De stukken klagen en juichen
Op vakantie heb ik een boek meegenomen dat ik omstreeks 1960 bij de ramsjboekhandel De Slegte kocht en waar ik nog steeds af en toe in kijk: De schaakstudie der nieuw-Russische Grootmeesters door A. O. Herbstman.
Tegenwoordig zou de naam van de schrijver door mensen die correctheid nastreven geschreven worden als Aleksandr Josifovitsj Gerbstman, maar hoewel ik dat weet, blijft hij A. O. Herbstman voor mij, met een H.
Er staat geen jaartal van uitgave in het boek, maar waarschijnlijk is dat 1948. Het heeft een voorwoord van Alexander Aljechin, waarin hij veel lof heeft voor de eindspelstudiecomponisten uit de Sovjet-Unie.
Aljechin moet dat geschreven hebben in 1945 of 1946, het jaar van zijn dood. Vanaf 1921, toen hij uit de Sovjet-Unie wist te emigreren, was hij altijd een vijand van het communistische regime geweest, maar na de Tweede Wereldoorlog onderhandelde hij over een match om het wereldkampioenschap tegen Michail Botvinnik, en toen kwam het goed uit om vriendelijk voor de Sovjet-Unie te zijn. Dat ontging me geheel toen ik het boek indertijd kocht.
Op de kaft staat in het handschrift en met de ondertekening van Max Euwe: ‘Triomf van slavische verbeelding en finesse!’ Dat geeft ook een aanwijzing over de tijd dat het geschreven is. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog, toen de Russen bewonderd werden omdat ze Hitler hadden verslagen, maar voor de Koude Oorlog met het sovjetimperium, die in 1948 begon.
Het boek van Herbstman zou nu niet meer zo geschreven worden. Hij geeft relatief weinig studies, maar hij beschrijft ze uitvoerig en lyrisch. Hij neemt de tijd om ieder aspekt van een eindspelstudie te belichten en te bewonderen.
De studiecomponisten over wie hij schrijft zijn soms ook lyrisch. Zo citeert hij Abram Solomonovitsj Goervitsj (1897-1962), bijgenaamd ‘de dichter’: ,,De schaakstukken – zij zijn zeer scherpe bepaalde individualiteiten. Elk van hen heeft zijn eigen karakter, zijn eigen verhouding tot de krachten om hem heen. Hoe scherper in de partij of in de compositie de lijnen van deze individualiteiten zijn uitgedrukt, des te dieper en des te artistieker is het werk, want slechts dan is wat zich op het bord afspeelt, doordrongen van echte dramatiek.”
Mooie woorden, die me deden denken aan een een uitspraak van Saviely Tartakower: ,,De stukken voelen, denken en klagen.” Ze klagen natuurlijk alleen als wij hen op de verkeerde velden zetten.
Ook in sommige leerboeken wordt aangeraden om de stukken als bezielde wezens te zien en om er een gesprek mee te voeren tijdens de partij, om er achter te komen wat zij zelf willen. Dat lijkt me een verstandige raad.
Hier is een van de meesterstukjes van Goervitsj, overgenomen uit Herbstmans boek. Als u het venstertje van de partij opent, ziet u dat daar staat dat het gepubliceerd zou zijn in 1928 in de Izvestija uit Bakoe. Dat was een vergissing van me, het was in 1927 in het schaakblad Sjachmatny Listok, maar op vakantie kan ik het niet corrigeren.
Abram Goervitsj, Sjachmatny Listok 1927
Wit staat een stuk voor, maar zijn paarden zijn in gevaar.
1.Ph8 Die op het eerste gezicht vreemde zet naar de hoek is noodzakelijk. Na 1.Pd8+ wint zwart een stuk met 1…Kd7 2.Pc6 Le3+ 3.Kd3 Kxe8 en ook na 1.Pg5+ Ke7 2.Pc7 Le3+ verliest wit een paard.
1…Kd7 2.Pf6+ Kc7 3.La6 Weer een mooie zet. Met 3.Lxd5 zou wit het cruciale veld d5 aan zijn paard ontnemen.
3…Ld4 Ook nu lijkt het of zwart een paard gaat winnen.
4.Pxd5+ Kd6 5.Pg6 Kxd5 Zwart heeft zijn paard gewonnen, maar nu komt de mooie ontknoping.
6.e4+ Kxe4 7.Lb7 mat.

