VN: In kleine strafzaken weigert Nederland hoger beroep ‘te makkelijk’
Advocaat Willem Jebbink uit Amsterdam heeft zijn punt binnen. Veroordeelden in kleinere strafzaken wordt in Nederland te makkelijk hoger beroep geweigerd. Het mensenrechtencomité van de VN in Genève is hem bijgevallen. Of ‘Den Haag’ de wet maar wil aanpassen.In deze uitspraak met persbericht krijgt het demissionaire kabinet een tik op de vingers voor een wet uit 2007 waarin het strafproces werd ‘gestroomlijnd’. Burgers die het niet eens zijn met boetes tot 500 euro en celstraffen tot maximaal vier jaar mogen pas in hoger beroep als de president van het Gerechtshof dat goed vindt. De maatstaf: alleen als het ‘belang van een goede rechtsbedeling’ ermee is gediend.
Volgens Jebbink is het aantal zaken in hoger beroep sindsdien met de helft verminderd. Namens een demonstrant die in 2007 mondeling, zonder schriftelijke motivering achteraf, tot 200 euro werd veroordeeld diende hij een klacht in. Het comité is het grotendeels met hem eens. Lees daarover op p. 10 van het pdf-document de overwegingen 8.2 en 8.4. Nederland wordt ‘uitgenodigd’ de wet te herzien en herhaling in de toekomst te voorkomen. Lees hier het bericht.
Interessant is dat er bij de uitspraak ook een dissenting opinion is gepubliceerd, op p. 12 – een afwijkende mening. Daarin zegt één van de leden van het comité, de Zweed Krister Thélin, dat Jebbink gezien zijn klachtschrift helemaal niet gehinderd was door de mondelinge uitspraak en de summiere motivering. Dat in Nederland niet ‘iedereen’ het recht heeft, zoals het verdrag wil, om in hoger beroep te gaan is wel duidelijk zegt Thélin. Het gaat er volgens hem om of de beperking die in Nederland bestaat desalniettemin een verdachte ‘voldoende garanties’ biedt om toch in hoger beroep te komen. En Thélin beoordeelt de verlofbeslissing van het Haagse gerechtshof anders. Er was wél sprake van een inhoudelijke behandeling van de zaak, waarbij zowel de feiten als het recht zijn beoordeeld.
Uitspraken van het comité zijn niet bindend, maar hebben wel invloed. Bijvoorbeeld op het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg. Daar ligt ook een klacht over een geweigerd hoger beroep van een Nederlandse advocaat. En die uitspraken zijn wel bindend. Advocaten Jan Boksem en Tjalling van der Goot van het Friese kantoor Anker en Anker dienden in maart vorig jaar een klacht in namens twee vrouwen die hun buurvrouw zouden hebben beledigd. Ze kregen een boete van 100 euro, waarvan 50 euro voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaar. Lees hier het bericht. Ook lichte zaken verdienen serieuze rechtspraak, zegt het duo, dat vermoedt dat de beslissing om hoger beroep te weigeren met ‘de natte vinger’ is genomen.
In deze masterscriptie van Laura Hofman van de Universiteit van Tilburg wordt op pagina 71 voorspeld dat ‘Straatsburg’ het met Genève eens zal zijn. Als dat gebeurt, moet een nieuw kabinet reparatie wetgeving indienen. Hofman vindt dat de wet onvoldoende duidelijk maakt wat nu precies bagatelzaken zijn. Dat ook misdrijven daaronder zouden kunnen vallen is vooral bezwaarlijk. Het verlofstelsel zou alleen voor overtredingen moeten gelden, meent zij.
Jebbink schreef in 2008 in Delikt en Delinkwent dit artikel: Verlofstelsel in strafzaken: schijnrechtspraak in strijd met het IVBPR, Delikt en Delinkwent, p. 849-864 dat helaas niet online staat.
Wat vindt u? Moeten ook misdrijven waarop tot vier jaar cel staat van hoger beroep uitgesloten blijven?
Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding. Geen initialen, geen pseudoniemen, niet alleen voornamen.



vrijdag 27 augustus 2010, 15:54 uur
De politierechter kan onvoorwaardelijke gevangenisstraffen tot 1 jaar opleggen, onder andere wegens mishandeling, dat is geen bagatelzaak. Een voorbeeld, welke past in de huidige systematiek. Een persoon is buiten zijn wil betrokken geweest bij een omvangrijke vechtpartij in een kroeg, waarbij enige personen zwaar gewond c.q. mishandeld werden. Betrokkene was bij de mishandeling niet betrokken. De politie arresteert diverse verdachten en betrokkene zit 8 dagen in voorarrest. Uit doelmatigheidsoverwegingen veroordeelt de politierechter betrokkene tot 8 dagen onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Betrokkene heeft geen recht om in hoger beroep te gaan en heeft een strafblad wegens mishandeling en is daarmee van diverse functies uitgesloten. Geen bagatelzaak, edoch een relevante situatie.
vrijdag 27 augustus 2010, 17:11 uur
Moeten ook misdrijven waarop tot vier jaar cel staat van hoger beroep uitgesloten blijven?
Nee, natuurlijk niet.
Op de eerste plaats is het zo, dat wanneer het justitieel apparaat door het uitvoeren van een bepaalde regel of wet overbelast dreigt te raken, dat blijkbaar in de praktijk het maatschappelijk draagvlak voor die wet ontbreekt.
Elke wet of regel kan slechts uitgevoerd worden bij de gratie van de erkenning van het nut door de overtreder in spe. Bestaat die erkenning niet, dan is er sprake van pure repressie en is daarmee de eerste stap in de richting van een politiestaat gezet.
Voorzover regels en wetten de bedoeling hebben om de machtsstructuur en de maatschappelijke ongelijkheid te bevestigen en in stand te houden, mag niet gelden dat het doel de middelen heiligt. De rechten van de mens zijn daarbij de minimumgarantie van de burger met betrekking tot de repressieve mogelijkheden van de staat.
Het lijkt wel of “de maakbare samenleving” weer in de mode komt. Alleen is het instrument voor die maakbaarheid nu de (straf-)wet. Dat is een wel zeer eendimensionale en simplistische benadering.
Een samenleving die niet is gebaseerd op maatschappelijke samenhang, maar op repressie, ontaardt in een dictatuur, ook als ze zich als democratie presenteert.
Dat moment komt zo angstwekkend dichtbij.
vrijdag 27 augustus 2010, 17:46 uur
het recht van een eerlijke strafzaak,is in DIT nederland,nooit geweest.
alleen voor hooggeplaatste personen,met een goed inkomen,is (rechtspraak)nog een normale zaak.
vaak beschermen, de (zg) hooge heren, elkaar,omdat ze elkaar nodig hebben bij dubieuze zaken.
ben je gewoon een doorsnee burger,dan ben je gegarandeerd,de(justietele) klos.
bij deze..
vrijdag 27 augustus 2010, 23:17 uur
het argument wat w. schuddeboom geeft is erg sterk, het hebben van een strafblad, ook voor een licht vergrijp, met een relatief lage straf, kan enorme gevolgen hebben voor het wel of niet verkrijgen van werk, het verkrijgen van een geldlening of bij de toegang naar bijvoorbeeld de VS. Het is hierdoor van groot belang dat (in ieder geval) bij zaken waarbij een strafblad ontstaat sprake is van een zorgvuldige rechtsgang, met het recht op hoger beroep.
zaterdag 28 augustus 2010, 10:10 uur
Zie hier 1 van de oorzaken van de algemene verontwaardiging en de tendens om rechten van de onschuldige de rechten van de misdadiger te noemen. ZIe hier het resultaat van decennia lang bezuinigende regeringen die hele oerwouden vernietigd hebben aan nieuwe wetgeving en de rechten daartegen geminimaliseerd hebben voor de normale burger. Zie hier de totalitaire staat in opkomst die niet meer praat in menselijkheid, rechtvaardigheid en gelijkheid, maar in budgetten, eenheidsworst en mee-marcheren. Zie hier het resultaat van de gecorrumpeerde politieke elite die geheel verantwoordelijk zijn voor de opkomst van krachten zoals de PVV.
[....]
Deze wetgeving is overigens niet het enige wat volkomen in gaat tegen een normale rechtsstaat. Er zijn er vele genomen allemaal voor efficiëntie ten behoeve van een rechtsgang die volkomen was en is vastgelopen door totale incompetentie van de overheid en haar bestuurders door oerwoud na oerwoud van regelgeving.
De partij die belooft en ook waarmaakt dat 75% van de regelgeving in Nederland rücksichtslos afgeschaft wordt, zal de partij zijn die ons land redt.
[...]
zaterdag 28 augustus 2010, 11:51 uur
L.S.,
Als slachtoffer van verdachtmakingen door mijn echtgenote is mij door middel van een voorzieningenrechter de toegang ontzegd tot het huis waar wij samen bijna 40 jaar gewoond hebben. De beweegreden is dat verondersteld werd (aantoonbaar ten onrechte), dat ik niet mee zou willen werken aan de verkoop van ons huis en dus het huis uit moest. Er zijn vele gevallen in Nederland waarin hetzij de vrouw hetzij de man met beschuldigingen en verdachtmakingen via de voorzieningenrechter de partner het huis uit weet te werken. De officier van Justitie weigert in dergelijke gevallen om zelfs aangiften van smaad en verdachtmaking in behandeling te nemen. Ik heb gezworen deze praktijk in de Nederlandse rechtsstaat te zullen aanvechten tot aan het Hof van Europa toe. Graag zou ik mede-slachtoffers willen oproepen tot een gezamenlijke aktie.
zaterdag 28 augustus 2010, 15:39 uur
Interessant onderwerp. Vanuit de beklaagde gezien zou idealiter elk geval voor hoger beroep of cassatie in aanmerking kunnen komen. Helaas gebeurt er teveel in ons drukke bestaan en zou het rechterlijke systeem volkomen dichtslibben. Wij als maatschappij hebben er ook belang bij dat de kosten en de doorlooptijden binnen de perken blijven. Ergo moet je soms je ongelijk maar gewoon bereid zijn te slikken. In het bedrijfsleven doen we niet anders.
Als sommige vaste criteria voor niet-hoger-beroep werken, prima, andere criteria kunnen misschien beter relatief of glijdend worden? Ongeveer zoals in een idealer systeem boetes inkomenafhankelijk zouden zijn, zouden al-of-niet-beroepszaken van persoonlijke versus maatschappelijke impact afhankelijk kunnen zijn? Zoiets zou niet KISSproof zijn, maar wel voldoen aan het idee ‘gelijke rechten = ongelijke behandeling’. Of is hier de weekendfilosoof aan het woord?
zaterdag 28 augustus 2010, 15:58 uur
Wanneer heb ik mij democratisch kunnen uiten over deze “stroomleiding”? Of hoe kan ik democratisch ervoor zorgen, dat dit wanproduct verdwijnt?
Kortom, dit is wetgeving van de -schijndemocratische- partijdictatuur in Nederland: 1 minuut stemmen en je bent weer voor 4 jaar je democratische rechten kwijt.
zaterdag 28 augustus 2010, 19:58 uur
Het is zeker urgent dat de productiviteit van de rechtbanken sterk verbetert. Er dreigt een tekort aan rechters, en wanneer men zich gedwongen zou zien minder geschikte rechters aan te stellen zou de ramp helemaal niet te overzien zijn. En alleen al de lange doorlooptijden in de rechtspraak zijn buitengewoon schadelijk.
Maar dit kan niet door aan de kwaliteit te tornen, zoals hier gebeurt.
Er zijn tal van maatregelen denkbaar om onnodige complexiteit te vermijden. Het begint al bij de wet zelf die veelal onleesbaar, onnodig ingewikkeld en onbegrijpelijk is, hetgeen het uitgangspunt dat iedereen verondersteld wordt de wet te kennen tot een volstrekt lachertje maakt.
Daarnaast kan meer gebruik gemaakt worden van foto/film/geluids- en ander digitaal materiaal als bewijsmiddel of beschrijving van de situatie. Evenveel informatie proberen over te brengen via tekst als aanwezig is in een foto kost zowel bij het schrijven als bij het lezen zeer veel tijd en is in feite een onmogelijke zaak.
Checklists voor allerlei procedures en het geautomatiseerd opbouwen van documenten aan de hand van input van de functionarissen die ze op moeten stellen kunnen fouten voorkomen en veel tijd winnen. Tevens zou annotatie van teksten in normaal gebruikelijk Nederlands mogelijk worden, zolang we nog geen begrijpelijke wetten en formuleringen tot stand hebben weten te brengen.
Tenslotte zouden aankomend juristen en wetenschappers zich meer bezig moeten houden met de mogelijkheden ter verbetering van onze rechtsspraak, zowel in efficiëntie als in kwaliteit. Op die manier zou ook wellicht de belangstelling voor het beroep van rechter kunnen toenemen.
zondag 29 augustus 2010, 3:03 uur
Mijnheer Jean-Luc Auteuil,
U als maatschappij bestaat niet, slechts de staat, wier dienaren U door middel van verkiezingen hebt gekozen. Deze staat is gehouden om onder alle omstandigheden de rechten van de mens te respecteren.
Als de dienaren van de staat “links” zijn, dan mogen ze desalniettemin niet aan die rechten voorbij gaan met een beroep op het belang van het collectief. En als de dienaren van de staat “rechts” zijn, dan mogen ze dat ook niet met een beroep op de kosten en/of functionaliteit.
Mocht het systeem “dichtslibben”, dan zou er misschien ook eens naar gekeken kunnen worden, waarom de burger de regelgeving de burger geen respect meer inboezemt, of die regelgeving wel de steun geniet van de burger en hoe het aantal conflicten verminderd zou kunnen worden.
Heeft U bijvoorbeeld wel begrepen dat op deze wijze geen enkele cannabisgebruiker die aangehouden wordt op oneigenlijke gronden (mag ik even in je achterbak kijken? Nee, dan gaat de auto nu mee naar het buro voor een technische controle, onrechtmatig verkregen bewijs). nog een verweersmogelijkheid heeft tegen de willekeur van de politie?
Dat gebeurt niet, zegt U? Mag ik U uit de droom helpen? Dat leren ze zo in Apeldoorn onder de noemer “creatieve toepassing van de wet”, wist een ambtenaar mij te vertellen bij een dergelijke gelegenheid.
Begrijpt U wel, dat het in dit geval alleen al, gaat om een kleine 20% van de bevolking?
Begrijp U mij goed. Ik heb een zeer hoge dunk van het Nederlandse rechtssysteem. Maar niet van elke individuele politieman en officier van justitie (integendeel zelfs), of rechter. Vandaar dat dat rechtssyteem ten koste van alles in stand gehouden, ja zelfs verbeterd dient te worden.
Niet afgebroken.
zondag 29 augustus 2010, 5:12 uur
Iedereen die voorgeleid wordt in een strafzaak behoort zonder enige beperking beroep te kunnen instellen op de behandeling in eerste aanleg. Dat recht maakt deel uit van een eerlijke procesgang.
In Nederland wordt al tientallen jaren geknaagd aan de grondrechten van verdachten.
De WAHV beter bekend als de wet Mulder is daar een droevig voorbeeld van.
Begonnen als de tientjeswet om de stroom pruts bekeuringen voor kapotte fietsverlichting administratief af te kunnen doen biedt de WAHV nu de mogelijkheid boetes tot 350 euro op te leggen zonder tussenkomst van de rechter.
Daarbij wordt uitgegaan van de schuld van de verdachte.
De verdachte dient zijn onschuld aan te tonen.
Inmiddels is aan dit dieptepunt toegevoegd de onmogelijkheid in beroep te gaan indien de opgelegde geldboete minder dan 500 euro bedraagt.
Het recht op een eerlijk proces wordt een verdachte door deze maatregelen systematisch ontnomen.
De WAHV en de beperking van het recht een zaak aan een tweede rechter voor te leggen zijn alleen ingegeven door de wens geld te besparen op de rechtsgang.
Met de WAHV in een einde gemaakt aan een van de belangrijkste peilers van het strafrecht.
Een verdachte is onschuldig tot zijn of haar schuld bewezen is.
De feitelijke afschaffing van het recht in beroep te gaan is daarop een logisch vervolg.
Het wachten is op de uitbreiding van de beperking in beroep te gaan door de grens van 500 euro te verhogen.
Ook die maatregel zal wel door een niet voor zijn taak berekende tweede kamer worden goedgekeurd.
Justitie hoeft in de huidige SG niet op veel weerstand te rekenen.
Geen van deze volksvertegenwoordigers realiseert zich dat het recht op een eerlijk proces met dit soort maatregelen gewoon in de uitverkoop is gedaan.
zondag 29 augustus 2010, 14:16 uur
Dit is mi een toch wel relevante zaak op punten door de andere reageerders aangegeven.
Ik wil er graag nog een punt bij vermelden.
Tijdens mijn verblijf in NL heb ik denk ik een 10tal verkeersbonnen gehad. Allemaal minimaal: 4 km te snel of verkeerd parkeren (verlopen of kapotte meter ed). Per definitie dus zaken die je als eerste buiten hoger beroep zal houden. Ik heb echter omdat eea mij vreselijk irriteerde iedere keer de zaak voor laten komen en meestal gemotiveerd beroep ingediend tegen het schikkingsvoorstel (als dat al zo heet). een parkeerbon voor 5 minuten te lang parkeren op een auto waarvan de spiegel net is afgebroken irriteert mij.
De ervaringen waren om tranen van in de ogen te krijgen.
Ik heb geen enkele keer een behoorlijk gemotiveerde uitspraak gehad. Het standaard vonnis was u mocht daar niet parkeren en stond er toch dus u moet betalen.
Dit terwijl ik meestal op tamelijk relevante juridische zaken een beroep heb gedaan. Zo zaten er punten bij die door de HR RvS en Europese Hof later als zodanig zijn erkend. Nooit ook maar enig woord erover in de motivering (die toen nog moest en/of kon).
waarschijnlijk had dat natuurlijk ook te maken met het feit dat ik nooit aanwezig was op de zitting meestal in de week na de zitting eea direct betaalde en lange met de handgeschreven (dat leest vervelend) motiveringen (die overigens wel aan alle voorwaarden voldeden) instuurde.
Echter dat heeft met rechtstaat totaal niets te maken. In een echte rechstaat had in ieder geval 8 van de 10 niet mogen worden opgelegd (obv de latere uitspraken of in ieder geval goed beoordeeld moeten worden. Geen enkele keer.
Voor mij was het even irriteren wie mij geirriteerd had, maar bij ernstiger zaken zoals hierboven was en is hoger beroep dus simpel noodzakelijk.
Nederland heeft duidelijk te maken met te veel werk bij de Rechterlijke macht, maar omdat dan op de burger af te reageren is fout. Je hebt of rechters die serieus naar zaken kijken of wordt een bananenrepubliek. Want wat ik omschrijf is natuurlijk niet wat een rechtstaat moet zijn in een beschaafd land. Gezien het aantal zaken is het duidelijk voor mij dat de bulk van de zaken aan de onderkant in feite administratief wordt afgedaan. Er wordt niet critisch naar gekeken maar gewoon doorgedraaid.
Dit is op meerdere niveaus imho een zeer ernstige zaak en doet sterk afbreuk aan de publieke zaak als geheel.
Ook in zogenaamd kleine zaken (daar wordt de gewone burger het meeste direct mee geconfronteerd) en iedereen bepaalt zelf wat voor hem of haar belangrijk is.
Kan dat niet dan moet mi gekeken worden hoe in de uitvoering aantallen verminderd kunnen worden.
Ook als er teveel zaken komen moet als je prijsstelt op het predicaat rechtstaat er een behoorlijke rechtspraak zijn en niet alleen in ‘voorpagina zaken’, maar met name ook in de gewone dagelijkse praktijk.
zondag 29 augustus 2010, 14:51 uur
Nog even een aanvulling nav enkel andere reacties. Zakelijk hebben wij ook een aantal rechtzaken met de overheid gehad (op een na geen strafrecht zaken overigens). Veel grotere belangen en wel serieus gericht op winnen.
Deze hebben wij stuk voor stuk allemaal gewonnen geen een uitgesloten (ik denk een stuk of 30 zaken, met een behoorlijk aantal vrijwel identieke, bijv. over een aantal jaren of andere vestigingen ed).
Eerlijk gezegd, was imho daar een percentage van 60a70% of waarschijnlijk correcter geweest (en juridisch juister).
De strafzaak was helemaal een totaal lachertje de officier mn was in mijn ogen (en in die van zijn baas, bleek later) een totale juridische debiel, maar de zaak werd wel opgestart en mn bij dit soort zaken voelen mensen zich persoonlijk erg aangesproken heb ik gemerkt, mn de in mijn ogen modelburgers, waar ik er bepaald niet een van ben (even het gras wegmaaien).
Wat wel vragen oproept over zaken als:
-deskundigheid rechters ed
-klasse justitie (als simpele burger ben je altijd de klos en als grote onderneming die er 10 of als het nodig is 100 duizenden tegen aan kan gooien, krijg je altijd gelijk)
-toegang (echte niet ‘going through the motions’) tot de rechter voor lagere inkomens.
Kortom mijn ervaringen met de Nederlandse rechtstaat zijn niet veel positiever dan die met de rechtspraak/overheid in diverse ‘bananen- en/of cocosnoten-republieken’ waar ik nu veel mee te maken heb.
zondag 29 augustus 2010, 23:47 uur
Het Internationaal verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten (UNHRC-Geneve)- zoals in dit geval – maar niet minder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EHRM – Straatsburg) en de EU-verdragen (HvJEG-Luxemburg)hebben voor ons land meer betekend dan welke politieke partij ook. Of het nu gaat om het recht op een eigen pensioen voor vrouwen, de vrije toegang tot zorgaanbieders in andere Lid-Staten, het recht op gelijke beloning, of – van meer recent – het recht van langdurig zieke werknemers om hun niet genoten vrije dagen uitbetaald te krijgen; je kunt het zo gek niet denken of al deze verworvenheden van de burger blijken allemaal niet ingegeven door deze of gene linkse partij, maar rechtstreeks uit de (rechtspraak aangaande) voornoemde Verdragen.
Ik raad het een ieder aan om eens een inleiding te lezen over wat zo in de afgelopen vijf a zes decennia bewerkstelligd werd, speciaal in dit land, wat zich al decennia lang sociaal waant (maar zeker niet is in vergelijking met andere vergelijkbare landen in de EU), dat zichzelf een rechtsstaat noemt (waar ook het nodige op is af te dingen – kijk alleen maar naar het verbod op het toetsen aan de Grondwet), en dat er ook overigens om bekend staat dat het onmiddellijk alles in het werk stelt om de goede zaken die de burger toekomen dank zij deze Verdragen, en de rechtspraak van de genoemde colleges, na weer eens zo’n uitspraak, op de kortst mogelijke termijn middels “reparatiewetgeving” te neutraliseren.
Hoe lang de vreugde dit maal zal duren is dus ook ditmaal de terecht opgeworpen vraag. Maar één ding lijkt zeker: Den Haag zal desnoods – als bijvoorbeeld in het geval van de Zorgverzekeringswet – een heel nieuw stelsel van wetten opstellen om de burger van de geneugten van de internationale verdragen en de rechtsprekende internationale colleges te onthouden. De opvatting van Den Haag blijft immers onveranderd dat bindende Internationale afspraken prima zijn, maar dat het natuurlijk niet de bedoeling is dat de burger daar voordeel van zou hebben.
Lof voor Willem Jebbink, die laat blijken dat hij zijn Verdragen kent, en durft toe te passen. Het zou nog veel meer verplichte stof voor elk advocaat moeten zijn, die dan met die parate verdragskennis ons land misschien weer tot een fatsoenlijk en beschaafd land zouden kunnen ombouwen.
maandag 30 augustus 2010, 15:12 uur
Juist lichte zaken verdienen serieuze rechtspraak. Want wat in lichte zaken dagelijks massaal gebeurt is schrijnender dan wat aan de orde is in de schaarse geruchtmakende herzieningszaken van de laatste jaren.
In een vorig millennium was me, tijdens de rechtenstudie, bij een bezoekje aan een zitting van de politierechter al de flutterigheid van de behandeling opgevallen. Ik heb daar verder nooit meer bij stilgestaan, omdat ik meer geboeid was door de etherische dogmatiek van het strafrecht en omdat ik dacht dat ik het door mijn onervarenheid misschien niet helemaal goed gezien had.
Totdat ik een paar jaar geleden zelf beschuldigd werd van mishandeling. De schellen vielen me van de ogen. Als de politie eenmaal proces-verbaal opgemaakt heeft van een kwaadaardige aangifte, zijn de rapen gaar. Alles is er vervolgens op ingericht om je het geld uit de zak te kloppen.
Van serieus onderzoek ter terechtzitting is geen sprake. De ene kromme redenering na de andere vliegt je om de oren van de kant van de zittende en staande magistratuur, bijvoorbeeld: “de verklaring van aangever moet wel juist zijn, want anders zou hij niet de moeite hebben genomen om aangifte te doen”. Je verstand staat erbij stil.
Getuigen worden niet aan de tand gevoeld, al bestaan hun verklaringen uit louter tegenstrijdigheden en klaarblijkelijke onjuistheden. Alles wordt alleen op de stukken afgedaan. Op verweren wordt niet ingegaan. Vonnissen worden niet gemotiveerd, zelfs niet op uitdrukkelijk verzoek.
Na vernietiging in hoger beroep van het vonnis in eerste instantie – wegens de kennelijk onvermijdelijke vormfouten – rolt de machine in de herkansing toch weer gewoon door, want die veroordeling móet er komen. De hele gang van zaken is een uitputtingsslag voor de verdachte. Hij staat alleen tegen de overmacht van de Staat. En meestal legt hij het loodje.
woensdag 1 september 2010, 22:57 uur
In aansluiting op het commentaar van Mr. F. Drop ( 15 ) wil ik nog opmerken dat het in Nederlandse rechtszalen volkomen normaal wordt geacht dat getuigen in een strafzaak niet in de rechtszaal nog eens grondig aan de tand worden gevoeld.
Dit in tegenstelling tot Duitsland waar altijd alle getuigen in een strafzaak worden opgeroepen om vervolgens door de advocaat van de verdediging grondig door de mangel wordt gehaald.
In Nederland is het ook volkomen normaal dat in een oordeel ( bestuursrecht ) of vonnis ( strafrecht ) te lezen staat dat “naar mening “of “naar oordeel ” van de rechter ( s) dit of dat besloten wordt. Een motivatie voor deze “mening ” of dit ” oordeel” ontbreekt geheel. Naar jurisprudentie wordt niet verwezen. De “almachtigen “op hun ivoren troon kunnen zich dit zonder angst voor kleerscheuren eenvoudigweg permitteren omdat niemand hen op de vingers tikt.
Het bestuursrecht in Nederland is een rommeltje waar alleen geestelijk geretardeerden nog vertrouwen in scheppen( professor Tak ; Het Nederlands bestuursrecht in theorie en praktijk)
In Duitsland ( naar mijn persoonlijke ervaring ) probeert de bestuursrechter serieus tot een oplossing te komen voor een bestuursrechtelijk probleem en zal in de praktijk naar een vergelijk tussen de partijen streven.
In Nederland wordt terugverwezen naar het bestuursorgaan en doet de rechter geen finale uitspraak. Voor de burger gelden uitsluiten termijnen van orde, waar hij keihard met een niet-ontvankelijk op wordt afgerekend. Bestuursorganen in Nederland hebben maling aan alles en iedereen. Hoezo? Omdat ze altijd door de zogenaamd “onafhankelijk “rechter worden gedekt. De bestuursrechtspraak in Nederland heeft ook niets met rechtspraak te maken. Het is een verlenging van het bestuursorgaan en fourneert het bestuursorgaan met ontbrekende juridische kennis. Trias Politica? Vergeet het maar.
donderdag 2 september 2010, 9:25 uur
Samenvattend:
Rechtspraak in Nederland mag vooral niets kosten wat daarvan de gevolgen voor het recht ook zijn.
donderdag 2 september 2010, 16:19 uur
Opmerkelijk dat op een forum als dit geen enkele moeite wordt gedaan door de zittende magistratuur en OM om ons burgers van het tegendeel van de beweringen te overtuigen.
Ook dat geeft te denken.
zaterdag 4 september 2010, 4:03 uur
@ 16 M.Muskens. U stelt in uw vergelijking van het optreden van Duitse en Nederlandse bestuursrechter naar mijn oordeel wat al te gemakkelijk dat de Nederlandse bestuursrechter “terugverwijst en geen finale uitspraak doet” Ik zie echter een langzame kentering waarbij de bestuursrechters de mogelijkheid die art 8:72, vierde lid biedt (“zelf in de zaak voorzien”) steeds vaker aangrijpen. Zaak is natuurlijk wel om in het petitum uitdrukkelijk om de toepassing van die bepaling te verzoeken, en duidelijk naar voren te brengen dat bij een juiste afweging maar tot één slotsom (de gewenste) kan worden gekomen. Bestuur en rechters hebben namelijk gemeen dat zij in het geheel niets mogen. Tenzij op basis van de wet.