De provincie als laboratorium van luxueuze en loze innovatie

Nadat ik vorige week had geschreven over het IJslands sparen van een waslijst gemeenten en provincies, bleek uit reacties dat vooral de rijkdom van provincies een aantal lezers hoog zit. Noord-Holland en Groningen zagen 130 miljoen wegsmelten, maar het zou geen vitale taken treffen. Zij hebben kennelijk geld genoeg.

Provincies rijk? Terwijl tijdig openbaar vervoer naar nieuwe stadswijken niet te regelen is? Terwijl het landschap volgerommeld wordt met onslimme bedrijfsterreinen? Hoe komen ze aan dat geld en waartoe?

De provincies krijgen geld uit het Provinciefonds en ‘opcenten’ op de wegenbelasting. Plus geld voor taken als jeugdzorg. In totaal vier miljard per jaar voor de twaalf provincies samen. Te veel voor wat ze doen. Allerlei provincies worstelen nu al met de honderden miljoenen die de voorgenomen verkoop van hun aandeel in de eens regionale energiebedrijven zal opleveren.

De provincies blijken zich dankzij al die vaste geldstromen en mét de olieprijzen opgelopen energiedividenden te hebben ontpopt als zwevende laboratoria van goede bedoelingen. Miljoenen per jaar voor boekenuitleen op het strand, Sociale Agenda’s, Regiovisies op de Zorg. En een regiefunctie in de jeugdketen. Van bestuurder tot ‘aanjager’ en ‘procesarchitect’. Om u te dienen.

Weet u wanneer de volgende provinciale verkiezingen zijn? Ik ook niet. Het juiste antwoord is 2011. Vorig jaar zijn de laatste Statenverkiezingen geweest – 46,3 procent van de kiesgerechtigde burgers nam de moeite. In 1987 stemde nog tweederde, daarna is het afgezakt tot onder de 50 procent. Een beetje pijnlijk voor een orgaan dat de Eerste Kamer der Staten-Generaal voor ons kiest, een medewetgevend deel van het nationale parlement.

Soms vraag je je af of wij wel een democratie willen zijn. Uit onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken bleek in 2005 dat vrijwel niemand weet wie zijn eigen provincie bestuurt of wat de bestuurslaag-tussen-hier-en-daar eigenlijk doet. Geen wonder, want de provincie weet het zelf ook niet. Laatst hoorde ik toevallig op een regionale zender dat er in de provincie Utrecht een bestuurscrisis was. Oef.

Toch zijn provincies het bestuurlijke linnen waarvan Nederland is gemaakt. Ooit waren het Zeven Provinciën die knarsetandend samenwerkten, niks vaderland. Schoorvoetend is het allemaal wat nationaler geworden. In de twintigste eeuw wende iedereen eraan dat de landsregering de dienst uitmaakt. En dat gemeentes zorgen voor de stoplichten, het riool, de groenstrook en de muziekschool.

De provincies bleven wat beteuterd achter met hun werk aan bruggen, kanalen en wegen. Zij gingen op zoek naar nieuwe doelen ‘in de samenleving’. Zuid-Holland heeft twee miljoen uitgegeven om zich tegen de stadsvernieuwing van Leiden-Noord aan te bemoeien, schrijft Klaartje Peters in haar doorwrochte én leesbare boek Het opgeblazen bestuur, een kritische kijk op de provincie. Stadsvernieuwing is een gemeentelijke taak, maar door die wijk te zien als onderdeel van een ‘netwerkstad’ werd het ‘schakelen tussen de schalen’ toch een provinciale taak.

Veel van de nieuwe provinciale taken gaan schuil achter wervend bedoelde slagzinnen. De provincie Gelderland organiseerde een ‘Gelre Hometour’ in de hoop de laatste bankslaper ’s nachts binnen te krijgen. Het aanvalsplan tegen dakloosheid kostte 950.000 euro, maar in de Gelderse steden zaten na afloop meer mensen op straat dan vóór het project begon. In Flevoland mikte het project ‘Leef met Stijl’ op verbetering van de omgangsvormen van jongeren. Leuk idee.

Projecten, projecten, projecten. Peters inventariseert projecten, evaluaties van projecten en verbetertrajecten. En een toenemend aantal pogingen de burger voor de vergeten bestuurslaag te winnen met campagnes als ‘De provincie doet meer dan u denkt’ en ‘De kracht van Noord-Brabant’. Provincies zijn projectenmachines geworden, schrijft de bestuurskundige, met zelden meetbare prestaties. Kennisboulevards, Health Valley, Food Valley, veel aankondigingsfeestjes, maar weinig voorbeelden van toegenomen dynamiek.

Wat dat betreft is het woensdag verschenen boek Het Innovatieplatform van Frans Nauta toepasselijk en bij vlagen hilarisch. Nauta was van 2003 tot 2005 secretaris van dit paradepaard van minister-president Balkenende (CDA). In één van de mooiste scènes beschrijft Nauta hoe het platform, volgestouwd met zwaargewichten uit industrie, wetenschap en overheid bij het creatieve lab van Philips in Eindhoven vergaderde. Toen de vergadering ten einde was viel de commissaris der koningin Maij-Weggen binnen met haar tien man sterke Brabantse Innovatieraad om te kijken wat er te halen viel, en te laten zien om wie Den Haag niet heen kon.

Nauta’s boek is door de minister van Economische Zaken in de Kamer weggezet als „gekwetste gevoelens die als oorlogsschepen terugkomen”. Het was typisch zo’n – in het boek meer dan eens beschreven – politieke tic-tac-reactie van Maria van der Hoeven (CDA), zonder een poging in te gaan op wezenlijke kritiek. ‘Het Innovatieplatform’ is voor iedere bestuurskundeopleiding verplichte kost, al geeft het geen pasklaar antwoord op de schets van actieve lamlendigheid die Nauta van binnenuit aandraagt.

‘Stroperigheid’ is een te natuurkundige term voor het willoze proberen-te-scoren-zonder-te-werken dat het Innovatieplatform heeft genekt. Jack de Vries, Balkenendes toenmalige naaste adviseur, gaf Nauta later wel toe dat het project meer van de voorzitter had gevergd dan de premier kon opbrengen. En hij erkent dat ‘het systeem’, de nog steeds dramatische verkokering binnen eng-departementementale belangen, de boel heeft verziekt.

Allemaal boeiend. Maar officieel blijft dit kabinet doen alsof innovatie hoog in het vaandel staat. De minister van EZ ratelde bij de behandeling van haar begroting allemaal regelingetjes af. Maar niemand trekt zich er een donder van aan dat Nederland Europees gezien weinig aan onderwijs en onderzoek uitgeeft, dat universitaire onderzoekers worden opgejaagd in een soort WK publiceren-met-voetnoten. Waar zijn de nieuwe bedrijven, de Apples, Googles, de opvolgers van TomTom?

Dit land moet echt ophouden met bestuurlijk macrameeën. Op rijksniveau, én op provinciaal niveau. Een taak voor het hele kabinet in de Kenniscrisis die Nederland de kop kost.


Dit bericht heeft 11 reacties op “De provincie als laboratorium van luxueuze en loze innovatie”

  1. henk tijms zegt:

    Magistraal, maar paarlen voor de zwijnen

  2. Frank Lenssen zegt:

    Mooie column. Wat ik zo waardeer aan Chavannes’ grass roots benadering is zijn talent om niet uit te oeveren, te meanderen, maar in voor iedereen leesbare taal (daar maak ikzelf nog wel eens een schuiver in…) scherp te stellen op een maatschappelijke misstand en daarbij heel concrete voorbeelden en getallen te noemen.
    Juist deze stijl schudt je altijd weer wakker. En maakt ook dat je schaamt, schaamt omdat in een land met zoveel bestedingskracht (zo noem ik het maar even) toch tegelijkertijd óók wekelijks misstanden aan het licht komen op terreinen waar de meest kwetsbare mensen verkeren: gisteren was de psychiatrische gezondheidszorg weer eens een onderwerp in ‘Een Vandaag’. Een krankzinnige (excusez le mot bureaucratisering en opgelegde marktwerking hinderen het daar noodzakelijke ad hoc beleid zozeer, dat het doel van die zorg enorme schade ondervindt. Ik denk dat met een rekenkundig model aangetoond kan worden, dat als de proliferatie van het management (de bestuurslaag) en de reductie van de patiëntvoorzieningen zó doorgaat, dat dan in 2020 of daaromtrent 100% van het budget aan de directies besteed wordt, en niets meer aan de cliënten. Kortom: veel managers, veel Audis, en veel dakloze, murmelende zwervers.

  3. Arnoud Leerling zegt:

    Marc Chavannes maakt het zich wel erg makkelijk in de spot over de provincies in Nederland. Ik ben het eens dat provincies te veel geld hebben. Maar dat zijn er velen met mij. Recent drukte een Statenlid van Gelderland het mooi uit: gemeentes moeten keuzes maken, wij als provincies hoeven alleen maar te verdelen.
    Maar om daarmee de taakstelling van de provincie te bagatelliseren is te makkelijk. Als beleidsmakelaar in een Gelderse regio, ervaar ik voordelen van steun en sturing van de provincie Gelderland. Ik ben ervoor om provinciegeld naar de gemeenten te loodsen. Daarbij ervaar ik een scheve balans. Namelijk dat veel geld blijft liggen omdat gemeenten onvoldoende capaciteit én financiele middelen hebben om projecten te financieren en te realiseren.

    Maar ik kan Marc Chavannes prima resultaten laten zien van samenwerking tussen provincie en gemeenten. De Valleilijn blijkt een succes. Het transferium in Barneveld, aangelegd met geld van provincie en gemeente, is de basis voor ontwikkeling van een cruciaal transferpunt voor auto naar OV. En het komende jaar kunnen we resultaten tonen van intensieve samenwerking tussen gemeenten op sociaal terrein. Bereikt met steun van de provincie Gelderland.
    Marc, kom een keer langs om met eigen ogen te kijken. Hartelijk welkom. Ik leid je graag rond in de Valleiregio. Maak dan nog een keer een analyse.

  4. Ir W.M. Geluk zegt:

    In reactie op de Hr Leerling,
    De Hr Chavannes maakt het zich helemaal niet gemakkelijk.
    De vraag is terecht of de provincie nu al zoveel aan betekenis heeft ingeboet, dat over 10 jaar we er allemaal achter komen, dat het echt zonder kan.
    Heden hebben we in NL nog 438 gemeenten (van oorspronkelijk ca 1.500).
    Veel grote en middelgrote gemeenten doenm hun ‘zaken’ direct met het Rijk. Wel is er veel contact als de gelden van het Provinciefonds (+ dividenden van de energiemaatschappijen) wordt verdeeld over de gemeenten.
    De directe kosten van deze bestuurslaag bedraagt ca 1,25 miljard per jaar.
    Het gaat er om of deze bestuurslaag over 10 jaar nog bestaansrecht heeft.
    Hr Chavannes uw artikel is meer dan terecht.

  5. Lambert J. Giebels zegt:

    Geachte redactie

    Ik wil een stap verder willen gaan dan Marc Chavannes doet in zijn artikel over de provincie in Opinie & Debat van 26 oktober. Naar mijn mening dient het bestaansrecht van de privincie ter discussie te worden gesteld.
    De provincie is vanaf de stichting van het koninkrijk verreweg de zwakste bestuurslaag geweest in onze gedecentraliseerde eenheidsstaat. Dit wordt geïllustreerd door de publieke geldstromen. Daarvan loopt circa 50% via het rijk, circa 45% via de gemeente, en nog geen 5% via de provincie. De provinciale taken zijn politiek zonder betekenis, en staan dan ook, getuige de lage opkomst bij Statenverkiezingen ver van de politieke belangstelling van de burger. Er is gerede twijfel of in een klein land als het onze behoefte bestaat aan drie bestuursagen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw heeft ‘bestuurlijke reorganisatie’ op de politieke agenda gestaan, met de bedoeling de drie bestuurslagen tot twee te reduceren. Het ging toen om de keuze tussen ‘miniprovincie’of ‘maxigemeente’. De discussie is doodgebloed zonder dat het tot een keuze is gekomen. Sedertdien vinden evenwel jaarlijks op grote schaal gemeentelijke herindelingen plaats, waarbij de criteria voor de levensvatbaarheid van de gemeente – oppervlakte en inwoneraantal – steeds verder worden verhoogd. Als gevolg daarvan is het aantal gemeeten in enkele decennia gehalveerd. Wanneer dit proces voortgaat, en er is alle reden voor deze veronderstelling, dan komt vanzelf de optie ‘maxigemeente’in zicht – die zo nodig in deelgemeenten kan worden worden verdeeld. Het bestaansrecht van een provinciale bestuurslaag wordt dan nog meer twijfelachtig. Provinciale taken kunnen worden verdeeld over rijk en gemeenten. Provincies behouden wellicht een bestaansrecht als culturele verbanden, maar als bestuurslaag kunnen ze dan worden opgeheven.

    hoogachtend,
    Dr Lambert J. Giebels

  6. patrick testa zegt:

    marc chavannes heeft de gevoelige snaar geraakt.
    ik ben van mening dat de provincies en gemeenten zsm onder “curatele” moeten worden gesteld van het landsbestuur met adequate accountantscontrole.
    geen linkse doelen meer financieren.
    genoeg is genoeg.
    al het overtollige geld terug naar ons: de rechtmatige bezitters !
    geen plaats voor amateuristische ambtenaren.

  7. belastingbetaler zegt:

    Zeker is dat er in Nederland een kenniscrisis dreigt maar er moet ook niet onderschat worden dat die m.i voortkomt uit een “zelfkenniscrisis”.
    Overigens, wie vasthoudt aan de zogeheten VOC mentaliteit is er onvoldoende van doordrongen dat resultaten uit het verleden geen garantie geven voor de toekomst.
    Als deze zaken niet in ‘s lands vergaderzaal worden besproken op een manier dat het resultaat telt en niet het proces, wie weet dan nog hoe het verder moet?

  8. s.f.hoekstra zegt:

    Eerste Wet van Chavannes :
    de instroom van belastinggelden naar Rijk, Provincie, Gemeente, Waterschap staat los van de creatieve en verantwoordelijke besteding
    Tweede Wet van Chavannes :
    de overvloed van geld aanwezig bij een Provincie wordt niet democratisch gecontroleerd en deels via de ingevingen van bestuurders en ambtenaren besteed

    Helaas voor Chavannes is de Provincie als overbodige bestuurslaag in het verleden al met enige regelmaat aan de orde geweest. De strapatsen met geld van de burgers onderstreept dit weer eens. Een voorstel tot opheffen van deze bestuurslaag door wie dan ook zal in Nederland worden afgedaan met de kreet populisme.

  9. ijsbrand zegt:

    De merkwaardige dadendrang van provincies om het eigen bestaaansrecht te bewijzen, is vorig jaar al eens geheel gefileerd door bestuurskundige Klaartje Peters, in haar boek Het opgeblazen bestuur. Haar advies: elimineer het politieke deel van het provinciebestuur, en maak er gewone overheidsdiensten van.

  10. ir. P.C.van Goor zegt:

    Een uitstekend compact artikel waar weer eens duidelijk de overbodigheid van de provincies wordt aangetoond. Niet alleen het politieke deel maar ook de overige taken kunnen beter ondergebracht worden bij het Rijk en de gemeenten. De toegevoegde waarde van de provinciale activiteiten is nihil, sterker nog de provincie is vaak de vertragende factor door afgedwongen inschakeling in lopende projecten.
    Waarom blijft deze kostbare hobbyclub toch in stand?
    Naar mijn mening heeft de landelijke politiek belang bij het handhaven van de provincies als een dure buffer tussen rijk en gemeenten. Bezuiningen van het eigen apparaat worden wel aangekondigd maar nooit uitgevoerd. Beperkingen van de uitgaven gebeuren slechts op die terreinen die de burger raken. Als er door beleidswijzigingen bijv. binnen het erfrecht, minder inkomsten dreigen binnen te komen, moet dat gecompenseerd worden nodig of niet. De neiging om de budgetruimte te handhaven komt ook tot uitdrukking in de grote overschotten van o.a. ook weer de provincie’s zodat naarstig gezocht moet worden naar mogelijkheden om geld uit te geven.
    Hopenlijk wordt bij de invoering van het rekening rijden en de daarmee samenhangende verdwijning van de provinciale opcenten weer eens duidelijk dat de provincie’s gemist kunnen worden als kiespijn.

  11. Frank Lenssen zegt:

    Vanochtend, toen ik trachtte wakker te worden met een begin van vineuze kater, sprong mijn hart toch weer de goede kant op toen ik Teletekst las. Wat bleek: Wouter Bos had persoonlijk de Commissaris der Koningin in Noord-Holland gebeld, om hem terug te roepen van zijn voornemen ‘om de poen uit IJsland terug te halen’.
    In een paar regeltjes is dit zó veelzeggend: megalomaan klein bestuurdertje met onduidelijke functie-omschrijving gaat verspild fortuin helemaal zelf wel even opeisen.
    Hulde voor Wouter Bos. Ik ben trouwens niet van de ene op de andere dag ‘fan’ geworden (zoals zovele anderen). Hij is solide en betrouwbaar, en bewijst dat, nu de nood aan de man is.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.