Archief voor: april 2008


Walings calorieënteller

De foto, die op de website van het Grand Prix toernooi in Bakoe stond, deed me denken aan de Olympiade in Haifa in 1976 en aan Walings calorieënteller, maar daarover straks meer.

Baku_Security.jpgJe ziet hoe Alexander Grisjtsjoek voor hij naar de speelzaal gaat, onderzocht wordt op elektronische schaakhulpmiddelen, zoals een Pocket Fritz, of gelijksoortige apparaten. Michael Adams wacht op zijn beurt.

Het is nog maar kort geleden dat er in de schaakwereld voor de grap werd geopperd dat zulke controles er nog eens zouden komen. Na het gedonder bij de wereldkampioenschapsmatch tussen Kramnik en Topalov in Elista zijn ze standaard geworden.

Volgens de Engelse krant The Guardian zei FIDE-president Iljoemzjinov tijdens die match dat hij door onbewuste bevelen een buitenzintuigelijk krachtveld rond zijn republiek Kalmykia had aangebracht waardoor elektronisch bedrog onmogelijk was. Dat krachtveld kon kennelijk niet naar Bakoe verplaatst worden.

De enige keer dat ik me zelf moest onderwerpen aan zulke controles was tijdens de Olympiade in Haifa in 1976. Toen ging het nog niet om schaakcomputertjes, maar om wapens en bommen.

De veiligheidsmaatregelen waren streng. Op de gebouwen tegenover de hotels waar de spelers logeerden en waar ook de speelzaal was, lagen Israëlische schutters om ons te beschermen. Iedere keer als je tijdens een partij naar de WC was gegaan, moest je opnieuw gevisiteerd worden.

Onze ploegleider Waling Dijkstra, een weliswaar energieke maar ook nogal corpulente man, noemde het apparaat waarmee zijn buik dan werd betast altijd de calorieënteller. Zo werd hij er dagelijks aan herinnerd dat hij aan de lijn moest doen.

De veiligheidsbeambten maakten er zelf geen grapje van. Op een avond was de journalist Jules Welling zijn schrijfmachine kwijt, die hij even onbewaakt had laten staan in de lobby van het hotel waar de speelzaal was. Er bleek dat een bewaker het koffertje als verdacht object in een fontein had gegooid, zodat het bij ontploffing zo min mogelijk schade aan zou richten. De machine deed het nog, geloof ik.

Hier is een opwindende partij uit de zevende ronde van het toernooi in Bakoe. Wat heeft Magnus Carlsen toch een ongelooflijk uitgebreid openingsrepertoire. Andere mensen moeten maanden hard werken voor ze de Siciliaanse draak in hun repertoire op kunnen nemen, maar bij Carlsen lijkt het vaak of hij in staat is om iedere dag een nieuwe opening in te studeren.

Teimoer Radjabov ‑ Magnus Carlsen, Bakoe Grand Prix toernooi

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 g6 Dit moet een verrassing voor Radjabov zijn geweest, want Carlsen heeft het bijna nooit eerder gespeeld. Ik moest denken aan de match om het wereldkampioenschap in 1995 tussen Kasparov en Anand. Toen kwam Kasparov ook onverwachts met de hyperscherpe Siciliaanse draak, die tot die tijd helemaal niet in zijn repertoire zat, en hij scoorde toen met dat verrassingswapen 3 uit 4.

6.Le3 Lg7 7.f3 Pc6 8.Dd2 0‑0 9.Lc4 Ld7 10.Lb3 Tc8 11.h4 h5 12.0‑0‑0 Pe5 13.Lg5 Tc5 14.Kb1 Te8 15.g4 Wie deze stelling als witspeler onvoorbereid moet spelen, staat voor een zware taak. Wat Radjabov doet is waarschijnlijk te scherp. De meest gebruikelijke zetten zijn hier 15.Lh6

en 15.The1

15…hxg4 16.h5 Pxh5 17.Txh5 gxh5 18.Dh2 Pg6 19.Dxh5 Da5 Volgens het verslag van Peter Doggers op de toernooiwebsite vonden beide spelers na afloop dat 19…Txg5 20.Dxg5 e6 21.Dxg4 Df6 ook gunstig voor zwart zou zijn, maar dat lijkt me nog wel mee te vallen voor wit.

20.f4 Txg5 21.fxg5 e6 22.Pf5 ‘Interessant’ noemde Carlsen deze zet na afloop, en dat is zeker waar. Maar kalmpjes 22.Dxg4 was waarschijnlijk beter.

22…exf5 23.Dxg6 Na 23.Txd6 is 23…Txe4 goed voor zwart.

23…Le6 24.Dh5 fxe4 25.Tf1 De5 26.Txf7 Een mooie zet, maar zwart blijft beter staan.

26…Lxb3 27.axb3 g3 28.Ka2 Ook na 28.Txb7 Tf8 heeft zwart groot voordeel.

28…Tf8 29.Txf8+ Kxf8 30.Dg4 e3 31.g6 In principe staat zwart gewonnen met zijn twee sterke vrijpionnen.

31…e2 Maar hiermee geeft hij wit de gelegenheid om remise te maken. 32.Df3+ Zwarts idee was natuurlijk dat hij na 32.Dxe2 Dxe2 33.Pxe2 g2 het eindspel zou winnen. Maar met 32.Dd7 zou wit remise kunnen forceren. Hij dreigt mat en zwart kan eeuwig schaak niet meer voorkomen, bijvoorbeeld 32…De7 33.Dc8+ De8 34.Df5+ Kg8 35.Dd5+ met remise.

32…Ke8 Nu is het weer in orde voor zwart. Wits schaakjes zullen na een tijdje uitgeput raken.

33.Df7+ Het eindspel na 33.Dxe2 zou weer verloren zijn voor wit.

33…Kd8 34.Dg8+ Kd7 35.Df7+ De7 36.Df5+ Kd8 37.Da5+ b6 38.Dd5 e1D 39.Da8+ Kd7 40.Db7+ Ke8 Wit gaf op.

Werle tegen Terror Jaap en Mamedov

Eerste gewin is kattengespin, zei mijn voorzichtige moeder altijd als ik in een jeugdtoernooi goed van start ging. Soms had ze gelijk, maar aan de andere kant maken nederlagen in het begin je kansen ook niet beter.

In ieder geval doet het me plezier dat de Nederlanders Jan Werle en Sergei Tiviakov donderdag na vier ronden in het Europees kampioenschap in de Bulgaarse stad Plovdiv de mooie score van 3,5 punt hadden. Er zijn ook drie spelers met 4 punten, maar die blijven in ieder geval onder schotsbereik. Voor wie alles wil weten is hier de website van het toernooi.

Kan die Jan Werle die nu grote ogen gooit in het kampioenschap van Europa echt dezelfde zijn als de man die in februari van dit jaar in het beruchte televisieprogramma De Gouden Kooi een rapidpartij verloor van een pafferige dikzak die in die kooi bekend stond als Terror Jaap?

Het is niet anders, maar tot Werle’s verdediging moet gezegd worden dat hij tenslotte met 3-2 won van Terror Jaap en dat die, toen hij nog gewoon Jaap Amesz heette, een heel behoorlijke rating had. Bovendien lijkt het er in dit filmpje op dat het bij die schaakmatch in de kooi vrolijk toegegaan is.

Na drie overwinningen moest Werle in Plovdiv in de vierde ronde een remise toestaan aan de Azerbeidzjaanse grootmeester Rauf Mamedov. Dat was ook een heel levendige partij.

Lees verder »

Onsterfelijke remisepartij

Iemand die pas kort geleden de verrukkingen van het schaken had leren kennen, zei me dat hij een prachtige partij had gezien uit de 19de eeuw, van een of andere Franse graaf. Hij had die partij wel drie keer nagespeeld.

Ik begreep dat het de beroemde partij moest zijn die Paul Morphy in 1858 in Parijs tijdens een operavoorstelling had gespeeld tegen de Franse graaf Isouard en de Duitse hertog van Brunswijk. Schaakhistorici hebben diepgaand speurwerk gedaan om uit te vinden om welke opera het precies ging, maar daar gaat het nu niet om.

Van alle partijen uit de schaakgeschiedenis is deze partij het vaakst gepubliceerd, dus schaakschrijvers die zichzelf respecteren doen het niet graag nog een keer. Misschien ten onrechte, want er zijn altijd weer nieuwe generaties schaakliefhebbers die het voor de eerste keer zien.

Eerlijk gezegd vind ik die partij van Morphy tegen de Franse graaf wat banaal, maar dat geldt niet voor een andere klassieke partij uit de 19de eeuw, die wel eens de ‘onsterfelijke remisepartij’ is genoemd.

Het is de partij Hamppe-Meitner, gespeeld in Wenen 1872. Zwart offert op de derde zet een stuk, even later een dame, en het eindigt in remise door eeuwig schaak.

Tijdens de eerste ronde van het Grand Prix toernooi in Bakoe was er een veel minder spectaculaire partij tussen Sjachriar Mamediarov en Peter Svidler die eindigde met precies hetzelfde mechanisme waarmee aan een ver naar de overkant opgerukte witte koning eeuwig schaak werd gegeven. Het is een mooie gelegenheid om die oude onsterfelijke remisepartij weer eens te laten zien, ook al is die ook al in honderden boeken gepubliceerd.

Wie meer wil weten over dat toernooi in Bakoe kan hier terecht voor de officiële website van het toernooi. Een van de webmasters in Bakoe is de Nederlander Peter Doggers, die op zijn eigen website natuurlijk ook het een en ander vertelt. Dat vindt u hier.

Als u hieronder het raampje van de klikbare partijen opent, let er dan op dat er deze keer twee partijen staan.

Lees verder »

Onze president als schaakbokser

Omdat ik vandaag geen tijd meer heb om een schaakpartij te analyseren, laat ik het deze keer bij een link naar een aardig filmpje op YouTube: onze FIDE-president Kirsan Iljoemzjinov waagt zich aan de discipline ‘schaakboksen’. Het is een tak van sport waarover ik een paar jaar geleden schreef toen er een voorstelling was in Paradiso in Amsterdam. Het was net geen wereldpremière, want daarvoor was er al zo’n gevecht geweest in Berlijn.

Toen lachten we er nog om, maar sindsdien is de sport opgebloeid. In allerlei hoofdsteden van het wereldamusement worden wedstrijden georganiseerd om het zogenaamde wereldkampioenschap ‘chess boxing’, waarbij schaken wordt afgewisseld met boksen. De wedstrijd is afgelopen als er iemand mat gaat of knock-out.

Het gevecht van Iljoemzjinov vond dit jaar plaats in Elista, de hoofdstad van zijn republiekje Kalmukkië. Zijn onderdanen hadden geen gevaarlijke tegenstander voor hem opgezocht. Die deed in de bokspartij niet veel meer dan de slagen van Iljoemzjinov zo goed mogelijk ontwijken, en als je de schaakpartij ziet is het duidelijk dat hij nog niet vaak een schaakstuk in zijn hand had genomen of een schaakklok had ingedrukt.

Niettemin, ik heb in het verleden vaak kritiek op onze wonderlijke president gehad, maar ere wie ere toekomt, uit dat filmpje wordt duidelijk dat hij in ieder geval goed kan boksen.

Als u hier klikt vindt u het videotje, dat 4 minuten en 15 seconden duurt.

Een grote dag voor het kinderschaak

Hoe kan het toch dat overal op de wereld kleine kinderen als grootmeesters spelen? Was mijn generatie dan zo stom, dat ze er tien jaar voor nodig hadden om een beetje behoorlijk te leren schaken?

Er wordt gezegd dat het door de computers komt, waardoor informatie veel sneller verwerkt kan worden dan vroeger. Daar is zeker iets van waar, maar dan nog begrijp ik het niet. Je zou bijna denken dat er door kosmische straling of zoiets, genetische mutaties zijn ontstaan waardoor kinderen veel sneller goed leren schaken dan vroeger.

In ieder geval was afgelopen zondag, de dag dat Jan Smeets kampioen van Nederland werd, een grote dag voor het kinderschaak. Behalve het NK was er in Hilversum ook een sterk open toernooi, dat wij het HSG Open noemen, naar het organiserende Hilversums Schaakgenootschap, maar dat officieel het Intomart GfK Open heette.

Het werd gewonnen door de dertienjarige Anish Giri. Evenveel punten als hij, maar met minder weerstandspunten, haalde de geduchte Georgische grootmeester Mikheil Mchedlishvili – ik probeer maar niet om hem op de correcte Nederlandse manier te schrijven, want dat is me in dit geval te moeilijk – die een rating van 2635 heeft.

Achter hen kwam een keur van grootmeesters onder wie John van der Wiel en Erik van der Doel en de Israëlier Daniel Fridman, rating 2640.

Anish Giri scoorde een grootmeesternorm en op dezelfde dag werd elders in Europa ook die norm gehaald door Ilja Nizjnik, 11 jaar oud, die het Nabokov Herdenkingstoernooi in Kiev won. Je staat versteld.

Anish Giri, de winnaar van het Hilversumse open toernooi, is een Russische jongen die sinds een jaar in Nederland woont, doordat zijn vader hier een baan heeft gevonden. Als in de giftige dampen van het Nederlandse moeras zijn schaaktalent niet vervliegt, kunnen we nog veel plezier aan hem beleven.

Lees verder »

Op tijd klaar voor de hapjes

In het mooie boek Max Euwe, biografie van een wereldkampioen, van Alexander Münninghoff, staat een vreemde passage over het slot van het toernooi van Hastings 1934/1935.

In de laatste ronde speelde Euwe met zwart tegen de niet al te sterke Engelse amateur Norman. Euwe kwam al gauw in het voordeel, maar Norman had geen directe reden om op te geven.

Het duurde lang. Alle andere partijen waren al klaar, maar Euwe bleef ploeteren. De organisatoren werden zenuwachtig, want ze zagen het slotbanket in de knel komen.

Als Euwe van Norman zou winnen, was hij ongedeeld eerste, boven reuzen als Capablanca en Botwinnik. Bij remise zou Euwe de eerste plaats delen met Flohr en de Engelsman Thomas, die verrassend sterk gespeeld had. Er stond dus veel op het spel.

Wat deed Euwe? Hij vond het slotbanket belangrijker dan de ongedeelde toernooioverwinning en bood Norman remise aan, hoewel hij kon winnen. Vervolgens werd hij in The Times geprezen voor zijn sportief gebaar.

Zo wordt het ons verteld, maar het verhaal is onzin. Als je de partij Norman-Euwe naspeelt, zie je dat er al tientallen zetten lang ongeveer dezelfde stelling op het bord stond en dat Euwe al die tijd geen stap verder was gekomen. Hij gaf remise omdat hij geen winstplan zag, niet omdat het eten koud dreigde te worden.

Het zou ook niets voor Euwe zijn geweest, zo’n belachelijk zogenaamd sportief gebaar. Niet voor niets werd hij door Reuben Fine ‘een efficiënte mensenetende tijger’ genoemd.

Wat een mythe is over dat toernooi in Hastings, is in het NK echt waar. Daar is de tijdige aanvang van de slotceremonie met zijn hapjes en zijn drankjes inderdaad belangrijker dan de toernooioverwinning.

Vorig jaar speelden Sergei Tiviakov en Daniel Stellwagen een tie-break van twee vluggertjes met een bedenktijd van vijf minuten plus twee seconden extra per zet. Het was een dwaze manier om een kampioen van Nederland aan te wijzen, met als enige grond de behoefte om zo snel mogelijk het toernooi af te sluiten. Maar het kan nog erger.

Op de website schakers.info staat hier een artikel van Johan Hut over het reglement dat nog steeds geldt bij het NK.

Kort samengevat: als er twee spelers gelijk bovenaan komen, wordt er gevluggerd. Maar wat als er drie of vier gelijk eindigen? Je zou denken dat die dan in een drie- of vierkamp zouden vluggeren, maar zo gaat het niet, want dat zou te lang duren volgens de KNSB.

In werkelijkheid is er een bizarre serie van tie-break systemen, met als laatste redmiddel loting, waardoor er nog maar twee spelers overblijven, die dan samen mogen vluggeren.

Het systeem is zo absurd en er spreekt een zo grote minachting voor het serieuze schaak uit, dat het op zichzelf voor de topspelers reden genoeg zou moeten zijn om deelname aan het NK te weigeren.

Waarom doen ze dat niet? Ik denk dat ze er te trots voor zijn. In hun hart denken ze allemaal dat ze in staat moeten zijn om het toernooi in hun eentje te winnen. Piekeren over wat er gebeurt als ze de eerste plaats met iemand anders delen, is beneden hun waardigheid.

Lees verder »

Het orakel zwijgt nog

Behalve het algemene kampioenschap van Nederland, dat soms voor het gemak het mannenkampioenschap wordt genoemd, wordt in Hilversum ook het kampioenschap van de vrouwen gespeeld. Er wordt weinig ruchtbaarheid aan gegegeven.

Het is misschien een beetje zuur dat de enige stelling die tot nu toe in de internationale schaakpers doordrong een curiositeit was. Het was wel iets van algemeen belang, niet zozeer voor de praktijk, want de stelling waar het om ging zal niet vaak meer voorkomen, maar wel voor de theoretici van de eindspelen.

In het email dagblad Chess Today besprak de Russische Ier Alexander Baburin, een groot liefhebber en kenner van het eindspel, de slotstelling van de partij Marlies Bensdorp – Talitha Munnik uit de tweede ronde. Het was na de 52ste zet van wit. Hier werd remise overeengekomen.benmun.JPG

Baburin vroeg zich af of deze stelling niet gewonnen was voor zwart. Zwart staat een paard voor. Het eindspel van toren plus paard tegen toren is remise, maar het is een algemene wet in zulke eindspelen dat de winstkansen veel groter worden als je er aan beide kanten nog een stuk aan toevoegt. Het meest simpele voorbeeld: koning plus 2 paarden tegen koning is remise, maar koning plus drie paarden tegen koning en paard wint makkelijk.

Baburin had het gevoel dat zwart hier remise had gegeven in een gewonnen stelling, maar hij kon het niet bewijzen.

Er bestaan zogenaamde ‘tablebases’ waarin het computerorakel voor alle stellingen met hoogstens zes stukken met absolute zekerheid aangeeft of het gewonnen is of niet, en ook hoe lang het nog duurt voor de verdedigende partij mat wordt gezet. Over de stelling van Bensdorp en Munnik zwijgt het orakel voorlopig nog, want daar staan zeven stukken op het bord.

Mijn feilbare gevoel zegt dat Baburin gelijk had en dat Munnik inderdaad gewonnen stond toen ze de partij remise gaf. Over een paar jaar zal het orakel in staat zijn om uitsluitsel te geven.

Vrouwen, vergeef me dat mijn belangstelling toch vooral uitgaat naar het zogenaamde mannenkampioenschap, dat open staat voor iedereen, ongeacht geslacht, huidskleur, religie of postcode.

Hier is de partij uit de zesde ronde waarin Jan Smeets de titelverdediger Sergei Tiviakov hard naar het middenveld terugsloeg.

Lees verder »

Yge en Karel vertrekken

Verlaten de Nederlandse grootmeesters een zinkend schip? Op de site van het NK stond in het verslag over de eerste ronde dat Yge Visser na dit kampioenschap even met schaken zou stoppen.

Even stoppen, dat klinkt niet dramatisch. Automonteurs en andere technisch aangelegde mensen noemen dat ‘de accu even bijladen’. Maar in de Volkskrant van donderdag schreef Gert Ligterink, die Visser goed kent doordat ze clubgenoten zijn, dat hij had gezegd dat dit NK het laatste toernooi van zijn leven zou zijn.

Lees verder »