Archief voor: juni 2008


Schaken zonder dobbelstenen

 Zoals ook veel andere rubrieken op deze site moet dit schaakblog een zomerslaap van twee maanden houden, en daarom is het me bij dit tijdelijke afscheid misschien gepermitteerd om wat te mijmeren over de essentie van het schaakspel.

Van de voetballer Lukas Podolski, lid van het Duitse nationale team, is de volgende fraaie uitspraak opgetekend: ‘Voetballen is net als schaken, alleen zonder dobbelstenen.’

De voormalige wereldkampioen van de FIDE Alexander Chalifman heeft in St. Petersburg een schaakschool die het trotse motto uitdraagt: ‘Schaken is intellect plus karakter’.

Dan is er nog de aan Lenin toegeschreven uitspraak ‘Schaken is de sportschool van de geest’, duizenden malen geciteerd in de Sovjet Unie.

Van Genna Sosonko weten we dat die uitspraak is bedacht door de schaakmeester en organisator Jakov Rochlin, die hem aan de heilige Lenin toeschreef ter wille van de propaganda van het spel. Het was onwaarschijnlijk dat iemand hem op de vingers zou tikken, want er waren nog geen elektronische zoekprogramma’s.

Ja, ja, schaken is dit, schaken is dat. Alexander Matanovic, hoofdredacteur van de Joegoslavische Schaakinformator, schreef een boek dat Chess is Chess heette. Op het eerste gezicht lijkt het een domme titel, maar niet als je bedenkt dat het een geërgerde reactie moet zijn geweest op al die mensen die schaken wilden vergelijken met andere dingen waarmee het weinig te maken heeft.

Zoals ieder jaar worden het drukke zomermaanden voor de schakers. Zaterdag begint het toernooi in Dortmund, dat heel vaak door Kramnik is gewonnen. Hij is er weer bij en deze keer ook Loek van Wely.

De lijst van de komende toernooien voor topschakers, doorsnee grootmeesters en ambitieuze amateurs is eindeloos.

Hier volgt een mooie partij die uitgezocht is door de Russische meester Maxim Notkin, die op de website chesspro.ru onlangs een selectie van de beste partijen van mei publiceerde. Chesspro’s molens malen langzaam, maar zeker. Het is een website die mensen die Russisch kunnen lezen veel te bieden heeft, en ook wel wat aan hen die de taal niet machtig zijn.

Malcha Sulashvil – Gadir Guseinov, President’s Cup Bakoe 2008

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pc3 Pf6 4.e3 e6 5.Pf3 a6 6.Dc2 c5 7.cxd5 exd5 8.Le2 Pc6 9.0‑0 Le6 10.Td1 Pb4 11.Dd2 Pe4 12.Pxe4 dxe4 13.Pe5 cxd4 14.exd4 Ld6 15.a3 Pd5 16.Dc2 f5 17.f3 e3 Hoewel deze zet voor de hand ligt was hij nog niet eerder gespeeld.

18.Db3 De computers zien veel in de pionwinst door 18.Lc4 f4 19.De4 Pf6 20.Dxb7, maar mij lijkt 18.f4 om zwarts gevaarlijke e‑pion te elimineren in ruil voor f4, verreweg het verstandigste.

18…f4 19.Lc4 Lc7 20.Dxb7 0‑0 21.Pd3 Tb8 22.Dxa6 Tb6 Zwart heeft twee pionnen verloren, maar hij krijgt een geweldige aanval tegen wits koning. 23.Da4 Dh4 24.Dc2 Tc6 25.Pc5 Tf6 26.De4 Th6 27.Lxd5 Wit moet wel doorbijten, want een solide verdediging was er niet meer. Na 27.h3 Tg6 zou zwart snel winnen.

27…Dxh2+ 28.Kf1 Dh5 Deze fraaie zet geeft de partij zijn charme. Als zwart als een dolle stier recht op het doel af zou gaan met 28…Dh1+ 29.Ke2 Dxg2+ 30.Kd3 zou wit gewonnen staan.

29.Lxe6+ Er was niets anders, want na 29.Lxc6 zou zwart snel mat geven, beginnend met 29…Lc4+

29…Thxe6 De mooie pointe van zijn vorige zet.

30.Dxe6+ Wit had een keus uit kwaden. 30.Pxe6 kwam in het geheel niet in aanmerking, want dan gaat wit mat door 30…Dh1+ 31.Ke2 Dxg2+ 32.Kd3 Dc2# Ook 30.Dc2 zou snel verliezen na 30…e2+ 31.Dxe2 Dh1+ 32.Kf2 Txe2+ 33.Kxe2 Dxg2+

30…Txe6 31.Pxe6 Zo is wit nog steeds materieel in het voordeel, maar dat duurt niet lang.

31…Dh1+ 32.Ke2 Dxg2+ 33.Kd3 Dg6+ 34.Kc3 Dxe6 Nu staat het materieel gelijk, maar door de onbeholpen positie van wits stukken is hij kansloos.

35.d5 Le5+ 36.Kc2 Da6 Wit gaf op.

IJzeren zenuwen

 Wat kun je je toch vergissen. In de krant van zaterdag schreef ik over de partij tussen de twee wondertieners Sergei Karjakin en Magnus Carlsen, uit de laatste ronde van het Aerosvittoernooi op de Krim, dat ik het idee had dat het water Magnus dicht aan de lippen had gestaan.

Er waren wel meer behoorlijke schakers die er zo over dachten, maar achteraf werd toch duidelijk dat Karjakin remise had aangeboden in een stelling die mij heel goed voor hem leek, en dat Carlsen het had afgewezen. Dat werpt toch wel een ander licht op de zaak.

IJzeren zenuwen van Carlsen. Op de koningsvleugel namen zijn stukken de volgende positie in: Df8, Kg8 en Th8. Vooral die toren leek hopeloos opgesloten. Menigeen in zijn plaats zou een remiseaanbod als een begenadiging na een doodvonnis beschouwen, maar Carlsen niet.

In de volgende zetten bleek zijn stelling, die ik afstotelijk had gevonden, heel erg mee te vallen. De dames werden geruild en zijn koning en toren konden uit hun hoekje kruipen. Maar toch, toen er tenslotte remise werd overeengekomen – nu was het Carlsen die het aanbood – stond Karjakin ongetwijfeld iets beter.

De schrik voor Carlsen lijkt er goed in te zitten, want in een eerdere ronde kreeg hij van Jevgeny Aleksejev een remiseaanbod in een stelling waarin hij een pion achter stond voor slechts vage compensatie. Tenminste, zo kwam het me voor, maar misschien vergis ik me daar ook wel in.

Sergei Karjakin ‑ Magnus Carlsen, Aerosvit 11de ronde

1.d2‑d4 Pg8‑f6 2.c2‑c4 g7‑g6 3.Pb1‑c3 d7‑d5 4.c4xd5 Pf6xd5 5.e2‑e4 Pd5xc3 6.b2xc3 Lf8‑g7 7.Lf1‑c4 c7‑c5 8.Pg1‑e2 Pb8‑c6 9.Lc1‑e3 0‑0 10.0‑0 Pc6‑a5 11.Lc4‑d3 b7‑b6 De hoofdvariant na 11…c5xd4 12.c3xd4 Lc8‑g4 13.f2‑f3 Lg4‑e6 14.d4‑d5 Lg7xa1 15.Dd1xa1 is zo ver uitgeanalyseerd dat er vooral voor zwart geen aardigheid meer aan is.

12.Dd1‑d2 e7‑e5 13.Le3‑h6 e5xd4 14.Lh6xg7 Kg8xg7 15.c3xd4 c5xd4 16.Ta1‑c1 Formeel een nieuwe zet, maar geen schokkend nieuwtje. Hier is wel eens 16.Tf1‑d1 gespeeld ‑ onlogisch, want wit haalt zijn toren van de aanval weg ‑ en ook 16.f2‑f4 met ongeveer dezelfde aanvals ideeen als in deze partij.

16…Lc8‑b7 17.f2‑f4 Ta8‑c8 18.Tc1xc8 Dd8xc8 19.f4‑f5 Pa5‑c6 20.Tf1‑f3 Pc6‑e5 21.Tf3‑h3 Even opgelet. Na 21.f5‑f6+ Kg7‑h8 22.Tf3‑h3 wint zwart met 22…Dc8xh3 23.g2xh3 Pe5‑f3+

21…Tf8‑h8 Zwart verzoent zich er mee dat zijn toren straks in een hoekje wordt opgesloten. Na 21…h7‑h5 zou wit met 22.Th3xh5 g6xh5 23.Dd2‑g5+ meteen remise kunnen maken, maar hij heeft natuurlijk ook andere mogelijkheden.

22.f5‑f6+ Na deze zet bood wit remise aan.

22…Kg7‑g8 Zwart moet de gevangenis in, want na 22…Kg7xf6 zou wit snel winnen met 23.Dd2‑f4+ Kf6‑e6 24.Pe2xd4+ Ke6‑d6 25.Df4‑f6+ 23.Dd2‑h6 Dc8‑f8 24.Dh6xf8+ Het lijkt vreemd dat wit nu de dames ruilt, maar wie weet, misschien heeft hij niet beter. Hij moet zelf ook oppassen dat zijn aanvalsstukken niet in het nauw raken. Een variant waarin het helemaal mis zou gaan met wit is 24.Dh6‑f4 Df8‑d6 25.Pe2‑g3 Lb7‑c8 26.Th3‑h4 h7‑h6 27.Th4xh6 Pe5‑f3+ en zwart wint.

24…Kg8xf8 25.Pe2xd4 Kf8‑e8 26.Ld3‑b5+ Ke8‑d8 27.Th3‑c3 a7‑a6 28.Lb5‑a4 b6‑b5 29.La4‑b3 Th8‑e8 Op het blog van vader Henrik Carlsen schreef hij dat dit fout was, maar hij gaf niet aan wat zwart dan wel had moeten doen. Je kunt denken aan 29…Kd8‑d7 30.Pd4‑f3 Kd7‑d6, maar ook dan lijkt me wit iets betere kansen te hebben.

30.Pd4‑f3 Hier bood Carlsen remise aan, in strijd met de regel dat je eerst zelf een zet moet doen. Hij was opgelucht toen Karjakin het aannam. Wit staat beter. Een mogelijke variant is 30…Lb7xe4 31.Pf3xe5 Te8xe5 32.Tc3‑e3 Te5‑e8 33.Lb3xf7 Te8‑f8 34.Lf7‑b3 Le4‑f5 35.f6‑f7, waarna zwart het moeilijk zou hebben.

Twee helse uren

In het blad Chess Today, dat de gelukkige lezers dagelijks per email krijgen toegestuurd, schreef hoofdredacteur Alex Baburin laatst iets wat een navrant kijkje geeft op het leven van de schaakjournalist – nou ja, van sommige schaakjournalisten – in het computertijdperk.

Vroeger werkte hij voor Chessbase Magazine, wat inhield dat hij eens in de twee maanden uit ongeveer 1100 partijen er 20 tot 30 uit moest kiezen die bijzonder interessant waren.

Het moet betekenen dat er al een stevige voorselectie was gemaakt en dat Baburin alleen de beste toernooien hoefde te bekijken, want bijvoorbeeld op de site van The Week in Chess kun je iedere week wel 1100 partijen vinden.

Toch was het zwaar werk. Als Baburin iedere partij in 1 minuut zou naspelen, zou hij er ongeveer 19 uur over doen, wat mooi zou zijn als Chessbase per uur zou betalen, maar dat was niet zo.

Hij deed het dus anders: als hij de rechtercursor ingedrukt hield, vloog de partij in 5 tot 10 seconden over het scherm, net lang genoeg om een indruk te krijgen of er iets bijzonders aan die partij was.

Zo kon het in ongeveer twee uur, maar het lijken me helse uren. Ik heb veel lyrische en inspirerende passages gelezen over genot van het naspelen van een mooie schaakpartij, maar dan ging het niet om vijf seconden.

Baburin doet het nog steeds zo voor zijn eigen blad Chess Today en toen laatst de partij Sargissian-Morozevitsj over zijn scherm raasde, zag hij in luttele seconden dat die een ongelooflijk rijke inhoud had.

Je kunt het jezelf makkelijker maken door in rustig tempo alleen de partijen van Morozevitsj na te spelen, dan kom je altijd wel iets bijzonders tegen. Aan de andere kant, ik ben vaak verbaasd geweest over spectaculaire partijen die de medewerkers van Chess Today uit obscure toernooien wisten op te vissen. Ik dacht dat ze een wereldwijd netwerk moesten hebben van informanten die de locale prachtpartijen opstuurden, maar nu weet ik hoe het echt gaat.

De partij waar het nu om gaat is uit een rapidtoernooi dat vorige week in Jerevan werd gespeeld. Op een van de eerste dagen stierf de Armeense grootmeester Karen Asrian, die overigens niet meedeed aan het toernooi, aan een hartaanval. Hij was pas 28 jaar oud.

Het toernooi werd een paar dagen onderbroken en ging toen verder als Karen Asrian Memorial, een naam die het ook de komende jaren zal dragen. Levon Aronian won het deze keer.

Gabriel Sargissian ‑ Alexander Morozevitsj, Jerevan rapid

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4.Pc3 a6 Over dit vreemde maar populaire zetje schreef de Moldavische grootmeester Viorel Bologan kort geleden een nu reeds veelgeprezen boek, The Chebanenko Slav according to Bologan.

5.cxd5 cxd5 6.Lf4 Pc6 7.Tc1 e6 8.e3 Le7 9.h3 Db6 10.Ld3 Een zeer kansrijk pionoffer.

10…Dxb2 Hij moet wel, want anders staat Db6 voor gek.

11.0‑0 La3 12.e4 Db4 13.Tc2 Da5 14.Te1 Pb4 15.Pxd5 Pfxd5 Zwart krijgt het hard te verduren. Na 15…exd5 16.exd5+ Kf8 zou wit een winnende aanval hebben.

16.Tc5 Hiermee dwingt wit zijn tegenstander om de dame te geven. Een andere mogelijkheid was 16.exd5 Pxc2 17.Dxc2 waarna wit mooi spel heeft voor de geofferde kwaliteit.

16…Dxc5 17.dxc5 Pxf4 18.Lf1 Pc6 19.Pd4 Zwart heeft meer dan genoeg materiaal voor de dame, maar doordat twee van zijn stukken in de lucht hangen en zijn koning nog niet veilig is, heeft hij toch problemen.

19…Ld7 20.Pxc6 Lxc6 21.Dd2 Nauwkeuriger was 21.Dd4 om pion c5 niet zonder meer op te geven. Zwarts La3 zou dan verloren gaan.

21…Pxh3+ 22.gxh3 Lxc5 23.Dc3 La7 24.Da3 Het is begrijpelijk dat wit niet met 24.Dxg7 een lijn tegen zijn eigen koning wil openen, maar toch zou die zet in aanmerking komen.

24…Td8 Ook na 24…0‑0‑0 zou 25. Lxa6 gekomen zijn.

25.Lxa6 Lb8 26.Lf1 Ld6 27.Db2 0‑0 28.Lb5 Lc5 29.Lxc6 bxc6 30.Dc3 Ld4 31.Dxc6 Tc8 32.Da4 e5 33.Te2 Tc3 34.Kg2 Tfc8 35.Td2 g6 36.Db5 Ta3 37.De2 Tcc3 Wit staat misschien iets beter en in ieder geval hoort hij geen gevaar te lopen. Omdat het een zeer moeilijke partij is geweest, ligt het voor de hand dat er in deze rapidpartij nu ernstige tijdnood was. Wit gaat zijn dame op een dwaalweg sturen.

38.Dg4 h5 39.Dh4 Kg7 40.Te2 Tf3 41.Tc2 Het was hoog tijd om met bijvoorbeeld 41.Dd8 het hazenpad te kiezen, ook al zou dat pion h3 kosten.

41…Tf4 Hier had zwart met 41…f6 wits dame kunnen vangen. Na 42.Tc4 ‑ om 42…Tf4 nog te kunnen beantwoorden met 43.Dxf4 ‑ zou zwart winnen met 42…Kh6.

42.Dd8 Ontsnapt!

42…Taf3 43.a4 Txf2+ 44.Txf2 Txf2+ 45.Kh1 Tf1+ 46.Kg2 Tf2+ 47.Kh1 Als wit eeuwig schaak zou willen vermijden met 47.Kg3 zou zwart in het voordeel komen met 47…Ta2, omdat wit dan zijn a‑pion niet kan dekken: na 48.Dd7 h4+ zou wit mat gaan.

47…Tf1+ Remise

Beter dan een Rorschachtest

In het laatste nummer van New in Chess staat een stukje over een Amerikaan, Richard Cantwell, die een paar Fischer-memorabilia te koop aanbiedt.

Het gaat onder meer om de notatieformulieren van Fischer en van Boris Spassky van de eerste partij die ze samen speelden, in Mar del Plata in 1960.

Spassky speelde daar met wit het Koningsgambiet. Fischer kwam goed te staan, maar op de 26ste zet maakte hij een blunder die hem een stuk kostte en een paar zetten later gaf hij op.

Volgens Cantwell kun je aan het handschrift van beide spelers goed de spanning aflezen tijdens de kritieke fase van de partij.

Verder is er iets curieus aan het formulier van Fischer. Hij had met zwart verloren, maar in eerste instantie schreef hij 0-1 op zijn blaadje, alsof hij gewonnen had.

Cantwell zegt dat hij in de loop der jaren meer dan honderd notatieformulieren van Fischer heeft gezien en dat het vaak was voorgekomen dat Fischer, als hij had verloren, de uitslag opschreef alsof hij gewonnen had. De wedstrijdleider moest dan de uitslag op het blaadje corrigeren, zoals ook bij die partij Spassky-Fischer uit 1960 was gebeurd.

Zo’n notatieformulier kan onthullender zijn dan een Rorschachtest en het is dan ook terecht dat het tijdschrift Matten een vaste rubriek heeft waarin de bladendokter Rob van Vuure iets schrijft over een notatieformulier.

Zijn laatste artikel gaat over een formulier van Vasili Smyslov. Die speelde met wit in 1997 in het VAM-toernooi in Hoogeveen tegen de Israeliër Emil Sutovsky.

Smyslov was toen 76 jaar en hij kon nauwelijks zien. Hij kon de stukken verplaatsen, maar vooral doordat hij wist op welke velden ze stonden. Hij kon niet zien hoeveel tijd hij en zijn tegenstander nog op de klok hadden, dus hij zorgde altijd dat hij niet in tijdnood kwam.

Hij kon ook zijn zetten opschrijven, maar hij zag niet precies waar ze op zijn blaadje terecht kwamen.

Die partij werd remise gegeven na 16 zetten in een stelling die iets beter was voor Smyslov. Van Vuure veronderstelt dat Sutovsky de legende Smyslov niet te veel wilde vermoeien, maar die veronderstelling lijkt me te goedmoedig. Het was een dubbelrondige vierkamp en in de partij waarin Sutovsky wit had tegen Smyslov versloeg hij hem in 41 zetten.

Smyslovs laatste toernooi, toen hij 80 jaar was, was het Klompendans toernooi in Amsterdam in 2001. Ondanks de oubollige naam was het een sterk toernooi waarin mannelijke helden van vroeger speelden tegen de beste vrouwen van toen. Smyslov scoorde 5 uit 10, maar de handicap van het gezichtsverlies begon te zwaar te wegen.

Wat hij wel bleef doen was eindspelstudies componeren. Hier is er een die hij in 2004 instuurde naar het concours ter ere van de 50ste verjaardag van de Oekraïense studiecomponist Nikolai Mansarlisky.

Mansarlisky, die zelf in zijn eentje de jury was van dit concours, gaf een speciale prijs aan Smyslovs studie en schreef er over: ,,Grote genade, dit is heet en zelfs kampioenschapsgekruid spul met zijn thematische verleiding, pat en wederzijdse zetdwang. Een geweldige prestatie van de zevende wereldkampioen!”

Als u nog meer studies van Smyslov wilt zien, kunt u er op deze website 34 naspelen.

smys.JPGVasili Smyslov, 2004. Wit begint en wint

Als wit met twee paarden pion f6 of het punt e7 kan aanvallen, gaat zwart mat.

1.Pcd5 Met het andere paard gaat het niet. Na 1.Ped5 De5 2.Pb4 Dxf5 3.Pc6 De5 (3…De6 4.Pd5 en wit wint) 4.Pxe5 fxe5 5.Lg5 Kg7 6.Pd5 Tf8 7.Lf6+ Kh6 8.Lxe5 c5 9.h4 g5 heeft wit hoogstens remise.

1…De5+ 2.c3 c6 3.Pg4 cxd5 4.Pxe5 fxe5 5.f6 Zwart kan alleen nog pionzetten doen. Na een tijdje zijn die op, maar wit moet oppassen dat zwart daarna niet pat staat.

5…g5 Een andere mogelijkheid is 5…e4 6.Kc2 a6 7.h4 b5 8.axb5 axb5 9.Kd2 g5 10.h5 g4 11.Ke3 b4 12.cxb4 d4+ 13.Kd2 e3+ 14.Kd3 e2 15.Kxe2 d3+ 16.Kd1 d2 17.Lg7 en wit wint. Met die zet Lg7 kan wit op ieder moment het pat opheffen, maar hij moet natuurlijk wel zorgen dat hij dan een gewonnen pionneneindspel overhoudt.

6.h4 Niet goed zou 6.h3 zijn. Na 6…a6 7.h4 gxh4 8.gxh4 b5 9.a5 e4 10.Kc2 e3 11.Kd3 d4 12.cxd4 b4 13.Kxe3 b3 14.Kd3 b2 15.Kc2 b1D+ 16.Kxb1 is het pat.

6…gxh4 7.gxh4 a6 8.Kc1 Een zeer subtiele zet. Andere koningszetten leiden tot remise, bijvoorbeeld 8.Kc2 b5 9.a5 d4 10.cxd4 exd4 11.h5 b4 12.Kd2 b3 13.Kd3 b2 14.Kc2 d3+ 15.Kxb2 d2 16.Kc2 d1D+ 17.Kxd1 pat, of 8.Kb1 b5 9.a5 e4 10.Kc2 e3 11.Kd3 d4 12.cxd4 b4 13.Kxe3 b3 14.Kd3 en ook dan wordt het pat.

8…b5 9.a5 Niet goed zou 9.axb5 zijn, want na 9…axb5 10.Kd1 d4 11.cxd4 exd4 12.Kc2 b4 13.h5 d3+ 14.Kxd3 b3 15.Lg7 b2 16.Kc2 h6 17.Lxh8 Kxh8 18.Kxb2 Kg8 19.Kc3 Kf8 20.Kd4 Ke8 21.Ke5 Kd7 22.Kd5 Kc7 is het pionneneindspel remise.

9…d4 Na 9…e4 gaat het makkelijker: 10.Kd2 e3+ 11.Kxe3 d4+ 12.cxd4 b4 13.d5 b3 14.d6 b2 15.d7 b1D 16.d8D mat.

10.cxd4 exd4 11.Kc2 b4 12.h5 Nu is er een stelling met wederzijdse zetdwang ontstaan. Als wit aan zet zou zijn, moet hij zijn loper gebruiken om een van zwarts pionnen tegen te houden en dan kan zwart uit de klem ontsnappen.

12…d3+ 13.Kxd3 b3 14.Lg7 b2 15.Kc2 h6 16.Lxh8 Wit kon het pat net op tijd opheffen en wint nu het pionneneindspel.

Ivantsjoeks verjaardagsbom

We weten zo langzamerhand wel dat schaakcomputers erg sterk zijn, maar toch kunnen ze ons af en toe nog met krasse staaltjes verrassen.

In het Ambertoernooi dat in maart in Nice werd gespeeld, bracht Vasili Ivantsjoek op zijn 39ste verjaardag in zijn rapidpartij tegen Sergei Karjakin een verbluffend dameoffer, thuis voorbereid, waarvan de consequenties voor mens en computer onberekenbaar waren.

Ik liet die partij toen zien in de zaterdagrubriek van de papieren krant. Bijna alle schaakjournalisten in de wereld publiceerden die prachtpartij, ook al konden we in de verste verte geen duidelijk oordeel geven over de objectieve correctheid van Ivantsjoeks offer.

In het pas verschenen Yearbook 87 van New in Chess – wat in feite geen jaarboek is, maar een kwartaalboek over actuele openingstheorie – staat een artikel van Juan Morgado en Roberto Alvarez met de titel Ivanchuk’s Birthday Bomb – Part I. Ze analyseren de varianten na het dameoffer soms tot 20 zetten diep, maar ze houden steeds een onduidelijke stelling over.

Het was een speculatief offer, in de geest van Michail Tal in de jaren ’60, schrijven ze. En juist omdat het een speculatief offer was, zou je denken dat een computer het nooit zou kunnen vinden. Tot voor kort was dat ook zo.

Ik viel bijna van mijn stoel van verbazing toen ik las dat de computer Rybka 2.3.2 – de laatste versie van de wondermachine – Ivantsjoeks verbluffende zet 14. Dxe6+ als de hoofdvariant aangaf. Een ander programma, Junior 9, gaf de zet ook, maar slechts als derde keus, wat overigens ook al een bijzondere prestatie is.

Je zou willen weten hoe lang het duurde voordat Rybka zijn zegen aan het dameoffer gaf en ook wat de hardware was waar Rybka op liep. De schaakexperts die met hun computer vergroeid zijn gebruiken het nieuwste en snelste materiaal met multicores en multiprocessors en hoe het allemaal heten mag. Ik ben geen kenner.

Op een huis-tuin-en-keukencomputer zal het waarschijnlijk niet lukken om Rybka’s resultaat te reproduceren, maar daar gaat het niet om. Als computers zetten als ‘Ivantsjoeks verjaardagsbom’ 14. Dxe6+ vinden, dan valt er voor mensen niet meer tegen te spelen.

Vasili Ivantsjoek ‑ Sergei Karjakin, Amber Rapid Nice 2008

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 6.Lc4 e6 7.Lb3 b5 8.Lg5 Le7 9.Df3 Dc7 10.e5 Lb7 11.exd6 Lxd6 12.De3 Lc5 13.0‑0‑0 Pc6 14.Dxe6+ Dit verbluffende dameoffer kan tegenwoordig dus ook door een computer worden gevonden.

14…fxe6 15.Pxe6 Wit heeft voorlopig twee pionnen voor de dame, maar er komt natuurlijk meer. In het artikel in Yearbook 87 wordt bladzijden lang een waar oerwoud van varianten gegeven, waarvan de conclusie bijna altijd is dat er een scherp en moeilijk te beoordelen eindspel op het bord komt.

15…De5 16.Pxg7+ Kf8 17.Pe6+ Kf7 18.The1 Dxe1 Karjakin verdwaalt in het woud. Achteraf zei Ivantsjoek dat de stelling na 18…Lxf2 zeer onduidelijk zou zijn. Nu echter komt wit in het voordeel.

19.Pxc5+ Kg6 20.Txe1 Kxg5 21.Pxb7 Pd4 22.Pd6 Thf8 23.f3 b4 24.Pce4+ Pxe4 25.Txe4 Pxb3+ 26.axb3 a5 27.Tg4+ Kf6 28.Pe4+ Ke5 29.Th4 a4 30.bxa4 Txa4 31.Pc5 Ta1+ 32.Kd2 Tg8 33.g3 Tf1 34.Ke2 Tb1 35.Txb4 Kd5 36.Pe4 Kc6 37.h4 Th1 38.Tc4+ Kb6 39.b4 Td8 40.Tc5 Ta8 41.c3 Ta2+ 42.Ke3 Te1+ 43.Kf4 Tf1 44.Th5 Ta8 45.Th6+ Kb5 46.Pd6+ Ka4 47.Txh7 Kb3 48.Tc7 Td8 49.Pf5 Zwart gaf op.

Karpov is onderschat

 Het laatste nummer van het blad Matten, dat een week geleden uitkwam, gaat voor een groot deel over Bobby Fischer. Dirk Jan ten Geuzendam, die een artikel schreef over de vergeefse pogingen om een match tussen Fischer en Anatoli Karpov te organiseren, vroeg aan Karpov wat hij er van vond dat veel mensen Fischer als de grootste schaker aller tijden beschouwen.

Karpov had er een schamper lachje voor. Die mensen mochten denken wat ze wilden, maar het was duidelijk dat hij zichzelf als de grootste beschouwde. Hij had immers bijna alle records binnen. De meeste matches gewonnen, de meeste toernooioverwinningen en het beste resultaat uit de geschiedenis, in het toernooi van Linares 1994.

Dat resultaat was inderdaad geweldig. Tegen de wereldtop van die tijd scoorde Karpov 11 uit 13. Hij had 2,5 punt meer dan Kasparov en Shirov en 4 punten meer dan het jonge talent Kramnik.

Wordt Fischer dan overschat? vroeg Ten Geuzendam. Karpov antwoordde: ,,Nee, hij wordt juist beoordeeld, maar ze onderschatten mij. Ik zou niet weten waarom.”

Het is zeker waar dat Karpov vaak onderschat is. Een kras voorbeeld daarvan was wat Kasparov in 1998 zei, in Praag, waar hij toen een vriendschappelijke match tegen Jan Timman speelde.

Kasparov sprak met een paar mensen over Karpov en Kortchnoi en maakte toen de verbluffende opmerking dat Kortchnoi, die toen al 67 jaar was, in een revanchematch tegen Karpov betere kansen zou hebben dan vroeger. Misschien was het meer valsheid dan eerlijke onderschatting van Karpov.

Sindsdien hebben Karpov en Kortchnoi acht keer tegen elkaar gespeeld. Karpov won vier keer (weliswaar in rapidpartijen en vluggertjes, maar ze tellen toch) en maakte vier keer remise.

Hun laatste twee partijen waren in het Pivdenny Bank rapidtoernooi dat van 30 mei tot 1 juni in Odessa werd gespeeld. Al spelen ze niet meer om het wereldkampioenschap zoals in 1978 en 1981, Karpov – Kortchnoi is nog steeds iets waar de schaakwereld met meer dan normale aandacht naar kijkt.

Karpov won hun eerste onderlinge partij en de tweede werd remise.

In het toernooi eindigde Karpov een half punt achter de winnaars, dus hij kan het nog.

Anatoli Karpov ‑ Viktor Kortchnoi, 4de Pivdenny Bank Chess Cup, Odessa

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.Dc2 d6 Bijna iedereen doet hier tegenwoordig 4…0‑0

5.a3 Lxc3+ 6.Dxc3 c5 7.Pf3 0‑0 8.dxc5 dxc5 Dit lijkt me geen goede variant voor zwart, want in deze vrij open stelling moet wits loperpaar op den duur een troef zijn.

9.b4 Karpov pakt het wat scherper aan dan met het het bescheiden zetje 9.e3 wat een paar keer gespeeld is.

9…Pc6 10.Lb2 Db6 11.b5 Pd4 Dit is te optimistisch. Hij had 11…Pe7 moeten doen. Na 12.e3 a6 13.a4 axb5 14.axb5 staat wit dan iets beter. 12.Pxd4 Pe4 Het was natuurlijk niet Kortchnoi’s bedoeling om na 12…cxd4 13.Dxd4 een gezonde pion achter te staan, maar het stukoffer dat hij brengt is niet correct.

13.De3 Da5+ 14.Kd1 Da4+ 15.Db3 Da5 Na 15…Dxb3+ 16.Pxb3 Pxf2+ 17.Ke1 Pxh1 18.g4 staat wit ook gewonnen.

16.De3 Da4+ 17.Pb3 Na eerst even de zetten herhaald te hebben vindt Karpov nu de juiste methode.

17…Pxf2+ Zwart had nog een paar pionnen voor zijn stuk kunnen krijgen met 17…Dxc4 18.Ke1 Dxb5 19.Dxe4 Dxb3, maar na 20.Tb1 zou hij volstrekt hopeloos staan.

18.Ke1 Het leek nog even wat voor zwart, want na 18.Dxf2 Dxb3+ 19.Kc1 Td8 20.De1 e5 zou hij een geweldige aanval hebben en 18.Kd2 Dxc4 zou tot een onduidelijke stelling leiden.

18…Pxh1 Dit was natuurlijk zwarts bedoeling. Er was geen weg terug meer, want na 18…Pe4 19.Dxe4 Dxb3 20.Tb1 wint wit makkelijk.

19.Dc3 Een bittere pil voor zwart. Zwart gaf op, want na 19…f6 20.Pxc5 zou hij zijn dame verliezen.