Uitspraak 31: Mag de dokter zwijgen bij kindermoord?

Wat weegt zwaarder: het medisch beroepsgeheim of een vervolging wegens kindermoord. Mogen artsen eerst een melding ‘kindermishandeling’ doen en daarna weigeren er ook het bewijs voor te leveren?

Met commentaar van NJB redacteur Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht in Nijmegen, en NJB-medewerker Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht in Leiden
De zaak.
Justitie verdenkt een moeder ervan haar tien maanden oude baby thuis te hebben vermoord. Maar de artsen in het ziekenhuis weigeren het openbaar ministerie dossiers en videobanden te geven die kunnen verklaren wat er is gebeurd.

De artsen doen een beroep op hun medisch beroepsgeheim. Zij behandelden het kind al vaker vanwege een  ‘groot aantal levensbedreigende incidenten’. Zij denken dat de moeder het kind opzettelijk ziek maakt om zelf aandacht te krijgen, het zogenoemde ‘Munchhausen syndroom’. Daarom stelden ze een verborgen camera op bij de baby. En ze deden een melding bij het Advies- & Meldpunt Kindermishandeling.

De artsen antwoorden Justitie dat ze wel hun gegevens aan een patholoog van het Nederlands Forensisch Instituut willen geven. Daarna willen ze dan opnieuw bekijken of Justitie er ook van mag weten. De officier wil daar niet op wachten en neemt het materiaal (voorlopig verzegeld) in beslag.

De rechtbank oordeelt dat de artsen gelijk hebben met hun weigering. De officier gaat in cassatie bij de Hoge Raad. De ouders vinden het overigens prima als de informatie van de artsen aan het openbaar ministerie wordt gegeven.

Wat is de kwestie?
Welk belang is groter: dat de waarheid in een moordzaak boven tafel komt of dat iedereen (ook de verdachte moeder) zich ‘vrij en zonder vrees voor openbaarmaking’ tot een dokter kan wenden. Zijn er ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’ aanwezig die een uitzondering op het beroepsgeheim rechtvaardigen? Dit was het criterium van de Hoge Raad in twee eerdere, gelijksoortige zaken.

Hoe redeneert de Hoge Raad?
Toestemming van de ouders heft het zogeheten verschoningsrecht van de arts niet op. Dat richt zich immers op een algemeen maatschappelijk belang. De arts moet die toestemming wel afwegen bij zijn beslissing, maar mag toch besluiten te zwijgen. De rechter mag de beslissing van de arts alleen marginaal toetsen.

Alleen onder hele bijzondere omstandigheden mag de rechter dat doorbreken. Bijvoorbeeld als de arts zelf wordt verdacht. Dat was hier niet het geval. Bij een ernstig vermoeden van verwijtbaar ondeskundig handelen van een arts moet het dossier dus wel vrij komen. De arts mag het beroepsgeheim niet gebruiken om de ‘waarheid te bemantelen’ die hemzelf betreft.

Dat de artsen zelf de zaak aan het rollen brachten door een geval van kindermishandeling te melden verplicht ook niet tot vrijgave, zegt de Hoge Raad. De Hoge Raad is het dus eens met de rechtbank. De artsen en het ziekenhuis mogen blijven zwijgen.

Wat vond de procureur-generaal? Meestal volgt de Hoge Raad in strafzaken het advies van de vertegenwoordiger van het onafhankelijk parket. Maar deze keer niet. De PG vond namelijk dat de artsen wel hun dossiers moesten vrijgeven. Zijn belangrijkste argument is dat het AMK z’n taak behoorlijk moet kunnen uitoefenen. Als artsen eerst een melding doen en daarna hun beroepsgeheim inroepen ontstaan er meteen bewijsproblemen.

De meldingsplicht heeft de wetgever bedoeld als een „uitzonderlijk geval waarin het belang dat de waarheid naan het licht komt moet prevaleren”.

Het arrest van de Hoge Raad is hier te lezen.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Alleen onder vermelding van naam- en toenaam. Geen pseudoniem of alleen voornaam.


Dit bericht heeft 34 reacties op “Uitspraak 31: Mag de dokter zwijgen bij kindermoord?”

  1. NJB-redacteur Ybo Buruma, hoogleraar strafrecht zegt:

    Voor alle duidelijkheid: een dokter die de politie informatie geeft over een patiënt is een misdadiger die volgens de wet maximaal 1 jaar gevangenisstraf kan krijgen. Veel dokters weten dat niet. Maar dat is het uitgangspunt. Al het andere is de uitzondering.
    Hier gaat het om de vraag of zo’n uitzondering aan de orde is. De Hoge Raad vindt van niet. Dat wekt misschien verbazing, maar ik neem mijn hoed af voor het LUMC dat geen gegevens wilde verstrekken. Natuurlijk bestond er de zeer zware verdenking tegen de moeder dat zij haar 10 maanden oude kindje om het leven heeft gebracht en natuurlijk moet dat worden uitgezocht. Maar er is een goede reden waarom dit niet het verschoningsrecht opheft.
    Stel je voor. De dokter denkt dat mevrouw het kind mishandelt en doet daarvan melding aan de vertrouwensarts. Maar nu? Zegt ze nu tegen de moeder: wat ben jij een akelig mens – ik wil je nooit meer zien en heb je aangegeven. Dan ziet de dokter de patiënt en het kindje nooit meer terug. Uit angst als het inderdaad een mishandelende moeder is; of uit woede als ze vals is beschuldigd. In het eerste geval gaat de mishandeling door, maar buiten zicht van de dokter. De praktijkdokter weet hoe belangrijk het is te proberen in contact te blijven. Hoe kan hij haar leren haar woede-impulsen in te tomen, als ze die niet durft te vertellen omdat het anders aan de politie bekend wordt? Het belang dat ieder – ook die moeder – zich tot de verschoningsgerechtigde moet kunnen wenden is dus soms van levensbelang voor het kind!
    In dit geval hadden de ouders ook toestemming gegeven om de dossiers te verstrekken. Maakte dat dan niet uit? Wel een beetje. Toch begrijp ik dat het LUMC vond dat eerst de patholoog-anatoom eens moest kijken wat hij van de zaak vond. Daar moest het OM maar even op wachten. Wat is daartegen? Het OM had ongetwijfeld anders zelf een patholoog ingeschakeld. Een beetje meer rust en distantie kan geen kwaad, waarde magistraten!

  2. NJB-medewerker Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht zegt:

    Politie en justitie kloppen steeds vaker aan bij artsen met een verzoek om informatie. Dat beroepsgeheim en verschoningsrecht aan het verstrekken van gegevens in de weg staan, wordt niet altijd begrepen. De Hoge Raad vat wél de ratio van deze verplichtingen en bewijst hulpverleners én patiënten met zijn beschikking van 26 mei een grote dienst.

    De op artsen rustende zwijgplicht dient niet alleen de privacy van de patiënt, maar verzekert tevens de vrije toegang tot de gezondheidszorg. Deze tweeledige doelstelling van beroepsgeheim en verschoningsrecht ligt zowel nationaal als internationaal stevig verankerd.

    Een hulpverlener is wettelijk verplicht een dossier aan te leggen ter waarborging van de continuïteit en de kwaliteit van zorg. Het dossier dient daarmee de goede patiëntenzorg. Het is nimmer bedoeld als hulpmiddel voor strafrechtelijk onderzoek.

    Artsen die zich verzetten tegen het verstrekken van patiëntgegevens aan politie of justitie worden niet zelden onder druk gezet. De aanwezigheid van justitie op de werkvloer zorgt bovendien voor grote onrust onder patiënten. Het niet verlenen van medewerking aan strafrechtelijk onderzoek kan, zoals de zaak Parnassia van afgelopen jaar aantoonde, ook rekenen op weinig begrip vanuit de samenleving.

    In de rechtswetenschappelijke literatuur is met zorg geconstateerd dat het beroepsgeheim en het verschoningsrecht steeds meer dreigen te worden uitgehold. Niet alleen vanuit justitie en ‘de politiek’ neemt de roep toe informatie te verstrekken, ook de Hoge Raad heeft erkend dat zich ‘bijzondere omstandigheden’ kunnen voordoen waarin de waarheidsvinding moet prevaleren boven geheimhouding. Maar wat zijn zulke ‘bijzondere omstandigheden’?

    Het is goed dat de Hoge Raad, net als de Rechtbank ’s Gravenhage in de zaak Parnassia (17 juni 2008, LJN BH2222), duidelijk maakt dat er geen sprake is van zulke omstandigheden ingeval de arts of zorginstelling zelf niet wordt verdacht van het plegen van strafbare feiten. Voorts valt toe te juichen dat een arts die eerder melding heeft gedaan bij het AMK, daarmee niet zijn aanspraak op verschoning verliest. Indien de Hoge Raad anders had geoordeeld, zou dat de bereidheid van artsen om melding te doen van verdenking van kindermishandeling wel eens flink in de wielen kunnen rijden. Moeilijker te begrijpen, wellicht, is dat artsen zich nog steeds kunnen verschonen ook al stemmen de betrokkenen – in dit geval de ouders van de overleden baby – in met het verstrekken van gegevens. Hier valt de principiële opstelling van de Hoge Raad eveneens te prijzen: geheimhouding en verschoning dienen niet alleen het individuele, maar ook het algemene belang. De arts zal, zoals de Hoge Raad overweegt, ‘die toestemming wel moeten betrekken bij zijn afweging of hij de gevraagde gegevens zal verstrekken’, maar hij neemt nog steeds zelf een beslissing.

  3. L.Koppenol zegt:

    Het is toch werkelijk onvoorstelbaar dat een hoogleraar een mening erop na blijkt te houden die inhoudt dat de hulpverlening op deze wijze maar kan verzwijgen wat ze dan ook willen.
    Beseft u wel in hoeveel zaken in het nabije verleden er niet werd gemeld?
    96 procent van huisartsen, ggz, en andere hulpverleners melden niets.
    Met als gevolg dat dus NIETS werd gedaan aan vermoedens van kindermishandeling.
    Opheffen, geachte overheid, dat verzwijgen. Anders kost het wederom duizenden slachtoffers in risicogroepen waaraan eenzijdig de familierechters vaak ook nog gezag geven. Terwijl nota bene
    de risico’s bekend zijn bij de hulpverlening.
    ALLANG dus.
    Die cijfers zijn zo te trekken.
    Voordat het gezag wordt gegeven moet er een verplichting komen om de vele eenoudergezinnen, met ernstige kenmerken die bekend zijn, door te lichten. In het belang van het kind. Terwijl ze in ons land uit alle macht maar vol proberen te houden alsof het hier zo goed gaat. En dat met honderdvijftig duizend gevallen van kindermishandeling.
    Begrijp waarlijk niet dat een hoogleraar die geacht wordt verstand te hebben niet doorheeft dat als er geen verplichtingen komen om te melden, de mishandelingen van kinderen, ook geestelijke, gewoon doorgaan. En kunnen gaan. Omdat ze de gelegenheid nog krijgen.

  4. Remy Lang zegt:

    Mij ontgaat het nut van de melding van mogelijke mishandeling als er op zo een melding niet gereageerd kan worden bij gebrek aan bewijs.

    Welk nut dient zo een melding dan? Om het straatje van de arts schoon te vegen voor het geval er in een later stadium weer eens een kind komt te overlijden door mishandeling? De arts heeft zijn vermoeden gemeld en heeft daarmee zijn “plicht” gedaan.

    Hoe het kind ermee geholpen is blijft echter ongewis.

  5. Mark van Stramproy zegt:

    het belangrijkste bij het medisch beroepsgeheim is de vraag of de patient in kwestie zijn eigen patientendossier geheim wil houden.
    bij dood door schuld lijkt dat niet het geval, ook al is de patient 10 maanden oud.
    de rechtbank dient het maatschappelijk belang voorrang te geven boven het geheim houden van een medisch dossier van een persoon die notabene al dood en mogelijk vermoord is, dan wel door ernstige verwaarlozing om het leven is gekomen.
    dat buruma stelt dat als de dokter de politie had ingeschakeld, hij de patient dan niet meer gezien zou hebben, is onzinnig. om commerciele overwegingen?
    bij daadwerkelijke voortdurende ernstige mishandeling dient de moeder (tijdelijk) uit de ouderlijke macht te worden gezet en het kind dient door de staat de bescherming te krijgen die het verdient. sterker: bij een vermoeden van ernstige mishandeling door een ouder dient een arts het kind per definitie na medische behandeling niet direct mee terug te geven aan de betreffende ouder.
    als de wet nalaat dit geregeld te zien, dan dient die te worden aangepast. echter, aangezien in de wet over het medisch beroepsgeheim al duidelijk gesteld wordt dat als van de patient bekend is dat zijn medisch dossier openbaar mag worden gemaakt, dan vervalt het medisch beroepsgeheim.
    het probleem ligt niet aan de wet, maar aan de jurisprudentie die een volstrekt verkeerde uitleg aan de wet geeft.
    het lumc hanteert naar mijn mening in deze kwestie een zero tolerance standpunt, louter om problemen bij andere kwesties te voorkomen, waarbij ze zelf in de problemen kan komen.
    een tussenoplossing zou kunnen zijn dat een politie-patholoog wordt aangesteld, die dergelijke kwesties bekijkt en na gedegen onderzoek in samenspraak met een gespecialiseerde politiearts het besluit kan nemen een rechter te vragen het medisch beroepsgeheim op te heffen.
    bij leven van een vermoedelijk mishandelde patient is er echter geen tijd om eerst een rechter in te schakelen. er moet dan de mogelijkheid zijn een kind direct onder staatstoezicht te plaatsen, in samenspraak met gespecialiseerde politieartsen.
    terzijde: met lekkende computerprogramma’s, complete ziekenhuisafdelingen die vrijelijk een medisch dossier kunnen inzien, kortom: waar praten we eigenlijk over?

  6. Ybo Buruma zegt:

    @koppenol
    U stelt iets heel belangrijks aan de orde. In dit geval heeft het LUMC echter wel(!) de vertrouwensrts ingeschakeld. De vraag is waar je meer aan hebt om tegen een lopende (mogelijke) mishandeling op te treden: de dokter of de politie. Stelt u zich wat dit betreft niet te veel van de mogelijkheden van de politie voor. Sinds de Wet huiselijk geweld kunnen die meer dan vroeger, maar de politie kan niet zomaar een vader of moeder uit huis slepen en uit de ouderlijke macht ontzetten. Dat is maar goed ook, maar soms niet – en juist daar zitten de gevallen tussen die u voor ogen hebt.

    @lang
    soms kan de politie – als de vertrouwensarts besluit die stap te zetten – wel dreigen hetzij met strafrechtelijk optreden of met het inschakelen van de Raad voor de Kinderbescherming, ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing. Daarmee kan zo’n gezin dan onder druk worden gezet. Maar ook in dat soort gevallen wordt vaak gewerkt met een combinatie van de wortel en de stok. Maar het gaat steeds meer om het voorkomen dat het erger wordt dan om het straffen wat gebeurd is. Zowel de zittende als de staande magistraten (rechters en officieren) hebben primair een taak om terug te kijken en de stok te gebruiken. Dokters en de kinderbescherming zijn er primair om te voorkomen en de wortel voor te houden. Ze hebben allebei een taak, en door het verschoningsrecht op te offeren maak je het werk van de dokter onmogelijk.

  7. Roos Boum zegt:

    Ik ben maar een eenvoudig mens en vind de hele regelgeving omtrent iets dergelijks erg ingewikkeld.
    Dus mogelijk zeg ik iets raars, maar hoe zit het met de meldcode die vorig jaar is bestendigd?
    Roos Boum
    (STOMbP STichting Overlevers Münchhausen by Proxy)

  8. Martin van de Wardt-Olde Riekerink zegt:

    Fijn dat er nog iemand opkomt voor het algemeen belang: bescherming tegen de overheid. Hoe tragisch de individuele gevallen ook zijn, de algemene bescherming tegen falende overheidsmacht mag daarvoor niet opzij gezet worden. Want ook een dictatuur met een almachtige overheid is immers geen oplossing voor kindermishandeling.

  9. L.Koppenol zegt:

    @Buruma. Er vinden enige tientallen kinderdodingen plaats per jaar waar meestal wel degelijk risico’s bekend waren bij hulpverlening; ggz of huisartsen of anderen. Dat zoiets ´soms´ zou gebeuren is niet waar.
    In nagenoeg al die zaken verschuilt men zich met ´we hebben niets geweten, het is onbekend of er al hulpverleningsinstanties in zaten´. Als publiek verneem je dan later dat men wel degelijk bekend was met risico’s of andere feiten of zelfs in meldingen die zijn gedaan.
    Ik verwacht weinig of niets van de politie op dit terrein, zo is mijn ervaring. Veel vaders wordt het bijkans onmogelijk gemaakt om aangifte te doen van letterlijke kindermishandeling of ´vervreemding´ door moeders. Dat heeft voor duizenden kinderen ziekte en ellende opgeleverd. Vele van deze kinderen zijn totaal beschadigd, zelfs met borderlinesyndroom, het ziektebeeld bij uitstek. Zij komen vroeg of laat in de psychiatrie terecht, waar men er vervolgens geen raad mee weet. Borderline is niet goed te behandelen, zoals bekend. Veel moeders konden klakkeloos het gezag verkrijgen. Er lopen nu minimaal 300.000 clienten mee rond. Een enorme berg ellende. Nog steeds trapt men in die valkuil, ook in het recht en het familierecht.
    Het gevolg kunt u raden. Nog meer ellende. En nog meer kinderen onterecht zonder vader. Er zijn veel slachtoffers door falen, door niet samenwerken, door bestanden of informatie niet uit te wisselen tussen instanties en hulpverleners. Ik maakte zelf mee dat de AMK geen informatie loskreeg. Dat de GGZ het verdomde te praten. Het gevolg is dat een rechter niet hoort wat er aan de orde is. En dan kunt u wel zeggen dat het wellicht zal meevallen. Maar dat is niet zo. Het kost talloze slachtoffers, ook van geestelijke mishandeling. Gedragsdeskundigen met feministische achtergronden die vaders en mannen een hak wensten te zetten. Het is een schande. De politiek in Nederland is bang om het aan te pakken omdat dan het zogenoemde familierechtssysteem ook wordt aangepakt. Immers die rechter mag hier amper worden aangesproken. Vaders zijn vaak onterecht aan de kant gezet ten koste van kinderen.

    Het wordt hoog tijd dat de overheid en tweede kamer ingrijpen in deze rechtspleging op die manier. Aangezien ze kinderen schade aandoen en vele omstanders al jaren.

  10. Jan-Paul van Barneveld zegt:

    Een belangrijke overweging van de Hoge Raad in het arrest 26 mei jl. luidt: “De enkele omstandigheid dat een arts een dergelijke melding doet – hetgeen de verplichting meebrengt tot verstrekking aan het AMK van aan hem als arts toevertrouwde gegevens – brengt niet mee dat het de arts niet vrijstaat om zich in een procedure als de onderhavige op zijn verschoningsrecht te beroepen.’”

    Wanneer we er vanuit gaan dat het nuttig is dat artsen (of andere geheimhouders) een vermoeden van kindermishandeling melden bij het AMK, dan heeft de Hoge Raad die praktijk een grote dienst bewezen. Was de redenatie van het OM gevolgd, dan zou er een aanzienlijk drempel zijn opgeworpen voor het doen van een melding. Een arts zou dan immers al bij de beslissing tot melden de afweging moeten maken of er t.z.t. sprake zal zijn van zodanig zwaarwegende omstandigheden dat een inbreuk op het verschoningsrecht gerechtvaardigd is. Als de arts meldt en het mis blijkt te hebben gehad, loopt hij/zij het risico om tuchtrechtelijk en zelfs strafrechtelijk te worden aangesproken wegens schending van zijn/haar beroepsgeheim. Als een arts (zorgverlener) met die drempel überhaupt nog tot melding overgaat, dan zal dat pas zijn na uitvoerig beraad met collega’s, het bestuur van de zorginstelling, juristen, etc. Dat lijkt me ook niet echt in het belang van het kind.

    Kortom, dit lijkt niet alleen een juridisch juiste uitspraak, maar weldegelijk ook een kindvriendelijke, ook al had het in baby-tje in de casus daar weinig meer aan; Maar dat valt de Hoge Raad niet aan te rekenen.

    De discussie of het (verplicht) melden van een vermoeden van kindermishandeling door geheimhouders per saldo kinderen redt, laat ik buiten beschouwing. In geval van het syndroom van Münchhausen by proxy ligt het in ieder geval niet voor de hand dat de moeder wegblijft bij zorgverleners uit vrees voor ontdekking.

  11. Mr L.Ph.J. baron van Utenhove zegt:

    De bedoelde uitspraak van de HR is niet zo verwonderlijk indien men alle relevante achterliggende feiten kent en in het juiste perspectief beziet.
    Rechtbank en HR moesten het kennelijk stellen met summiere en door de OvJ geselecteerde feiten. Wat was evenwel het geval?
    Een 2 maanden te vroeg geboren baby kwakkelde met zijn gezondheid; luchtweginfecties etc. en meerdere korte ziekenhuisopnamen. Toen hij 8 maanden oud was kreeg hij last van ALTE’s, een levensbedreigende soort flauwtes. Opname gedurende een maand in het LUMC en vervolgens gedurende 15 dagen in het AMC bracht geen medische oorzaak aan het licht. Het LUMC zou echter hebben geconstateerd dat de ALTE’s zich altijd voordeden wanneer de moeder aanwezig was. Dusdoende kwam de gedachte aan Münchhausen by Proxy op. Eerst mèt medeweten van de ouders maar later ook zonder-, zijn in beide ziekenhuizen video-opnames gemaakt in een poging de moeder te volgen in haar doen en laten met de baby. Vast staat dat de opnames geen bewijs opleveren. Het inmiddels door het LUMC ingeschakelde AMK “volgde” de moeder en schreef in een onvolledig, onevenwichtig, suggestief, subjectief, deels onwaar en deels foutief rapport aan de Raad voor de Kinderbescherming en Justitie dat veel op strafbare betrokkenheid van de moeder duidde. Na weer een kort verblijf in het LUMC werd het kindje als zijnde uitbehandeld ontslagen. Twee weken nadien en dan precies 10 maanden oud, overlijdt de peuter thuis na een ALTE. Zes uur daarna worden de ouders al langdurig door de politie als verdachten van moord gehoord. Omdat zij niet de hand hebben gehad in het overlijden, geven zij alle ziekenhuizen, medici, verplegers etc. toestemming om over hun kindje te verklaren en de dossiers aan Justitie ter hand te stellen. Justitie ontvangt die medische gegevens en de medici en verplegers leggen verklaringen af. Uitsluitend het LUMC beroept zich op de geheimhoudingsplicht. Over de vraag of dat rechtens geoorloofd was handelde de procedure tussen de OvJ en het LUMC die uiteindelijk bij de HR terecht kwam. Uit de door het NFI uitgevoerde sectie is geen medische doodsoorzaak naar voren gekomen. Dat het NFI tot een andere slotsom had zullen komen indien het had kunnen beschikken over het dossier van het LUMC is nauwelijks voorstelbaar.

    Gelet op het feit dat de HR in casu slechts marginaal kan toetsen, moet worden aangenomen dat juist het feit dat de ouders ook aan het LUMC toestemming hebben gegeven om het dossier af te staan een reden is geweest om het beroepsgeheim te eerbiedigen. Immers, indien dat dossier ook maar iets omtrent strafbare betrokkenheid van de moeder zou kunnen bevatten dan zou zij toch nimmer toestemming voor afgifte hebben gegeven.
    De A-G bij de HR heeft zich waarschijnlijk iets teveel laten beïnvloeden door de wijze waarop de OvJ de achterliggende feiten heeft geselecteerd en geëtaleerd. Hij heeft vermoedelijk geen aandacht besteedt aan de vraag of, en zo ja in hoeverre er bewijs tegen de moeder is. Een strafzitting tegen de moeder is nog niet in zicht en de vraag is of het ooit zover zal komen. Als advocaat van de moeder kan ik op dit moment slechts constateren dat er na méér dan 27 maanden (!?) onderzoek nog geen enkel bewijs voorhanden is. Waar het OM dat dan in de toekomst nog vandaan zou willen halen valt niet te bevroeden.

    L.Ph.J. van Utenhove

    Wessel, Tideman & Sassen Advocaten
    Den Haag

  12. Jan-Paul van Barneveld zegt:

    @ Mark van Stramproy

    Het medisch beroepsgeheim dient ook een algemeen belang, namelijk dat mensen zich tot een arts moeten kunnen wenden zonder vrees dat – in gewoon Nederlands – Jan en Alleman toegang kunnen krijgen tot vaak zeer persoonlijke zaken. Daarbij gaat het niet alleen om het recht op privacybescherming van de individuele patiënt, maar bijvoorbeeld ook om de volksgezondheid. Hoeveel illegale abortussen (met alle gezondheidsrisico’s van dien) denkt u dat het scheelt wanneer meisjes er op kunnen vertrouwen dat hun paps en mams niet ingelicht worden mogen worden, ook niet als deze toevallig politieagent of OvJ zijn?

    Spoedeisendheid, waarop u zich beroept, speelde hier niet. Het baby-tje was – hoe tragisch ook – al overleden. Of de vrouw andere kinderen had die mogelijk gevaar liepen blijkt niet.

    Het ziekenhuis heeft juist zeer weloverwogen gehandeld en heeft zich zich zeer zeker niet blind verscholen achter haar (afgeleide) verschoningsrecht, zoals u suggereert. Allereerst is het vermoeden van kindermishandeling gemeld aan de bevoegde instantie. Verder heeft het LUMC voorgesteld dat het medisch dossier eerst zou worden onderzocht door een forensisch arts. Dit soort strafrechtelijke onderzoeken lopen vaak vast, omdat niet meer te bewijzen valt dat letsel en/of dood veroorzaakt is door het handelen van de verdachte. Een forensisch arts zal daarover uitsluitel moeten geven. Indien uit het onderzoek van de forensisch arts zou blijken dat het bewijs in casu inderdaad ontbreekt, is verder strafrechtelijk onderzoek zinloos. In dat geval is het goed dat het medische dossier alleen ter kennis is gekomen van andere geheimhouders (de forensisch arts en eventueel door hem of haar ingeschakelde andere medische experts) en het medisch dossier niet integraal terecht is gekomen in de databanken van politie en justitie.

  13. jacqueline gaertner zegt:

    Omdat een dokter een misdaad begaat als hij/zij de politie inlicht, heeft de arts de vertrouwensarts ingelicht.Dit was het enige middel voor de arts dat de wet toestaat.Het medisch beroepsgeheim beschermt de patient tegen een ingrijpen van verzekeraars of incapabele overheden waardoor de patient schade kan oplopen.Ik lees hier de trieste verhalen van mishandelde kinderen tussen de regels.De keren dat ik in mijn professionele leven met kindermishandeling te maken heb gehad, zijn de artsen gelukkig in staat geweest de kinderen weg te laten halen bij de ouders.

  14. N.van Dijke zegt:

    Aanvankelijk begreep ik deze beslissing niet, maar het betoog van dhr. Buruma heeft mij overtuigd.
    Niet alleen justitie speelt een rol in de strijd tegen kindermishandeling, artsen zelf kunnen vaak ook wat doen om ouders te bewegen hun woede niet uit te leven op hun kinderen, maar daar een andere vorm voor te vinden.
    Dat wil niet zeggen, dat justitie niet ook op de hoogte moet zijn, tegelijkertijd; het gaat immers om een ernstig strafbaar feit.

    Maar artsen en justitie moeten allebei een ander traject aangaan met mishandelende ouders. De eisen van het OM kunnen de vertrouwensband tussen arts en pleger en daarmee mogelijk hulp om tot een oplossing te komen, in de weg staan.

  15. Yvonne van der Schouw zegt:

    Deze procedure verbaast en kwetst mij. Ik ben niet objectief, want was ooit zelf slachtoffer. Als kind begreep ik niet waarom niemand mij kon ‘redden’ en nu snap ik dat nog niet. Ook al is het in dit geval te laat om het kind te redden, daar hebben de artsen in elk geval wel moeite voor gedaan, waarom mogen de misdadigers (ouders) niet voor hun daden worden gestraft?
    Overigens is er een ander geval dat momenteel in de belangstelling staat. Het betreft de ouders van ouder kind, zij had psychische klachten en heeft uiteindelijk zelfmoord gepleegd. Het kind woonde nog thuis, maar haar ouders zijn nimmer geraadpleegd of geinformeerd over de geestelijke toestand van hun dochter. ‘Beroepsgeheim’. Voor wie is dit beroepsgeheim in het leven geroepen? Voor de slachtoffers die het niet meer na kunnen vertellen of voor de artsen die zich liever niet té betrokken voelen.

  16. Jos Beunk zegt:

    Het kind overleed 12 dagen na ontslag uit het LUMC. Ofwel het LUMC meldde te laat, ofwel het AMK functioneerde niet gezien het moment van overlijden. Een arts die kennis draagt van kindermishandeling gaat niet vrijuit door het dossier onder te brengen bij een notaris, en het AMK functioneert niet, als niet terstond na melding wordt ingegrepen. Wie handelde verwijtbaar? De arts of het AMK? Binnen 12 dagen moet actie van het AMK mogelijk zijn! De documenten die in bewaring werden gegeven bij de notaris kunnen hierin wellicht duidelijkheid brengen.

  17. Mr L.Ph.J. baron van Utenhove zegt:

    L.s.,

    N.a.v. de onderwerpelijke uitspraak van de HR heeft de Rechter-Commissaris (R-C) op 5-6-2009 het Gerechtelijk Vooronderzoek (GVO) tegen de moeder gesloten.
    De OvJ dient zich vóór 5-8-2009 uit te laten over de vraag of de moeder verder zal worden vervolgd. Dat doet de OvJ o.g.v. haar beoordeling van het dossier; kan daarmee worden bewezen dat de moeder haar kind heeft mishandeld en/of heeft vermoord dan wel heeft gepoogd zulks te doen?

    Het ca. 700 bladzijden tellende dossier omvat onder meer medische dossiers van 3 ziekenhuizen en een huisartsenpost omtrent de peuter, video-banden, 2 NFI-sectie-rapporten waarvan één met talrijke bijlagen en meer dan 40 verklaringen van getuigen, waaronder vele artsen en verpleegkundigen. Alleen het LUMC heeft geen (directe) bijdrage aan het dossier geleverd.
    Wordt vervolgd.

    L.Ph.J. van Utenhove,
    Advocaat van de moeder.

  18. Irene Bal zegt:

    Een paar dingen vallen me op.
    1. De artsen hebben verborgen camera’s geplaatst. Waarom? Om bewijsmateriaal te verzamelen. Als dat bewijsmateriaal op een misdrijf wijst, lijkt me dat de arts verplicht is aangifte te doen. Daarmee wordt het een politiezaak in plaats van een medische zaak. Daarnaast ligt er de vraag of een niet-wetsdienaar dat zomaar mag, verborgen camera’s plaatsen… Een burger mag een verdachte staande houden, dat wel.
    2. Artsen zijn gewoonlijk niet toegerust voor psychiatrische begeleiding, terwijl het Münchhausen-by-proxy-syndroom een ernstige aandoening is. Het komt me voor dat de behandelende artsen zichzelf hebben overschat.
    3. Normaal gesproken kan een slachtoffer van een misdrijf zelf aangifte doen. Een kind kan dat niet. Ik denk logischerwijs dat dit leidt tot een juridische verantwoordelijkheid bij de volwassenen.

    Ik zie als het om kindermishandeling gaat alleen maar redenen om het verschoningsrecht om te zetten in een meldingsplicht en een plicht tot aanleveren van alle informatie.

  19. Fred van Overbeeke zegt:

    Bij het lezen en herlezen van deze uitspraak van de Hoge Raad, en de daaraan voorafgaande conclusie van de advocaat-generaal, bekroop mij een onbehagelijk gevoel. Hoe kan ons hoogste rechtscollege tot een dergelijke beslissing komen als toch alle indicaties er op duiden dat de rechtbank in raadkamer essentiële zaken niet heeft onderzocht, althans niet in de motivering heeft verantwoord. Een moeder, notabene zelf verdachte, geeft toestemming tot het vrijgeven van medische dossiers; het verschoningsrecht is reeds doorbroken door de melding van het LUMC aan het AMK, het advies- en meldpunt kindermishandeling. Dat wil zeggen: een dergelijke melding biedt volgens de wet juist vrijwaring aan artsen voor het doorbreken van hun geheimhoudingsplicht. En tenslotte is er de rechtsvraag wat nu precies onder ‘andere wijze’ moet worden verstaan bij doorbreking van de zwijgplicht.

    Dit zijn allemaal onmiskenbare tekortkomingen in de afgegeven rechterlijke beschikking aan de klagende medici. Nu adviseert de AG Vellinga de kwestie terug te verwijzen naar het hof in Den Haag om deze majeure omissies onder de loep te nemen. Wat gebeurt echter? De Hoge Raad deponeert alle grieven van het OM plus de conclusie van de AG in de prullemand. Op zeer (juridisch) botte wijze, en (impliciet) arrogant ten aanzien van alle betrokkenen. Geen verder onderzoek dus! Einde verhaal…

    Verwondering
    Wat is hier aan de hand? vroeg ik me af. Aangezien ik behept ben met een allergie voor (vermeende) versluiering door magistraten, toga’s, witte jassen met de losjes omgehangen stethoscoop, en wat dies meer zij, legde ik het oor te luister in Den Haag. In die gemeente is eerder dit jaar publieke onrust ontstaan over een mogelijke seriemoordenaar omdat op het terrein en de wijdere omgeving van de psychiatrische instelling “Parnassia” vier doden werden gevonden. Echter, de politie Haaglanden kondigde na vergeefse naspeuringen aan het onderzoek stop te zetten. Dat gebeurde nadat de directie van de instelling had geweigerd inzage te geven in medische dossiers en registraties van de bewegingsvrijheid van patiënten , en daarvoor toestemming had gekregen van de rechtbank in Den Haag.

    Ten aanzien van dit gerechtelijke standpunt is een serie kamervragen gelanceerd richting minister Hirsch Ballin, op wie de nabestaanden van twee doden bovendien ook nog een persoonlijk beroep hadden gedaan om het verschoningsrecht van de instelling terzijde te stellen. Eind maart antwoordde de minister dat er geen aanleiding was een link te leggen tussen de aangetroffen doden en Parnassius, en dat hij niet bevoegd was in te grijpen in een beschikking van de rechter.

    Haagse wandelgangen
    Uit de aard van vroegere werkzaamheden ben ik niet onbekend met wat wel genoemd wordt de Haagse wandelgangen. Daar vernam ik dat er in de maanden februari en maart intensief overleg is geweest tússen, mét en óver alle bij deze zaak juridische betrokkenen, en dan met name over de vraag hoe zo snel mogelijk de onrust onder de bevolking kon worden beteugeld. In dat licht gezien zou het natuurlijk olie op het vuur kunnen zijn als de Hoge Raad een op dat moment aanhangig zijnde soortgelijke zaak over geheimhoudingsplicht en weigering van artsen (van het LUMC) om justitie te helpen bij het opsporingsonderzoek zou terugverwijzen om opnieuw uitgezocht te worden. En aangezien het ook in dit geval om een (vermeend discutabele) beslissing van de Haagse rechtbank ging, kon gerekend worden op grote media-aandacht.

    Vanzelfsprekend is er mijns inziens geen sprake van dat de (president van) de Hoge Raad onder druk is gezet van hoogmogenden in Den Haag. Dat láát hij zich ook niet doen, maar uiteraard druppelt er wel eens iets door van wat speelt in de buitenwereld naar de bezonkenheid van de raadsheerlijke ruimten. Hoe het zij, wat zich eventueel ook heeft afgespeeld in de coulissen – de rechtsvorming in Nederland lijkt me niet gediend met een dergelijke opvallende beschroomdheid van de Hoge Raad.

  20. Jos Beunk zegt:

    Ben er niet van overtuigd dat het LUMC tijdig het AMK inschakelde. Vermoed dat zulks achteraf geschiedde na overlijden van het kind. Immers, zou het AMK wel tijdig zijn ingeschakeld door het LUMC dan waren moeder en kind uit beeld verdwenen omdat patiënten in het algemeen niet geneigd zullen zijn zich te laten behandelen door “hun verraders”.
    Voorts is met de kennis en de vermoedens die het LUMC had onzorgvuldig omgegaan. Een weerloze tien maanden oude baby met gemelde voorgeschiedenis blootgelegd door het LUMC en “gemeld bij het AMK” mag niet ontslagen worden uit het ziekenhuis maar dient te worden overgedragen aan het AMK of een daaraan gelieerde instelling. Nu deze weg niet bewandeld werd groeit mijn overtuiging dat melding achteraf (na overlijden) geschiedde om juridische redenen. Het LUMC heeft mijns inziens wat uit te leggen en had mogelijk de dood van het kind kunnen voorkomen.

  21. ed van der meulen zegt:

    vraag: Wie beschermen de artsen van de LUMK?

    antwoord. Hun eigen beroepsgroep

    vraag: waarom?

    antwoord: zodra zij het openbaar maken zijn zij niet meer te vertrouwen.

    Commentaar: Of is dat niet waar?

  22. mr drs R. Winter zegt:

    Ik vind het wel bijzonder dat de advocaat van de moeder hier reageert. Merkwaardig dat de moeder niet is opgesloten met een IBS Beschikking. Dat is een eenvoudige procedure, waarbij geen sprake hoeft te zijn van een strafbaar feit. Het lijkt mij dat er genoeg gegevens beschikbaar zijn om een geestesziekte bij de moeder aan te tonen, alsmede het gevaar dat zij is voor de samenleving (mishandeling van haar kind).

    In het Sittardse Orbis Ziekenhuis zou de moeder zonder meer zijn gesepareerd op de gesloten afdeling van het ziekenhuis, zonder enige procedure en had zij beslist geen mogelijkheid gekregen om een advocaat te raadplegen. Een nog merkwaardigere situatie is bepleit door KBS Advocaten aan de zijde van de arts, die separatie toepaste zonder IBS Beschikking en zonder medisch dossier. Op grond van de wet BOPZ pleegde de arts een misdrijf waarop 3 maanden gevangenisstraf staat. Geeist werd doorhaling van de inschrijving van de arts in het BIG register, maar KBS Advocaten stelde zich op het standpunt dat een arts het dossier van een patient mag gebruiken tegen de gemachtigde van zijn patient, die zelf geen patient is. Er is dan geen beroepsgeheim voor de arts.

  23. Jolanda Battisti zegt:

    Wat ik me afvraag, is: Is het kind niet ook patient? Waarom is alleen de moeder de patient? De moeder is dan misschien wel degene die de arts benadert… maar in het geval van mishandeling, wie is uiteindelijk de patient?

    Het lijkt mij duidelijk dat het kind de patient is. Slachtoffer, en – medisch – patient, gegeven de mishandeling, is het kind. Het lijkt mij dat het mogelijk zou moeten voor artsen, vooral als zij in een gemeenschappelijke praktijk werken, de taken te scheiden. Als een moeder – of vader, of verzorger – in een praktijk verschijnt, en alles duidt op een gecompliceerde zaak – mishandeling of misbruik -, dan zou het een goed idee zijn als de dokters in de praktijk de verzorger (moeder, vader, anderzins) kunnen scheiden van het kind, en zo beiden kunnen helpen, zonder tegenstrijdige belangen.

  24. Jos Beunk zegt:

    Het LUMC deed aangifte bij het AMK omdat een groot aantal levensbedreigende incidenten plaatvonden steeds wanneer de geesteszieke moeder en haar baby samen waren. Vervolgens ontslaat het LUMC de baby uit het ziekenhuis regelrecht in de armen van diens geesteszieke moeder. Deze blunder werd de baby wellicht fataal. De blunder die het LUMC maakte door de baby over te dragen in de armen van diens geesteszieke moeder is weerzinwekkend en maakt hetgeen het LUMC verborgen wilde houden nauwelijks relevant.

  25. Fred van Overbeeke zegt:

    @Baron van Utenhove:

    Het lijkt me een goede zaak dat u als advocaat van de verdachte moeder hier ook een tweetal reacties hebt geplaatst. Dat geeft enerzijds een verduidelijking van wat zich heeft afgespeeld, anderzijds echter worden ook weer vragen opgeroepen. Laat ik met dat laatste punt beginnen.
    Uit uw reactie nr. 11 leid ik af dat u het best begrijpelijk vindt dat de Hoge Raad het beroepsgeheim cq het verschoningsrecht van het Leids Universitair Medisch Centrum respecteert, en wel omdat juist het feit dat de ouders van de baby aan het LUMC toestemming hebben gegeven het dossier af te staan de moeder vrijpleit. U stelt: ‘Indien dat dossier ook maar iets omtrent strafbare betrokkenheid van de moeder zou kunnen bevatten dan zou zij toch nimmer toestemming voor afgifte hebben gegeven.’ Ik zou daartegen willen aanvoeren dat júist de afgifte van het dossier de moeder definitief zou hebben kunnen vrijpleiten. Wellicht zelfs vergezeld door publiekelijk uitgesproken excuses aan haar vanwege de onterechte verdenkingen. In de huidige situatie daarentegen blijft er nog steeds een verdenking in de lucht hangen. In de zin van: waarom wil justitie zo graag dat dossier hebben, is dat omdat de videobeelden toch aanleiding geven tot verdenking? Immers, die opnamen zijn door het LUMC ook niet vrijgegeven en we hebben slechts hun woord dat daarop niets laakbaars te zien is.

    Waarom niet vrijgeven?
    Nu komen we aan de vraag waaróm eigenlijk wil het Leidse ziekenhuis het dossier niet vrijgeven? Zoals ik uit uw reactie nr. 17 begrijp hebben drie ziekenhuizen, een huisartsenpost, vele andere artsen en verpleegkundigen er geen bezwaar in gezien verklaringen af te leggen – waarom heeft alleen het LUMC zich achter het verschoningsrecht verschanst? Hebt u een vermoeden? Want het kan de geneesheren toch écht niet gaan om het algemeen belang, namelijk dat het publiek terugschrikt om zich bij het ziekenhuis te melden omdat men aldaar de geheimhouding niet zou respecteren. Ik zou eigenlijk zeggen dat de zaak omgekeerd ligt. Men durft zich niet als patiënt te melden omdat het hier een ziekenhuis betreft waar artsen en verpleegkundig personeel zo argwanend zijn dat ze direct een kindermishandeling vermoeden als ze een onverklaarbare aandoening ontdekken, een eigen opsporingsonderzoek instellen, het AMK inschakelen, de moeder met verborgen camera’s (dus ook zonder dat zij er wetenschap van heeft) nauwlettend volgen, en tenslotte zonder meer de bedreigde peuter als uitbehandeld aan die verdachte moeder naar huis meegeven waar hij vervolgens onder verdachte omstandigheden overlijdt. Is dat de medische zorgplicht waar de goegemeente op moet vertrouwen? Heeft dit iets met geheimhoudingsplicht te maken? Is het niet andersom, en is het dus juist wél in het algemeen belang, maar óók van het LUMC, dat hier de waarheidsvinding prevaleert? Openheid van zaken lijkt mij voor alle betrokkenen bijzonder van belang. Dat hebben ook die andere ziekenhuizen en medici zich kennelijk gerealiseerd.

    Enig vermoeden?
    Laat ik mijn vraag herhalen. Hebt u een vermoeden waarom het LUMC zich terugtrekt achter de slotmuren van het medisch bastion? Laat ik een voorzet geven. U weet wie hier als advocaat van het ziekenhuis optreedt. Dat is prof. mr. dr. Willemien R. Kastelein, bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Radboud Universiteit. Zij wordt als advocaat veelal ingeschakeld als ergens het medisch beroepsgeheim wordt ingeroepen. In het Nederlands tijdschrift voor geneeskunde meldde zij vorig jaar dat het beroepsgeheim van de arts steeds verder onder druk komt te staan. Het ANP vatte het artikel op 4 maart 2008 als volgt samen: ‘Artsen en ziekenhuizen komen volgens haar steeds vaker voor de rechter te staan in zaken die met hun beroepsgeheim te maken hebben. Sinds 2002 speelden er 124 zaken waarbij het Openbaar Ministerie (OM) medische dossiers had gevorderd. Kastelein noemde als voorbeeld gevallen van vermoedelijke kindermishandeling. Artsen staan bij die zaken volgens de hoogleraar niet te springen om het OM medische informatie over het kind te geven. Aan de ene kant omdat ze bang zijn dat het kind hierdoor nog meer in de problemen zou kunnen komen. Aan de andere kant omdat ouders steeds vaker de arts voor de rechter slepen.’ Tot zover prof. Kastelein.

    Actie tot schadevergoeding?
    Als ik nu constateer dat in ons geval het overleden kind niet meer in de problemen kan komen, zouden we dan misschien moeten denken aan de tweede mogelijkheid? Een actie tot schadevergoeding misschien? Schuilt er misschien toch nog ergens een medische misslag in het dossier? En wil het ziekenhuis daarom niet dat het medisch dossier en de tapes naar buiten komen?
    @Baron van Utenhove: u bent de belangenbehartiger van de moeder cq de ouders, vindt u het dus terecht dat de Hoge Raad het ziekenhuis een vrijbrief geeft zich achter het beroepsgeheim te verschansen, óók al geven de ouders hun toestemming tot afgifte van het medisch dossier en ook al speelt er voor die geheimhouding door de artsen in geen énkel opzicht een algemeen maatschappelijk belang mee? De Hoge Raad heeft van het medische verschoningsrecht een star dogma gemaakt waarbij de omstandigheden van het geval kennelijk weinig invloed hebben. Deze leerstelligheid is niet meer van deze tijd (zie bijvoorbeeld de ervaring in het ziekenhuis Haaglanden http://www.zorgvisie.nl/nieuws/nieuwsoverzicht/nieuwsartikel/Haagse-ziekenhuizen-melden-vaker-kindermishandeling.htm ). Geen wonder dat de advocaat-generaal poogde de raadsheren tot meer nuance te brengen, en daarmee tot een evenwichtiger en beter hanteerbare jurisprudentie te komen.

    U hebt zich op eigen initiatief op dit weblog begeven, en daarvoor verdient u zeker waardering. Mag ik van mijn kant vragen hoe u, het voorgaande afwegende, tegenover de mogelijkheid van bijvoorbeeld een schadeclaim staat?

  26. Jan-Paul van Barneveld zegt:

    Verrassend, al die mensen die al weten dat de moeder ‘geestesziek is’ en haar kind heeft vermoord.

  27. Charlotte Pronk zegt:

    Het verbaast mij ten zeerste dat er mensen zijn die conclusies kunnen trekken op basis van een paar artikelen. Er wordt gesuggereerd dat bij bijna alle aanvallen die het kind had de moeder aanwezig was. Deze informatie klopt niet. Moeder was er bij 5 van de 14 aanvallen niet bij aanwezig. Daarbij was de eerste aanval met oma. De tweede aanval was op de dokterspost. Er waren tevens twee aanvallen met het verplegend personeel van het LUMC.
    De moeder was uiteraard overbezorgd dat haar kind in het ziekenhuis was en het is dan ook meer dan logisch dat ze bij veel aanvallen zelf aanwezig was.
    Waar zou u zijn als u kind in het ziekenhuis ligt en met de dood wordt bedreigd?
    Het is ook erg vreemd dat het LUMC het kind heeft ontslagen terwijl zij net een melding hadden gedaan bij het AMK. Is het dan niet meer dan logisch dat het ziekenhuis het kind nog tijdelijk daar had gehouden?

  28. klaas wildschut zegt:

    @Jos Beunk: wat is uw idee? Dat een ziekenhuis bij ieder vermoeden van (ernstige) kindermishandeling dat kind uit de armen van de ouders rukt? Een vermoeden is maar een vermoeden, geen vaststelling en een kind bij de onschuldige ouders weghalen getuigt van een onmenselijkheid die ik me niet kan voorstellen. Praktisch bezwaar; waar en bij wie brengt een ziekenhuis zulke onder? Ze kunnen moeilijk langer dan enkele dagen in het ziekenhuis blijven, pleeggezinnen zijn er niet bepaald oneindig en ook de met e.e.a. gemoeide kosten zouden weer aanzienlijk zijn (het klinkt cru, maar belastinggeld kan uiteindelijk maar één keer worden uitgegeven).

  29. Jos Beunk zegt:

    @Klaas Wildschut:

    Ben van mening dat niet iedere vorm van kindermishandeling wordt blootgelegd. Mocht de dood van een kind aan orde zijn, en er bestaan twijfels rond de doodsoorzaak, dan is waarheidsvinding gewenst ongeacht de kosten, zo u wilt: belastinggeld.

  30. Mr L.Ph.J. baron van Utenhove zegt:

    Medici hebben een geheimhoudingsplicht en een daarvan afgeleid verschoningsrecht. Slechts in een enkel en zéér bijzonder geval komt een arts géén beroep op zijn verschoningsrecht toe. Ook al geeft een patient toestemming om zijn medische gevens aan derden te verstrekken, de arts heeft te allen tijde een geheel eigen en zelfstandige bevoegdheid t.a.v. die gegevens. Van die bevoegdheid heeft het LUMC in casu t.o.v. het OM gebruik gemaakt en ook, naar de mening van de HR, gebruik kunnen maken.
    Zolang de OvJ zich nog niet heeft uitgelaten over het al-dan-niet verder vervolgen van de moeder past het mij als haar advocaat niet om hier en nu in te gaan op de talloze vragen die de kwestie oproept.

  31. jacqueline gaertner zegt:

    Ik denk dat we deze uitzichtloze discussie maar moeten sluiten.Geen rationeel argument kan op tegen het verdriet dat hier uit de vele reacties van als kind mishandelde mensen te voorschijn komt. We moeten toch ook vertrouwen op de zorg die echt zijn best doet een weg te vinden om zijn kleine patienjes te beschermen en de goede inborst van de mensen die bij de kinderbescherming en justitie cq de advocatuur werken.

  32. p hansen zegt:

    Kijk eerst eens baar de redenen van het bestaan van het medisch beroepsgeheim. Dat is er niet voor niets.
    De vertrouwensbasis tussen arts en patient hoort voorop te staan.
    De meldingsplicht van ‘verdenking op kindermishandeling’ hoort er ook voor artsen te zijn.
    Maar de bewijsvoering is een heel andere zaak!!
    Het is van de zotte dat het uiten van een verdenking automatisch zou leiden tot het brengen van het bewijs.
    Daar hebben we politie en justitie voor.

  33. Mr L.Ph.J. baron van Utenhove zegt:

    OP 28-7-2009 heeft de OvJ een kennisgeving van niet verdere vervolging afgegeven. Daarmee is de strafzaak tegen de moeder definitief van de baan. Er is geen bewijs tegen haar gevonden.
    Men diene hieruit niet de conclusie te trekken dat er wèl – en ook nog met een grote kans op succes – vervolgd zou zijn geworden indien het LUMC het medisch dossier m.b.t. de peuter wel aan Justitie zou hebben afgegeven.
    Voor zover mijn informatie strekt “zat” het LUMC niet op voor de moeder belastend bewijsmateriaal (en heeft het zich mede daarom strikt aan de hoofdregel – geheimhouden – gehouden).
    Het AMK en het OM hebben naar mijn overtuiging in deze zaak veel te lichtzinnig geopereerd en daardoor een heel gezin onnodig aanzienlijke schade toegebracht.

  34. de Hond zegt:

    Gelukkig dat een paar mensen hier hebben ingezien dat het om bewijzen gaat en niet om onderbuik gevoelens.
    Wie wil veroordelen op basis van aannames zet zich op de stoel van god. Voor ons gewone mensen is al duidelijk gebleken dat aannames dodelijk zijn.Laten wij het bij feitelijkheden houden.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.