Vriendschap en technologie
Eigenaardig avondje televisie. Prime-time, wel te verstaan, rond negen uur, als je het nieuws of een leuke film verwacht. Maar het is een live-verslag van een wedstrijd ‘spreken in het openbaar’ onder studenten.Boeiend, dat zeker. De vijf finalisten mogen hun hele spreekbeurt houden, ten overstaan van de minister van onderwijs, een groot aantal andere notabelen, medestudenten en overige supporters.
De opdracht aan de deelnemers is een verhaal in drie minuten over ‘technologie en vriendschap’. Dat is vrij abstract, dacht ik, want wat bedoel je met technologie en wat bedoel je met vriendschap? Nou, onder technologie wordt verstaan: de mobiele telefoon, in Paramaribo gewoon ‘cell’ geheten, en ook een ietsepietsje internet – en vriendschap, tja: dat is gewoon vriendjes zijn van elkaar.
De vijf finalisten zijn allemaal meisjes van in de zestien, zeventien. En ze hebben allemaal dezelfde invulling gegeven aan hun opdracht: technologie is slecht voor vriendschap.
Want wat gebeurt er, zeggen ze allemaal? In plaats van je vrienden op te zoeken, ga je bellen, internetten, chatten. Dat is niet goed, vinden de meiden eendrachtig.
Niemand die op het idee is gekomen dat de mobiele telefoon en het chatten juist erg bevorderlijk kunnen zijn, voor bestaande vriendschappen en voor nieuwe vriendschappen. Nee, het face-to-face contact wordt door alle vijf finalisten veel belangrijker gevonden. We zoeken elkaar nooit meer op, zeggen ze. Elkaar niet in het echt zien, dat wordt als zeer nadelig ervaren.
Een finalist opende met: God schiep de aarde, en toen Adam en het internet. Goed zo meid, dacht ik, had hij dat maar gedaan in plaats van ons miljoenen jaren te laten wachten. Maar ze bedoelde het negatief: nu er internet is, heeft onze eigentijdse Adam geen Eva meer nodig. Maar met wie chat hij dan? Is nooit bij deze finalist opgekomen.
Ik wou dat ze gewonnen had, want zij was de enige met een grappig toontje. Maar ze verloor tegen een meisje dat veel aanhang had in de zaal en veel applaus kreeg met de uitspraak dat ‘wij Surinamers technologie niet boven vriendschap moeten stellen’.
Zonde, zo’n avond, maar de minister van onderwijs was zichtbaar tevreden. Hoeft hij de scholen geen computers meer te geven, want dat is slecht voor de vriendschap.


