GPDonnergate is niet het echte probleem

Het schandaalgeroep van de SP in de Tweede Kamer maakte het minister Donner donderdagavond wel erg makkelijk. Hij kon zich staatsmanlijk vastklampen aan het lopende onderzoek naar de bedrijfsspionage van zijn voorlichters bij de GPD-persdienst.

Donner had de jurist en de moralist in hem zelf een vrije dag gegeven, maar al crisisbezwerend lichtte de politieke insider Donner een bedenkelijker tipje op van de Haagse cultuur.De minister zei: „Op het moment dat een journalist om een interview vraagt, wordt dat toegestaan op voorwaarde dat de tekst voor publicatie wordt voorgelegd, teneinde te voorkomen dat iemand woorden in de mond worden gelegd of onjuiste feiten worden vermeld. Die correctie heeft ook in dit geval plaatsgevonden. Ik zie niet in dat dit beïnvloeding is. Als het wel beïnvloeding zou zijn, dan is er in Den Haag heel veel beïnvloeding.”

Met die woorden legde Donner in de Handelingen van de Kamer een praktijk vast die veel zorgelijker is dan het vergrijp van een ambitieuze en succesvolle journaliste die haar speurneus niet aflegde nadat zij was ingegaan op een vleiend aanbod van het ministerie waar zij als GPD-verslaggeefster zo veel nieuws had weggehaald. Journalisten die gewend zijn primeurs te scoren kunnen de adrenaline van het eerder en meer weten niet snel missen. Op een voorlichtingsafdeling is het een primeur als je weet wat de kranten morgen schrijven.

Het is natuurlijk stom en fout dat de primeurjager en later ook haar man op het ministerie 366 keer hebben ingelogd in het systeem van de persdienst die bijna alle regionale kranten van landelijke en internationale kopij voorziet. Het is een strafrechtelijk vergrijp. Daar zweeg de minister wel erg ruim over. Maar het belangrijkste is de cultuur. Niet de cultuur van Big Brother waar SP-Kamerlid Gerkens op doelde. Maar de cultuur van ons kent ons.

Er zijn veel voorlichters die in een eerder bestaan journalist waren, sommigen gaan meer dan één keer door de draaideur, al of niet via Philips of de RVD. Het voordeel is wederzijdse ervaring met elkaars noden en tijden. Het nadeel kan zijn dat te nauwe banden leiden tot vervloeiende verantwoordelijkheden. Daar is Nederland toch al zo rijk aan.

De praktijk waar minister Donner tussen neus en lippen op doelde is een ingesleten gewoonte die een hoge uitzondering zou moeten zijn. Iedereen die weleens is geïnterviewd weet hoe ergerlijk het is als je verkeerd wordt geciteerd. Of, wat vaker voorkomt, als je woorden ongelukkig worden samengevat. Om dat te voorkomen vraagt de Nederlandse gezagsdrager (of zijn voorlichter) of hij de tekst „nog even mag zien voordat het de krant ingaat”. Dat is verworden van vraag tot vast recht.Het verzoek, gebaseerd op geïnstitutionaliseerd wantrouwen, wordt zelden of nooit gedaan aan tv- of radioverslaggevers, terwijl die ook vaak achteraf knippen en plakken. Zelfs een live-optreden kan door de context of de cameravoering een ander effect hebben dan de geïnterviewde hoopt. Radio- en tv-verslaggevers hebben op de een of andere manier beter duidelijk gemaakt dat je maar moet zeggen wat je denkt, zodat ieder citaat per definitie klopt. Een keer is scheepsrecht.

In de huidige Haagse praktijk vinden politici en hun communicatieadviseurs het de gewoonste zaak dat de tekst van vraaggesprekken vooraf wordt voorgelegd. Met de impliciete veronderstelling dat zij wijzigingen kunnen vragen, c.q. aanbrengen. En als men het er echt niet over eens wordt, dan gaat het feest niet door. Zo’n veto is meestal erger voor de journalist dan voor de bewindsmens die morgen weer een andere interviewer op de stoep heeft.

Serieuze Amerikaanse collega’s reageren verbijsterd als zij horen van deze Nederlandse praktijk. ‘No way’, politici moeten zeggen wat zij kwijt willen, en als zij mij niet vertrouwen in de verwerking daarvan, dan moeten zij maar niet met mij praten. Amerikanen zetten sowieso veel minder letterlijke vraaggesprekken in hun kranten. Maar als zij het doen kunnen zij zich geen klachten achteraf veroorloven.Dat is de keerzijde van deze trotse opstelling: perfect citeren is geboden. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken helpt daar graag een handje bij: als je de minister hebt geïnterviewd staat binnen enkele uren een letterlijk transcript van het hele gesprek op de website van het State Department. Als je de hitte van dat zoeklicht niet aandurft, blijf je uit de keuken.

De te knusse interviewbegeleiding in Nederland is een onderdeel van een groter probleem: rolverwildering. Politici hebben moeite het beleid waar zij op zijn gekozen te verdedigen. Of, als zij compromissen hebben moeten sluiten, gewoon uit te leggen dat het geven en nemen is in een minderhedendelta. Kamerleden hebben moeite zich aan hun taakomschrijving te houden. Te velen vergeten dat wetgeving hun eerste taak is. Te velen denken dat zij vanwege hun coalitieakkoord niet meer mogen controleren.Te veel ambtenaren hebben als taak beleid te verkopen. Ongeacht wat de Kamer bromt. Onder het motto dat het andere tijden zijn geldt daarbij als basisregel: als het volk het beleid koopt heeft de Kamer het nakijken. Toen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid eind vorig jaar een nieuwe Directeur Communicatie zocht, stond in de advertentie dat hij 100 fte (full time equivalent of ‘volle banen’) onder zich had.

De ‘CoördinatieGroep Voorlichtingsraad’ (die ‘wordt aangestuurd door de VoorlichtingsRaad, het collectief van directeuren Voorlichting en Communicatie’ onder leiding van de directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst) mikt op: ‘Ondersteuning bij algemene beeldvorming kabinet’, ‘Communicatie van kabinetsbrede thema’s’ en ‘Ontwikkeling Grondtoon Rijkscommunicatie’.

Als de Nederlandse politiek meent dat gecentraliseerde spin geboden is om verwarring en onvrede onder het volk te temmen, dan moet de Nederlandse journalistiek ook harder gaan lopen. En allerlei voorwaarden vooraf kunnen weigeren op grond van excellente prestaties. Ieder z’n rol, zonder vijandschap.

Geen van de betrokkenen aan wie deze tekst is voorgelegd, voorzover mogelijk natuurlijk, had bezwaar tegen de gekozen voorstelling van zaken. Aldus de eerste zin van P.F. Thomese’s Vladiwostok!, een meeslepende fantasie in de wereld van voorlichting, spin en politiek. Minister Donner zal de zin zonder verbazing lezen als de roman voor een keer de detectives van zijn nachtkastje verdrijft.