Schinkels forum houdt op te bestaan

Na ruim anderhalf jaar houdt Schinkels forum op te bestaan. De wekelijkse rubriek in het economiekatern van NRC Handelsblad is komen te vervallen door een herindeling van de krant. Daarmee stopt ook de digitale uitingsvorm van de rubriek op dit weblog.

U kunt nog wel altijd nieuwe bijdragen van de economen van Me Judice lezen op hun eigen website. Daar is ook voldoende ruimte voor debat.

Goud in het internationale monetaire systeem? – Maarten Schinkel

Terwijl de goudprijs de 1.400 dollar passeert komt de rol van het edelmetaal als fundament voor een multilateraal  valutasysteem weer ter sprake.

73 jaar oud is ze alweer, maar in mei van dit jaar stond ze nog in Carnegie Hall. Shirley Bassey brak in 1964 door met Goldfinger, de introductiesong van de gelijknamige James-Bondfilm. Het thema van de film is veelzeggend voor het tijdperk waarin hij werd gemaakt. De schurk Goldfinger pot zelf goud op, en plant een aanslag op Fort Knox waarbij de gehele goudvoorraad van de Amerikaanse regering radioactief wordt gemaakt. Het onbeschadigde goud van de schurk wordt daardoor schaars, en dus duur. Bond verijdelt uiteraard het complot.

Nu was in 1964 de gemiddelde goudprijs 35,10 dollar per troy ounce (31,1 gram). Vanmorgen bereikte de prijs van goud een record van 1.407 dollar. Als Goldfinger geduld had gehad, in plaats van zich te vergrijpen aan een nodeloos ingewikkeld plot, dan zou zijn wens vanzelf zijn uitgekomen: hij zou tussen toen en nu een gemiddeld rendement hebben gemaakt van 8,4 procent per jaar. Niet spectaculair, maar zeker ook niet slecht. Zelfs ná de tussentijdse  inflatie, zou er nog een reëel rendement van 3,8 procent voor hem zijn overgebleven.

Geloofwaardige autoriteit

Maar waarom ging goud gisteren door het dak? Dat heeft te maken met de president van de Wereldbank Robert Zoellick, die gisteren in de Financial Times opriep tot een coöperatief monetair systeem voor de wereld, waarbij een rol voor goud moet worden overwogen als referentie voor de marktverwachtingen over de waarde van valuta’s.
Hoe omzichtig Zoellick het ook formuleerde, het was voor het eerst in zeer lange tijd dat een geloofwaardige autoriteit refereerde aan een mogelijke rol voor goud als maatstaf voor een internationaal valutasysteem.

Maar heeft het zin? In de jaren dertig, toen de meeste munten nog waren gekoppeld aan goud, bezweek deze Gouden Standaard onder de golf van devaluaties die optrad toen de economische crisis en protectionisme om zich heen grepen. Na de oorlog werd die Gouden Standaard in een andere vorm voortgezet. Onder afspraken die in 1944 in het Amerikaanse Bretton Woods werden gemaakt, hadden munten voortaan een vaste waarde tegenover de Amerikaanse dollar, en waren dollars op hun beurt gedekt door goud: de beroemde Amerikaanse goudvoorraad in Fort Knox die Goldfinger trachtte te saboteren.
Ook dat systeem ging ten onder, aan wantrouwen in het Amerikaanse monetaire beleid. Steeds meer versgemaakte dollars, met name door de kosten van Vietnam,  stonden tegenover de goudreserves.
Begin jaren zeventig liet Amerika de koppeling van de dollar aan goud los, en begon een lang tijdperk van zwevende wisselkoersen. Afgezien van een korte theoretische goudvrijage van de Amerikaanse minister van Financiën James Baker in de jaren tachtig, is het voor het eerst dat een hoge functionaris het idee opwerpt.

Nieuw monetair systeem

Dat er een zoektocht is naar een nieuw soort van monetair systeem is begrijpelijk. De wereld verschuift snel van een unipolair systeem waarin de munt van de supermacht de toon aangaf  naar een multipolair systeem met meer gelijkwaardige, rivaliserende machten en dus ook wedijverende valuta’s.

De tijd komt dichterbij dat de dollar niet meer de enige ‘reservemunt’ is. De discussie bij de twintig belangrijkste industrielanden (G20) die donderdag bijeenkomen in Zuid-Korea gaat daar formeel niet over, maar raakt er wel degelijk aan.

Op het spel staat daar hoe de belangrijke landen tot een overeenkomst kunnen komen waarbij de waarde van hun valuta’s, en hun onderlinge handels- en betalingsstromen, meer met elkaar in balans raken. Dat is uitermate lastige materie, en het is begrijpelijk dat er een zoektocht is naar een mate van objectiviteit.

Goudprotagonisten

Maar kan goud die bieden? Zoellicks voorzichtige suggestie werd gisteren al snel neergesabeld. Geen staat, en geen autoriteit, die zijn vingers wil branden aan dit onderwerp.

Maar toch: op de financiële markten zelf is goud al tijdenlang het onderwerp van een debat. En hoe hoger de goudprijs stijgt, hoe meer verhit de discussie wordt. Het ultrasoepele Amerikaanse monetaire beleid, met zijn nulrente, werd al door de goudprotagonisten gezien als een aanwijzing voor hun eigen gelijk. De dollar is voor hen een verdachte munt, die door het beleid zelf wordt uitgehold. De beslissing van de Amerikaanse centrale bank van vorige week om 600 miljard euro aan Amerikaanse obligaties op te kopen met nieuwe dollars, heeft de goudprijs niet verrassend naar een nieuw record geduwd.

Complexiteit als probleem

De goudmannen zijn niet van mening dat de top al is bereikt. Nominaal staat de goudprijs hoger dan ooit. Maar gecorrigeerd voor inflatie zou de prijs van goud moeten stijgen tot meer dan 2.000 dollar om het vorige record van 1980 te doorbreken. Het wantrouwen in de waarde van valuta’s, en dan met name de dollar, is voor hen een legitieme reden zijn om goud te kopen. Maar het idee dat goud een come back maakt als spil in een internationaal monetair systeem getuigt vooral van een hunkering naar overzichtelijker tijden.

Het monetaire wereldsysteem is veel te complex geworden om een simpele basis als goud te kunnen rusten. Al kan er ook iets gezegd worden voor het argument dat juist de complexiteit van het systeem zelf het probleem is geworden. Maar voorlopig lijkt roeren, niet schudden, de beste manier om de oplossing te vinden.

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice.

Hoe we cowboys in bedwang houden – Jan Bouwens

Bedrijven nemen bewust   managers aan die risico’s  nemen. Het gaat pas mis als op die leidinggevenden   geen toezicht wordt gehouden.

Wat hebben Willem Scholten, Jérôme Kerviel en Cees van der Hoeven gemeen?  Willem Scholten meende dat hij boven de geldende code van het Havenbedrijf van Rotterdam was gesteld. Jérôme Kerviel dacht dat hij binnen Société Générale onbeperkt mocht gokken. Cees van der Hoeven van Ahold vond dat bepaalde kennis beter aan de accountant werd onthouden. Allen overtraden bedrijfregels. Het Gemeentelijk Havenbedrijf, Société Générale en Ahold hadden minder schade geleden als ze risicomijdende mensen hadden aangesteld. Maar wat voor de individuele bedrijven geldt, geldt niet voor alle bedrijven samen.

Bedrijven selecteren bedrijfsmanagers die van nature risico nemen. Om concurrenten de loef af te steken stellen ze graag managers aan die oplossingen zoeken buiten de voor de hand liggende mogelijkheden. Dit type managers ziet en benut kansen, is optimistisch over de kansen van projecten en verzamelt mensen om zich heen die ook in de zaak geloven. Lees verder »

Verkocht, aan die Klingon links – Maarten Schinkel

Hij bestaat nog niet, en misschien is het wel nooit nodig. Maar de wetenschap van de exo-economie zou ons flink wat kunnen leren over onszelf.

Een poëtische naam is het niet, Gliese581g, maar veelbetekenend is hij wel. Het betreft hier een zogenoemde exoplaneet, die elke 37 dagen een rondje draait om de ster Gliese581, een rode dwerg die hier twintig lichtjaar vandaan staat. Dat is, in galactische termen, om de hoek. Bijzonder is dat  de planeet, voor zover dat kan worden vastgesteld, best op de Aarde lijkt. Hij is rotsachtig, de temperatuur zou vloeibaar water mogelijk maken en de zwaartekracht is er 1,2 tot 1,4 maal die van hier.

Sinds de technieken verbeterd zijn, worden er wekelijks exoplaneten ontdekt, of beter: afgeleid van indirect bewijs. Daarmee komen de grote vragen over het bestaan van buitenaards leven dichterbij. De kans dat er intelligent leven elders bestaat, en dan ook nog op het zelfde relatieve moment als het onze, is astronomisch klein. Lees verder »

Bittere of zoete vingers bij Rutte I – Arjen van Witteloostuijn

Gaat Mark Rutte als liberale premier de rem afhalen van de Nederlandse economie? Het proza uit het regeer- en gedoogakkoord doet vermoeden van niet.

We worden sinds vorige week weer geregeerd door een echt kabinet. Als we de betrokkenen bij het kabinet-Rutte I mogen geloven, is hier sprake van een historisch moment. Na bijna een eeuw wachten heeft Nederland weer een liberale regeringsleider. Volgens deze liberale regeringsleider heeft hij samen met zijn kompanen Maxime Verhagen en Geert Wilders twee akkoorden in elkaar gesleuteld die de rem van de Nederlandse economie afhalen.

Dat zou prachtig zijn. Zeker is dat de nieuwe ploeg voor historische uitdagingen staat die om ‘ontremming’ vragen. De klap van de grootste naoorlogse economische aardbeving siddert immers nog flink na en geniepige naschokken kunnen niet worden uitgesloten. In de Verenigde Staten lukt het maar niet om de weg omhoog weer te vinden voor de kwakkelende economie. Afgelopen maand is de werkgelegenheid daar toch weer verder afgenomen. Lees verder »

In bed betrapt met de Amerikaanse conjunctuur? Altijd ontkennen – Maarten Schinkel

Peking  mag dan misschien aan de wieg staan van de dreigende  valutaoorlog, de conjunctuurontkenners uit Washington gaan  ook niet geheel vrijuit.

China’s centralebankier Zhou Xioanchuan stond onder Peking-watchers bekend als een van de sleutelfiguren van het Chinese beleid die voorstander was van een relatief snelle opwaardering van de munt, de yuan. Maar het China-bashen door met name het Amerikaanse Congres lijkt vooralsnog averechts te werken.

Afgelopen weekeinde, tijdens de jaarvergadering van het Internationale Monetaire Fonds sloeg Zhou onverwacht terug. Niet het Chinese beleid, maar dat van Amerika is de schuld van de valutaspanningen die de wereldeconomie op dit moment bedreigen, zei hij. De Amerikaanse monetaire politiek zorgt ervoor dat een vloed van geld loskomt die, op de vlucht voor de zeer lage rentes in de Verenigde Staten, wereldwijd op zoek is naar meer opbrengst. En omdat die vooral te vinden is bij de opkomende landen, snelt het kapitaal die richting op en drijft de munten van India tot Brazilië omhoog. Lees verder »

De krach die de sterveling te snel af was – Maarten Schinkel

Voor wie zoekt naar de kiem van de volgende financiële crisis: de  flash crash die op 6 mei  Wall Street  met 10  procent deed kelderden, is geen slechte kandidaat.

Eén order was het, die volstrekt verkeerd viel op Wall Street. Zo verklaarde een speciale onderzoekscommissie van de Amerikaanse beurstoezichthouders afgelopen vrijdag de zogenoemde flash crash van 6 mei dit jaar. De belangrijkste Amerikaanse beursindices kelderden toen tegen de 10 procent in een kwartier tijd, om daarna weer vrijwel te herstellen.

DowJonesB448
Hoe ging de flash crash in zijn werk? De onderzoekscommissie concludeert dat een enorme order van een vermogensbeheerder – genoemd, maar niet bevestigd, wordt hier het Amerikaanse Waddell & Reed met een vermogen van 68 miljard dollar – de oorzaak is.

De firma verkocht voor 4,1 miljard dollar (iets meer dan 3 miljard euro) aan zogenoemde e-Mini’s: termijncontracten op de Standard & Poor-index. De verkoop werd overgelaten aan een computerprogramma. Dat gebeurt steeds vaker, want de handel zelf is te snel aan het worden voor stervelingen. Met name de komst van high frequency traders, die met honderden orders per seconde minieme prijsverschillen uitbuiten, maakt computerhandel door anderen onvermijdelijk. Lees verder »

Hervorm woningmarkt ten behoeve van vergrijzing – Lans Bovenberg

Om de pensioenen en de gezondheidszorg in Nederland betaalbaar te houden, moet de woningmarkt worden hervormd. Zes opties.

Nederland kent net als Denemarken, IJsland, en de Angelsaksische landen VS, het Verenigd Koninkrijk en Ierland zowel hoge hypotheekschulden als omvangrijke pensioenbesparingen. Dat duidt op goed functionerende financiële markten. Enerzijds kunnen jongeren een eigen huis kopen door te lenen. Anderzijds zijn mensen op hun oude dag  door het opbouwen van een eigen pensioenvoorziening niet alleen afhankelijk van overheidsvoorzieningen en hun kinderen.

Maar de kredietcrisis heeft ook de nadelen laten zien van kunstmatige balansverlening waarbij burgers hun huis vol zuigen met aflossingsvrije hypotheekschuld en hun eigen geld elders beleggen. Nederland heeft de twijfelachtige eer om met IJsland te strijden om het wereldkampioenschap hypotheekschulden. Lees verder »

Frankrijk biedt meer: concurreren om het onderzoek van Organon – Luc Soete

Crucell, vlaggeschip van de Nederlandse biotechsector, wordt opgekocht. Waarom zou dit beter aflopen dan de verkoop van Organon eerder?

Afgelopen week bracht het Amerikaanse Johnson & Johnson (J&J) een bod uit van zo’n 1,7 miljard euro op Crucell, het bekende biotechbedrijf van het Leidse Bio Science Park. Vorige maand werd de beslissing over de sluiting van Organon BioSciences door Merck Sharp & Dohme (MSD) uitgesteld tot eind dit jaar.

De farmasector is volop in beweging. Of een J&J Crucell dezelfde weg zal inslaan als MSD Organon nu, wordt op het ogenblik van het aanlokkelijke bod uiteraard sterk betwijfeld. Crucell is sterk ingebed in het Leidse universitaire onderzoek en J&J zou juist behoefte hebben aan de gespecialiseerde vaccinkennis van Crucell. Toch dringen zich op termijn precies dezelfde vragen op. Want wat als straks een Glaxo Smith Kline (GSK), wereldleider op het gebied van vaccins, J&J overneemt? Goed dus om toch in wat meer detail te kijken hoe het zo ver kon komen met Organon Biosciences en wat de verschillen zijn met Crucell nu. Voor de goede orde: het in één klap schrappen van alle Organon-onderzoeksactiviteiten zou voor Nederland met zijn relatief kleine private onderzoeksinfrastructuur ongekend zijn: een daling in het totale private Nederlandse onderzoekersbestand van bijna 5 procent.

Eerste verschil tussen Crucell en Organon is uiteraard de – naar nu blijkt – fatale lastminutebeslissing van de AkzoNobel-directie om Organon toch niet naar de beurs te brengen en aan het toenmalige Amerikaanse Schering- Plough te verkopen. De 11 miljard euro was een mooi bedrag voor de aandeelhouders van AkzoNobel en maakte het de multinational mogelijk het Britse ICI op te kopen en zo wereldleider te worden in de verfsector. Lees verder »

Het pensioen als een grote, witte walvis

Aandelenbeleggingen hebben tot nu toe niet alleen weinig zin gehad voor de pensioensector, ze zijn waarschijnlijk ook schadelijk geweest.

Tien jaar geleden is het deze maand, maar reden tot feest is er niet. Op 4 september 2000 sloot de AEX-index op een recordstand van 701,56 punten. Vanmorgen stond hij op 335 punten. Dat is even hoog als aan het einde van februari 1997 – meer dan 13 jaar geleden. Alsof er sprake is van een bovennatuurlijke timing valt de verjaardag van het koersrecord op het Damrak samen met de recente jobstijding over de pensioenfondsen. Hun dekkingsgraad is zo beroerd, dat openlijk wordt nagedacht over het verlagen van de uitkeringen.

Pensioenfondsen wijten hun huidige problemen met hun dekkingsgraad aan de lage rekenrente van dit moment en het probleem dat mensen steeds ouder worden. Aan dat laatste is het nodige te doen: het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd om de verhouding tussen het werkzame en het gepensioneerde bestaan weer in evenwicht te brengen. De rekenrente is een geval apart. Die is extreem laag, en zorgt voor problemen. Maar dat is niet het hele verhaal.

Wat tot nu toe buiten beschouwing bleef, zijn de desastreuze aandelenbeleggingen. In de jaren negentig kregen de fondsen de vrijheid om hun kapitaal naast in rentedragende leningen ook in aandelen te steken. Heeft het ze wat opgeleverd? Het antwoord is: nee. Een belegging in langjarige Nederlandse staatsleningen heeft, gemeten met JP Morgans toonaangevende index, sinds 1995 hetzelfde opgeleverd als een belegging in Nederlandse of Europese aandelen, en zelfs meer dan een wereldwijde belegging teruggerekend naar euro’s. Dat is inclusief herbelegd rendement. Stel je voor: grote onderzoeksafdelingen zijn opgezet, dure krachten ingehuurd en de aandelenbeleggingen vaak zijn uitbesteed aan peperdure – vaak Britse of Amerikaanse – vermogensbeheerders. En dat allemaal terwijl een simpele belegging in Nederlandse, Duitse of Amerikaanse langjarige leningen zo’n beetje hetzelfde had opgebracht. Lees verder »