verdiende inkomen niet meer kunnen inhalen, dan nog een persoonlijke tegenslag als echtscheiding of ziekte, dan uiteindelijk misschien ‘huisrijk’ maar financieel failliet, tenslotte met lotgenoten uit eigen generatie of ouders samen in één huis om hutje bij mutje te leggen….. Materiaal voor een film….
woensdag 27 januari 2010, 15:06 uur
Beste mensen dit zijn de laatste dagen van ons huidige economische stelsel. Het geld heeft al lang geen waarde meer en ja we zijn al failliet. Het wachten is op de val van de dollar. eigenlijk is deze al gevallen. Er gaat nog heel veel gebeuren iets wat de heren niet tegen kunnen houden. Het is namelijk al in werking getreden.
De enige die momenteel nog iets zinvols zegt is Willem middelkoop. maar eigenlijk is ook zijn info al eeuwen oud.
Ons bewustzijn is als een klok het wachten is nu op het ontwaken van de mensen.
Goud is misschien nog wat waard en zal ook meer waarde krijgen, of je er straks nog iets aan hebt is maar de vraag…antwoord ik denk het niet…
Iemand trouwens gedacht waar al het goud van de nederlandse bank ligt?
In ieder geval hoop ik dat de mensen die de komende periode zullen overleven er iets moois van zullen maken.
Gegroet!
misschien lijkt het allemaal onwaar…maar deze lange winter is de voorbode van nog moet komen.