Kwaliteit onderwijs op jenaplanscholen minder dan gemiddeld
Zijn meer vrijheid en meer eigen inbreng goed of slecht voor de leerprestaties van de basisschoolleerling? Daar is al jaren onduidelijkheid over. Onderzoekers Tineke Paas en Lia Mulder van het Nijmeegse onderzoeksinstituut ITS keken naar de prestaties van kinderen op algemeen bijzondere scholen. De conclusie? Op basisscholen met een vernieuwende onderwijsfilosofie, zoals jenaplan, Dalton en Montessori, blijven leerlingen achter bij hun leeftijdgenoten in het reguliere basisonderwijs.
De resultaten zijn deze week gepubliceerd in onderwijsblad Didaktief. Voor het onderzoek werden de prestaties van leerlingen in de groepen twee, vijf en acht gemeten. Jenaplanscholen presteren het slechtst, aldus het onderzoek. De leerlingen op die scholen scoren gedurende de hele schooltijd onder het landelijk gemiddelde.
Leerlingen op Montessorischolen lopen hun achterstand geleidelijk in. Ze beginnen vrij traag, maar aan het einde van de basisschool is het verschil met reguliere scholen zo goed als verdwenen, stellen de onderzoekers. Je kunt als aanhanger van een ‘vernieuwende onderwijsfiliosofie’ volgens de onderzoekers het best terecht op een Daltonschool. Daar liggen de leerprestaties rond het landelijk gemiddelde.
Jaap Meijer, voorzitter van de Nederlandse Jenaplan Vereniging, is kritisch over de studie. „Voor het onderzoek is slechts een tiende van de Jenaplanscholen geraadpleegd. Daar kun je volgens mij geen algemene conclusies aan verbinden.” Toch is de onderzoeksmethode niet ongebruikelijk. Veel onderzoekers nemen genoegen met een nog lager percentage. Denk maar eens aan de kiespeilingen. Meijer weet wel dat er een aantal zwakkere scholen is. “Maar we zijn daar bezig met het doorvoeren van verbeteringen.”
De onderzoekers kunnen geen verklaring geven voor de verschillen. Daarvoor vinden zij het nodig beter te kijken naar de doelstellingen en de onderwijskundige aanpak van de verschillende typen traditionele vernieuwingsscholen. Bij het zoeken naar oorzaken van de geconstateerde verschillen willen de onderzoekers onder meer kijken naar de etnische afkomst van de leerlingen en de betrokkenheid van hun op ouders.
De vernieuwingsscholen zijn in Nederland onder meer ontstaan uit onvrede met de idee dat scholen er alleen zijn om te leren en andere vaardigheden er niet worden ontwikkeld. Voor het onderzoek zijn bij ruim vierduizend leerlingen op 64 vernieuwingsscholen reken- en taalvaardigheid getoetst.




Abonneer je 
donderdag 24 juni 2010, 16:08 uur
[...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door NRC en rijnmond, NRC Binnenland. NRC Binnenland heeft gezegd: Kwaliteit onderwijs op jenaplanscholen minder dan gemiddeld http://bit.ly/d4Tguj [...]
donderdag 24 juni 2010, 16:25 uur
De kwaliteit van het onderwijs is toch niet meteen gelijk aan de prestaties van de leerlingen? Misschien waren de leerlingen al minder goed om te beginnen, misschien kiezen ouders juist voor hun wat minder goed lerende kroost het Jeneplanonderwijs, waar kinderen niet alleen op leerprestaties worden beoordeeld.
Of de Jenaplankinderen op een reguliere school hoger hadden gescoord, daar komen we niet achter. (Daar komen we NOOIT achter zolang er (gelukkig!) keuzevrijheid is.)
donderdag 24 juni 2010, 16:30 uur
Volgens de website van Jenascholen zijn er zo’n dikke 200 in Nederland. Dus zijn er voor het onderzoek 20 onderzocht. Nu hangt het inderdaad een beetje af van de spreiding per school hoeveel scholen er onderzocht moeten worden om een zinnig gemiddelde te bepalen. Maar 10% is niet per se een te klein aantal. Dus het is veel te simpel om het onderzoek daarom maar te negeren. Maar ter verdediging van Dhr.Meijer: een vergelijken van een gemiddelde zonder onzekerheid getuigt van slechte kennis van statistiek. Helaas blijkt dat voor de meeste mensen te gelden…
donderdag 24 juni 2010, 17:59 uur
[...]De vernieuwingsscholen zijn in Nederland onder meer ontstaan uit onvrede met de idee dat scholen er alleen zijn om te leren en andere vaardigheden er niet worden ontwikkeld.[...]
Grappig om te zien dat het onderzoek zich richt op het vergelijken van de leerprestaties en dat de andere vaardigheden buiten het onderzoek worden gehouden. Ik lees in ieder geval niet welk schooltype de meest sociaal aangepaste leerlingen aflevert.
Of welk schooltype het best is voor je carriere.
donderdag 24 juni 2010, 18:25 uur
Omdat nu ten onrechte de indruk wordt gewekt, dat de (cognitieve) leerprestaties op het Vrije Schoolonderwijs (i.c. het onderwijs conform de antroposofische leerstellingen van Steiner (1861-1925 (!)), – die niet in dit onderzoek zijn vervat – wél gelijk te stellen zouden zijn, aan die van het reguliere onderwijs, mag ik (ten overvloede wellicht) nog even wijzen op een nogal onthullend proefschrift terzake van Hilde Steenbergen.
Daarin stond vorig jaar de wetenschappelijk onderbouwde conclusie vermeld, dat het VS-Onderwijs (Basis en Middelbaar) structureel ten achterbleef bij het reguliere onderwijs.
Structureel : De door de leerlingen opgelopen cognitieve achterstand wordt/werd ook in een later onderwijs-stadium niet meer ingelopen.
Zulks geheel contraire aan de talrijke (dus loze) beweringen vanuit dat type onderwijs zelve…
Zie o.a. de NRC : http://tinyurl.com/dxrqj7
donderdag 24 juni 2010, 19:31 uur
Ik zat tussen 1959 en 1965 op een Montessorischool. Ook toen bestond dat onderwijs al erg lang. Wat er dus ‘vernieuwend’ is aan dat onderwijs ontgaat mij helemaal. Het toont andermaal aan dat de term ‘vernieuwend’ maar beter helemaal afgeschaft kan worden. Hier wordt de term gebruikt in de betekenis van ‘anders dan standaard’ of ‘onderwijs volgens een zekere ideologie’.
donderdag 24 juni 2010, 20:02 uur
Volgens mij had de titel anders moeten zijn: Kwaliteit op het gebied van reken- en taalvaardigheid op een aantal bijzondere scholen minder. Er wordt niets verteld over de sociale, kunstzinnige en andere kwaliteiten.
donderdag 24 juni 2010, 20:08 uur
Gelet op de verscheidenheid in de reacties en ook op het feit dat het hier niet (?) om een proefschrift gaat, is het belangrijk om zorgvuldig te zijn met overhaaste conclusies en uitspraken. Voor je het weet heb je (weer) een “iedereen-weet-het-beter-discussie”
donderdag 24 juni 2010, 20:25 uur
Het onderzoek bevestigt de beoordeling van de Onderwijsinspectie over de leerprestaties van scholen met een specifiek didactisch concept. Dit is in feite al jaren zo, omdat de leerprestaties worden gemeten over de cognitieve vaardigheden. Vernieuwingsscholen hebben een bredere visie op onderwijs. Naast cognitieve vaardigheden wordt ook aandacht besteed aan persoonlijke ontwikkeling en sociale vaardigheden. Om recht te doen aan het belang van deze competenties heeft de Onderwijsinspectie dan ook besloten om te verkennen op welke manier andere opbrengsten dan cognitieve kunnen worden gemeten en beoordeeld. Veel ouders zullen blij zijn met deze erkenning. Ouders die bewust kiezen voor een school, waar de individuele ontwikkelingsmogelijkheden van hun kinder centraal staat willen ook een sterke school voor hun kind. Een school waar je zo begeleid wordt,dat je vertrouwen hebt in de toekomst.Zoals onlangs een nieuw kamerlid antwoordde op de vraag of hij als 24 jarige wel geschikt was als volksvertegenwoordiger: “ik ben een Vrije school leerling”.
donderdag 24 juni 2010, 23:30 uur
Talrijke belangrijke beslissingen in het onderwijs worden voortdurend genomen op basis van:
- ideologie
- goede bedoelingen
- selectieve waarneming
- retoriek
- eigenbelang
en zelden of nooit op basis van feiten en de ratio.
Dat is mijn – toch wat droevige – conclusie na 25 jaar professionele bemoeienis met het onderwijs, in de rol van leraar, opleider en onderzoeker.
Dit bedoel ik als droge constatering, niet als klaagzang. Het is ook zeer wel verklaarbaar waarom aan bovengenoemde emoties en sentimenten voorrang verleend wordt door leraren, schoolleiders, beleidsmakers en zichzelf noemende ‘onderwijskundigen’.
Ten eerste weten we over onderwijs, didactiek en pedagogiek wetenschappelijk gezien erg weinig steekhoudends. En dat komt weer doordat subjectiviteit en ‘de persoon’ zo’n belangrijk, zelfs doorslaggevend element uitmaken van elke leer- en onderwijsvorm.
Geef twee leraren een boek en ze geven er heel verschillend les uit. Vertel de docenten dat ze het elk op de manier van hun collega moeten doen en beide docenten zullen slechter presteren.
Geef aan twee leerlingen dezelfde les en ze zullen er iets verschillends van opsteken. Bestudeer twee leerlingen met hetzelfde cijfer voor wiskunde, en ze blijken heel verschillende kennisinhouden te hebben.
Dat maakt het moeilijk om op ‘de feiten’ te koersen, want er zijn erg weinig feiten – al willen ‘onderwijskundigen’ ons anders doen geloven.
Ten tweede zijn er weinig zakelijke redenen om in het onderwijs te willen werken. De arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomstandigheden zijn er ronduit slecht. Daarnaast vraagt het heel wat van je persoon om je een leven lang te omringen met kinderen, die voor een groot deel van de tijd en van hun toekomst van je afhankelijk zijn. Daarvoor is een grote persoonlijke motivatie nodig, alsmede een groot vertrouwen in het eigen kunnen en in de goede afloop. Maar dat soort zaken laten zich nauwelijks empirisch-onderwijskundig onderzoeken – terwijl het belang van deze ‘persoonlijke drijfveren’ niet kan worden overschat.
Het is een feit dat er een gapend gat zit tussen de onderwijskunde – die bijvoorbeeld ‘zelfstandig leren’ en ‘competentiegericht leren’ wil bevorderen, en het leraarschap dat voorrang geeft aan de eigen motivatie en tot voor kort voortreffelijke expertise en intuïtie. Op traditionele scholen zien we leraren met onderling zeer verschillende onderwijsopvattingen toch zakelijk samenwerken en elk hun eigen ding doen. En wel het beste ding waartoe ze, gezien hun expertise en hun persoon, in staat zijn.
Maar wie op een Jenaplanschool gaat werken, moet zich conformeren aan de ideologie van het zelfstandig lerende kind, moet zich blootstellen aan de retoriek waarmee die ideologie wordt verkocht, wordt een blind vertrouwen gevraagd in de goede bedoelingen van het schoolbestuur, krijgt vooral oog voor de positieve kanten van dit soort onderwijs en leert de negatieve negeren, en zal omwille van het schoolbelang de glorie van het Jenaplanonderwijs zingen.
Constateringen zoals in bovenstaand artikel – Jenaplanscholen presteren slecht – zal vanwege de cognitieve dissonantie slechts leiden tot reacties waar de ontkenning, bagatellisering en gemakkelijke relativering vanaf druipt. Zij zullen geen rimpeling teweegbrengen in de ideologische vijver van het Jenaplanonderwijs. Wie een blind geloof aanhangt, leert ongaarne te zien.
Ook Jenaplandocenten varen blind op hun ideologie, op de schoolse retoriek (‘het kind centraal’), nemen vooral de vermeend positieve kanten van hun onderwijs waar (‘onze leerlingen zijn sociaal’) en laten zich de status van hun ‘bijzondere’ onderwijs niet zomaar ontnemen.
De keus is uiteindelijk aan de ouders. Laten we hopen dat een deel van de ouders wél gevoelig is voor redelijke en feitelijke argumenten. Het lijkt me in het belang van hun kinderen.
vrijdag 25 juni 2010, 0:09 uur
Dit verbaast mij niets. Ik was leraar op een Jenaplan school in de jaren ’70. Wij, de leerkrachten, kwamen tot de conclusie dat “kinderen op hun eigen niveau laten werken” in de praktijk betekende dat kinderen in hun eigen tempo werkten, wat niet het zelfde is. Wij zagen in dat een groot gedeelte van de kinderen beneden hun niveau werkte omdat ze in hun niveau groepen niet genoeg stimulatie kregen door de afwezigheid van medeleerlingen waar aan ze zich op konden trekken.
Bovendien konden leerlingen die lui of gemakzuchtig waren zich verstoppen achter het idee dat dit immers hun “niveau” was. Alleen de kinderen die van nature ambitieus waren deden het goed en dat is meestal een minderheid.
Na een aantal jaren als Jenaplan school gewerkt te hebben zijn wij toen tot de conclusie gekomen dat de Jenaplan theorie in de praktijk niet werkte. We zijn toen terug gegaan naar een meer traditionele vorm van onderwijs waarbij we sommige aspecten van Jenaplan behielden.
vrijdag 25 juni 2010, 6:49 uur
School prestaties relateren aan leerling prestaties is ten eerste zeer dubieus maar helaas een veel gebruikte maatstaf. Niet alleen in Nederland maar ook elders in de wereld. Ik ben als docent/wetenschapper binnen het veld van onderwijs verbonden aan een universiteit in Zuid Oost Azie en wat wij hier steeds weer zien is dat leerling prestaties erg weinig zeggen over de algemene ontwikkeling van een kind. Misschien herken je dat zelf nog wel dat pas jaren later het kwartje valt. Beter laat dan nooit.
Het alternatieve onderwijs dat hier langzaam opkomt wordt nog steeds niet erkent door vele overheden in de regio hoewel de cognitieve capaciteiten van de kinderen veel beter ontwikkeld zijn. Kennis, en dan in het specifiek feiten kennis is hier uiteraard de maatstaf en door middel van het uit het hoofd leren van de feiten en vaak ook antwoorden op vragen wordt hier getest. Helaas is dit ook vaak het geval in Nederland en het zegt bar weinig over wat een kind echt kan. Binnen ons master’s programma kan ik direct aanwijzen welke Aziatische studenten uit het alternatieve onderwijs komen. Deze zijn veel scherper, veel beter in het maken van interpretaties op basis van onderzoeken en zijn een stuk breder onderlegd.
Het zou een betere maatstaf zijn om bijvoorbeeld vijf jaar na het verlaten van het speciaal onderwijs of regulier onderwijs kinderen te gaan testen. Hoeveel beter presteert bijvoorbeeld een jenaplan leerling in VWO 4 ten opzichte van een leerling die door het gewone onderwijs ging? Ik denk dat dat in combinatie met een beter gebalanceerde test batterij die ook cognitieve and sociale vaardigheden evalueert in plaats van test.
vrijdag 25 juni 2010, 7:46 uur
Mijn zoon heeft met veel plezier op de Openbare Jenaplan Basisschool “De Blijberg” in Rotterdam gezeten.
Hij heeft er fatsoenlijk leren lezen, rekenen en schrijven, heel veel feest gevierd en talloze andere nuttige zaken geleerd. Zaken die destijds op mijn Openbare Lagere School nooit aan de orde kwamen.
Tenslotte heeft mijn zoon zijn basisschoolcarriere besloten met een Cito-score van 550 (maximum) en nu zit hij op het gymnasium.
Wat kun je je als ouder nog meer wensen?
vrijdag 25 juni 2010, 9:20 uur
Hoe wordt een onderzoek opgezet? Waar kijken deze onderzoekers naar? Kijken ze naar de CITO-score? Of kijken ze hoe de kinderen het in het voortgezet onderwijs doen?
Al jaren volgen wij onze kinderen van groep 8 in het VO en dan blijkt dat de adviezen die wij geven en die ver boven het landelijk gemiddelde liggen zeer betrouwbaar zijn. Lees het artikel in dagblad Trouw, waaruit blijkt dat een kwart van de HAVO leerlingen terugvalt naar VMBO-TL. Dat is niet het geval op De Kleine Prins, school voor montessori- en daltononderwijs.
Dit soort onderzoeken zetten verkeerde trends en onderzoeken slechts een klein onderdeel.
vrijdag 25 juni 2010, 9:41 uur
“Leerlingen op Montessorischolen lopen hun achterstand geleidelijk in. Ze beginnen vrij traag, maar aan het einde van de basisschool is het verschil met reguliere scholen zo goed als verdwenen, stellen de onderzoekers. ”
Is dit nu juist geen argument vóór de kwaliteit van het montessori-onderwijs? Want als er ook maar iets overeind blijft van de meerwaarde van montessori-onderwijs én de prestaties zijn aan het eind van de rit gelijk aan die van traditionele onderwijs, dan lijkt me dat een geweldig resultaat: harmonische, zelfstandige kinderen, die ook nog een goede intellectuele basiskennis bezitten.
vrijdag 25 juni 2010, 10:16 uur
In reactie op een paar inzenders:
Dat het onderzoek zich op rekenen en taal richt, heeft een goede reden. Rekenen en taal zijn de core-business van het onderwijs omdat ze beide nodig zijn om alle andere vakken optimaal te kunnen volgen. Wie niet kan lezen of rekenen, loopt vast bij economie, aardrijkskunde, zelfs bij tekenen, muziek, timmeren of machines bedienen. Vandaar.
Traditioneel vernieuwingsonderwijs is een naam, geen suggestie. Het was bij ontstaan zeer vernieuwend. Omdat deze concepten inmiddels al heel wat decennia bestaan, is de toevoeging ‘traditioneel’ bedacht. ‘Vernieuwend’ zegt in deze context alleen: uitgaand van een specifieke onderwijsopvatting. Zoals ‘speciaal’ zegt: voor kinderen met een beperking. En zoals ‘bijzonder’ zegt: niet-openbaar.
Overigens, maar dit terzijde, zijn elementen uit alle traditioneel-vernieuwende concepten intussen doorgedrongen in het reguliere onderwijs. Denk aan het kringgesprek, de viering, montessorimateriaal, werken met hoeken, werken met contracten en dergelijke.
En ten slotte: inderdaad, een school is op de eerste en laatste plaats een leerinstituut. Dat we intussen, mede dankzij de traditionele vernieuwingsscholen ook de reguliere scholen, veel aandacht besteden aan kunstzinnige, sociale en andere aspecten doet daar niets aan af. Die aspecten staan in dienst van het leren. Zodra ze de plaats innemen van, of afbreuk doen aan het leren zelf, schiet een school tekort in haar taak.
vrijdag 25 juni 2010, 10:19 uur
@Freek Olaf
Goed om te horen dat Nederlandse onderwijskundigen ook het onderwijs in Zuid Oost Azie aan het vernieuwlen zijn. Wordt Nederland misschien toch niet over een paar jaar gedegradeerd tot derde wereld land (met Oost Azie als de nieuwe eerste wereld).
vrijdag 25 juni 2010, 10:33 uur
Mijn opa heeft met veel plezier sigaren gerookt, meestal merk ‘Agio’.
Het heeft hem genoegen verschaft, een verzetje, rust gegeven, gesprekspartners opgeleverd en heel veel gezelligheid. Zaken die niet-rokers een stuk moeilijker verkrijgen.
Tenslotte heeft mijn opa zijn sigarenrokende leven op 95-jarige leeftijd afgesloten, in een relatieve goede gezondheid.
Wat kun je je als roker nog meer wensen?
Maar ik ben niet zo wereldvreemd om uit het voorbeeld van mijn opa de conclusie te trekken dat er met sigarenroken niks mis is, dat mijn opa niet domweg geluk gehad heeft, en dat het niet wijd en zijd bekend is dat je van roken kanker krijgt en voortijdig sterft.
vrijdag 25 juni 2010, 10:47 uur
@Bas Paemen: de grootste rijkdom van jullie school in de jaren zeventig was dat jullie als team zelf konden beslissen welke richting je met de school insloeg. Dat, gevoegd bij het feit dat jullie kennelijk een open oog hadden voor de realiteit van wat de Jenaplan-benadering in jullie praktijk teweegbracht.
Kom daar nu nog maar eens om.
Vergeleken met dertig jaar geleden is de autonomie van de leraar en van het lerarenteam gedevalueerd, en is de macht van het ‘geprofessionaliseerde’ schoolbestuur, de uitgedijde schoolleiding en het nog uitgedijder ‘middenkader’ toegenomen. Zij bepalen visie en richting, en leraren worden geacht braaf mee te lopen.
CDA-staatssecretaris voerde vorig jaar in het mbo het ‘competentiegericht leren’ formeel in. Een alternatieve onderwijsvorm met elders slechte tot zeer slechte resultaten wordt hier om ideologische redenen als Staatsdidactiek ingevoerd. Inspraak van leraren: nul. En bij wet geregeld: als een team leraren zou zeggen ‘doen we niet’, dan overtreden ze de wet!
De Vereniging Beter Onderwijs Nederland legt een zwartboek aan van alle gevallen waarin dissidente leraren door hun eigen schoolleiding worden geïntimideerd, in hun werkwijzen beknot, gederangeerd of uiteindelijk weggewerkt. De ideologie en retoriek hebben de overhand genomen in het ‘moderne personeelsbeleid’ waartoe de schoolbesturen namens OCW zijn gemachtigd. Het gevolg is dat ontwikkelde, ambitieuze, zelfstandig nadenkende leraren uit het onderwijs verdwijnen en we er aanzienlijk lager geschoolde, brave ‘uitvoerders’ voor terug krijgen.
Omdat in het onderwijs alle slagers hun eigen vlees mogen keuren, blijven de cijfers prachtig ook al zijn de leerprestaties ver onder de maat. De diplomamachine blijft wel draaien.
We zien het voor onze ogen gebeuren en bij de politiek én in de samenleving heeft het prioriteit nul.
vrijdag 25 juni 2010, 11:18 uur
[...] wel honderd jaar actueel. Zo ook de manier waarop ons onderwijs is georganiseerd. Uit een recent onderzoek zou namelijk blijken dat traditionele vernieuwingsscholen slechter scoren op het gebied van [...]
vrijdag 25 juni 2010, 13:07 uur
Nonsens on stilts! Voor een uitgebreide reactie op dit stuk zie http://vrij-natuurlijk.nl/2010/06/vicieuze-cirkel/
vrijdag 25 juni 2010, 13:13 uur
ik ben het eens met een eerdere opmerking dat de kop eigenlijk moet zijn: reken en spellingstoetsen op jenaplanscholen lopen achter bij reguliere scholen. een geheel andere conclusie dan de kop die er nu boven staat. wat de reden is voor deze achterstand, dat weten we natuurlijk niet. het kan aan heel veel dingen liggen, waaronder de onderwijsvorm. Maar net zo goed aan b.v. het feit dat kinderen op en jenaplanschool minder vaak “getoetst” worden en daardoor minder kien zijn in het maken van toetsten. Dit is maar een suggestie, maar ik kan me er wat bij voorstellen.
Ik ben vader van drie kinderen die op een Jenaplan basisschool zitten. Heb nooit spijt gehad van deze keuze en vind vooral de reactie van mevrouw Verwoerd erg vreemd. Ouders hebben in Nederland de vrije keuze voor een school. Ouders hebben ook de verantwoordelijkheid om betrokken te zijn bij wat er gebeurt op de school, wat het kind leert, hoe het gaat etc. Nergens heb ik deze betrokkenheid van ouders en leerkrachten zo groot ervaren als bij de school waar mijn kinderen naar toe gaan. Niet alles gaat goed, uiteraard, want alles in ons leven is “mensenwerk”. Bij haar klinkt de licht verongelijkte toon door, die je helaas te vaak hoort van de leraar die vindt dat hij/zij geen waardering krijgt en te weinig verdient. Dit is duidelijk niet de juiste leerkracht voor een Jenaplanschool!
Het uitgangspunt van het onderwijs op een jenaplanschool stelt in mijn idee juist die dingen centraal die “we” belangrijk vinden in onze maatschappij, eigen ontwikkeling, samen leven, geen hokjes. Als het maar geen dogma wordt en dat heb ik nog nooit gemerkt.
Niet voor niets zijn dergelijke “vernieuwingen” al gemeengoed op nagenoeg alle scholen. Uiteraard moet er ook gerekend en geschreven worden, maar er is ook aandacht voor andere zaken. Gelukkig is er dan weer de vrije keuze om te zien of deze school bij je past of niet.
En er is meer in het leven dan alleen rekenen en schrijven, ook als je 8 jaar bent.
vrijdag 25 juni 2010, 16:23 uur
Ik vind het een goede zaak dat NRC meer aandacht is gaan besteden aan onderwijs (vandaar dit onderwijsblog), maar vind het niet juist dat ‘nieuws’ gebracht wordt uit onderzoek dat nog niet wetenschappelijk verantwoord is – met andere woorden: dat nog niet de toets der wetenschappelijke kritiek heeft doorstaan.
Er is namelijk, behalve goed onderzoek, ook heel wat rotzooi in het sociaal-wetenschappelijk onderzoek. De RNC-lezer verdient het niet om met oncontroleerbare, mogelijk opgeblazen of onvoldoende verantwoorde conclusies opgezadeld te worden.
Misschien hebben Paas en Mulder uitstekend werk geleverd, misschien ook niet. Op de ITS-website van deze onderzoekers wordt de betreffende studie niet vermeld. Dan vind ik dat onderzoeksjournalisten terughoudendheid moeten betrachten. Niemand schiet iets op met onhelder onderzoek; noch de voorstanders, noch de tegenstanders van Jenaplan- en ander vernieuwingsonderwijs.
Zo zou ik graag willen weten met welke methodiek de leerprestaties zijn gemeten en vergeleken. In het bijzonder wil ik weten of gecontroleerd is voor variabelen waarvan we weten dat die er toe doen, zoals het opleidingsniveau van de ouders. Me dunkt dat er onder de ouders die hun kinderen naar het Jenaplan-, Dalton- en Montessori-onderwijs sturen, relatief veel hoger opgeleiden zijn. Als hun kinderen dan aan het einde evenveel hebben geleerd als kinderen van lager opgeleide ouders op een doorsnee basisschool, dan is dat niet conform de verwachtingen. Daaruit kan dus nooit de conclusie getrokken worden dat verschillen of overeenkomsten in leerprestaties aan de denominatie van de school moeten worden toegeschreven.
vrijdag 25 juni 2010, 16:32 uur
Wat me voornamelijk interesseert is de conclusie dat de leerlingen van dit soort ‘bijzonder’ onderwijs ‘later’ de relatieve cognitieve achterstand niet schijnen in te lopen. Ben erg nieuwsgierig op welke gronden deze conclusie kan worden getrokken, welke onderzoeks methode hiervoor is gebruikt en of lln. van het reguliere onderwijs cognitieve achterstanden wel inlopen. Is dit een verhaal van de kip en het ei? Aannemend dat de meeste Nederlanders nog immer regulier basis en middelbaar onderwijs hebben gevolgd en dus beschikken over een relatieve cognitieve voorsprong. Hoe verklaren we dan de huidige maatschappelijke onrust etc.? De meeste financiele deskundigen die de bank crisis in 2008/09 veroorzaakten,waren reguliere onderwijs leerlingenen aan hen kan toch bepaald geen cognitieve voorsprong worden toegeschreven.
De werkelijkheid is immer zoals we die formuleren.
vrijdag 25 juni 2010, 23:23 uur
@Willem Hamminga
Ook ik heb een zoon, ook CITO-score 550, ook gymnasium.
Wat kun je je nog meer wensen? Nu, bijvoorbeeld dat door die CITO-score van 550 ook een goede kennis van aardrijkskunde en geschiedenis, rekenen en taal wordt gegarandeerd. Dat is NIET het geval, zoals ik zelf voor wat betreft aardrijkskunde en geschiedenis kon vaststellen. Een CITO-score is een geschiktheidsindicatie voor het voortgezet onderwijs. Over basale zaken zoals de Hugenoten, de val van Antwerpen of Lodewijk de Veertiende, de ligging van Appelscha of Heerlen, het kunnen rekenen met breuken of weten wat een lijdend voorwerp is zegt die CITO-score nul komma niks. Ik had, achteraf gezien, wel wat meer waar voor die cito-score 550 willen zien.
Veel mensen zie die CITO als het einddoel van het lager onderwijs. Dat is misschien wel realistisch, maar qua onderwijs is het een misser.
woensdag 30 juni 2010, 20:57 uur
@13 willem hamminga.
@25 Bernard Wijntuin
Uit het simpele feit, dat velen 550 punten (maximum) op een CITO toets kunnen halen bewijs al, dat deze toets niet het maximaal haalbare meet, maar dat deze toets enkel een zeventje al als een tien met een griffel waardeert. Het zegt niets over de werkelijke kwaliteit van het onderwijs.
Wat U nog meer zou kunnen wensen?
Wat dacht u van een gymnasium oude stijl met 6 talen (Grieks, Latijn, Nederlands, Frans, Duits en Engels), 3 wiskunde vakken (althans de beta’s), scheikunde en natuurkunde. Helaas waren geschiedenis en aardrijkskunde als eindexamenvakken in mijn tijd al gesneuveld.
Het enige wat ik miste -vooral in gesprekken met Franse scholieren-, was het vak filosophie, welk vak wel in Frankrijk onderwezen werd.
Bovendien hadden we altijd 3 lesuren gymnastiek per week! Kom daar nu maar eens om.
woensdag 30 juni 2010, 21:33 uur
rekenen en taal zijn core zaken. Beslist. Maar de competentie’s en vaardigheden om te leren net zo zeer. De taal en rekenvakken zijn geen einddoel. Het einddoel is sucesvol worden in het leven en daar heb je taal en rekenen bij nodig, instrumenten. Je moet kunnen communiceren en netwerken en daar is veel meer voor nodig dan alleen de taal en cijfers. Natuurlijk moet dit in orde zijn, maar de vaardigheden om succesvol te zijn zijn dat ook. En die meten we niet???Als docent vmbo, zie ik in de basis en kader klassen veel kinderen die dood geknuppeld zijn door de nadruk die ligt in het basisonderwijs op taal en rekenen. Extra werk, tijdens leuke dingen, meer moeten doen dan anderen. etc Wanneer daar de nadruk op ligt, wordt het een strafmidddel. Tevens ligt de nadruk op cito scores. Oftewel, altijd maar ploeteren om en a of b score te halen, anders ben je zwak.Wat is er mis mee om gewoon jezelf te zijn en tegelijk alles eruit te halen wat er in zit? Jammer dat Howard Gardner slechts een theorie is en geen praktisch instrument dat uitgevoerd wordt, dan zouden alle kinderen aan bod komen.
Een ouder met 3 kinderen op een Jenaplanschool, zelf afgestudeerd Jenaplan leerkracht en docent op een Montessor vmbo.
dinsdag 6 juli 2010, 9:57 uur
Geachte Menno Live, zoals bekend hebben docenten een voorbeeldfunctie. Niet alleen jegens leerlingen, maar ook jegens ouders die vertrouwen moeten hebben in de kwaliteiten van de docent aan wie zij hun kinderen toevertrouwen.
Daarom ben ik van mening dat als docenten een stuk in de krant plaatsen, ze er voor moeten zorgen dat hun taalgebruik onberispelijk is.
Er zijn maar twee dingen erger dan het abominabele taalgebruik in uw bijdrage: uw eventuele bagatelliseren daarvan en uw eventuele onvermogen om de vele fouten zelf op te sporen en te herstellen.
Ik houd mijn hart vast voor het taalonderwijs dat u als ‘Jenaplan leerkracht’ en ‘docent op een Montessori vmbo’ geacht wordt te geven.
maandag 12 juli 2010, 22:07 uur
#28 Else Verwoerd.
Het begint me te dagen waar Uw duidelijke frustratie vandaan komt.
Nu na 40 jaren het onderwijs eindelijk van lagere school tot en met de universiteit in de soep is gedraaid, gaat men zich bezighouden met hoe het toch zo is gekomen?
Wel, dat is door de belastingbetaler
via de politieke partijen en de regering zelf ontworpen en vervaardigd.
Niemand is er verantwoordelijk voor want niemand weet beter. Krijgen we dan “eiland Nederland” met grote bek en weinig inhoud?
Doodgeknuppelde kinderen met taal en rekenen bestaan niet, rare Menno. Wel zoekenden in de woestijn. Dat extra werk, tijdens leuke dingen, zou niet nodig zijn wanneer een kind aandacht had gehad vanaf de 1e dag, van de ouder. Dat is geen betaalde baan. Hoort gewoon bij de dagtaak. Te moeilijk? Begin dan niet aan kinderen. Er zijn er genoeg.
maandag 19 juli 2010, 3:59 uur
Menno Live.
Een van mijn kleinzonen heeft de afgelopen 3 jaren
eerst halve dagen en het laatste jaar de hele dag
Montessorie onderwijs genoten. Dat is dus vanaf zijn 4e jaar tot nu 6 en gaat in September naar de lagere school. Hij is volkomen omgetoverd van een ingekeerd kind wat je nooit aankeek, constant zat te neurien etc.
Hij heeft een prachtig handschrift, kan al aardig lezen en wat rekenen betreft kun je hem nog weinig wijsmaken. Hij is een gelukkig kind wat je aankijkt en kan onderhandelen over wat hij wil.
Zo zit het leven toch wel in elkaar Menno. Gaan we eerst voorlezen en dan in’t bad of andersom?
Wanneer U dat voor elkaar kunt krijgen met Uw eigen drietal en al het jonge spul waaraan U onderwijs geeft, verdient U een medaille.
donderdag 7 oktober 2010, 18:14 uur
[...] – Kwaliteit onderwijs op jenaplanscholen minder dan gemiddeld [...]
zaterdag 20 augustus 2011, 21:34 uur
[...] – Kwaliteit onderwijs op jenaplanscholen minder dan gemiddeld [...]