Archief voor: oktober 2008


Dik en dun

Ik droom niet vaak meer over schaken, maar laatst droomde ik dat ik een lezing in Moskou moest houden over het wereldkampioenschap.
Ik was zenuwachtig, want het publiek in Moskou is deskundig. Maar het ging goed, doordat ik twee interessante dingen kon vertellen. Ik had uitgevonden dat Petrosian in 1963 de match tegen Botwinnik had kunnen winnen doordat zijn voorbereiding er uit had bestaan dat hij in het Moskouse cafe Odessa vluggertjes tegen de klanten had gespeeld. Lees verder »

Loek bij de Basken

Iedere keer sta je weer versteld hoe sterk de wedstrijd is die European Club Cup wordt genoemd, het Europese clubkampioenschap. Lees de namen van de topspelers van de kampioen van dit jaar, Oeral Sverdlovskaja, en huiver van ontzag.
Aan de eerste vier borden zaten Teimoer Radjabov, Gata Kamsky, Alexei Shirov en Alexander Grisjtsjoek, namen die klinken als klokken. De ‘zwakste’ speler van het team was Alexander Drejev, iemand met de formidabele rating van 2670.

Lees verder »

Magnus Carlsen speelt voor Armenië

 Op de Internet Chess Club speelt Peter Svidler soms onder de naam Tendulkar. Omdat hij bevriend is met Nigel Short, die zelf op de ICC de naam Honestgirl schijnt te gebruiken, vroeg ik me af of Tendulkar ook een anagram van iets was, maar ik kon er niets van maken.

Afgronddiepe onwetendheid! Sachin Tendulkar is een beroemde Indiase cricketer, die eventjes vluchtig in het schaaknieuws terecht kwam toen hij een cricketrecord vestigde op de dag dat Anand zijn eerste partij tegen Kramnik won. Het zijn twee Indiase helden, maar Tendulkar geldt daar als de grootste held en Anands overwinning bleef daardoor in de Indiase media een beetje in de schaduw.

Ik had eigenlijk wel kunnen weten dat de naam Tendulkar iets met cricket te maken had, want Svidler staat bekend, net als Short overigens, als een groot liefhebber van dat spel.

Ik heb hier twee keer geschreven over de avonturen van Svidler in de Superfinale, de mooie naam die ze in Rusland hebben voor het nationale kampioenschap, dus ik ben verplicht om te vertellen hoe het is afgelopen.

In de laatste ronde moest Svidler met zwart tegen Jevgeni Alekseev, op wie hij een punt achter stond. Svidler moest winnen en hij deed het, met een Caro-Kann verdediging.

Twintig jaar geleden zou het bijzonder vreemd zijn om de Caro-Kann te kiezen als je met zwart op winst moest spelen, maar het oordeel over deze opening is erg veranderd.

Svidler eindigde samen met Alekseev en Dmitri Jakovenko bovenaan. Op 28 oktober spelen die drie een tiebreak van rapidpartijen.

Die Superfinale laat ik nu maar zitten; liever een partij uit een wedstrijd die net is afgelopen, de European Clubs Cup in Kallithea, Griekenland.

Magnus Carlsen speelt daar voor de Armeense club MIKA en Peter Svidler voor Baden-Baden.

Toen aan Carlsen werd gevraagd waarom hij voor een Armeense club speelde, zei hij dat hij vorig jaar als speler van Baden-Baden niet Europees kampioen had kunnen worden en dat hij het daarom maar eens met een ander sterk team probeerde.

Als dat de echte reden was, was het een misrekening, want juist met zijn hulp zou Baden-Baden dit jaar een goede kans hebben gehad. Nu werd de club tweede, achter URAL Sverdlovskaya, de nieuwe Europese clubkampioen.

Hier is de officiële website van de ECC.

Magnus Carlsen ‑ Peter Svidler, 24ste ECC Kallithea

1.Pf3 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 d5 4.cxd5 Pxd5 5.Da4+ Ld7 6.Dh4 Pxc3 7.bxc3 Lg7 8.Tb1 Lc6 9.e4 e6 10.Dxd8+ Kxd8 11.Pg5

Dit schijnt een nieuwe zet te zijn. 11.Ld3 is wel eens gespeeld.

11…Ke8 12.f3 h6 13.Ph3 b6 14.d4 La4 15.Pf4 c5 16.Ld2 Ke7 17.d5 g5 18.Ph5 Le5 19.g3

Wit stond waarschijnlijk wel wat beter in dit eindspel, maar na zijn laatste zet komt zwart aan het roer. 19.Lc4 ziet er sterker uit.

19…exd5 20.exd5 Lc2 21.Tc1 Lg6

Nu is wit in moeilijkheden. Carlsen vindt een gedurfde oplossing.

22.f4 Lxh5 23.fxe5 Pd7

Wits centrumpionnen zien er mooi uit, maar hij kan ze niet houden.

24.d6+

Alles voor activiteit. Wits laatste zet betekent dat niet alleen zijn e‑pion, maar ook zijn d‑pion straks verloren zal gaan.

24…Ke6 25.Lh3+ g4 26.Lg2 Tad8 27.0‑0 Pxe5 28.c4 Txd6 29.Lc3 f6

Nu heeft zwart twee pionnen meer, maar hij zal er een moeten teruggeven. 30.Ld5+ Kd7 31.Txf6 Txf6 32.Lxe5 Thf8 33.Td1 Kc8 34.Lxf6 Txf6 35.Tf1

Goed gezien van Carlsen dat het lopereindspel met een pion minder remise is.

35…Txf1+ 36.Kxf1 Kd7 37.Ke2 Kd6 38.Lb7 b5 39.cxb5 Lf7 40.a3 Lc4+ 41.Kd2 Lxb5 42.Kc3 Lc6 43.Lc8 Ld7 44.Lb7 Le6 45.Le4 Ke5 46.Lc6 c4

Een beetje een vreemde zet, maar waarschijnlijk kon hij op andere manieren ook niet verder komen.

47.Lb7 h5 48.Lc6 Lf7 49.Lg2 Ld5 50.Lf1 Ke4 51.Lg2+ Ke5 52.Lf1 a6 53.a4

Hier kon wit zijn pion nog niet terugwinnen, want na 53.Lxc4 Lxc4 54.Kxc4 Ke4 wint zwart.

53…a5 54.Lxc4 Lc6

Maar nu ging het wel, want hier zou 54…Lxc4 55.Kxc4 Ke4 56.Kb5 tot remise leiden.

55.Lf7 Lxa4

Remise

In de knop gebroken

 Ik keek naar de tweede partij tussen Anand en Kramnik, probeerde te bedenken wat er zou kunnen gebeuren, en toen hield het opeens op in een boeiende stelling. Remise wegens wederzijdse angst.

Het was jammer. Hier en daar werd geroepen dat de ‘Sofia regel’ zou moeten worden ingevoerd op een WK match, waardoor remise in zo’n levende stelling verboden zou worden.

Ik zou het een paardenmiddel vinden, erger dan de kwaal. Juist in in een match om het wereldkampioenschap is het taktische remiseaanbod een strijdmiddel dat ik de spelers niet graag uit handen wil zien slaan.

Het idee dat Anand veel weggaf door remise aan te nemen, lijkt me overdreven. Hier is de slotstelling van de partij, zodat iedereen er zelf een mening over kan vormen.

sportanand.JPG

Anand – Kramnik

Nog veel harder werd er geklaagd over de remise in de 19de partij tussen Kasparov en Karpov in hun WK-match van 1990 in New York en Lyon.

Dat kwam door Boris Spassky, die in Lyon commentator was. Toen er remise overeen was gekomen, schuimbekte hij van woede, hij riep dat Kasparov gewonnen stond en dat het doorgestoken kaart moest zijn.

Veel internationale media namen zijn beschuldigingen over, maar onder mijn kalmerende leiding deed onze krant dat gelukkig niet.

Hier is die slotstelling. Als je die nu met een computer bekijkt, klopt er niets van Spassky’s beschuldiging. Het staat ongeveer gelijk.

kaka19.JPG

Karpov-Kasparov, Lyon 1990.

Het meest dramatische voorbeeld van een in de knop gebroken partij vind ik de 23ste partij van de match tussen Michael Botwinnik en David Bronstein in 1951.

Twee partijen voor het eind stond Bronstein een punt voor. Hij leek wereldkampioen te worden. In de 23ste partij, de voorlaatste, kwam hij in moeilijkheden. De partij werd afgebroken, Bronstein had niet erg goed geanalyseerd en op de 57ste zet gaf hij na 40 minuten nadenken op, in de volgende stelling.

bobr23.JPG

Botwinnik-Bronstein

Waarom? Hij stond een pion voor, maar het is duidelijk dat Botwinnik in het voordeel was. Maar opgeven? Tussen 1951 en nu hebben tal van grote schakers zich het hoofd gebroken over de vraag of Bronstein echt verloren stond.

Kort geleden meldde de Duitse grootmeester Karsten Müller het laatste nieuws (klik hier voor zijn artikel). Met behulp van Rybka, de beste schaakcomputer, had Alexei Shirov, een van de beste schakers ter wereld, aangetoond dat Bronstein inderdaad verloren had gestaan.

Toch had Bronstein niet op moeten geven, schrijft Müller, want de winst is niet triviaal.

Dat is wel een kras understatement. Als er 57 jaar voor nodig is om met Shirov en Rybka aan te tonen dat de stelling verloren is, dan geef je niet op.

Botwinnik bleef in 1951 wereldkampioen en je kunt de conclusie trekken dat Bronstein wel de begaafdheid had om hem van de troon te stoten, maar niet het harde karakter.

Hun hoofd er af!

 ’Sofia regels!’ riep een boze toeschouwer tijdens de vierde ronde van het Russisch kampioenschap in de Centrale Schaakclub in Moskou. In het jaarlijkse toptoernooi in Sofia mogen spelers alleen remise maken als de wedstrijdleider heeft beslist dat er inderdaad geen sprankje leven meer in de stelling zit, en daar verlangde die toeschouwer kennelijk naar.

Wat hij niet wist, is dat de regel van Sofia wel degelijk geldt in dat kampioenschap, maar in de vierde ronde hadden tien van de twaalf deelnemers de regel omzeild door de zetten te herhalen. Daar kunnen de wedstrijdleiders voorlopig nog niets tegen doen; voor de spelers beslissen welke zetten ze wel of niet mogen doen, zou ook wel ver gaan.

De eerste poging om korte remises uit te bannen, zo’n halve eeuw geleden, was de 30 zetten regel. Voor de 30ste zet mocht remise niet. De regel werd hardhandig de grond in geboord door Bobby Fischer, die bij de Olympiade in Leipzig in 1960 in 17 zetten remise speelde tegen Unzicker en tegen de wedstrijdleider zei: ..Die regel geldt voor communistische bedriegers, niet voor mij.”

In Chess Today werd geopperd om als de regel van Sofia niet helpt, dan maar de ‘Regels van Ivan de Verschrikkelijke’ in te stellen. Hoe die zijn werd niet verteld, maar het zal wel neerkomen op iets als het devies van de Hartenvrouw in Alice in Wonderland: ‘hun hoofd er af!’

Voor mij hoeft het niet, die gekunstelde regels om mensen te dwingen tot strijdlust die ze niet hebben. Nodig vechtjassen uit en laat ze verder hun gang gaan.

Toen ik vorige week over het kampioenschap van Rusland schreef stond Peter Svidler bovenaan en dat bleef zo tot gisteren, toen hij in de negende ronde verschrikkelijk werd opgeknapt door Artyom Timofeev, die daarmee samen met Jevgeni Alekseev de leiding overnam.

Wie zelf ongenadig in de pan wordt gehakt kan er misschien troost uit putten; ook iemand die vier keer kampioen van Rusland is geweest, overkomt het ook wel eens.

Artyom Timofeev ‑ Peter Svidler, kampioenschap van Rusland, Moskou

1.e4 c6 2.d4 d5 3.exd5 cxd5 4.c4 Pf6 5.Pc3 e6 6.Pf3 Lb4 7.Ld3 dxc4 8.Lxc4 0‑0 9.0‑0 b6 10.Lg5 Lb7 11.Te1 Pbd7

Een standaardstelling die uit verschillende openingen kan voortkomen; uit de Caro‑Kann zoals hier, maar ook uit het damegambiet en het Nimzo‑Indisch. 12.Tc1 Tc8 13.Db3 Lxc3

Ook het bescheiden 13…Le7 is goed speelbaar.

14.Txc3 Tc7

Hierna komt zwart in de problemen. Vaak deden de zwartspelers 14…h6 15.Lh4 Ld5 en na 16.Lxd5 Txc3 17.bxc3 (na 17.Dxc3 is 17…Pxd5 in orde voor zwart) 17…exd5 is wits voordeel erg klein.

15.Pe5 Kh8

Dit maakt het er beslist niet beter op.

16.Th3 Da8

Een goede oplossing was niet in zicht, maar na zijn laatste zet staat zwart waarschijnlijk al verloren.

17.Pxd7 Txd7

Hierna is het meteen uit. Met 17…Pxd7 had zwart het nog iets moeilijker gemaakt, maar na 18.Dd3 g6 19.Lb5 Lc6 20.Dc3 Kg8 21.Lh6 met de dreiging 22. d5 zou wit gewonnen staan. Zwart kan hier en daar anders spelen, maar alles is beroerd voor hem.

18.Lxf6 gxf6 19.Txh7+

En harde klap waarna zwart meteen opgaf. Na 19…Kxh7 zou 20.Dh3+ Kg7 21.Dg4+ Kh7 22.Te3 komen, waarna zwart om mat te voorkomen de dame moet geven met het desperate 22…Lf3 23.Txf3 Dxf3 24.Dxf3 met makkelijke winst voor wit.

Bent Larsen als kamikaze

 Wat is er met Bent Larsen aan de hand? Een paar dagen geleden zag ik in Chess Today een partijstelling met de opgave ‘wit begint en wint’. Het was een partij Contin-Larsen uit een toernooi dat  in Buenos Aires bezig was.

Ik vond het jammer dat Larsen niet won, maar ik was blij dat hij weer speelde. Hij is 73 jaar en hij deed voor het laatst aan een toernooi mee in 2004. Over schaken schrijven deed hij wel. Ik lees altijd met plezier zijn artikelen in het Duitse blad Kaissiber. Ze springen van de hak op de tak, maar ze zijn onderhoudend en erudiet. Larsen begrijpt het schaken nog wel, dat is zeker.

Ik keek hoe Larsen het deed in dat toernooi in Buenos Aires en ik schrok. In de eerste helft had hij al zijn partijen verloren. En hoe! Hij werd weggevaagd.

Het kwam niet doordat hij het schaken niet meer zou begrijpen. Er was iets wonderlijks aan de hand; het leek of hij een voorgift aan zijn tegenstanders wilde geven.

In iedere partij speelde hij de meest krankzinnige openingen. Als een maniak gooide hij zijn a- en h-pion naar voren, zonder enig herkenbaar doel. Die partij tegen Contin begon bijvoorbeeld zo: 1. e4 a5 2. d4 d5. Het is niet mogelijk dat Larsen echt denkt dat dit goed is, maar wat bezielde hem dan?

De eerste zes partijen verloor Larsen. In de zevende ronde bood de Argentijn Carlos Garcia Palermo hem na 9 zetten remise aan. Garcia had met zwart toen al groot voordeel.

Hij is ook niet meer zo jong en hij speelde al tegen Larsen in de tijd dat die nog een groot schaker was. Het was duidelijk dat Garcia nu niet wilde winnen van Larsen, in ieder geval niet als die op zelfmoord uit leek te zijn. Larsen wilde liever verliezen dan een aalmoes ontvangen. Hij weigerde de remise en verloor verschrikkelijk.

Vervolgens verloor hij ook de achtste partij en gisteren in de laatste ronde maakte hij zijn schone score compleet, nul uit negen. Wat moeten we er van denken? Misschien was het een krankzinnig experiment waarbij hij zichzelf opdrachten gaf, bijvoorbeeld dat hij om de paar zetten met zijn randpionnen moest spelen. Zoiets hoop ik, maar ik ben bang dat Larsen ernstig ziek is.

Klik op het diagram om het te vergroten.conlar.JPG

Daniel Contin – Bent Larsen, Club Argentino, Buenos Aires 2008.

Wit begint en wint.

Voor wie zich herinnert dat ik wel eens over het ‘paard van Barendregt’ heb geschreven zal de oplossing niet moeilijk zijn.

Om die te zien, en ook de rest van de partij, moet U het partijvenster openen.

Niet zo simpel als economie

 Het is niet mijn gewoonte om me in economische beschouwingen te verdiepen, maar je kunt niet aan de tijdgeest ontsnappen en zo las ik een tijdje geleden op deze website een artikel van Maarten Schinkel waarin hij de economie met het schaken vergeleek.

Ik schrok een beetje van de vergelijking. Het ging er om dat zowel de economie als het schaken voor een groot deel uitgeanalyseerd zouden zijn. In het schaken was alles tot de 20ste zet bekend en daarna waren alleen nog wat variaties op het bekende mogelijk. In de economie was het net zo, het meeste staat vast en improvisatie is slechts mogelijk binnen bescheiden marges.

Is het echt zo erg gesteld met het schaken? Er zit zeker een kern van waarheid in en ik heb zelf ook wel bijgedragen aan het beeld dat bijna alles al bekend is, door verhalen te vertellen over schakers die partijen hadden gewonnen die ze van de eerste tot de laatste zet thuis al op het bord hadden gehad.

Laatst was er weer zo’n geval. Over de partij Short-Sulskis, 1-0 na 23 zetten, die ik in een vorige rubriek heb laten zien, zei Short na afloop dat hij die al helemaal als analyse in zijn computertje had staan. Maar in het algemeen valt het toch nog wel mee.

In Moskou is het kampioenschap van Rusland aan de gang. De Superfinale noemen ze het daar. Ik keek op welk moment in de partijen uit de eerste twee rondes (12 in totaal) een nieuwe, nog nooit eerder voorgekomen stelling op het bord kwam. Gemiddeld was dat op zet 14. Het minimum was zet 9, het maximum zet 17. Er is nog steeds flinke ruimte voor nieuwe vondsten, ook in de eerste fase van de partij.

Na de vierde ronde van maandag stond Peter Svidler bovenaan met 3,5 punt. In de tweede ronde versloeg hij Alexander Morozevitsj, die tweede op de wereldranglijst staat, en in derde ronde speelde hij een partij met een door mij geliefd thema: de winnende wandelkoning.

Misschien telt het niet voor de puristen die eisen dat de koning ook verticaal op de andere helft komt, maar een lange zware tocht was het zeker.

Peter Svidler ‑ Alexander Riazantsev, Russisch kampioenschap, Moskou

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 4.e5 Pfd7 5.f4 c5 6.Pf3 Pc6 7.Le3 Le7 8.Dd2 0‑0 9.dxc5 Lxc5 10.0‑0‑0 Da5 11.Lxc5 Pxc5 12.h4 Ld7 13.h5 Tab8

Hier komt het openingsnieuwtje op zet 13. Het is de vraag of het een sterk nieuwtje is, want in de partij heeft zwart niets aan deze zet. In deze stelling was eerder 13…Tac8 gespeeld en ook wel 13…h6 om de verdere opmars van wits h‑pion te stuiten.

14.h6 g6

Tot het eind van de partij zal wits pion h6 een nagel aan zwarts doodskist zijn.

15.De3

Het agressieve 15.f5 had het zwart ook heel moeilijk gemaakt.

15…Pa4 16.Pxa4 Dxa4 17.Kb1 Tfc8 18.Td2 Pb4 19.a3 Txc2

De logische consequentie van zijn vorige zetten. 19…Pxc2 zou niet goed zijn wegens 20.Dd3 waarna zwart zijn paard verliest.

20.axb4 Tc1+ 21.Kxc1 Da1+ 22.Kc2 Tc8+ 23.Dc3 Txc3+ 24.Kxc3 Zwarts wilde actie heeft hem materieel in het nadeel gebracht, maar daar staat tegenover dat wits koning een lange zwerftocht naar de andere kant van het bord voor de boeg staat voor hij in veilgheid komt.

24…Lb5 25.Kd4 Lxf1 26.Tf2 Dc1 27.Tfxf1 Dxf4+ 28.Kd3 De4+ 29.Kd2 Dxb4+ 30.Ke3 Db6+

In Chess Today schrijft commentator Maxim Notkin dat zwart hier beter 30…f6 had kunnen doen, en ik denk dat hij gelijk heeft.  Na 31.exf6 speelt zwart dan 31…e5

31.Kf4 f6 32.exf6 Dxb2 33.Kg4

Wit waagt zich in het vrije veld en hij zal gelijk krijgen. Ook het bescheiden 33.Kg3 Dxf6 34.Te1 zou goed voor wit zijn.

33…Dxg2+ 34.Kh4 Db2 35.Thg1 Dxf6+

Hier zou 35…e5 het wit moeilijker maken. Eerder genoemde Maxim Notkin geeft een waanzinnig diepgaande variant die zijn computer opspoot: 36.Kh3 De2 37.f7+ Kf8 38.Ph4 d4 39.Tf6 De3+ 40.Pf3 Dxh6+ 41.Kg3 Dg7 42.Pxe5 Dxf6 43.Pd7+ Kxf7 44.Pxf6 Kxf6 45.Kf4 en wit moet dit eindspel van toren tegen vijf pionnen kunnen winnen. Ik weet niet wat ik van die variant moet denken, maar ik geef hem voor de aardigheid.

36.Pg5

Nu heeft wit een simpel winnende mataanval.

36…Db2 37.Kh3 a5 38.Pxe6

Zwart gaf op.

Manuel Rivas Pastor, een held

Als mij ooit bij een schaakwedstrijd gevraagd zou worden om een dopingtest te doen, zou ik dat weigeren, omdat ik het als een schending van de menselijke waardigheid beschouw.

Makkelijk gezegd natuurlijk, want de kans dat het me zal overkomen is erg klein en bovendien is mijn serieuze schaakloopbaan al lang afgelopen, dus de straf zou wel te dragen zijn.

Het is nauwelijks omstreden dat de dopingcontroles bij het schaken flauwekul zijn, maar dat is kennelijk geen argument om ze af te schaffen. Waarom zijn ze er eigenlijk? Ik denk dat het pure genot van het verbieden en het straffen dat beleefd wordt door perverse machthebbers de belangrijkste reden is.

Bij de gedachte dat de grote schaakhelden uit het verleden, die ik vereer, door een perverse dopinginspecteur naar de WC geleid zouden worden om voor hem een plasje te doen, krimpt mijn hart. De helden van nu gun ik het ook niet.

Voor een ambitieuze schaker is het erg moeilijk te weigeren. Hij zou streng bestraft worden en door de bavianen van de publieke opinie zou hij niet als een strijder voor de mensenrechten worden beschouwd, maar als een valsspeler die bang was voor ontmaskering. Wie toch weigert is in mijn ogen een held.

Eind vorige week begon in Ceuta, de Spaanse enclave in Marokko, het kampioenschap van Spanje. Er zijn 16 deelnemers die spelen volgens het knock-out systeem.

Na de eerste ronde moesten alle spelers een dopingtest doen. Er was er een die weigerde, grootmeester Manuel Rivas Pastor. Hij werd gediskwalificeerd en misschien komt er nog meer straf voor hem.

Rivas is geboren in 1960 en hij is nog lang niet aan het eind van zijn schaakloopbaan. Hij is een sterke speler die vier keer kampioen van Spanje was en bijvoorbeeld twee keer van Viktor Kortchnoi heeft gewonnen. De eerste keer was in Linares in 1979, toen hij zelf 18 jaar was en Kortchnoi tweede van de wereld.

Ik weet niet waarom Rivas de dopingtest weigerde. Misschien was het niet om principiële redenen, maar omdat hij een stimulerend middel had gebruikt of juist een kalmerend middel, of teveel koffie of wat dan ook. De lijst van verboden substanties is lang.

Als het zo zou zijn, moet hij misschien eerder worden beschouwd als een onschuldig slachtoffer van de hysterische anti-doping razernij, maar zolang we dat niet weten is hij mijn held.

Bij de naam Rivas Pastor dacht ik altijd aan de verbluffende zet 15…Ta7-d7, een min of meer uit nood geboren, maar daarom niet minder wonderschoon torenoffer dat hij bracht tegen Genna Sosonko in het zonetoernooi van 1978 in Amsterdam.

Sosonko ‑ Rivas Pastor, zonetoernooi Amsterdam 1978

1.d4 d5 2.c4 dxc4 3.Pf3 Pf6 4.Pc3 a6 5.e4 b5 6.e5 Pd5 7.a4 c6 8.axb5 Pxc3 9.bxc3 cxb5

Met deze scherpe variant heeft Sosonko veel mooie partijen gewonnen en mede dankzij hem is de algemene mening nu dat wit hier beter staat.

10.Pg5 f6 11.Df3 Ta7 12.e6 Db6 13.d5 fxg5 14.Df7+

Wits stukoffer is ongetwijfeld verantwoord en misschien had hij nu het best 14.Le3 Dc7 15.Le2 gedaan, zoals later wel eens gespeeld is.

14…Kd8 15.Lxg5

Zijn gewoonte getrouw heeft Sosonko de meest directe weg gekozen. Hij dreigt 16. d6 met vernietigende aanval. Als afweer vindt zwart een verbluffende zet.

15…Td7

Of zwarts torenoffer objectief het beste was weet ik niet, want 15…Pd7 kwam ook in aanmerking. Mooi is het in ieder geval wel wat hij doet. 16.exd7 Pxd7 17.Le2 h6 18.Le3

Nu komt er een eindspel waarin zwart niet slecht staat. Waarschijnlijk was 18.Dh5 beter, om in het middenspel nog te profiteren van de positie van zwarts koning.

18…Df6 19.Dxf6 exf6

Zwart mag tevreden zijn. Na wits overval is hij er afgekomen met een miniem materieel nadeel, hij heeft een pion voor de kwaliteit. Bovendien heeft hij een simpel en veelbelovend plan: de pionnen op de damevleugel naar voren. Wie er hier objectief beter staat is me niet duidelijk, maar in het vervolg lijkt het er op alsof wit geruisloos wordt weggeschoven.

20.Lg4 Lb7 21.0‑0 Ld6 22.Tfd1 Te8 23.Le6 Pc5 24.Lxc5 Lxc5 25.Lg4 Kc7 26.Lf3 Ld6 27.Kf1 Kb6 28.Te1 Txe1+ 29.Kxe1 a5 30.Kd2 b4 31.cxb4 axb4 32.Ta4 La6 33.Le4 c3+ 34.Kc2 Lc4 35.g3 Kc5 36.Ld3 Lxd5 37.Ta6 Le5 38.Ta5+ Kd4 39.Txd5+ Kxd5 40.f4 Ld6 41.Lg6 Kc4 42.Lf7+ Kd4 43.Lb3 Ke3 44.f5 h5 45.Lf7 h4 46.gxh4 Lxh2 47.La2 Ld6 48.Lb1 Kf4 49.Kb3 Kg4 50.Kc4 Kxh4 51.Lc2 Kg5 52.Kd5 Lf8 53.Ke4 g6 54.fxg6 f5+ 55.Ke5 Lg7+ 56.Ke6 f4 57.Kf7 Kh6

Wit gaf op.