Nederland amputeert defensie zonder acceptatie dwergstatus
De beelden uit 1995 van overste Karremans met de nu eindelijk opgepakte oorlogsmisdadiger Mladic pijnigen opnieuw de Nederlandse ziel. De ramp van Srebrenica was wellicht niet gebeurd als de enclave door Franse of Britse troepen was ‘bewaakt’. Misschien hadden zij wel gevochten. Hulptroepen van de Navo waren vast niet doof gebleven voor hun noodkreet.
Maar het was een Nederlands bataljon. Men liet ons bungelen. En wij zijn van de afdeling goed gesprek. Het glas heffen met zo’n boef, die je ook nog uitscheldt voor slechte pianist, dat kan horen bij hogere diplomatie. Maar dat was bij ‘Srebrenica’ niet het geval. Ons moreel hoogstaande postmilitarisme bleek weinig meer dan een afritsbroek in camouflagedessin.
Zeven jaar na die ontluisterende episode trad het toenmalige kabinet-Kok II af, na een rapport van het Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) zonder schokkend nieuwe inzichten. Het was zo al erg genoeg. Daarom wilde Nederland met een stevige missie naar Uruzgan. Daarom liet Den Haag zich tot een verdubbeling van de afgesproken termijn verleiden, terwijl heel wat grotere bondgenoten minder deden. Wij moesten onszelf bewijzen dat we mannen waren.







