Studenten worden wel dommer, maar niet slimmer (deel zoveel)

VraagtekenWat is het  verschil tussen een Kamerlid en  een minister? Van de studenten  van de Saxion Hogeschool in Deventer weet slechts 29 procent het  juiste antwoord op die vraag. Dat  blijkt uit onderzoek van docent  Ivo Peeters. „In de aanloop naar  de verkiezingen praat iedereen  over het belang van de kenniseconomie. Ik wilde weleens weten  hoe het met die kennis stond.”

Peeters onderzocht een representatieve groep studenten op  hun algemene ontwikkeling. De  resultaten stemden hem niet vrolijk. Van de ondervraagden wist  niemand correct te melden hoeveel eeuwen er zitten tussen Karel  de Grote en Napoleon. De populairste antwoorden waren twee  eeuwen en drie eeuwen. Een  stomme film was volgens 22 procent van de studenten een film die  niet leuk is.

Slechts eenderde van  de geënquêteerden kende ongeveer de omtrek van de aarde. Eén van de ondervraagden hield het op een biljoen kilometer. Zoals een ander wist te melden dat het broeikaseffect werd veroorzaakt door de zon die door het gat in de ozonlaag feller op de aarde schijnt.

Ook opvallend: gevraagd naar  de grootste nog levende Nederlandse schrijver noemt 30 procent  Harry Mulisch, gevolgd door Jan  Terlouw en de in 1995 overleden  Annie M.G. Schmidt. Peeters:  „Dat doet vermoeden dat veel studenten sinds de basisschool nog  maar weinig hebben gelezen.”

Hij  wijt de gebrekkige algemene ontwikkeling  van de studenten aan het middelbaar onderwijs. „Daar wordt leerlingen bijgebracht dat kennis opdoen niet leuk en niet nodig is.”

Dat het met de parate kennis van scholieren de afgelopen jaren minder is geworden, wordt vrij algemeen aanvaard. Bent u het eens met de analyse Peeters? En, voor de bezoekers die wél beschikken over (al dan niet nutteloze) feitenkennis: vrij naar wie is de titel van deze blogpost?


Dit bericht heeft 103 reacties op “Studenten worden wel dommer, maar niet slimmer (deel zoveel)”

  1. AA Koeman zegt:

    Nee hoor, scholieren en studenten hebben gewoon geen tijd om te lezen. Het baantje bij Albert Heijn gaat voor…
    Dat zal ook alleen maar erger worden als de studiefinanciering wordt afgeschaft, zoals onder andere Groenlinks, PvdA en D66 willen.

  2. Henk de Ridder zegt:

    Het Nederlands onderwijs hecht niet aan een kennisbasis. Een leraar hoeft geen algemene ontwikkeling te hebben, hij hoeft niet eens het vak te beheersen dat hij doceert. Als hij maar een beetje gezellig met de leerlingen omgaat.

    Kunnen we studenten die in die omstandigheden les hebben gehad kwalijk nemen dat een kennisbasis bij hen ontbreekt? Ze kunnen de gevraagde antwoorden waarschijnlijk wel uitstekend googlen en de gevonden informatie kritiekloos, maar onderhoudend verwerken in een mooie Powerpointpresentatie.

  3. H. Visch zegt:

    Wat was de controle-groep? Of heeft de heer Peeters ondanks zijn uitgebreide algemene kennis nog nooit geleerd hoe een degelijk onderzoek op te stellen?

    Als goede NRC-snob lach ik me natuurlijk ook krom om zoveel domheid, maar is het überhaupt al aangetoond dat 40-, 50- of 60-jarigen, met een vergelijkbare achtergrond, in zo’n onderzoek veel beter scoren? Tot die tijd rechtvaardigt dit onderzoekje noch de titel noch de conclusie.

  4. Hannes Minkema zegt:

    AA Koeman heeft zijn feitenkennis niet op orde. Ook de VVD wil namelijk de studiefinanciering afschaffen, en omzetten in een leenstelsel dat studenten op VEEL hogere kosten jaagt. Dat ‘vergat’ AA Koeman wellicht erbij te zeggen.

  5. Hannes Minkema zegt:

    De werkelijke hamvraag die uit het artikel zou moeten spreken, is welk mechanisme er voor zorgt dat we het soort onderwijs bewerkstelligen dat we eigenlijk niet willen, en het soort onderwijs dat we wél zouden willen, niet voor elkaar krijgen.

    Een stemmetje vertelt mij dat dit te maken heeft met de jarenlange verwaarlozing van de onderwijskwaliteit door het ministerie dat voor die kwaliteit hoofdverantwoordelijk is.

    Was dit maar een gemakzuchtige opvatting! Dan kon ik hem terzijde schuiven. Helaas is de neoliberale benadering door OCW van het onderwijs, die neerkomt op ‘elke school zoekt het zelf maar uit met de leerstof, de leraren, en de resultaten; wij schuiven alleen geld naar de bazen die ermee mogen doen wat hun goeddunkt’, de grootste pest voor de onderwijskwaliteit. De schoolbesturen, opgetuigd met geld en macht, hebben geen belang bij Beter Onderwijs zolang dat hun geld kost en ze de steeds slechtere resultaten onder het tapijt kunnen vegen.

    In geen land keuren de onderwijsslagers zozeer hun eigen vlees als in Nederland. In geen land zijn de toetredende leraren zo slecht opgeleid als in Nederland. In geen land wordt zo weinig vakonderwijs gegeven als in Nederland.

    En wij maar de mond vol hebben van de ‘kenniseconomie’. Dat wordt nog eens een heel koude kermis.

    En als dit op geklaag lijkt, dan moet dat maar.

  6. Guido Everts zegt:

    Wat is er aan de hand in Nederland? De een schreeuwt luid en duidelijk dat iedereen het horen kan: “Met ons historisch besef gaat het fantastisch” (Hans Goedkoop in NRC Handelsblad 29-08-09), en dat dan nog eens onderstreept in een hoofdredactioneel commentaar van deze krant (18-02-10): “Maar nu al staat vast dat er met de aandacht voor de vaderlandse geschiedenis in Nederland niets mis is.” Is het soms een schande om partij te kiezen tegen de nieuw-linksers die aan ict genoeg hebben en al wat het leven verder nog aan leuks te bieden heeft? Bart Funnekotter geeft de lezer dan weer moed met deze blog, maar wat kunnen we hierna verwachten? De Canon van Nederland is de wind uit de zeilen genomen op deze wijze, er staan tal van vernieuwers klaar om elkaar na te zeggen dat “ze kinderen dat (d.w.z. inhoud, of whatever) toch zelf veel beter kunnen opzoeken”. Ik vond dat er een begin gemaakt was met een beetje ernst over inhouden in het onderwijs met die canon. Misschien moest de krant er toch nog eens op terugkomen, wat zij daar in dat hoofdredactionele commentaar beweerde. Mijn protestbrief werd destijds niet geplaatst, maar, met dank aan Funnekotter, dus bij deze.

  7. Felix V. zegt:

    Scholieren zijn geen studenten. En de representatieve groep studenten is een groep hbo-scholieren uit Deventer…

  8. J.P. Jansen zegt:

    Wanneer je een hoog Gotisch gebouw als een kathedraal stevig wilt bouwen, breng je tussen de hoge muren een flinke duwspanning aan, die je met een steunconstructie naar buiten afvoert. Kracht en tegenkracht maken samen een degelijk bouwwerk. Als je goede scholing voorstaat, zorg dan voor kracht (studeren door de student) en tegenkracht (examens en selectie). Kracht en tegenkracht zijn beide nodig voor degelijke scholing.

    Neem je echter een der krachten weg, dan vervalt ook de tegenkracht. Zonder strenge examennorm vervalt de kracht waarmee wordt gestudeerd. Softe selectie veroorzaakt een verslapping van de studie-inspanning. Zonder harde tegenkracht zal goed onderwijs niet mogelijk zijn. De instellingen, die rekenen met maximale doorstroming, hebben geen belang bij tegenkracht. Daar zal dan de staat voor moeten zorgen. Met soft beleid vervalt het hele onderwijs.

  9. Tim Jakobs zegt:

    Eens, meer dan eens, met Felix V.

    Er is al een vrij grote kennis- en ontwikkelingafstand tussen Havo- en VWO(Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs, meneer Funnekotter).
    Die wordt in het weinig kennis- en denkengerichte HBO-onderwijs (let op de B van Beroep) nog groter.

    De analytische en kennis-gerichte competenties, met als basis een VWO-opleiding, die universitaire studenten hebben, en verder ontwikkelen in hun studie, zijn precies wat het verschil maakt.

    Zijn HBO studenten een voorbeeld voor de gemiddelde student?
    Absoluut niet!
    De gemíddelde student zal hoogstwaarschijnlijk veel hoger scoren.
    Ik stel voor het onderzoekje nog eens over te doen met aanvulling van studenten van Nederlandse Universiteiten, en eerlijkheidshalve alpha-, gamma- en ook betastudenten te laten participeren.
    Het heeft de schijn dat schrijver beóógt ‘studenten’ als een groep (lees: jeugd van tegenwoordig?) als ‘dommer’ weg te zetten.

    Waarom, meneer Funnekotter?
    Wat is uw echte punt?

  10. Marnix Elessar zegt:

    “vrij naar wie is de titel van deze blogpost?”

    Bassie (die van “en Adriaan”) ?

  11. Tweets die vermelden Onderwijsblog » Studenten worden wel dommer, maar niet slimmer (deel zoveel) -- Topsy.com zegt:

    [...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door ANS, Klimaatnieuws. Klimaatnieuws heeft gezegd: Studenten worden wel dommer, maar niet slimmer (deel zoveel) http://bit.ly/9B5tzd [...]

  12. marianne p zegt:

    Het systeem van financiering van het onderwijs zou wellicht ook een rol kunnen spelen? Slechts enkele schooltypen werken met een Centraal Schriftelijk Eindexamen, de rest maakt zelf een examen – en aangezien scholen voor zover ik weet betaald worden voor de geslaagd afgeleverde leerlingen, ligt het voor de hand, te proberen zoveel mogelijk leerlingen te laten slagen (en de examens niet al te moeilijk te maken).

    Zijn er eindtermen voor de algemene ontwikkeling van – laten we zeggen – pabostudenten? Of is het geen probleem als een pabostudent denkt dat de aarde het middelpunt van het heelal is, waar de zon omheen draait? En niet weet, dat de aarde een planeet is, ‘onze’ maan een maan, en de zon een ster?

    Vinden we dat zo iemand voor de klas kan, of vinden we dat daar iets niet in orde is?
    (En hoe lossen ‘we’ dat vervolgens op?)

  13. anton van buel zegt:

    Ik denk niet dat studenten dommer of slimmer zijn dan een aantal jaren geleden. Ik denk wel dat de alsmaar grotere complexiteit van de maatschappij er toe heeft geleid dat algemene kennis vaak wordt ver-waarloosd ten behoeve van gespecialiseerde (vak) kennis. Er zijn ongetwijfeld meerdere factoren aan te wijzen en het politieke geknoei met het onderwijs is er zeker één van. Daar zijn we echter,als kiezers, mede verantwoordelijk voor, het gaat niet aan om (één keer in de vier jaar) een blanco cheque
    uit te schrijven en dan te klagen als het bedrag te hoog wordt.

  14. Ropa Eleveld-Doorn zegt:

    De hierboven genoemde vragen zijn mijns inziens van geen enkel belang voor elementaire basiskennis. Ik begrijp daarom ook dat deze niet goed beantwoord kunnen worden. Ik vind ze zelf nl. ook onbelangrijk.
    Ik vind het zeker geen toegevoegde waarde om als werknemer een (belangrijke) baan goed te kunnen uitoefenen.
    Ik weet ook zeker dat bij onze grensoverschrijdende Nederlandse activiteiten dergelijke kennis van generlei waarde is.
    Ik kan me ook niet voorstellen dat dergelijke vragen gesteld zullen worden bij sollicitatie procedures of tijdens belangrijke examens.

    Oftewel, ik begrijp dit artikel niet goed.

  15. Thomas v Ravesteyn zegt:

    Een aanzienlijk deel van de studenten heeft gewoon geen oog voor de wereld om hen heen. Hoe dat precies komt? Ik durf het niet te zeggen. Misschien een van de volgende opties?
    - snellere samenleving
    - (redelijk) zorgeloos leven
    - consumptiemaatschappij
    - grote prestatie gerichtheid

    Op de een of andere manier moet deze interesse opnieuw gestimuleerd worden. Ik ben bijvoorbeeld van mening dat eigenlijk iedere student de krant zou moeten lezen, allerminst met enige regelmaat. En, nee dan zie ik de metro niet als krant.

    Van een hoog geschoold persoon mag je toch enigszins verwachten dat hij/zij weet wat er speelt in de wereld.

    Trouwens, het is ook maar vraag of het in andere tijden heel veel anders was. Maar daar kan ik met mijn 21 lentes jong moeilijk over oordelen..

  16. J.P. Jansen zegt:

    #14 Ropa Eleveld-Doorn
    Je moet er niet aan denken dat schoolgaande kinderen een meester of juffrouw hebben die het verschil tussen Karel V en Karel de Grote niet kent. Voor aankomende onderwijzers is een selectie nodig op algemene ontwikkeling. Wie die niet voldoende heeft, komt niet voor de klas te staan. Laat niemand toe op een opleiding voor onderwijzer die te laag scoort op algemene ontwikkeling. Zo iemand heeft zijn hele jeugd amper iets aan lezen gedaan.

  17. Liudger Silva zegt:

    John O’Mill dichtte reeds -uit mijn herinnering-: “oeve we niet te kenne, ebbe we nooit gehad”

    Het vreemde van kennis is juist, dat je nooit weet wanneer het van pas komt.

    Zoals onlangs een kennis -gedirigeerd door zijn TomTom- op weg tussen twee steden op 5 kilometer van onze woonplaats langskwam: uiteraard wist hij dat niet, immers aardrijkskundige kennis van woonplaatsen is oninteressant. Zijn reactie was dan ook kenmerkend: “Had ik dat maar geweten, dan was ik even langsgekomen.” Een trivialiteit, maar toch ….

  18. Tycho zegt:

    Scholen besteden tegenwoordig maar weinig aandacht aan het onderwijzen van algemene kennis. In havo 4 en 5 dient iedere leerling een x aantal Nederlandse boeken te lezen (volgens mij waren het er tien tot vijftien) en per boek een samenvatting te schrijven. Weet u hoe scholieren dit doen? Die lezen het boek niet en schrijven ook geen samenvatting, die kopiëren de samenvatting van internet, veranderen een paar woorden en leveren het zo in bij de docent. Geen één docent zal het werk ook maar even controleren…
    Daarnaast kan ik me echter voorstellen dat scholieren/studenten niet precies weten hoeveel eeuwen er zitten tussen Karel de Grote en Napoleon, daar wordt tijdens de geschiedenis lessen weinig tot geen aandacht aan besteedt en deze onderwerpen kom je in het dagelijks leven ook niet zomaar tegen. De oplossing om scholieren/studenten, eigenlijk alleen scholieren omdat je op het MBO,HBO of WO geen algemene vakken meer krijgt, meer algemene kennis aangeleerd te krijgen is in mijn ogen door een inspirerende docent te hebben die duidelijk uitlegt waarom het van belang is. Een docent die scholieren op een inspirerende wijze mee kan nemen naar een nieuwe belevingswereld en een docent die boeken lezen, huiswerk maken of leren niet wegzet als een obstakel die je moet zien te nemen om te slagen voor school. Daarnaast is het een goed idee om de lesstof beter aan te laten sluiten op wat echt belangrijk wordt geacht in de samenleving. Op mijn eindexamen Geschiedenis – Havo was het onderwerp de Vietnam oorlog, uiteraard kun je dit niet wegschuiven als irrelevant, maar volgens mij zijn er belangrijkere thema’s die onderwezen dienen te worden.

  19. Henk de Ridder zegt:

    In de reacties wordt terecht gewezen op het verschil tussen HBO- en WO-studenten. De WO-studenten van nu hebben in de bovenbouw van hun middelbare school nog een redelijk groot deel van hun vakken onderwezen gekregen door WO-opgeleide leraren. In de nabije toekomst zullen leerlingen echter, ook in de bovenbouw, in meerderheid les krijgen van HBO-opgeleide leraren. Dat zal onvermijdelijk zijn weerslag hebben op het kennisniveau van de WO-studenten van de toekomst. Het artikeltje zou met een beetje pech over een aantal jaar net zo goed over WO-studenten kunnen gaan.

  20. JoopFinland zegt:

    Bassie en Adriaan? Nee, de titel van dit stuk is van Johan Cruyff…

  21. Henk Jonker zegt:

    Een aantal maanden geleden vroeg ik mijn zijn zoon, hij studeert geneeskunde, en mijn dochter ( VWO )of zij Voltaire kenden. Dat bleek – helaas – niet het geval. Nu kun je twisten over nut en noodzaak van kennisverwerving maar het lijkt duidelijk als je denkt een kenniseconomie te zijn (of te willen worden) dat een chronisch gebrek aan feitenkennis in algemene zin – en mild uitgedrukt – geen pré is. Vaardigheden en de ontwikkeling daarvan is één maar dat gradeert slechts bij verworven kennis. En dat mag best een onsje meer zijn. Hoe dat moet gebeuren? In ieder geval door het onderwijs fors op aan te passen. Kennis verwerven kan immers ook leuk zijn als het maar goed wordt georganiseerd. En bovendien kunnen ouders daar ook een stimulerende rol in nemen.

  22. J. Wieme zegt:

    Uit de geplaatste reacties op dit artikel blijken helaas een aantal misvattingen over hoe het gesteld is met het kennisniveau.
    Henk de Ridder (2) stelt dat de docent niet eens goed hoeft te zijn in zijn vak, als hij/zij maar gezellig is. Die opmerking slaat nergens op, want de groep studenten waarover het hier gaat hebben op de middelbare school les gehad van 1e graads docenten: docenten met een academische achtergrond. Ik mag hopen dat iemand die een universitaire studie heeft genoten meer kan dan ‘een beetje entertainen’.
    Marianne P (12) spreekt van dat slechts enkele schooltypen een Centraal Schriftelijke Eindexamen (CSE) gebruiken. Naar mijn weten gebruikt het hele reguliere middelbare onderwijs CSE’s en maken dus vrijwel alle scholieren, van VMBO t/m VWO, een door een gekwalificeerde instelling (Cito) samengestelde examens.

    Wel betwijfel ik de representativiteit van dit onderzoek. Er wordt, zoals eerder gezegd op dit forum, een kleinschalig onderzoek waarin alleen HBO studenten uit één bepaalde plaats representatief geacht voor heel Nederland. Daarnaast is het inderdaad nog niet bewezen dat het met het kennisniveau van de rest van de (hoogopgeleide) Nederlandse bevolking beter gesteld is.
    Lees verder op mijn weblog: http://dwhn.blogspot.com

  23. De Jong zegt:

    Dit verhaal is klinkklare onzin! Vraag gewoon eens zaken die een student interesseert, dan zal het antwoord absoluut anders zijn. Dat jongeren steeds meer zware studies afmaken in Nederland en in het buitenland zegt veel meer over de intelligentie dan deze onbenullige vragen. Bovendien is de parate kennis over zulke zaken minder belangrijk dan wordt aangenomen, sinds studenten veel beter zijn dan de vorige generaties in het zoeken en vinden van informatie, die overigens ook overal beschikbaar is. Het enige dat wel belangrijk is, en dat helaas minder aandacht krijgt, is dat studenten steeds minder artikelen en wetenschappelijke boeken leest doordat powerpoints aangereikt worden. Dit zou wellicht wel verbeterd kunnen worden.

  24. Piet de Vries zegt:

    Een eerstegraadsleraar is vanaf 1985 gedegradeerd en gedeclasseerd.

    Een op HBO-niveau opgeleide tweedegraadsdocent is nauwelijks in staat de kennis en kunde van een vakgebied over te dragen.
    Een tweedegraadsdocent staat niet boven de inhoud van zijn vakgebied. Aan de kwalificatie-eisen van een HBO-lerarenopleiding wordt bij lange na niet voldaan.

  25. NRC Handelsblad zegt:

    Voor de liefhebbers:
    De kop was vrij naar de uitspraak “Het leven wordt wel duurder, maar niet goedkoper” van Gerard Reve.
    Bart Funnekotter

  26. Johan Nijhof zegt:

    De gedachte dat parate kennis of zelfs kennis in het algemeen ballast is – het staat immers op internet – heeft blijkbaar ruimer postgevat dan men zou durven vermoeden.
    De visie van Eleveld (het woord bekrompen geeft oorspronkelijk juist die houding beeldend aan) is geen uitzondering. Ook Tycho, die zich er nog wat bij kan voorstellen, wil uiteindelijk voornamelijk stof schrappen. Wie niet inziet waarom kennis van de Vietnamoorlog essentieel is, ziet het hele belang van geschiedenisonderwijs immers niet in?
    De Jongs redenering is helemaal absurd. Hij schijnt niet goed te beseffen dat er ooit, lang, lang geleden, een wereld bestond zonder internet, want het gebrek aan uitdaging bij het vinden van informatie noteert hij aan de creditzijde van de hedendaagse studenten. Waar is overigens de meervoudsvorm gebleven in het taalgebruik van De Jong?
    Mensen, kennis doet geen zeer, en je kunt een leven lang doorgaan haar te vergaren. Je hebt er veel plezier van, zolang je omgeving je daarmee niet als een zielige freak beschouwt, maar die kans wordt steeds groter. Men kan dus ook zijn omgeving beter uitzoeken.
    Maar dat zal allemaal stellig vechten tegen de bierkaai zijn. Met het verschil tussen Karel de Grote en Karel V, en ik heb het dan niet eens over de 7 eeuwen tijdsverschil, maar over het identiteitsverschil, is iets heel eigenaardigs aan de hand. 40 jaar terug, toen kennis nog veel minder een vies woord was, haalden leerlingen die twee namelijk ook al door elkaar. Willem de Zwijger en koning Willem I leden daar ook al onder. Een tijdsbalk en vooral veel jaartallen stampen zou dus een weldaad zijn. Misschien kan men ook vermelden, dat althans de autochtonen in de klas met zeer grote waarschijnlijkheid van Karel de Grote afstammen (een kwestie van statistiek), als zij leesblind zijn met nog veel groter waarschijnlijkheid, en even waarschijnlijk niet van Karel V. Zelf vroeg ik vaak: wanneer was de Gulden Sporenslag? Zoek op. Vertel me morgen wanneer. Dan kwamen ze met 1302 meneer. Wat 1302, 11 juli 1302, in de namiddag! Dat hielp wel.

  27. Sander van der Wal zegt:

    Als je universitair geschoolde leraren nodig hebt om leerlingen te leren dat een stomme film een film zonder geluid is, een tijdelijke fase in het technologisch verbeterproces van de film, dan heeft Nederland zijn prioriteiten niet op orde. Je gaat toch ook mensen niet leren dat je vroeger een auto nog moest aanslingeren, of dat een computermonitor ooit zwart-wit was?

  28. Jan Muters zegt:

    Die jeugd van tegenwoordig die leert niets meer slechter en slechter wordt het met het niveau van de kids. Ik geloof dat aristoteles of archimedes als eerste met deze uitspraak kwam. Als deze tendens zich inderdaad zou hebben doorgezet tot de dag van vandaag, dan zouden de kids gewoon kasplantjes moeten zijn met een IQ van 50 waaraan het geven van ondewijs dus gewoon weggegooid geld en tijd is.
    Ik hoor zelf al een generatietje of 4 dat de kinderen het steeds slechter gaan doen.
    Ik denk dat degenen die uitspraken doen over het zgn. steeds dommer worden van kinderen, zelf nog een heel klein beetje veel stommer en dommer zijn.
    Het zou natuurlijk veel beter kunnen worden als, zoals de SP wil, er een paar duizend managers/apparatsjik uit het onderwijs verwijderd worden. Da’s minder tijd voor zulke onderzoekjes en meer tijd voor de lessen. waardoor die geveinsde dommigheid geneutraliseerd zou kunnen worden.

  29. Loek van 't Veer zegt:

    Het is eigenlijk heel dubbelzinnig dat de oudere generatie loopt te klagen over de ‘jeugd van tegenwoordig’. Is dit dezelfde generatie die de jeugd heeft opgevoed? Is dit dezelfde generatie die de jeugd onderwijst?

    Met de komst van Internet en de opkomst van sociale media is de toegang tot informatie flink vergroot. De veelgenoemde ‘kenniseconomie’ draait logischerwijs op de beschikbaarheid van informatie. Is het dan niet logisch dat we tegenwoordig niet de nadruk leggen op het vergaren van informatie maar op het verwerken van informatie?

    De vraag over het aantal eeuwen verschil tussen Karel de Grote en Napoleon is mijns inziens een nutteloze vraag. Geschiedenis is niet een vak van de jaartallen, maar een vak van de maatschappelijke veranderingen, historische continuïteit, je kunnen verplaatsen in de standplaatsgebondenheid. Dit is niet te vragen met simpele vraag, maar vraagt om redenerende denkwijze. Iets waar je in de hedendaagse praktijk wat meer aan hebt dan het opnoemen van feiten.
    Een profiel met geschiedenis en aardrijksunde is allang geen ‘pretpakket’ meer.

    Natuurlijk kun je er zo negatief over denken als je zelf wil. Feit is dat we nu dit onderwijs hebben, dus laten we ons vooral afvragen hoe we dit beter kunnen afstemmen op de hedendaagse maatschappij.

  30. Johan Nijhof zegt:

    Beste Loek,
    Sommige sociale media vervullen een heel positieve rol in ons leven, andere een uiterst negatieve. Het is inderdaad logisch dat er minder nadruk ligt op het vergaren van kennis, maar die wijziging van koers eist evengoed zijn tol. De uomo universale van de renaissancetijd en de verlichting had het goed op orde in zijn hoofd, en had daar beslist veel plezier van. Een kamerlid, dat vermoedt dat Karel de Grote de grootvader was van Napoleon kan op een of andere manier nooit mijn vertrouwen winnen. Sorry, ik kan niet precies uitleggen waarom, maar zijn degenen die zo nonchalant denken over parate kennis niet altijd dezelfden die deze kennis zelf ontberen? Om kennis te verwerken, moet je beslist eerst kennis bezitten. Jaartallen zijn niet de hoofdzaak van de geschiedenis, maar ze zijn evengoed onmisbaar, omdat een tijdsperspectief nu eenmaal onmisbaar is. Zonder dat is historische kennis zelfs onmogelijk.
    Er zijn al decennia lang b.v. pastoors die de 10 geboden niet alleen niet naleven, maar ook niet kennen. Dat ze al van vóór Hammurabi stammen, zegt je niets als Hammurabi je niets zegt. “Dat zoeken we op!” werkt in heel veel gevallen niet. De grote geesten die de mensheid verder hebben geholpen, konden dat op basis van wat zij in hun hoofd hadden. Opzoeken is goed genoeg voor een culinair recept, maar voor ethische kwesties beslist ontoereikend. Voor talenonderwijs geldt sowieso dat wat je niet paraat hebt geen waarde heeft.
    Een enorm domme fout maakt natuurlijk Jan Muters, die blijkbaar niet beseft dat er verschil is tussen gebrek aan intelligentie en gebrek aan kennis. Helaas, heel verwarrend, wordt het woord dom in die verschillende betekenissen gebruikt. Van mij mag Muters zelf kiezen.

  31. jacques dorenbos zegt:

    Te veel alfa’s aan het woord

    Gisteren een radio-discussie opgevangen over opwarming van de aarde. De zeespiegel zou met 120 mm zijn gestegen in de afgelopen eeuw ( werd als feit gepresenteerd en door allen kritiekloos geaccepteerd). Dit werd vervolgens vertaald als een stijghing van 1,2 cm. Dit werd ook krtiekloos geaccepteerd.
    De meningen en theorieën blven over de tafel vliegen. Niemand had in de gaten dat de premisse niet deugde. Hoezo slimmer?

  32. Joop Luster zegt:

    Indertijd was ik technisch ontwerper en stond je de hele dag achter een tekenbord. Kwam af en toe een collega met diploma MTS (nu ongeveer HTS)langs met vragen als: “Moet je horen, ik moet nu tekenen op een schaal van 1:50. Hoe groot moet nu een hoek van 30 graden worden”?
    Een andere die ik nooit zal vergeten: “30 centimeter, is dat nou echt 300 mm”? Later is hij manager bij een heel groot bedrijf geworden….omhoog komen drijven door gebrek aan gewicht.

  33. A. Swaab zegt:

    Iemand heeft eens gezegd: als apen intelligentietests zouden ontwikkelen, zouden mensen daar waarschijnlijk bar slecht op scoren.

    Een conclusie van dit onderzoek zou kunnen zijn dat de kennis die een bepaalde generatie belangrijk vindt in de ogen van jongeren weinig toegevoegde waarde heeft. En geef ze ongelijk. 20 jaar geleden kon je niet alle feiten op je mobieltje opzoeken, dus was uit het hoofd leren efficiënter dan steeds de bibliotheek induiken.

    Nu is andere kennis relevant. Vraag iemand die 20 jaar geleden op school zat maar eens wat voor extensie een foto-bestand heeft, of hoe je een partitie op een harde schijf aanmaakt. De feitenkennis is misschien wel veranderd, in plaats van alleen maar gekrompen.

    Sowieso moeten mensen die de heerschappijen van Napoleon en Karel de Grote exact kunnen dateren zich afvragen hoeveel ze níet weten. Kunnen ze zeggen wat de lever doet in ons lichaam? Kunnen ze Engelse maten en gewichten uit het hoofd omrekenen naar het metrisch stelsel? Weten ze wat een kilowattuur is? Weten ze waar ter wereld Darfur te vinden is? Weten ze hoe de premier van India heet?

    Wie bepaalt welke kennis standaard bagage hoort te zijn en welke niet? Laat de studenten eens een test maken vol feiten die zíj belangrijk vinden en laten we kijken hoe de student van 20 of 30 jaar geleden daarop scoort.

  34. B. Wijntuin zegt:

    Ik ben natuurkundeleraar van beroep. Over de intelligentie van mijn leerlingen durf ik geen algemene uitspraken te doen, maar wat zeer goed te vergelijken is zijn de eindexamens en de leerboekjes.
    Vergelijk ik mijn eigen leerboeken van 45 jaar geleden (HBS-B) met die van het VWO nu, dan vind ik dat het niveau gruwelijk is gezakt. De leerlingen van nu worden toegesproken als een stel debieltjes, de hoeveelheid onderwerpen is sterk teruggebracht, het wiskundig gehalte is enorm afgenomen en het algemeen niveau is ook wat lager. In aanmerking genomen dat wij destijds vier jaar over die grotere hoeveelheid stof deden en de VWO-er van nu 5 jaar, kan je toch wel stellen dat het niveau enorm is gedaald.
    Vergelijk je de examens dan is het opvallend dat ook daar eveneens de wiskundige inhoud enorm is teruggelopen en dat er gigantisch gesmokkeld wordt met het niveau. Daarmee bedoel ik dat je punten kunt verwerven voor dingen als het opzoeken van de lichtsnelheid, het gebruiken van je gezond verstand, het aankruisen van een meerkeuzevraag, het vertellen dat je water kunt opwarmen met een gasbrander en meer van dit soort onbenulligheden. Daar kon je vroeger echt niet mee scoren. De examens waren kort en to the point en ze toetsten zaken waarvoor je gericht kon leren. De examens van nu hangen van oeverloos geleuter aan elkaar en toetsen vaak dingen die je in groep acht ook al wist, of juist dingen die je onmogelijk kunt weten.
    Vooral biedt het examen van nu een vervolgopleiding onvoldoende garantie of een geslaagde werkelijk de voor die opleiding benodigde vaardigheden en intelligentie bezit.
    Omdat dus zowel de boeken als de examens aan grote inflatie onderhevig zijn geweest in de laatste 45 jaar mag je rustig stellen dat het onderwijs in de natuurkunde zwaar geërodeerd is. Of de leerlingen daarmee ook ‘stommer’ zijn geworden is een niet-exacte uitspraak, waar ik mij niet aan waag.

  35. B. Wollenberg zegt:

    Wat de heer Nijhof bedoelt is een referentiekader. Wellicht durfde hij het woord niet te gebruiken? Feitenkennis, gecombineerd met ervaring, leidt tot een referentiekader. Je kunt niet nadenken of discussiëren over een kwestie als je geen referentiekader hebt, omdat je dan niet weet hoe je zaken moet interpreteren. Zo simpel is het.

    Nog leuker: zonder referentiekader weet je niet wat je niet weet. En dus kun je ook niks opzoeken, omdat je geen idee hebt waar je zou moeten beginnen.

    Mensen zonder referentiekader kun je van alles wijsmaken. Leuk voor reclamemensen, geschiedvervalsers en politici. Zonder referentiekader kun je zaken niet in perspectief zien en geen visie hebben. Logisch, want om te weten hoe je vooruit komt moet je ook weten waar je vandaan kwam. Anders blijf je misschien in cirkels ronddraaien.

  36. Anna Emerencia zegt:

    Goeiedag!
    Ik wou graag als, vermoedelijk, een van de jongste mensen hier, toch een paar opmerkingen maken omdat het hier ontbreekt aan ervaring en mening van het hoofdonderwerp: de leerling zelf. 2 Jaar geleden heb ik mijn vwo diploma gehaald. Ik was er toen al van overtuigd dat kwaliteit van docenten soms werkelijk als ondermaats kon worden beschouwd en incompetentie zodoende aanwezig was onder hen. Weet niet of dat enigszins kwam doordat ik in Amsterdam les kreeg.. maar dit terzijde. Laat ik een concreet voorbeeld geven: bij lessen zoals geschiedenis moesten we constant ‘verbanden’ tussen belangrijke gebeurtenissen inzien, maar werd ons nadrukkelijk vertelt dat we data niet uit ons hoofd moesten leren.
    Al met al, de boodschap was dat feitjes en bijbehorende data niet aan de orde was, maar domweg (te)gemakkelijke info. Ziehier een (of dé) oorzaak van gebrekkige feitenkennis. Mijn eindexamen ging bovendien ook maar over twee hoofdonderwerpen, zijnde NL-Indie en ontwikkeling van onderwijs in NL vanaf 18e eeuw. En dan komt deze meneer met de melding dat we dommer worden. Ik zie het als een tekortkoming van scholen zelf en docenten hun inzet, dat wij mondjesmaat echte, en vooral uitgebreide kennis te verwerken krijgen en daarbij tevens nauwelijks worden gemotiveerd! Trouwens, de gemengde mavo-havo-vwo scholen moesten ze ook maar afschaffen, want ze degraderen leerlingen massaal bij het minste geringste naar een lager niveau, ipv ze te stimuleren hun best te blijven doen voor hun huidige, vaak haalbare! niveau. (Ik neem mijzelf als levend bewijs, mij wilden ze vanaf het begin al naar havo sturen omdat ik geen ruime 8′en haalde in 1e klas vwo: belachelijk.) Aan leraren dus hier een duidelijke boodschap: Leer ons! Motiveer ons! Interesseer ons!

    En notabene: degene die gemakshalve uitkramen dat de examens maar moeilijker gemaakt moeten worden, snapt de Point niet. Je kan alles in het leven moeilijker maken, de motivatie en kennis moet er wel zijn he, en het is in dit geval juist een onderwijsinstelling die leerlingen moet aanzetten óm te leren en hóe te leren. Naar mijn mening kan er dus nog veel veranderen…

  37. Johan Nijhof zegt:

    “geheel van gewoonten, regels, normen waarnaar men zich richt” zegt Van Dale. Encyclo geeft nog heel andere verklaringen, maar het woord dreigt, zoals zoveel sociologische begrippen onder te sneeuwen in vaagheid. Ik sluit me graag aan bij de toelichting van de heer Wollenberg. Ja, dat is het voor mij ook, en niet die Balkenendiaanse zever in Van Dale. Jaartallen, zo heb ik het zelf altijd genoemd, zijn de kapstokken waaraan men zijn kennis kan ophangen. 18 juni 1815, Slag bij Waterloo. Waarom was Napoleon dáár en waarom deed de Nederlandse kroonprins zo enthousiast mee? Omdat Napoleon de vijandelijke legers buiten Frankrijk wilde houden en omdat de slag in Nederland plaatsvond. Zonder te weten wanneer dat Verenigde koninkrijk der Nederlanden er was (13 februari 1815) ontgaat je dus gemakkelijk iets. Dat Willem (Guillot) onder Wellington had gediend en ook nu als generaal in het Britse leger vocht (waar had Nederland een eigen leger vandaan moeten halen?) is eveneens een relevant punt. Dat zijn lichte verwonding heel goed uitkwam voor de broodnodige populariteit is ook al geen nutteloze kennis. Dat hij inderdaad een goed strateeg was, deugdelijk gevormd door de Pruisen (Von Clausewitz) en met eigen publicaties over strategie, het lijkt bij de Oranjes wel erfelijk, ook goed voor je referentiekader.
    Wollenberg: Nog leuker: zonder referentiekader weet je niet wat je niet weet. En dus kun je ook niks opzoeken, omdat je geen idee hebt waar je zou moeten beginnen.
    Socrates – slechts een enkeling weet het nog – stelde indertijd dat het enige dat wij weten is, dat wij niets weten. Maar inderdaad: hoe komt men tot dat nuttige inzicht, als men het niet meegedeeld krijgt. Opmerkelijk is, dat als men “niets weten” googlet, de treffers gaan over een vuvuzelaverbod, tegen tolpoortjes zijn, en de eventuele verkoop van enkele sterspelers. Niet over het feit dat we niets weten, maar niets willen weten!

  38. Hannes Minkema zegt:

    Anna, omdat we in Nederland nog maar weinig waarde hechten aan de kwaliteit van docenten – formeel mag hier iedereen voor de klas staan, ongeacht vooropleiding – is het inmiddels zo dat vwo-leerlingen voor de helft leraren voor hun neus krijgen die zelf niet intelligent genoeg waren om vwo te halen.

    Het is dus zeer wel voorstelbaar dat jij les hebt gehad van mensen van wie jij als leerling al in de gaten kreeg dat hij te weinig vakkennis en/of intelligentie bezat om aan vwo-leerlingen les te geven.

    In 1985 besloot CDA-onderwijsminister Deetman dat in de onderbouw van het vwo, het havo trouwens ook, leraren konden lesgeven die zelf geen vwo konden en die via een (niet al te moeilijke) hbo-opleiding voor de klas kwamen. Ook besloot deze minister dat de universitair opgeleide leraren voortaan een kwart minder moesten verdienen, namelijk hetzelfde salaris als de havo- en hbo-opgeleide leraren.

    Sindsdien heeft het verval ingezet waarvan jij het resultaat hebt gemerkt.

    Helaas wordt dit probleem in Nederland absoluut niet serieus genomen. Ten eerste omdat in Nederland een cultuur heerst waarbij diploma’s overal worden gewaardeerd, behalve daar waar ze behaald worden: in het onderwijs. Men heeft gewoon geen zin om hoger opgeleide leraren beter te betalen, want dat is zielig voor lager opgeleide leraren. Ten tweede omdat de minister het goed vindt dat scholen dit probleem verzwijgen voor leerlingen en hun ouders. Intussen wordt een op de drie lessen in het voortgezet onderwijs gegeven door leraren zonder de vereiste diploma’s. Scholen mogen dat stiekem doen, zelfs de Inspectie hoeven ze niet in te lichten. Dat is lekker goedkoop voor de scholen en ze hoeven dus geen écht opgeleide leraren te werven, wat de prijs drukt.

    De ambtelijke commissies die de aanstaande bezuinigingen voorbereiden, stellen voor om leraren zonder diploma dan maar een nepdiploma te geven, want anders staat het zo slordig, al die onbevoegden. Dan mag de leraar maatschappijleer dus geschiedenis geven, en omdat die zelf geen jaartallen kent, hoef jij die ook niet te kennen.

    Het is alsof je bij een gebrek aan chirurgen de oogartsen een diploma geeft om chirurgisch werk te verrichten, na een korte cursus ‘snijden voor beginners’.

    Dit idee is zo stupide, dat het ongetwijfeld doorgang vindt. Per slot gaat het hier om het Nederlandse ministerie van Onderwijs, en daarvan kun je alles verwachten. Behalve dat ze de problemen in het onderwijs écht aanpakken.

  39. Tinh Yeu zegt:

    @ Anna Emerencia

    Of het aan jou of aan de docenten ligt, durf ik niet te zeggen, maar je zou twintig jaar geleden niet in twee VWO terecht zijn gekomen als je geen werkwoorden kon spellen: “…werd ons nadrukkelijk vertelt”, schrijf jij. Met een t.

    Ik wens je veel succes in je verdere loopbaan. Spelling is geloof ik jaren geleden al afgeschaft, dus daar zul je vast niet door gehinderd worden.

    Tinh Yeu

  40. A. Emerencia zegt:

    @Tinh Yea

    Hmm, en heeft uw opmerking nog énige bijdrage geleverd aan dit topic, behalve een stomweg dt-foutje op te speuren van mij en zo minachtend/cynisch af te sluiten?? Ik vrees van niet. Ik ben nu een tevreden studente Sociologie te Leuven (België), en kan van uw type mensen ondertussen wel stellen dat uw minachtend, afkeurend en zelfs a-sociaal gedrag jegens mij waarschijnlijk een reactie is vanwege uw eigen tekortkomingen of frustraties, en wens u daarbij nog veel succes in uw verdere leven.

  41. B. Wijntuin zegt:

    @Anna E. Er zijn nog twee andere reacties denkbaar.
    1) Inderdaad, hoewel het niet leuk voor mij is om dat te erkennen, is mijn bijdrage ongewild een illustratie van het probleem waar het hier om ging.
    2) Hee, verdorie, ik begrijp dus nog steeds mijn werkwoordspelling niet. Dat zal mij niet nog eens overkomen!

  42. Johan Nijhof zegt:

    De opmerking van Tinh Yea leverde niet alleen geen bijdrage aan de discussie, maar was ook feitelijk onjuist. In de zeventiger jaren deden wij leraren nog steeds verwoede pogingen de leerlingen in 2 VWO die spelling bij te brengen, tevergeefs. Het verschil met nu is, dat ook de meeste leraren het niet meer weten.

  43. Else Verwoerd zegt:

    Johan Nijhof laat na toe te lichten op welk punt de opmerking van Tinh Yea ‘feitelijk onjuist’ zou zijn geweest.

    Dat ‘wij leraren’ ooit, onlangs, of nog steeds, verwoede pogingen doen om leerlingen de werkwoordspelling bij te brengen is gewoon ons werk. Dat kinderen als Anna Emerencia’s schrijven op dit punt pijnlijke gebreken vertoont, mag minstens zozeer haarzelf worden aangewreven als het – vermeende – gebrek aan kwaliteit van haar leraren.

    Overigens ben ik van mening dat mensen zich altijd zouden moeten schamen voor spelfouten. Het leren van de regels voor werkwoordspelling is een stuk gemakkelijker dan het afronden van een studie sociologie in Leuven. Wie het laatste beoogt, en het eerste nalaat, heeft zichzelf iets te verwijten.

  44. A. Emerencia zegt:

    @ B. Wijntuin

    Wellicht was de beste reactie om niét te reageren, of minder grof was ook meer op zijn plaats geweest, geef ik eerlijk toe, maar was helaas wat gepikeerd vanwege de vrij onvriendelijke wijze waarop Yeu mij op een (inmiddels gecorrigeerde, echter wel toegegeven!) taalfout wees, terwijl ik ondanks dit, zeer zeker kennis heb van de spellingsregels. Het is dan ook spijtig dat één slordigheid in mijn opinie de boventoon voert en als reactie van Yeu én u iets voorgeschoteld krijg à la: “Zie je wel! Ze kunnen er niks van! Nu zal en moet ik mijn ongenoegen uiten..” Uw 2 aangebrachte punten zijn dan ook van diezelfde aard: puur betuttelend en overbodig: de boodschap van Yeu kon ook op tig andere wijzen gebracht worden! Niet soms? Over uw 1e punt gesproken, lijkt het mij onwaarschijnlijk als iedereen nu plots mijn dt-foutje als hét voorbeeld neemt van de ‘dommere’ jeugd. Ik had eigenlijk wel veel meer te melden dan zo te onpas in de ´spotlights´ te wórden gezet. Heeft u eigenlijk nog een reactie dáárop, mijn 1e reactie dus, en niét datgene wat tegen Yeu was bedoeld?
    Notabene, Dhr. Wijntuin, bemerk ik in uw punt 2 een lichtelijk sarcastisch ondertoontje.. Oei Oei! Ik ben al een volwassene hoor, u hoeft mij echt niet te vertellen wat te doen en wat te laten. Dank u vriendelijk..
    U bevestigt alleen maar wederom, dat sommigen het nodig vinden hier de leraar/opvoedkundige uit te hangen, met het vingertje zwaaiend, zonder nog een toegevoegde waarde aan deze discussie te brengen. Zonde.

    Nog een algemene reactie, on topic:

    Dhr./Mw. Swaab (nr.33) heeft mijns inziens groot gelijk. Het aanbod van informatie verandert, en jonge mensen hebben tegenwoordig meer dan ooit te maken met de dynamische wereld van internet en mondiale netwerken als facebook etc., waardoor hun kennis eerder gepaard gaat met hun interesses maar ook hun eigentijdse noden.(Engelse taalkennis is enorm goed ontwikkeld in NL in tegenstelling tot andere EU-landen). Ook hoor je vaak dat computerspellen (bij matig gebruik) coördinatie verbeterd en dat deze kinderen relatief gezien goed presteren op school. Intelligentie en techniek lopen klaarblijkelijk hand in hand, en waarom zou je inderdaad leren over Napoleon als je in je latere carrière wordt verondersteld meteen te weten hoe je bedrijfs pc werkt met bijbehorende complexe programma´s, of als er meer belang wordt gehecht aan communicatie(-middelen), talenkennis en uitstraling? Zo vaak dat studenten per sé in het buitenland een jaartje willen studeren (met of zonder taalcursus) omdat dit de kansen zou verhogen om aangenomen te worden bij een bedrijf. Het gaat niet meer om feitenkennis, maar om wereldkennis. Globalisering in haar hoogste zin.

    (Wat niet wilt zeggen dat ik het eens ben met de ontwikkelingen, maar het onderwijssysteem zou misschien aangepast moeten worden aan de huidige moderne maatschappij. Denk maar aan de profielen. Je wordt aan de hand van profielkeuze automatisch van bepaalde vakken uitgesloten, de vroegere alpha of beta vakken, en hoe bepaalt men dan wat basiskennis is tegenwoordig? Is geschiedenis meer basis dan biologie bijv.?)

  45. Johan Nijhof zegt:

    Johan Nijhof liet helemaal niet na om toe te lichten waarom die opmerking feitelijk onjuist was. Als ik in de 70-er jaren leerlingen in 2 VWO de werkwoordspelling trachtte bij te brengen, volgt daaruit onmiddellijk dat leerlingen wel degelijk op het VWO kwamen, en ook in 2 VWO, zonder dat onderdeel te beheersen. Wij hadden een basisschool in de buurt, die de veelzeggende naam “De Lusthof” droeg, en de leerlingen die daarvandaan kwamen, waren zogezegd “een onbeschreven blad”. Thans zijn ook universitaire studenten daar soms erg zwak in.
    Hoe ik de zin “Dat kinderen als Anna Emerencia’s schrijven op dit punt pijnlijke gebreken vertoont” moet begrijpen, moet Else Verwoerd toch nog even uitleggen, want voor mijn gevoel is dat een nogal slordige zin. Evenals trouwens Minkema’s “die zelf geen vwo konden” (in een verder onberispelijke bijdrage). (Zie ook Kees Stip’s “En ook een knaapje op Ceylon dat zijn grammatica niet kon.)
    Ik hecht – om misverstanden te voorkomen – ook veel waarde aan een correcte spelling, die men overigens eerder kan leren beheersen door veel te lezen dan door veel invuloefeningen in methodes als “Struikelblokken” te maken. Aan lezen bezondigden echter mijn leerlingen op de P.A. zich ook nooit vrijwillig. Zeggen dat iemand zich moet schamen is didactisch nooit zo vruchtbaar. Voor Anna zou het spellen van werkwoordsvormen gemakkelijker moeten zijn dan voor autochtone Nederlanders. Ik ga er dus van uit, dat niemand haar dat ooit afdoende heeft uitgelegd of op het belang ervan heeft gewezen.

  46. A. Emerencia zegt:

    @ Else Verwoerd

    Dus bij deze is het 1e gedeelte van mijn een-na-laatste reactie (nr.44) ook op u van toepassing. Ik heb welgeteld één fout gemaakt op een hele lap tekst, en ik zou mij diep, diep moeten schamen? Waar o waar is mijn schandpaal, Lieve Heer? “Gij zult niet vergissen?”

    M.a.w.: U overdrijft volledig.

    Ik kan met alle zekerheid zeggen dat ik heel goed op de hoogte ben van alle spellingsregels. Mij als hét voorbeeld nemen van de teloorgang van de kennis der spellingsregels van middelbare scholieren (“zoals Anna Emerencia´s schrijven…”) is ronduit belachelijk en volledig verwerpelijk. Mij over een kam scheren is niet zo democratisch mevrouw. U zou zich evenwel moeten schamen. Maakt u nooit een stupide foutje? De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet, zeker. En wat dan nog, als mijn tekst volop fouten zou staan in een semi-serieuze kader als dit topic, staat u dan niet stil bij de boodschap, maar blijft u krampachtig en verbeten naar de fouten staren en vloeken dat de wereld aan het vergaan is? Wees even realistisch en vooral niet zo conservatief aub. En over de opmerking tegen Dhr. Johan Nijhof: U ontbreekt het hier eveneens aan voorbeelden. Ik citeer van u: “vermeende” gebrek aan kwaliteit van haar leraren”. Wellicht voelt u zich “terecht” aangesproken, omdat we het er langzaam maar zeker hier over eens worden dat de gebreken van scholieren dus wel degelijk iets te maken kunnen hebben met enige tekortkomingen van leraren. Waar is nu úw harde bewijs hiertegen? Geef eens een concreet voorbeeld.. Zeg aub niet iets dat ons ervan doet vermoeden dat leraren zoals u slechts roepen maar niets doen. (Of alleen maar kritiek geven en de rest achterwege laten.) Gelukkig is het namelijk nog steeds de taak van elke leraar om taalregels bij te brengen, maar het vergt meer dan simpelweg regels geven nietwaar? Niet dat ene extra oefeningetje omdat anders de klas zich tegen u zou kunnen keren? Wat zegt u daar op?

    U heeft bovendien ook nog niet eerder hier iets nuttigs geplaatst m.b.t. het onderwerp, dus ik beschouw uw opmerking als inhoudsloos en dus nutteloos. En zal dan ook geen energie meer verspillen aan al het krampachtig dt-volk.

    (Volgens Freud kan dit type mensen het best worden omschreven als iemand met een anale persoonlijkheid.) Leuk, zulke vermakelijkheden!

  47. A. Emerencia zegt:

    @ Johan Nijhof

    Ik begrijp niet helemaal waarom ik, op basis van mijn achternaam neem ik aan, door u automatisch de fameuze titel allochtoon krijg aangesmeerd waarvan “het spellen van werkwoordsvormen gemakkelijker moeten zijn dan voor autochtone Nederlanders.”

    Een beetje jammer hoor, ik ben opgegroeid door Nederlandstalige ouders, waarom deze opmerking?

    En stop met mij te behandelen als een kind. Als ik iemand citeer of naar iemand verwijs, schrijf ik zijn/haar (voor- en) achternaam keurig op. Een minimale inzet aan respect voor elkaar, is dat zoveel gevraagd? Ik ben notabene allang een volwassene, ter verduidelijking.

    Is er hier dan niemand die dus normaal reageert op het onderwerp van de blog? I.p.v. hier klakkeloos aannames te posten en mensen in een hoekje te willen drijven?

  48. Johan Nijhof zegt:

    Beste Anna Emerencia,
    Wie in Amsterdam, met een bij jongeren voor de helft allochtone bevolking opgroeit en dan ook nog een sterk gemengde school doorloopt, mag zo autochtoon zijn als een kaasje, maar loopt groot gevaar dat zijn Nederlands allerlei manco’s blijft vertonen. Mijn overhaaste gevolgtrekking, waarvoor hierbij mijn verontschuldiging, werd dan ook niet gemaakt op basis van uw achternaam, die in Nederland immers al eeuwen voorkomt, maar op basis van een luid rammelend taalgebruik.
    Ik heb voor de goede orde even een analyse gemaakt, en het ziet er écht niet best uit. Niet alleen inmiddels drie foutieve werkwoordsvormen, (“wat niet wilt zeggen” is natuurlijk in de eerste plaats een taalfout), maar een stijl die absoluut zorgwekkend is, en er is ook kennelijk niet bij nagedacht. Ik vond bij uw verschillende reacties samen welgeteld 20 taalfouten, idiomatische en grammaticale, en daarnaast nog 9 spelfouten. En nog afgezien daarvan is de stijl over de hele linie dus erg houterig. Vanuit de veronderstelling dat dit wees op een allochtone achtergrond wilde ik u juist verdedigen, omdat ik het afkeur als iemand op grond van een spelfout wordt afgeserveerd.
    Het schijnt voor u erg belangrijk te zijn als volwassene te worden behandeld. Een sociologe zou echter moeten weten, dat de volwassenheidsgrens vrij willekeurig getrokken is om heel Europa gelijk te schakelen, maar de biologie ons leert dat hersens pas met 23 jaar volgroeid zijn. Hebt u 2 jaar na het vwo die leeftijd al bereikt? Uw heftige uitvallen tegen iedereen wijzen echt op enige onevenwichtigheid.

  49. A. Emerencia zegt:

    @ Dhr. Nijhof

    Toevallig heb ik de prachtige 23 jaren al bereikt, hoera. Ben van 1987. Uit uw laatste alinea kan ik alleen maar concluderen dat u uw medemens van onder de 23 beschouwt als niet kundig en onvolgroeid genoeg om te kunnen deelnemen aan een discussie als deze? Au! Omdat u misschien behoort tot de leeftijdsgroep 30-50jr., heeft een jongvolwassene dan niets in te brengen? Dat brengt mij even van mijn stuk. Het is dan toch eerder een behoorlijke zwakte van de oudere om niet te proberen een jongvolwassene zijn mening te doen heroverwegen, maar daarentegen hem weg te wuiven onder het mom van: “ja kind, je hebt nog niet genoeg levenservaring en kennis opgedaan. We praten wel verder als je ouder bent..” Of heeft u een andere uitleg m.b.t. uw 23 jaar grens?

    En de verre allochtone achtergrond is weliswaar van toepassing, maar is het noodzaak dat ter sprake te brengen? Moet ik voor u dan nogmaals herhalen hoezeer het van belang is dat men gegeven opinies gewoon leest en op een normale, niet-discriminerende manier daarop reageert?

    En om u nog maar eens nadrukkelijk op het volgende te wijzen: ik heb naar mijn mening helemaal geen houterige stijl, misschien een stijl die u niet bevalt, dat mag, maar het is toch zeker leesbaar? Maar nee, u heeft gewoon mijn tekst geanalyseerd op fouten en mijn boodschap niet begrepen: ik zou graag hebben dat er weer op een volwassen, fijne manier hier aan het onderwerp wordt deelgenomen. Niet dat men (waaronder u helaas ook) weer eens moet tonen hoe geweldig ze zijn en hier ongewild een dictee-/spellingscontrole uitvoeren. Dat doet de NRC redactie al hoor, zij controleren mijn commentaar. Kunt u hen net zo goed iets verwijten. Een hautaine indruk maken vele mensen hier op mij, welke denken elitair te zijn omdat ze het NRC blad lezen en/of leerkracht (Nederlands) zijn. Het spijt mij zeer.

    Mag ik bovendien niet zo vrij zijn om zulke mensen daarop te wijzen en hen te laten nadenken over hun manier van iemand benaderen? Het is hier een discussieforum. Ik ben niet grof of beledigend. Ik gebruik redelijke argumenten waarom ik vind dat mensen ongelijk hebben. Ik kan misschien scherp uit de hoek komen, maar is dat uitvallen? Echt waar? Mijn mond houden en ja knikken, is dat dan discussiëren volgens uw visie? Hóe zou ik anders moeten/kunnen reageren na reacties van Yeu en Wijntuin etc.?

    Hoog tijd dat u ook even nadenkt en dan vertelt wat u nu echt te vertellen heeft, i.p.v. gemakshalve alweer te vitten op iemand zijn taalgebruik. U beweert dat u het voor mij wilde opnemen, maar u doet precies hetzelfde!? Beetje onevenwichtig van uw kant, eerlijk gezegd.

    Met vriendelijke groet

  50. Else Verwoerd zegt:

    Hooggeachte Mevrouw Emerencia,

    Ik zou graag op uw bijdragen reageren, maar zie daar toch maar van af omdat ik vrees dat u anders ontploft en dat zou toch zonde zijn.

    Met vriendelijke groet,

    Else Verwoerd

  51. Johan Nijhof zegt:

    Beste Anna Emerencia,
    Het is opvallend hoezeer het gebrek aan ervaring met het hanteren van jaartallen doorwerkt in het dagelijks leven. Na kennis te hebben genomen van het feit dat ik in de 70-er jaren (het was al vanaf 1971) les Nederlands gaf in vwo, waarvoor men immers een diploma en een bevoegdheid moest bezitten, gaat u er vanuit, dat ik wel tussen de 30 en 50 zal zijn. Een opmerkelijke schatting. Hoe oud zou ik dan in 1971 geweest zijn? Juist, hooguit 11 jaar, en wellicht nog lang niet geboren. U ziet, niet alleen een helder betoog is u niet gegeven, maar aan het logisch denken dat daarvoor nodig is, ontbreekt ook wel een en ander. Ik wijt dat niet aan uw nog jonge hersenen, men kan op veel jongere leeftijd die berekening soms best maken, maar wilde u juist troosten dat jong zijn juist veel voordelen biedt, en het zo graag volwassen willen zijn eigenlijk alleen bij jongeren voorkomt. Op mijn leeftijd van bijna 67, als men de last van de jaren begint te voelen, koestert men meestal aangename herinneringen aan die jonge jaren. Wees echter nooit bang die hersenen te gebruiken, ook aan de Leuvense universiteit niet.
    U bent waarschijnlijk een van de weinigen op dit forum, die zich kunnen vinden in uw eigen taalgebruik. “Het is toch leesbaar?”, is uw verontwaardigde vraag. Nee, nauwelijks. “Dat u uw medemens van onder de 23 beschouwt als niet kundig en onvolgroeid genoeg om te kunnen deelnemen aan een discussie” is bijvoorbeeld een hoogst eigenaardige conclusie. Moet men dan “onvolgroeid genoeg” zijn om aan een discussie te kunnen deelnemen? Dat zou heel triest zijn. Ik heb alleen het biologische harde feit willen noemen, en dat staat helemaal buiten mijn opinie over jongeren. Ik heb zelf een dochter, ook studente, die van dezelfde leeftijd is als u. Ook zij maakt wel eens een enkele spelfout, maar schrijft toch heel normaal Nederlands, terwijl zij wel (via haar moeder) allochtoon is. Ik moet u ook uit de droom helpen, als u beweert dat de NRC-redactie uw commentaar zou controleren op spelling. Gelukkig niet, u bent voor alle blunders zelf 100 % verantwoordelijk.
    Ik heb ook geen moment gevonden dat u niet aan de discussie moest deelnemen. Die conclusie is volkomen ongerechtvaardigd. Ik heb uw mededeling dat u “nadrukkelijk werd verteld dat we data niet uit ons hoofd moesten leren” begroet als waardevolle informatie. Met mevrouw Verwoerd ben ik het eens, dat u niet de schuld uitsluitend bij anderen moet leggen, maar uzelf ook wel “iets te verwijten heeft”. Niemand heeft u het potsierlijke taalgebruik waarvan u zich bedient bijgebracht.
    U zou er goed aan doen, de mening van deskundigen ter harte te nemen en aandacht aan uw taal te besteden. Zelf ben ik ex-leraar en ex-universiteitslector, en ook als vertaler al 30 jaar dagelijks bezig met het bouwen van grammaticale zinnen en met goede stijl. Ook in Leuven, of het nu Frans of Nederlands moet zijn, zal men toch leesbaarheid verlangen bij een paper of scriptie. Hoe uw reactie op Tinh Yeu had kunnen zijn? Bijvoorbeeld een feitelijke op zijn vreemde opmerking “Spelling is geloof ik jaren geleden al afgeschaft”. De heer Wijntuin met zijn milde, tactische reactie kunt u, dunkt me, alleen maar dankend gelijk geven. Uw bijdrage (uiteraard niet alleen de spelfout) IS een illustratie van het besproken probleem (wat u ook weer verkeerd interpreteert). De verdediging dat uw “taalfout” al was toegegeven was zwak, omdat nergens bleek hoe die dan wel was toegegeven en het daarbij ook niet om een taalfout, maar om een spelfout ging.
    Maar om terug te keren naar het eigenlijke onderwerp: erkent u nu eigenlijk dat studenten dommer maar niet slimmer worden? U geeft wel verontschuldigingen voor manco’s uit eigen ervaring, maar steunt dan weer Swaab, die vreemd genoeg meent dat onze generatie niet weet wat de lever doet (velen van ons hebben echter al een nieuwe nodig) en niet zouden weten wat een kilowattuur is of waar Darfur ligt. Hoe de premier van India heet, wist ik inderdaad niet, juist omdat de krant hem altijd aanduidt met Singh, maar ik weet nu juist weer dat dat geen naam is, maar een aanduiding die alle sikhs achter hun naam zetten, en die letterlijk “leeuw” betekent. Het uit het hoofd omrekenen van Engelse maten en gewichten zal onze generatie, die nog heeft leren hoofdrekenen beslist beter afgaan dan de jongere generatie die juist voor alles een zakjap gebruikt en alleen in het “schattend rekenen” is onderwezen.
    Waarom vinden zoveel jongeren de kennis die wij paraat hebben onbelangrijk en wijzen dan op alternatieve “eigentijdse kennis”? Alsof het een het ander in de weg staat. Wist u dat hersenen genoeg capaciteit bezitten om de kennis van 300 jaar leren op te slaan? (Wel nu en dan defragmenteren).

  52. Ton Timman zegt:

    Natuurlijk zijn studenten – gemiddeld – dommer dan vroeger. Het percentage van de jongeren dat gaat studeren is namelijk enorm gestegen, zeker als je ook de HBO’ers meerekent. Daar hoef je geen onderzoek voor te doen.

    Een heel andere vraag is of de jeugd van tegenwoordig dommer is dan vroeger, want zij weten niet meer wanneer Karel de Grote leefde, kunnen geen staartdelingen meer maken etcetera.
    Daar geloof ik niets van. Graag sluit ik mij aan bij Karel van het Reve die deze vraag behandelt in ‘Uren met Henk Broekhuis’ en in ‘Zie ook onder Mozes’.

  53. Else Verwoerd zegt:

    @Ton Timman: Het verschil is dat Karel van het Reve zijn ‘Uren met Henk Broekhuis’ schreef toen leerlingen nog staartdelingen konden maken en wisten wie Karel de Grote was. Daar is nu geen sprake meer van.

    Twijfelt u? Loop morgen een havo-vwo-school binnen, schiet een bovenbouwleerling aan, en vraag hem/haar hoeveel 2048 : 103 is, op twee cijfers achter de komma.

    Bij het antwoord op de vraag wie Karel de Grote is, moet u uw lachen leren inhouden.

  54. L. Veer zegt:

    Blijkbaar gaan kennis en respect niet samen! Ik vind het triest dat iemand ‘moet leren zijn lachen in te houden’ als een ander een verkeerd antwoord geeft. Het antwoord is nog geeneens gegeven en er is al een oordeel geveld.

    ‘Natuurlijk zijn studenten – gemiddeld – dommer dan vroeger.’ Sorry? Wat is daar natuurlijk aan? En waarom wordt het in mindere mate hebben van parate feiten gelijkgesteld aan dommer? Dom zijn heeft niet te maken met kennis maar met verstand. Iemand die niet veel kennis heeft, maar wel zijn volledige verstand gebruikt is niet dus niet dom.

    Bij sollicitaties voor ‘oudere’ generatie werd alleen gekeken naar opleiding en cijfers/resultaten. Tegenwoordig word er gekeken naar werkervaring tijdens school-/studietijd, sociale status (hyves, facebook en twitter worden standaard gecheckt) en in gelijke mate als voorgaande naar de opleiding. Daaruit volgend gaat het opleidingsniveau (niet te spreken over feitenkennis) waarschijnlijk wel naar beneden, maar daar komt een heleboel ervaring voor in de plaats. Dat is niet alleen toepasbaar in je carrière, maar ook in je privéleven.

    De generatie die de huidige studerende generatie dom noemt heeft daarin een belangrijk aandeel gehad. De ‘oudere’ generatie is straks ook verantwoordelijk voor de ontwikkeling in de toekomstige baan van de studerende generatie. Kijk daarom naar wat studenten wel weten en kunnen, en misschien verbazen ze u wel!

  55. Ton Timman zegt:

    @53, Else Verwoerd:

    Zou u de wortel uit 2048 kunnen berekenen, met twee cijfers achter de komma?
    Vermoedelijk niet, maar toch houd ik u beslist niet voor dom. U hebt dat algoritme (met of zonder h, vraag ik me af) gewoon niet op school geleerd. Zelf heb ik het van mijn vader, want voor de oorlog leerden kinderen dat nog gewoon op de lagere school. Maar ooit hebben onderwijskundigen gedacht: dat hoeft toch helemaal niet, want je hebt toch logaritme-tafels!

    @54, L. Veer:

    - Iemand niet uitlachen, dat is toch respect. Wat wilt u nog meer?

    - Beschuldigt u mij ervan dat ik slimheid (domheid) gelijk stel met het al, dan niet kennen van feiten? Daar pleit ik toch juist tegen. Ook geef ik duidelijk aan dat ik de jeugd van tegenwoordig niet dommer vind.

    Ik stel alleen dat de studenten – gemiddeld – dommer zijn dan vroeger. Dat komt door de Wet van de Afnemende Meeropbrengst (bekend van het Economie-college). Als je ervan uitgaat dat de slimste (in de zin van de meest begaafde) jongeren gaan studeren, dan neemt de gemidddelde slimheid van de studenten af, naarmate meer jongeren gaan studeren. Logisch, toch?

  56. Bernard Wijntuin zegt:

    @Ton Timman.
    Karel van het Reve zegt in zijn boek ‘Uren met Henk Broekhuis’ dat er altijd over dommer wordende leerlingen geklaagd is. Omdat dat klagen blijkbaar van alle tijden is trekt hij de conclusie dat dat niet kan kloppen want anders kon inmiddels niemand meer lezen.

    Maar de conclusie van van het Reve is niet logisch. Omdat er wel degelijk nog mensen zijn die kunnen lezen, is de conclusie dat NIET ALLE klagers gelijk gehad kunnen hebben. Het is zeer goed mogelijk dat er tijden zijn waarin de studenten dommer worden. Het omgekeerde is overigens ook zeer goed mogelijk. En omdat mensen nu eenmaal minder vaak uitgebreide verhalen gaan houden over dingen die steeds beter gaan, zal je ook nooit kunnen vaststellen dat blijheid over steeds slimmer wordende studenten van alle tijden is.
    De denkfout is heel simpel: boeren, leraren en oude mensen klagen ALTIJD, dus zullen ze wel ALTIJD ongelijk hebben. Dat is natuurlijk onzin. Het klagen over zakkend niveau is gewoon te staven aan de hand van examenvergelijking en leerboekenvergelijking.

  57. Else Verwoerd zegt:

    @Ton Timman: Het worteltrekken is een interessant voorbeeld. Toevallig heb ik als kind van de jaren zeventig dat algoritme wél geleerd (en slaagde met twee achten voor wiskunde-I en -II op het gymnasium). Hoewel ik niet in de wiskunde ben doorgegaan, heb ik nog steeds plezier van mijn parate kennis: van ruimtemeetkunde tot algebraïsche formules. Behalve ‘gebruikskennis’ bij het oplossen van wiskundeproblemen is die kennis ook de basis voor wiskundig begrip.

    Het belang van parate kennis wordt gemakkelijk onderschat. Te gemakkelijk wordt aangenomen dat expertise bestaat uit ‘logisch denken’ en niet over inhouden. In de computeranalogie: een apparaat met een sterke processor, niet zozeer goede software.

    Van de cognitieve psychologie weten we echter dat parate kennis een grote rol speelt bij het begrijpen van informatie en het opnemen van nieuwe informatie. De nadruk in het moderne onderwijs op vaardigheden, minder op inhouden; op het ‘leren omgaan met informatie’, niet de informatie zelf, doet geen recht aan dat belang van parate kennis. Al in 1946 toonde wijlen A.D. de Groot aan dat de expertise van schaakgrootmeesters minstens zozeer schuilt in een enorme parate *kennis* over stellingen, openingen, slotspelen etc. als in ‘logisch denken’.

    Hoe kun je nu nadenken en inzicht verwerven over complexe materie als de parate kennis je ontbreekt? Hoe kun je nu de impact van Karel de Grote taxeren, of de kruistochten, of de Verlichting, of de ontzuiling, als je geen idee hebt met welke andere historische onderwerpen deze verband houden, of waar ze op de tijdbalk geplaatst moeten worden?

    Het idee dat kennis niet meer zo belangrijk is ‘omdat je alles kunt opzoeken’ is onjuist, net als het idee dat schoolse kennis ‘snel veroudert’. Veel van wat kinderen op school leren veroudert juist niet, omdat het basiskennis is.

  58. Johan Nijhof zegt:

    In mijn bijdrage 30 constateerde ik al “dat er verschil is tussen gebrek aan intelligentie en gebrek aan kennis. Helaas, heel verwarrend, wordt het woord dom in die verschillende betekenissen gebruikt.” Algemeen bekend feit, dacht ik in mijn onschuld, maar desgewenst verwijs ik dan maar naar Van Dale, die het door L. Veer gewraakte gebruik van het woord onder betekenis nummer 2 noemt. Hoe kan Veer dan zo reageren? Wel, waarschijnlijk heeft hij de voorgaande bijdragen niet gelezen, mogelijk ook niet begrepen, of hij heeft gezien dat ze niet met zijn opinie strookten en ze dus zonder meer verworpen, zoals de gewoonte schijnt te worden bij bloggers. Mijns inziens is dat verschijnsel eveneens te wijten aan het verloren gaan van discussietechniek. Het is bij lezing van het stuk van Funnekotter ook zonder meer duidelijk, dat dom uitsluitend wordt gebruikt in de betekenis van verminderde algemene ontwikkeling. Heeft Veer ook dat stuk niet eens gelezen? Voor hij de vraag stelde “Sorry? Wat is daar natuurlijk aan?” had hij toch ook eerst kunnen vaststellen dat Timman een statistisch sluitende redenering volgt, maar dommer evenmin in de zin gebruikt die Funnekotter bedoelde.
    Het gaat in elk geval niet aan, opponenten te verwijten dat ze een woord in een vanouds bekende betekenis gebruiken.
    Voor mij is het onvoorstelbaar, dat vaardigheid in twitteren als argument bij een sollicitatie een rol zou spelen. Blijkbaar zou ik daar respect voor moeten opbrengen, maar dat lukt me echt niet, evenmin als voor de oppervlakkigheid die er uit Veer’s reactie spreekt. Respect moet men verdienen, dat krijgt men niet bij zijn geboorte mee.
    Als iemand dan weer eens meent dat Karel de Grote de grondlegger van het communisme was, vind ik ook echt dat ik best mag lachen.
    U bent het daar niet mee eens?, wel, laat dan rustig uw virtuele vuvuzela nog een keertje schallen.

  59. B. Wijntuin zegt:

    @dhr. Nijhof
    Mijn compliment voor de vondst van de virtuele vuvuzela.
    De ‘vaardigheid in twitteren’ als pluspunt zien is eigenlijk niets nieuws, al blijft het natuurlijk bespottelijk. Er blijven altijd mensen die denken dat het indrukken van knopjes het toppunt van geleerdheid is. Ik weet van 25 jaar geleden nog goed dat het beheersen van Word Perfect 5.1 een pluspunt was, of iets later ‘vaardigheid met Windows’.
    Dat zoiets niet veel meer zegt dan ‘kan goed schrijven met een vierkleuren-balpen’ ontgaat de bewonderaars van die ‘vaardigheid’ ten enen male.
    Aan de andere kant mag de denkkracht van sollicitatiecommissies ook niet overschat worden. Zelf heb ik een van mijn leukste functies te danken gehad aan de onschatbare verdienste dat ik uit Den Haag afkomstig was.

  60. Johan Nijhof zegt:

    @ geachte heer Wijntuin. Het was in 1974 dat ik mij tegen een vakgenote en conrectrix bij gelegenheid van de exameneisen liet ontvallen, dat ze toch raar op zou kijken als na uitreiking van een havodiploma werd vastgesteld, en zoiets kan immers onomstotelijk, dat de abituriënt leed aan het syndroom van Down. Ik zag haar de hypothese incasseren, schrikken en twijfelend, met enige opluchting concluderen dat die suggestie net te stoutmoedig was. Maar goed, dat was 1974.
    Uw constateringen over de teloorgang van het wiskundeonderwijs, die ik, zelf een complete nul op dat gebied, niet geheel kan checken, hoewel ook ik blij verrast was met de info dat een straal loodrecht op een raaklijn stond, vinden beslist een parallel in het moedertaalonderwijs. Ik ben in het gelukkig bezit van een boekje voor het leesonderwijs op de lagere school uit 1866. Fris, voor toen modern taalgebruik, en vol kloeke volzinnen en aardig ingewikkelde woorden voor wie nog onbedreven is in de spelling. Onze didactici hebben inmiddels vastgesteld dat lange zinnen uit den boze zijn, en bij voorkeur verboden moesten worden. Ik was dan ook enthousiast toen jonge kinderen massaal Harry Potter gingen lezen, vaak ook in origineel. Dat ging ze prima af, terwijl Joanne K. Rowling toch zinnen schrijft van een lengte waarvoor Tacitus of Hooft zich niet zouden schamen. Vooruitgang bestaat dus nog, en gebedsverhoring blijkbaar ook!
    Uw voorbeeld van WP 5.1 bewijst weer eens, hoe vluchtig die IC-kennis kan zijn. Tevens staan de middeleeuwse kathedralen, waarvoor de ingewikkelde berekeningen veelal uit het hoofd en op de vingers gemaakt werden meestal stevig, terwijl je bij een modern gebouw beter enige afstand kunt houden van neerdonderende gevelplaten en balkons.
    Toch kan ik oprechte bewondering opbrengen voor de technische hoogstandjes van de huidige tijd. Een ongelooflijk zuinige automotor als de common line diesel, een HR-ketel, een AWACS. Het is uiteraard een kleine intellectuele elite, die ons deze zegeningen brengt, en een grote massa die misschien wel bewust dom wordt gehouden, om ze niet op het idee van inkomenseisen te brengen, maar die wel luid tettert.
    Over de denkkracht van sollicitatiecommissies: deze week werd ik verblijd met een afwijzing, hoewel ik helemaal niet gesolliciteerd had, wel contact opgenomen. Maar als troost: “Onze eerste selectie ronde heeft plaats gevonden op basis van het CV en van de brief.” Wellicht zoiets als de “globale beoordeling” die in ons vak indertijd voor het examenopstel werd ingevoerd. (Je mocht het niet meer echt lezen).

  61. Johan Nijhof zegt:

    Excuses: voordat een deskundige het ziet: het moest common rail diesel zijn.

  62. L. Veer zegt:

    ‘Respect moet met verdienen, dat krijgt men niet bij zijn geboorte mee’. Hoe verdient men respect? U wilt zeggen dat u bepaalt of iemand voldoende bereikt heeft in zijn leven om respect krijgen? Als u wilt lachen als iemand beweert ‘dat Karel de Grote de grondlegger van het communisme is’, dan zegt dat meer over u. Ik hoop voor deze generatie dat ze u niet als vader of als leraar gehad hebben.

    U plaatst mij met de zin ‘Wel, waarschijnlijk heeft hij de voorgaande bijdragen niet gelezen, mogelijk ook niet begrepen, of hij heeft gezien dat ze niet met zijn opinie strookten en ze dus zonder meer verworpen, zoals de gewoonte schijnt te worden bij bloggers’ wel heel makkelijk in een hokje, waar ik niet wens geplaatst te worden. Er worden veronderstellingen gedaan waarvan de toevoegde waarde aan deze discussie ver te zoeken is. Is dat die discussietechniek die verloren is gegaan?

    Bij een sollicitatie is niet de vaardigheid in Twitter een argument, maar de combinatie van de genoemde factoren. Juist met uw bijdrage bevestigt u mijn standpunt. Waar men vroeger maar op één aspect hoefde te focussen, moet men tegenwoordig op meerdere fronten tegelijkertijd actief zijn.

    Ik wil nogmaals bestrijden dat dom wordt gebruikt ‘in de betekenis van verminderde algemene ontwikkeling’. Deze strekking had ik al wel ontdekt in uw bijdrage alsmede het artikel van dhr. Funnekotter, maar als u goed had gelezen, bedoel ik te zeggen dat het niet verminderd is, maar veranderd. Algemene ontwikkeling gaat verder dan algemene kennis. Respect en waardigheid naar onze medemens zijn daar onderdeel van. Ik ben het volkomen met u eens dat de algemene kennis minder is geworden. Dat wil niet meteen zeggen dat de algemene ontwikkeling verminderd is, maar wil wel zeggen dat het veranderd is.

    Wat ik duidelijk probeer te maken, zonder iemand in het bijzonder aan te vallen, is dat degenen die het hardst klagen, het grootste aandeel erin gehad hebben en dat ze het meeste er aan kunnen doen.
    Op het eerste gezicht lijken veranderingen negatief, maar wanneer men veranderingen positief benadert, komt het ten gunste in de toekomst. En vanuit die visie kunnen we verder.

  63. Johan Nijhof zegt:

    Geachte heer Veer,
    Prettig dat mijn strenge reactie tot u is doorgedrongen en effect heeft gesorteerd. Nu komt u (afgezien van de poging mij te kwetsen, maar daar ben ik zo goed als immuun voor, en ik heb het gevoel dat u er eigenlijk ook boven had gestaan als u even had nagedacht) tot een voor mij aanvaardbare manier van discussiëren, die in uw eerdere reactie ver te zoeken was. Dat is dan inderdaad mijn discussietechniek, via uitdagen, die dat resultaat teweeg heeft gebracht.
    Twee zaken blijven verder onverteerbaar:
    Van Dale is een gezaghebbend woordenboek (dit te uwer informatie), en als u het er niet mee eens bent dat iemand dom genoemd kan worden vanwege gebrek aan algemene ontwikkeling, kunt u domweg niet zeggen: ik wil dat nogmaals bestrijden want ik bedoel er wat anders mee, omdat ik niet geloof dat gebrek aan algemene ontwikkeling voorkomt.
    U moet trouwens oppassen, want als u naast “algemene ontwikkeling”, dat is ontwikkeling op alle mogelijke gebieden, “algemene kennis” wilt stellen, wordt dat mogelijk begrepen als kennis op een oppervlakkiger niveau. Het renaissance-ideaal van de uomo universale, de persoon die al zijn faculteiten en vaardigheden ontwikkelt, is verbleekt tot iemand die dingen opzoekt en die twittert. Kennis op alle mogelijke gebieden is onbereikbaar geworden. Veranderd ja, maar dus onontkoombaar tevens verminderd.
    Dezer dagen lees ik de brieven van Ghislain de Busbecq, een 16e eeuwse Vlaming die gezant werd bij de Sultan in Constantinopel. Hij toont een levendige belangstelling in alle aspecten van de cultuur en religie, de taal (zelf sprak hij er ook vele), de klassieke oudheid, biologie en plantkunde. Hij is de man die ons de tulpen en krokussen heeft gebracht, en zelfs het concept van godsdienstige tolerantie jegens minderheden, maar die ook de schaarse resten van het Krimgotisch vastlegt. Hij schrijft een aansprekende stijl en komt onmiddellijk als een buitengewoon sympathieke persoonlijkheid naar voren uit zijn brieven. Een bekwaam en listig politicus ook, al twitterde hij niet.
    Ik ben werkelijk zielsblij in een andere tijd jong te zijn geweest, ook al voel ik me dat nog steeds in sommige opzichten. Daarom wil ik ook naar hartenlust mogen lachen om alle visies op Karel de Grote behalve de correcte, wat u dus respectloos vindt. Ik kan u trouwens verraden dat ik Karel de Grote zelf heb gekend, hij kwam op school waar zijn broer Alexander al zat, en zijn zusje Catharina eveneens. Die ouders kenden blijkbaar wel hun geschiedenis.
    Ten tweede: ik wil helemaal niet zeggen dat iemand voldoende moet bereiken in zijn leven om respect te verdienen, of zoals u blijkbaar belangrijk vindt, zijn sociale status te koesteren. Eerlijkheid, bescheidenheid, loyaliteit, dat zijn enkele eigenschappen waar ik respect voor heb. Maar de inderdaad uit de Islamitische wereld stammende eis van respect op een zeer onduidelijke basis verwerp ik. Ik heb dat teveel jeugdige criminelen bij een politieverhoor horen eisen als tolk.
    Hoe ik en vele anderen die consequent klagen over de niveaudaling, “daarin het grootste aandeel hebben gehad en er het meeste aan kunnen doen”, is helaas volkomen onderbelicht gebleven. Dat was m.i. vechten tegen de bierkaai, maar we hebben gevochten! De partij van “geen gelul, iedereen een bul” heeft gewonnen.

  64. Else Verwoerd zegt:

    Niet weten wat Karel de Grote is, wel weten wat Twitter is. Niet weten wat De Verlichting is, wel weten wat Google is. Ziedaar de winst van de nieuwste generatie leerlingen, die deze winst zien als een deugd.

    Mag men deze ‘deugd’ afwijzen? Nee, zegt L. Veer. Want wie zijn wij om andermans deugden af te wijzen? Een dergelijk nihilisme en verlies van waarden – alle kennis is even goed – is de voedingsbodem van de decadentie en de wortel van het bederf.

    Nee, het gaat niet om de vaardigheid in Twitter, maar om ‘de combinatie’. Van Twitter en Google? Van Google, Twitter en Wikipedia? Van Wikipedia, Twitter en MSN? Het is de combinatie van Twitter, Google, onkunde en onbegrip die ons lang blind zal houden voor de afgrond waarheen wij ons langzaam bewegen, parmantig prevelend ‘kenniseconomie, kenniseconomie…’.

    “Op het eerste gezicht lijken de veranderingen negatief”, schrijft L. Veer. Geloof me, op het tweede gezicht ook.

    En dan ben ik nog een rasoptimist.

  65. B. Wijntuin zegt:

    De verdomming moet al vóór 1983 hebben ingezet, want toen sprak Gerard Reve al de gedenkwaardige woorden ‘Wie weet er nu nog wie Tweede van der Helst was?’.

  66. Johan Nijhof zegt:

    Dat het gebruik van Google en Wikipedia bij leerlingen, vaak als alternatief voor enige eigen inventiviteit, weerzien wekt, kan ik mij goed voorstellen. Ik zal ook onmiddellijk toegeven, dat lang niet alles wat Wikipedia te bieden heeft de toets van de kritiek kan doorstaan. Niettemin is Google veruit de prettigste zoekmachine voor wie snel iets wil weten, op welk gebied dan ook. Ik raadpleeg voor het checken van terminologie voortdurend het internet en heb Google urenlang per dag geopend. Zeker wie dieper gravende informatie nodig heeft, zal tenenkrommende oubollige katholieke verhaaltjes vinden bij Bonifatius, om maar eens zo’n knakker te noemen. Inderdaad, wie dan wil aanvullen waar zijn diverse schedels te vinden zijn, of waar de wonderbron te Dokkum nu eigenlijk is (waar de geleerden het helemaal niet over eens zijn) zal de taaie weerstand van de informatiebron beslist tegenkomen. Toch in het dagelijks leven, even je oriënteren in de geschiedenis van Belize, of een technische term uitgelegd zien, kun je met veel tevredenheid Wikipedia gebruiken. Dat de doorsnee zoeker geen idee heeft van de mogelijkheden van de Google-taal, zoals de toevoeging site:.nl als men naar Nederlandse bronnen zoekt, is een andere kwestie. Dat kan Google immers niet helpen. Oppervlakkigheid is altijd mogelijk. Ook zullen velen zich storen aan het vreselijke taalgebruik, alleen omdat ze de automatische vertaling niet uitgeschakeld hebben. Toch denk ik, dat Google zowel als Wikipedia niet in een adem met Twitter, dat alleen maar debiliserend werkt, genoemd mag worden.

  67. Hendrikus H zegt:

    In Wikipedia kun je makkelijk opzoeken wat een spinor is maar begrijpen wat daar staat en wat je daar aan hebt is andere koek.
    Vroeger was een veelgenoemd doel van goed onderwijs dat je in staat moest zijn om een kwaliteitskrant (NRC-Handelsblad b.v.) van begin tot eind te lezen en te begrijpen. Wat zou het mooi zijn als de internetgeneratie datzelfde doel zou bereiken met Wikipedia.

  68. Johan Nijhof zegt:

    Leuk voorbeeld, maaar over het feit dat weinigen zullen begrijpen wat een spinor precies is, kunnen we ons niet beklagen in het kader van een algemene verdomming. Dat is met tweedimensionale complexe vectoren, die daarmee al op vier dimensies betrekking hebben nu eenmaal te hoog gegrepen, voor Elie Cartan begreep niemand ze, en begreep Cartan ze zelf eigenlijk wel? Wikipedia doet haar best.
    Een kwaliteitskrant is iets geworden waarvoor we moeten strijden, goed onderwijs is al een eeuwigheid uit zicht.

  69. Su Tikhien zegt:

    Er bestaat geen objectieve kennis, zogezegd. Alle beschrijvingen die we maken in een bepaalde taal, geven inzicht op ons handelen op dingen. Zo zeker zijn we in principe niet, we wanen ons tevree met wat we beogen te willen krijgen aan een stukje effect als gevolg van ons handelen. Soms is onze taal niet eens toereikend om ons handelen te verklaren (zie kredietcrisis), ondanks dat we instituten hebben die economen opleveren. Belangrijker meen ik te weten wat de grond is van een theorie of toepassing, en de slagvaardigheid te tonen om wetenschapsvinding van wat er is (uit)gevonden uit te breiden met eigen vinding (wat nog niet heeft bestaan) in construct, materie en taal.

  70. Maria Sav zegt:

    Ik vraag mij af hoeveel procent van de oudere generaties dan weten wat de omtrek van de aarde is.

    *Dit zijn toch geen vragen over algemene kennis?*

  71. johan nijhof zegt:

    @Maria Sav
    Dat is een hele goede vraag. Ik denk dat het verschilt met welke oudere generatie u bedoelt. Erathostenes wist het al ongeveer. Voor mijn generatie was het lagere schoolstof, en dan wist je dat dus (weliswaar afgerond, dus zonder de laatste 75 kilometers), als je zoals dat heette “de lagere school met vrucht doorlopen” had. Sterker nog: de meester wist het ook! Mijn generatie leerde, het zal u waarschijnlijk verbazen, Pi tot 9 cijfers achter de komma uit het hoofd. Best handig.

  72. Else Verwoerd zegt:

    Su Tikhien schreef: “Er bestaat geen objectieve kennis, zogezegd”.

    Toch wed ik dat u, als u zich op de Titanic zou begeven, zich op het moment suprême naar een reddingsboot zou spoeden in de vaste overtuiging dat die u redding zou *kunnen* bieden. Of die kennis en die verwachting nu objectief zijn of niet.

    Op school bieden wij reddingsbotenkennis aan. En dat is maar goed ook.

  73. Remi Rijs zegt:

    Beste Anna Emerencia,

    Van mij krijg je alle steun. Ik sta met verbazing te lezen hoe grijzende heren (en een enkele dame) een jonge vrouw aan de schandpaal nagelen. Het ging hier over “slimmer-dommer”, of “feitenkennis vs. de wikipedia”. Eén spelfout, en ja hoor, als kleine jongens rennen ze allemaal op de bal af.

    Ik denk wel dat je beter twee keer had kunnen nadenken voor je reageerde (en dat je braaf dank-je-wel had moeten zeggen tegen degenen die je taal corrigeerden); maar je spelfout had ook een typo kunnen zijn (voor de non-twitters: een tiepfout, a slip of the pen, a missing touch). Misschien was je spellchecker wel niet 100% perfect, of had je een autocorrect-functie aanstaan.

    Ik ben zelf een product uit de jaren zestig en haalde altijd een 10 voor dictee (sorry…). Maar toen op een gegeven moment de spelling werd aangepast, besloot ik de pijp aan Maarten te geven. Als het verschil tussen goed en fout betrekkelijk wordt… so I don´t give a damn anymore. Mijn oudtante schreef nog in “de oude spelling” zeiden wij vroeger. (Dat is dus een spelling die ouder is dan die van mij). Zij ging in de jaren 1920 naar school en haalde ook 10-en. Een halve eeuw later zagen ze haar als een museumstuk… Maar voor mij is haar mooie handschrift meer waard dan welke spellingvernieuwing ook.

    Dit blog gaat over kennis en niet over spelfouten. Ik bewonder je doorzettingsvermogen en denk dat de jonge generatie vele kwaliteiten heeft waar vroeger geeneens woorden voor bestonden. Desalniettemin is parate kennis nooit weg en verrijkt het leven. Succes met je studie sociologie.

  74. Remi Rijs zegt:

    Naschrift: onder het mom van parate kennis nog wat losse weetjes:

    - de AWACS geen toonbeeld van moderne zuinigheid; de oude motoren kom je in de burgerluchtvaart niet meer tegen, want ze slurpen brandstof en maken meer herrie dan nodig (vraag de mensen in Schinveld maar).
    - Dat oude kathedralen nog steeds overeind staan is deels een gevolg van natuurlijke selectie. De minder soliede bouwsels zijn allang verdwenen; evenals delicate onderdelen.
    - Moderne constructies zijn minder vaak overgedimensioneerd; dit vanwege kostenbeschouwingen.
    - De Hagia Sophia werd in 527-532 in Byzantium (Istanboel) gebouwd in opdracht van keizer Justinianus. Slavenwerk, letterlijk. Kosten noch moeite werd gespaard (letterlijk). Toch stortte 30 later de koepel in (voor de eerste keer). Een prachtig monument, jazeker! Maar iets ten nadele van de architecten van vandaag?

    The world goes on :) .

  75. Eelco Hillenius zegt:

    Doen landen waar dit soort vragen beter worden beantwoord door studenten – als ze er al zijn – het beter in the globale economie? Moeten we onze jeugd opleiden tot meesters in de trivia? Een fatsoenlijke algemene ontwikkeling is belangrijk om de wereld in context te kunnen plaatsen, maar creativiteit, onafhankelijkheid en het vermogen om theorie naar praktijk te kunnen vertalen zijn net zo belangrijk.

  76. B. Wijntuin zegt:

    @Remi Rijs
    Aangezien ik u niet ken, moet ik afgaan op de dingen die ik direct kan zien. Spellingsblunders en vooral slordigheid vallen meteen op. Wat je hier afgeeft is je visitekaartje. Als dat kaartje smoezelig is en spelfouten bevat, dan is er een goede kans dat de rest van je werk ook zo slordig is.
    Raar dat u niet in de gaten heeft dat het hier om een waterval van fouten gaat en niet om één foutje.
    Wat heeft overigens de sekse van een persoon te maken met haar werkwoordspelling?
    We zijn het eens over het belang van parate kennis. De spelling van je moedertaal beschouw ik als een vitaal onderdeel van die parate kennis. U niet?
    Ook ben ik van mening dat aan helder schrijven helder denken vooraf gaat.

  77. B. Wijntuin zegt:

    @E. Hillenius. De dingen die u ‘ook belangrijk’ noemt zijn inderdaad enorm belangrijk, alleen bestaan er geen scholen of opleidingen waar je ‘creativiteit, onafhankelijkheid of het vermogen om theorie in praktijk om te zetten’ kunt leren. Opleiders die dat pretenderen zijn gewoon oplichters. Er bestaat ook geen opleiding tot gelukkig mens. Er bestaan wel scholen waar men je algemene ontwikkeling bij kan brengen.
    Dezer dagen is het voetbal weer alom aanwezig. Ik weet nog goed dat ik destijds alle Europacupwedstrijden van Ajax tussen 1968 en 1971 uit mijn hoofd had geleerd. Dat zijn trivia die ik niet als algemene ontwikkeling beschouw. Zo had men in het Byzantium waar Remi Rijs het over heeft wagenrennen waar iedereen zich over opwond. Je had daar een rode en een blauwe partij waar mensen fanatiek voor of tegen waren, vergelijkbaar met het Ajax en Feijenoord van onze dagen.
    Nu beschouw ik het precies onthouden van al die wedstrijduitslagen als volkomen overbodig, maar het weten dat je die wagenrennen had in Byzantium en de eeuw waarin dat plaatsvond, dat zou ik algemene ontwikkeling noemen. Kan men daar geld mee verdienen? Nee.

  78. B. Wijntuin zegt:

    Er zijn talen waarin je je zelfs niet eens één fout kunt veroorloven: de computertalen. Een vergeten punt, een haakje te weinig of een verkeerd gespeld woord betekent een afgekeurd programma of, erger dan dat, een programma met een onontdekte fout erin. Bijvoorbeeld een programma dat de hoogtemeter van een toestel van Turkish Airlines moet uitlezen. De juiste spelling is dan van zeer groot belang.
    Zoals onze alledaagse spellingscontrole fouten in de werkwoordspelling niet kan detecteren omdat het programma niet kan weten of er een werkwoord of een voltooid deelwoord is bedoeld, zo kan een computerprogramma niet raden wat de programmeur daar heeft bedoeld.

  79. johan nijhof zegt:

    Remi Rijs is blijkbaar zo goed in spellen, dat hij geen behoefte heeft aan een spellingchecker. Gelukkig maar, temeer daar hij ook etaleert er geen benul van te hebben hoe, of volgens welke principes een spellingchecker werkt. Die is echt niet in staat een verschil tussen de persoonsvorm en het deelwoord te maken, dus zou geen enkel nut hebben opgeleverd. Zijn spelfout “soliede” had hij echter kunnen vermijden: dit keer dus geen tien. Daar rijdt Rijs dus zijn scheve schaats, als u mij toestaat.
    Wat de leeftijd van Tinh yêu is, weet ik niet, hoef ik ook niet te weten, maar hij is degene die viel over mw. Emerencia’s spelfout. Nu roept Rijs, en daar ben ik het helemaal mee eens, dat het hier niet over spelfouten gaat. Maar ondertussen heeft hij het wel over grijzende heren die haar (vanwege 1 spelfout!) aan de schandpaal nagelden. Rijs schrijft dus blijkbaar beter dan hij leest. Noch de heer Wijntuin, die beslist zijn schandpaal had thuis gelaten, noch ik vielen over de spelfout, we vielen over haar reactie daarop. Wellicht is de heer Wijntuin grijzend, ik zelf ben blond, dus ik begrijp niet waarop zijn gissingen berusten. Rijs wil ons vergasten op een paar weetjes. Ja de koepel van de Aya Sofia (van Anthemios van Tralles en Isidorus van Milete), na 5 jaar bouw ingewijd op 27 december 537 (Rijs bouwdata kloppen niet!)stortte in 558 in, dus niet zoals beweerd 30 jaar later (waarom roept men maar wat, en checkt nooit!), en dat was geen constructiefout doch het gevolg van een aardbeving het jaar daarvoor. En: de Aya Sofia was wel de gehele middeleeuwen door het grootste gebouw ter wereld, dus had ook de grootste koepel in zijn soort ter wereld. Misschien heeft de heer Rijs wel eens gehoord dat aardbevingen in die regio nogal voorkomen, zelfs ook een in 553 en in 559. De koepel is dan ook herbouwd: een solide constructie. Dat kun je van de nieuwe wolkenkrabbers in Den Haag of van de (fraaie) Erasmusbrug dus niet zeggen. De AWACS is niet milieuvriendelijk maar zo goed als onzichtbaar, en daar ging het om.
    Dan de heer Hillenius: wat is er toch in vredesnaam tegen kennis? Heus het doet geen pijn. Dat andere dingen net zo belangrijk zijn bestrijden we niet, maar je kunt ook niet zonder kennis, en velen die nauwelijks kennis bezitten, willen daar niet aan.

  80. JC Aarnoudse zegt:

    De studenten zijn niet dommer.

    Die zijn met de tijd meegegaan.
    Het zijn de vragen, die ouderwets zijn.

  81. L. Veer zegt:

    Volgens mij hebben degenen met de meeste algemene ontwikkeling de meeste frustraties dat ze er niks aan hebben. Waarom anders het opsommen van gebeurtenissen die niet echt algemeen meer zijn te noemen?
    Het voorbeeld van B. Wijntuin over het wagenrennen in Byzantium zou ik ook geen algemene ontwikkeling noemen. Dat het wat eeuwen terug gebeurd is, maakt het toch niet tot algemene ontwikkeling? Het inzien van het feit dat in elke tijd wel een sterke wij-zij scheiding leeft onder de burgers, zou ik algemene ontwikkeling willen noemen.
    Niet alleen een gebeurtenis nu, en niet alleen een gebeurtenis vroeger is algemene ontwikkeling, maar juist het inzien van de de relatie ertussen is algemene ontwikkeling.

    Gelukkig heeft iedereen zijn eigen kijk op de wereld en werkelijkheid. Zoals geleerd bij geschiedenis: standplaatsgebondenheid en interpretatie maken je tot de persoon die je bent. Dat is voor iedereen anders. En dat houdt deze discussie spannend.

    Maar goed, dat is mijn interpretatie natuurlijk.

  82. B. Wijntuin zegt:

    @L. Veer U bent het al bijna met mij eens, hoop ik.
    U vindt de te trekken conclusie (er is niets nieuws onder de zon: vroeger wagenrennen / nu voetballen) wél algemene ontwikkeling maar de feitenkennis waarop je die conclusie baseert niet.
    Dat is uw goed recht, want uiteindelijk is het natuurlijk een kwestie van gedeelde smaak wat je wel en niet algemene ontwikkeling noemt.
    Maar ik vraag me af hoe je zo’n conclusie ooit kunt trekken zonder de bijbehorende feitenkennis. Als je niets weet over die wagenrennen is de opmerking ‘er is niets nieuws onder de zon’ geen algemene ontwikkeling maar niets meer dan het oplezen van een tegeltjeswijsheid.
    Het trekken van de conclusie, waaraan u bijzonder veel waarde schijnt te hechten, vind ik een koud kunstje als je de feiten op een rijtje hebt staan. Juist het op een rijtje kunnen zetten van de feiten is miins inziens waar het om gaat.

  83. Graham Colchester zegt:

    De uitslag van deze onderzoek komt als geen verassing. Ik geef al jaren les aan HBO’ers. De kennisnivo en algemene ontwikkeling (hebben ze ontwikkeling?) van deze groep studenten is zo laag dat de meerderheid heeft zelfs problemen met lezen en schrijven.

    Ik vraag me af hoe het mogelijk is dat iemand wordt toegelaten aan een HBO hoewel ze hun eigen taal niet goed beheerst.

    Eigenlijk weet ik de antwoord. Ze zijn bereid om 1600 euro per jaar neer te tellen voor een opleiding. De klant is koning, toch?

  84. Confucius of Erasmus zegt:

    Van allebei wat zou ik zeggen, Confucius richt zich op de ethiek van het vergaren van kennis, terwijl Erasmus zich neer legt bij de pragmatiek van de kennnishebbende, ongeacht de maat en dosering van de kennis in de mens. Iedere school zou met “verhoudingen” bezig gaan houden, die van de Calligrafie en die van de Tragedie. De rest wat men leert zal zich mijns inziens vanzelf daaruit gaan verklaren voor de kennnisconsument!!!

  85. A. Swaab zegt:

    Ik vind het leuk te zien dat deze discussie nog steeds reacties losmaakt. En leuk ook dat een 23-jarige studente sociologie zich op een onderwijsblog laat zien. Maar wat wordt er toch hard over haar reacties gevallen. Laten we er een oorlog tussen de generaties van maken, leuk!

    @ Anna Emerencia:
    Dank voor de bijval. En voor mij heb je gelijk: discussie moet gaan over de inhoud en niet over de vorm. Het topic gaat niet over de schrijfvaardigheid van de jongste generaties maar over hun algemene ontwikkeling. En jouw reactie is: wijt het gebrek aan feitenkennis niet aan de leerling maar aan de docent, en aan het curriculum. Jammer dat de heren en dame critici dáár niets zinnigs over wisten te zeggen.

    @ Johan Nijhof
    Uw Nederlands is onberispelijk, maar u bent tamelijk breedsprakig. De inhoud raakt wat ondergesneeuwd in de vorm en de uitweidingen. Waarom vertelt u over de brieven van Ghislain de Busbecq? Om te koketteren met uw eruditie? Of is het voor uzelf wel duidelijk hoe het aansluit bij de discussie? Gaat aan helder formuleren bij u altijd helder denken vooraf?

    U leest in elk geval zo slecht als de mensen die u dat verwijt maakt. Beschreef ik uw generatie als een generatie die niet weet wat de lever doet? Dat is een boude parafrase. Mijn stelling is dat de dataset die wij “algemene ontwikkeling” noemen een arbitraire greep is uit de beschikbare kennis is. Dat u een voorbeeld kunt weerleggen, bravo! Jammer dat de strekking van de tekst ook dit keer aan u voorbij lijkt te zijn gegaan.

    Ik ben het met veel dingen die u zegt ook eens. Maar het venijn druipt er aan alle kanten af. Iedereen een bul. Het zit u erg dwars. Waarom eigenlijk? Omdat uw eigen bul daarmee aan waarde inboet? Uiteindelijk komt kwaliteit wel bovendrijven. Ook zonder Karel de Grote.

  86. B. Wijntuin zegt:

    @Swaab
    Of kwaliteit komt bovendrijven betwijfel ik ten zeerste. Maar het is natuurlijk maar wat je kwaliteit noemt.
    Over wat er komt bovendrijven kunnen we wel wat specifieker zijn. In de fysica is dat datgene met de laagste soortelijke massa.
    In het leven zijn dat gewoon altijd de sterksten, de grote bekken, de handigen en degenen die die drie eigenschappen zo goed mogelijk combineren. Als zo iemand bijvoorbeeld ook nog een zekere vakkennis heeft is dat puur toevallig.
    Maar het kan natuurlijk zijn dat u de stelling omdraait: alles wat komt bovendrijven zal wel kwaliteit hebben. Zoals André Hazes, zoals Doekle Terpstra, zoals Imelda Marcos, zoals Paul de Leeuw.

  87. Johan Nijhof zegt:

    @ 85
    Geachte heer Swaab,
    Mensen die Napoleon en Karel de Grote exact kunnen dateren ZIJN van mijn generatie. Vlak daarop zette de onderwijsafbraak in. Als u dan de retorische vraag stelt of zij weten wat de lever doet in ons lichaam, is het niet zo boud om te stellen dat u onterecht twijfel wekt aan de praktische kennis van mijn generatie. Ik weerlegde niet één voorbeeld, maar alle door u genoemde. Of wist u echt waar “Singh” voor stond toen u vroeg naar de naam van de Indiase president?
    Jammer dat u het punt van Busbecq miste. Het ging niet om mijn eruditie, maar om de zijne als een laat voorbeeld van de uomo universale, en tevens een politicus die nog niet twitterde. Het spijt mij als ik daardoor breedsprakig word gevonden, maar dat moet dan maar.
    Een beetje flauw, maar niettemin relevant is de vandaag gelegde relatie tussen activiteit op Facebook en lagere cijfers. Inderdaad, in Facebook ben ik dan ook niet te vinden.
    Uw stelling over het arbitraire karakter van de “greep uit de beschikbare kennis” was mij niet ontgaan. Interessant is daarbij hoe u “beschikbaar” definieert. Het maakt namelijk veel verschil of kennis in uw hoofd beschikbaar is of vindbaar op internet. Ik betwijfel of de huidige studentengeneratie een desastreuze test voor de onze op zou kunnen stellen met feiten die zij zelf “beschikbaar” hebben. Zo dik gezaaid zijn die niet, of het moeten feiten zijn die wij wel degelijk ook paraat hebben, zoals uw merkwaardige voorbeeld van het partitioneren van een harde schijf.
    Ik zal grif toegeven dat de benodigde kennis met de tijd verandert, dat is ook evident. Maar weten van het bestaan van onze voorouder Karel de Grote (bijvoorbeeld) raakt aan onze kennis over wie wij zijn, ons verleden en dus onze toekomst. Die zal onontbeerlijk blijven. Wie een Turk vraagt naar Atatürk, zal ongetwijfeld vrij gedetailleerde kennis te horen krijgen. Amerikanen, die bijna even weinig weten als Nederlanders, zullen aanslaan op George Washington. Die rol vervult bij ons Karel en kan niet met kennis over bits en bytes worden gecompenseerd.
    Het ontroerde mij bij de heer Wijntuin Doekle Tepstra in zijn gruwelkabinet tegen te komen. Daar hoort hij precies thuis, verdiende loon.

  88. A. Swaab zegt:

    @ Johan Nijhof

    Hoe algemeen ontwikkeld de uomini universali van ooit écht waren, dat zullen we nooit weten. Ik betwijfel of ze zonder verdere studie zouden slagen voor een hedendaags vwo examen. Kennis verandert, groeit, ontstaat en verdwijnt. Ik word liever door een dokter geholpen die net zijn specialisatie afrondt dan één die bijna met pensioen gaat. Overgeleverde kennis leert ons vooral veel over wat geschiedschrijvers en biografen belangrijk vinden. Ook hier is de selectie arbitrair.

    Dat u Busbecq aanhaalde als voorbeeld van algemene ontwikkeling vreesde ik al. Uw kennis zit u blijkbaar in de weg bij het helder communiceren. Misschien dat daar het vitriool vandaan komt. U baalt ervan dat jongere mensen uw referentiekader niet delen, en dat uw kennis daardoor met de dag minder waard wordt. Alsof u jaren heeft geïnvesteerd in koetsen om erachter te komen dat de mensheid massaal overstapt op auto’s.

    U en de heer Wijntuin blijven volharden in een ouderwets vitten op de jeugd van tegenwoordig en de achteruitgang. Net als uw ouders en grootouders, en ouderen in de middeleeuwen, en bij de oude Grieken. Gelukkig vindt de jeugd van tegenwoordig zijn plek in de reële wereld. Het is belangrijker om te leren interageren met de wereld zoals hij is en verandert, dan te blijven hangen in een geromantiseerde wereld die nooit bestaan heeft.

    Weet u, wat u zegt over beschikbare kennis, daar heb ik nog wel iets interessants op terug te zeggen. Uw generatie heeft niet leren filteren zoals jongeren van nu leren. Uw generatie kreeg de scheiding tussen waardevolle en waardeloze informatie voorgekauwd door uitgevers, journalisten, leraren, kerkvaders etc. Er zijn dan ook veel mensen van uw generatie die te veel geloven van wat ze lezen. Die met open ogen in phishing-mails trappen en hoaxes niet van echte waarschuwingen weten te onderscheiden.

    Dat kennis van Karel de Grote raakt aan de kennis over wie wij zijn vind ik een domme uitspraak. Dat wij op school leren over onze grote leiders komt vooral door de overdaad aan bronnen en het feit dat de opvolgers van deze grote leiders zeggenschap hebben over het curriculum en zich graag identificeren met hun voorgangers. Kennis van de biologie en de recente geschiedenis vertelt ons veel meer over wie wij zijn. Maar ik begrijp nu dat u uw zelfkennis bij de verkeerde bron haalt. Dat verheldert uw positie in deze discussie behoorlijk.

  89. Johan Nijhof zegt:

    Zucht.
    Eén stelling wil ik nog beantwoorden. Mijn generatie heeft inderdaad niet leren filteren. Dat is volkomen waar. Misschien enerzijds een nadeel, anderzijds in elk geval het voordeel dat wij, althans zo herinner ik het mij, absoluut open stonden voor alle kennis die ons werd aangeboden. Zonder hitteschild. Nu wordt alle aanbod van kennis getoetst aan de vraag: wat koop ik er voor, boeit het? En al te vaak afgewezen alsof men het zich beter bespaart.
    U zult vast nooit snappen, dat men met dezelfde moeite die kennis had kunnen opslaan.
    Ik had u nog wel eens willen spreken, als u mijn leeftijd hebt, en de leegte ziet in de ogen van uw eventuele kleinkinderen. Wat bazelt die vent, waar heeft hij het over?
    En vitten op de jeugd deden niet pas de oude Grieken, maar kennen we (pardon: ik) ook al van de oude Egyptenaren.

  90. B. Wijntuin zegt:

    @Swaab.
    Ik was mij niet bewust van gevit op de jeugd van tegenwoordig. Leest u deze draad nog even door; ik zie van mijn hand niets van dien aard.
    Vitten op de achteruitgang lijkt mij daarentegen de dure plicht van elk mens.

    U bent zelf degene die er een generatiekwestie van maakt. Het proces van onderwijsverslechtering loopt over de generaties heen. Ik zou niet durven zeggen wanneer het is begonnen (met minister Cals?), maar het is zeker niet gebonden aan één generatie studenten.
    Ik moet overigens de eerste medemens nog tegenkomen die kritiek niet als ‘vitten’ opvat. Zo bezien kan men überhaupt niet zonder te ‘vitten’ van mening
    zijn dat sommige mensen iets niet weten wat ze eigenlijk wel hadden behoren te weten.

    Uw sweeping statement over een hele generatie die (blijkbaar) niet heeft leren ‘filteren’ roept herinneringen op aan mijn eigen generatie, die van de ‘kritiese’ studenten uit de jaren ’60. Mijn generatiegenoten riepen 50 jaar geleden al dat je docenten en wetenschappers niet klakkeloos mocht vertrouwen. Ja, ONZE generatie, die was pas ‘krities’! Onze ouders? Die natuurlijk niet. (Intussen liepen wij net zo volgzaam achter de heersende mode aan als alle vorige generaties dat al deden).
    Het klinkt leuk, dat filteren, maar het is al net zo’n volkomen leeg begrip als dat ‘krities zijn’ uit mijn eigen jeugd. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon.

  91. Remi Rijs zegt:

    Jammer dat dit weblog aangegrepen wordt om direct op de persoon te spelen. Lijkt me niet nodig in deze context. (Mijn opmerking over grijzende heren had ik niet gemaakt als ik zelf niet tot deze groep behoorde.)

    Kennis bestaat niet alleen uit losse feitjes, maar ook uit het inzicht om samenhangen te zien en te onderscheiden wat relevant is en wat niet. Dat laatste is deels persoonlijk en deels door noodzaak gegeven. Je kunt niet alles leren en zeker niet alles tegelijk.

    Een 23-jarige studente komt helaas niet veel verder met het gelijk van sommigen die veel weetjes weten en graag hun eigen stokpaardjes berijden. Zij moet beantwoorden aan de eisen die aan haar gesteld worden en dat zijn de hedendaagse eisen van haar onderwijsinstelling. Als sommigen vinden dat zij een examen anno 1970 moet presenteren, lijkt me dat hoogst onverantwoordelijk en getuigen van een gebrek aan realiteitszin.

    Niettemin vind ik ook dat studenten gestimuleerd moeten worden om een brede interesse te hebben. Daarbij moet ook onderkend worden dat het reguliere onderwijs allang niet meer het primaat heeft van, zeg, 30 jaar geleden. Hoe studenten stimuleren om kennis op te doen en kritisch met informatiebronnen om te gaan, is zeker een grote uitdaging.

  92. Johan Nijhof zegt:

    @91
    Beste meneer Rijs,
    Wie kaatst moet de bal verwachten, nietwaar? En dat van die grijzende heren vond ik niet zo erg hoor. Ik ben dan wel een blondje, maar inmiddels 67. Ik vergeef u ook graag, dat u het opnam voor een jongedame. Ridderlijke gevoelens, daar hebben we allemaal wel eens last van, en dat is nog gezond ook. Maar het verwijt dat wij vielen over één spelfout was volkomen onterecht. Zie hoe ik (nr. 40.) eerst voor haar in de bres spring. Ze reageert echter met een zo krakkemikkig taalgebruik (zie 42) en daarenboven pedant en onlogisch, dat negatieve reacties wel moesten volgen. Ook de heer Wijntuin spreekt al van “een waterval van fouten”. Goed, ik ben dan oud-leraar Nederlands, en zal er niet een missen, maar hoezo bent u ziende blind voor deze gruwelen? Er is niemand die spreekt van een examen van 1970 (dat was overigens al vrij verwaterd), dus op grond daarvan althans kunt u mij geen gebrek aan realiteitszin verwijten.
    Misschien kunt u zelf aan de reactie van Swaab zien, dat hij t.a.v. Karel de Grote het punt mist. Het gaat uiteraard niet om de verheerlijking van “grote leiders”. Karel de Grote wist de macht die zijn vader en grootvader al hadden vergaard uit te bouwen en te consolideren. Dat deed hij op een manier, die de instituties van het Romeinse rijk voortzetten, een ingreep die nog veel uitwerking heeft op ons eigen dagelijks leven. Tevens werd de pauselijke macht daardoor vergroot. Ook dat is een factor van belang. Waarschijnlijk kan Karel de Grote voor velen rolmodel zijn, omdat hij een der eerste historische personen was, van wie we weten dat zij leesblind waren. En het toch nog ver geschopt!
    Inderdaad zal men goed moeten zoeken naar methoden die werken, om de studenten van nu te stimuleren.

  93. john van dael zegt:

    Wat wil men eigenlijk meten?
    Of moet dit onderzoekje de stelling bevestigen: “Vroeger was alles beter”.
    -> Zijn er gegevens bekend van enkele cohorten geleden?

  94. harald peters zegt:

    Kennis, wat moet je met kennis..?
    oja!, die kun je verkopen, niet verhuren?

    Spelling, speling, spellen, spelen.

    Ik weet helemaal niets over Nederlandse schrijvers en ik lees ze nog minder – dus heb ik afgedaan als intellectueel of iemand met een redelijke algemene ontwikkeling. En, ik wordt nog dommer want ik hang aan het net, internet, wikipedia en google.

    Informatie via het internet; is dat een gezonde ontwikkeling – scholieren die antwoorden online opzoeken – worden we daar dommer van?

    Opzoeken en invullen is iets anders dan nadenken, uitpluizen en leren analyseren.
    Informatie is niet zo belangrijk – wel, hoe kwam het tot stand en in welke context.

    Het correcte getal invullen is werken een gegeven – nog niet zo zeer informatie. Ook correcte en foute getallen hebben nog een verhaal. Heeft het onderwijs nog tijd voor het verhaal of gaat het om getallen invullen?

  95. jeanne potters zegt:

    Het vervelende is dat je als oudere steeds meer het gevoel krijgt dat jongeren en jij op verschillende planeten leven. Celebesstraat wordt uitgesproken als Céle-bes en niet als Celébes. Als ik dan zegt : het is niet aalbes, kruisbes,cele-bes, maar Java, Sumatra, Borneo, Celebés” , dan kijken ze me raar aan en weten totaal niet waar het over gaat. Het is ook ravelstraat met ravel rijmend op snavel i.p.v. Ravelstraat met Ravel rijmend op “gaat wel”. En zo maar door.

  96. Jan Vlekkert zegt:

    De vraag die altijd onbeantwoord blijft, is welke kennis nu noodzakelijk is en waarvoor dan wel (voor een goed leven, om goed te zijn in je werk, voor het posten van een berichtje op dit weblog, et cetera).

    Ik heb geschiedenis direct laten vallen toen het kon en heb tot nu toe geen enkele spijt hiervan gehad. Ook ik zou problemen hebben met de Karels. Als ik echter mag uitleggen wat de tweede wet van de thermodynamica inhoudt (laat ik het makkelijk houden) dan met alle plezier. Ik zie veel Geschiedenis-liefhebbers echter dan direct afhaken. Het verschil tussen V2_OS en Linux idem: voor mij geen probleem, maar zeker niet voor iedereen. Geen punt, maar verwacht niet dat ik wel moet weten hoe – als metafoor – de Karels tot elkaar verhouden. Wat ons nog verbindt, is taal en politiek (democratisch samenleven). Maar hierin hoev je niet perfect te zijn om elkaar tog nog te kunnen begreipen. :-)

    De jeugd excelleert nog steeds (Starcraft 2, Wings of liberty) al is dit misschien niet in datgene wat ouderen graag zouden zien (lezen van Sophocles en Euripides). Kennis?

  97. B. Wijntuin zegt:

    Wat iedereen paraat zou moeten hebben zijn de dingen die men in het lager (sorry, basis-) onderwijs leert. Uw voorbeelden zijn nogal flauw. Die tweede hoofdwet is tamelijk specialistische natuur- en scheikundige kennis op een niveau waarvan je niet kunt verwachten dat iedereen het begrijpt of paraat heeft. Ook uw operating systemen zijn nogal specialistisch. Die spelletjes opnoemen is natuurlijk net zo flauw, alsof een Fries opeens vindt dat de spelregels voor kaatsen door iedereen gekend moeten worden.
    Wat men in het basisonderwijs zou moeten leren zijn lezen, schrijven en rekenen en de fundamenten van aardrijkskunde en (grotendeels vaderlandse) geschiedenis. De eerste vier zaken om voor de hand liggende praktische redenen en de vijfde om een behoorlijk staatsburger te zijn.
    Nu zijn dat geen onveranderlijke, voor eeuwig vastliggende zaken, maar in grote trekken zou dat het moeten zijn. Veranderingen mogen best voorkomen, maar dan wel met behoud van continuïteit. Zo kan ik mij best voorstellen dat er onderwerpen uit de geschiedenis verdwijnen om plaats te maken voor zaken die men nu relevanter vindt.
    En dus niet het volledig afschaffen van geschiedenis of rekenen!
    De ontzetting van veel ouderen wordt veroorzaakt doordat men wel enorme lappen kennis ziet verdwijnen, maar dat men er helemaal NIETS voor in de plaats terug ziet komen. De voortvarendheid waarmee vaderlandse geschiedenis en topografie van de eigen omgeving zijn uitgedund of zelfs afgeschaft wordt niet door iets anders gecompenseerd. Hetzelfde geldt voor het verdwijnen van reken- en spellingsvaardigheden.

  98. Jan Vlekkert zegt:

    @ B. Wijntuin,

    Mooie analyse maar ik krijg de indruk dat een drietal zaken door elkaar heen lopen. Ten eerste is er de veronderstelling dat geschiedenis noodzakelijk is om een behoorlijk staatsburger te zijn. Hier ben ik het niet mee eens. Dit wordt zover ik weet ook niet ondersteund door enig bewijs: zijn landen waar de staat slechter functioneert dan de onze het gebrek aan geschiedenislessen de oorzaak? Misschien eerder een tekort aan kritisch denken). Ten tweede is er de veronderstelling dat kennis verdwijnt terwijl er niets voor in de plaats komt. Ook met het laatste ben ik het niet eens. Het is jammer dat het noemen van spelletjes als flauw wordt genoemd terwijl het noemen van de Karels wel bijdragend zou zijn. Ik bestrijd dat. Kennis verandert (vroeger geschiedenis, nu niet meer) maar dit hoeft – nu de eerste veronderstelling niet opgaat – geen probleem te zijn. Dat er helemaal niets voor in de plaats komt, zie ik dus niet.
    Dit leidt tot de derde veronderstelling dat reken- en spellingsvaardigheden verdwijnen én dat dit erg is. Van deze derde veronderstelling zet ik vraagtekens bij het eerste (maar echt weten doe ik dit niet) maar of dit erg is bestrijd ik in ieder geval ten zeerste. Een voorbeeld is uw verwijzing naar het verdwijnen van topografische kennis. Ik wist vroeger op mijn 10e dat Madrid de hoofdstad van Spanje was. De huidige generatie bezoekt echter Spanje op hun 10e en weet zich hierin ook veel beter raad mee dan de “oudere” generatie. De sociale vaardigheden zijn m.i. aanwijsbaar verbeterd. Wat mij betreft komt er dus genoeg voor in de plaats en hoeven we niet zo somber zijn.

  99. Frank Bikker zegt:

    De heer Wijntuin heeft naar mijn inzicht gelijk. Men moet voor elk type onderwijs een parate kennis in huis hebben, zo niet dan ben je aan het bouwen op drijfzand. Je kunt niet beginnen met cijferend vermenigvuldigen als je de tafels niet beheerst. Talen leren is ouderwets woordjes en regels stampen en direct toepassen. Daarbij is het VMBO, HAVO en Atheneum ook een vorm van basisonderwijs, maar dan op grond van aanleg en talenten en men dient deze stof zo efficiënt mogelijk aan te bieden, dus klassikaal frontaal.

  100. B. Wijntuin zegt:

    @Vlekkert
    Hoezo ‘de huidige generatie bezoekt op 10-jarige leeftijd Madrid en weet zich dan beter raad’? Dat zijn gewoon kinderen die met hun ouders naar Spanje gaan. Dat was vroeger ook al zo, hoor. Organiseren die kinderen van 10 tegenwoordig de reis? Verdienen ze het benodigde geld? Boeken ze het hotel met de creditcard van Pa? Boeken ze de vliegreis of zitten ze achter het stuur? Spreken ze hun talen? Wat bedoelt u met dat raad weten? Wat ik wel weet is dat een groot deel van kinderen én volwassenen die vakantievieren in Spanje geen woord Spaans kennen en de plaats waar ze verblijven niet op de kaart aan kunnen wijzen.

    Dat van die betere sociale vaardigheden vind ik een zwaktebod. Hoe zie je dat, en wanneer zijn sociale vaardigheden eigenlijk ‘beter’? Als je nu toch werkelijk helemaal niets meer weet, dan kom je maar met die stoplap van de oncontroleerbare sociale vaardigheden. Ik hoop toch niet dat er ook maar één school les geeft in ‘sociale vaardigheden’, al vrees ik het ergste. Een van die vaardigheden is trouwens beleefdheid. Zou dat ‘beter’ geworden zijn?

    PS. U vergeet nog de ‘presentatievaardigheden’. Net zo vaag, net zo oncontroleerbaar, net zo handig in een discussie!

  101. Johan Nijhof zegt:

    De discussie wordt doorgezet, met name door dhr. Vlekkert, ter verdediging van het niet weten. Steeds weer wordt betwijfeld of kennis nodig is, nooit wordt aangetoond dat er iets tegen kennis is.
    Ik denk dat iemand die relevante kennis in huis heeft daar nooit spijt van krijgt, maar niemand van de “nitwits” uit overtuiging wil daarop ingaan.
    Zo’n 15 jaar terug werd vastgesteld dat veel pastoors de 10 geboden niet meer konden opnoemen. (Dat zoeken we op!). Ik heb bijzonder weinig op met pastoors en zal ook een oranje hostie niet slikken, maar onbetwistbaar gaat het bij de 10 geboden wel over sociale vaardigheden.
    Staatsburgers kunnen uiteraard alleen functioneren wanneer ze iets weten van de grondslagen van de staat. Niets weten van bijvoorbeeld het koloniale verleden van Nederland, zoals tegenwoordig algemeen is, is natuurlijk absurd. Sri Lanka bezoeken, leuk, maar dan niet weten dat het Nederlands is geweest?
    Taiwan idem dito. Hoeveel scholieren zegt Nederlands Indië of Zuid-Afrika eigenlijk nog iets?

  102. Simon Rega zegt:

    Ik heb zelf bijzonder degelijk lager onderwijs genoten (een jaar na mijn vertrek werd het basisonderwijs, maar de betreffende school zal nog wel een tijd degelijk zijn gebleven) en alle vragen uit Deventer – behalve die naar de grootste nog levende Nederlandse schrijver wellicht – kon ik beantwoorden op basis van wat ik daar geleerd heb. Ik betwijfel echter of dat voor al mijn toenmalige klasgenoten zou gelden; ik heb het niet alleen geleerd, maar ook onthouden. Een onstilbare leeshonger, een abonnement op de Kijk en regelmatig de klas uit naar de schoolbibliotheek gestuurd worden verschaften mij een referentiekader, en een prettig intellect deed de rest.

    Niet iedereen is zo. En dat het gros van ‘iedereen’ dan toch een HBO- of WO-opleiding gaat volgen zorgt voor dit soort vermakelijke artikelen. Er zijn nog steeds studenten die kunnen spellen, en die in het bezit zijn van algemene kennis en specifieke daarbij. Ik ken er een paar. Ze vallen heus wel op. Ze zijn gewild. Het is jammer dat ze zo zelden in het onderwijs gaan werken.

  103. Else Verwoerd zegt:

    @102 Simon Rega: Dat zo weinig van de door u bedoelde mensen in het onderwijs gaat werken, wil gaan werken, noemt u ‘jammer’. Ik vind het wat erger dan jammer: ik vind het desastreus. En dat bedoe ik niet eens als hyperbool.

    De kwaliteit van onderwijs hangt voor het allergrootste deel af van de kwaliteit van de docent, en die is weer rechtstreeks gerelateerd aan diens opleidingsniveau. Dat opleidingsniveau staat voor twee zaken: vakkennis en intellectueel peil (algemene kennis, intelligentie).

    Het is geen wonder dat goede, effectieve leraren slimme mensen zijn: ze moeten een diverse groep leerlingen doorgronden en in al hun diversiteit motiveren en effectief onderwijzen. Ze moeten oog hebben voor leermoeilijkheden en psycho-sociale problemen, en met hun persoon leergierigheid, enthousiasme en een zeker kwaliteitsbewustzijn kunnen uitdragen.

    Dat zijn geen mooie woorden, dat is de alledaagse werkelijkheid waarin onderwijzers en leraren functioneren.

    U en ik hebben het geluk gehad onderwijs te genieten in een periode dat leraren en leraressen hooggeschoold waren en zelf op school tot de beter presterende leerlingen hadden behoord. Ook als ze niet uit de hogere sociale klassen afkomstig waren.

    Intussen is deze sociologische herkomst van de nieuwe instromers in het lerarenberoep drastisch veranderd. Voor het onderwijzerschap lenen zich in hoofdzaak zwakke havo-leerlingen en zelfs mbo-leerlingen. Ook de tweedegraads lerarenopleidingen trekken veel middelmatige havisten en nauwelijks nog een vwo-er. En dan is het niveau van die opleidingen – niet verbazingwkkend – ook flink gedaald.

    Slechts een handjevol studenten meldt zich nog bij de universitaire lerarenopleidingen, veel te weinig om de braindrain die de vergrijsde uitstroom in het onderwijs betekent, het hoofd te kunnen bieden. Vwo-leerlingen krijgen in hoofdzaak les van leraren die zelf het vwo niet aankonden.

    Netto resultaat is dat onze kinderen nu en in de toekomst een veel slechter opgeleid lerarencorps van doen krijgen. Daar hebben we zelf voor gezorgd door het beroep van leraar te devalueren, inhoudelijk, functioneel en financieel. De leraar hoeft minder te kunnen, staat meer onder curatele, en verdient minder dan zijn meeste voormalige klasgenoten.

    Dat is met name desastreus voor leerlingen wier onderwijstoekomst sterk afhangt van het onderwijs dat hun wordt voorgeschoteld: de leerlingen die niet van huis uit alles al meekrijgen. Leerlingen die op school opbloeien. Leerlingen wier horizon door uitstekende meesters en juffen wordt uitgebreid.

    Op een of andere manier weigeren wij – en daarmee bedoel ik: OCW – er voor te zorgen dat onze kinderen van hooggeschoolde en dito gewaardeerde leerkrachten les hebben. De communis opinio is dat leraren niet zo moeten zeuren, niet moeten klagen, gewoon hun mond moeten houden en moeten lesgeven. De kaalslag die zich in de docentenkamers voltrekt, ontgaat velen, en ook in het onderwijs zelf houdt men manmoedig de moed er in. Hoe zou men ook anders kunnen? Morgen zitten er gewoon weer lieve kinderen in de klas.

    Maar intussen bedraagt het aantal onvoldoende gekwalificeerde leraren al één op drie. Er wordt – goedbedoeld – gebeunhaasd bij het leven. We staan er bij en we kijken er naar. En we nemen het effect op de leerlingen, onze kinderen, en de werknemers van morgen, voor lief.

    Dan vind ik ‘jammer’ zacht uitgedrukt.

Reageren op dit bericht is niet meer mogelijk.